De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 2, vierde lid,
van het Instellingsbesluit Inspectie Leefomgeving en Transport, de artikelen 5.1,
5.4, 5.5 en 5.6 van de Wet normering topinkomens en artikel 61, vijfde lid van de
Woningwet,
Gezien de schriftelijke instemming van de inspecteur-generaal Leefomgeving en Transport
van 17 augustus 2021;
BESLUIT:
ARTIKEL I
Het Besluit mandaat Autoriteit woningcorporaties en aanwijzing toezichthouders Woningwet
en WNT wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:
1. In artikel 3, tweede lid, vervalt ‘41c’.
2. In artikel 3, tweede lid, wordt ‘en 53a, eerste lid’ vervangen door ‘53a, eerste
lid, en 54a’.
3. In artikel 3, derde lid, onderdeel a, wordt ‘35 tot en met 37’ vervangen door ’35,
36’.
ARTIKEL II
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum waarop het in de Staatscourant
wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2021.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
K.H. Ollongren
TOELICHTING
Artikel I, onder 1 en 3
Bevoegdheid tot het beoordelen van verzoeken tot ontheffing regionaal werkgebied
In augustus 2016 zijn de regionale werkgebieden van woningcorporaties vastgesteld
door de toenmalige Minister voor Wonen. Elke corporatie heeft één regio waarin zij
volledig werkzaam mag zijn.
Buiten de kernregio
In gemeenten buiten de regio mag een corporatie niet nieuw bouwen of vastgoed verwerven.
Andere activiteiten zoals verhuur, beheer en onderhoud van het bestaande bezit van
de corporatie aldaar, mogen wel. Ook mag een corporatie bestaand bezit slopen en daarna
nieuwbouw realiseren op dezelfde locatie. Wat als dezelfde locatie wordt gezien is
ter beoordeling van de Autoriteit woningcorporaties (Aw). De corporatie kan een sloop/nieuwbouwproject
dat niet exact dezelfde contouren volgt als de bestaande bebouwing, maar een kleine
afwijking daarvan kent, voorleggen aan de Aw. Deze kan het plan goedkeuren als het
naar haar oordeel niet te veel afwijkt van de oorspronkelijke contouren.
Wanneer een corporatie op een andere locatie nieuwbouw wil realiseren, kan zij daarvoor
een ontheffing aanvragen. De procedure daarvoor is veel zwaarder dan een aanvraag
voor nieuwbouw op dezelfde locatie. Tot nu toe moet deze ontheffing worden aangevraagd
bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Inmiddels is het
beleid omtrent het verlenen van ontheffingen zodanig uitgekristalliseerd dat de beoordeling
van de ontheffingsaanvragen kan worden overgedragen aan de Aw. Voor de corporaties
is dit duidelijker: zowel aanvragen voor nieuwbouw op dezelfde locatie als voor nieuwbouw
op een andere locatie worden dan door dezelfde instantie behandeld. Het sluit ook
aan bij de algemene scheiding tussen beleid en toezicht, waarbij het toezicht is opgedragen
aan de Aw.
Uitbreiding/verandering regio
Deze aanvragen dienen nog steeds ingediend te worden en worden behandeld door de Minister
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel I, onder 2
Eenmalige huurverlaging huurders met een lager inkomen
Het wetsvoorstel ‘Eenmalige huurverlaging huurders met een lager inkomen’ leidt tot
de introductie van twee nieuwe artikelen in de Woningwet, namelijk artikel 54a en
54b. Artikel 54a Woningwet (nieuw) bevat een bevoegdheid waarop de Aw geen toezicht
zal houden. Daarom is artikel 54a van de Woningwet uitgezonderd in artikel 3, tweede
lid, onderdeel a, van dit besluit.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
K.H. Ollongren