Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 25 augustus 2021, nr. WJZ/ 21181379, houdende wijziging van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies en de Regeling openstelling EZK- en LNV-subsidies 2021 in verband met de wijziging en openstelling van de subsidiemodule betreffende samenwerking op het gebied van cyberweerbaarheid

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,

Gelet op de artikelen 2 en 16 van het Kaderbesluit nationale EZ-subsidies;

Besluit:

ARTIKEL I

In artikel 4a.2.2, derde lid, onderdeel a, van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies wordt ‘het vormen en in stand houden’ vervangen door ‘het vormen of in stand houden’.

ARTIKEL II

Aan de tabel van artikel 1, tweede lid, van de Regeling openstelling EZK- en LNV-subsidies 2021 wordt een rij toegevoegd, luidende:

Titel 4a.2 Versterking cyberweerbaarheid

4a.2.2

   

01-09-2021 t/m 15-10-2021

€ 1.000.000

ARTIKEL III

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 2021.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 25 augustus 2021

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, M.C.G. Keijzer

TOELICHTING

1. Aanleiding

Deze wijzigingsregeling voorziet in de wijziging en openstelling van de subsidiemodule Versterking cyberweerbaarheid, die is opgenomen in titel 4a.2 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (hierna: RNES).

2. Doelstelling cyberweerbaarheidsplan

De subsidiemodule Versterking cyberweerbaarheid biedt samenwerkingsverbanden de mogelijkheid om een cyberweerbaarheidsplan te ontwikkelen, waarvoor een cyberweerbaarheidsnetwerk subsidie kan aanvragen. Het gaat hierbij om een samenhangend geheel van de volgende activiteiten: het vormen en in stand houden van een netwerk, het stimuleren van bewustwording, het geven van inzicht in digitale kwetsbaarheden, het verrichten van diensten om de cyberweerbaarheid te versterken en/of het anderszins versterken van de cyberweerbaarheid van niet-vitale ondernemingen.

Deze subsidiemodule wordt opnieuw opengesteld. Ook is er een wijziging doorgevoerd. Voor de subsidiemodule Versterking cyberweerbaarheid is artikel 4a.2.2, derde lid, onderdeel a, gewijzigd. De wijziging luidt dat ‘het vormen en in stand houden’ vervangen wordt door ‘het vormen of in stand houden’. Er is voor deze wijziging gekozen zodat de subsidiemodule beter aansluit op de doelstelling van het Digital Trust Center, welke luidt: ‘Het DTC wil haar netwerk van samenwerkingsverbanden zowel completeren als de continuïteit van deze samenwerkingsverbanden borgen. Daarnaast wil ze de effectiviteit van de samenwerkingsverbanden vergroten’. Concreet betekent dat voor deze subsidieregeling dat zowel nieuwe samenwerkingsverbanden in aanmerking kunnen komen om een beter dekken stelsel tot stand te brengen, als bestaande samenwerkingsverbanden voor zover die subsidie aanvragen voor ofwel andere activiteiten dan de activiteiten waarvoor in het verleden subsidie is verstrekt, ofwel subsidie aanvragen voor activiteiten waarmee andere doelgroepen worden bereikt. Daarmee ontstaat er een goed functionerend landelijk dekkend stelsel van informatieknooppunten en expertisecentra voor sectoren en regio’s voor het niet-vitale bedrijfsleven.

3. Openstelling

Aanvragen kunnen worden ingediend, van 1 september 2021 tot en met 15 oktober 2021. Het subsidieplafond bedraagt € 1.000.000. euro.

4. Staatssteun

De subsidiemodule Versterking cyberweerbaarheid bevat staatssteun. Voor MKB-ondernemingen wordt de consultancysteun gerechtvaardigd door artikel 18 van de algemene groepsvrijstellingsverordening. Voor de overige activiteiten moet de subsidieaanvrager voldoen aan de voorwaarden van de algemene de-minimisverordening1. Uit het cyberweerbaarheidsplan en de begroting blijkt of de kosten worden gerechtvaardigd door artikel 18 van de algemene groepsvrijstellingsverordening of dat de algemene de-minimisverordening van toepassing is. Voor grote ondernemingen bevat de subsidie staatssteun die kan worden gerechtvaardigd door de algemene de-minimisverordening. De subsidieaanvragers moeten daarom bij de aanvraag een de-minimisverklaring indienen.

De gestelde eisen in titel 4a.2 van de RNES, alsook de algemene eisen uit het Kaderbesluit nationale EZ-subsidies zorgen ervoor dat de subsidie verleend wordt in overeenstemming met de eisen uit voormeld artikel uit de algemene groepsvrijstellingsverordening, eisen uit de algemene de-minimisverordening en (voor zover relevant) eisen met betrekking tot transparantie, stimulerend effect en cumulatie. Ook blijven voormelde subsidiemodules binnen de daarvoor geldende drempels voor aanmelding van de steun, maximum steunintensiteiten en het de-minimisplafond. Omdat de subsidiemodule Versterking cyberweerbaarheid slechts beperkt gewijzigd wordt opengesteld, verandert er niets in de staatssteun aspecten.

De openstelling en wijziging van de subsidiemodule Versterking cyberweerbaarheid zal separaat ter kennisneming aan de Europese Commissie worden gemeld, conform artikel 11, onder a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening. Indien een subsidie die op grond van deze subsidiemodules wordt verleend, staatssteun bevat die door de algemene groepsvrijstellingsverordening wordt gerechtvaardigd, maakt de Minister op grond van artikel 1.8 van de RNES binnen zes maanden na de datum van subsidieverlening de volgende gegevens bekend:

  • a. de gegevens, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdelen a en b, van de algemene groepsvrijstellingsverordening (beknopte informatie over de subsidieregeling), en

  • b. de gegevens, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, voor zover de individuele steun meer bedraagt dan € 500.000 (beknopte informatie over het project).

5. Regeldruk

De wijzigingen opgenomen in deze regeling leiden niet tot aanvullende administratieve lasten voor aanvragers van de subsidie. ATR heeft het dossier om deze reden niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft. De eenmalige kennisnamekosten zijn te verwaarlozen. Wel wordt met onderhavige regeling de subsidie wederom opengesteld, wat regeldrukkosten teweegbrengt. Voor deze subsidiemodule gaat het om de administratieve lasten die voortkomen uit de aanvraag, uitvoering en vaststelling van de subsidie. Het betreffen de gebruikelijke werkzaamheden voor het opstellen van de aanvraag, voortgangsrapportages en eindverantwoording. Op basis van de reeds beschikbare gegevens van 2018, 2019 en 2020 zijn inschattingen gemaakt voor het aantal te verwachten aanvragen, het aantal toe te kennen subsidies en de te verwachte tijdsbesteding voor ondernemers in de verschillende fases.

Er zullen naar verwachting 15 aanvragen worden ingediend, waarvan tenminste 5 kunnen worden gehonoreerd. De verwachte tijdsbesteding voor het indienen van een aanvraag bedraagt 30 uur. Bij een standaarduurtarief van 54 euro (conform het Handboek Meting Regeldrukkosten) komen de administratieve lasten voor de aanvraagfase uit op 24.300 euro. De tijdsbesteding voor de uitvoeringsfase en eindverantwoording worden ingeschat op respectievelijk 16 uur en 16 uur. De administratieve lasten voor deze fasen komen daar mee uit op 8.640 euro. De totale administratieve lasten voor de subsidiemodule komen daarmee op 32.940 euro, ofwel 3,3% van het beschikbaar gestelde budget.

6. Inwerkingtreding

Deze wijziging treedt in werking met ingang van 1 september 2021. Hiermee wordt afgeweken van het beleid inzake vaste verandermomenten, zoals opgenomen in aanwijzing 4.17 van de Aanwijzingen voor de regelgeving. Deze afwijking is gerechtvaardigd, daar de doelgroepen gebaat zijn bij een spoedige inwerkingtreding.

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, M.C.G. Keijzer


X Noot
1

Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L 352).

Naar boven