Gemeente Zoetermeer - verkeersbesluit - gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats - bij Robijn 14, Zoetermeer

Logo Zoetermeer

Namens burgemeester en wethouders van Zoetermeer,

daartoe bevoegd op grond van:

  • -

    artikel 18, lid 1, sub d, van de Wegenverkeerswet 1994,

  • -

    het mandaatbesluit van burgemeester en wethouders waarbij die bevoegdheid is gemandateerd aan de directeur van de hoofdafdeling Stad en diens besluit tot het verlenen van ondermandaat,

de manager van de afdeling Stadsbeheer,

gelezen het ontvangen verzoek van aanvrager, wonende Robijn 14 te Zoetermeer, om in verband met zijn handicap een voor hem gunstig gelegen parkeervak bij zijn woning aan te duiden als een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats;

gehoord het advies van de Politie Eenheid Den Haag, op grond van artikel 24 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer;

gelet op hetgeen ten aanzien hiervan overigens in de Wegenverkeerswet 1994, het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer is bepaald, verder het BABW genoemd, alsmede op de bepalingen ter zake in de Algemene wet bestuursrecht;

gelet voorts op het gegeven dat de in dit besluit aan de orde komende wegen, straten of parkeervoorzieningen openbaar in de zin van de Wegenwet zijn en binnen de bebouwde kom van Zoetermeer als bedoeld in artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994 liggen;

besluit:

  • 1.

    in verband met de handicap van de bewoner van de woning Robijn 14 te Zoetermeer door plaatsing van bord E6 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 met een onderbord met daarop vermeld het kenteken van de auto waarmee dat hij in de regel wordt vervoerd en – wanneer nodig – het aanbrengen van markering op de wegverharding, een voor die bewoners gunstig gelegen parkeervak aan te duiden als een gehandicaptenparkeerplaats waarop uitsluitend hun auto mag worden geparkeerd;

  • 2.

    aan de onder 1 genoemde parkeervoorziening de voorwaarde te verbinden, dat de gemeentelijke organisatie moet worden geïnformeerd, wanneer de behoefte aan die parkeervoorziening is komen te vervallen of wanneer die parkeervoorziening gedurende langere tijd niet als een voor hun auto gereserveerde parkeervoorziening behoeft te worden gebruikt;

  • 3.

    bij sub 1 van dit besluit voorts aan te tekenen, dat de gemeentelijke organisatie moet worden geïnformeerd, wanneer op het onderbord in verband met de aanschaf van een andere auto een ander kenteken moet worden vermeld

  • 4.

    vast te stellen dat aan dit besluit de volgende overwegingen ten grondslag liggen

de aanleiding: 

  • -

    aanvrager heeft een handicap en moet worden aangemerkt als een gehandicapte passagier;

  • -

    bij verplaatsingen buitenshuis is de gehandicapte passagier in het algemeen aangewezen op vervoer met de auto;

  • -

    een gehandicapte passagier die bij verplaatsingen buitenshuis is aangewezen op vervoer in een rolstoel of een door een ander voortbewogen duwwagen kan voor een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats bij de woning in aanmerking komen;

  • -

    ook kan hij of zij voor zo’n parkeerplaats in aanmerking komen wanneer sprake is van een handicap met als gevolg dat hij of zij niet alleen kan worden gelaten gedurende de tijd dat de bestuurder van het voertuig, waarin hij of zij meerijdt wordt geparkeerd;

  • -

    bij de woning is regelmatig sprake van een hoge parkeerdruk;

  • -

    daarom is het voor de bestuurder van het voertuig waarin de gehandicapte passagier over het algemeen wordt vervoerd, normaalgesproken niet mogelijk het voertuig verkeersveilig en zonder ander wegverkeer te hinderen dichtbij de woning van de gehandicapte passagier stil te zetten om de gehandicapte passagier naar zijn of haar huis te begeleiden;

  • -

    als gevolg daarvan kan aanvrager zijn auto niet steeds parkeren op een korte, te overbruggen loopafstand van die woning;

  • -

    daarom is het gewenst dat hij beschikt over een voorziening zoals vermeld in besluit 1;

de verkeerskundige aspecten:

  • -

    aanvrager komt gezien zijn persoonlijke omstandigheden en de plaatselijke situatie bij zijn woning op grond van het gemeentelijk beleid ten aanzien daarvan in aanmerking voor een gehandicaptenparkeerplaats waarop uitsluitend zijn auto mag worden geparkeerd;

  • -

    zo’n parkeervoorziening kan worden gerealiseerd door plaatsing van een bord volgens model E6 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 met een onderbord met daarop vermeld het kenteken van zijn auto bij een voor hem gunstig gelegen parkeervak bij zijn woning;

  • -

    in het daartoe strekkende besluit kan worden opgenomen dat de gemeentelijke organisatie moet worden geïnformeerd, wanneer de behoefte aan de parkeervoorziening is komen te vervallen of gedurende langere tijd niet als een voor zijn auto gereserveerde parkeervoorziening behoeft te worden gebruikt, hetgeen in sub 2 van dit besluit gebeurt;

  • -

    bij de afweging van de belangen gaat het om verkeerskundige aspecten, in dit geval de bruikbaarheid van de weg, zoals geformuleerd in artikel 2, lid 1, sub c, van de Wegenverkeerswet 1994, voor aanvrager;

de zorgvuldigheid:

  • -

    over het verzoek van aanvrager is geadviseerd door personen die door hun deskundigheid een goed oordeel ter zake kunnen geven;

  • -

    die personen beschikken – vanwege hun plaatselijke bekendheid, al dan niet aangevuld met visuele waarnemingen ter plaatse – voorts over de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen;

  • -

    die personen zijn op grond van de bedoelde expertise tot het advies gekomen tot de aangegeven parkeerfaciliteit te besluiten;

  • -

    het besluit is derhalve zorgvuldig voorbereid;

de belangen:

  • -

    er heeft eveneens een zorgvuldige belangenafweging plaatsgevonden;

  • -

    daarbij zijn ook de belangen gewogen van ter plaatse wonende bewoners en van andere personen die hun voertuig op het in dit verkeersbesluit bedoelde parkeervak zouden willen (blijven) parkeren;

  • -

    geconcludeerd kan worden, dat voor diegenen voldoende andere parkeerruimte beschikbaar blijft;

  • -

    door de persoonlijke omstandigheden van aanvrager en gezien de plaatselijke situatie bij zijn woning moet bij eventuele tegenstrijdige belangen aan het veiligstellen van de bruikbaarheid van de weg voor hem een zwaarder gewicht worden toegekend, dan aan het belang van de anderen;

  • -

    mede vanwege voldoende beschikbaar blijvende andere parkeerruimte kan worden geconcludeerd dat met de toekenning van de voor aanvrager gewenste parkeerfaciliteit

  • -

    geen sprake is van een besluit met onevenredig nadelige gevolgen als bedoeld in artikel 3:4, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht.

Zoetermeer, 26 januari 2021.

Namens burgemeester en wethouders van Zoetermeer,

de manager van de afdeling Stadsbeheer.

N.B. 1.

Als gevolg van de maatregelen m.b.t. het coronavirus kan dit besluit niet getekend worden. Dit besluit is zonder die ondertekening wel rechtsgeldig.

N.B. 2.

Belanghebbenden die zich niet met dit besluit kunnen verenigen, kunnen op grond van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht daartegen binnen zes weken na publicatie ervan een gemotiveerd bezwaar indienen bij het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer (postbus 15, 2700 AA Zoetermeer). Het indienen van een bezwaarschrift schorst de werking van een besluit niet. Hiertoe kan op grond van het bepaalde in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening worden ingediend bij de voorzieningenrechter van de Rechtbank ’s Gravenhage (sector bestuursrecht, postbus 20302, 2500 EH Den Haag). In dat geval is het wel vereist dat de belanghebbende een bezwaarschrift tegen het betreffende besluit heeft ingediend en dat sprake is van een spoedeisend belang bij het treffen van die voorziening.

Naar boven