Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Financiën | Staatscourant 2021, 48004 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Financiën | Staatscourant 2021, 48004 | ander besluit van algemene strekking |
De Minister van Financiën,
Gelet op artikel 2 van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;
Besluit:
In dit besluit wordt verstaan onder:
minister van Financiën;
werkgroep, bedoeld in artikel 2.
1. Er is een werkgroep IBO Vermogensverdeling.
2. De werkgroep heeft tot taak een interdepartementaal beleidsonderzoek uit te voeren conform de taakopdracht zoals gepubliceerd in bijlage 18 van de Miljoenennota 2022 (Kamerstukken Tweede Kamer vergaderjaar 2021-2022, 35 925, nr. 2).
3. Het onderzoek moet resulteren in een rapport waarin één of meerdere beleidsopties in kaart worden gebracht op het betreffende beleidsterrein.
1. De werkgroep bestaat uit een voorzitter en een aantal leden.
2. De voorzitter en de andere leden hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak.
3. De voorzitter en de andere leden worden door de minister benoemd.
4. Tot voorzitter van de werkgroep wordt benoemd mevrouw Laura van Geest, thans werkzaam bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM).
5. Voor de duur van de werkgroep worden tot lid van de werkgroep benoemd:
– Rens Nissen (ministerie van Financiën)
– Sander Veldhuizen (ministerie van Financiën)
– Karin van Boetzelaer (ministerie van Algemene Zaken)
– Elise Splint (ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid)
– Sjef Ederveen (ministerie van Economische Zaken en Klimaat)
– Hans Ton (ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)
– Jochem van der Veen (ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)
– Francis Weyzig (Centraal Planbureau)
– Gerard Eding (Centraal Bureau voor de Statistiek)
– Sophie Steins Bisschop (De Nederlandsche Bank)
6. De leden van de werkgroep werkzaam voor de overheid kunnen bij afwezigheid of verandering van baan vervangen worden door een collega van dezelfde werkgever.
7. De werkgroep kan besluiten aanvullende leden uit te nodigen om deel te nemen aan de werkgroep.
1. De werkgroep wordt ingesteld per 1 september 2021.
2. De werkgroep wordt opgeheven twee weken nadat het rapport zoals bedoeld in artikel 2 door de minister van Financiën aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is aangeboden, behoudens voor zover de werkgroep nog wordt verzocht toelichting te geven op het eindrapport.
1. De werkgroep wordt in haar werkzaamheden bijgestaan door een secretariaat.
2. De minister van Financiën en de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voorzien in het secretariaat van de commissie.
3. Het secretariaat is voor de inhoudelijke uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van de werkgroep.
4. De minister draagt, na overleg met de werkgroep, zorg voor de nodige voorzieningen ten behoeve van de werkzaamheden van de werkgroep.
1. De werkgroep stelt haar eigen werkwijze vast, met inachtneming van de spelregels voor interdepartementale beleidsonderzoeken zoals vastgesteld bij de vierde voortgangsrapportage van de Operatie Inzicht in Kwaliteit.
2. De werkgroep verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de werkgroep worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de werkgroep openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister uitgebracht of overgedragen.
De werkgroep draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de Directie Inspectie der Rijksfinanciën.
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen.
De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra
Interdepartementale beleidsonderzoeken (IBO’s) ontwikkelen alternatieven voor bestaand beleid. In principe vinden elk jaar een aantal IBO’s plaats naar uiteenlopende beleidsterreinen. IBO’s worden gecoördineerd door het ministerie van Financiën. IBO’s worden uitgevoerd door een interdepartementale werkgroep die onder staat leiding van een onafhankelijk voorzitter. De voorzitter wordt ondersteund door een onafhankelijk secretariaat, bestaande uit secretarissen van het ministerie van Financiën en de meest betrokken vakdepartementen. Bij de uitvoering van IBO’s geldt een aantal spelregels die zijn vastgesteld als bijlage bij de vierde voortgangsrapportage van de operatie Inzicht in Kwaliteit.
Deze ronde (2021/2022) vinden IBO’s plaats naar de volgende onderwerpen:
− Publieke investeringen in een politiek bestuurlijke context
− Vermogensverdeling
− Ouderenzorg
− Vereenvoudiging sociale zekerheid
− Governance en/of sturing op onderwijskwaliteit
− Jeugdcriminaliteit
Deze toelichting bevat de taakopdracht van het IBO Vermogensverdeling, gepubliceerd in bijlage 18 van de Miljoenennota 2022 (Kamerstukken Tweede Kamer vergaderjaar 2021–2022, 35 925, nr. 2).
Vanuit de maatschappij en de politiek is er steeds breder aandacht voor de verdeling van vermogens over huishoudens. Dit is ook niet zonder reden. Zo zijn de vermogens in Nederland veel ongelijker verdeeld dan de inkomens, en wordt de financiële positie van een huishouden ook voor een groot deel bepaald door de aanwezige vermogens. Doordat vermogensvraagstukken aan verschillende beleidsterreinen raken, wordt telkens maar een gedeelte van het vraagstuk belicht en ontbreekt het voor departementen aan een integraal beeld. Zo wordt er in het BMH Ruimte voor wonen aandacht besteed aan de opbouw van vermogen via het eigen huis en raken discussies over het pensioenstelsel aan beleid rondom pensioenvermogens. Bij de Bouwstenen voor een beter belastingstelsel is onder andere aandacht besteed aan de wijze waarop (inkomen uit) vermogen en vermogensoverdrachten (verschillend) worden belast in de schenk- en erfbelasting en box 1, box 2 en box 3 van de inkomstenbelasting en hoe dat van invloed kan zijn op de vermogensverdeling. De wijze waarop verschillende soorten vermogens(overdrachten) in NL worden belast maar ook de rol die vermogens al dan niet spelen bij toegang tot toeslagen en andere subsidies zijn illustraties van het ontbreken van integraal beleid op dit onderwerp. Om tot zinvol integraal beleid ten aanzien van vermogens(verdeling) te komen is een integrale analyse noodzakelijk. Deze ontbreekt tot nog toe1.
De laatste jaren en zeker het afgelopen (corona)jaar zijn er veel Kamervragen en moties geweest om meer te doen met vermogensongelijkheid in de besluitvorming. In de discussie over wie de rekening straks moet betalen van de coronaschulden wordt er steeds nadrukkelijker gekeken naar vermogende particulieren naast grote winstmakende bedrijven, zowel in Nederland als internationaal. Tegelijkertijd is de discussie over vermogensverdeling nog richtingloos. Er is geen eenduidig begrip over wat we precies onder vermogensongelijkheid verstaan en welk vermogen hierbij relevant is. Onbekend is waar we in het overheidsbeleid hiermee naar toe willen. Dit in schril contrast als het gaat over inkomensbeleid. Hierbij speelt dat data over vermogen van particulieren (vermogensstatistieken) en vermogensongelijkheid wel steeds beter worden, maar nog steeds grote lacunes en andere beperkingen kennen. Het CBS heeft bijvoorbeeld pas recent cijfers over (2e pijler) pensioenvermogen toegevoegd aan cijfers over vermogensverdeling van particulieren. Wat betreft het vermogen in box 2 geeft CBS weliswaar aan binnenkort met een verbeterde statistiek te komen, maar een deel is nog niet in beeld. Wel bieden internationale richtlijnen vanuit OESO en EU over internationale gegevensuitwisseling, mede in het kader van belastingontwijking, goede hoop voor de toekomst.
Het doel van dit IBO is om in kaart te brengen hoe we naar de vermogensverdeling en -ongelijkheid moeten kijken en of een maatstaf hiervoor een rol moet spelen in het besluitvormingsproces en zo ja, welke dan. Ten slotte worden beleidsopties geïdentificeerd die de vermogensverdeling beïnvloeden. De werkgroep wordt hiervoor gevraagd de volgende zaken te onderzoeken:
1. Wat zijn goede maatstaven van vermogensverdeling? Welke vermogensonderdelen moeten worden meegenomen en welk doel dienen verschillende vermogens? Welke data is er hiervoor beschikbaar en bruikbaar, en wat zijn de mogelijkheden om de data te verbeteren? Hoe zijn de vermogens verdeeld in Nederland? Welke vermogensvergelijking kunnen we juist wel/niet maken met het buitenland? Welke voor- en nadelen zitten er aan de weergave van de verschillende vermogensstatistieken? Hoe wordt er rekening gehouden met levensloop (gemiddelde oudere per definitie rijker dan gemiddeld jongere)? En tot slot: hoe ontwikkelen vermogens zich over de jaren heen?
2. Welke rol kan en dient vermogensverdeling te spelen in de besluitvorming? Volstaat het om en kan de ontwikkeling eens per jaar in kaart gebracht en aangesloten bij een monitor a la Brede Welvaart? Is het mogelijk en zinvol om de effecten van kabinetsplannen (of zelfs individuele beleidsmaatregelen) op de vermogensverdeling te publiceren? En met welk doel?
3. Wat zijn mogelijke richtingen met betrekking tot de vermogensverdeling? Welke beleidsmaatregelen zijn hierbij passend? Welke gevolgen hebben deze maatregelen voor de verschillende beleidsterreinen? Gegeven het IBO-instrument wordt er in ieder geval ook naar besparingen voor de schatkist gekeken.
De werkgroep bestaat uit leden van FIN, SZW, EZK, BZK, OCW en eventueel andere departementen. Daarnaast worden ook het CPB, CBS, DNB en SCP verzocht deel te nemen aan de werkgroep. De werkgroep staat onder leiding van een onafhankelijke voorzitter. De voorzitter wordt ondersteund door secretarissen van de ministeries van FIN en SZW. Het onderzoek start in september 2021. Het secretariaat rondt haar eindrapport uiterlijk voorjaar 2022 af. De omvang van het rapport is niet groter dan dertig bladzijden plus een samenvatting van maximaal vijf bladzijden.
Dit is weer het gevolg van gebrek aan data. Omdat er geen vermogensbeleid wordt gevoerd, wordt er weinig data over vermogen verzameld, wat weer noodzakelijk is voor analyses.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2021-48004.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.