Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatscourant 2021, 42182ander besluit van algemene strekking

Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 23 september 2021, nr. VO/29518735, houdende regels voor de subsidieverstrekking voor heterogene brugklassen (Subsidieregeling heterogene brugklassen)

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

Gelet op artikel 75a van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 71 van de Wet op de expertisecentra en 127e van de Wet voortgezet onderwijs BES, de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS en de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

bevoegd gezag:

bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de WVO, artikel 1 van de WEC, artikel 1 van de WEB of artikel 1 van de WVO BES;

brugklas:

eerste klas of klassen waarin een leerling terecht komt die van het primair naar het voortgezet onderwijs gaat, voordat een leerling wordt toegewezen aan een schoolsoort of leerweg, en die ten hoogste de duur van de onderbouw van het voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 11c van de WVO, artikel 33 van de WVO BES of artikel 8 van het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES beslaat;

DUS-I:

Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;

heterogene brugklas:

brugklas waarin leerlingen van twee of meer schoolsoorten of leerwegen bij elkaar zitten, waaronder mede inbegrepen CCSLC, CSEC en CVQ als bedoeld in artikel 8 van het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES;

Kaderregeling:

Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

leerweg:

leerweg als bedoeld in de artikelen 10, 10b en 10d van de WVO en de artikelen 16, 18 en 29 van de WVO BES;

minister:

Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media;

selectiemoment:

selectie bij de overgang van sector, schoolsoort en leerweg;

school:
  • a. uit ’s Rijks kas bekostigde school of instelling als bedoeld in artikel 1 van de WVO, artikel 1 van de WVO BES, artikel 1 van de WEB of artikel 1 van de WEC;

  • b. uit ’s Rijks kas bekostigde scholengemeenschap als bedoeld in artikel 1 van de WVO of artikel 1 van de WVO BES;

schoolsoort:

voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7 van de WVO en artikel 13 van de WVO BES, hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 8 van de WVO en artikel 14 van de WVO BES, middelbaar algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 9 van de WVO en artikel 15 van de WVO BES, voorbereidend beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 10a van de WVO en artikel 17 van de WVO BES, of praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 10f van de WVO;

vestiging:

een hoofdvestiging of nevenvestiging van een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 73 WVO en artikel 127a van de WVO BES;

WEB:

Wet educatie en beroepsonderwijs;

WEC:

Wet op de expertisecentra;

WVO:

Wet op het voortgezet onderwijs;

WVO BES:

Wet voortgezet onderwijs BES.

Artikel 2. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling.

Artikel 3. Doel van de regeling en te subsidiëren activiteiten

  • 1. Het doel van de regeling is dat scholen die van de regeling gebruik maken ten minste vanaf schooljaar 2023/2024 aantoonbaar een groter of beter aanbod hebben van heterogene brugklassen.

  • 2. De minister kan hiertoe subsidie verstrekken aan een bevoegd gezag voor het formuleren van beleid, het opstellen van een plan en het treffen van maatregelen gericht op:

    • a. de introductie van een of meerdere heterogene brugklassen;

    • b. de verlenging van een of meerdere bestaande heterogene brugklassen tot twee of drie leerjaren;

    • c. de verbreding van een of meerdere bestaande heterogene brugklassen met een extra schoolsoort of leerweg; of

    • d. de doorontwikkeling en verbetering van een of meerdere heterogene brugklassen.

  • 3. Onderdeel a van het tweede lid is niet van toepassing op scholen voor praktijkonderwijs.

Artikel 4. Subsidieplafond

Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is in totaal een bedrag van € 102 miljoen beschikbaar.

Artikel 5. Subsidiebedrag

  • 1. Het subsidiebedrag per vestiging bedraagt € 100.000.

  • 2. Het subsidiebedrag per aanvraag door een bevoegd gezag op Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt uitbetaald in dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.

Artikel 6. Aanvraag

  • 1. Per vestiging wordt een aanvraag ingediend. Een bevoegd gezag kan voor meerdere vestigingen aanvragen indienen.

  • 2. Per vestiging wordt ten hoogste eenmaal subsidie verstrekt.

  • 3. Een bevoegd gezag kan een aanvraag indienen van 1 oktober 2021 tot en met 12 november 2021. Aanvragen die na 12 november 2021 bij DUS-I worden ingediend worden afgewezen.

  • 4. Indien na de in het vorige lid bedoelde aanvraagperiode nog middelen resteren, kan een bevoegd gezag een aanvraag indienen van 7 maart 2022 tot en met 18 april 2022. Aanvragen die na 18 april 2022 bij DUS-I worden ingediend worden afgewezen.

  • 5. Indien na de in het vorige lid bedoelde aanvraagperiode nog middelen resteren, zal Onze Minister nog één of meerdere aanvraagperioden openstellen.

  • 6. Voor de subsidieaanvraag moet gebruik worden gemaakt van het digitale aanvraagformulier voor deze regeling dat beschikbaar is gesteld op de website www.dus-i.nl. In afwijking van artikel 3.3 van de Kaderregeling bevat de aanvraag een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd en een globale planning.

Artikel 7. Wijze van verdeling beschikbare middelen

  • 1. Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag ontoereikend is om alle binnengekomen aanvragen te honoreren en de toekenning van een subsidiebedrag van ten minste 90% voor de aanvragen een overschrijding van het subsidieplafond zou voorkomen, wordt voor ten minste een bedrag van 90% de subsidie toegekend.

  • 2. Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag ook bij toepassing van het eerste lid ontoereikend zou zijn om alle binnengekomen aanvragen te honoreren, verleent de minister voorrang aan subsidieaanvragen van scholen waarvan de aanvraag betrekking heeft op een heterogene brugklas waarvan in ieder geval beide schoolsoorten mavo en havo onderdeel uitmaken.

  • 3. Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag ontoereikend is om alle aanvragen waarvan de schoolsoorten mavo en havo beiden onderdeel uitmaken te honoreren, worden deze aanvragen door middel van loting gerangschikt. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.

  • 4. Indien na toepassing van het tweede en derde lid nog middelen resteren, worden de overige binnengekomen aanvragen door middel van loting gerangschikt.

Artikel 8. Subsidieverplichtingen

  • 1. In aanvulling op hoofdstuk 5 van de Kaderregeling voldoet de subsidieontvanger aan de volgende verplichtingen:

    • a. de subsidieontvanger draagt in het najaar van 2023 bij aan onderzoek naar de effectiviteit van de activiteiten, genoemd in artikel 3;

    • b. de subsidieontvanger levert desgevraagd informatie over de voortgang van de activiteiten genoemd in artikel 3;

    • c. de subsidieontvanger start in schooljaar 2021/2022 met de activiteiten, genoemd in artikel 3, en zorgt ervoor dat deze uiterlijk met ingang van schooljaar 2023/2024 zijn gerealiseerd;

    • d. in afwijking van onderdeel c, start de subsidieontvanger waarop artikel 6, vierde lid, van toepassing is, uiterlijk in schooljaar 2022/2023 met de activiteiten, genoemd in artikel 3, en zorgt ervoor dat deze uiterlijk met ingang van schooljaar 2023/2024 zijn gerealiseerd;

    • e. de subsidieontvanger toont desgevraagd aan dat de organisatie van klassen in de eerste leerjaren is vermeld in openbare beleidsstukken van de school, zoals het schoolplan als bedoeld in artikel 24 van de WVO, artikel 21 van de WEC en artikel 50 van de WVO BES of in de schoolgids, bedoeld in artikel 24a van de WVO, artikel 22 van de WEC en artikel 51 van de WVO BES;

    • f. de subsidieontvanger zendt in het najaar van 2023 een rapportage over de periode vanaf schooljaar 2021/2022 aan DUS-I. De rapportage omvat ten minste een omschrijving van de voortgang van de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt en van de gerealiseerde doelen. De subsidieontvanger toont daarbij in elk geval aan hoe het aanbod van heterogene brugklassen op de vestiging waarvoor subsidie is ontvangen vanaf schooljaar 2023/2024 zich verhoudt tot het aanbod van heterogene brugklassen op dit vestiging in schooljaar 2021/2022;

    • g. in afwijking van onderdeel f, heeft de rapportage, indien het subsidie betreft die is verstrekt naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 6, vierde lid, betrekking op de periode vanaf schooljaar 2022/2023,

    • h. de subsidieontvanger informeert ouders, leerlingen en andere belanghebbenden, bijvoorbeeld via de website van de school, over het soort brugklassen waarin leerlingen onderwijs kunnen volgen.

Artikel 9. Besteding subsidie en verantwoording

  • 1. De activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt, worden vóór 1 januari 2025 uitgevoerd. Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

  • 2. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving. De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.

  • 3. De subsidieontvanger neemt op verzoek van de minister deel aan onderzoek naar de in het kader van deze subsidieregeling uitgevoerde activiteiten en de opbrengsten daarvan.

  • 4. Indien de uitkomst van de pilot pro/vmbo-onderbouwklassen aanleiding geeft om heterogene brugklassen waarin praktijkonderwijs wordt gecombineerd met één of meer andere schoolsoorten niet wettelijk mogelijk te maken, kan de minister bepalen ervan af te zien subsidie terug te vorderen bij scholen die deelnamen aan die pilot.

Artikel 10. Betaling

  • 1. De subsidie wordt vastgesteld binnen 13 weken na sluiting van het desbetreffende aanvraagtijdvak.

  • 2. De minister betaalt het subsidiebedrag ineens.

Artikel 11. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 augustus 2026.

Artikel 12. Evaluatie

De minister evalueert de subsidieregeling uiterlijk vanaf 2024.

Artikel 13. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling heterogene brugklassen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

TOELICHTING

Algemeen

Inleiding

Het doel van de Subsidieregeling heterogene brugklassen (hierna: de subsidieregeling) is dat scholen voor voortgezet onderwijs hun onderbouw dusdanig (gaan) inrichten dat het definitieve selectiemoment op z’n vroegst pas na het eerste of tweede leerjaar is, en dat scholen uiterlijk vanaf schooljaar 2023/2024 in officiële en openbare beleidsdocumenten, zoals hun schoolplan of schoolgids, hebben verankerd dat ze heterogene brugklassen1 hebben. Beoogd wordt om kansengelijkheid te bevorderen (en als neveneffect segregatie tegen te gaan), omdat aan leerlingen in de eerste leerjaren van het voortgezet onderwijs meer tijd wordt geboden om op het voor hen best passende niveau te komen. Daarom worden scholen in de schooljaren 2022/2023 en 2023/2024 financieel ondersteund om de daarvoor benodigde transitie te kunnen doorlopen, dan wel hun bestaande beleid ter zake te versterken en te consolideren.

Door de coronacrisis is de kansenongelijkheid in het onderwijs verder toegenomen en hebben veel leerlingen vertraging in hun ontwikkeling doorgemaakt. De gevolgen zijn sterker bij leerlingen uit gezinnen met een lage sociaaleconomische status. Het Nationaal Programma Onderwijs is een steunprogramma dat in het leven geroepen is om te werken aan herstel en perspectief voor leerlingen en om deze vertragingen in te lopen in de komende twee schooljaren (2021–2022 en 2022–2023).

De subsidieregeling is onderdeel van het Nationaal Programma Onderwijs (hierna: NPOnderwijs). Hierin is aangekondigd dat de minister het inrichten van heterogene brugklassen zou stimuleren en aantrekkelijker zou maken voor scholen. Alle scholen ontvangen extra financiële middelen in het kader van het NPOnderwijs. Scholen kunnen daarnaast een beroep doen op deze subsidieregeling. Het doel van de subsidieregeling is om scholen te stimuleren (meer of langere) heterogene brugklassen in te richten. De subsidie is bedoeld als tegemoetkoming in de transitiekosten die hiervoor gemaakt moeten worden.

De inrichting van de onderbouw en de risico's van vroege selectie

De overgang van primair naar voortgezet onderwijs is een belangrijke en soms ook kwetsbare schakel in de onderwijsloopbaan van leerlingen. De selectie van leerlingen voor een onderwijsniveau in het voortgezet onderwijs aan het einde van de basisschool leidt regelmatig tot een verkeerde inschatting en plaatsing. Als die selectie voor een bepaald onderwijsniveau wordt uitgesteld tot na het tweede of derde leerjaar, hebben leerlingen meer tijd om op de voor hen meest passende plek te komen. Heterogene brugklassen, waarin twee of meer schoolsoorten of leerwegen bij elkaar zitten, zijn hiervoor een instrument. De vorming of uitbreiding van heterogene brugklassen kan als neveneffect ook een positief effect hebben op het tegengaan van segregatie in het onderwijs. Door de klassen in de brugperiode gemengder te maken komen kinderen met verschillende achtergronden meer en langer met elkaar in contact. Dit kan een positief effect op burgerschap, sociale cohesie en wederzijds begrip hebben.

Waarvoor mag de subsidie worden gebruikt?

De bedoeling van deze subsidieregeling is om het inrichten van heterogene brugklassen aantrekkelijker te maken voor scholen. Scholen die nog geen heterogene brugklassen hebben, kunnen hiermee starten. Scholen die al wel een bepaalde soort heterogene brugklas hebben (bijvoorbeeld alleen havo/vwo) kunnen dit aanbod ook uitbreiden met nieuwe soorten heterogene brugklassen (bijvoorbeeld ook vmbo-tl/havo). Scholen kunnen ook subsidie ontvangen voor het inrichten van extra heterogene brugklassen (meer van het bestaande aanbod) of voor het verbreden (met een extra niveau, bijvoorbeeld van havo/vwo tot vmbo/havo/vwo) en/of verlengen (van een eenjarige naar een twee- of driejarige brugperiode) van bestaande heterogene brugklassen. Het aanbieden van (meer) brede brugklassen dient onderdeel te zijn van de visie op en het beleid van de school ten aanzien van het bevorderen van kansengelijkheid.

De omschakeling van homogene naar heterogene brugklassen vraagt iets van de inrichting van het onderwijs. Het kan iets betekenen voor praktische zaken als roosters, maar vraagt ook iets van docenten: er is meer differentiatie nodig in de klas. Ook zullen niet alle lesmethodes toegesneden zijn op deze manier van werken. Het kan dus zijn dat de leerstof opnieuw moet worden bekeken. Ook is van belang dat ouders goed worden betrokken bij de omschakeling. Al deze activiteiten kosten tijd en dus geld. De subsidieregeling is een tegemoetkoming in deze transitiekosten.

Regeldruk en administratieve lasten

De administratieve lasten voor aanvragen en verantwoorden zijn zo beperkt mogelijk gehouden, door een eenvoudig aanvraagformulier te gebruiken, en bij de verantwoording uit te gaan van een relatief licht verantwoordingsregime.

Van maximale administratieve lasten is sprake wanneer een aanvragende school nog helemaal geen heterogene brugklassen heeft. Dan is er immers sprake vanwijziging van het beleid met betrekking tot de organisatie van de school, waarop de medezeggenschapraad op grond van de Wet Medezeggenschap Scholen (WMS, art. 11, eerste lid, onder f.) uiteindelijk adviesbevoegdheid heeft. Als dit ook leidt tot verandering van de onderwijskundige doelstellingen van de school en wijziging van het schoolplan, heeft de medezeggenschapsraad bovendien instemmingsbevoegdheid (WMS, art. 10, eerste lid, onder a. en b.). In elk geval moet het bevoegd gezag de medezeggenschapsraad dan over het voornemen informeren, gezien artikel 8 (tweede lid, onder a.) van de WMS, op grond waarvan de medezeggenschapsraad jaarlijks de begroting en bijbehorende beleidsvoornemens op financieel, organisatorisch en onderwijskundig gebied moet ontvangen. Als het bevoegd gezag het voornemen heeft heterogene brugklassen in te richten en hiervoor subsidie aan te vragen, dient zij de medezeggenschap hierover dus te informeren. De geschatte tijdbesteding hiervoor is vier uur door één functionaris van de school per aanvraag, dus – uitgaande van een uurtarief van € 50,– in totaal € 200,– per aanvraag. Bij scholen die al wel heterogene brugklassen aanbieden en dit aanbod ‘alleen’ uitbreiden, verbreden, verlengen en / of doorontwikkelen, is strikt genomen geen (of in elk geval in mindere mate) sprake van wijziging van het beleid met betrekking tot de organisatie van de school. Dat laat echter onverlet dat het bevoegd gezag er ook in dat geval goed aan doet de medezeggenschap te informeren over haar voornemen hiertoe. Daarom wordt bij het bepalen van de (maximale) administratieve lasten geen onderscheid gemaakt tussen scholen die al wel heterogene brugklassen hebben en scholen die dit nog niet hebben – er wordt uitgegaan van het maximale bedrag, dat in de praktijk dus minder kan zijn.

De verwachting is dat het invullen van de aanvraag ongeveer een uur zal duren en dat verder ongeveer zes uur (overleg)tijd nodig is voor het besluitvormingsproces over waarvoor precies de subsidie aangevraagd zal worden: voor introductie, verbreding of anderszins van heterogene brugklassen en welke activiteiten ervoor ondernomen moeten worden. In totaal dus 300 Euro. Er behoeven overigens vooraf geen project- of activiteitenplannen te worden ingediend bij DUS-I.

De verantwoording vindt plaats binnen de reguliere jaarverslaglegging, waarbij model G1 wordt gebruikt. Voor deze specifieke subsidie binnen het totaal van te verantwoorden subsidies wordt ervan uitgegaan dat twee uur (door één functionaris) nodig is om de voor de verantwoording benodigde informatie te verzamelen en in het jaarverslag te verwerken (dus € 100,–).

Ten slotte moet de school vanaf schooljaar 2023/2024 kunnen aantonen welk soort (heterogene) brugklassen wordt aangeboden. Richting ouders en leerlingen is dat geen aanvullende (administratieve) last: die informatie wordt nu ook al in openbare documenten en op de website van de school beschikbaar gesteld. Als bekostigingsvoorwaarde is in aanvulling daarop opgenomen dat de aanvrager in het najaar van 2023 de minister moet informeren over het (heterogene) brugklasaanbod dat de school in schooljaar 2023/2024 heeft. De aanvrager zal te gelegener tijd een verzoek hiertoe ontvangen van DUS-I; voor het beantwoorden van die vraag wordt één uur (€ 50,–) gerekend.

Met nog één uur (€ 50) aan onvoorziene kosten bedragen de totale administratieve hiermee maximaal € 700 per aanvraag per vestiging.2 Dat is maximaal 0,7% van het subsidiebedrag van € 100.000 per aanvraag. De totale administratieve lasten voor álle aanvragen hangt vanzelfsprekend af van het aantal scholen dat een aanvraag indient, maar de administratieve lasten zijn ook landelijk gezien maximaal 0,7% van het subsidiebedrag.

Consultatie

De regeling wordt namens de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media uitgevoerd door DUS-I, die de regeling op uitvoerbaarheid heeft beoordeeld. De regeling wordt uitvoerbaar geacht. Tevens is de regeling in concept voorgelegd aan veldpartijen. Suggesties, onder meer met betrekking tot de aanvraagperiode en de doorlooptijd van de regeling, zijn waar mogelijk verwerkt in de regeling en / of de toelichting. Ook is het pleidooi van de Sectorraad Praktijkonderwijs, de Stichting Platforms vmbo, de VO-raad en Ouders en Onderwijs om de pilots pro/vmbo mee te nemen in deze regeling (zie hieronder in de artikelsgewijze toelichting op artikel 1 van de regeling) overgenomen.

Caribisch Nederland

Deze regeling is van toepassing in Caribisch Nederland. Ook de vo-scholen op Saba en Sint Eustatius die CXC-onderwijs aanbieden kunnen gebruik maken van deze regeling. Dat zal hoofdzakelijk betrekking hebben op het doorontwikkelen van de onderbouw zoals bedoeld in artikel 3, onderdeel d van deze regeling, omdat de brugklassen vanwege de kleinschaligheid vaak al heterogeen zijn.

Vaste verandermomenten en inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Deze datum wijkt af van de vaste verandermomenten en de minimale invoeringstermijn. Er is voorafgaand aan de publicatie van deze regeling gecommuniceerd met de doelgroep, zodat er tijdig op de regeling geanticipeerd kan worden. De doelgroep is gebaat bij een spoedige inwerkingtreding van de regeling.

Artikelsgewijs

Artikel 1

In de begripsbepaling wordt onder meer ‘heterogene brugklassen’ gedefinieerd. Dit zijn klassen in de eerste leerjaren van het voortgezet onderwijs waarin meerdere schoolsoorten worden gecombineerd, bijvoorbeeld vmbo-tl en havo of havo en vwo, of alle niveaus van vmbo-bb tot en met vwo. De meeste combinaties zijn wettelijk mogelijk, alleen is er momenteel geen wettelijke grondslag voor klassen waarin praktijkonderwijs en vmbo (meestal de basisberoepsgerichte leerweg) worden gecombineerd. Hiervoor kan deze subsidieregeling dan in principe ook niet voor worden gebruikt.

Sinds 2019 loopt de door het Ministerie van OCW geïnitieerde pilot onderbouwklas pro/vmbo.3

Deze pilot wordt uitgevoerd om te onderzoeken of deze combinatie toch wenselijk zou zijn. De scholen(-combinaties) die deelnemen aan de pilot mogen in afwijking van de geldende wet- en regelgeving wél heterogene brugklassen pro/vmbo aanbieden. Deze scholen kunnen op grond van deze regeling daarom ook subsidie aanvragen voor de doelen van deze regeling. Aangezien het buiten de context van de pilot wettelijk niet mogelijk is om gecombineerde praktijkonderwijs- vmbo-(brug-)klassen aan te bieden kunnen scholen voor praktijkonderwijs die niet deelnemen aan de pilot op grond van deze regeling ook geen subsidie aanvragen. Introductie van heterogene brugklassen (tweede lid, onder a.) is buiten de context van de pilot voor scholen voor praktijkonderwijs momenteel niet toegestaan en dus ook niet subsidiabel op grond van deze regeling, en scholen voor praktijkonderwijs die niet deelnemen aan de pilot hebben nu geen heterogene brugklassen, dus kunnen zij die ook niet verbreden, verlengen of doorontwikkelen (tweede lid, onder b., c., en d.). Aangezien pilotscholen in het kader van de pilot reeds zijn gestart met het aanbieden van heterogene brugklassen, kunnen deze scholen dat wel.

Artikel 3

In artikel 3 wordt het doel van de regeling beschreven. Op grond van deze regeling is sprake van incidentele extra middelen, maar het doel is om het aanbod van heterogene brugklassen structureel uit te breiden en te verbeteren. De minister kan daartoe subsidie verstrekken aan een bevoegd gezag voor het formuleren van beleid, het opstellen van een plan en het treffen van maatregelen die ten doel hebben het onderwijs aan een school in de eerste leerjaren zodanig te gaan organiseren dat leerlingen in elk geval niet eerder dan na het eerste leerjaar, en bij voorkeur nog later, worden ingedeeld naar schoolsoort of leerweg, bijvoorbeeld vmbo-tl of havo.

Het doel van de regeling is scholen te ondersteunen om structureel meer, langer en/of breder samengestelde heterogene brugklassen in te richten in de eerste leerjaren van het voortgezet onderwijs, op z’n laatst vanaf schooljaar 2023/2024 maar bij voorkeur eerder. Dit kan vorm krijgen door:

  • 1. De introductie van een brugklas van één of meerdere leerjaren (bv. het introduceren van een vmbo-tl/havo brugklas naast alleen homogene brugklassen of vmbo-tl/havo als een school naast homogene brugklassen alleen havo/vwo-brugklassen heeft); of

  • 2. De verlenging van een bestaande heterogene brugklas tot in ieder geval twee leerjaren (bv. het verlengen van een eenjarige havo/vwo-brugklas naar twee jaar); of

  • 3. De verbreding van een bestaande heterogene brugklas met een extra schoolsoort of leerweg (bv. het uitbreiden van een havo/vwo brugklas naar een mavo4/havo/vwo-brugklas); of

  • 4. De doorontwikkeling en verbetering van een heterogene brugklas (bv. bijscholing van docenten in gedifferentieerd lesgeven).

Het bevoegd gezag kan ten behoeve van een of meerdere vestigingen subsidie aanvragen voor één van bovenstaande activiteiten, maar ook voor een combinatie van twee of meerdere van de activiteiten.

Bijvoorbeeld:

  • een bevoegd gezag vraagt voor vestiging A subsidie aan voor de introductie van heterogene brugklassen en ontvangt hiervoor € 100.000.

  • een bevoegd gezag vraagt voor vestiging B subsidie aan voor zowel de onder 2 genoemde activiteit (verlengen) als de onder 4 genoemde activiteit (doorontwikkelen) en ontvangt hiervoor € 100.000. Het subsidiebedrag blijft gelijk, ook als gekozen wordt voor meerdere activiteiten.

De subsidie is bedoeld als een tegemoetkoming in de transitie(kosten) die scholen moeten maken om structureel meer, langere en / of bredere heterogene brugklassen in te richten. Daarbij valt te denken aan:

  • de tijd die nodig is om schoolbeleid te formuleren aangaande het bevorderen van kansen door uitstel van het selectiemoment;

  • het maken van het plan om de omschakeling van homogene naar heterogene brugklassen te maken; of

  • het aanpassen van lesroosters.

Als aanpassing van het curriculum of van lesmateriaal nodig is, kan dit ook worden bekostigd met deze subsidie. Ook scholing van docenten om bijvoorbeeld meer te differentiëren in de klas kan hieronder vallen. Hetzelfde geldt voor de kosten voor de inzet van een onderwijsondersteuner, die het mogelijk maakt om in een heterogene brugklas goed te differentiëren.

Deze subsidieregeling is erop gericht het aanbod van heterogene brugklassen niets slechts één of enkele jaren, maar structureel uit te breiden. Door de subsidie te accepteren committeert het bevoegd gezag zich hieraan.

Artikel 6

De subsidieaanvraag wordt gedaan door het schoolbestuur voor de vestiging onder haar gezag die één of meer heterogene brugklassen wil starten, één of meer heterogene brugklassen wil verbreden of verlengen of bestaande heterogene brugklassen wil doorontwikkelen. Een bestuur kan voor meerdere vestigingen subsidie aanvragen en per vestiging kan het om meerdere brugklassen gaan. Per vestiging (zescijferig brinnummer) wordt door het bevoegd gezag een aanvraag ingediend. DUS-i stelt hiertoe een aanvraagformulier beschikbaar. Een aanvraag kan alleen middels dit formulier worden ingediend. In het aanvraagformulier maakt de subsidieaanvrager duidelijk voor welke activiteiten subsidie wordt aangevraagd. Ook geeft de subsidieaanvrager in de aanvraag een globale tijdsplanning, waarin in elk geval wordt aangegeven vanaf wanneer het beoogde aanbod van heterogene brugklassen wordt gerealiseerd

De eerste aanvraagperiode loopt van 1 oktober 2021 tot en met 12 november 2021. Indien na de eerste aanvraagperiode nog middelen resteren, volgt een tweede aanvraagperiode van 7 maart 2022 tot en met 18 april 2022. Als daarna nog middelen resteren, zal de minister één of meerdere nieuwe aanvraagperioden openstellen in 2022 en eventueel ook daarna. Hiertoe zal dan te gelegener tijd een wijzigingsregeling worden gepubliceerd.

De eerste aanvraagperiode start en eindigt relatief vroeg in het schooljaar, en het is waarschijnlijk dat veel scholen meer tijd nodig hebben om tot besluitvorming te komen over het doen van een aanvraag. Er kan immers sprake zijn van wijziging van het beleid met betrekking tot de organisatie van de school, waarop de medezeggenschapraad op grond van de Wet Medezeggenschap Scholen (WMS, art. 11, eerste lid, onder f.) adviesbevoegdheid heeft, of van verandering van de onderwijskundige doelstellingen van de school en wijziging van het schoolplan, waarop de medezeggenschapsraad instemmingsbevoegdheid heeft (WMS, art. 10, eerste lid, onder a. en b.). De tweede aanvraagperiode zou hiervoor voldoende ruimte moeten bieden. Om scholen die minder tijd nodig hebben, bijvoorbeeld omdat er al concrete plannen zijn en de medezeggenschap hierin reeds is meegenomen, is er voor gekozen om ook al in de periode van 1 oktober – 12 november 2021 de mogelijkheid te bieden om subsidie aan te vragen, zodat scholen die eerder kunnen starten, ook eerder over subsidie kunnen beschikken.

Artikel 7

Als meer subsidie wordt aangevraagd dan beschikbaar is, wordt allereerst gekeken of de overschrijding groter of kleiner dan 10 procent is. Als de overschrijding kan worden opgelost door alle aanvragen voor ten hoogste 10 procent van het aangevraagde bedrag minder toe te kennen, wordt hiervoor gekozen. Indien dit de overschrijding niet op zou lossen, treedt een andere procedure in werking. Allereerst krijgen aanvragen voor brugklassen waar mavo en havo beide onderdeel van uitmaken voorrang. Hiervoor is gekozen omdat deze brugklassen minder vaak voorkomen dan heterogene brugklassen met meerdere leerwegen van het vbo en havo/vwo-brugklassen. Indien daarna nog budget over is, wordt onder de overige aanvragen geloot. Volgorde van binnenkomst van de aanvragen speelt daarbij geen rol.

Artikel 8

De aanvrager is verplicht om in het najaar van 2023 mee te werken aan een monitorings- en evaluatieonderzoek. Dit monitoringsonderzoek wordt gebruikt ten behoeve van beleidsinformatie en is een indicatie voor de voortgang en effectmeting. Ook is het schoolbestuur verplicht om mee te werken aan verzoeken om informatie van de minister. Verder regelt dit artikel dat het schoolbestuur de beschikbaarheid van (ontwikkelde) heterogene brugklassen verankert in officiële en openbare beleidsdocumenten, zoals het schoolplan of in de schoolgids. Als een nieuwe brugklas wordt ingericht, is het logisch om het in de schoolgids te verankeren en ook bijvoorbeeld op de website van de school te publiceren. Als er meer beleidsmatige aanpassingen zijn kan het logischer zijn om het (ook) in het schoolplan op te nemen. Ook is het schoolbestuur verplicht om een rapportage aan te leveren in het najaar van 2023. Hierin moet in elk geval aangetoond worden hoe het aanbod van heterogene brugklassen op de vestiging(en) waarvoor subsidie is ontvangen vanaf schooljaar 2023/2024 zich verhoudt tot het aanbod van heterogene brugklassen op die vestiging(en) in schooljaar 2021/2022. Het doel van de regeling is immers dit aanbod uit te breiden (introductie heterogene brugklassen dan wel verlenging of verbreding van heterogene brugklassen), of – als alleen wordt gekozen voor doorontwikkeling van bestaande heterogene brugklassen – dat dit aanbod in kwantitatieve zin ten minste op peil blijft.

Artikel 9

De subsidieontvanger verantwoordt zich over de subsidie in het jaarverslag via model G1. De subsidieontvanger moet op basis van model G1 in het jaarverslag kunnen aantonen dat de prestatie waarvoor subsidie beschikbaar is gesteld, is geleverd. Op basis van openbare informatie, zoals het schoolplan, de schoolgids, of de website van de school, moet kunnen worden aangetoond dat er (ten minste) vanaf schooljaar 2023/2024 méér, langer en beter aanbod van heterogene brugklassen is dan in schooljaar 2020/2021 het geval was. In 2020 stond bijvoorbeeld op de website van de school (bij de informatie voor ouders van leerlingen in groep 8 PO die de overstap naar het VO gaan maken) en in de schoolgids dat leerlingen in schooljaar 2020/2021 op deze school konden starten in een havo-brugklas of een vwo-brugklas, terwijl op de website in 2022 staat dat zij in een havo-brugklas, een havo-vwo-brugklas of een vwo-brugklas kunnen starten; of dat in schooljaar 2020/2021 alleen in de eerste klas de mogelijkheid bestond naar een vmbo-tl/havo-brugklas of een havo/vwo-brugklas te gaan, terwijl dat vanaf 2022/2023 ook nog in de tweede klas een optie is. Ook kan het bijvoorbeeld zijn dat een school waar in 2020/2021 wat heterogeen samengestelde brugklassen betreft alleen sprake was van een havo-/vwo-brugklas, vanaf 2022/2023 ook een vmbo-tl-/havo-brugklas aanbiedt. Zo moet blijken dat en hoe het aanbod van heterogene brugklassen op de vestiging structureel is uitgebreid of verlengd. Om dit bij de verantwoording eenvoudig aan te kunnen tonen zou de aanvrager er goed aan kunnen doen de informatie over het huidige aanbod van (brede) brugklassen, zoals bijvoorbeeld op de actuele versie van de website staat vermeld, te bewaren.

Indien de uitkomst van de pilot pro/vmbo-onderbouwklassen aanleiding geeft om heterogene brugklassen waarin praktijkonderwijs wordt gecombineerd met één of meer andere schoolsoorten niet wettelijk mogelijk te maken, kan de minister bepalen ervan af te zien subsidie terug te vorderen bij scholen die deelnamen aan die pilot. Deze scholen kunnen dan immers niet voldoen aan de subsidievoorwaarde dat het aanbod van heterogene brugklassen structureel moet worden uitgebreid.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob


X Noot
1

Overeenkomstig de definitie in artikel 1 van deze subsidieregeling, wordt met de term ‘heterogene brugklas’ een brugklas bedoeld waarin leerlingen van twee of meer schoolsoorten of leerwegen bij elkaar zitten. De term ‘brede brugklas’ wordt soms als synoniem gebruikt, maar kan ook begrepen worden als een brugklas waarin leerlingen van alle schoolsoorten vertegenwoordigd zijn. Om die reden wordt in deze regeling de term ‘heterogene brugklas’ gebruikt.

X Noot
2

Deze maximaal € 700 per aanvraag bestaat uit € 200 voor het informeren van de medezeggenschapsraad over het voornemen + € 300 voor besluitvorming over en het doen van de aanvraag + € 100 voor de verantwoording + € 50 voor informatieverstrekking richting DUS-I + € 50 onvoorzien.

X Noot
4

Onder een brugklas mavo/havo wordt ook verstaan een brugklas vmbo-tl/havo.