Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2021, 40967 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2021, 40967 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,
Gelet op artikel 6, tweede lid, van het Besluit specifieke uitkeringen gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid;
Besluit:
Het percentage, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van het Besluit specifieke uitkeringen
gemeentelijke onderwijsachterstandenbeleid, wordt voor het jaar 2021 vastgesteld op 2,02%.
De Regeling vaststelling percentage vermindering specifieke uitkeringen gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid 2020 en 2021 wordt ingetrokken.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob
Het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid heeft tot doel onderwijsachterstanden, waaronder taalachterstanden, van kinderen vroegtijdig te signaleren en te bestrijden zoals bedoeld in de artikelen 165, 166, 167 en 167a van de Wet op het primair onderwijs (hierna: WPO). Gemeenten hebben op grond van de artikelen 165, 166 en 167 WPO een verplichting tot het aanbieden van voldoende voorzieningen met voorschoolse educatie in zowel aantal als spreiding voor kinderen met een risico op een achterstand in de Nederlandse taal binnen de gemeente. Ter tegemoetkoming in de kosten van deze verplichting ontvangen gemeenten een specifieke uitkering op grond van artikel 168a WPO.
Vanaf 2019 ontvangen gemeenten hun specifieke uitkering op grond van het Besluit specifieke uitkeringen gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid, waarbij gebruik wordt gemaakt van een nieuwe verdeelsystematiek gebaseerd op een nieuwe indicator. De nieuwe verdeelsystematiek heeft als uitgangspunt te komen tot een verdeling van de middelen die beter aansluit bij de onderwijsachterstandenproblematiek in gemeenten dan de oude systematiek.
De nieuwe systematiek leidt tot herverdeeleffecten. Om deze effecten te mitigeren en gemeenten in staat te stellen tijdig en zorgvuldig (noodzakelijke) wijzigingen door te voeren in hun beleid en bedrijfsvoering, wordt gebruik gemaakt van een overgangsregeling voor de jaren 2019, 2020 en 2021. De specifieke uitkering, zoals die zou zijn toegekend wanneer de nieuwe systematiek onverkort zou zijn ingevoerd, wordt in elk van deze drie overgangsjaren vergeleken met de specifieke uitkering die een gemeente heeft ontvangen in 2018 op basis van de oude verdeelsystematiek.
Voor gemeenten die op basis van de nieuwe systematiek minder middelen ontvangen dan het vastgestelde bedrag op basis van de oude systematiek in 2018, is de overgangsregeling volledig geregeld in het Besluit specifieke uitkeringen gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid. Voor deze gemeenten wordt het verschil tussen beide bedragen in de jaren 2019, 2020 en 2021 meegenomen met respectievelijk 75%, 50% en 25% en opgeteld bij de uitkering van een gemeente.
Voor gemeenten die op basis van de nieuwe systematiek meer middelen ontvangen dan het vastgestelde bedrag op basis van de oude systematiek in 2018, wordt gedurende de overgangsregeling jaarlijks bij ministeriële regeling vastgesteld met welk percentage het verschil tussen het oude en nieuwe bedrag wordt meegenomen en afgetrokken van de uitkering van een gemeente. Dit wordt gedaan zodat het totaal aan beschikbare middelen voor het gemeentelijke onderwijsachterstandenbeleid kan worden uitgekeerd. Aan deze gemeenten wordt de zekerheid geboden dat zij ten minste na drie overgangsjaren de middelen ontvangen waarop zij volgens de nieuwe systematiek aanspraak hebben. Hierdoor kunnen deze gemeenten sneller toegroeien naar hun nieuwe budget dan wanneer gebruik gemaakt zou worden van de percentages die gebruikt worden voor gemeenten die op basis van de nieuwe systematiek minder budget zullen ontvangen.
De hoogte van het verminderingspercentage wordt bepaald door de beschikbare middelen voor het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid, de som van de achterstandsscores en de verhogingsbedragen uit de overgangsregeling. Voor het kalenderjaar 2021 wordt het verminderingspercentage definitief vastgesteld op 2,02%. Dit percentage was voor het kalenderjaar 2020 voorlopig vastgesteld op 2,16%.
De hoogte van het totaal aan beschikbare middelen voor de specifieke uitkeringen onderwijsachterstanden wordt jaarlijks vastgesteld in de begroting van OCW. In de begroting van 2021 is € 520.713.000 beschikbaar voor het gemeentelijke onderwijsachterstandenbeleid, dit leidt tot een definitieve prijs per achterstandseenheid van € 542,97.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2021. Voor 2021 hebben de gemeenten op basis van het voorlopige percentage in september 2020 beschikkingen ontvangen. In september 2021 ontvangen gemeenten de definitieve beschikkingen op basis van het definitieve percentage. Aangezien de gemeentelijke herindelingen pas gedurende het kalenderjaar volledig in detail zijn verwerkt, worden de beschikkingen pas gedurende het kalenderjaar definitief vastgesteld. In deze definitieve beschikking zijn eventuele gemeentelijke herindelingen en de definitieve prijs per achterstandseenheid verwerkt.
Gemeenten leggen middels de jaarrekening verantwoording af aan het Rijk over de besteding van de uitkering, via de single information single audit-verantwoordingssystematiek (SiSa). Deze regeling leidt niet tot aanvullende informatieverplichtingen, daarom is er geen sprake van aanvullende administratieve lasten. Met betrekking tot de uitvoerings- en handhavingsaspecten van deze regel is geconstateerd dat de regeling uitvoerbaar en handhaafbaar wordt geacht.
De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2021-40967.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.