Rectificatie: Wijziging beleidsregel Accountantsprotocol vervoerders 2017, Autoriteit Consument en Markt

Ons kenmerk : ACM/UIT/564342

Zaaknummer : ACM/20/038723

Datum : 11 november 2021

De Autoriteit Consument en Markt,

Gelet op de artikelen 15, 63C, en 87, vijfde lid, van de Wet personenvervoer 2000 en op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht,

Besluit:

ARTIKEL 1

Het Accountantsprotocol vervoerders 2017 wordt als volgt gewijzigd:

A

Nummer 19 wordt vervangen door:

“Indien de Vervoerder een afzonderlijke opdracht verstrekt, valt deze onder standaard 3000A ‘Assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie (attest-opdrachten)’. Indien de Vervoerder geen afzonderlijke opdracht verstrekt, moet de accountant de in artikel 63c, negende en tiende lid, van de Wp2000 gevraagde verklaring tot uitdrukking brengen in de controleverklaring bij de jaarrekening van de Vervoerder.”

B

Nummer 42 vervalt.

C

In onderdeel 2 van de Bijlage worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1 “Dit brengt met zich dat de boekhoudkundige scheiding in ieder geval moet worden aangebracht:

  • tussen, enerzijds, de kosten en baten van iedere inbestede concessie voor openbaar vervoer, en, anderzijds, de kosten en baten van (concessies voor) openbaar aanbesteed openbaar vervoer, en;

  • tussen, enerzijds, de kosten en baten van iedere concessie voor inbesteed openbaar vervoer, en, anderzijds, de kosten en baten van andere (commerciële) activiteiten die de betrokken vervoerder verricht.”

wordt vervangen door:

“Dit brengt met zich dat de boekhoudkundige scheiding in ieder geval moet worden aangebracht tussen, enerzijds, de kosten en baten van inbestede concessies voor openbaar vervoer, en, anderzijds, de kosten en baten van (concessies voor) openbaar aanbesteed openbaar vervoer en van andere (commerciële) activiteiten die de betrokken vervoerder verricht.”

2 “Voorts is in artikel 6, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 1370/2007 en in onderdeel 1 van de Bijlage van die Verordening voorgeschreven dat in principe de compensatie (subsidie) dient te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in de Bijlage bij die Verordening. Als een vervoerder een ongedeelde compensatie ontvangt voor het uitvoeren van een (inbestede) concessie voor meerdere vormen van openbaar vervoer, dan kan de scheiding worden aangebracht:

  • tussen, enerzijds, de totale kosten en baten van de inbestede concessie voor al het openbaar vervoer dat in die concessie is beschreven, en, anderzijds, de kosten en baten van (concessies voor) openbaar aanbesteed openbaar vervoer, en;

  • tussen, enerzijds, de totale kosten en baten van de inbestede concessie voor al het openbaar vervoer dat in die concessie is beschreven en, anderzijds, de kosten en baten van andere (commerciële) activiteiten.”

wordt vervangen door:

“Voorts is in artikel 6, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 1370/2007 en in onderdeel 1 van de Bijlage van die Verordening voorgeschreven dat in principe de compensatie (subsidie) dient te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in de Bijlage bij die Verordening. Als een vervoerder een ongedeelde compensatie ontvangt voor het uitvoeren van een (inbestede) concessie voor meerdere vormen van openbaar vervoer, dan kan de scheiding worden aangebracht tussen, enerzijds, de totale kosten en baten van de inbestede concessies voor al het openbaar vervoer dat in die concessies is beschreven, en, anderzijds, de kosten en baten van (concessies voor) openbaar aanbesteed openbaar vervoer en van andere commerciële activiteiten.”

ARTIKEL 2 INWERKINGTREDING

  • 1 Deze wijziging van de beleidsregel Accountantsprotocol vervoerders 2017 wordt met toelichting in de Staatscourant geplaatst.

  • 2 Deze wijziging treedt in werking met ingang van de dag na publicatie in de Staatscourant.

Den Haag, 11 november 2021

Autoriteit Consument en Markt, namens deze: M.R. Leijten bestuurslid

TOELICHTING

De wijzigingen die worden doorgevoerd in de beleidsregel Accountantsprotocol vervoerders 2017 zien alle op verlichting van administratieve lasten. Deze worden alle hieronder puntsgewijs toegelicht.

A

In nummer 19 van het Accountantsprotocol vervoerders 2017 werd gevraagd om een verklaring volgens de standaard 3000D ‘Assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie (directe-opdrachten)’ Volgens deze standaard verzamelt de accountant zelf de informatie, doet hij zelf onderzoek en stelt hij zelf de rapportage op waarop hij zijn verklaring baseert.

In de praktijk bleek het accountantsprotocol tot problemen te leiden bij het opstellen van de accountantsverklaringen. Daarom is de ACM in overleg getreden met de Stedelijke Openbaarvervoerbedrijven en hun accountants.

Het accountantsprotocol bleek niet helemaal aan te sluiten bij de praktijk bij de Stedelijke Openbaarvervoerbedrijven. Omdat de accountant voor een 3000D verklaring zelf onderzoek moet doen, moet hij ook het werk dat het vervoerbedrijf zelf al heeft gedaan in het kader van het opstellen van de jaarrekening, van de rapportages aan de vervoerregio en ter voorbereiding van de accountantscontrole van de jaarrekening, deels over doen. Dat zou leiden tot hoge administratieve lasten, zeker in relatie tot de omzetten van de Stedelijke Openbaarvervoerbedrijven van niet-concessieactiviteiten. Zou de accountant echter dit onderzoek niet volgens de normen voor een 3000D-verklaring zelf uitvoeren, dan zou hij de beroepsregels van de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) overtreden en zou het vervoerbedrijf niet aan de eisen van het accountantsprotocol voldoen.

Er is een alternatief voor een 3000D-verklaring, namelijk een verklaring volgens de standaard 3000A ‘Assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie (attest-opdrachten)’. Inhoudelijk en qua zekerheid is een 3000A-verklaring gelijk aan een 3000D-verklaring. Het verschil is dat de 3000A-verklaring is opgesteld op grond van reeds aanwezige informatie.

Vanwege de eenvoud en bovenal ter beperking van de administratieve last, past de ACM het accountantsprotocol op dit punt aan. In randnummer 19 wordt nu gevraagd om een accountantsverklaring conform de standaard 3000A.

De ACM heeft de Stedelijke Openbaarvervoerbedrijven gevraagd de nog ontbrekende accountantsverklaringen voor eind 2022 bij de ACM aan te leveren.

B

Nummer 42 bevatte overgangsrecht dat thans niet meer actueel is en daarom komt te vervallen.

C

Het doel van de toepasselijke regelgeving rondom gescheiden boekhouding en accountantsverklaring is tweeërlei: het voorkomen dat er publieke middelen, die bedoeld zijn voor de activiteiten die vallen onder onderhands gegunde (hierna: ‘inbestede’) concessies, naar andere activiteiten vloeien en voorkomen dat er met publieke middelen oneerlijk wordt geconcurreerd bij openbare aanbestedingen of bij commerciële activiteiten.

In dit opzicht is een openbaar aanbestede concessie, waarbij voor het verkrijgen van de concessie wordt geconcurreerd met andere gegadigden, gelijk te stellen aan een commerciële activiteit.

Weliswaar is het ‘best practice’ om voor iedere inbestede concessie afzonderlijk een gescheiden boekhouding te voeren, maar het is voor het toezicht van de ACM niet vereist dat de accountant een verklaring afgeeft over de boekhoudkundige scheiding tussen inbestede concessies onderling. Wel is vereist dat de accountant een verklaring aflegt over de gescheiden boekhouding tussen enerzijds de inbestede concessies en anderzijds de overige activiteiten, waaronder ook eventuele openbaar aanbestede concessies.

In het kader van beperking van de administratieve lasten heeft de ACM daarom besloten de eis van een verklaring over de gescheiden boekhouding tussen inbestede concessies onderling te laten vervallen.

Naar boven