Mededeling in het kader van de uitvoering van het project Blankenburgverbinding, Rijkswaterstaat

Omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen – gemeente Midden-Delfland

Op grond van artikel 20 van de Tracéwet bevordert de Minister van Infrastructuur en Waterstaat een gecoördineerde voorbereiding van de besluiten op de aanvragen om vergunningen, ontheffingen en van de overige ambtshalve te nemen besluiten met het oog op de uitvoering van een Tracébesluit. Op deze besluiten is de Crisis- en herstelwet van toepassing.

Ten behoeve van de realisatie van de Blankenburgverbinding heeft de toenmalige Minister van Infrastructuur en Milieu op 28 maart 2016 het Tracébesluit Blankenburgverbinding vastgesteld. De Blankenburg­verbinding bestaat uit de aanleg van een autosnelweg van 2x3 rijstroken, een landtunnel, een watertunnel, een verdiepte aansluiting op de A20 en een hoge aansluiting op de A15. Verder wordt de A20 tot aan het Kethelplein verbreed.

In het kader van deze coördinatie geeft de Minister van Infrastructuur en Waterstaat kennis van het feit dat het volgende besluit is genomen.

Welk besluit is genomen en ligt ter inzage?

Voor de uitvoering van het tracébesluit Blankenburgverbinding is het onderstaande besluit genomen, overeenkomstig de procedures van artikel 20, lid 4 van de Tracéwet in samenhang met afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

Het betreft een aanvraag van Baak v.o.f. om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Het ontwerpbesluit (kenmerk OMV.21.04.00569-OLO6038245) ten name van Baak v.o.f. betreft het plaatsen van twee geluidsschermen op de locatie nabij de Laan van Nieuw Blankenburg 400 en de A15, op het toekomstige knooppunt Rozenburg.

Het besluit is niet gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbesluit en is op 15 september 2021 aan de aanvrager bekendgemaakt.

Waar en wanneer kunt u de stukken inzien?

Het besluit en de bijbehorende stukken liggen met ingang van 16 september 2021 tot en met 27 oktober 2021 ter inzage. Het besluit met de bijbehorende stukken is beschikbaar via de website www.overheid.nl. Zolang de maatregelen in verband met het coronavirus duren, is het niet mogelijk om voornoemde stukken in te zien op een gemeentelijke locatie. Als het voor u niet mogelijk is om de stukken via de genoemde website te raadplegen, dan kunt u op werkdagen contact opnemen via het telefoonnummer 06 – 103 53 905. Dan wordt in overleg gezocht naar een maatwerkoplossing.

Hoe kunnen belanghebbenden beroep indienen?

De volgende (rechts)personen kunnen vanaf 16 september 2021 tot en met 27 oktober 2021 beroep instellen tegen het genoemde besluit:

  • a. Belanghebbenden.

  • b. Niet-belanghebbenden die tijdig een zienswijze kenbaar hebben gemaakt of aan wie redelijkerwijs niet kan worden verweten geen zienswijze te hebben ingediend.

Beroep instellen doet u bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het beroepschrift moet worden gericht aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Het beroepschrift kan door burgers tevens digitaal worden gericht aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State middels deze website: https://digitaalloket.raadvanstate.nl/.

Het beroepschrift dient te zijn ondertekend en dient ten minste te bevatten:

  • de naam en het adres van de indiener;

  • de dagtekening;

  • een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht, dat wil zeggen en ieder geval de vermelding van het bestuursorgaan dat het besluit heeft enomen en, zo mogelijk, de datum en het kenmerk van het besluit;

  • een opgave van de redenen waarom u zich niet met het besluit kunt verenigen.

Tevens dient ten behoeve van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, zo mogelijk, een afschrift van het besluit waartegen het beroep is gericht te worden overgelegd.

Op deze besluiten is hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet van

toepassing. Dit betekent dat de belanghebbende in het beroepschrift moet aangeven welke zijn beroepsgronden zijn. Na afloop van de beroepstermijn kunnen deze gronden niet meer worden aangevuld. In het beroepschrift dient tevens te worden vermeld dat de Crisis- en herstelwet van toepassing is.

Het instellen van beroep schorst de werking van het besluit niet.

Indien beroep is ingesteld, kan een verzoek worden gedaan tot het treffen van een voorlopige voorziening, bijvoorbeeld inhoudende een schorsing van het besluit. Het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag of (door burgers) digitaal middels deze website:

https://digitaalloket.raadvanstate.nl/.

Bij het verzoek moet een afschrift van het beroepschrift worden overgelegd.

Het verzoek dient te zijn ondertekend en dient ten minste het volgende te bevatten:

  • de naam en het adres van de indiener;

  • de dagtekening;

  • een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht, dat wil zeggen in ieder geval de vermelding van het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen en de datum en het nummer of kenmerk van het besluit;

  • de gronden van het verzoek (motivering).

Voor het indienen van een beroepschrift en/of een verzoekschrift om een voorlopige voorziening is griffierecht verschuldigd.

Meer informatie?

Nadere informatie met betrekking tot het besluit kunt u inwinnen bij het Cluster Stadsontwikkeling van de gemeente Rotterdam, telefoon 06 – 103 53 905.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, namens deze, het hoofd van de afdeling BJV-Projectadvisering bij de Corporate Dienst van Rijkswaterstaat, W. Warmerdam

Naar boven