Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Infrastructuur en WaterstaatStaatscourant 2021, 5040Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 1 februari 2021, nr. IENW/BSK-2021/7114, tot wijziging van de Regeling erkende instanties vervoer gevaarlijke stoffen, de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen, de Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen en de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen in verband met het wijzigen van de systematiek van het aanwijzen van erkende instanties en enkele andere wijzigingen

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op artikel 10a van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en artikel 2 van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen;

BESLUIT:

ARTIKEL I

De Regeling erkende instanties vervoer gevaarlijke stoffen wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 komt te luiden:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

erkenning:

erkenning als bedoeld in artikel 10a van de Wet;

erkende instantie:

onderneming die beschikt over een geldige erkenning;

IBC’s:

Intermediate Bulk Containers;

IMSBC-Code:

de bij resolutie MSC.268(85) van de Maritieme Veiligheidscommissie van de Internationale Maritieme Organisatie van de Verenigde Naties aangenomen Internationale Maritieme Code voor het vervoer van vaste lading in bulk (International Maritime Solid Bulk Cargoes Code);

onderneming:

onderneming als bedoeld in artikel 5 van de Handelsregisterwet, met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid;

VBG:

Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen;

VLG:

Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen;

VSG:

Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen;

wet:

Wet vervoer gevaarlijke stoffen.

B

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid komt te luiden:

2. Deze regeling is van toepassing op de volgende handelingen:

  • a. de goedkeuring van het prototype, het onderzoek en de beproeving alsmede het afgeven van certificaten en kenmerken, voor drukhouders, verpakkingen, grote verpakkingen, IBC’s of tanks, alsmede handelingen ten behoeve daarvan, bedoeld in bijlage 1 bij de VLG of bijlage 1 bij de VSG;

  • b. het toezicht houden op de juiste werking van kwaliteitssystemen en kwaliteitsborgingsystemen voor het ontwerp, de constructie, uitrusting, productie, ombouw, reconditionering, reparatie en beproeving van drukhouders, verpakkingen, bulkcontainers of tanks, bedoeld in bijlage 1 bij de VLG of bijlage 1 bij de VSG;

  • c. het beoordelen van de kwaliteit van gerecycleerde kunststoffen in relatie tot de fabricage van nieuwe verpakkingen, zoals beschreven in de definitie ‘gerecycleerde kunststof’, bedoeld in bijlage 1 bij de VLG of bijlage 1 bij de VSG;

  • d. de conformiteitbeoordeling van drukhouders, bedoeld in bijlage 1 bij de VLG of bijlage 1 bij de VSG, het bijhouden van een actuele lijst van de onderzoeksinstanties en hun identiteitskenmerken alsmede van de toegelaten fabrikanten en hun identiteitskenmerken;

  • e. het beoordelen van de geschiktheid voor het gebruik voor specifieke stoffen van drukhouders, verpakkingen, grote verpakkingen, IBC’s of tanks en het stellen van speciale voorwaarden daaraan, bedoeld in bijlage 1 bij de VLG of bijlage 1 bij de VSG;

  • f. het toelaten van verruiming van de toegestane gebruiksduur of maximale beproevingsinterval voor drukhouders en verpakkingen, bedoeld in bijlage 1 bij de VLG of bijlage 1 bij de VSG;

  • g. het erkennen van alternatieve methoden voor het aantonen van chemische bestendigheid van kunststof verpakkingen, bedoeld in bijlage 1 bij de VLG of bijlage 1 bij de VSG;

  • h. het vaststellen van vervoersvoorwaarden voor drukhouders voor gebruik als brandstofreservoirs voor hete-luchtvervoermiddelen, bedoeld in bijlage 1 bij de VLG;

  • i. het optreden als deskundige voor het schoonmaken van ladingtanks van binnenvaartschepen, bedoeld in bijlage 1 bij de VBG;

  • j. het afgeven van een gasvrij-verklaring voor ladingtanks van binnenvaartschepen, bedoeld in bijlage 1 bij de VBG;

  • k. het classificeren van gevaarlijke vaste lading in bulk en afgeven van ladingcertificaten, bedoeld in de IMSBC-Code.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

3. Voor zover de uitvoering van de in het tweede lid genoemde handelingen betrekking heeft op drukhouders en tanks als bedoeld in de Regeling vervoerbare drukapparatuur 2011, is de uitvoering van deze handelingen voorbehouden aan de op grond van die regeling aangemelde instanties.

C

In artikel 3, onderdeel a, wordt ‘kwaliteitsborgingsysteem’ vervangen door ‘kwaliteitssysteem’.

D

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. De erkenning heeft alleen betrekking op de handelingen die worden vermeld in de beschikking waarmee de erkenning wordt verleend en die een nadere uitvoering zijn van de voorschriften van bijlage 1 bij de VLG, bijlage 1 bij de VSG, bijlage 1 bij de VBG of de IMSBC-Code.

E

In artikel 6 wordt ‘Inspectie Verkeer en Waterstaat’ vervangen door ‘Inspectie Leefomgeving en Transport’.

F

Artikel 9 komt te luiden:

Artikel 9

De erkende instantie beschikt over een geschikt kwaliteitssysteem, waarin de organisatorische, personele en procedurele kwaliteitsborging is beschreven en handelt ernaar.

G

In artikel 10, tweede lid, wordt ‘kwaliteitsborgingsysteem’ vervangen door ‘kwaliteitssysteem’.

H

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

‘Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen’ wordt vervangen door ‘VBG’, ‘Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen’ wordt vervangen door ‘VLG’ en ‘Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen’ wordt vervangen door ‘VSG’.

I

Artikel 12 komt te luiden:

Artikel 12

De erkende instantie beschikt over een aansprakelijkheidsverzekering die de risico’s dekt die gepaard gaan met de uitgevoerde handelingen.

J

In artikel 15 wordt ‘jaarlijks’ vervangen door ‘jaarlijks voor 1 april’.

K

Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt ‘artikel 2, tweede lid, onder a’ vervangen door ‘artikel 2, tweede lid’.

2. In onderdeel d wordt ’10 en 14’ vervangen door ’10, 13 en 14’.

L

In paragraaf 2 wordt na artikel 18 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 18a

De erkende instantie houdt toezicht op de juiste werking van de kwaliteitssystemen van de bij haar aangesloten onderaannemers, producenten en bedrijfslaboratoria.

M

De bijlage vervalt.

ARTIKEL II

Tabel 1, behorende bij artikel 1 van bijlage 4, bij de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen komt te luiden:

Tabel 1

Randnummer

Instanties

1.2.1 Monstername

ILT

1.2.1 Opleiding

CBR

1.2.1 Onderzoeksinstantie

ILT

1.2.1 Openingsdruk

ILT

1.3.3 Documentatie

ILT

1.5.3.1; 1.5.3.2; 1.6.7.2.2

ILT

1.7.4

Autoriteit

1.8.1.1; 1.8.1.2

ILT

1.8.1.3

Ligplaats: havenmeester/HID-RWS

Maatregelen en ophouden: ILT

1.8.2

ILT

1.8.1.4.3; 1.8.3.3; 1.8.3.5

ILT

1.8.3.7; 1.8.3.8; 1.8.3.10; 1.8.3.12; 1.8.3.14; 1.8.3.16

CBR

1.8.5.1; 1.8.5.3; 1.8.5.4

ILT

1.10.1.6

CBR

1.10.2.4, eerste volzin

ILT

1.10.3.2.2, Opmerking

politie

1.15.2.1; 1.15.4.3

ILT

1.16.1.2.3

ILT

1.16.1.2.4

ILT

1.16.1.2.5

ILT

1.16.1.3

ILT

1.16.1.4.3

ILT

1.16.2

ILT

1.16.3

ILT

1.16.5

ILT

1.16.6

ILT

1.16.10

ILT

1.16.11

ILT

1.16.12.1

ILT

1.16.13

ILT

1.16.14

ILT

1.16.15

ILT

2.2.1.1, voor zover het betreft de autoriteit in het Handboek beproevingen en criteria

TNO

2.2.1.1.3

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

2.2.1.1.7.2

TNO

2.2.1.1.8.1; 2.2.1.1.8.2; 2.2.1.1.9.1

TNO

2.2.1.3, Opmerking bij UN-nummer 0190

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

2.2.2.1.5

ILT

2.2.41.1, voor zover het betreft de autoriteit genoemd in het Handboek beproevingen en criteria; 2.2.41.13

TNO

2.2.51.1 en 2.2.52.1, beide voor zover het betreft de autoriteit genoemd in het Handboek beproevingen en criteria

TNO

2.2.51.2.2

TNO

2.2.52.1.8

TNO

2.2.62.1.9, Opmerking; 2.2.62.1.12

EZ of VWS

2.2.9.1.7

ILT

3.1.2.6

ILT

3.2.3.1, kolom 20, Extra eisen of Aantekeningen 12 o) en 12 p)

ILT

3.2.3.1, kolom 20, Extra eisen of Aantekeningen 28 b)

In havens: havenmeester

Buiten havens: HID-RWS

3.3.1, bijzondere bepaling 16 en 178

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

3.3.1, bijzondere bepaling 181 en 237

TNO

3.3.1, bijzondere bepaling 239

ILT

3.3.1, bijzondere bepaling 266, 271, 272 en 278

TNO

3.3.1, bijzondere bepaling 283

ILT

3.3.1, bijzondere bepaling 288, 307, 309 en 311

TNO

3.3.1, bijzondere bepaling 356, 363 en 376

ILT

3.3.1, bijzondere bepaling 364

TNO

3.3.1, bijzondere bepaling 636, Opmerking

ILT

3.3.1, bijzondere bepaling 645

TNO

3.3.1, bijzondere bepaling 662, 666 en 670

ILT

5.1.5

Autoriteit

5.2.2.1.9; 5.4.1.2.1

TNO

5.4.1.1.1 h)

ILT

6.4

Autoriteit

7.1.3.51.8; 7.1.4.7

In havens: havenmeester

Buiten havens: HID-RWS

7.1.4.77

ILT

7.1.4.8

In havens: havenmeester

Buiten havens: HID-RWS

7.1.4.9

ILT

7.1.4.16

ILT

7.1.5.1

ILT

7.1.5.4.2

In havens: havenmeester

Buiten havens: HID-RWS

7.1.5.4.3; 7.1.5.4.4; 7.1.5.5; 7.1.6.14 voor HA03

In havens: havenmeester

Buiten havens: HID-RWS

7.2.3.7.1.1; 7.2.3.7.1.2; 7.2.3.7.1.3

In havens: havenmeester

Buiten havens: HID-RWS

7.2.3.7.2.1

In havens: havenmeester

Buiten havens: HID-RWS

7.2.3.7.2.2

ILT

7.2.4.2.4

In havens: havenmeester

Buiten havens: HID-RWS

7.2.4.7.1

In havens: havenmeester

Buiten havens: HID-RWS

7.2.4.77

ILT

7.2.4.9

ILT

7.2.4.4; 7.2.5.4.2; 7.2.5.4.3; 7.2.5.4.4; 7.2.5.1

In havens: havenmeester

Buiten havens: HID-RWS

8.1.2.2; 8.1.2.3; 8.1.2.6; 8.1.2.7; 8.1.6.1; 8.1.6.2; 8.1.7

ILT

8.2.1.2; 8.2.1.3; 8.2.1.4; 8.2.1.5; 8.2.1.6; 8.2.1.7; 8.2.1.8

CBR

8.2.1.9; 8.2.1.10

ILT

8.2.2.6.1; 8.2.2.6.4; 8.2.2.6.5; 8.2.2.6.7; 8.2.2.7; 8.2.2.8

CBR

8.3.5

ILT

8.6.3; 8.6.4

ILT

9.1.0.1; 9.1.0.40.2.7; 9.2.0.94.4

ILT

9.3.1.1; 9.3.1.8.4; 9.3.1.23.1; 9.3.1.40.2.7

ILT

9.3.2.1; 9.3.2.8.4; 9.3.2.23.5; 9.3.2.40.2.7

ILT

9.3.3.1; 9.3.3.8.4; 9.3.3.23.5; 9.3.3.40.2.7

ILT

9.3.4.1.4; 9.3.4.1.5

ILT

ARTIKEL III

Tabel 1, behorende bij artikel 1 van bijlage 3, bij de Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen komt te luiden:

Tabel 1

Randnummer

Instanties

1.1.3.1 d)

brandweer of politie

1.3.3, eerste volzin

ILT

1.4.2.2.4

ILT

1.7.4

Autoriteit

1.8.1.1; 1.8.1.2; 1.8.1.3; 1.8.1.4

ILT

1.8.2.2; 1.8.2.3

ILT

1.8.3.3; 1.8.3.5

ILT

1.8.3.7; 1.8.3.8; 1.8.3.10; 1.8.3.12; 1.8.3.14, 1.8.3.16

CBR

1.8.5.1; 1.8.5.3; 1.8.5.4

ILT

1.10.2.4, eerste volzin

ILT

1.10.3.2.2, Opmerking

politie

2.2.1.1, voor zover het betreft de autoriteit, genoemd in het Handboek beproevingen en criteria

TNO

2.2.1.1.3

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

2.2.1.1.7.2

TNO

2.2.1.1.8.1; 2.2.1.1.8.2; 2.2.1.1.9.1

TNO

2.2.1.3, Opmerking bij UN-nummer 0190

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

2.2.2.1.5

ILT

2.2.41.1, voor zover het betreft de autoriteit, genoemd in Het Handboek beproevingen en criteria,

2.2.41.1.13

TNO

2.2.51.1 en 2.2.52.1, beide voor zover het betreft de autoriteit, genoemd in het Handboek beproevingen en criteria

TNO

2.2.51.2.2

TNO

2.2.52.1.8

TNO

2.2.62.1.9, Opmerking; 2.2.62.1.12

EZ of VWS

2.2.9.1.7

ILT

3.1.2.6

ILT

3.3.1, bijzondere bepalingen 16 en 178

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

3.3.1, bijzondere bepalingen 181, 237, 266, 271, 272 en 278

TNO

3.3.1, bijzondere bepaling 239, 283 en 356

ILT

3.3.1, bijzondere bepalingen 288, 307, 309, 311 en 364

TNO

3.3.1, bijzondere bepaling 376 en 636, Opmerking

ILT

3.3.1, bijzondere bepaling 645

TNO

3.3.1, bijzondere bepaling 666 en 670

ILT

4.1.3.6.6; 4.1.3.8.1

ILT

4.1.4.1, P099

ILT

4.1.4.1, P101

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

4.1.4.1, P405 (2) b)

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

4.1.4.1, P620, P650

EZ of VWS

4.1.4.1, P910

ILT

4.1.4.2, IBC520, IBC02, B16

TNO

4.1.5.15; 4.1.5.18

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

4.1.7.2.2

TNO

4.1.8.7

EZ of VWS

4.1.10.4, MP21

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

4.2.1.13.1; 4.2.1.13.3

TNO

4.2.3.6.4

ILT

4.2.5.2.6, T23; 4.2.5.3, TP9

TNO

4.3.2.1.7; 4.3.2.3.7

ILT

4.3.5, TU39

TNO

5.1.5

Autoriteit

5.2.2.1.9

TNO

5.4.1.1.1 h)

ILT

5.4.1.2.1

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

6.1.1.2

ILT

6.2.1.6.1, eerste zin; 6.2.1.7.2; 6.2.2.5.2.4; 6.2.2.5.2.6; 6.2.2.6.2.3; 6.2.2.6.2.4; 6.2.2.6.3.2; 6.2.2.6.3.3; 6.2.2.6.4.1; 6.2.2.6.4.3; 6.2.2.6.4.5; 6.2.2.6.4.; 6.2.2.6.4.7; 6.2.5

ILT

6.2.6.3.2; 6.2.6.3.3

ILT

6.3.2.1

ILT

6.4

Autoriteit

6.5.1.1.2

ILT

6.6.1.3

ILT

6.7.1.2; 6.7.1.3; 6.7.2.19.6; 6.7.3.15.6 b)

ILT

6.8.2.7, 6.8.3.7

ILT

6.8.4, TA2

TNO

6.11.2.4

ILT

6.11.5.4.2

ILT

7.3.2.6.2 d)

ILT

7.7

ILT

ARTIKEL IV

De Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen wordt als volgt gewijzigd:

A

Bijlage 2, hoofdstuk II, artikel 3, wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt onder verlettering van de onderdelen k tot en met o tot l tot en met p een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • k. de Victory Boogie Woogietunnel gelegen in de Rotterdamsebaan te Den Haag;.

2. In het tweede lid wordt onder verlettering van onderdeel j tot k een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • j. de Spaarndammertunnel gelegen in de S102 te Amsterdam;.

B

Tabel 1, behorende bij artikel 1 van bijlage 3, komt te luiden:

Tabel 1

Randnummer

Instanties

1.1.3.1 d)

brandweer of politie

1.3.3 , eerste volzin

ILT

1.4.2.2.4

ILT

1.6.3.44

RDW

1.7.4

Autoriteit

1.8.1.1; 1.8.1.2; 1.8.1.3; 1.8.1.4; 1.8.2.2; 1.8.2.3; 1.8.3.3; 1.8.3.5

ILT

1.8.3.7; 1.8.3.8; 1.8.3.10; 1.8.3.12; 1.8.3.14; 1.8.3.16

CBR

1.8.5.1; 1.8.5.3; 1.8.5.4

ILT

1.10.1.6

CBR

1.10.2.4, eerste volzin

ILT

1.10.3.2.2, Opmerking

Politie

2.2.1.1, voor zover het betreft de autoriteit, genoemd in het Handboek beproevingen en criteria

TNO

2.2.1.1.3

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

2.2.1.1.7.2

TNO

2.2.1.1.8.1; 2.2.1.1.8.2; 2.2.1.1.9.1

TNO

2.2.1.3, Opmerking bij UN-nummer 0190

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

2.2.2.1.5

ILT

2.2.41.1, voor zover het betreft de autoriteit, genoemd in het Handboek beproevingen en criteria,

2.2.41.1.13

TNO

2.2.51.1. en 2.2.52.1 beide voor zover het betreft de autoriteit, genoemd in het Handboek beproevingen en criteria

TNO

2.2.51.2.2

TNO

2.2.52.1.8

TNO

2.2.62.1.9, Opmerking; 2.2.62.1.12

EZ of VWS

2.2.9.1.7

ILT

3.1.2.6

ILT

3.3.1, bijzondere bepalingen 16 en 178

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

3.3.1, bijzondere bepalingen 181 en 237

TNO

3.3.1, bijzondere bepaling 239

ILT

3.3.1, bijzondere bepalingen 266, 271, 272 en 278

TNO

3.3.1, bijzondere bepaling 283

ILT

3.3.1, bijzondere bepalingen 288; 307; 309 en 311

TNO

3.3.1, bijzondere bepaling 356

ILT

3.3.1, bijzondere bepaling 364

TNO

3.3.1, bijzondere bepaling 376

ILT

3.3.1, bijzondere bepaling 636, Opmerking

ILT

3.3.1, bijzondere bepaling 645

TNO

3.3.1, bijzondere bepaling 666 en 670

ILT

4.1.3.6.6; 4.1.3.8.1

ILT

4.1.4.1, P099

ILT

4.1.4.1, P101

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

4.1.4.1, P405 (2) b)

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

4.1.4.1, P620; P650

EZ of VWS

4.1.4.1, P910

ILT

4.1.4.2, IBC520, IBC02, B16

TNO

4.1.5.15; 4.1.5.18

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

4.1.7.2.2

TNO

4.1.8.7

EZ of VWS

4.1.10.4, MP21

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

4.2.1.7

RDW

4.2.1.13.1; 4.2.1.13.3

TNO

4.2.3.6.4

ILT

4.2.5.2.6, T23, 4.2.5.3, TP9

TNO

4.2.5.3, TP10

RDW

4.3.2.1.7; 4.3.2.3.7

ILT

4.3.5, TU39, TU41

TNO

5.1.5

Autoriteit

5.2.2.1.9

TNO

5.4.1.1.1 h)

ILT

5.4.1.2.1

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

6.1.1.2

ILT

6.2.1.6.1, eerste zin, 6.2.1.7.2; 6.2.2.5.2.4; 6.2.2.5.2.6; 6.2.2.6.2.3; 6.2.2.6.2.4; 6.2.2.6.3.2; 6.2.2.6.3.3; 6.2.2.6.4.1; 6.2.2.6.4.3; 6.2.2.6.4.5; 6.2.2.6.4.6; 6.2.2.6.4.7; 6.2.5

ILT

6.2.6.3.2; 6.2.6.3.3

ILT

6.3.2.1

ILT

6.4

Autoriteit

6.5.1.1.2

ILT

6.6.1.3

ILT

6.7.1.2; 6.7.1.3; 6.7.2.19.6; 6.7.3.15.6 b)

ILT

6.7.3.15.9; 6.7.3.15.10; 6.7.4.2.1; 6.7.4.2.8.1; 6.7.4.2.8.2; 6.7.4.2.14; 6.7.4.3.3.1; 6.7.4.5.10; 6.7.4.6.4; 6.7.4.7.4; 6.7.4.13.1; 6.7.4.14.3; 6.7.4.14.10

RDW

6.7.4.14.6 b)

ILT

6.7.4.14.11

RDW

6.7.5.2.9; 6.7.5.4.1; 6.7.5.4.3; 6.7.5.11.1

RDW

6.7.5.12.3; 6.7.5.12.7

RDW

6.8.2.1.4; 6.8.2.1.16; 6.8.2.1.19; 6.8.2.1.20; 6.8.2.1.23; 6.8.2.2.2; 6.8.2.2.10

RDW

6.8.2.3.1; 6.8.2.3.3; 6.8.2.4.1 voetnoot; 6.8.2.3.4; 6.8.2.4.2 voetnoot; 6.8.2.4.5

RDW

6.8.2.7; 6.8.3.7

ILT

6.8.4 TA2

TNO

6.8.4 TT11

RDW

6.9.2.14.5; 6.9.4.2.4; 6.9.4.4.1

RDW

6.11.2.4

ILT

6.11.4.4

RDW

6.11.5.4.2

ILT

6.12.3.1.2; 6.12.3.1.3; 6.12.3.2.2

RDW

7.3.2.6.2 d)

ILT

7.3.3.1, VC3

RDW

7.5.2.2 voetnoot a)

RDW

7.5.11 CV1

Burgemeester

8.1.4.4

V&J

8.2.1.1; 8.2.1.2; 8.2.1.3; 8.2.1.5; 8.2.2.4.2; 8.2.2.6.1; 8.2.2.6.4; 8.2.2.6.5; 8.2.2.6.7; 8.2.2.7.1.3; 8.2.2.7.1.5; 8.2.2.7.1.8; 8.2.2.8.2; 8.2.2.8.4

CBR

8.5 S1 (4)

Burgemeester

9.1.2, 9.1.3

RDW

ARTIKEL V

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S. van Veldhoven-Van der Meer

TOELICHTING

Algemeen

Achtergrond en doelstelling

Deze regeling strekt tot enkele wijzigingen van de Regeling erkende instanties vervoer gevaarlijke stoffen (de regeling), de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen (VBG), de Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen (VSG) en de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen (VLG).

De belangrijkste wijzigingen betreffen in de eerste plaats een andere systematiek in de regeling van het aanwijzen van de handelingen met gevaarlijke stoffen waarvoor een onderneming als erkende instantie kan worden aangewezen. De internationale verdragen inzake het vervoer van gevaarlijke stoffen over de binnenwateren (ADN), per spoor (RID) en over de weg (ADN), worden tweejaarlijks gewijzigd. Doordat in artikel 2 van de regeling nu in het algemeen wordt verwezen naar handelingen waarvoor een erkenning kan worden aangevraagd en niet langer wordt verwezen naar de betreffende randnummers uit het ADN, het RID en het ADR, hoeft de regeling niet langer tweejaarlijks te worden aangepast. De internationale verdragen laten de nieuwe systematiek toe. Voor de ondernemers die om een erkenning vragen heeft de nieuwe systematiek het voordeel dat in de aanvraag niet de betreffende randnummers genoemd hoeven te worden, maar verwezen kan worden naar de betreffende handelingen uit de regeling. Hieronder vallen ook alle handelingen die hier onlosmakelijk mee verbonden zijn. Voor een goedkeuring van een prototype van een verpakking, drukhouder of tank gelden bijvoorbeeld ook bepaalde voorschriften waar in het ADR, het RID of het ADN niet uitdrukkelijk wordt verwezen naar de ‘bevoegde autoriteit’. Deze voorschriften vormen als geheel wel onderdeel van de uiteindelijke goedkeuring van een dergelijke verpakking, drukhouder of tank en de handelingen die hiermee verbonden zijn vallen daarmee automatisch onder de erkenning van de instantie.

In de tweede plaats zijn de lijsten in de VBG, de VSG en de VLG waarin de bevoegde autoriteiten zijn aangewezen voor het verrichten van bepaalde handelingen met gevaarlijke stoffen geactualiseerd. In de loop der jaren zijn in deze lijsten de nodige onvolkomenheden geslopen. Met de onderhavige wijzigingsregeling is dit gecorrigeerd.

In de laatste plaats zijn enkele voorschriften die gelden voor de erkende instanties aangepast en zijn de Victory Boogie Woogietunnel te Den Haag en de Spaarndammertunnel te Amsterdam in de VLG toegevoegd aan de lijst met tunnels waarvoor beperkingen van het vervoer van gevaarlijke stoffen gelden.

Administratieve lasten en bedrijfseffecten

Het aantal aanvragen om een erkenning voor handelingen met gevaarlijke stoffen is beperkt. Hierbij moet gedacht worden aan gemiddeld één aanvraag per jaar.

De nieuwe systematiek maakt het voor het bedrijfsleven gemakkelijker om een aanvraag om een erkenning te doen, omdat in de aanvraag niet langer een uitsplitsing naar specifieke randnummers hoeft te worden gedaan, maar volstaan kan worden met een algemene duiding van de handeling of handelingen waarvoor een erkenning wordt aangevraagd. Dit levert een geringe vermindering in administratieve lasten op. De overige wijzigingen in de regeling brengen geen substantiële veranderingen in administratieve lasten en bedrijfseffecten teweeg.

Uitvoering en handhaving

De onderhavige regeling brengt geen wezenlijke verschuiving van bestuurslasten met zich mee voor de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT).

Inspraak en consultatie

De onderhavige regeling is, behoudens artikel IV, onderdeel a, aangeboden voor internetconsultatie. Er zijn reacties ingediend door Lloyd's Register Nederland B.V., T&C PI BVI (het Belgisch Verpakkingsinstituut) en een particulier. De ingediende reacties worden als volgt samengevat:

Lloyd's Register Nederland B.V.
  • Artikel 2, tweede lid, onderdeel b, van de regeling beperkt zich tot het goedkeuren van kwaliteitsborgingsystemen en kwaliteitssystemen. Er wordt niet gesproken over periodiek onderzoek en beproeving als omschreven in ADR-secties 6.2.3.5 en 1.8.7. De vraag is waar dit wordt geadresseerd.

  • In de toelichting op het toevoegen van artikel 13 aan de verwijzingen in artikel 17 is sprake van een ‘opdrachtgever’. Hier zou ‘erkende instantie’ moeten staan.

  • De onderlinge relatie en verantwoordelijkheden van de erkende instantie, de gedelegeerde onderaannemer en de klant/eigenaar van de drukhouders is niet duidelijk. De vraag is of dit artikel de opdrachtspecificatie betreft van onderaannemer aan de erkende instantie of van de eigenaar van de verpakking naar de onderaannemer.

Belgisch verpakkingsinstituut
  • Een kwaliteitsborgingsprogramma (richtlijnen voor industrie) kan geen onderdeel uitmaken van een kwaliteitsmanagementsysteem eigen aan een erkende instantie.

  • In het kwaliteitsmanagementsysteem van een erkende instantie moeten werkprocedures en checklijsten aanwezig zijn om te gebruiken bij de handeling van artikel 2b teneinde dit op een kwalitatieve wijze uit te voeren. Een product wordt goedgekeurd, kwaliteitssystemen worden beoordeeld.

  • Het beoordelen van recyclageprocessen voor het gebruik van gerecycleerde kunststoffen zoals beschreven in de definitie ‘gerecycleerde kunststof’, is een handeling waarvan het logischer is dat deze wordt toebedeeld aan erkende instanties.

 In het kader van het bovenstaande worden door het Belgisch Verpakkingsinstituut tevens voorstellen gedaan voor diverse inhoudelijke aanpassingen van de Regeling.

Particuliere reactie:
  • Het is een goede zaak dat voor de Regeling erkende instanties vervoer gevaarlijke stoffen een wijziging tot stand gaat komen. Ook is het belangrijk dat buitenlandse transportbedrijven aan deze nieuwe regels gehouden worden en dat daarop ook wordt gehandhaafd. Dit ter vermijding van concurrentievervalsing in de bedrijfstak.

Naar aanleiding van de ingediende reacties wordt als volgt gereageerd.

Naar aanleiding van de reactie van Lloyd’s Register Nederland B.V.:

Het periodiek onderzoek en beproeving als omschreven in de randnummers 6.2.3.5 en 1.8.7 van het ADR vallen onder artikel 2, onderdeel a. van de regeling. De toelichting is naar aanleiding van de reactie verduidelijkt.

Artikel 17 van de regeling omvat de informatie die de onderaannemer aan de klant (in dit geval aan de opdrachtgever) beschikbaar stelt waarin wordt aangegeven welke handelingen worden uitgevoerd, welke methode hierbij wordt gehanteerd en aan welke eisen wordt getoetst. De vermelding van ‘opdrachtgever’ in artikel 17, onderdeel b, van de regeling is in die zin dus juist.

Wanneer er sprake is van onderaanneming, omvat artikel 17 van de regeling de diverse verantwoordelijkheden van de erkende instantie en van de onderaannemer, alsmede de relatie van beiden versus de opdrachtgever (in dit geval de eigenaar van de drukhouder). Door middel van het toevoegen van artikel 13 aan artikel 17, onderdeel d, gelden de eisen van artikel 13 (het aan de opdrachtgever beschikbaar stellen van een document etc.) ook voor de onderaannemer. Onderdeel f van de toelichting bevat ten aanzien van dit punt een nadere toelichting.

Naar aanleiding van de reactie van het Belgisch Verpakkingsinstituut:

In grote lijnen kan worden ingestemd met de algemene opmerkingen ten aanzien van een kwaliteitsborgingsprogramma en een kwaliteitsmanagementsysteem en met de voorgestelde wijzigingen. Echter, opgemerkt wordt dat enige nuance moet worden aangebracht in de voorziene werking van artikel 2, tweede lid, onderdeel b, van de regeling. Het ADR kent in hoofdstuk 1.2 slechts de volgende definitie met betrekking tot kwaliteitsborging: “een systematische controle- en inspectieprogramma, dat door iedere betrokken organisatie of instantie toegepast wordt met het doel te garanderen dat de in het ADR voorgeschreven veiligheidsvoorschriften in de praktijk in acht worden genomen”. De specifieke termen die door het Belgisch Verpakkingsinstituut worden gebruikt, zoals ‘kwaliteitsborgingsprogramma’ en kwaliteitsmanagementsysteem’, zijn noch gedefinieerd in het ADR noch in de regeling zelf. In de artikelsgewijze toelichting is de werking van het artikel 2, tweede lid, onderdeel b, nader toegelicht.

Naar aanleiding van het vorenstaande en de door het Belgisch Verpakkingsinstituut ingebrachte voorstellen voor correcties van tabellen en wijzigingen in de teksten, zijn de artikelen 2, tweede lid, onder b, 3a en 9 aangepast. Tevens is de handeling over het beoordelen van recyclageprocessen voor het gebruik van gerecycleerde kunststoffen in artikel 2, tweede lid, onderdeel c van de regeling toegevoegd en zijn de secties 6.1.4.8.8 en 6.14.13.7 in de tabellen dienovereenkomstig geschrapt.

Naar aanleiding van de particuliere reactie

De ILT zal toezien op de handhaving van de gewijzigde regels.

ILT en ATR

De onderhavige regeling is door de ILT in het kader van de HUF-toets beoordeeld als uitvoerbaar, handhaafbaar en fraudebestendig.

De ATR heeft besloten de regeling niet te selecteren voor een formeel advies. Dit gelet op de analyse dat er naar verwachting geen omvangrijke regeldrukeffecten aan de orde zijn als gevolg van de regeling.

Inwerkingtreding

De onderhavige regeling treedt op de dag na publicatie in de Staatscourant in werking. Daarmee wordt afgeweken van de vaste verandermomenten. In dit geval is dat gerechtvaardigd, omdat met de wijzigingen ongewenste private nadelen, zoals bijvoorbeeld het niet langer hoeven opnemen van de randnummers in de aanvraag, voorkomen worden (aanwijzing 4.17, vijfde lid, onderdeel a, van de Aanwijzingen voor de regelgeving).

Artikelsgewijs

Artikel I (wijzigingen Regeling erkende instanties vervoer gevaarlijke stoffen)

Onderdeel A

In verband met de nieuwe systematiek voor het aanwijzen van erkende instanties in artikel 2 van de regeling zijn de definitiebepalingen in artikel 1 aangepast en in de alfabetische volgorde opgenomen.

Onderdeel B

In het nieuwe tweede lid van artikel 2 van de regeling zijn de verschillende handelingen beschreven waarvoor een erkenning kan worden aangevraagd. In het algemeen deel van de toelichting is de achtergrond van deze nieuwe systematiek toegelicht. De handelingen waarvoor een erkenning kan worden aangevraagd komen voor het grootste deel overeen met de handelingen waarvoor ook onder de voorgaande systematiek een erkenning kon worden aangevraagd.

In het nieuwe tweede lid, onderdelen a, b, c, d, e en f, wordt niet expliciet verwezen naar bijlage 1 bij de VBG. De reden hiervoor is dat voor de eisen met betrekking tot productie en keuren van verpakkingen, drukhouders en tanks in de secties 1.1.4.1, 4.1.1, 4.1.2 en 6.1.1 van het ADN rechtstreeks wordt verwezen naar het ADR en RID.

Onder goedkeuring van het prototype, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt verstaan het gehele proces van de goedkeuring van het ontwerp, de constructie en de uitrusting dat leidt tot een type certificaat voor een specifieke verpakking, drukhouder of tank. Onder onderzoek en beproeving wordt verstaan: de initiële periodieke of buitengewone onderzoeken en beproevingen voor IBC’s, drukhouders, tanks en van verpakkingen.

In het tweede lid, onderdeel b, is het toezicht op kwaliteitssystemen en kwaliteitsborgingssystemen opgenomen als specifieke handeling die aan de markt kan worden overgelaten. Voorheen was deze handeling exclusief toebedeeld aan de ILT. Als zich geen erkende instantie aandient, dan is het betreffende toezicht opgedragen aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. Dit is geregeld in de VBG, de VSG en de VLG.

Op basis van het tweede lid, onderdeel d, kan een erkenning worden aangevraagd voor het uitvoeren van de conformiteitsbeoordeling van drukhouders die niet vallen onder de reikwijdte van de TPED-richtlijn (2010/35 EG). Drukhouders die wel onder de reikwijdte van deze richtlijn vallen zijn op basis van het nieuwe derde lid uitgesloten van erkenning op basis van de regeling. De reden hiervoor is dat op basis van artikel 12 van de Regeling vervoerbare drukapparatuur een aparte erkenning kan worden aangevraagd.

Onderdeel C

In artikel 3 is ‘kwaliteitsborgingsysteem’ vervangen door ‘kwaliteitssystemen’. Zie hiervoor ook de toelichting bij onderdeel F.

Onderdeel D

Het nieuwe tweede lid van artikel 4 zorgt voor een nadere specificatie ten aanzien van de handelingen waarvoor een onderneming erkend wordt.

Onderdeel E

In dit onderdeel is een verouderde verwijzing naar de Inspectie Verkeer en Waterstaat aangepast.

Onderdeel F

In artikel 9 is het begrip ‘kwaliteitsborgingsysteem’ vervangen door ‘kwaliteitssysteem’. Daarnaast is expliciet toegevoegd dat de erkende instantie ook daadwerkelijk moet handelen naar het kwaliteitssysteem.

Een kwaliteitssysteem bestaat in de praktijk tenminste uit interne procedures, voor het toezicht op onderaannemers en richtlijnen voor producenten en bedrijfslaboratoria. Doelstelling van dit systeem is ervoor te zorgen dat de kwaliteit van verpakkingen, tanks etc. wordt geborgd. Voldoende borging vindt alleen plaats wanneer de erkende instantie geregeld controleert of de bij haar aangesloten onderaannemers, producenten en bedrijfslaboratoria blijven voldoen aan de minimale eisen ten aanzien van deze systemen en aan de gestelde eisen in de regelgeving. Daartoe worden door de erkende instantie toezichtaudits uitgevoerd. Bij de aanvraag van de onderneming voor erkenning beoordeelt de ILT via een initiële audit het gehele kwaliteitssysteem van de onderneming en de werking ervan. Indien de onderneming voldoet aan de verdere eisen van de regeling, en dus ook het kwaliteitssysteem goed is bevonden, wordt de onderneming door de ILT erkend. Vervolgens houdt de ILT via periodieke audits toezicht of de erkende instantie nog voldoet aan de eisen van de regeling. Een toetsing op de werking van het kwaliteitssysteem, inclusief de onderliggende kwaliteitsborging, is onderdeel van het toezicht van de ILT.

Onderdeel G

Deze wijziging houdt verband met de wijziging in onderdeel F.

Onderdeel H

Dit onderdeel is wetstechnisch van aard en houdt verband met de toevoeging van de begrippen VBG, VLG en VSG aan de begrippen in artikel 1 van de regeling.

Onderdeel I

In het voorgaande artikel 12 van de regeling was een ondergrens van vijf miljoen euro opgenomen als dekking bij de verplichte aansprakelijkheidsverzekering. In de praktijk is gebleken dat deze grens onnodig belastend was voor de betrokken ondernemingen. In bepaalde gevallen volstaat een lagere dekking. Van belang is dat de aansprakelijkheidsverzekering een afdoende dekking biedt voor de risico’s die gepaard gaan met de handelingen waarvoor een erkenning wordt afgegeven. In het nieuwe artikel 12 is de relatie tussen risico’s die gepaard gaan met de handelingen en dekkingsbedrag van de aansprakelijkheidsverzekering nu expliciet vastgelegd.

Onderdeel J

In de praktijk was niet altijd duidelijk voor welke datum het in artikel 15 bedoelde verslag moest worden aangeboden aan de Minister. Omwille van de duidelijkheid is daarom de concrete datum van 1 april als uiterste datum voor het inleveren van het verslag in de regeling opgenomen. Het verslag kan worden verstuurd aan gsinfo@ILenT.nl

Onderdeel K

Een erkende instantie kan de uitvoering van handelingen uitbesteden aan een onderaannemer. In artikel 17 van de regeling zijn onder andere eisen gesteld waaraan de onderaannemer moet voldoen. Aan artikel 17, onderdeel d, van de regeling is artikel 13 toegevoegd. In artikel 13 is opgenomen dat de erkende instantie voorafgaand aan de uitvoering van de handelingen waarvoor een erkenning is verkregen een opdrachtgever een document ter beschikking stelt waarin per categorie objecten is vastgelegd welke van de handelingen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, worden uitgevoerd, de te hanteren methode en de eisen waaraan getoetst zal worden. De verplichting in artikel 13 geldt nu ook voor de onderaannemer, omdat de erkende instantie zelf geen klantcontacten heeft met de klanten van de onderaannemer.

Onderdeel L

Erkende instanties werken in de praktijk veelal met onderaannemers, bedrijfslaboratoria en producenten. In het kader van het toezicht op een erkende instantie controleert ILT in de praktijk of de erkende instantie toezicht houdt op de juiste werking van de kwaliteitssystemen van de genoemde partijen. Het nieuwe artikel 18a legt deze praktijk expliciet in de regeling vast.

Onderdeel M

Als gevolg van de gewijzigde systematiek van het aanwijzen van handelingen met gevaarlijke stoffen waarvoor een erkenning kan worden aangevraagd, is de bijlage bij de regeling vervallen.

Artikelen II tot en met IV (wijzigingen VBG, VSG en VLG)

Tabellen erkende instanties

In de VBG, de VSG en de VLG zijn tabellen opgenomen waarin de bevoegde autoriteiten zijn aangewezen voor het verrichten van bepaalde handelingen met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het betreffen handelingen die zijn beschreven in het ADN, het RID en het ADR. In de onderhavige wijzigingsregeling zijn deze tabellen als volgt geactualiseerd.

Tabel 1, behorende bij artikel 1 van bijlage 4, bij de VBG:

Randnummer 1.8.1.3 is in die zin gewijzigd, dat als er één of meerdere overtredingen tijdens het vervoer van gevaarlijke goederen op de binnenwateren wordt vastgesteld, de havenmeester of Rijkwaterstaat de bevoegde autoriteiten zijn voor de aanwijzing van een ligplaats van een schip en de ILT na geconstateerde overtredingen de bevoegde autoriteit is voor het nemen van de maatregelen en het doen ophouden van het schip.

Randnummer 1.8.2 is toegevoegd. Indien de bevindingen bij een controle op een buitenlands schip aanleiding geven tot het vermoeden dat ernstige of herhaalde overtredingen zijn begaan die tijdens deze controle niet vastgesteld konden worden door het ontbreken van de noodzakelijke gegevens, dan moeten de bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen elkaar assisteren om de situatie op te helderen. De ILT is hiervoor de bevoegde autoriteit.

De randnummers 1.16.1.2.3, 1.16.1.2.4 en 1.16.1.2.5 zijn toegevoegd. Daar waar in deze randnummers een verwijzing wordt gemaakt naar de bevoegde autoriteit ten aanzien van het Certificaat van Goedkeuring, is de ILT hiervoor aangewezen.

Randnummer 1.16.12.1 is toegevoegd met het oog op de inspectie van het schip die de ILT eventueel ingevolge dit voorschrift moet uitvoeren.

Bijzondere bepaling 363 van randnummer 3.3.1 is toegevoegd. Motoren en machines die op grond van deze bijzondere bepaling zijn vrijgesteld van de voorschriften van het ADN, moeten voldoen aan de door de bevoegde autoriteit gespecificeerde constructievoorschriften van het land van fabricage. De bevoegde autoriteit in deze is de ILT.

Tabel 1, behorende bij artikel 1 van bijlage 3 bij de VSG en de VLG:

De randnummers 4.1.1.15 en de voorschriften bij verpakkingsinstructie P200 zijn geschrapt. Het toelaten van verruiming van de toegestane gebruiksduur of maximale beproevingsinterval voor verpakkingen en drukhouders is een taak die voortvloeit uit de beoordeling van een deskundige die dergelijke verpakkingen en drukhouders beproeft en goedkeurt. In plaats van de ILT wordt deze taak overgelaten aan een erkende instantie die hiervoor ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel f. van de regeling een erkenning kan aanvragen. Als zich geen erkende instantie aandient, dan is deze taak opgedragen aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. Dit is geregeld in de VSG en de VLG.

De randnummers 6.1.1.4, 6.3.2.2, 6.5.4.1, 6.6.1.2, 6.9.1.1 (VLG) en 6.11.5.3.4 zijn geschrapt. Alle randnummers die betrekking hebben op de instemming van de bevoegde autoriteit van het kwaliteitsborgingsysteem van verpakkingen, tanks en bulkcontainers worden overgelaten aan erkende instanties. Zie de toelichting bij artikel 2, tweede lid, onderdeel b. van de regeling.

De randnummers 6.1.1.2, 6.3.2.1, 6.5.1.1.2, 6.6.1.3, 6.7.1.2 en 6.11.2.4 zijn toegevoegd. Alle nieuwe toelatingen van verpakkingen, bulkcontainers en tanks die betrekking hebben op wetenschappelijke en technische vooruitgang moeten aan de ILT worden voorgelegd, die hiervoor ook haar erkenning dan wel goedkeuring moet verlenen.

De randnummers 6.1.4.8.8 en 6.1.4.13.7 zijn geschrapt. Het beoordelen van recyclageprocessen voor het gebruik van gerecycleerde kunststoffen, zoals beschreven in de definitie van ‘gerecycleerde kunststoffen’, is een specifieke taak die aan de erkende instantie is toegewezen.

De randnummers 6.2.6.3.2 en 6.2.6.3.3 zijn toegevoegd. Van de voorgeschreven beproeving van het warmwaterbad van spuitbussen, gaspatronen en brandstofcelpatronen mag worden afgeweken door middel van alternatieve methoden die moeten worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteit. Met goedkeuring van de bevoegde autoriteit zijn spuitbussen en houders, klein, met gas niet onderworpen aan bepaalde voorschriften. Als bevoegde autoriteit hiervoor is de ILT aangewezen.

Categorisering Victory Boogie Woogietunnel en Spaarndammertunnel

In artikel IV, onder a en b, zijn de Victory Boogie Woogietunnel en Spaarndammertunnel toegevoegd aan de lijst met tunnels die in bijlage 2 van de VLG zijn opgenomen en waarvoor beperkingen van het vervoer van gevaarlijke stoffen gelden. Voor de Victory Boogie Woogietunnel is categorie C vastgesteld. Deze tunnel is hierdoor gesloten voor het vervoer van gevaarlijke stoffen die aanleiding kunnen geven tot een grote of zeer grote explosie of het vrijkomen van een grote hoeveelheid giftige stoffen. Hieronder valt bijvoorbeeld het bulktransport van LPG. In 2009 is besloten tot ontwikkeling van de tunnel met een categorie C indeling. Hieraan liggen verschillende overwegingen ten grondslag. De tunnel ligt binnen de bebouwde kom waarbinnen het vervoer van gevaarlijke stoffen zo veel als mogelijk vermeden dient te worden (artikel 19 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen). Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is daarnaast volgens gemeente Den Haag een alternatieve route beschikbaar voor het bestemmingsverkeer binnen de bebouwde kom via de Maanweg en de Supernovaweg. De categorisering van de Victory Boogie Woogietunnel zal volgens de gemeente Den Haag geen effect hebben op de transportstromen van het vervoer van gevaarlijke stoffen. De categorie indeling is door de gemeente Den Haag afgestemd met de Commissie Transport Gevaarlijke Goederen.

Voor de Spaarndammertunnel is categorie D vastgesteld. Hierdoor is de tunnel gesloten voor het vervoer van gevaarlijke stoffen die aanleiding kunnen geven tot een grote of zeer grote explosie, het vrijkomen van grote hoeveelheden giftige stoffen, of een grote brand. Hieronder valt het bulktransport van stoffen als diesel en benzine. De indeling tot categorie D is gebaseerd op toepassing van de Circulaire vervoer gevaarlijke stoffen door wegtunnels (Stcrt. 2013, 7028). Er zijn meerdere overwegingen die tot de indeling in categorie D hebben geleid. Het feit dat de tunnel geen onderdeel uitmaakt van een route voor gevaarlijke stoffen. De tunnel zelf en de aansluitende wegen vallen namelijk niet onder de routering die op basis van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen in Amsterdam is vastgesteld. Daarnaast is er de beschikbaarheid van een alternatieve route voor het bestemmingsverkeer binnen de bebouwde kom, in de vorm van de Haarlemmerweg. De categorisering van de Spaarndammertunnel zal volgens de gemeente Amsterdam geen significante wijziging opleveren voor de veiligheid van de route via de Haarlemmerweg. Ten slotte is het verkeerskundige ontwerp van de tunnel afgestemd op categorie D en wordt hiermee de eenheid met het omliggende tunnelnetwerk behouden. In overleg tussen de gemeente Amsterdam en de Commissie Transport Gevaarlijke Goederen heeft de laatstgenoemde positief geadviseerd over de indeling in categorie D.

Artikel V (inwerkingtreding)

De inwerkingtreding is in het algemeen deel van de toelichting toegelicht.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S. van Veldhoven-Van der Meer