Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 17 december 2021, nr. 2021-0000663746, tot wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 in verband met hernieuwbare energie bij ingrijpende renovatie

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op artikel 1.5, eerste lid, en 5.6, zevende lid, van het Bouwbesluit 2012;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling Bouwbesluit 2012 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 3.2 wordt ‘vierde lid’ vervangen door ‘vierde en vijfde lid’.

B

Na artikel 3.2 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3.2a

Ter beoordeling van de mogelijkheid tot uitzondering, bedoeld in artikel 5.6, zesde lid, van het besluit, kan gebruikgemaakt worden van de Leidraad eis hernieuwbare energie bij ingrijpende renovatie van 2 december 2021 zoals gepubliceerd op https://www.rijksoverheid.nl/documenten/richtlijnen/2021/12/02/leidraad-eis-hernieuwbare-energie-bij-ingrijpende-renovatie.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 februari 2022.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

TOELICHTING

I. Algemeen deel

1. Inleiding

Deze wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 vormt de nadere uitwerking van het Besluit van 22 december 2021 tot wijziging van het Bouwbesluit 2012 en het Besluit bouwwerken leefomgeving in verband met hernieuwbare energie bij ingrijpende renovatie (Stb. 2021, 658)(hierna ook: het wijzigingsbesluit). Het wijzigingsbesluit betreft implementatie van de herziene richtlijn hernieuwbare energie (Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (herschikking) (PbEU 2018, L 382)). Deze herziene richtlijn (hierna ook: REDII) bevat in artikel 15, vierde lid, een verplichting voor lidstaten om een hoeveelheid hernieuwbare energie voor te schrijven bij nieuwbouw en ingrijpende renovatie. Voor nieuwbouw is dit geïmplementeerd met het Besluit van 13 december 2019, houdende wijziging van het Bouwbesluit 2012 en van enkele andere besluiten inzake bijna energie-neutrale nieuwbouw (Stb. 2019, 501), ofwel Besluit BENG. Op grond van dat besluit geldt vanaf 1 januari 2021 een eis voor een minimumwaarde voor het aandeel hernieuwbare energie. Voor ingrijpende renovatie is de verplichting geïmplementeerd met het Besluit van 22 december 2021 tot wijziging van het Bouwbesluit 2012 en het Besluit bouwwerken leefomgeving in verband met hernieuwbare energie bij ingrijpende renovatie (Stb. 2021, 658), waarvan deze regeling de uitwerking betreft.

2. Hoofdlijnen van de regeling

Leidraad

In de onderhavige wijzigingsregeling is de ‘Leidraad eis hernieuwbare energie bij ingrijpende renovatie’ aangewezen. Deze leidraad beoogt het werken met de eis en de uitzonderingen in de praktijk te vereenvoudigen voor betrokken partijen zoals het bevoegd gezag, projectontwikkelaars, architecten, bouwkundige adviseurs en energieadviseurs of (bouwtechnische) vastgoedbeheerders en gebouweigenaren. Inhoudelijk biedt de leidraad een praktisch stappenplan voor de partijen die te maken krijgen met de eis. Aan de hand van een stroomschema wordt geïllustreerd wanneer de eis van toepassing is. Hierin zijn verwijzingen opgenomen per onderdeel naar de betreffende toelichting in de leidraad. Daarnaast worden de uitzonderingssituaties nader toegelicht waarbij de leidraad fungeert als aangewezen middel om aan te tonen of er sprake is van een uitzonderingssituatie. Ten slotte worden veelvoorkomende situaties nader uitgelegd aan de hand van een aantal praktische voorbeelden.

3. Advies en consultatie

3.1 JTC

De conceptregeling is op donderdag 3 juni 2021 voorgelegd aan de Juridisch Technische Commissie (JTC) van het Overlegplatform bouwregelgeving (OPB) met het verzoek om een eventuele reactie schriftelijk te geven na het overleg. Dit heeft geleid tot twee reacties. Ten eerste ziet NEN Bouw & Installatie graag een redactionele wijziging in de leidraad ten aanzien van de doorverwijzing naar NEN bij vragen. Deze wijziging is overgenomen. Ten tweede geeft Stichting Expertisecentrum Regelgeving Bouw aan dat er naar hun oordeel niet kan worden verwezen naar de leidraad in de regeling, omdat het een privaat opgesteld document is. Het verzoek is daarom om de leidraad als zodanig geen onderdeel van de wetgeving te laten zijn. Het verzoek wordt niet gehonoreerd. De leidraad als zodanig heeft een publiekrechtelijk karakter door de aanwijzing in de regeling.

3.2 Klankbordgroep

De Leidraad hernieuwbare energie bij ingrijpende renovatie is opgesteld in samenspraak met een klankbordgroep met daarin marktpartijen en het bevoegd gezag. De klankbordgroep bestaat uit VNG, Rijksvastgoedbedrijf, gemeente Amsterdam, gemeente Rotterdam, gemeente Den Haag en branchepartijen zoals Aedes, Techniek Nederland en Bouwend Nederland. In het eerste en het tweede kwartaal van 2021 zijn 2 digitale bijeenkomsten georganiseerd en hebben de leden van de klankbordgroep de mogelijkheid gekregen om schriftelijk te reageren op een concept van de leidraad. Dit heeft niet geleid tot reacties.

In aanvulling op de klankbordgroep is er een digitale bijeenkomst georganiseerd over cultureel erfgoed en de leidraad. Deze groep bestaat uit het Ministerie van OCW, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, Stichting ERM, de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit en Federatie Instandhouding Monumenten, Federatie Grote Monumentengemeenten. In het tweede kwartaal van 2021 is de digitale bijeenkomst georganiseerd en hebben de leden van de klankbordgroep cultureel erfgoed de mogelijkheid gekregen om schriftelijk te reageren op een concept van de leidraad. Dit heeft geleid tot schriftelijke vragen van stichting ERM over de definities en uitgangspunten van een aantal energiebronnen- en dragers zoals deze zijn opgesteld in NTA 8800 en de opwek van windenergie op eigen perceel. De vragen hebben geleid tot een verduidelijking in de leidraad met betrekking tot windenergie met een directe fysieke koppeling met het perceel, of op het perceel zelf. Deze energie mag meetellen om aan deze verplichting te voldoen.

3.3 MKB-toets

Bij de totstandkoming van het wijzigingsbesluit is een MKB-toets uitgevoerd op 7 december 2020. De leidraad is voorgelegd voor schriftelijk commentaar aan de MKB-ondernemers die zich hebben aangemeld voor de MKB-toets van 7 december 2020. Op die manier kan rekening worden gehouden met de aandachtspunten die de ondernemers aandragen vanuit hun achtergrond als MKB’er en hun ervaringen in de praktijk bij de verdere uitwerking van de leidraad. De schriftelijke ronde voor commentaar heeft echter niet geleid tot reacties van de MKB-ondernemers. Er zijn daarom geen wijzigingen aangebracht in de leidraad naar aanleiding hiervan.

3.4 Internetconsultatie

De internetconsultatie vond plaats van 19 mei 2021 tot en met 16 juni 2021 en leidde tot 4 openbare reacties. De reacties zijn afkomstig van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, Brandweer Nederland en twee particulieren.

Een deel van de reacties in de internetconsultatie gaan niet zozeer over de voorgenomen regeling en concept leidraad. Het betreffen veelal reacties die reeds zijn ingediend bij de advies- en consultatieronde ten aanzien van het wijzigingsbesluit, waarvan deze regeling de nadere uitwerking bevat. Voor een antwoord op deze reacties wordt verwezen naar het betreffende onderdeel in de nota van toelichting van het wijzigingsbesluit.

De reactie van Brandweer Nederland over brandveiligheid bij toepassing van zonnepanelen op daken heeft geleid tot een aanvulling van de leidraad. Wanneer een dak voorzien wordt van zonnepanelen, zijn namelijk ook andere onderdelen van de bouwregelgeving van belang. Zo moet de constructie het extra gewicht van de panelen aankunnen, en het nieuwe gebruik moet aan de brandveiligheidseisen blijven voldoen. Al deze eisen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna ook: Bbl) blijven onverminderd van toepassing en belang. Ongeacht of het gebruik van het dak voor hernieuwbare energie op vrijwillige basis wordt gerealiseerd of op basis van de verplichting in het wijzigingsbesluit hernieuwbare energie bij ingrijpende renovatie, moet altijd voldaan worden aan de voorschriften van het Bbl. Verder geeft Brandweer Nederland aan dat de huidige brandveiligheidsvoorschriften van het Bouwbesluit 2012 en het Bbl en de door het Bouwbesluit 2012 aangestuurde normen niet zijn toegesneden op situaties waarbij zonnepanelen op het dak zijn aangebracht. De wijze waarop een zonnepaneel op of als onderdeel van de dakconstructie moet worden beoordeeld aan de eisen inzake brandgevaarlijkheid van een dak, uitbreiding van brand tussen verschillende brandcompartimenten is volgens Brandweer Nederland in ieder geval voor meerdere uitleg vatbaar. Naar aanleiding van Kamervragen (28 325, nr. 215) is toegezegd dat de relevante NEN-normen in opdracht van het Ministerie van BZK bezien worden. Door NEN is dit opgepakt en dit zal leiden tot voorstellen voor de aanpassing van de desbetreffende NEN-normen. De aangepaste NEN-normen zullen aangewezen worden in de bouwregelgeving en dus van toepassing worden op het aanbrengen en gebruik van zon-PV.

Ten slotte is er nog een reactie ingediend die oproept tot het stellen van strengere eisen om overlast door houtstook in de gebouwde omgeving tegen te gaan. De reactie wordt intern onder de aandacht gebracht bij de betrokken collegae.

3.5 Adviescollege Toetsing Regeldruk

Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies omdat het voorstel naar verwachting geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft en de regeldruk bij het wijzigingsbesluit toereikend in beeld is gebracht.

3.6 Code interbestuurlijke verhoudingen

De conceptregeling is voorgelegd aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in het kader van de formele adviesbevoegdheid als bedoeld in de Code interbestuurlijke verhoudingen. De VNG heeft aangegeven dat zij graag zien dat de leidraad niet dwingend wordt voorgeschreven in de regeling, omdat VNG de status van het instrument niet eenduidig en helder vindt. VNG is van mening dat van gebruik van deze instrumenten voor normering zoveel mogelijk dient te worden afgezien. Er is inderdaad voor gekozen de leidraad niet dwingend voor te schrijven. De leidraad is bedoeld als handreiking om het werken met de eis en uitzonderingssituaties in de praktijk te vereenvoudigen. De leidraad biedt houvast, maar het staat het bevoegd gezag vrij de uitzonderingssituaties verder te duiden en zo maatwerk te leveren.

4. Financiële gevolgen voor burgers, bedrijven en overheden

In het Besluit van 22 december 2021 tot wijziging van het Bouwbesluit 2012 en het Besluit bouwwerken leefomgeving in verband met hernieuwbare energie bij ingrijpende renovatie (Stb. 2021, 658) is in onderdeel 5 van de nota van toelichting een uitgebreid overzicht opgenomen van de verwachte financiële effecten voor burgers en bedrijven. De effecten zijn berekend door onderzoeksbureau SIRA Consulting (onderzoeksrapport van onderzoeksbureau SIRA Consulting, Effectenmeting minimumeis hernieuwbare energie bij ingrijpende renovatie).1 De onderhavige regeling brengt geen extra lasten met zich mee ten opzichte van hetgeen al in kaart is gebracht in voornoemd rapport.

5. Verhouding tot hoger en ander recht

De onderhavige regeling vormt uitwerking van artikel 5.6 van het Bouwbesluit 2012, zoals dat luidt na inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit, het Besluit tot wijziging van het Bouwbesluit 2012 en het Besluit bouwwerken leefomgeving in verband met hernieuwbare energie bij ingrijpende renovatie. De uitwerking van artikel 5.20 van het Besluit bouwwerken leefomgeving zoals dat luidt na inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit worden opgenomen in de Omgevingsregeling. Dit gebeurt middels een aparte ministeriële regeling.

6. Inwerkingtreding

De regeling treedt gelijktijdig in werking met de wijzigingen in het Bouwbesluit 2012, opgenomen in het wijzigingsbesluit (het Besluit van 22 december 2021 tot wijziging van het Bouwbesluit 2012 en het Besluit bouwwerken leefomgeving in verband met hernieuwbare energie bij ingrijpende renovatie (Stb. 2021, 658)).

Voorliggende regeling betreft een implementatie van een richtlijn welke uiterlijk op 30 juni 2021 geïmplementeerd dient te zijn in nationale regelgeving. In verband hiermee wordt afgeweken van de minimuminvoeringstermijn en de vaste verandermomenten.

II. Artikelsgewijs deel

Artikel I

Onderdeel A bevat een technische wijziging van artikel 3.2 van de Regeling bouwbesluit 2012 waarmee de verwijzing naar ingrijpende renovatie ook het met het wijzigingsbesluit toegevoegde vijfde lid omvat.

Met onderdeel B is een nieuw artikel, artikel 3.2a, ingevoegd in de Regeling Bouwbesluit 2012. Hierin is bepaald dat ter beoordeling van de mogelijkheid tot uitzondering, bedoeld in artikel 5.6, zesde lid, van het Bouwbesluit 2012 gebruikgemaakt kan worden van de Leidraad hernieuwbare energie bij ingrijpende renovatie. De leidraad biedt de praktijk handvatten om te kunnen bepalen of in een specifiek geval een beroep kan worden gedaan op een van de uitzonderingen geformuleerd in artikel 5.6, zesde lid, Bouwbesluit 2012. Daarnaast bevat de leidraad voorbeeldsituaties en stroomschema’s om eenvoudig te kunnen bepalen of de eis voor hernieuwbare energie bij ingrijpende renovatie van toepassing is. Zie ook paragraaf 2 van het algemeen deel van deze toelichting.

Artikel II

Deze regeling treedt in werking op 1 februari 2022, op het moment dat artikel I van het wijzigingsbesluit, het Besluit van 22 december 2021 tot wijziging van het Bouwbesluit 2012 en het Besluit bouwwerken leefomgeving in verband met hernieuwbare energie bij ingrijpende renovatie (Stb. 2021, 658), in werking treedt. Artikel I van het wijzigingsbesluit bevat de wijzigingen van het Bouwbesluit 2012 in verband met de nieuw gestelde eisen. Zie ook paragraaf 6 van het algemeen deel van deze toelichting over de inwerkingtreding.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren


X Noot
1

Effectmeting minimumeis hernieuwbare energie bij ingrijpende renovatie, 2 november 2020, SIRA Consulting.

Naar boven