Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek | Staatscourant 2021, 42389 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek | Staatscourant 2021, 42389 | overige overheidsinformatie |
Handleiding KIEM-groen
pilotregeling practoraten, indieningsronde 2021-2024
Utrecht, september 2021
Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA (onderdeel van NWO)
|
1. |
Inleiding |
1 |
|
|
1.1 |
Achtergrond |
1 |
|
|
1.2 |
Beschikbaar budget |
1 |
|
|
1.3 |
Geldigheidsduur call for proposals |
2 |
|
|
2. |
Doel |
2 |
|
|
2.1 |
Doel |
2 |
|
|
2.2 |
Inhoudelijke scope en afbakening |
2 |
|
|
3. |
Richtlijnen voor aanvragers |
3 |
|
|
3.1 |
Wie kan subsidie aanvragen |
3 |
|
|
3.2 |
Wanneer kan aangevraagd worden |
4 |
|
|
3.3 |
Hoe wordt de aanvraag opgesteld en ingediend |
4 |
|
|
3.4 |
Subsidievoorwaarden |
4 |
|
|
3.5 |
Financiële voorwaarden |
8 |
|
|
4. |
Procedure |
9 |
|
|
4.1 |
In behandeling nemen aanvraag |
9 |
|
|
4.2 |
Procedure beoordeling |
11 |
|
|
4.3 |
Beoordelingscriteria |
11 |
|
|
4.4 |
Besluitvorming |
11 |
|
|
4.5 |
Tijdpad |
11 |
|
|
5. |
Uitvoering |
11 |
|
|
5.1 |
Penvoerder en contactpersoon |
11 |
|
|
5.2 |
Beschikbaar stellen subsidie |
11 |
|
|
5.3 |
Monitoring |
11 |
|
|
6. |
Contact en overige informatie |
11 |
|
|
6.1 |
Actuele vragen en contact |
11 |
|
|
6.2 |
ISAAC-helpdesk |
11 |
|
Het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA (hierna te noemen Regieorgaan SIA), onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), heeft als taak de ontwikkeling van het praktijkgericht onderzoek van hogescholen te stimuleren. In die rol is Regieorgaan SIA actief in het Groenpact. In samenwerking met het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (hierna te noemen LNV) en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna te noemen OCW) voert Regieorgaan SIA een pilot uit van het financieringsinstrument ‘Kennis en Innovatiemapping’, ofwel KIEM.
Deze KIEM-groen pilotregeling richt zich op onderzoek dat uitgevoerd wordt door practoraten in het groene domein. Een practoraat is een expertiseplatform met een onderzoekscomponent, georganiseerd als onderdeel van een mbo- instelling. Binnen het groene domein liggen maatschappelijk relevante uitdagingen waarvoor practoraten de meest geschikte uitgangspositie hebben om samen met ondernemers een verschil te kunnen maken. Binnen het Groenpact is Regieorgaan SIA de meest passende organisatie voor het uitvoeren van deze pilotregeling. De regeling KIEM-groen pilotregeling practoraten draagt bij aan de uitvoering van GroenPact.
Het maximaal beschikbare budget voor deze call is € 1,5 miljoen (subsidieplafond). Per subsidieaanvraag (verder te noemen aanvraag) kunt u maximaal € 40.000 aanvragen.
Het totaalbudget voor deze call wordt verdeeld over drie indieningsronden:
• indieningsronde 1: € 0,5 miljoen
• indieningsronde 2: € 0,5 miljoen
• indieningsronde 3: € 0,5 miljoen, plus eventueel resterend budget uit de voorgaande twee jaren. Voorafgaand aan indieningsronde 3 wordt het totaal beschikbare budget voor die indieningsronde bekendgemaakt door publicatie in de Staatscourant.
Elk subsidieplafond is een harde grens voor aanvragen die worden ingediend voor die betreffende indieningsronde. Per indieningsronde worden alle aanvragen met een positief oordeel gehonoreerd op basis van het principe first come, first served (zie paragraaf 4.3). Dit met inachtneming van het bereiken van het subsidieplafond van die indieningsronde.
Deze call for proposals is geldig voor de drie indieningsronden van KIEM-groen pilotregeling practoraten en geldt tot en met de datum waarop door het bestuur van Regieorgaan SIA het besluit over de aanvragen wordt genomen. Voor gehonoreerde projecten binnen deze call for proposals blijven de vermelde voorwaarden van toepassing tijdens de volledige looptijd van het project.
De openstelling per indieningsronde is:
• Indieningsronde 1: 6 oktober 2021, 14:00:00 uur tot 13 september 2022, 14:00:00 uur
• Indieningsronde 2: 13 september 2022, 14:00:00 uur tot 12 september 2023, 14:00:00 uur
• Indieningsronde 3: 12 september 2023, 14:00:00 uur tot 10 september 2024, 14:00:00 uur
*Tijden in CE(S)T.
Regieorgaan SIA toetst aanvragen binnen 65 werkdagen na het indienmoment in ISAAC op ontvankelijkheid. Als de aanvraag ontvankelijk is, wordt deze op volgorde van binnenkomst in behandeling genomen. Wanneer Regieorgaan SIA verwacht vóór de gestelde sluitingsdatum van een indieningsronde het subsidieplafond te bereiken, dan sluiten wij deze voortijdig. Na publicatie van een wijzigingsbesluit in de Staatscourant daartoe, nemen wij in die indieningsronde geen aanvragen meer in behandeling. Indien uw aanvraag niet is gehonoreerd, dan heeft u de mogelijkheid uw aanvraag opnieuw in te dienen. Gebeurt dit in de derde indieningsronde dan kunt u geen aanvragen meer indienen als het subsidieplafond van die ronde is bereikt.
Waar het hbo lectoraten heeft, kent het mbo practoraten. Dit zijn expertiseplatforms met een onderzoekscomponent, georganiseerd als onderdeel van een mbo-instelling. Zo zijn er ook practoraten actief in het groene domein.
De KIEM-groen pilotregeling practoraten is gericht op het opzetten en stimuleren van (nieuwe) samenwerkingsverbanden tussen practoraten, lectoraten, kennisinstellingen en mkb-partners. Dit stimuleert het professionaliseren van practoraten door het bevorderen van hun positie in de kennisketen. Het legt een verbinding tussen enerzijds de hbo-onderzoekinfrastructuur (lectoraten, living labs, CoE’s) en anderzijds de beroepspraktijk. De samenwerkingsverbanden voeren gemeenschappelijke activiteiten uit op het gebied van (praktijkgericht) onderzoek en innovatie.
De KIEM-groen pilotregeling practoraten stimuleert onderzoek binnen de Kennis en Innovatie Agenda (KIA) op het thema Landbouw, Water, Voedsel (zie ook 3.4Bijdrage aan Misiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid) aangevuld met specifieke LNV-beleidsopgaven zoals benoemd in LNV beleid of kabinetsbrede agenda’s (zie 2.2 Inhoudelijke scope en afbakening).
Aanvragen hebben betrekking op toepasbare kennis en het oplossen van praktische vraagstukken.Verbetering en ontwikkeling van de eigen praktijk zijn leidend. Mogelijke uitkomsten van projecten zijn onder andere netwerkactiviteiten, prototypes, testen, (business)modellen, methoden, werkwijzen, demonstrators, processen, productconcepten en dienstconcepten.
Projecten richten zich aantoonbaar op de doorwerking van de bovengenoemde projectresultaten in zowel de professionele praktijk als in het onderwijs.
Aanvragen moeten passen binnen de scope van 14 thema’s uit de KIALandbouw, Water, Voedselof een van 5 andere thema’s voortkomend uit LNV- beleid inclusief de LNV specifieke inzet in kabinetsbrede agenda’s. Met deze thema’s wordt aangesloten op de inkadering die ook wordt gehanteerd bij de overige (onderzoeks)programmering vanuit LNV.
De KIA Landbouw, Water, Voedsel is onderverdeeld in 6 missies, aangevuld met ondersteunende Sleuteltechnologieën. De missies zijn:
A. Kringlooplandbouw
B. Klimaatneutrale landbouw en voedselproductie
C. Klimaatbestendig landelijk en stedelijk gebied
D. Gewaardeerd, gezond en veilig voedsel
E. Duurzame en veilige Noordzee en andere wateren
F. Nederland is en blijft de best beschermde en leefbare delta
S. Sleuteltechnologieën
Binnen deze missies zijn in totaal 28 Meerjarige Missiegedreven Innovatieprogramma’s (MMIPs) geformuleerd, waarmee concreet uitvoering wordt gegeven aan de missies. Vanuit deze MMIPs zijn door LNV 14 thema’s aangewezen die relevant zijn voor deze financieringsregeling.
Die 14 thema’s zijn verder aangevuld met 5 andere thema’s uit LNV-beleid. De 19 thema’s staan in onderstaande tabel. In de tweede kolom staat aangegeven met welke MMIPs van het Missiegedreven Topsectoren en Innovatiebeleid de thema’s corresponderen of dat het om een LNV-beleidsthema gaat.
|
Thema |
MMIP/LNV |
|---|---|
|
1. Meststoffen, nutriënten en stikstofdepositie |
A1 |
|
2. Robuuste teeltsystemen (incl. Fytosanitair) |
A2 |
|
3. Hergebruik zij- en reststromen/ Nieuwe eiwitten |
A3, A4 |
|
4. Biodiversiteit |
A5 |
|
5. Klimaatneutrale landbouw |
B1-B6 |
|
6. Klimaatadaptatie en waterbeheer |
C1-C4 |
|
7. Eerlijke prijs, waardering sector |
D1 |
|
8. Gewaardeerd en gezond voedsel en groen, voedselverspilling |
D2 |
|
9. Duurzame veehouderij |
D3 |
|
10. Veilige en duurzame verwerking |
D4 |
|
11. Noordzee, Visserij, Cariben |
E1, E2, E4, E5 |
|
12. Overige wateren, Veilige Delta |
E3, F1 – F4 |
|
13. Smart Technologies in Agri-Horti-Food |
S1 |
|
14. Biotechnologie en Veredeling |
S2 |
|
15. Natuurinclusieve samenleving |
LNV |
|
16. Vitaal landelijk gebied |
LNV |
|
17. Internationale voedselzekerheid |
LNV |
|
18. Welzijn gezelschapsdieren |
LNV |
|
19. Duurzame economie en verdienvermogen |
LNV |
De aanvrager geeft in het projectplan aan bij welk thema het onderzoek aansluit. De aanvrager moet de relatie met het thema onderbouwen aan de hand van de KIA of actuele (publiek beschikbare) LNV-beleidsagenda’s en LNV-
beleidsbrieven of LNV-specifieke inzet in kabinetsbrede agenda’s zoals de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), de Circulaire Economie Agenda, het Klimaatakkoord.
In het projectplan geeft de aanvrager aan bij welk beleidsstuk de aanvraag aansluit en specifiek bij welke passage(s) van het document. Het betreffende beleidsstuk wordt als bijlage bij het projectplan gevoegd.
De aanvrager dient een door de overheid bekostigde mbo-instelling (hierna te noemen aanvrager) te zijn, zoals bedoeld in artikel 1.1.1. onderdeel b. van deWet educatie en beroepsonderwijs, voor zover het bekostigde middelbare beroepsopleidingen betreft. Expliciet uitgesloten zijn instellingen zoals bedoeld in artikel 1.4.1 van de wet Wet educatie en beroepsonderwijs.
De persoon die de aanvraag indient in ISAAC wordt geacht hiertoe te zijn gemachtigd door het College van Bestuur van de aanvragende mbo-instelling.
De aanvraag kan alleen ingediend worden als de betrokken practor onderdeel is van het CIV-koepelplan zoals gepubliceerd op de website van CIV Groen, Centrum voor Innovatief Vakmanschap en begeleid wordt door de StichtingIeder Mbo een Practoraat(SIMP).
U kunt uw aanvraag indienen vanaf openstelling van de call in ISAAC. Sluitingsdata en -tijden voor het indienen van aanvragen zijn:
• indieningsronde 1: 13 september 2022, 14:00:00 uur;
• indieningsronde 2: 12 september 2023, 14:00:00 uur;
• indieningsronde 3: 10 september 2024, 14:00:00 uur (tevens sluitingsdatum
• en -tijd van deze call for proposals).
Tijden in CE(S)T.
Aanvragen die na de sluitingsdatum van deze call for proposals worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.
Informatie over de mogelijkheid tot indienen en het in behandeling nemen van aanvragen bij het bereiken van het subsidieplafond van een indieningsronde vindt u in paragraaf 1.3.
Een volledige aanvraag omvat de volgende documenten:
• het volledig ingevulde en ondertekende aanvraagformulier;
• het projectvoorstel;
• de begroting in excel met aangevraagde subsidie, cofinanciering en
• kostenonderbouwing;
• het ingevulde formulier projectbetrokkenen in excel met een overzicht van betrokken projectgroepleden in het kader van de‘Code omgang metpersoonlijke belangen’ van NWO.
U vindt al deze documenten in het online aanvraagsysteem ISAAC. Het is verplicht de via ISAAC beschikbare documenten te gebruiken.
Indienen via ISAAC
U kunt uw aanvraag alleen indienen via ISAAC. Aanvragen die niet via ISAAC zijn ingediend, worden niet in behandeling genomen.
Bekijk deze call for proposals in ISAAC https://www.isaac.nwo.nl/subsidieaanvraag?extref=kiemgroen1
https://www.isaac.nwo.nl/subsidieaanvraag?extref=kiemgroen3
U bent als aanvrager verplicht de subsidieaanvraag via uw eigen ISAAC- account in te dienen. Heeft u nog geen ISAAC-account? Maak dan minimaal één werkdag voordat u de aanvraag indient een account aan. Zo kunnen eventuele problemen met aanmelden nog op tijd worden opgelost.
Het inlogscherm ISAAC is bereikbaar via: www.isaac.nwo.nl
De handleiding ISAAC is bereikbaar via: www.isaac.nwo.nl/help
De ISAAC helpdesk is bereikbaar via: isaac.helpdesk@nwo.nl
Inzet en omvang van de subsidie
De subsidie is bestemd voor de aanvragers zoals genoemd in paragraaf 3.1.
U kunt maximaal € 40.000 aanvragen. De looptijd van het project is maximaal 12 maanden. Inzet van subsidie buiten de looptijd is niet toegestaan. Het beoogde project dient uiterlijk drie maanden na de datum van het subsidiebesluit te starten.
De subsidie is uitsluitend bestemd voor het uitvoeren van activiteiten conform de gehonoreerde aanvraag. Financiering van (deel)activiteiten die reeds zijn gefinancierd vanuit andere bronnen, is niet mogelijk.
Uitgesloten zijn aanvragen die zich uitsluitend richten op deskundigheids- bevordering van personeel, het ontwikkelen van een nieuwe opleiding/nieuw curriculum voor de mbo-instelling en/of behoren tot reguliere activiteiten van een mbo-instelling.
Consortium
Het project wordt ondersteund door een actief betrokken consortium met voldoende kennis en kunde om het onderzoek uit te voeren. Consortiumpartners kunnen zijn: mkb-ondernemingen (waaronder zzp’ers), andere praktijkpartners, kennisinstellingen (zie ook hieronder) en het grootbedrijf.
Bij aanvang van het project heeft het consortium zich middels ondertekening van het aanvraagformulier verzekerd van deelname van twee praktijkpartners, waarvan minimaal één in Nederland gevestigde mkb-onderneming. Tevens dient aan het consortium een lectoraat van een hogeschool te zijn verbonden dat is aangesloten bij een Centre of Expertise.
Onder praktijkpartners verstaan we organisaties die gebruik maken van de kennis die wordt gegenereerd in het KIEM-project.
De volgende organisaties kunnen deelnemen als consortiumpartners maar zijn geen praktijkpartner:
• Mbo-instellingen
• Kennisinstellingen, te weten: Nederlandse hogescholen en universiteiten, KNAW- en NWO-instituten, het Nederlands Kanker Instituut, het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek te Nijmegen, de Dubble-bundellijn bij de ESRF te Grenoble, NCB Naturalis, Advanced Research Centre for NanoLithography (ARCNL), Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie, Universitair medische centra en andere onderzoeksorganisaties;
• Ondernemingen die niet voldoen aan de criteria voor een mkb-onderneming zoals hieronder weergegeven.
Mkb-ondernemingen die participeren in de aanvraag moeten aan de volgende criteria voldoen:
• er is sprake van een onderneming, te weten: een eenheid, ongeacht haar
• rechtsvorm, die een economische activiteit uitvoert;
• de onderneming staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel;
• er is sprake van een onderneming met minder dan 250 werknemers en een jaarlijkse omzet van minder dan € 50 miljoen.
Cofinanciering
De praktijkpartners dragen via cofinanciering bij aan de uitvoering van het project. Deze cofinanciering moet ten minste 25% van het subsidiebedrag zijn. De cofinanciering kan zowel in cash als in kind (op geld waardeerbare zaken als uren en materiële kosten) plaatsvinden.
Eventuele in cash cofinanciering wordt door de consortiumpartner(s) rechtstreeks aan de penvoerder overgemaakt.
Rekenvoorbeeld:
Bij een subsidieomvang van € 40.000 is een minimale cofinanciering van € 10.000 vereist. De minimale projectomvang wordt in dat geval € 50.000.
Consortiumpartners die geen praktijkpartner zijn kunnen bijdragen aan de uitvoering van het project. Dit kan zijn in cash en/of in kind. Let op: de bijdrage van deze partners zoals het grootbedrijf wordt niet meegerekend tot de verplichte cofinanciering!
De omvang van de in cash en/of in kind cofinanciering geeft u bij uw aanvraag aan, in de begroting.
Afspraken consortium
Binnen het consortium maakt u afspraken over onder andere open access, ethische aspecten en datamanagement, zoals hieronder weergegeven. Indien van toepassing dienen ook afspraken te worden gemaakt over intellectueel eigendom.
DORA
NWO is ondertekenaar van de San Francisco Declaration on Research Assessment (DORA). DORA is een wereldwijd initiatief dat beoogt de manier waarop onderzoek en onderzoekers worden beoordeeld te verbeteren. DORA bevat aanbevelingen voor onderzoeksfinanciers, onderzoeksinstellingen, wetenschappelijke tijdschriften en andere partijen.
DORA richt zich op het terugdringen van het onkritisch gebruik van bibliometrische indicatoren en het wegnemen van onbewuste vooringenomenheid (unconscious bias) bij de beoordeling van onderzoek en onderzoekers. Overkoepelende filosofie van DORA is dat onderzoek moet worden beoordeeld op zijn eigen kwaliteiten en verdiensten in plaats van op basis van afgeleide indicatoren, zoals het tijdschrift waarin het onderzoek wordt gepubliceerd.
Voor NWO betekent dit dat commissieleden en referenten verzocht wordt bij de beoordeling van aanvragen niet af te gaan op indicatoren als de Journal Impact Factor of de H-index. Aanvragers mogen deze in hun aanvragen ook niet vermelden.
Bij het beoordelen van het wetenschappelijke track record van kandidaten gaat NWO uit van een brede definitie van wetenschappelijke output. Naast publicaties worden aanvragers gestimuleerd ook andere wetenschappelijke producten te vermelden, zoals datasets, patenten, software, code, enzovoort.
Voor meer informatie over wat NWO doet om de principes van DORA te implementeren zie: https://www.nwo.nl/dora
Open Access
Als ondertekenaar van de Berlin Declaration (2003) en lid van cOAlitie S (2018) zet NWO zich in om de resultaten van wetenschappelijk onderzoek dat door NWO gefinancierd wordt vrij toegankelijk te maken via internet (Open Access).
Daarmee geeft NWO invulling aan het beleid van de Nederlandse regering om al het publiek gefinancierde onderzoek Open Access beschikbaar te maken. Wetenschappelijke publicaties van onderzoek dat is gefinancierd op basis van toekenningen voortvloeiend uit deze call for proposals dienen daarom Open Access beschikbaar te zijn volgens de Beleidsregel Open Access.
Wetenschappelijke artikelen
Voor wetenschappelijke artikelen geldt dat zij direct op het moment van publicatie (zonder embargo) Open Access beschikbaar gesteld moeten worden via één van de volgende routes:
• publicatie in een volledig open access tijdschrift of platform dat is geregistreerd in de DOAJ; – publicatie in een abonnementstijdschrift en het deponeren van tenminste de auteursversie van het artikel in een Open Access repository die is geregistreerd in OpenDOAR;
• publicatie in een tijdschrift waarvoor een transformatieve Open Access overeenkomst beschikbaar is tussen de VSNU en een uitgever.
• Zie daarover: https://www.openaccess.nl/
Boeken
Voor boeken, boekhoofdstukken en bundels gelden afwijkende voorwaarden. Zie daarover de Beleidsregel op https://www.nwo.nl/open-science
CC BY licentie
Met het oog op een optimale verspreiding van publicaties moet tenminste een Creative Commons (CC BY) licentie worden toegepast. Bij de aanwezigheid van zwaarwegende belangen kan de auteur verzoeken om te publiceren onder toepassing van een CC BY-ND licentie. Voor boeken, bundels en boekhoofdstukken staat de keuze van een CC BY licentie vrij.
Kosten
Eventuele kosten voor publiceren in volledig Open Access tijdschriften kunnen worden begroot in de projectbegroting. Kosten voor publicaties in hybride tijdschriften komen niet in aanmerking voor vergoeding door NWO. Voor Open Access boeken kan een beroep gedaan worden op het aparte NWO Open Access boekenfonds.
Voor een nadere toelichting op het open access beleid van NWO zie: https://www.nwo.nl/open-science
Datamanagement
Resultaten van wetenschappelijk onderzoek moeten kunnen worden gerepliceerd, geverifieerd en gefalsifieerd. In het digitale tijdperk betekent dit dat behalve publicaties ook onderzoeksdata zo veel mogelijk vrij toegankelijk moeten zijn.
NWO verwacht dat de onderzoeksdata die voortkomen uit projecten die door NWO zijn gefinancierd zo veel mogelijk vrij beschikbaar komen voor hergebruik door andere onderzoekers. NWO hanteert daarbij het principe: “zo open als mogelijk, beschermd indien nodig”.
Van onderzoekers wordt verwacht dat zij ten minste die data en/of niet- numerieke resultaten die ten grondslag liggen aan de conclusies van binnen het project gepubliceerde werken openbaar maken, gelijktijdig met de publicatie zelf. Eventuele kosten die hiervoor worden gemaakt, kunnen worden meegenomen in de projectbegroting.
Datamanagementparagraaf
De datamanagementparagraaf maakt deel uit van de onderzoeksaanvraag. Onderzoekers wordt dus gevraagd reeds voor aanvang van het onderzoek te bedenken hoe de verzamelde data geordend en gecategoriseerd moeten worden zodat zij vrij beschikbaar kunnen worden gesteld.
Vaak zullen al vóór het tot stand komen van de data en de analyse daarvan maatregelen getroffen moeten worden om opslag en deling later mogelijk te maken. Indien niet alle data voortkomende uit het project openbaar gemaakt kunnen worden, bijvoorbeeld om redenen van privacy, ethiek of valorisatie, dient de aanvrager dit beargumenteerd kenbaar te maken in de datamanagementparagraaf.
De datamanagementparagraaf in de aanvraag wordt niet meegenomen in de beoordeling en derhalve ook niet meegewogen in de beslissing om een aanvraag al of niet te honoreren. De beoordelingscommissie kan wel advies geven met betrekking tot de datamanagementparagraaf.
Ethische verklaring of vergunning
Een aanvrager is er voor verantwoordelijk om na te gaan of voor de uitvoering van het voorgestelde onderzoek een ethische verklaring of vergunning noodzakelijk is, en dient er voor te zorgen dat deze tijdig wordt verkregen bij de relevante ethische commissie.
Bij toewijzing wordt de subsidie verleend onder de voorwaarde dat de benodigde ethische verklaring of vergunning vóór de uiterste startdatum van het project is verkregen. Het onderzoeksproject kan niet starten voordat SIA een kopie van de ethische verklaring of vergunning heeft ontvangen.
Nagoya Protocol
Het Nagoya Protocol is op 12 oktober 2014 van kracht geworden en zorgt voor een eerlijke en billijke verdeling van voordelen voortvloeiende uit het gebruik van genetische rijkdommen (Access and Benefit Sharing, ABS).
Onderzoekers die voor hun onderzoek gebruikmaken van genetische bronnen in/uit het buitenland dienen zich op de hoogte te stellen van het Nagoya Protocol (http://www.absfocalpoint.nl/). NWO gaat er vanuit dat zij de noodzakelijke acties ten aanzien van het Nagoya Protocol nemen.
Aansluiting op CIV sectorale praktijkclusters
In CIV Groen, Centrum voor Innovatief Vakmanschap werken mbo-instellingen, bedrijven en overheid aan de concrete praktijkuitdagingen. Het CIV Groen bestaat uit vijf sectorale praktijkclusters: Dier, Agro, Food, Natuur & Leefomgeving en Tuinbouw & Uitgangsmaterialen. Regieorgaan SIA wil graag weten hoe de aanvraag past binnen deze praktijkclusters. Op het aanvraagformulier dient daarom te worden aangegeven bij welk praktijkcluster de onderzoeksactiviteiten aansluiten.
Bijdrage aan Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid
Klimaatverandering, cybersecurity, vergrijzing: onze samenleving staat voor een aantal grote uitdagingen. Deze uitdagingen vragen om baanbrekende innovatieve oplossingen met impact. Dit biedt economische kansen voor publieke en private partijen om samen innovatieve oplossingen te ontwikkelen voor maatschappelijke vraagstukken.
Centraal in het nieuwe Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid staan een viertal maatschappelijk belangrijke thema’s:
• Energietransitie & duurzaamheid
• Landbouw, water & voedsel
• Gezondheid & zorg
• Veiligheid
Deze thema’s zijn uitgewerkt in 25 missies die concrete ambities bevatten. Daarnaast wordt ingezet op:
• Sleuteltechnologieën
• Maatschappelijk verdienvermogen
Voor meer informatie zie de SIA-pagina over het Missiegedreven Topsectoren-en Innovatiebeleid. Indien de aanvraag aansluit bij de KIA Landbouw, water & voedsel op een ander thema dan de 14 thema’s aangegeven in paragraaf 2.2 of (ook) aansluit op een andere Kennis- en innovatieagenda, dan dient dit in de aanvraag te worden aangegeven.
Daarnaast wenst Regieorgaan SIA geïnformeerd te worden over de aansluiting van het traject bij de topsectoren. Voor meer informatie zie de website van detopsectoren. Indien van toepassing dient ook dat in het aanvraagformulier te worden aangegeven.
Bijdrage aan NWA
Regieorgaan SIA heeft graag in beeld hoe haar financiering aansluit bij de verschillende routes van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA). Voor meer informatie zie de website van de NWA voor de 25 routes. Indien van toepassing dient in de aanvraag daarom te worden aangegeven bij welke NWA-route het project aansluit.
Subsidiabele kosten
De kosten die u kunt opvoeren in de begroting zijn loonkosten van mbo- instellingen en kennisinstellingen, kosten van studenten en materiële kosten
Loonkosten mbo-instellingen en hogescholen
Voor de loonkosten worden de tarieven conform de Handleiding Overheidstarieven (HOT) uit het jaar 2021 gehanteerd (tabel 2; kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’). Deze tarieven kunt u tijdens de gehele looptijd van het project toepassen.
Het gaat uitsluitend om tarieven in de onderstaande tabel.
|
Schaal |
Kostendekkend tarief per uur |
|---|---|
|
1 |
39 |
|
2 |
40 |
|
3 |
44 |
|
4 |
47 |
|
5 |
50 |
|
6 |
52 |
|
7 |
55 |
|
8 |
59 |
|
9 |
64 |
|
10 |
70 |
|
11 |
77 |
|
12 |
87 |
|
13 |
96 |
|
14 |
105 |
|
15 |
113 |
|
16 |
121 |
|
17 |
130 |
|
18 |
140 |
Tabel: integrale loonkosten per salarisschaal 2021 (bedragen in euro’s)
Deze tarieven zijn integraal toepasbaar en u kunt deze tarieven zondere verdere onderbouwing toepassen.
Het tarief van een medewerker wordt bepaald op basis van de inschaling van de betreffende medewerker uit de cao mbo (middelbaar beroepsonderwijs) of cao hbo (hoger beroepsonderwijs). Hogere tarieven dan de HOT zijn niet toegestaan.
Loonkosten universitaire onderzoekers verbonden aan één van de kennisinstellingen zoals genoemd in paragraaf 3.4
Personeelslasten van universitaire onderzoekers zijn subsidiabel conform het meest recente ‘Akkoord bekostiging wetenschappelijk onderzoek’, dat is ondertekend door NWO, VSNU, NFU, ZonMw, KNAW en VFI. Het akkoord en de maximumbedragen voor personeelslasten zijn te vinden op www.nwo.nl/akkoordbekostigingen www.nwo.nl/salaristabellen.
In KIEM-groen pilotregeling-projecten kunnen géén promovendi worden aangesteld.
Kosten studenten
U mag studenten, verbonden aan de mbo-instelling/ of andere kennisinstelling, inzetten voor het project. De kosten hiervan kunt u binnen het project opvoeren.
U kunt het volgende opvoeren:
• De inzet van uren van studenten die als onderdeel van hun opleiding meewerken in het project. Deze studenten krijgen in dit geval ook studiepunten voor hun werkzaamheden. Als kosten kunt u opvoeren de stagevergoeding zoals die binnen uw mbo-instelling of andere kennisinstelling gebruikelijk is met een maximum van € 25 per uur. U mag een student voor maximaal 1.650 uur inzetten.
• De inzet van uren van studenten die extra-curriculair meewerken in het project met een maximum van € 25 per uur. Per student kunt u maximaal 250 uur als kosten opvoeren.
In beide situaties geldt: u kunt alleen de werkelijk aan de student uitbetaalde bedragen met een maximumuurtarief van € 25 opvoeren. Uren en uurtarieven boven de gestelde maxima kunt u niet opvoeren. Er is geen maximum gesteld aan het totale aantal studenten dat meewerkt in het project.
Materiële kosten
Onder materiële kosten wordt verstaan de aan de uitvoering van het project verbonden kosten als verbruik van materialen, hulpmiddelen, prototypes, testopstellingen en overige kosten zoals dienstreizen en publicaties. Ook de (loon)kosten van overige consortiumpartners voert u op als materiële kosten in de begroting.
Aanschaffingen van machines en apparatuur worden niet tot de projectkosten gerekend. Voor machines en apparatuur kunnen slechts de aan het project toe te rekenen afschrijvingskosten of leasetermijnen worden opgevoerd.
Afschrijvingstermijnen worden berekend op basis van de historische aanschafprijs exclusief financieringskosten, een lineaire afschrijvingsmethode en een levensduur van vijf jaar. Opvoering van kosten voor gebruik van apparatuur ouder dan vijf jaar is dus niet mogelijk.
Cofinanciering in kind
Voor de vereiste cofinanciering (in kind) van praktijkpartners kunnen de loonkosten en materiële kosten worden opgevoerd. Het bedrag dat voor loonkosten opgevoerd kan worden is maximaal € 130 per uur excl. btw.
De aangevraagde subsidiebedragen in de ingediende begroting voor loonkosten en materiële kosten gelden als maxima.
U dient uw subsidieaanvraag in via ISAAC. Deze wordt vervolgens direct geregistreerd door middel van een dossiernummer. Dit dossiernummer geldt als vast kenmerk voor alle verdere correspondentie.
Na de indiening van uw aanvraag controleert Regieorgaan SIA uw aanvraag op volledigheid en vormvereisten: de volledig ingevulde (en ondertekende) documenten zoals gevraagd in paragraaf 3.3van deze call for proposals. Als uw aanvraag hieraan voldoet dan Regieorgaan SIA deze ontvankelijk. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen. U ontvangt hier bericht over.
Als uw aanvraag niet voldoet, bieden wij u de mogelijkheid om de ontbrekende en/of incorrecte gegevens binnen een termijn van vijf werkdagen alsnog aan te leveren in ISAAC. U ontvangt bericht hierover. Als u de ontbrekende gegevens binnen de gestelde termijn verstrekt en deze akkoord zijn, verklaart Regieorgaan SIA de aanvraag alsnog ontvankelijk en nemen we deze in behandeling. U ontvangt hier bericht over.
Als u de ontbrekende en/of incorrecte gegevens niet binnen de gestelde termijn aanlevert of corrigeert, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen (in ISAAC: niet-ontvankelijk verklaard). U ontvangt hierover bericht.
De ontvankelijk verklaarde aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst: first come, first served. Als de aanvraag al direct in behandeling is genomen, geldt de datum en tijd van indiening in ISAAC voor de volgorde van binnenkomst. Als u de aanvraag heeft moeten aanpassen om te voldoen aan vormvereisten en volledigheid, geldt de datum en tijd waarop u de aanvraag volledig en juist heeft ingediend in ISAAC als het moment van binnenkomst.
De aanvraag wordt beoordeeld door een onafhankelijke beoordelingscommissie. Deze bestaat uit experts afkomstig uit de onderzoekswereld en uit de praktijk.
Gezien het thematische karakter van het praktijkgerichte onderzoek waar deze call zich op richt, wordt er geen gebruik gemaakt van referenten. De inhoudelijke expertise is aanwezig in de beoordelingscommissie.
De beoordelingscommissie beoordeelt elke aanvraag afzonderlijk op basis van de beoordelingscriteria die zijn beschreven in paragraaf 4.3.
Voor alle bij de beoordeling en/of besluitvorming betrokken personen is de Codeomgang met persoonlijke belangenvan NWO van toepassing.
De aanvraag wordt door de beoordelingscommissie beoordeeld aan de hand van vijf beoordelingscriteria. Deze worden hieronder toegelicht.
Passendheid binnen de thematische afbakening van de call
• De mate waarin het voorstel aantoonbaar aansluit op één van de 14 thema’s van deKIA Landbouw, Water, Voedselof één van de 5 overige thema’s van LNV beleid of kabinetsbrede agenda’s zoals genoemd in inhoudelijke scope en afbakening inparagraaf 2.2.
Vraagarticulatie
• De mate waarin de vraag aantoonbaar afkomstig is uit, en relevant is voor (professionals werkzaam in) de praktijk.
Netwerkvorming
• De mate van betrokkenheid van de relevante beroepspraktijk en de kennisinstellingen, bij voorkeur in de regio.
• De mate waarin sprake is van vernieuwing van het (regionale) samenwerkingsverband.
Innovatie binnen de kaders van KIEM-groen pilotregeling practoraten
• De mate waarin de innovatievraag vernieuwend is voor het netwerk en/of het samenwerkingsverband.
• De mate waarin het voorstel aansluit en/of voortbouwt op bestaande kennis en kunde.
• De relevantie van de beoogde resultaten voor de praktijk.
Haalbaarheid projectplan
• De mate waarin de vraag afgebakend, specifiek en functioneel is.
• De mate waarin het projectplan uitvoerbaar en haalbaar is, waarbij het zwaartepunt van de uitvoering van het onderzoek aantoonbaar bij het practoraat ligt.
Elk van de criteria wordt door de beoordelingscommissie beoordeeld met een voldoende of onvoldoende. Een aanvraag krijgt alleen een positief oordeel als op alle criteria voldoende wordt gescoord. Alleen een aanvraag met een positief oordeel kan in aanmerking komen voor subsidie.
De beoordelingscommissie brengt verslag uit van haar werkwijze en geeft advies over het subsidiëren van aanvragen aan het bestuur van Regieorgaan SIA. Het advies komt tot stand op basis van het oordeel over de aanvraag, de begroting van de aanvraag en het maximaal beschikbare budget voor het betreffende subsidiejaar van deze call.
Het bestuur van Regieorgaan SIA toetst de gevolgde procedure en besluit op basis van het advies van de beoordelingscommissie over het al dan niet toekennen van subsidie.
Als het beschikbare budget ontoereikend is om alle aanvragen met een positief oordeel te honoreren, is de volgorde van binnenkomst bepalend. Hierbij wordt het principe van first come, first served gehanteerd zoals beschreven in paragraaf 4.1.
• Indienen aanvragen: 6 oktober 2021 14:00:00 uur – 10 september 2024, 14:00:00 uur CE(S)T.
• Toets op ontvankelijkheid en in behandeling nemen: uiterlijk binnen 65 werkdagen na indienmoment in ISAAC.
• Bekendmaking subsidiebesluit: binnen 10 weken na moment van in behandeling nemen door de Regieorgaan SIA.
Het kan zijn dat Regieorgaan SIA het noodzakelijk acht om tijdens de lopende procedure nog aanpassingen in het tijdspad van deze subsidieronde aan te brengen. Uiteraard ontvangt u hierover op tijd bericht.
De aanvrager is verantwoordelijk voor de uitvoering van het project en treedt op als penvoerder.
De aanvrager benoemt de (beoogde) contactpersoon.
De gehele subsidie wordt binnen vier weken na de start van het project beschikbaar gesteld.
Na afloop van uw project ontvangt Regieorgaan SIA graag een korte eindrapportage over de bereikte resultaten. Het formulier dat u hierbij kunt gebruiken, wordt in ISAAC beschikbaar gesteld. De rapportage wordt gebruikt voor de gehele monitoring van de pilot. De monitoring is o.a. bedoeld om de effectiviteit en toegankelijkheid van de regeling in beeld te brengen. Resultaten zoals aantallen aanvragen en aangevraagde budget per aanvraag, worden anoniem en niet tot het project herleidbaar opgenomen in de periodieke monitoringsrapportages die publiek beschikbaar komen.
Op de pagina KIEM-groen pilotregeling practoratenop de website van Regieorgaan SIA vindt u de meest recente informatie over deze call for proposals. Hier staan ook de contactgegevens van de programmamanager.
Bij technische problemen met IsAAC neemt u contact op met de ISAAC-helpdesk. Lees voordat u contact opneemt eerst de handleiding van ISAAC door.
De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 uur tot 17.00 uur (met uitzondering van feestdagen). Telefoonnummer 020 346 71 79. U kunt uw vraag ook per e-mail sturen naarisaac.helpdesk@nwo.nl. U ontvangt dan binnen twee werkdagen een reactie.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2021-42389.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.