Ontheffing voor zeven Canadese A4N Skyhawks en drie Alpha Jets van het verbod vluchten uit te voeren met luchtvaartuigen die niet zijn voorzien van een geldig bewijs van luchtwaardigheid

24 december 2020

Nr: MLA/251/2020

Kenmerk: BS 2020026845

De Minister van Defensie,

Handelende na overleg met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

Gelezen het verzoek van de Operation Coordinator van Top Aces Inc. German Branch in Wittmund, Duitsland, aan de Militaire Luchtvaart Autoriteit per e-mail van 27 november 2020 11:30;

Gelet op artikel 3.21, eerste lid, van de Wet luchtvaart;

Besluit:

Artikel 1

Aan Top Aces Inc. wordt ontheffing verleend van de verbodsbepaling van artikel 3.8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet luchtvaart ten behoeve van het uitvoeren van vluchten binnen het vluchtinformatiegebied (FIR) Amsterdam met luchtvaartuigen die niet zijn voorzien van een geldig bewijs van luchtwaardigheid.

Artikel 2

De ontheffing, bedoeld in artikel 1, is van toepassing op de volgende luchtvaartuigen van het merk McDonnell Douglas Corporation (a tot en met g) en van het merk Dassault-Breguet/Dornier (h tot en met j):

  • a. A4N Skyhawk, met registratienummer C-FGZD;

  • b. A4N Skyhawk, met registratienummer C-FGZE;

  • c. A4N Skyhawk, met registratienummer C-FGZH;

  • d. A4N Skyhawk, met registratienummer C-FGZI;

  • e. A4N Skyhawk, met registratienummer C-FGZO;

  • f. A4N Skyhawk, met registratienummer C-FGZS;

  • g. A4N Skyhawk, met registratienummer C-FGZT;

  • h. Alpha Jet, met registratienummer C-GITA;

  • i. Alpha Jet, met registratienummer C-GLTO;

  • j. Alpha Jet, met registratienummer C-GFTO.

Artikel 3

De ontheffing, bedoeld in artikel 1, geldt alleen voor overvluchten via Nederlands rechtsgebied langs aangegeven routes en in voorkomend geval het gebruik van militaire luchthavens als uitwijkhaven (alternate).

Artikel 4

Een afschrift van deze beschikking is, in aanvulling op een bewijs van inschrijving, een geldig bewijs van luchtwaardigheid van het land van inschrijving en een verzekeringsbewijs, aan boord van de in artikel 2 genoemde luchtvaartuigen aanwezig.

Artikel 5

Deze beschikking treedt in werking met ingang van 1 januari 2021 en vervalt met ingang van 1 januari 2022, tenzij de door de luchtvaartautoriteit van het land van inschrijving afgegeven bewijzen van luchtwaardigheid eerder hun geldigheid verliezen.

De Minister van Defensie, voor deze: De Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit, J.P. Apon, Commodore

Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt, een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, Dienstencentrum Juridische Dienstverlening, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, Postbus 90004, 3509 AA Utrecht. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.

TOELICHTING

Het bedrijf Top Aces Inc. wil in 2021 net als in 2020 overvluchten over Nederland uitvoeren met ex-militaire luchtvaartuigen en in voorkomend geval een militaire luchthaven in Nederland gebruiken als uitwijkhaven (alternate).

De ex-militaire luchtvaartuigen zijn geregistreerd in het luchtvaartregister van Canada en vallen als zodanig onder het toezicht van de luchtvaartautoriteit van Canada. Als ex-militaire luchtvaartuigen kunnen zij alleen in aanmerking komen voor een Special Certificate of Airworthiness (special CoA) afgegeven door de Canadese autoriteit.

Binnen het vluchtinformatiegebied (FIR) Amsterdam is het op grond van artikel 3.8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet luchtvaart verboden een vlucht uit te voeren met een luchtvaartuig dat niet is voorzien van een geldig BvL, tenzij hiertoe door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat of de Minister van Defensie een ontheffing is verleend op grond van artikel 3.21 van de Wet luchtvaart. De Minister van Defensie kan ambtshalve ontheffing verlenen wanneer door bijzondere omstandigheden de regels in redelijkheid geen toepassing kunnen vinden en de veiligheid van het luchtverkeer met het verlenen van een ontheffing niet in gevaar wordt gebracht. In onderhavig geval doet zich een dergelijke bijzondere omstandigheid voor. Het gaat in dit geval om een verzoek om voor een NAVO-partner overvluchten over Nederland uit te mogen voeren met tien ex-militaire, civiel geregistreerde luchtvaartuigen en om in voorkomend geval een van de militaire luchthavens als uitwijkhaven (alternate) te mogen gebruiken.

Omdat de ex-militaire luchtvaartuigen zijn voorzien van een special CoA, dat alleen geldt in het gebied waarvoor de special CoA is afgegeven, moet er contact worden gezocht met de lokale luchtvaartautoriteit, in casu de Nederlandse Militaire Luchtvaart Autoriteit (MLA). Zij kunnen namelijk alleen op basis van een ontheffing overvluchten uitvoeren binnen de FIR Amsterdam. Na bestudering van de aanvraag is door de Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit besloten om namens de Minister van Defensie de gevraagde ontheffing te verlenen.

Het toepassingsbereik van de ontheffing is beperkt tot overvluchten over Nederlands rechtsgebied langs aangegeven routes en toestemming om binnen dat gebied militaire luchthavens als uitwijkhaven (alternate) te gebruiken.

De ontheffing is na overleg met de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) verleend, gezien het feit dat het om ex-militaire luchtvaartuigen gaat.

Naar boven