Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 1 november 2021, nr. WJZ/ 21179523, tot wijziging van de Regeling NVWA-tarieven in verband met verhoging van de tarieven en enkele inhoudelijke wijzigingen

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op verordening (EU) nr. 2017/625 van het Europees parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (PB EU 2017, L 095), en artikel 9.1 van de Wet dieren;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling NVWA-tarieven wordt als volgt gewijzigd:

A

In het eerste lid van artikel 1 wordt onder verlettering van de onderdelen b tot en met m tot c tot en met n, een onderdeel ingevoegd, luidende:

b. basistarief:

op de reis- en administratietijd betrekking hebbende retributie;.

B

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel a wordt ‘€ 164,20’ vervangen door ‘€ 165,03’;

b. In onderdeel b wordt ‘€ 33,76’ vervangen door ‘€ 34,57’;

c. In onderdeel c wordt ‘€ 6,30’ vervangen door ‘€ 5,75’.

2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

a. ‘€ 614,46’ wordt vervangen door ‘€ 332,65’;

b. ‘€ 214,54’ wordt vervangen door ‘€ 219,69’;

c. ‘€ 98,33’ wordt vervangen door ‘€ 100,69’.

C

Artikel 4 komt te luiden:

Artikel 4

  • 1. Een aanbieder meldt zich, indien hij van oordeel is dat hij in aanmerking komt voor toepassing van het tarief, bedoeld in het tweede of derde lid, een maand voor de aanvang van een kalenderkwartaal aan bij de NVWA.

  • 2. In zoverre in afwijking van artikel 3 is voor werkzaamheden als bedoeld in bijlage A, onderdeel d, die worden verricht in een slachthuis dat niet meer behandelt dan 125 grootvee-eenheden per kwartaal, een retributie verschuldigd, bestaande uit een starttarief van € 21,25.

  • 3. In zoverre in afwijking van artikel 3, eerste lid, onderdeel a en b, is voor werkzaamheden als bedoeld in bijlage A, onderdeel d, die worden verricht in een slachthuis dat meer dan 125 en niet meer dan 250 grootvee-eenheden behandelt per kwartaal, een retributie verschuldigd, bestaande uit een starttarief van € 82,52 en een bedrag per kwartier van € 17,29.

  • 4. Indien een slachthuis dat normaliter niet meer behandelt dan 125 grootvee-eenheden dan wel 250 grootvee-eenheden per kwartaal gedurende twee aaneengesloten dagen per jaar, maximaal één keer per kalenderjaar, een zodanig aantal dieren slacht dat in het desbetreffende kwartaal het maximum van 125 grootvee-eenheden dan wel 250 grootvee-eenheden wordt overschreden, is het tweede, dan wel het derde lid niettemin van toepassing, indien het slachthuis de NVWA uiterlijk vijftien werkdagen voorafgaand aan de eerste van de onderhavige twee aaneengesloten dagen daarvan melding maakt en daarbij aangeeft hoeveel dieren en van welke soort er op die dagen worden geslacht.

  • 5. In afwijking van het tweede en derde lid wordt voor de werkzaamheden op de in het vierde lid bedoelde twee aaneengesloten dagen de retributie in rekening gebracht, bedoeld in artikel 3, eerste lid.

  • 6. Indien het aantal behandelde grootvee-eenheden in een kalenderkwartaal afwijkt van het maximumaantal grootvee-eenheden, behorende bij het tarief waarvoor de aanbieder zich heeft gemeld, is de aanbieder, behoudens ingeval het vierde lid van toepassing is, naast het tarief behorend bij het aantal daadwerkelijk behandelde grootvee-eenheden, een retributie van € 29,12,– per dag dat is geslacht verschuldigd.

  • 7. Het eerste, tweede, derde en vierde lid zijn niet van toepassing ingeval de werkzaamheden worden verricht ter zake van de ingevolge artikel 5.5f van het Besluit houders van dieren vereiste permanente aanwezigheid bij het doden van dieren zonder voorafgaande bedwelming.

D

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel a wordt ‘€ 108,91’ vervangen door ‘€ 111,52’;

b. In onderdeel b wordt ‘€ 78,05’ vervangen door ‘€ 79,92’;

c. Onderdeel c wordt als volgt gewijzigd:

1°. In de aanhef wordt ‘€ 47,66’ vervangen door ‘€ 48,80’;

2°. In onderdeel 1 wordt ‘€ 116,02’ vervangen door ‘€ 116,60’;

3°. In onderdeel 2 wordt ‘€ 6,30’ vervangen door ‘€ 5,75’.

2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

a. ‘€ 614,46’ wordt vervangen door ‘€ 332,65’;

b. ‘€ 214,54’ wordt vervangen door ‘€ 219,69’;

c. ‘€ 98,33’ wordt vervangen door ‘€ 100,69’.

3. In het derde lid wordt ‘€ 95,32’ vervangen door ‘€ 97,60‘.

4. In het vierde lid wordt ‘€ 95,32’ vervangen door ‘€ 97,60‘.

E

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt ‘€ 164,20’ vervangen door ‘€ 165,03;

2. In onderdeel b wordt ‘€ 33,76’ vervangen door ‘€ 34,57’.

F

In artikel 6a, tweede lid, wordt de kolom ‘Tarief’ van de tabel als volgt gewijzigd:

a. ‘€ 33,76’ wordt vervangen door ‘€ 34,57’;

b. ‘€ 67,52’ wordt vervangen door ‘€ 69,14’;

c. ‘€ 135,04’ wordt vervangen door ‘€ 138,28’;

d. ‘€ 202,56’ wordt vervangen door ‘€ 207,42’;

e. ‘€ 270,08’ wordt vervangen door ‘€ 276,56’;

f. ‘€ 337,60’ wordt vervangen door ‘€ 345,70’;

g. ‘€ 405,12’ wordt vervangen door ‘€ 414,84’;

h. ‘€ 472,64’ wordt vervangen door ‘€ 483,98’;

i. ‘€ 540,16’ wordt vervangen door ‘€ 553,12’;

j. ‘€ 607,68’ wordt vervangen door ‘€ 622,26’;

k. ‘€ 675,20’ wordt vervangen door ‘€ 691,40’;

l. ‘€ 742,72’ wordt vervangen door ‘€ 760,54’;

m. ‘€ 810,24’ wordt vervangen door ‘€ 829,68’.

G

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

a. ‘€ 0,01232’ wordt vervangen door ‘€ 0,01262’;

b. ‘€ 73,92’ wordt vervangen door ‘€ 75,72’;

c. ‘€ 566,72’ wordt vervangen door ‘€ 580,52’.

2. Het derde lid wordt als volgt gewijzigd:

a. ‘€ 0,01601’ wordt vervangen door ‘€ 0,01639’;

b. ‘€ 96,06’ wordt vervangen door ‘€ 98,34’;

c. ‘€ 736,46’ wordt vervangen door ‘€ 753,94’.

3. Het vierde lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel a wordt ‘€ 1.049,83’ vervangen door ‘€ 1.075,03’;

b. In onderdeel b wordt ‘€ 2.099,69’ vervangen door ‘€ 2.150,08’;

c. In onderdeel c wordt ‘€ 4.199,40’ vervangen door ‘€ 4.300,19’;

d. In onderdeel d wordt ‘€ 6.307,73’ vervangen door € 6.459,12’.

H

Artikel 7a wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

a. ‘€ 0,00955’ wordt vervangen door ‘€ 0,00978 ’;

b. ‘€ 57,29’ wordt vervangen door ‘€ 58,68’;

c. ‘€ 439,21’ wordt vervangen door ‘€ 449,90’.

2. Het derde lid wordt als volgt gewijzigd:

a. ‘€ 0,01241’ wordt vervangen door ‘€ 0,01270’;

b. ‘€ 74,45’ wordt vervangen door ‘€ 76,21’;

c. ‘€ 570,76’ wordt vervangen door ‘€ 584,30’.

3. Het vierde lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel a wordt ‘€ 813,62’ vervangen door ‘€ 833,15’;

b. In onderdeel b wordt ‘€ 1.627,26’ vervangen door ‘€ 1.666,31’;

c. In onderdeel c wordt ‘€ 3.254,54’ vervangen door ‘€ 3.332,65’;

d. In onderdeel d wordt ‘€ 4.888,49’ vervangen door ‘€ 5.005,82’.

I

In de aanhef van artikel 7b wordt ‘€ 101,28 ‘ vervangen door ‘€ 103,71‘.

J

Artikel 7c wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘€ 67,52‘ vervangen door ‘€ 69,14‘.

2. In het tweede lid wordt ‘€ 67,52‘ vervangen door ‘€ 69,14‘.

K

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘€ 59,17’ vervangen door ‘€ 60,59’.

2. In het tweede lid wordt ‘€ 7,54’ vervangen door ‘€ 7,72’.

3. Het derde lid wordt als volgt gewijzigd:

a. ‘€ 614,46’ wordt vervangen door ‘€ 332,65’;

b. ‘€ 214,54’ wordt vervangen door ‘€ 219,69’;

c. ‘€ 98,33’ wordt vervangen door ‘€ 100,69’.

4. In het vierde lid wordt ‘€ 192,79’ vervangen door ‘€ 197,42’.

5. In het vijfde lid wordt ‘€ 167,14’ vervangen door ‘€ 164,94’.

6. In het zesde lid wordt ‘€ 44,46’ vervangen door ‘€ 39,36’.

L

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt ‘€ 82,92’ vervangen door ‘€ 84,91’.

2. In onderdeel b wordt ‘€ 15,17’ vervangen door ‘€ 15,53’.

M

In artikel 11, eerste lid, wordt ‘€ 1,45’ vervangen door ‘€ 1,48’.

N

In artikel 12, eerste lid, wordt ‘€ 569,32’ vervangen door ‘€ 579,87’.

O

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef van het eerste lid wordt ‘€ 270,08’ vervangen door ‘€ 276,56’;

2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel a wordt ‘€ 54,46’ vervangen door ‘€ 55,77’;

b. In onderdeel b wordt ‘€ 54,46’ vervangen door ‘€ 55,77’;

c. In onderdeel c wordt ‘€ 81,70’ vervangen door ‘€ 83,66’.

P

Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘€ 95,32’ vervangen door ‘€ 97,60’.

2. In het tweede lid wordt ‘€ 47,66’ vervangen door ‘€ 48,80’.

Q

Artikel 15, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef, wordt ‘€ 47,66’ vervangen door ‘€ 48,80’.

2. Onderdeel b vervalt.

3. Onderdeel f komt te luiden:

  • f. artikel 84, eerste en tweede lid, van verordening (EU) 2016/429, van inrichtingen waar levende producten worden gewonnen, geproduceerd, behandeld of opgeslagen die uitsluitend zijn bestemd voor de nationale markt ten behoeve van kunstmatige inseminatie;.

4. Na onderdeel f wordt het volgende onderdeel toegevoegd:

  • g. artikel 90, eerste en tweede lid van verordening (EU) 2016/429, van exploitanten van onafhankelijk van een inrichting werkende verzamelingen van gehouden hoefdieren en pluimvee, met inbegrip van de personen die dieren kopen en verkopen.

R

In artikel 16 wordt ‘€ 33,76’ vervangen door ‘€ 34,57’.

S

In artikel 18a wordt ‘€ 2.069,43’ vervangen door ‘€ 2.119,10’.

T

Artikel 18b wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. Onderdeel a wordt als volgt gewijzigd:

1°. ‘een starttarief van ‘€ 347,74’ wordt vervangen door ‘een basistarief van € 356,09‘;

2°. ‘€ 25,96’ wordt vervangen door ‘€ 26,58‘.

b. Onderdeel b wordt als volgt gewijzigd:

1°. In de aanhef wordt ‘een starttarief van € 546,43’ vervangen door ‘een basistarief van € 559,54‘;

2°. In onderdeel 1° wordt ‘€ 404,04’ vervangen door ‘€ 413,76‘;

3°. Onderdeel 2° wordt als volgt gewijzigd:

  • ‘€ 404,04’ wordt vervangen door ‘€ 413,76‘;

  • ‘€ 33,67’ wordt vervangen door ‘€ 34,48‘.

2. Het derde lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel a wordt ‘€ 78,05’ vervangen door ‘€ 79,92‘.

b. In onderdeel b wordt ‘€ 108,91’ vervangen door ‘€ 111,52‘.

U

Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel a wordt ‘€ 10,12’ vervangen door ‘€ 10,37’;

b. In onderdeel b wordt ‘€ 14,30’ vervangen door ‘€ 14,64’.

2. Het derde lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel a wordt ‘€ 33,76’ vervangen door ‘€ 34,57’;

b. In onderdeel b wordt ‘€ 47,66’ vervangen door ‘€ 48,80’.

3. Het vierde lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel a wordt ‘€ 20,75’ vervangen door ‘€ 21,25’;

b. In onderdeel b wordt ‘€ 43,88’ vervangen door ‘€ 44,93’.

4. Onder vernummering van het vijfde tot zesde lid, wordt na het vierde lid het volgende lid ingevoegd:

5. Indien het een slachthuis betreft als bedoeld in artikel 4, tweede lid, bedraagt, in zoverre in afwijking van het tweede lid de extra retributie voor werkzaamheden als bedoeld in bijlage A, onderdeel d, die op verzoek van de aanbieder buiten openingstijd plaatsvinden: € 10,37 per kwartier.

V

Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt ‘€ 15,17’ vervangen door ‘€ 15,53’.

2. Het derde lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel a wordt ‘€ 1,67’ vervangen door ‘€ 1,71’;

b. In onderdeel b wordt ‘€ 3,36’ vervangen door ‘€ 3,44’;

c. In onderdeel c wordt ‘€ 3,36’ vervangen door ‘€ 3,44’;

d. In onderdeel d wordt ‘€ 5,88’ vervangen door ‘€ 6,02’;

e. In onderdeel e wordt ‘€ 8,39’ vervangen door ‘€ 8,59’.

W

In artikel 22b wordt ‘€ 1.315,85’ vervangen door ‘€ 1.347,43‘.

X

Artikel 22c wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘€ 5.702,03’ vervangen door ‘€ 5.838,88‘.

2. In het tweede lid wordt ‘€ 1.315,85’ vervangen door ‘€ 1.347,43‘.

Y

Het derde lid van artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:

1. ’10 grootvee-eenheden per week met een maximum van’ vervalt.

2. Na ‘125 grootvee-eenheden’ wordt ‘dan wel 250 grootvee-eenheden’ ingevoegd.

Z

Bijlage B wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel m wordt als volgt gewijzigd:

  • a. Na ‘en onderdeel a in samenhang met de artikelen 94, eerste lid, of 95, van verordening (EU) 2016/429,’ wordt ingevoegd ‘als bedoeld in artikel 2.10c, van het Besluit houders van dieren’.

  • b. ‘artikel 7a.3 van de Regeling diergeneesmiddelen’ wordt vervangen door ‘artikel 10a.3 van de Regeling diergeneesmiddelen’.

2. Onderdeel r vervalt.

AA

In bijlage C, onderdeel II, vervalt onderdeel c.

AB

De tabel in Bijlage F komt te luiden:

Diersoort

GVE

   

Runderen en gedomesticeerde wilde soortgenoten

 

Volwassen runderen (vanaf 12 maanden)

1

Runderen (tot 12 maanden)

0,5

Waterbuffel

1

   

Varkens en gedomesticeerde wilde soortgenoten

 

Zeug/beer/vleesvarken vanaf 100 kg levend gewicht

0,2

Varkens van minder dan 100 kg levend gewicht behalve gekweekt wild zwijn

0,15

Gekweekt wild zwijn

0,2

   

Schapen en geiten en gedomesticeerde wilde soortgenoten

 

Alle categorieën schapen en geiten, behalve moeflon

0,05

Moeflon

0,2

   

Eenhoevigen

 

Paarden, ezels

1

   

Pluimvee en lagomorfen

0,0067

   

Overig gekweekt wild

 

Edelhert, lama, loopvogel

0,2

Damhert, alpaca

0,05

   

Grof vrij wild

 

Moeflon, wild zwijn, edelhert

0,2

Ree, damhert

0,05

   

Klein vrij wild

 

Lagomorfen en gevogelte

0,0014

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2022, met uitzondering van het in artikel I, onderdeel C, opgenomen artikel 4, zesde lid, van de Regeling NVWA-tarieven dat in werking treedt met ingang van 1 april 2022.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 1 november 2021

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten

TOELICHTING

Algemeen

1. Inleiding

Deze wijzigingsregeling van de Regeling NVWA-tarieven strekt tot herziening van de tarieven voor keurings- en controlewerkzaamheden die ambtenaren van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (hierna: NVWA) verrichten in het kader van veterinaire en hygiëneregelgeving. Het betreft werkzaamheden die de NVWA uitvoert op grond van de Europese wetgeving. De belangrijkste veranderingen die optreden door deze wijzigingsregeling betreffen, naast indexering van de tarieven, wijzigingen van artikel 4 en bijlage F van de regeling en zijn hieronder toegelicht. Daarnaast zijn een aantal nieuwe retributies geïntroduceerd en enkele technische wijzigingen doorgevoerd.

2. Wijziging tarieven keurings- en controlewerkzaamheden

2.1 Wijziging tarieven

Voor 2022 heb ik vanwege de ophanden zijnde herziening van het retributiestelsel wederom besloten de tarieven 2022 niet kostendekkend te maken, maar maximaal met 2,4% te laten stijgen. Dit percentage is gebaseerd op het gewogen gemiddelde van de ‘loonvoet sector overheid’ en de ‘prijs materiële overheidsconsumptie (imoc)’ uit de Macro Economische Verkenning 2022 van het Centraal Planbureau.

De kosten van de NVWA werkzaamheden die zijn ontstaan door de invoering van extra risicogerichte controles bij slachthuizen op basis van Verordening (EU) nr. 2017/625 (hierna: ‘OCR’) (€ 0,9 mln) worden met ingang van 2022 doorbelast aan het bedrijfsleven. Deze kosten werden in 2021 nog niet doorbelast om zo de betreffende bedrijven gelegenheid te geven om hun bedrijfsvoering hierop aan te passen.

Naast het bestaande tarief voor kleine slachterijen die tot 125 grootvee-eenheden (hierna: ‘GVE’) of 18.750 stuks pluimvee, lagomorfen en vrij klein wild (verder in deze tekst: 125GVE) per kwartaal slachten, is voorzien in een tweede categorie waarvoor een gereduceerd tarief geldt: ook voor slachterijen die tot 250 GVE of 37.500 stuks pluimvee, lagomorfen en vrij klein wild (verder in de tekst: 250GVE) per kwartaal slachten is een gereduceerd tarief opgenomen. Verder zijn er in dit kader wijzigingen doorgevoerd in de aanmeldprocedure voor het aanmelden voor het gewenste tarief.

Het tarief voor het technisch beheer van e-CertNL daalt van € 6,30 naar € 5,75 per certificaat door een toename van het aantal certificaten.

Naast de tariefwijzigingen zijn ook inhoudelijke wijzigingen opgenomen in deze wijzigingsregeling. Het gaat hier om de introductie van enkele nieuwe retributies. Deze hebben nauwelijks financiële consequenties. Verder is van de gelegenheid gebruik gemaakt foute verwijzingen naar artikelen te herstellen.

2.2 Wijziging artikel 4 (gereduceerd tarief kleine slachterijen)

De wijzigingen hebben betrekking op de uitbreiding van artikel 4 met een gereduceerd tarief voor een bredere groep van bedrijven.

Aanleiding

Omdat de tarieven relatief hoog zijn voor de kleinere slachterijen ten opzichte van de grotere slachterijen was er in de Regeling NVWA-tarieven voorzien in een gereduceerd tarief voor kleinere slachterijen. Artikel 4 van de Regeling NVWA-tarieven maakte onderscheid tussen slachthuizen die niet meer dan 10 GVE per week met een maximum van 125 GVE slachten en overige slachthuizen.

De overgang van een gereduceerd tarief voor kleine slachterijen naar de standaardtarieven wordt door het bedrijfsleven als abrupt ervaren. De abrupte overgang treft met name de tussencategorie van zogeheten ‘grotere kleine slachterijen’. Deze wijziging brengt de genoemde tussencategorie ook onder het bereik van een gereduceerd tarief.

Gerelateerde regelgeving

In diverse Europese verordeningen zijn uitzonderingsmogelijkheden opgenomen waarbij de grootte van het slachthuis of wildbewerkingsinrichting een rol speelt. Als in die verordeningen wordt gesproken over slachthuizen of wildbewerkingsinrichtingen met een geringe capaciteit wordt ervan uitgegaan dat minder dan 1.000 GVE per jaar worden behandeld of minder dan 150.000 pluimvee, lagomorfen en klein vrij wild per jaar worden behandeld.1 De in deze regeling gebruikte indeling in de omvang van bedrijven sluit hier grotendeels bij aan.

Artikel 79, derde lid, OCR regelt dat lidstaten bij de doorberekening van kosten met betrekking tot de in bijlage IV, hoofdstuk II bedoelde activiteiten, rekening mogen houden met de belangen van onder meer exploitanten met een geringe productie door een gereduceerde vergoeding op te leggen.

In deze regeling is voor een tariefstelling die rekening houdt met bedrijven met een geringe productie aangesloten bij de beschrijving in de genoemde verordeningen, omgerekend van aantallen per jaar naar aantallen per kwartaal. Op deze manier is er samenhang tussen de mogelijkheden die in de verordeningen zijn geboden en de tariefstelling in de voorliggende regeling.

Uitbreiding gereduceerd tarief

Met de wijziging is aan artikel 4 een extra categorie toegevoegd, zodat ook de slachterijen die maximaal 250 GVE per kwartaal behandelen in aanmerking komen voor een gereduceerd tarief. Door een extra categorie tussen de 125 en 250 GVE op te nemen, is de categorie van kleine bedrijven verruimd en is er een meer geleidelijke overgang van gereduceerd tarief naar het standaard tarief op basis van het aantal GVE.

Nieuw is dat bij de categorie kleine slachterijen de grens van 10GVE per week is losgelaten. Voor deze categorie en de nieuwe categorie is uitsluitend een maximum per kwartaal opgenomen. Dit geeft bedrijven meer ruimte om schommelingen in de productie op te vangen.

In deze regeling is uitgegaan van een aantal GVE per kwartaal. Als dit aantal wordt overschreden, wordt het tarief behorend bij de hogere aantallen toegepast.

Het tarief dat van toepassing is op bedrijven tot 125 GVE per kwartaal bestaat uit een starttarief en toeslagen voor afmelden en uitloop van werkzaamheden. Bij de nieuwe categorie tot 250 GVE is de opbouw gevolgd zoals deze ook bij bedrijven boven de 250 GVE per kwartaal wordt toegepast, namelijk een starttarief, kwartiertarief en toeslagen voor afmelden en uitloop van werkzaamheden. Voor de inzet buiten de openingstijden is een nieuw tarief toegevoegd voor de categorie tot 250GVE. Voor de overige toeslagen is aangesloten bij het tarief voor bedrijven die boven de 250GVE per kwartaal behandelen.

De aanmeldprocedure bij de NVWA voor het onderdeel tariefcategorie is aangepast. Een gereduceerd tarief geldt voor bedrijven die in een kwartaal tot 125 of 250 GVE produceren. Om de aanmeldprocedure minder foutgevoelig te maken hoeft in de dagelijkse melding niet meer dagelijks maar slechts aan het begin van het kwartaal de gewenste en bij de verwachte de productieomvang behorende tariefcategorie aangeven te worden. Deze wordt dan gedurende dat betreffende kwartaal gebruikt voor facturering.

De verwachting is dat door deze vereenvoudiging verrekening achteraf niet meer nodig is. Indien er toch meer of minder GVE in het betreffende kwartaal behandeld dan aangemeld zijn zal de NVWA achteraf een verrekening sturen. Om de kosten van verrekenen en verzenden van de factuur te dekken is er voor deze handelingen een nieuw tarief opgenomen. Omdat deze wijzigingsregeling per 1 januari 2022 in werking treedt, kan de plicht om een maand van tevoren melding te doen van een lagere productieaanvang eerst voorafgaand aan het tweede kwartaal worden voldaan. Het tarief voor verrekening van de factuur geldt om die reden vanaf het tweede kwartaal van 2022. Het tarief bedraagt € 29,12 per dag dat er is geslacht.

2.3 Wijziging bijlage F
Aanleiding

Bij de lagere retributies voor kleinere slachterijen is onderscheid gemaakt tussen twee categorieën van relatief kleine slachterijen, al naar gelang het aantal geslachte dieren per kwartaal. Dat aantal is uitgedrukt in grootvee-eenheden (GVE). In bijlage F van de Regeling NVWA-tarieven staan de omrekeningscoëfficiënten opgenomen ter bepaling van het aantal GVE.

In artikel 13, derde lid, van verordening (EU) 2019/627 en artikel 17, zesde lid, van verordening (EU) 1099/2009 zijn rekeneenheden opgenomen ter bepaling van het aantal GVE in de in die artikelen genoemde situaties ter bepaling van bedrijven met een geringere omvang. De systematiek van het rekenen van GVE’s sluit goed aan bij de gewenste tariefstelling voor dergelijke bedrijven en is ook gehanteerd in deze regeling. De GVE-normen in bijlage F (normentabel) zijn grotendeels gelijk aan die genoemd in verordening (EU) 627/2019 en artikel 17, zesde lid van verordening (EU) 1099/2009. Deze wijzigingsregeling actualiseert de normentabel en brengt deze in lijn met genoemde verordeningen. In die gevallen dat er verschil is tussen de beide verordeningen is de meest recente verordening gekozen. Dit is het geval bij schapen en geiten ouder dan één jaar. Voor gekweekte Moeflons is in afwijking van de verordening dezelfde norm aangehouden als voor wilde moeflons.

In bijlage F wordt gesproken over ‘runderen (tot 12 maanden)’. Daaronder worden eveneens nuchtere kalveren begrepen. Speenbiggen vallen onder de categorie ‘varkens van minder dan 100 kg levend gewicht behalve gekweekt wild zwijn’.

Gevolgen voor bedrijven

Het aantal behandelde GVE’s bepaalt of een onderneming in aanmerking komt voor een gereduceerd tarief op grond van artikel 4. Een hogere of lagere GVE-waarde in de normentabel bepaalt mede het aantal dieren dat geslacht kan worden binnen een categorie tot 125 GVE of tussen de 125 en 250 GVE.

Op grond van bij de NVWA beschikbare gegevens is de verwachting dat deze verandering nauwelijks gevolgen zal hebben voor de betreffende ondernemers.

Ook nu moeten bedrijven die op het grensvlak tussen twee categorieën produceren een keuze maken tussen het voordeel van een lagere categorie door minder productie of een hogere categorie met hogere kosten. Door het invoeren van een extra categorie zijn de gevolgen van die keuze minder omvangrijk.

Voor de volgende diersoorten is sprake van een lagere GVE-waarde ten opzichte van de oude regelgeving: schaap, geit, gekweekt wild (damhert en alpaca), vrij wild (ree en damhert), pluimvee en lagomorfen.

Voor de volgende diersoorten- of-categorieën is sprake van een hogere GVE-waarde ten opzichte van de oude regelgeving: speenbig, gekweekt wild (wild zwijn, edelhert, moeflon, lama en loopvogel) en vrij wild (Moeflon, wild zwijn en edelhert). Voor de diercategorie speenbig geldt dat de speenbiggen onder de 15 kg worden gelijk gesteld aan de biggen zwaarder dan 15 kg. Dit is een vereenvoudiging in de uitvoering omdat het bedrijfsleven de selectie achterwege kan laten en het is een vereenvoudiging voor de afhandeling door de NVWA omdat er één categorie minder is. Voor de diersoorten die niet zijn opgenomen in bovenstaande verordeningen geldt het volgende. Voor de diersoorten gekweekt edelhert, lama en loopvogel geldt dat het geslacht gewicht normaliter meer is dan 100 kilogram. Hiervoor geldt dezelfde norm als voor andere diersoorten die geslacht meer wegen dan 100 kilogram. Gekweekte moeflons zijn schaapachtigen deze worden gelijkgetrokken met wilde moeflons. Er worden nauwelijks moeflons geslacht in Nederland.

Voor de groep klein vrij wild is de waarde van de norm van 0,0014 GVE ongewijzigd gebleven. Deze blijft echter achter bij de norm in verordening 219/627 artikel 13 waar uitgegaan wordt van 0,0067 GVE. Ik heb het voornemen om op een later moment de waarde in de tariefregeling in overeenstemming te brengen met de verordening.

Maat houden 2014 en OCR

De tariefswijzigingen zijn in overeenstemming met het rapport Maat Houden 2014 (Kamerstukken II 2013/14, 24 036, nr. 407) en in overeenstemming met de OCR. Gezien de relatief beperkte wijzigingen in de tarieven zijn per saldo geen negatieve gevolgen voor de concurrentiepositie te verwachten.

Regeldrukeffecten

De regeling heeft geen effect op de regeldruk. Het betreft hier een wijziging van tarieven en retributies. Dit zijn financiële lasten en die vallen als zodanig buiten de definitie van regeldruk. Deze wijziging heeft in principe geen invloed op de uitvoering en handhaafbaarheid omdat de systematiek van het innen van de tarieven door de NVWA niet verandert.

Omdat het nu nog niet duidelijk is of bedrijven hun productie zullen aanpassen aan de nieuwe mogelijkheden en dus niet bekend is hoeveel bedrijven gebruik gaan maken van een gereduceerd tarief, is er voor 2022 uitgegaan van een halvering van het standaardtarief voor de categorie tussen de 125 en 250 GVE. Er zal gedurende 2022 samen met NVWA en bedrijfsleven een evaluatie plaatsvinden of de huidige wijziging met een extra categorie heeft geleid tot de beoogde effecten op toezichtlasten NVWA en kostenbeheersing bedrijfsleven.

De gereduceerde tarieven mogen bijvoorbeeld niet leiden tot minder nauwgezet aan- en afmelden van de werkzaamheden door de bedrijven. De aanmeldprocedure blijft onveranderd behalve dat slechts aan het begin van het kwartaal de gewenste en bij de verwachte de productieomvang behorende tariefcategorie aangeven moet worden.

Vaste verandermomenten

De regeling treedt in werking per het reguliere vaste verandermoment van 1 januari 2022, met uitzondering van het in artikel I, onderdeel C, opgenomen artikel 4, zesde lid, van de Regeling NVWA-tarieven. Dat artikel treedt in werking met ingang van 1 april 2022, dat eveneens een vast verandermoment is. Zoals hiervoor beschreven, kan bij inwerkingtreding van de wijzigingsregeling per 1 januari 2022 eerst voorafgaand aan het tweede kwartaal voldaan worden aan de plicht om een maand tevoren melding te doen van een lagere productieomvang.

De regeling is na 1 november 2021 in de Staatscourant gepubliceerd. Van het kabinetsbeleid inzake vaste verandermomenten (Kamerstukken II 2009/10, 29 515, nr. 309) is voor wat betreft de publicatiedatum dus afgeweken. Vanwege de beperkte, technische aard van de wijzigingen, het feit dat de sector over de voorgenomen wijzigingen is geconsulteerd, en het belang dat doorberekening van kosten tijdig kan plaatsvinden, is afgeweken van de minimale publicatietermijn van twee maanden.

Consultatie

Het georganiseerde bedrijfsleven van de slachthuizen is over de voorgenomen wijzigingen in deze regeling geconsulteerd. Uit contacten met de sectororganisaties is gebleken dat de uitbreiding van de reikwijdte van artikel 4 van de regeling met een extra categorie bedrijven die in aanmerking komen voor een gereduceerd tarief, voorziet in een duidelijke behoefte. Over het voornemen om de kosten van de NVWA werkzaamheden die zijn ontstaan door de invoering van extra risicogerichte controles bij slachthuizen op basis van de OCR met ingang van 2022 wel door te belasten is een opmerking binnengekomen. Het gevolg van de risicogerichte controles is dat dierencategorieën met een hoog risico onder permanent toezicht komen, wat hogere kosten met zich meebrengt. De sector wijst erop dat slachthuizen mogelijk stoppen met het slachten van deze risicodieren, om zo permanent toezicht te voorkomen, met als mogelijk gevolg dat de dieren langer op transport zullen zijn. Ik heb de genoemde bezwaren overwogen en kom tot de conclusie dat op basis van de onderkende risico’s permanent toezicht in het kader van risicodieren noodzakelijk is. In het geval er inderdaad minder slachthuizen beschikbaar blijven voor het slachten van risicodieren, dient het transport ook dan in overeenstemming met de transportverordening (1/2005) te worden uitgevoerd. Daarin staat dat dieren geschikt moeten zijn voor het voorgenomen transport en worden ook regels gesteld over de transportduur.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel I, onderdeel Q

Aan artikel 15 zijn naar aanleiding van de inwerkingtreding van verordening (EU) 2016/429 nieuwe retributies toegevoegd. Ingevolge artikel 15, eerste lid, onderdeel f, van deze Regeling was al een retributie verschuldigd voor de registratie en wijziging van registratie van inrichtingen waar paardensperma voor de nationale markt werd gewonnen. Deze retributie is nu ook verschuldigd voor registratie en wijziging van registratie van inrichtingen waar levende producten van andere diersoorten worden gewonnen, geproduceerd, behandeld of opgeslagen voor de nationale markt. Artikel 15, eerste lid, onderdeel f, van de Regeling is hiermee aangevuld.

Ten gevolge van de inwerkingtreding van artikel 90 van verordening (EU) 2016/429 is er een registratieverplichting voor exploitanten van onafhankelijk van een inrichting werkende verzamelingen van gehouden hoefdieren en pluimvee. Aan deze registratieverplichting is door het nieuw toegevoegde artikel 15, eerste lid, onderdeel g, een retributieverplichting verbonden.

De retributie die verschuldigd was bij een registratie of wijziging van registratie van inrichtingen waar honden, katten, fretten of lagomorfen worden gehouden om te worden verhandeld, valt buiten de reikwijdte van deze regeling. Deze regeling voorziet alleen in de retributies voor werkzaamheden die de NVWA verricht. Deze registratie wordt door RVO verricht.

Artikel I, onderdeel Z

In bijlage B, onderdeel m, wordt artikel 2.10c van het Besluit houders van dieren toegevoegd, waarin de erkenning van reinigings- en ontsmettingsplaatsen geregeld is. Dit artikel vormt de vervanging van het tot 21 april 2021 geldende artikel 26 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, maar was nog niet toegevoegd aan deze Regeling per 21 april 2021

Onderdeel r van bijlage B vervalt omdat de werkzaamheden ten behoeve van erkenning van controleposten geregeld zijn in onderdeel m. In onderdeel m worden werkzaamheden ten behoeve van een erkenning als bedoeld in onder meer artikel 94, eerste lid, van verordening (EU) 2016/429 genoemd. Artikel 94, eerste lid, onderdeel e, verwijst naar vastgestelde gedelegeerde handelingen. Verordening (EU) 2019/2035 is mede vastgesteld op grond van artikel 94, derde lid, van verordening (EU) 2016/429. In artikel 9, onderdeel c, van verordening (EU) 2019/2035 wordt de aanvraag tot erkenning van controleposten genoemd.

Tot slot is sprake van herstel van een verschrijving: artikel 7a.3 van de Regeling diergeneesmiddelen is vervangen door artikel 10a.3 van de Regeling diergeneesmiddelen.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten


X Noot
1

Zie bijvoorbeeld artikel 7 van verordening (EU) 2019/624 en artikel 13 van verordening (EU) 2019/627.

Naar boven