Wijziging Pensioenreglement ABP per 1 januari 2022, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties

Hoofdstuk 3.2 U heeft een partner

Onder de kop ‘Wanneer eindigt voor ons uw partnerschap?’ wordt het eerste opsommingsteken met de tekst ‘dat u niet meer samenwoont, getrouwd bent of een geregistreerd partnerschap heeft. Een scheiding en het einde van geregistreerd partnerschap krijgen wij door van de gemeente. Als u niet meer samenwoont moet u ons dat schriftelijk doorgeven.’ vervangen door een opsommingsteken met de tekst: ‘dat u niet meer getrouwd bent of een geregistreerd partnerschap heeft. Een scheiding en het einde van geregistreerd partnerschap krijgen wij door van de gemeente;’ en een opsommingsteken met de tekst: ‘dat wij van u of uw (ex)partner een schriftelijk bericht ontvangen dat u niet meer samenwoont;’

Hoofdstuk 3.7 U heeft verlof

De zin ‘Overgangsbepaling als u gebruik maakt of heeft gemaakt van levensloopverlof [E5]’ wordt geschrapt.

Hoofdstuk 3.9 U overlijdt, uw partner of ex-partner overlijdt of uw kind overlijdt

Onder de kop ‘Wanneer krijgen mijn kinderen wezenpensioen?’ wordt de tekst ‘Let op! Uw kind, uw partner of de verzorger van uw kind moet het partnerpensioen en wezenpensioen zelf schriftelijk bij ons aanvragen.’ geschrapt.

Onder de kop ‘Hoeveel wezenpensioen krijgen uw kinderen?’ wordt na de zin ‘In hoofdstuk 7.2 Partnerpensioen en wezenpensioen ziet u hoe we het wezenpensioen berekenen.’ een nieuwe kop toegevoegd met de volgende tekst:

‘Aanvragen partnerpensioen en wezenpensioen

Uw kind, uw (ex-)partner of de verzorger van uw kind moet het partnerpensioen en wezenpensioen zelf schriftelijk bij ons aanvragen.’

Hoofdstuk 3.10 U stopt met pensioen opbouwen bij ABP. De keuzes die u kunt maken

In de zin ‘Als de hoogte van uw pensioen € 503,24 of meer bruto per jaar is, kunt u uw pensioen van ABP meenemen naar een ander pensioenfonds.’ wordt het bedrag ‘€ 503,24’ vervangen door ‘€ 520,35’.

Hoofdstuk 4 U bouwt geen pensioen meer bij ons op

Aan hoofdstuk 4 wordt een nieuwe paragraaf 7 toegevoegd die als volgt komt te luiden: ‘4.7 Uw keuzes als u met pensioen gaat’

Hoofdstuk 4.1 Uw deelname stopt

In de zin ‘En is de hoogte van uw pensioen € 503,24 bruto per jaar of meer?’ wordt het bedrag ‘€ 503,24’ vervangen door ‘€ 520,35’.

In de zin ‘Let op! Is de hoogte van uw pensioen minder dan € 503,24, maar meer dan € 2,- bruto per jaar?’ wordt het bedrag € 503,24’ vervangen door ‘€ 520,35’.

Hoofdstuk 4.6 U overlijdt, uw partner of uw ex-partner overlijdt of uw kind overlijdt

Onder de kop ‘Hoeveel wezenpensioen krijgen uw kinderen?’ wordt na de tekst ‘De hoogte van het wezenpensioen vindt u in MijnABP. Hoe we dat berekenen vindt u in hoofdstuk 7.2 Het partner- en wezenpensioen.’ een nieuwe kop toegevoegd met de volgende tekst:

‘Aanvragen partnerpensioen en wezenpensioen

Uw kind, uw (ex-)partner of de verzorger van uw kind moet het partnerpensioen en wezenpensioen zelf schriftelijk bij ons aanvragen.’

Hoofdstuk 4.7 Uw keuzes als u met pensioen gaat

Aan hoofdstuk 4 wordt een nieuwe paragraaf 7 toegevoegd. Het nieuwe hoofdstuk 4.7 komt als volgt te luiden:

‘4.7 Uw keuzes als u met pensioen gaat

Welke keuzes kunt u maken als u met pensioen gaat?

U kunt vanaf uw 60e een aantal keuzes maken:

Zie Hoofdstuk 5.2 U wilt eerder of later met pensioen dan op de datum waarop u AOW krijgt. Of u wilt gedeeltelijk met pensioen.

Zie Hoofdstuk 5.3 U wilt meer of minder pensioen.

Let op: omdat u niet meer werkt bij een ABP-werkgever, kunt u bij ons niet gedeeltelijk met pensioen gaan.’

Hoofdstuk 5 Uw keuzes als u met pensioen gaat

De tekst ‘Let op! Heeft u meegedaan aan de levensloopregeling? En heeft u levenslooptegoed dat u nog niet heeft gebruikt voor levensloopverlof? Dan kunt u dit omzetten in ouderdomspensioen. Uw ouderdomspensioen wordt hierdoor hoger. Uw totale pensioenopbouw mag niet meer worden dan u fiscaal had mogen opbouwen. U maakt de keuze voor u met pensioen gaat of uiterlijk de dag voor het bereiken van de AOW-leeftijd. De levensloopregeling vervalt op 1 november 2021.’ wordt geschrapt.

Hoofdstuk 5.1 U wilt met pensioen op het moment dat u AOW krijgt

Onder de kop ‘Wat moet u doen om pensioen te krijgen?’ wordt achter de zin ‘Met het formulier vraagt u uw ABP-pensioen bij ons aan.’ de volgende tekst toegevoegd: ‘U kunt het pensioen alleen laten ingaan op een datum die in de toekomst ligt. Om uw pensioen op uw AOW-leeftijd te laten ingaan moet u het pensioen daarom voor die datum bij ABP aanvragen.’

Hoofdstuk 5.2 U wilt eerder of later met pensioen dan op de datum waarop u AOW krijgt. Of u wilt gedeeltelijk met pensioen

In het onderdeel ‘U wilt na uw AOW-leeftijd met pensioen’ wordt onder de kop ‘Wat zijn de regels?’ achter

de zin ‘Dit pensioen moet u zelf aanvragen.’ de volgende tekst toegevoegd: ‘U moet ons schriftelijk aangeven op welke datum u met pensioen wilt gaan. Die datum moet in de toekomst liggen.’

Hoofdstuk 6.4 U overlijdt of uw partner of uw ex-partner overlijdt

Onder de kop ‘Hoeveel wezenpensioen krijgen uw kinderen?’ wordt na de tekst ‘De hoogte van het wezenpensioen vindt u in MijnABP. Hoe we dat berekenen vindt u in hoofdstuk 7.2 Het partner- en wezenpensioen.’ een nieuwe kop toegevoegd met de volgende tekst:

‘Aanvragen partnerpensioen en wezenpensioen

Uw kind, uw (ex-)partner of de verzorger van uw kind moet het partnerpensioen en wezenpensioen zelf schriftelijk bij ons aanvragen.’

Hoofdstuk 7.1 Pensioenopbouw ouderdomspensioen

Onder de kop ‘Pensioen dat u in een jaar opbouwt’ wordt het huidige rekenvoorbeeld vervangen door het volgende rekenvoorbeeld:

‘Rekenvoorbeeld opbouw ouderdomspensioen (bruto bedragen)

Leeftijd: 25 jaar

Dienstverband: fulltime

Pensioengevend inkomen: € 27.000

Franchise (op jaarbasis): € 11.850

Pensioengrondslag: € 27.000 - € 11.850 = € 15.150

Opbouwpercentage: 1,701%

Als alles hetzelfde blijft, wordt de pensioenberekening als volgt:

Pensioenopbouw per jaar: 1,701% van € 15.150 = € 257,70

Bij doorwerken tot 67 jaar: 42 jaar (van 25ste tot 67ste) x € 257,70 = € 10.823,40

Vanaf uw AOW-leeftijd komt daar de AOW-uitkering bij.’

Hoofdstuk 7.1.1 Uw pensioengevend inkomen

De zin ‘Overgangsbepalingen als u in dienst was voor 1 januari 2015 of gebruik maakt of heeft gemaakt van de levensloopregeling [C1][C2][C3][C4]’ wordt vervangen door de volgende zin: ‘Overgangsbepalingen als u in dienst was voor 1 januari 2015 [C1][C2][C3]’

Hoofdstuk 7.1.2 De franchise (het bedrag waarover u geen pensioen opbouwt)

In de tabel onder de kop ‘Hoogte franchise (het bedrag waarover u geen pensioen opbouwt omdat u AOW krijgt)’ wordt het bedrag ‘€ 42.900,00’ twee maal vervangen door ‘€ 44.177,59’, het bedrag ‘€ 11.650’ vervangen door ‘€ 11.850’ en het bedrag ‘€ 14.550’ door ‘€ 14.850’.

Hoofdstuk 7.1.3 Het opbouwpercentage (het percentage waarmee u jaarlijks pensioen opbouwt)

In de tabel wordt het bedrag ‘€ 42.900,00’ twee maal vervangen door ‘€ 44.177,59’.

Hoofdstuk 7.1.4 De meetelwaarde

De zin ‘Overgangsbepalingen als u gebruik maakt of heeft gemaakt van levensloopverlof [E5]’ wordt geschrapt.

Hoofdstuk 7.1.5 Uw deeltijdpercentage

De huidige rekenvoorbeelden worden vervangen door de volgende rekenvoorbeelden:

‘Rekenvoorbeeld

  • Een volledige werkweek bij uw ABP-werkgever is 40 uur.

  • Uw deeltijdpercentage is 60%, u werkt 24 uur.

  • Uw pensioengevend inkomen is € 30.000.

  • Uw pensioengevend inkomen bij een volledige werkweek is: € 30.000 / 60% = € 50.000.

  • Uw franchise bij een volledige werkweek is € 14.850.

  • Uw pensioengrondslag bij een volledige werkweek is: € 50.000 - € 14.850 = € 35.150.

  • U bouwt pensioen op over € 35.150 x 60% = € 21.090.’

‘Rekenvoorbeeld

  • Een volledige werkweek bij uw ABP-werkgever is 40 uur.

  • Uw deeltijdpercentage is 60%, u werkt 24 uur.

  • Uw pensioengevend inkomen is € 80.000.

  • Uw franchise bij een volledige werkweek is € 14.850.

  • Uw pensioengevend inkomen bij een volledige werkweek is: € 80.000 / 60% = € 133.333,33.

  • Het fiscaal maximum is € 114.866.

  • Uw pensioengrondslag is € 114.866 - € 14.850 = € 100.016.

  • U bouwt pensioen op over € 100.016 x 60% = € 60.009,60.’

‘Rekenvoorbeeld

  • Een volledige werkweek bij uw ABP-werkgever is 36 uur.

  • U werkt 40 uur.

  • Uw deeltijdpercentage is 40/36 x 100% = 111,11%.

  • Uw pensioengevend inkomen bij 36-urige werkweek is: € 104.000.

  • Uw franchise bij een volledige werkweek is € 14.850.

  • Uw pensioengevend inkomen bij een 40-urige werkweek is € 115.554,40 (104.000 x 111,11%).

Het pensioengevend inkomen van € 104.000 is lager dan het bedrag dat in de wet staat. Maar het pensioengevend inkomen van € 115.554,40 is hoger dan het bedrag dat in de wet staat. Daarom verlagen we uw deeltijdpercentage als volgt:

Fiscaal maximum/uw pensioengevend inkomen bij een volledige werkweek € 114.866 / € 104.000 = 110,45%. Dit is uw nieuwe deeltijdpercentage.

U bouwt pensioen op over:

(Fulltime pensioengevend inkomen – franchise) x aangepaste deeltijdpercentage (€ 104.000 - € 14.850) x 110,45% = € 98.466,18.’

Onder de kop ‘U gaat weer werken en u ontvangt een werkloosheidsuitkering van uw werkgever’ wordt de zin ‘De premie die u moet betalen, wordt in dezelfde mate verlaagd.’ geschrapt.

Hoofdstuk 7.4 Maximale bedragen voor uw pensioen

Onder de kop ‘Is er een maximum pensioengevend inkomen voor de premieberekening en mijn pensioenopbouw?’ wordt de huidige tekst vervangen door de volgende tekst: ‘Voor het pensioengevend inkomen geldt per 1 januari 2022 als fiscaal maximum: € 114.866. Heeft u een pensioengevend inkomen boven € 114.866? Dan kunt u in onze regeling netto pensioen (zie hoofdstuk 14 Regelingen waar u voor kunt kiezen) boven het deel van € 114.866 vrijwillig pensioen opbouwen. Het fiscaal maximum wordt ieder jaar door de wetgever vastgesteld.’

In de zin ‘Let op! Werkt u in deeltijd? Dan geldt er een lager fiscaal maximum. Dit is dan het deeltijdpercentage maal € 112.189.’ wordt het bedrag ‘€ 112.189’ vervangen door ‘€ 114.866’.

Hoofdstuk 7.5 Hoogte pensioenpremie

In de tabel onder de kop ‘Waarover berekenen we de premie bij de pensioenen?’ wordt in de tweede rij (Franchise) het bedrag ‘€ 14.550’ vervangen door ‘€ 14.850’. Het bedrag ‘€ 21.800’ wordt vervangen door

‘€ 22.350’.

In de tabel onder de kop ‘Waarover berekenen we de premie bij de pensioenen?’ wordt in de derde rij (Maximum) het bedrag ‘€ 112.189’ vervangen door ‘€ 114.866’.

De zin ‘Overgangsbepalingen als u in dienst was voor 1 januari 2004 of suppletie ontvangt of gebruik maakt of heeft gemaakt van de levensloopregeling [D1][D2][D3]’ wordt vervangen door de volgende zin:

‘Overgangsbepalingen als u in dienst was voor 1 januari 2004 of suppletie ontvangt [D1][D3]’

Hoofdstuk 8 Wij kunnen uw pensioen in een keer betalen (Afkopen)

De zin ‘Is uw bruto pensioen hoger dan € 2 maar lager dan € 503,24 per jaar (2021)?’ wordt vervangen door de volgende zin: ‘Is uw bruto pensioen hoger dan € 2 maar lager dan € 520,35 per jaar (2022)?’

Hoofdstuk 9 U verandert van werkgever en u wilt uw opgebouwde pensioen meenemen (Waardeoverdracht)

In de zin ‘Als de hoogte van uw pensioen bij een andere pensioenuitvoerder lager is dan € 503,24 bruto per jaar, draagt die pensioenuitvoerder uw pensioen mogelijk automatisch naar ABP over.’ wordt het bedrag

‘€ 503,24’ vervangen door ‘€ 520,35’.

In de zin ‘Let op! Als de hoogte van uw pensioen minder is dan € 503,24 maar meer dan € 2,- bruto per jaar dan draagt ABP uw pensioen automatisch over naar de pensioenuitvoerder waar u pensioen opbouwt.’ wordt het bedrag ‘€ 503,24’ vervangen door ‘€ 520,35’.

Hoofdstuk 14.2 paragraaf 1 Wat is een nettopensioenregeling?

De zin ‘U kunt deelnemen als uw pensioengevend inkomen hoger is dan € 112.189 (2021) en:‘ wordt vervangen door de volgende zin: ‘U kunt deelnemen als uw pensioengevend inkomen hoger is dan

€ 114.866 (2022) en:’.

Hoofdstuk 14.2 paragraaf 3 Einde regeling, eerder stoppen of overlijden

Onder de kop ‘Wanneer stopt mijn deelname?’ wordt achter het eerste opsommingsteken het bedrag ‘€ 112.189’ vervangen door ‘€ 114.866’.

Hoofdstuk 14.2 paragraaf 4 Premie en kosten

In het overzicht onder de kop ‘Kosten’ wordt de zin ‘De beheerkosten zijn afhankelijk van uw leeftijd (zie tabel) en variëren tussen 0,07% en 0,11% van uw opgebouwde kapitaal.’ vervangen door de volgende zin: ‘De beheerkosten zijn afhankelijk van uw leeftijd (zie tabel) en variëren tussen 0,08% en 0,12% van uw opgebouwde kapitaal.’

Hoofdstuk 14.2 paragraaf 7 Fiscale maximering en afkopen

In de zin ‘De nettofactor is met ingang van 1 januari 2021 vastgesteld op 50,5%.’ wordt ‘2021’ vervangen door ‘2022’.

Hoofdstuk 14.3 Andere situaties waarin u bij ons aanvullend pensioen kunt opbouwen

De zin ‘U heeft levensloopverlof en bent in het tweede jaar van dit verlof.’ wordt geschrapt.

De tekst ‘Maakt u gebruik van levensloopverlof? Dan blijft u daarbij tevens premie voor arbeidsongeschiktheidspensioen en VPL betalen.’ wordt geschrapt.

BIJLAGE 1 TABELLENBOEK MET VOORBEELDEN

Bijlage 1 inleiding

In de zin ‘Let op! De voorbeelden gelden als u na 2020 in dienst bent gekomen.’ wordt ‘2020’ vervangen door ‘2021’.

Bijlage 1 paragraaf 1 U gaat met pensioen op de datum waarop u AOW krijgt of op een andere datum (zie hoofdstuk 5.1 en 5.2)

De tabellen in paragraaf 1 worden vervangen door de volgende tabellen:

Factoren voor eerder of later laten ingaan van opgebouwd pensioen bij een pensioenrekenleeftijd van 65

Leeftijd

60

61

62

63

64

65

66

67

68

69

Factor

0,768

0,807

0,849

0,895

0,945

1,000

1,060

1,126

1,198

1,278

Leeftijd

70

71

72

73

74

75

76

77

   

Factor

1,366

1,464

1,573

1,696

1,834

1,990

2,168

2,372

   

Bij pensioneren op tussenliggende leeftijden bepalen wij uw factor naar verhouding.

Factoren voor eerder of later laten ingaan van opgebouwd pensioen bij een pensioenrekenleeftijd van 67

Leeftijd

60

61

62

63

64

65

66

67

68

69

Factor

0,683

0,718

0,755

0,796

0,840

0,888

0,941

1,000

1,065

1,136

Leeftijd

70

71

72

73

74

75

76

77

   

Factor

1,215

1,303

1,401

1,511

1,635

1,775

1,936

2,119

   

Bij pensioneren op tussenliggende leeftijden bepalen wij uw factor naar verhouding.

Factoren voor eerder of later laten ingaan van opgebouwd pensioen bij een pensioenrekenleeftijd van 68

Leeftijd

60

61

62

63

64

65

66

67

68

69

Factor

0,643

0,675

0,710

0,748

0,789

0,835

0,884

0,939

1,000

1,067

Leeftijd

70

71

72

73

74

75

76

77

   

Factor

1,142

1,225

1,317

1,421

1,538

1,671

1,822

1,996

   

Bij pensioneren op tussenliggende leeftijden bepalen wij uw factor naar verhouding.

In het ‘Voorbeeld van de toepassing van de tabel’ wordt onder ‘U wilt op uw 62e volledig met pensioen.’ de zin ‘Vanaf uw 62e wordt uw ouderdomspensioen 0,703 (2021) van € 1.000 = € 703 per maand.’ vervangen door de volgende zin: ‘Vanaf uw 62e wordt uw ouderdomspensioen 0,710 (2022) van € 1.000 = € 710 per maand.’

Onder ‘U wilt op uw 70e met pensioen’ wordt de zin ‘Uw ouderdomspensioen vanaf uw 70e wordt 1,145 (2021) van € 1.000 = € 1.145.’ vervangen door de volgende zin: ‘Uw ouderdomspensioen vanaf uw 70e wordt 1,142 (2022) van € 1.000 = € 1.142.’

Bijlage 1 paragraaf 2 Gedeeltelijk met pensioen (zie hoofdstuk 5.2)

De tekst ‘De vervroegingsfactor 68 – 60 = 0,635 (2021). U ontvangt € 600 x 0,635 = € 381,-.’ wordt vervangen door ‘De vervroegingsfactor 68 – 60 is 0,643 (2022). U ontvangt € 600 x 0,643 = € 385,80.’

Bijlage 1 paragraaf 3 Partnerpensioen ruilen voor extra ouderdomspensioen (zie hoofdstuk 5.3)

De huidige tekst wordt vervangen door de volgende tekst:

‘Voorbeeld:

  • U wilt op uw 67e met pensioen.

  • Leeftijd van uw partner is niet van belang.

  • U heeft op uw 67e € 1.000 ouderdomspensioen per maand opgebouwd als u op uw 68e met pensioen gaat.

  • U heeft een partnerpensioen ongeacht het moment van overlijden van € 700 per maand.

  • Het partnerpensioen dat u heeft opgebouwd kan u optellen bij uw ouderdomspensioen. We rekenen met een uitruilfactor van 0,208 (zie bijlage 3). Uitruilen van € 700 partnerpensioen levert een extra ouderdomspensioen op van € 700 x 0,208 (2022) = € 145,60.

  • Uw ouderdomspensioen vanaf uw 68e wordt:

  • € 1.000 + € 145,60 = € 1.145,60.

  • Na vervroegen naar 67 jaar wordt uw ouderdomspensioen vanaf 67 jaar 0,939 (2022) x € 1.145,60 = € 1.075,72.

  • Als u overlijdt ontvangt uw partner geen partnerpensioen.’

Bijlage 1 paragraaf 4 Hoogte van het ouderdomspensioen eerste jaren hoger (zie hoofdstuk 5.3)

De tabel in paragraaf 4 wordt vervangen door de volgende tabel:

Factoren bij in hoogte variëren van ouderdomspensioen
 

Leeftijd vanaf

59

60

61

62

63

64

65

66

67

68

Leeftijd tot

60

0,050

                 

61

0,104

0,051

               

62

0,162

0,107

0,053

             

63

0,224

0,167

0,110

0,054

           

64

0,292

0,231

0,172

0,114

0,056

         

65

0,366

0,302

0,239

0,178

0,117

0,058

       

66

0,446

0,379

0,313

0,248

0,184

0,121

0,060

     

67

0,534

0,463

0,393

0,324

0,257

0,191

0,126

0,062

   

68

0,631

0,555

0,481

0,409

0,337

0,267

0,198

0,131

0,065

 

69

0,737

0,657

0,578

0,501

0,425

0,351

0,278

0,206

0,136

0,067

70

0,854

0,769

0,686

0,604

0,523

0,444

0,366

0,290

0,215

0,142

71

0,984

0,893

0,805

0,717

0,631

0,547

0,464

0,383

0,303

0,225

72

1,128

1,032

0,937

0,844

0,752

0,662

0,573

0,486

0,401

0,317

73

1,290

1,187

1,085

0,986

0,887

0,791

0,696

0,603

0,511

0,421

74

1,471

1,361

1,252

1,145

1,040

0,936

0,834

0,734

0,635

0,538

75

1,676

1,558

1,441

1,325

1,212

1,100

0,990

0,882

0,775

0,671

76

1,909

1,781

1,655

1,530

1,408

1,287

1,168

1,051

0,936

0,822

77

2,176

2,037

1,900

1,765

1,632

1,501

1,372

1,245

1,119

0,996

78

2,482

2,332

2,183

2,036

1,891

1,748

1,607

1,468

1,332

1,197

 

Leeftijd vanaf

69

70

71

72

73

74

75

76

77

Leeftijd tot

70

0,070

               

71

0,148

0,073

             

72

0,235

0,155

0,077

           

73

0,333

0,247

0,163

0,080

         

74

0,443

0,350

0,260

0,171

0,084

       

75

0,569

0,468

0,370

0,274

0,180

0,089

     

76

0,711

0,602

0,496

0,391

0,289

0,190

0,094

   

77

0,875

0,757

0,640

0,526

0,415

0,307

0,201

0,099

 

78

1,065

0,935

0,808

0,683

0,561

0,442

0,326

0,214

0,105

Onder ‘Voorbeeld van de toepassing van de tabel:’ achter het derde opsommingsteken in de zin ‘U wilt in juli 2021 op uw 63e met pensioen en tot uw AOW-datum een hoger pensioen.’ wordt ‘2021’ vervangen door ‘2022’.

Achter het vijfde opsommingsteken wordt de zin ‘Dat is 0,742 (2021) van € 1.000 = € 742 per maand.’ vervangen door de volgende zin: ‘Dat is 0,748 (2022) van € 1.000 = € 748 per maand.’

De huidige tekst achter het zesde opsommingsteken wordt vervangen door de volgende tekst:

‘U wilt uw vervroegde pensioen met € 100 verhogen:

  • de ruilfactor bij hoog-laag tussen uw 63e en 67e is 0,257 (2022). Voor elke euro die u tussen uw 63e en 67e meer wilt ontvangen, ontvangt u 25,7 eurocent minder vanaf uw 67e.

  • de € 100 die u tussen uw 63e en 67e meer wilt ontvangen kost u € 100 x 0,257 = € 25,70. Dit gaat af van uw ouderdomspensioen vanaf uw AOW-leeftijd.

  • Van uw 63e tot uw 67e wordt uw ouderdomspensioen dan € 748 + € 100 = € 848 per maand.

  • Vanaf uw 67e wordt uw ouderdomspensioen dan levenslang € 748 - € 25,70 = € 722,30. Daarnaast ontvangt u dan uw AOW-uitkering.

Het voorbeeld kan ook andersom. Dan kiest u ervoor om na uw AOW een hoger pensioen te ontvangen.’

Bijlage 1 paragraaf 5 Afkopen (zie hoofdstuk 8)

De eerste drie tabellen in paragraaf 5 worden vervangen door de volgende tabellen:

Afkoopfactoren ouderdomspensioen bij ingang ouderdomspensioen

Leeftijd

OP

OOP

65

17,778

8,305

66

17,193

8,194

67

16,603

8,076

68

16,009

7,951

69

15,412

7,818

70

14,812

7,677

71

14,210

7,527

72

13,606

7,368

73

13,003

7,199

74

12,400

7,021

75

11,798

6,832

Afkoopfactoren nabestaandenpensioen bij ingang ouderdomspensioen

Leeftijd

Volledig kapitaalgedekt PP1

 

PP

65

3,028

66

3,011

67

3,013

68

2,997

69

2,973

70

2,942

71

2,905

72

2,859

73

2,806

74

2,745

75

2,675

X Noot
1

Opgebouwd vanaf 1-1-2018, uitruilbaar, TPP (tijdelijk partnerpensioen ter compensatie loonheffing) n.v.t., PP bevat wezenpensioen

Afkoopfactoren nabestaandenpensioen bij ingang ouderdomspensioen

Leeftijd

Kapitaalgedekt PP65+1

Volledig kapitaalgedekt PP2

 

PP

TPP

PP

TPP

65

3,028

0,037

2,151

0,031

66

3,012

0,025

2,155

0,022

67

3,014

0,016

2,155

0,013

68

2,997

0,007

2,149

0,006

69

2,973

0,001

2,139

0,001

70

2,943

0,000

2,123

0,000

71

2,905

0,000

2,102

0,000

72

2,860

0,000

2,075

0,000

73

2,806

0,000

2,042

0,000

74

2,745

0,000

2,003

0,000

75

2,675

0,000

1,957

0,000

X Noot
1

Opgebouwd tussen 1-7-1999 en 1-1-2018, uitruilbaar, TPP bevat wezenpensioen

X Noot
2

Opgebouwd vóór 1-7-1999, niet uitruilbaar, TPP bevat wezenpensioen

De huidige tekst onder ‘Voorbeeld van de toepassing van de tabel:’ wordt vervangen door de volgende tekst:

‘Voorbeeld van de toepassing van de tabel:

  • Stel uw AOW-leeftijd is 67 jaar.

  • U gaat met pensioen op uw AOW-leeftijd.

  • U heeft bij ons een jaarlijks ouderdomspensioen vanaf uw 68e van € 300 per jaar. Als u overlijdt is het partnerpensioen 70% x 300 = € 210 per jaar.

  • We toetsen uw ouderdomspensioen dat u zou krijgen vanaf de AOW-leeftijd. We moeten uw ouderdomspensioen dus vervroegen van 68 naar 67 jaar. Deze bedraagt dan € 300 x 0,939 (2022) = € 281,70.

  • Zowel het ouderdomspensioen als het partnerpensioen zijn lager dan de afkoopgrens.

  • In 2022 geldt op 67 jaar voor uw ouderdomspensioen een afkoopfactor van 16,603. De afkoopfactor van het partnerpensioen is dan 3,013.

  • U ontvangt van ons (€ 281,70 x 16,603) + (€ 210 x 3,013) = € 4.677,07 + € 632,73 = € 5.309,80.

  • Op dit bruto bedrag wordt o.a. loonheffing nog ingehouden, dus wat u op uw bankrekening ontvangt is lager.

  • U ontvangt géén maandelijkse pensioenen meer van ons.’

De vierde tabel in paragraaf 5 wordt vervangen door de volgende tabel:

Afkoopfactoren Partnerpensioen en Partnerpensioen voor ex-partner bij overlijden

Leeftijd

PP

TPP

16

36,403

31,433

17

36,172

31,112

18

35,936

30,784

19

35,694

30,449

20

35,448

30,107

21

35,195

29,758

22

34,936

29,401

23

34,671

29,037

24

34,400

28,653

25

34,122

28,228

26

33,837

27,804

27

33,545

27,405

28

33,246

26,973

29

32,940

26,508

30

32,627

26,056

31

32,306

25,619

32

31,978

25,133

33

31,641

24,625

34

31,298

24,144

35

30,946

23,665

36

30,586

23,121

37

30,218

22,566

38

29,841

22,054

39

29,456

21,517

40

29,063

20,921

41

28,661

20,329

42

28,251

19,739

43

27,833

19,104

44

27,406

18,488

45

26,971

17,842

46

26,528

17,165

47

26,077

16,526

48

25,618

15,894

49

25,153

15,174

50

24,680

14,440

51

24,200

13,747

52

23,715

12,980

53

23,225

12,219

54

22,731

11,463

55

22,233

10,649

56

21,732

9,862

57

21,226

9,105

58

20,717

8,260

59

20,205

7,373

60

19,688

6,538

61

19,168

5,604

62

18,643

4,646

63

18,114

3,768

64

17,578

2,853

65

17,038

1,795

66

16,492

0,603

67

15,941

0,000

68

15,384

0,000

69

14,823

0,000

70

14,258

0,000

71

13,690

0,000

72

13,119

0,000

73

12,546

0,000

74

11,973

0,000

75

11,403

0,000

76

10,836

0,000

77

10,274

0,000

78

9,719

0,000

79

9,175

0,000

80

8,642

0,000

81

8,124

0,000

82

7,623

0,000

83

7,139

0,000

84

6,673

0,000

85

6,228

0,000

86

5,803

0,000

87

5,399

0,000

88

5,015

0,000

89

4,647

0,000

90

4,296

0,000

91

3,961

0,000

92

3,644

0,000

93

3,350

0,000

94

3,082

0,000

95

2,837

0,000

96

2,615

0,000

97

2,415

0,000

98

2,237

0,000

99

2,080

0,000

100

1,944

0,000

101

1,829

0,000

102

1,732

0,000

103

1,645

0,000

104

1,569

0,000

105

1,503

0,000

106

1,445

0,000

107

1,394

0,000

108

1,350

0,000

109

1,311

0,000

110

1,278

0,000

111

1,249

0,000

112

1,223

0,000

113

1,201

0,000

114

1,181

0,000

115

1,163

0,000

116

1,143

0,000

117

1,116

0,000

118

1,067

0,000

119

0,959

0,000

120

0,883

0,000

De vijfde tabel in paragraaf 5 wordt vervangen door de volgende tabel:

  • 2. Afkoop klein wezenpensioen

    Leeftijd

    Wezenpensioen

    0

    19,283

    1

    18,696

    2

    18,096

    3

    17,483

    4

    16,857

    5

    16,217

    6

    15,562

    7

    14,894

    8

    14,210

    9

    13,512

    10

    12,798

    11

    12,069

    12

    11,323

    13

    10,562

    14

    9,783

    15

    8,987

    16

    8,174

    17

    7,343

    18

    6,493

    19

    5,625

    20

    4,738

    21

    3,831

    22

    2,904

    23

    1,957

    24

    0,989

    25

    0,000

In paragraaf 5 naast tabel ‘2. Afkoop klein wezenpensioen’ wordt de tekst onder de kop ‘Vaststelling contante waarde afkoop kleine pensioenen:’ vervangen door de volgende tekst:

‘De afkoopwaarde van kleine pensioenen berekenen we door de opgebouwde pensioenaanspraken te vermenigvuldigen met deze factoren. We kopen kleine pensioenen af bij pensioneren of overlijden. Voor tussenliggende leeftijden berekenen we de factoren naar verhouding. Is uw kind bijvoorbeeld precies 9,5 jaar? Dan berekenen we de factor als volgt: 13,512 + 12,798 = 26,310. Omdat uw kind precies 9,5 jaar is delen we de factor door 2. De afkoopfactor wordt dan 13,155.

Is uw kind bijvoorbeeld 9 jaar en drie maanden? Dan wordt de afkoopfactor in dit voorbeeld:

13,512 – 12,798 = 0,714.

3/12 van 0,714 = 0,179.

De afkoopfactor wordt dan 13,512 – 0,179 = 13,333.’

In paragraaf 5 onder tabel ‘2. Afkoop klein wezenpensioen’ wordt de tekst ‘Omdat het nabestaandenpensioen onder de afkoopgrens van € 503,24 (2021) ligt, kopen wij het als volgt af:

  • Partnerpensioen: € 280 x 27,407 = € 7.673,96

  • Wezenpensioen: 14% x € 400 x 11,187 = € 626,47’

vervangen door de volgende tekst:

‘Omdat het nabestaandenpensioen onder de afkoopgrens van € 520,35 (2022) ligt, kopen wij het als volgt af:

  • Partnerpensioen: € 280 x 27,833 = € 7.793,24

  • Wezenpensioen: 14% x € 400 x 11,323 = € 634,09’

Bijlage 1 paragraaf 6 Berekening ABP ExtraPensioen

Onder de kop ‘Ik ga uit dienst bij mijn werkgever’ wordt de zin ‘Dan berekenen we de factor als volgt: 10,782 + 11,013 = 21,795.’ vervangen door de volgende zin: ‘Dan berekenen we de factor als volgt: 11,551 + 11,773 = 23,324.’

Onder de kop ‘Ik ga uit dienst bij mijn werkgever’ wordt de zin ’De omzettingsfactor wordt dan 10,898.’ vervangen door de volgende zin: ‘De omzettingsfactor wordt dan 11,662.’

Onder de kop ‘Ik ga uit dienst bij mijn werkgever’ wordt de tekst ‘Als u uit dienst gaat wordt € 100.000 op dat moment omgezet in ouderdoms- en partnerpensioen

  • uw ouderdomspensioen wordt dan € 100.000/11,733 x (2021) = € 8.522,97 per jaar.

  • het partnerpensioen wordt dan 70% van € 8.522,97 = € 5.966,08 per jaar.

  • het wezenpensioen wordt dan 14% van € 8.522,97 = € 1.193,22 per jaar (per halve wees).’

vervangen door de volgende tekst:

‘Als u uit dienst gaat wordt € 100.000 op dat moment omgezet in ouderdoms- en partnerpensioen

  • uw ouderdomspensioen wordt dan € 100.000/12,470 x (2022) = € 8.019,25 per jaar.

  • het partnerpensioen wordt dan 70% van € 8.019,25 = € 5.613,47 per jaar.

  • het wezenpensioen wordt dan 14% van € 8.019,25 = € 1.122,69 per jaar (per halve wees).’

De tabellen in paragraaf 6 worden vervangen door de volgende tabellen:

Omrekeningsfactoren (2022) die we gebruiken bij het omzetten van opgebouwde waarde in ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen

Leeftijd

Middelloonregeling burgers (AKP)

15

6,905

16

7,047

17

7,186

18

7,334

19

7,482

20

7,632

21

7,784

22

7,943

23

8,103

24

8,264

25

8,434

26

8,605

27

8,778

28

8,956

29

9,136

30

9,317

31

9,501

32

9,690

33

9,886

34

10,080

35

10,276

36

10,482

37

10,688

38

10,897

39

11,112

40

11,330

41

11,551

42

11,773

43

12,003

44

12,234

45

12,470

46

12,711

47

12,954

48

13,202

49

13,456

50

13,714

51

13,977

52

14,247

53

14,519

54

14,794

55

15,081

56

15,372

57

15,667

58

15,968

59

16,278

60

16,601

61

16,927

62

17,272

63

17,625

64

17,982

65

18,358

66

18,735

67

19,131

68

19,534

69

18,883

70

18,222

71

17,556

72

16,989

73

16,416

74

15,829

75

15,227

Omrekeningsfactor (2022) die we gebruiken bij het omzetten van opgebouwde waarde in nabestaandenpensioen

Leeftijd

Middelloonregeling burgers (AKP)

n.v.t.

21,642

Onder de kop ‘U bent in dienst en u spaart bij met het ABP ExtraPensioen en u overlijdt’ wordt de factor ‘21,810’ vervangen door de factor ’21,642’.

Onder ‘Voorbeeld:’ wordt de zin ‘Het partnerpensioen is: € 54.000/21,810 = € 2.475,93 per jaar, zolang uw partner leeft.’ vervangen door de volgende zin: ‘Het partnerpensioen is: € 54.000/21,642 = € 2.495,15 per jaar, zolang uw partner leeft.’

Onder ‘Voorbeeld:’ wordt de zin ‘Per halve wees bedraagt het wezenpensioen: 14/70 x € 2.475,93 = € 495,19.’ vervangen door de volgende zin: ‘Per halve wees bedraagt het wezenpensioen: 14/70 x € 2.495,15 = € 499,03.’

Bijlage 1 paragraaf 7 Berekening Nettopensioen

De ‘Bijlage Nettopensioen Lifecycleverloop en beheerkosten’ wordt vervangen door:

Bijlage Nettopensioen Lifecycleverloop en beheerkosten

Horizon

Aandelen Ontwikkelde Markten

Aandelen Opkomende Markten

Vastgoed

Grondstoffen

Bedrijfsobligaties

Staatsobligaties

Indexleningen

Staatsobligaties Lange Looptijden

Netto beheertarief1 (jaarbasis)

0

24,00%

8,00%

6,00%

2,00%

10,00%

50,00%

0,00%

0,00%

0.075%

1

27,00%

9,00%

6,75%

2,25%

10,00%

40,50%

2,25%

2,25%

0.079%

2

29,40%

9,80%

7,35%

2,45%

10,00%

32,80%

4,10%

4,10%

0.082%

3

31,80%

10,60%

7,95%

2,65%

10,00%

25,90%

5,55%

5,55%

0.086%

4

34,20%

11,40%

8,55%

2,85%

10,00%

19,80%

6,60%

6,60%

0.089%

5

36,00%

12,00%

9,00%

3,00%

10,00%

15,00%

7,50%

7,50%

0.091%

6

37,80%

12,60%

9,45%

3,15%

10,00%

10,80%

8,10%

8,10%

0.094%

7

39,60%

13,20%

9,90%

3,30%

10,00%

7,20%

8,40%

8,40%

0.096%

8

40,80%

13,60%

10,20%

3,40%

10,00%

4,40%

8,80%

8,80%

0.098%

9

42,00%

14,00%

10,50%

3,50%

10,00%

2,00%

9,00%

9,00%

0.099%

10

43,20%

14,40%

10,80%

3,60%

10,00%

0,00%

9,00%

9,00%

0.101%

11

44,40%

14,80%

11,10%

3,70%

10,00%

0,00%

8,00%

8,00%

0.102%

12

45,60%

15,20%

11,40%

3,80%

10,00%

0,00%

7,00%

7,00%

0.104%

13

46,20%

15,40%

11,55%

3,85%

10,00%

0,00%

6,50%

6,50%

0.105%

14

46,80%

15,60%

11,70%

3,90%

10,00%

0,00%

6,00%

6,00%

0.106%

15

48,00%

16,00%

12,00%

4,00%

10,00%

0,00%

5,00%

5,00%

0.107%

16

48,60%

16,20%

12,15%

4,05%

10,00%

0,00%

4,50%

4,50%

0.108%

17

49,20%

16,40%

12,30%

4,10%

10,00%

0,00%

4,00%

4,00%

0.109%

18

49,80%

16,60%

12,45%

4,15%

10,00%

0,00%

3,50%

3,50%

0.110%

19

49,80%

16,60%

12,45%

4,15%

10,00%

0,00%

3,50%

3,50%

0.110%

20

50,40%

16,80%

12,60%

4,20%

10,00%

0,00%

3,00%

3,00%

0.110%

21

51,00%

17,00%

12,75%

4,25%

10,00%

0,00%

2,50%

2,50%

0.111%

22

51,00%

17,00%

12,75%

4,25%

10,00%

0,00%

2,50%

2,50%

0.111%

23

51,60%

17,20%

12,90%

4,30%

10,00%

0,00%

2,00%

2,00%

0.112%

24

51,60%

17,20%

12,90%

4,30%

10,00%

0,00%

2,00%

2,00%

0.112%

25

52,20%

17,40%

13,05%

4,35%

10,00%

0,00%

1,50%

1,50%

0.113%

26

52,20%

17,40%

13,05%

4,35%

10,00%

0,00%

1,50%

1,50%

0.113%

27

52,80%

17,60%

13,20%

4,40%

10,00%

0,00%

1,00%

1,00%

0.114%

28

52,80%

17,60%

13,20%

4,40%

10,00%

0,00%

1,00%

1,00%

0.114%

29

52,80%

17,60%

13,20%

4,40%

10,00%

0,00%

1,00%

1,00%

0.114%

30

52,80%

17,60%

13,20%

4,40%

10,00%

0,00%

1,00%

1,00%

0.114%

31

53,40%

17,80%

13,35%

4,45%

10,00%

0,00%

0,50%

0,50%

0.114%

32

53,40%

17,80%

13,35%

4,45%

10,00%

0,00%

0,50%

0,50%

0.114%

33

53,40%

17,80%

13,35%

4,45%

10,00%

0,00%

0,50%

0,50%

0.114%

34

53,40%

17,80%

13,35%

4,45%

10,00%

0,00%

0,50%

0,50%

0.114%

35

53,40%

17,80%

13,35%

4,45%

10,00%

0,00%

0,50%

0,50%

0.114%

>35

54,00%

18,00%

13,50%

4,50%

10,00%

0,00%

0,00%

0,00%

0.115%

X Noot
1

Omdat de asset allocatie afhankelijk is van de horizon (zie bovenstaand schema) verschillen de kosten van vermogensbeheer per leeftijdscategorie. Het tarief wordt uitgedrukt in basispunten en wordt berekend over het verworven pensioenkapitaal. ABP ontvangt een korting op de (bruto) beheertarieven welke mede afhankelijk is van de ontwikkeling van het belegd vermogen. De korting over een maand wordt na afloop van die maand vastgesteld. Op de beheerkosten voor de belegging van het netto pensioenkapitaal wordt dezelfde korting toegepast. In bovenstaand schema is het verwacht kortingspercentage voor 2022 verwerkt, dat berekend is op basis van een in 2021 verondersteld belegd vermogen van gemiddeld € 510,7 miljard. Bij de daadwerkelijke aftrek van de netto beheertarieven op uw pensioenkapitaal in een maand houden we rekening met het kortingspercentage over die maand.

De ‘Bijlage Nettopensioen factoren voor omzetting en ruilfactoren’ wordt vervangen door:

Bijlage Nettopensioen factoren voor omzetting en ruilfactoren

Aanwendfactoren omzetting verworven kapitaal bij einde deelneming en pensionering (peil 1 januari 2022).

Leeftijd

Factor

Leeftijd

Factor

Leeftijd

Factor

Leeftijd

Factor

21

19,120

36

22,040

51

24,145

66

25,120

22

19,325

37

22,211

52

24,221

67

25,360

23

19,532

38

22,402

53

24,295

68

25,701

24

19,728

39

22,583

54

24,368

69

26,055

25

19,921

40

22,746

55

24,432

70

26,420

26

20,118

41

22,903

56

24,505

71

26,802

27

20,324

42

23,059

57

24,587

72

27,210

28

20,524

43

23,205

58

24,647

   

29

20,711

44

23,349

59

24,698

   

30

20,905

45

23,485

60

24,775

   

31

21,105

46

23,606

61

24,821

   

32

21,292

47

23,734

62

24,874

   

33

21,480

48

23,862

63

24,954

   

34

21,670

49

23,957

64

25,020

   

35

21,862

50

24,046

65

25,053

   
Aanwendfactoren omzetting verworven kapitaal bij overlijden (peil 1 januari 2022).

Leeftijd

Aanwending

21

63,189

22

62,566

23

61,933

24

61,291

25

60,641

26

59,993

27

59,633

28

59,740

29

59,826

30

59,697

31

59,539

32

59,310

33

59,094

34

58,904

35

58,545

36

58,128

37

57,790

38

57,268

39

56,656

40

55,967

41

55,056

42

54,227

43

53,325

44

52,189

45

51,024

46

49,796

47

48,477

48

47,117

49

45,898

50

44,689

51

43,298

52

41,878

53

40,642

54

39,422

55

38,200

56

37,010

57

35,826

58

34,760

59

33,694

60

32,644

61

31,597

62

30,556

63

29,523

64

28,502

65

27,496

66

26,510

67

25,532

68

24,558

69

23,595

70

22,644

71

21,698

72

20,759

73

19,828

74

18,902

75

17,980

76

17,067

77

16,170

78

15,291

79

14,437

80

13,591

81

12,754

82

11,947

83

11,163

84

10,406

85

9,677

86

8,979

87

8,312

88

7,678

89

7,079

90

6,517

91

5,992

92

5,503

93

5,051

94

4,636

95

4,252

96

3,900

97

3,579

98

3,288

99

3,025

100

2,789

Ruilfactoren ouderdomspensioen naar partnerpensioen en andersom.

Uitruil

Factor

Toelichting

Van PP2018 naar OP68

0,208

Uitruil van 1 euro PP2018 leidt tot een verhoging van het OP op 68 jaar met 0,208 euro

Van OP68 naar PP2018

0,302

Uitruil van 1 euro PP2018 leidt tot een verlaging van het OP op 68 jaar met 0,302 euro

De ‘Bijlage Nettopensioen risicopremie nabestaandenpensioen’ wordt vervangen door:

Bijlage Nettopensioen risicopremie nabestaandenpensioen

De risicopremie voor het risico gedekt nabestaandenpensioen.

Om de premie voor het risico gedekt nabestaandenpensioen vast te stellen gaan we uit van de factor bij de leeftijd van de deelnemer in de kolom sterftekans. Deze vermenigvuldigen we met het risicokapitaal. Het risicokapitaal is het verschil tussen de factor bij leeftijd partner in kolom aanwending maal fiscaal maximaal partnerpensioen en het al gespaarde kapitaal.

Leeftijd

Sterftekans

Aanwending

21

0,0001

63,189

22

0,0001

62,566

23

0,0001

61,933

24

0,0001

61,291

25

0,0001

60,641

26

0,0001

59,993

27

0,0001

59,633

28

0,0001

59,740

29

0,0001

59,826

30

0,0002

59,697

31

0,0002

59,539

32

0,0002

59,310

33

0,0002

59,094

34

0,0002

58,904

35

0,0002

58,545

36

0,0002

58,128

37

0,0002

57,790

38

0,0002

57,268

39

0,0003

56,656

40

0,0003

55,967

41

0,0003

55,056

42

0,0004

54,227

43

0,0004

53,325

44

0,0004

52,189

45

0,0005

51,024

46

0,0005

49,796

47

0,0006

48,477

48

0,0007

47,117

49

0,0007

45,898

50

0,0008

44,689

51

0,0009

43,298

52

0,0010

41,878

53

0,0011

40,642

54

0,0013

39,422

55

0,0014

38,200

56

0,0016

37,010

57

0,0018

35,826

58

0,0021

34,760

59

0,0023

33,694

60

0,0026

32,644

61

0,0029

31,597

62

0,0033

30,556

63

0,0037

29,523

64

0,0042

28,502

65

0,0047

27,496

66

0,0053

26,510

67

0,0060

25,532

68

0,0067

24,558

69

0,0076

23,595

70

0,0086

22,644

71

0,0098

21,698

72

0,0112

20,759

73

n.v.t.

19,828

74

n.v.t.

18,902

75

n.v.t.

17,980

76

n.v.t.

17,067

77

n.v.t.

16,170

78

n.v.t.

15,291

79

n.v.t.

14,437

80

n.v.t.

13,591

81

n.v.t.

12,754

82

n.v.t.

11,947

83

n.v.t.

11,163

84

n.v.t.

10,406

85

n.v.t.

9,677

86

n.v.t.

8,979

87

n.v.t.

8,312

88

n.v.t.

7,678

89

n.v.t.

7,079

90

n.v.t.

6,517

91

n.v.t.

5,992

92

n.v.t.

5,503

93

n.v.t.

5,051

94

n.v.t.

4,636

95

n.v.t.

4,252

96

n.v.t.

3,900

97

n.v.t.

3,579

98

n.v.t.

3,288

99

n.v.t.

3,025

100

n.v.t.

2,789

De ‘Bijlage nettopensioen risicopremie arbeidsongeschiktheid’ wordt vervangen door:

Bijlage nettopensioen risicopremie arbeidsongeschiktheid

De risicopremie voor premievrije voortzetting bij arbeidsongeschiktheid

De risicopremie voor premievrije voortzetting van de deelneming bij arbeidsongeschiktheid in de zin van de WIA. De risicopremie is gelijk aan onderstaand percentage vermenigvuldigd met ofwel de premie volgens de premiestaffel (bij opbouw- of totaalpakket) ofwel de risicopremie voor nabestaandenpensioen (bij alleen risicopakket).

Leeftijdsklasse

Opslag

15 t/m 19

0,0%

20 t/m 24

0,1%

25 t/m 29

0,2%

30 t/m 34

0,4%

35 t/m 39

0,6%

40 t/m 44

0,6%

45 t/m 49

0,6%

50 t/m 54

0,5%

55 t/m 59

0,5%

60 t/m 64

0,3%

65 t/m 67

0,1%

BIJLAGE 2 BEGRIPPENLIJST

In de begripsbepaling ‘Dagloon’ wordt ‘(juli 2021: € 225,57)’ gewijzigd in: ‘(januari 2022: € 228,76)’.

Aan de begrippenlijst wordt de definitie van ‘Toelagen’ toegevoegd: ‘Elk bedrag (vast of variabel in hoogte of duur) van uw werkgever als aanvulling op uw salaris.’

BIJLAGE 3 BEDRAGEN EN PERCENTAGES

De huidige tabel in bijlage 3 wordt vervangen door de volgende tabel:

 

Omschrijving

Datum

01-01-2022

7.4

Maxima

Aftoppingsgrens pensioengevend inkomen

€ 114.866

7.1.2

Franchise

Franchise premiegrondslag OP/NP

€ 14.850

7.5

Premie

Premie OP/NP

25,9%

   

Premie inkoop voorwaardelijk pensioen

3,0%

7.5

Premie

Franchise premiegrondslag AAOP

€ 22.350

7.5

Premie

Premie AAOP voor de sector:

 
   

a. Rijk;

0,6%

   

b. Defensie;

0,9%

   

c. Politie;

1,2%

   

d. Rechterlijke Macht;

0,6%

   

e. Gemeenten;

0,8%

   

f. Provincies;

0,6%

   

g. Waterschappen;

0,6%

   

h. Primair Onderwijs;

0,8%

   

i. Voortgezet Onderwijs;

0,9%

   

j. Middelbaar Beroepsonderwijs;

0,9%

   

k. Hoger Beroepsonderwijs;

0,5%

   

l. Wetenschappelijk Onderwijs;

0,5%

   

m. Academische Ziekenhuizen;

0,6%

   

n. Onderzoekinstellingen;

0,5%

   

o. Energie- en Nutsbedrijven / Waterbedrijven;

0,8%

   

p. Overig.

0,9%

7.1.2

De franchise

Franchise opbouw OP

€ 14.850

(bij opbouwpercentage 1,875%; inkomen hoger dan € 44.177,59)

     

€ 11.850

(bij opbouwpercentage 1,701%; inkomen tot en met € 44.177,59)

5.3

U wilt meer ouderdomspensioen

Ruilvoet omzetten PP2018 naar OP op 68 jaar

0,208

Uitruil van 1 euro PP2018 leidt tot verhoging van het OP op 68 jaar met 0,208 euro

14.1

ABP ExtraPensioen

Vast rendement

Kosten

0,0% per maand

0,04% per maand (afgerond)

BIJLAGE 4 OVERGANGSBEPALINGEN

Aan het begin van Bijlage 4 Overgangsbepalingen wordt een inhoudsopgave van de overgangsbepalingen toegevoegd in de vorm van een tabel bestaande uit twee kolommen, waarin in de eerste kolom het nummer en in de tweede kolom de titel van de overgangsbepalingen wordt opgenomen.

Overgangsbepaling C4

De kop en de tekst onder Overgangsbepaling C4 worden vervangen door de volgende zin: ‘Vervallen per 1 januari 2022’

Overgangsbepaling D2

De kop en de tekst onder Overgangsbepaling D2 worden vervangen door de volgende zin: ‘Vervallen per 1 januari 2022’

Overgangsbepaling E5

De kop en de tekst onder Overgangsbepaling E5 worden vervangen door de volgende zin: ‘Vervallen per 1 januari 2022’

Overgangsbepaling G2

Partnerpensioen over pensioenopbouw voor 1 januari 2018 bij overlijden voor 65 jaar

In de zin ‘U heeft pensioenaanspraken opgebouwd voor 1 juli 1999 en uw partnerrelatie is ontstaan voor het eindigen van uw arbeidsrelatie’ wordt achter ’pensioenaanspraken’ het woord ‘volledig’ toegevoegd en wordt ‘1 juli 1999’ vervangen door ‘1 januari 1996’.

Achter de zin ‘U heeft pensioenaanspraken volledig opgebouwd voor 1 januari 1996 en uw partnerrelatie is ontstaan voor het eindigen van uw arbeidsrelatie’ wordt ‘.’ vervangen door ‘; of’. Tevens wordt er een derde opsommingsteken toegevoegd met de volgende zin: ‘U heeft pensioenaanspraken opgebouwd in de periode 1 januari 1996 tot 1 juli 1999.’

De tekst ‘Let op: Krijgt u een partnerpensioen? En is dat partnerpensioen voor 1 januari 2018 ingegaan? Dan heeft het aangaan van een nieuwe partnerrelatie of het ontstaan van een gezamenlijke huishouding gevolgen voor de hoogte van uw partnerpensioen. Wij stellen uw partnerpensioen in dat geval opnieuw vast. We houden dan voor de hoogte van het partnerpensioen geen rekening meer met doortelling tot de AOW-leeftijd van uw overleden partner. En dit blijft ook zo als de nieuwe partnerrelatie of de gezamenlijke huishouding weer wordt beëindigd.’ wordt vervangen door de volgende tekst:

‘Let op: Krijgt u een partnerpensioen dat is ingegaan voor 1 januari 2018? En bent u voor 1 januari 2018 een nieuwe partnerrelatie aangegaan of is er een gezamenlijk huishouden ontstaan? Dit heeft gevolgen voor de hoogte van uw partnerpensioen. Wij stellen uw partnerpensioen in dat geval opnieuw vast. We houden dan voor de hoogte van het partnerpensioen geen rekening meer met doortelling tot de AOW-leeftijd van uw overleden partner. En dit blijft ook zo als de nieuwe partnerrelatie of de gezamenlijke huishouding weer wordt beëindigd. Gaat u op of na 1 januari 2018 een nieuwe partnerrelatie aan of ontstaat een gezamenlijke huishouding? Dan stellen wij uw partnerpensioen niet opnieuw vast.’

BIJLAGE 5 BEDRAGEN EN PERCENTAGES OVERGANGSBEPALINGEN

De tabellen met bedragen en percentages behorende bij de overgangsbepalingen worden vervangen door de volgende tabellen:

Hoofdstuk

Omschrijving

Datum

01-01-2022

overgangsbepaling I3 bij hoofdstuk 7.1

Ruilvoet omzetten aanspraken flexibel pensioen

0,157

Uitruil van 1 euro FP leidt tot een verhoging van het OP vanaf 65 jarige leeftijd met 0,157 euro en een meeverzekerd PP2018 ter grootte van 70% van de verhoging van het OP op 65 jaar

 

Franchise opbouw OP

 

overgangsbepaling A2 bij paragraaf 7.1.3

a. deelnemer geboren na 31 december 1963

€ 17.900

 

b. deelnemer geboren na 31 december 1953

€ 19.900

 

c. deelnemer geboren vóór 1 januari 1954

€ 21.300

overgangsbepaling A2 bij hoofdstuk 7.1

Ruilvoet omzetten FPU-componenten

0,157

Uitruil van 1 euro FP leidt tot een verhoging van het OP vanaf 65 jarige leeftijd met 0,157 euro en een meeverzekerd PP2018 ter grootte van 70% van de verhoging van het OP op 65 jaar

hoofdstuk 5.3

Ruilvoet omzetten PP65+ naar OP op 65 jaar

0,169

Uitruil van 1 euro PP65+ leidt tot een verhoging van het OP op 65 jaar met 0,169 euro

 

Ruilvoet omzetten PP65+ naar OP op 67 jaar

0,190

Uitruil van 1 euro PP65+ leidt tot een verhoging van het OP op 67 jaar met 0,190 euro

 

Ruilvoet omzetten PP65+ naar OP op 68 jaar

0,202

Uitruil van 1 euro PP65+ leidt tot een verhoging van het OP op 68 jaar met 0,202 euro

 

Ruilvoet omzetten PP2018 naar OP op 65 jaar

0,174

Uitruil van 1 euro PP2018 leidt tot verhoging van het OP op 65 jaar met 0,174 euro

 

Ruilvoet omzetten PP2018 naar OP op 67 jaar

0,196

Uitruil van 1 euro PP2018 leidt tot verhoging van het OP op 67 jaar met 0,196 euro

 

Ruilvoet omzetten PP2018 naar OP op 68 jaar

0,208

Uitruil van 1 euro PP2018 leidt tot verhoging van het OP op 68 jaar met 0,208 euro

hoofdstuk 5.3

Ruilvoet omzetten OP op 65 jaar naar PP65+

0,248

Uitruil van 1 euro PP65+ leidt tot een verlaging van het OP op 65 jaar met 0,248 euro

Ruilvoet omzetten OP op 65 jaar naar PP2018

0,252

Uitruil van 1 euro PP2018 leidt tot een verlaging van het OP op 65 jaar met 0,252 euro

Ruilvoet omzetten OP op 67 jaar naar PP65+

0,279

Uitruil van 1 euro PP65+ leidt tot een verlaging van het OP op 67 jaar met 0,279 euro

Ruilvoet omzetten OP op 67 jaar naar PP2018

0,284

Uitruil van 1 euro PP2018 leidt tot een verlaging van het OP op 67 jaar met 0,284 euro

Ruilvoet omzetten OP op 68 jaar naar PP65+

0,297

Uitruil van 1 euro PP65+ leidt tot een verlaging van het OP op 68 jaar met 0,297 euro

Ruilvoet omzetten OP op 68 jaar naar PP2018

0,302

Uitruil van 1 euro PP2018 leidt tot een verlaging van het OP op 68 jaar met 0,302 euro

Overgangsbepaling G2 bij hoofdstuk 7.2

Verhoging partnerpensioen bij lage grondslag

 

Overgangsbepaling H3 en overgangsbepaling H4 bij hoofdstuk 7.2 en hoofdstuk 14.3

2015:

a. grensbedrag I

b. grensbedrag II

2016:

a. grensbedrag I

b. grensbedrag II

2017:

a. grensbedrag I

b. grensbedrag II

€ 29.418,72

€ 31.560,33

€ 29.892,36

€ 32.068,45

€ 29.949,16

€ 32.129,38

 

Maximum compensatie premiebetaling AOW/Anw over nabestaandenpensioen

 

Overgangsbepaling G3 bij hoofdstuk 3.9, 4.6, 6.4 en 7.2

 

€ 7.152,56

     

Overgangsbepaling F2 bij hoofdstuk 7.2

 

€ 7.152,56

Overgangsbepaling H3 bij hoofdstuk 7.2

In combinatie met hoofdstuk 14.3

Ruilvoet omzetten PPP65+ naar OP op 65 jaar

0,169

Uitruil van 1 euro PPP65+ leidt tot een verhoging van het OP op 65 jaar met 0,169 euro

 

Ruilvoet omzetten PPP65+ naar OP op 67 jaar

0,190

Uitruil van 1 euro PPP65+ leidt tot een verhoging van het OP op 67 jaar met 0,190 euro

 

Ruilvoet omzetten PPP65+ naar OP op 68 jaar

0,202

Uitruil van 1 euro PPP65+ leidt tot een verhoging van het OP op 68 jaar met 0,202 euro

Overgangsbepaling I3 bij hoofdstuk 3.10

Ruilvoet omzetten aanspraken flexibel pensioen

0,157

Uitruil van 1 euro FP leidt tot een verhoging van het OP vanaf 65 jarige leeftijd met 0,157 euro en een meeverzekerd PP2018 ter grootte van 70% van de verhoging van het OP op 65 jaar

overgangsbepaling A4 bij hoofdstuk 7.1 en paragraaf 7.1.3 (Politie)

Ruilvoet omzetten PPP65+ naar OP op 65 jaar

0,169

Uitruil van 1 euro PPP65+ leidt tot een verhoging van het OP op 65 jaar met 0,169 euro

 

Ruilvoet omzetten PPP65+ naar OP op 67 jaar

0,190

Uitruil van 1 euro PPP65+ leidt tot een verhoging van het OP op 67 jaar met 0,190 euro

 

Ruilvoet omzetten PPP65+ naar OP op 68 jaar

0,202

Uitruil van 1 euro PPP65+ leidt tot een verhoging van het OP op 68 jaar met 0,202 euro

Uitruilfactoren van OP naar kapitaalgedekt PP65- (overgangsbepaling G1 en H2)

Werking tabel: aanspraken OP worden verminderd met in te kopen aanspraken PP65- maal factor genoemd in tabel.

Leeftijd

van OP65

van OP67

van OP68

naar PP65-

naar PP65-

naar PP65-

15

0,0498

0,0549

0,0581

16

0,0502

0,0555

0,0586

17

0,0506

0,0561

0,0591

18

0,0511

0,0566

0,0596

19

0,0514

0,0570

0,0601

20

0,0517

0,0573

0,0604

21

0,0520

0,0576

0,0608

22

0,0522

0,0579

0,0611

23

0,0525

0,0581

0,0613

24

0,0527

0,0584

0,0616

25

0,0529

0,0586

0,0619

26

0,0531

0,0588

0,0621

27

0,0533

0,0591

0,0624

28

0,0535

0,0593

0,0626

29

0,0537

0,0596

0,0629

30

0,0538

0,0597

0,0631

31

0,0540

0,0599

0,0633

32

0,0541

0,0601

0,0635

33

0,0542

0,0602

0,0636

34

0,0543

0,0604

0,0638

35

0,0544

0,0605

0,0639

36

0,0544

0,0605

0,0640

37

0,0544

0,0605

0,0640

38

0,0544

0,0605

0,0640

39

0,0543

0,0604

0,0639

40

0,0541

0,0603

0,0637

41

0,0539

0,0600

0,0635

42

0,0536

0,0597

0,0632

43

0,0532

0,0593

0,0627

44

0,0527

0,0588

0,0622

45

0,0521

0,0581

0,0615

46

0,0514

0,0573

0,0607

47

0,0506

0,0564

0,0598

48

0,0496

0,0554

0,0587

49

0,0485

0,0542

0,0574

50

0,0473

0,0528

0,0560

51

0,0459

0,0513

0,0544

52

0,0444

0,0496

0,0526

53

0,0426

0,0477

0,0505

54

0,0407

0,0455

0,0483

55

0,0385

0,0431

0,0457

56

0,0361

0,0404

0,0429

57

0,0335

0,0375

0,0398

58

0,0305

0,0342

0,0363

59

0,0273

0,0306

0,0325

60

0,0237

0,0266

0,0283

61

0,0198

0,0222

0,0236

62

0,0155

0,0174

0,0185

63

0,0108

0,0121

0,0129

64

0,0056

0,0063

0,0067

Naar boven