Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatscourant 2021, 39387ander besluit van algemene strekking

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 19 augustus 2021, nr. VO/29020734, houdende regels voor de verstrekking van aanvullende en bijzondere bekostiging als tegemoetkoming voor scholen in het voortgezet onderwijs, het voortgezet speciaal onderwijs en vavo instellingen voor de organisatie en uitvoering van de maatregelen voor het eindexamen 2021 (Regeling aanvullende en bijzondere bekostiging eindexamens 2021)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

Gelet op artikel 85a, eerste lid, en 89, eerste lid van de Wet op het voortgezet onderwijs, de artikelen 113, eerste lid en 120, eerste lid van de Wet op de expertisecentra, en de artikelen 2.2.3 en 2.2a.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs

Besluiten:

Artikel 1. Begripsbepalingen

bevoegd gezag:

bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra of artikel 1.1.1, onderdeel w, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

BRIN:

Basisregistratie Instellingen;

deeleindexamen:

deeleindexamen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Eindexamenbesluit VO en artikel 1 van het Staatsexamenbesluit VO;

deelstaatsexamen:

deelstaatsexamen als bedoeld in artikel 1 Staatsexamenbesluit VO;

eindexamen:

eindexamen als bedoeld in artikel 1 van het Eindexamenbesluit VO;

extra herkansing:

tweede herkansing als bedoeld in artikel 60f van het Besluit eindexamens 2021;

kandidaat:
  • 1. vavo-student die op 1 oktober 2020 was ingeschreven op een instelling en voor bekostiging in aanmerking komt;

  • 2. leerling die op 1 oktober 2020 als bekostigde leerling als bedoeld in artikel 7 van het Bekostigingsbesluit WVO was ingeschreven op een school voor vwo, havo, mavo of vbo, en was geplaatst in het laatste leerjaar, met uitzondering van de leerling die was ingeschreven voor een cursus internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs als bedoeld in de Beleidsregel IGVO 2021;

  • 3. leerling als bedoeld in artikel 2.3.2 van het Uitvoeringsbesluit WEB, die op 1 oktober 2020 was ingeschreven voor voorbereidend beroepsonderwijs aan een agrarisch opleidingscentrum en was geplaatst in het laatste leerjaar;

  • 4. leerling die op 1 oktober 2020 als bekostigde leerling als bedoeld in artikel 9 van het Besluit bekostiging WEC was ingeschreven op een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs in het uitstroomprofiel vervolgonderwijs als bedoeld in artikel 14a van de WEC en was geplaatst in het laatste leerjaar.

instelling:

een uit ’s Rijks kas bekostigde instelling als bedoeld in artikel 1.1.1. onder b van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

minister:

Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister voor Basis- en Voorgezet Onderwijs en Media;

school:

uit ’s Rijks kas bekostigde school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, uit ’s Rijks kas bekostigde school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;

vavo-student:

vavo-student als bedoeld in artikel 1.1.1 onderdeel n4 van de WEB;

regio Noord:

alle vestigingen van scholen in het voortgezet onderwijs, inclusief vestigingen voor voortgezet onderwijs van AOC’s en vestigingen voor voortgezet onderwijs van verticale scholengemeenschappen ROC-VO, gelegen in de regio Noord zoals beschreven in artikel 3 van de regeling vaststelling schoolvakanties 2019–2022;

WVO:

Wet op het voortgezet onderwijs;

WEC:

Wet op de expertisecentra;

WEB:

Wet educatie en beroepsonderwijs.

Artikel 2. Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

De Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS is van toepassing op de aanvullende en bijzondere bekostiging die op grond van deze regeling wordt verstrekt.

Artikel 3. Doel van de aanvullende en bijzondere bekostiging

  • 1. De minister verstrekt in 2021 aanvullende bekostiging aan het bevoegd gezag van een school of instelling met als doel het bieden van extra ondersteuning aan kandidaten voorafgaand aan het examen en om tegemoet te komen aan de extra kosten die scholen en instellingen maken ten behoeve van:

    • a. het bieden van extra ondersteuning aan kandidaten ter voorbereiding op een eindexamen, staatsexamen, deelstaatsexamen of deeleindexamen;

    • b. het bieden van een tegemoetkoming ten behoeve van docenten die lesgeven aan kandidaten in de regio Noord of aan vavo-studenten aan instellingen met BRIN nummers 27DV, 04EU, 25LG, 25LU, 25PJ, 25PT, 25PW, 25PX, 25PZ, 25RA en 27YU; en

    • c. het bieden van een tegemoetkoming voor het organiseren, begeleiden; en corrigeren van een extra herkansing voor kandidaten.

  • 2. In afwijking van het eerste lid verstrekt de minister in 2021 bijzondere bekostiging aan het bevoegd gezag van een school als bedoeld in artikel 1 van de WEC ten behoeve van:

    • a. het bieden van extra ondersteuning aan kandidaten ter voorbereiding op een eindexamen, staatsexamen, deeleindexamen of deelstaatsexamen; en

    • b. het bieden van een tegemoetkoming voor het organiseren, begeleiden en corrigeren van een extra herkansing voor kandidaten.

Artikel 4. Beschikbare middelen per kandidaat en verdeling

  • 1. In 2021 ontvangt het bevoegd gezag van een school of instelling in het kader van deze regeling:

    • a. voor het doel, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a en van onderdeel c:

      • 1°. een bedrag van € 339,– per kandidaat, wanneer het een school betreft die op grond van artikel 3 van de Regeling leerplusarrangement vo in maart 2021 aanvullende bekostiging heeft ontvangen; of

      • 2°. een bedrag van € 251,– per kandidaat, wanneer het een school of instelling betreft die niet onder 1° valt.

    • b. voor het doel, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, een bedrag van € 157,– per kandidaat;

    • c. voor het doel, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, een bedrag van:

      € 223,– per kandidaat die daadwerkelijk een extra herkansing doet, en waarvan de benodigde gegevens door het bevoegde gezag uiterlijk 8 september 2021 in het register onderwijsdeelnemers zijn geregistreerd. Voor extra herkansingen die na deze datum worden vastgelegd vindt geen bekostiging plaats.

    • d. voor het doel, bedoeld in artikel 3, tweede lid, een bedrag van € 389,– per kandidaat.

  • 2. De bedragen die het bevoegd gezag ontvangt worden afgerond op hele euro’s.

Artikel 5. Verstrekking, vaststelling en betaling

  • 1. Aanvullende en bijzondere bekostiging op grond van deze regeling wordt ambtshalve verstrekt.

  • 2. De aanvullende bekostiging voor instellingen, de bijzondere bekostiging voor scholen voor voortgezet speciaal onderwijs en voor scholen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, wordt uiterlijk in de maand december van 2021 vastgesteld en ineens betaald.

  • 3. De aanvullende bekostiging voor scholen voor voortgezet onderwijs, voor zover het artikel 4, eerste lid, onder a en b betreft, wordt uiterlijk in de maand december 2021 vastgesteld en ineens betaald, mits de gegevens, genoemd in artikel 14a, tweede lid, van het Bekostigingsbesluit WVO:

    • a. uiterlijk 1 juli 2021 zijn ingediend; of

    • b. na 1 juli 2021 zijn ingediend en uiterlijk op 15 juli 2021 zijn verwerkt in het Register Onderwijsdeelnemers.

  • 4. In afwijking van het eerste lid kan het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs op grond van artikel 85a, tweede lid, van de WVO een aanvraag indienen voor bekostiging op grond van deze regeling, indien het bevoegd gezag de gegevens, genoemd in artikel 14a, tweede lid, van het Bekostigingsbesluit WVO niet tijdig heeft ingediend.

  • 5. Het bevoegd gezag, bedoeld in het vierde lid, dient de aanvraag in bij de minister. De aanvraag bevat een afschrift van de gegevens, genoemd in artikel 14a, tweede lid, van het Bekostigingsbesluit WVO.

  • 6. De aanvullende bekostiging voor scholen voor voortgezet onderwijs, voor zover het artikel 4, eerste lid, onder c betreft, wordt uiterlijk in de maand juni 2022 vastgesteld en betaald.

Artikel 6. Verantwoording aanvullende en bijzondere bekostiging

  • 1. De aanvullende en bijzondere bekostiging kan ook worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

  • 2. De aanvullende en bijzondere bekostiging op grond van deze regeling wordt verantwoord in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. De verklaring van de accountant bij de jaarrekening bevat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de aanvullende bekostiging.

Artikel 7. Inwerkingtreding

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2026.

Artikel 8. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvullende en bijzondere bekostiging eindexamens 2021

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

TOELICHTING

Algemeen

Inleiding

Door de corona-crisis bevindt het onderwijs zich momenteel in een situatie waarbij sprake is van voortdurende wijzigingen in de omstandigheden. Dit heeft effect op alle leerlingen, maar in het bijzonder op leerlingen en kandidaten die in 2021 zijn opgaan voor (delen van) het eindexamen voortgezet onderwijs. Doordat de continuïteit van het onderwijs anders is dan normaal heeft dit effect gehad op de voorbereidingen van deze leerlingen en kandidaten op het eindexamen of een deeleindexamen. Dit leidt tot grote zorgen over opgelopen deficiënties of achterstanden. Tegelijkertijd is het diploma voor leerlingen en kandidaten het toegangsbewijs voor een succesvolle verdere loopbaan in het onderwijs en de maatschappij. Het eindexamen vervult daarin een belangrijk ijkpunt. Dit pleit ervoor dat maximale inspanningen worden geleverd om het eindexamen in stand te houden en er voor te zorgen dat leerlingen en kandidaten zich zo goed mogelijk kunnen voorbereiden op het eindexamen. Dit vraagt om aanvullende maatregelen.

Op diverse momenten, waaronder op 16 december 20201 en 12 februari 20212 is de Kamer geïnformeerd over het besluit over het maatregelenpakket voor de eindexamens 2021. De maatregelen hebben als doel de voorbereidingstijd en flexibiliteit voor leerlingen ten aanzien van het examen te vergroten en vervolgens een goede en soepele doorstroom naar het vervolgonderwijs te realiseren. De maatregelen gelden voor álle kandidaten; zij die in het reguliere onderwijs examen doen, via het vavo én via het staatsexamen (betreft kandidaten in het voortgezet speciaal onderwijs). De maatregelen die onder andere zijn genomen;

  • Er worden middelen beschikbaar gesteld aan scholen om in te zetten voor extra ondersteuning van kandidaten;

  • Mogelijkheid dat een kandidaat nadat het gehele eindexamen is afgelegd het eindcijfer van één vak, niet zijnde een kernvak, buiten beschouwing kan laten bij de uitslagbepaling mits de leerlingen daardoor alsnog kan slagen;

  • Alle kandidaten (op het reguliere onderwijs, het vavo en de staatsexamenkandidaten) kunnen het centrale examen spreiden over twee tijdvakken. Om dit mogelijk te maken wordt het reguliere tweede tijdvak uitgebreid naar 10 dagen;

  • Om er voor te zorgen dat kandidaten na het tweede tijdvak ook hun herkansingen kunnen afronden wordt eveneens een derde tijdvak op de school georganiseerd;

  • Er is een extra gelegenheid geboden tot herkansing van een centraal examen.

Voor tegemoetkoming van scholen en instellingen in de uitvoering van de maatregelen en extra ondersteuning van kandidaten heeft het kabinet een bedrag beschikbaar gesteld van € 72 miljoen. Het beschikbare bedrag voor het onderdeel compensatie voor extra werklast door de extra herkansing is deels afhankelijk van het daadwerkelijke aantal kandidaten dat een extra herkansing aflegt. Via deze regeling wordt aanvullende bekostiging beschikbaar gesteld aan het bevoegde gezag.

Doel

De aanvullende bekostiging heeft als doel de scholen en instellingen tegemoet te komen in de kosten die zij maken voor het uitvoeren van het maatregelenpakket voor de eindexamens 2021. De regeling bestaat uit drie onderdelen:

  • 1. Extra ondersteuning aan kandidaten voorafgaand aan het examen.

    Om er voor te zorgen dat kandidaten op reguliere scholen in het voortgezet onderwijs, kandidaten in het voortgezet speciaal onderwijs en op vavo-instellingen ook in 2021 zo goed mogelijk voorbereid worden op het eindexamen en de overstap naar het vervolgonderwijs of bij de volgende stap binnen het vo worden middelen beschikbaar gesteld om kandidaten hierbij te ondersteunen. Om kansengelijkheid te bevorderen krijgen scholen met achterstandsleerlingen hiervoor meer budget.

  • 2. Een extra vergoeding voor docenten die lesgeven aan een examenklas in de regio Noord

    Door het extra tijdvak dat op de school moet worden georganiseerd, hebben docenten die lesgeven aan een examenklas in de regio Noord ook in de eerste week van de zomervakantie nog werkzaamheden. Dat betekent dat docenten in de regio Noord minder vakantie hebben. De regeling biedt budgettaire ruimte voor compensatie van docenten op scholen in het regulier voortgezet onderwijs en op vavo-instellingen voor het verrichten van werkzaamheden in de vakantie.

  • 3. Een extra vergoeding voor scholen in heel Nederland ten behoeve van de afname van de extra herkansing voor het centrale examen

    Door de extra herkansing moeten scholen in heel het land extra personele inzet plegen. De extra personele inzet is onder andere nodig voor het begeleiden van kandidaten die een extra herkansing doen, de correctie van de (her)examens en het organiseren van een extra tijdvak op school. Hiervoor wordt een bedrag per kandidaat aangeboden op reguliere scholen in het voortgezet onderwijs en vavo-instellingen, aangevuld met een bedrag per kandidaat die een extra herkansing afleggen. Voor scholen, bedoeld in artikel 1 van de WEC, wordt een bedrag per kandidaat aangeboden waarmee tegemoet wordt gekomen aan de extra personele inzet die nodig is voor het begeleiden van kandidaten die een extra herkansing doen, de correctie van de (her)examens en/of het organiseren van een extra tijdvak op een school.

Waar in de toelichting wordt gesproken over kandidaten op een school, bedoeld in artikel 1 van de WEC, wordt gedoeld op kandidaten die het volledige of een deel van het examen afleggen op de eigen school die in het bezit is van een eindexamenlicentie, op een andere reguliere school in het voortgezet onderwijs of vavo of kandidaten die via het staatsexamen het examen afleggen, tenzij anders wordt aangegeven. Alle studenten die in 2021 staan ingeschreven op een vavo-instelling en leerlingen die zijn uitbesteed aan een vavo-instelling worden beschouwd als kandidaten.

Beschikbaar budget

1. Extra ondersteuning aan kandidaten voorafgaand aan het examen

Voor de extra ondersteuning van kandidaten is 37 miljoen euro beschikbaar. Het bevoegd gezag van scholen die leerplusmiddelen ontvangen en scholen, bedoeld in artikel 1 van de WEC, met kandidaten met het uitstroomprofiel vervolgonderwijs die opgaan voor een diploma of certificaat krijgen voor 30 procent van de kandidaten die op 1 oktober 2020 zijn ingeschreven een bedrag van € 885 per kandidaat voor extra ondersteuning. Dit resulteert in een bedrag van € 265 per kandidaat. Het bevoegd gezag van scholen die geen leerplusmiddelen ontvangen en vavo-instellingen krijgen voor 20 procent van de kandidaten op die 1 oktober 2020 zijn ingeschreven een bedrag van € 885 per kandidaat voor extra ondersteuning. Dit resulteert in een bedrag van € 177 per kandidaat. Er is gekozen voor dit gedifferentieerde percentage, omdat achterstandsleerlingen en kwetsbare leerlingen op het vso meer ondersteuning nodig zullen hebben richting het eindexamen. Gezien het gedifferentieerde beeld van opgelopen achterstanden of deficiënties zal niet elke kandidaat extra ondersteuning nodig hebben aanvullend op de reguliere begeleiding van de docent. In de regeling is aan deze bedragen het vaste component van onderdeel 3 (vergoeding voor scholen in heel Nederland vanwege de extra herkansing ten hoogte van € 74) toegevoegd.

2. Extra vergoeding voor docenten die lesgeven aan een examenklas in regio Noord

Voor de vergoeding van docenten die lesgeven aan een examenklas in de regio Noord is € 11 miljoen beschikbaar. Voor elke docent (volledige fte lessen aan examenklassen) die lesgeeft aan een examenklas en daarmee in de eerste week van de vakantie van regio Noord werkzaamheden moet verrichten, wordt een week lesgeven vergoed. Omdat het aantal docenten per school geen parameter is waarop kan worden bekostigd, is het beschikbare bedrag omgerekend middels een bedrag per kandidaat. Het bevoegd gezag van de scholen in het voortgezet onderwijs en van vavo-instellingen in regio Noord ontvangen een bedrag van € 157 per kandidaat Omdat vavo-instellingen niet vallen onder de Regeling vaststelling schoolvakanties 2019–2022, is voor het vaststellen welke hoofdvestigingen recht hebben op deze vergoeding in de regeling een lijst opgenomen met BRIN-nummers die hier recht op hebben. Docenten die lesgeven aan een examenklas op de vestigingen van aoc’s en vo-scholen die onderdeel zijn van een verticale scholengemeenschap in de regio Noord hebben ook recht op een extra vergoeding.

3. Vergoeding voor scholen in heel Nederland vanwege de extra herkansing

Voor de vergoeding voor de extra werklast vanwege een extra herkansingsmogelijkheid voor kandidaten worden tien uren vergoed per afgelegde extra herkansing van het centrale examen. Zes uur van de tegemoetkoming wordt gelijk verdeeld over kandidaten, wat neerkomt op een vast bedrag van € 74 per kandidaat. Met dit bedrag worden scholen in het voortgezet onderwijs en vavo-instellingen tegemoetgekomen in de extra werklast voor het organiseren van het tweede en derde tijdvak op school en correcties van de (her)examens. In de regeling is dit bedrag samengevoegd met het bedrag per kandidaat voor de extra ondersteuning (onder 1). Het totale bedrag per kandidaat komt daarmee voor het bevoegd gezag van scholen die leerplusmiddelen ontvangen en scholen, bedoeld in artikel 1 van de WEC, met kandidaten in het uitstroomprofiel vervolgonderwijs die opgaan voor een diploma of certificaat uit op € 339. Het totale bedrag per kandidaat voor het bevoegd gezag van scholen die geen leerplusmiddelen ontvangen en vavo-instellingen komt uit op € 251.

Vier uren worden gekoppeld aan het aantal afgenomen extra herkansingen en zijn bedoeld voor de extra werklast voor het begeleiden van de kandidaten. Scholen in het voortgezet onderwijs en vavo-instellingen ontvangen per kandidaat dat een afgelegde extra herkansing heeft afgelegd een bedrag van € 223.

Omdat het uitvoeringstechnisch lastig is om vast te stellen hoeveel vso-kandidaten een extra herkansing hebben afgelegd is besloten om de tegemoetkoming voor kandidaten die zijn ingeschreven op een school als bedoeld in de WEC te laten bestaan uit een vast bedrag per kandidaat. Vso-scholen ontvangen een bedrag van € 124 per kandidaat. Met dit bedrag worden vso-scholen tegemoetgekomen in de extra werklast voor het organiseren van het tweede en derde tijdvak, het extra correctie werk en het begeleiden van kandidaten voor de extra herkansing.

Scholen in het voortgezet speciaal onderwijs ontvangen één bedrag van € 389 per kandidaat in het profiel vervolgonderwijs. In dit bedrag is zowel de bijdrage voor extra ondersteuning aan examenleerlingen (onder 1), als de vergoeding vanwege de extra herkansing verwerkt.

Bij het vaststellen van de bedragen die het bevoegd gezag ontvangt wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s.

Activiteiten

Er wordt aanvullende bekostiging verstrekt aan het bevoegd gezag voor de uitvoering van activiteiten die bijdragen aan het uitvoeren van het maatregelenpakket voor examens 2021. Het bevoegd gezag is vrij om te bepalen hoe de aanvullende bekostiging wordt ingezet voor het beoogde doel. De aanvullende bekostiging kan worden besteed aan zowel personele als materiële kosten.

1. Extra ondersteuning aan kandidaten voorafgaand aan het examen

Het bevoegd gezag is vrij om te bepalen aan welke activiteiten de aanvullende bekostiging voor de extra ondersteuning van kandidaten voorafgaand aan het examen kunnen worden besteed, passend bij de eigen onderwijssituatie en de behoeftes van de kandidaten. Hierbij kan gedacht worden aan het vormgeven van (individuele) ondersteuning van kandidaten via de scholen, zoals de inzet van studenten uit het hoger onderwijs.

2. Extra vergoeding voor docenten die lesgeven aan een examenklas in regio Noord

De aanvullende bekostiging die het bevoegd gezag in regio Noord ontvangt dient als vergoeding voor het onderwijspersoneel dat door de eindexamenmaatregelen werkzaamheden moeten verrichten in de eerste week van de vakantie. Het uitgangspunt is dat deze middelen terecht komen bij het onderwijspersoneel. Het is een afspraak tussen de werkgever en werknemer hoe deze middelen worden ingezet.

3. Vergoeding voor scholen en instellingen in heel Nederland vanwege een extra herkansing voor het centrale examen

De aanvullende bekostiging die het bevoegd gezag ontvangt als vergoeding voor de extra herkansingsmogelijkheid heeft als doel om scholen en instellingen tegemoet te komen in de extra personele inzet die gepleegd moet worden voor het begeleiden van kandidaten die een extra herkansing afleggen, de correctie van de (her)examens en het organiseren van het tweede en derde tijdvak op de school. Scholen en instellingen ontvangen een vast bedrag per kandidaat, dat bedoeld is voor het organiseren van de tijdvakken op de school en de correcties van de (her)examens (waarbij is uitgegaan van de correctie van een arbeidsintensief vak). Daarnaast ontvangen scholen en instellingen een variabel bedrag per kandidaat dat een extra herkansing heeft afgelegd. Dit bedrag is bedoeld als tegemoetkoming voor de extra personele inzet in de begeleiding van kandidaten voor de extra herkansing. Het bevoegd gezag van scholen, bedoeld in artikel 1 van de WEC ontvangt enkel een vast bedrag per kandidaat voor zowel de begeleiding van kandidaten die een extra herkansing afleggen als de correctie van de (her)examens en het organiseren van het tweede en derde tijdvak op de school.

Beschikking en betaling

DUO stelt de aanvullende bekostiging voor de regeling aanvullende en bijzondere bekostiging eindexamens 2021 beschikbaar in het kalenderjaar 2021, met uitzondering van de bekostiging bedoeld in artikel 4 lid 1 onder c voor scholen voor voortgezet onderwijs. Scholen voor voortgezet onderwijs ontvangen de aanvullende bekostiging voor artikel 4, lid 1 onder c uiterlijk in de maand juni 2022. De aanvullende bekostiging hoeft niet te worden aangevraagd door het bevoegd gezag. Op basis van een bedrag per kandidaat en per kandidaat dat een extra herkansing heeft afgelegd wordt bepaald hoeveel het bevoegd gezag aan aanvullende bekostiging ontvangt.

De aanvullende bekostiging bedoeld voor de vergoeding voor scholen in heel Nederland vanwege de extra herkansing, de correctie van de (her)examens en de organisatie van het tweede en derde tijdvak op de school wordt deels gebaseerd op het feitelijke aantal afgenomen extra herkansingen op een school. Dit gegeven wordt gebaseerd op de gegevens die scholen registreren in de leerling administratiesystemen, dat een verbinding heeft met het Register Onderwijs Deelnemers. De bekostiging wordt gebaseerd op de gegevens in het Register Onderwijs Deelnemers.

Voor de kandidaten op vavo-instellingen die zijn uitbesteed vanuit het reguliere voortgezet onderwijs zal het bevoegd gezag van de school voor voortgezet onderwijs waar de kandidaten zijn ingeschreven de bekostiging ontvangen. Het is aan de betreffende scholen en instellingen om afspraken te maken over de verdeling van deze middelen, net zoals dat geldt voor de reguliere bekostiging voor deze leerlingen. Aangezien de doelen waarvoor de bekostiging op grond van deze regeling wordt verstrekt niet door de school voor voortgezet onderwijs zullen zijn verwezenlijkt, ligt het wel in de rede dat zij de bekostiging die ze op grond van deze regeling ontvangen geheel overdragen aan het bevoegd gezag van het vavo waar de kandidaat eindexamen heeft gedaan, en daarop is voorbereid.

Voor kandidaten in het voortgezet speciaal onderwijs die via symbiose of extraneus het examen afleggen op een reguliere school in het voortgezet onderwijs ontvangt het bestuur van de vso-instelling de aanvullende bekostiging. Het is aan de school, bedoeld in 1 van de WEC,en de reguliere vo-school om afspraken te maken over de verdeling van deze middelen evenals dit gebeurt met de reguliere bekostiging voor deze leerlingen.

Het streven is om in onderstaande maanden de aanvullende bekostiging voor het reguliere vo, het vso en het vavo uit te betalen:

VO-onderdeel1

Streefmaand uitbetaling

1. Ondersteuning kandidaten voorafgaand aan het examen

Oktober 2021

2. Vergoeding voor docenten die lesgeven in de regio Noord

Oktober 2021

3a. Extra werklast vanwege de tweede herkansing – vast bedrag per kandidaat

Oktober 2021

3b. Extra werklast vanwege de tweede herkansing – variabele bedrag per kandidaat op basis van afgelegde extra herkansing

Juni 2022

VSO-onderdeel

 

1 & 3 samen: ondersteuning kandidaten voorafgaand aan het examen en extra werklast vanwege de tweede herkansing

December 2021

VAVO-onderdeel2

 

1. Ondersteuning kandidaten voorafgaand aan het examen

December 2021

2. Vergoeding voor docenten die lesgeven in de regio Noord

December 2021

3. Extra werklast vanwege de tweede herkansing – vast bedrag per kandidaat en variabele bedrag per kandidaat op basis van afgelegde extra herkansing

December 2021

X Noot
1

Dit betreft ook de bekostiging voor de kandidaten die vanuit het reguliere vo zijn uitbesteed aan het vavo.

X Noot
2

Dit betreft enkel de bekostiging voor de kandidaten die direct staan ingeschreven op de vavo-instelling.

Regeldruk

Bij het opstellen van de regeling is in het oog gehouden dat de regeling geen onnodige regeldruk veroorzaakt. Dit betekent dat is nagedacht over de werkbaarheid en het nut van de regeling. Zo wordt de aanvullende bekostiging automatisch verstrekt aan schoolbesturen. Alleen scholen waarvan de stukken voor de accountantscontrole over de telgegevens van 1 oktober 2020 niet tijdig, volledig en correct is ingediend, kunnen bij de minister in deze situatie een aanvraag indienen om aanvullende bekostiging op basis van artikel 85a, lid 2 van de Wet op het Voortgezet onderwijs te ontvangen. Conform artikel 14a, tweede lid van het Bekostigingsbesluit moeten de stukken voor accountantscontrole voor 1 juli 2021 door de minister te zijn ontvangen. Om de regeldruk verder te beperken, worden correcties die op 15 juli 2021 in het Register Onderwijsdeelnemers verwerkt zijn, meegenomen in de ambtshalve toekenning op grond van deze regeling. Bij twijfel of u een aanvraag moet doen, kan het bevoegd gezag contact opnemen met DUO. Een aanvraag voor de aanvullende bekostiging moet worden ingediend bij de minister.

Een voorwaarde voor het ontvangen van aanvullende bekostiging als tegemoetkoming voor de extra herkansing is dat scholen in het reguliere onderwijs en vavo-instellingen in de leerling administratiesystemen nauwkeurig en tijdig (uiterlijk 8 september) administreren welke kandidaten een extra herkansing hebben afgelegd. Indien de gegevens over de afgenomen extra herkansingen niet of later dan 8 september worden geregistreerd in het Register Onderwijsdeelnemers, is het niet mogelijk om scholen hiervoor te bekostigen.

Caribisch Nederland

Juridisch gezien kan Caribisch Nederland niet worden meegenomen in deze regeling, omdat Caribisch Nederland dit kalenderjaar nog volgens een andere systematiek wordt bekostigd. Maar de eindexamenmaatregelen 2021 gelden ook voor de vo-scholen op Caribisch Nederland. De facto komt dit neer op de SGB, omdat de vo-scholen op Saba en St. Eustatius gebruik maken van het onderwijssysteem CXC en in de praktijk geen gebruik maken van het Eindexamen- en Staatsexamenbesluit VO BES en daarmee niet binnen de reikwijdte van de compensatieregeling vallen. Conform de geldende bekostigingssystematiek kunnen de scholen op Caribisch Nederland een aanvraag indienen voor aanvullende bekostiging wegens bijzondere omstandigheden, waarbij de criteria van deze compensatieregeling zullen worden gebruikt als voorwaarden.

Artikelsgewijs

Artikel 1

Dit artikel geeft de definities van begrippen die in de regeling worden gebruikt. In de begripsbepaling ‘kandidaat’ zijn verschillende groepen kandidaten benoemd. Het internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs wordt verzorgd op reguliere scholen voor voortgezet onderwijs. Het programma is echter anders opgezet, en de leerlingen leggen een ander eindexamen af. De scholen hebben voor hen geen kosten hoeven maken voor het uitvoeren van het maatregelenpakket voor de eindexamens 2021. Deze leerlingen zijn daarom uitgezonderd van de regeling. Daarnaast is er een groep leerlingen die vbo (-groen) volgt op een agrarisch opleidingscentrum. Omdat deze groep leerlingen niet wordt bekostigd op grond van het Bekostigingsbesluit, maar op grond van het Uitvoeringsbesluit WEB, zijn zij specifiek benoemd in de begripsbepaling ‘kandidaat’. Voor deze groep kandidaten gelden verder dezelfde regels als voor de reguliere vo-kandidaten.

Artikel 3

Dit artikel bakent het doel van deze regeling af. Voor een toelichting op het doel wordt verwezen naar de algemene toelichting.

Artikel 4

Dit artikel bepaalt hoe de aanvullende bekostiging vanuit deze regeling wordt verstrekt.

Voor de compensatie van docenten die lesgeven aan kandidaten in het regulier onderwijs of op een vavo-instelling in de regio Noord wordt € 157 per kandidaat beschikbaar gesteld (lid b).

Daarnaast wordt voor de extra ondersteuning van eindexamenkandidaten en staatsexamenkandidaten € 885 per kandidaat beschikbaar gesteld aan 20% van de kandidaten op reguliere scholen in het voortgezet onderwijs die niet in aanmerking komen voor aanvullende bekostiging vanuit de regeling leerplusarrangement vo en aan kandidaten op de vavo-instellingen. Dit resulteert in een bedrag van € 177 per kandidaat. Voor de reguliere scholen in het voortgezet onderwijs die wel in aanmerkingen komen voor de aanvullende bekostiging vanuit de regeling leerplusarrangement vo en aan vso-scholen wordt per kandidaat € 885 beschikbaar gesteld aan 30% van de ingeschreven kandidaten. Dit resulteert in een bedrag van € 265 per ingeschreven kandidaat (lid a).

Voor het organiseren, begeleiden en corrigeren van een extra herkansing voor kandidaten wordt € 74 per kandidaat en € 223 per kandidaat die daadwerkelijk gebruik maakt van een extra herkansing beschikbaar gesteld (lid c). In de bekostiging wordt het vaste bedrag (€ 74) samengevoegd met de extra ondersteuning die scholen ontvangen voor kandidaten voorafgaand aan het examen. Dit resulteert in een bedrag van € 339 per kandidaat (€ 265 + € 74) voor scholen die leerplusmiddelen ontvangen. Voor scholen die geen leerplusmiddelen ontvangen en vavo-instellingen resulteert dit in een bedrag van € 251 per kandidaat (€ 177 + € 74).

Voor het organiseren, begeleiden en corrigeren van een extra herkansing wordt een bedrag van € 124 per kandidaat beschikbaar gesteld aan scholen in het voortgezet speciaal onderwijs. Hiermee ontvangen scholen in het voortgezet speciaal onderwijs één bedrag van € 389,– per kandidaat met het uitstroomprofiel vervolgonderwijs. Dit bedrag is zowel de bijdrage voor extra ondersteuning aan kandidaten, als de vergoeding vanwege de extra herkansing (lid d).

Deze aanvullende en bijzondere bekostiging wordt verstrekt aan het bevoegd gezag van een school.

Artikel 5

Dit artikel bepaalt wanneer de aanvullende bekostiging aan het bevoegd gezag wordt verstrekt. In principe ontvangen de scholen en instellingen de aanvullende bekostiging uiterlijk in december 2021. Aan de scholen in het reguliere vo wordt het bedrag dat is gebaseerd op het aantal kandidaten dat gebruik maakt van de extra gelegenheid tot herkansing later betaald, namelijk uiterlijk in juni 2022. De bekostiging wordt in principe ambtshalve verstrekt. De bekostiging kan echter niet ambtshalve worden verstrekt aan scholen voor voortgezet onderwijs die niet tijdig de gegevens als bedoeld in artikel 14a, tweede lid, van het Bekostigingsbesluit WVO hebben ingediend. Het betreft een verklaring van het bevoegd gezag omtrent de juistheid van het aantal leerlingen dat is doorgegeven aan DUO, een eventuele correctie daarvan en een accountantsverklaring omtrent de juistheid van de telgegevens van 1 oktober 2020. Van tijdige indiening is altijd sprake als de gegevens uiterlijk op 1 juli volledig en juist zijn aangeleverd. In deze regeling wordt daarnaast expliciet de mogelijkheid opengelaten om ook ambtshalve bekostiging toe te kennen als de gegevens na 1 juli zijn binnengekomen, doch uiterlijk 15 juli 2021 in het Register Onderwijsdeelnemers zijn geregistreerd. Mede gelet op de grote uitdagingen waarvoor scholen zich het afgelopen jaar gesteld hebben gezien, zou het echter onbillijk zijn als deze scholen na 15 juli in het geheel geen aanvullende bekostiging zou kunnen ontvangen op grond van deze regeling. Om die reden wordt de scholen waarvoor dit opgaat nog expliciet de gelegenheid geboden om de aanvullende bekostiging te kunnen aanvragen, op grond van artikel 85a, lid 2 van de Wet op het Voortgezet onderwijs.

Indien achteraf uit nader onderzoek blijkt dat het bekostigde aantal herkansingen onjuist is doorgegeven, kan de bekostiging die is verstrekt op grond van artikel 4, eerste lid, onder c worden ingetrokken of ten nadele van de ontvanger worden gewijzigd.

Artikel 6

Dit artikel bepaalt de wijze waarop het bevoegd gezag zich moet verantwoorden over de inzet van de aanvullende bekostiging. De verantwoording geschiedt in de jaarverslaglegging. Het eventueel niet-bestede deel van de middelen of overschotten wordt niet verrekend.

Artikel 7

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst Dit met het oog op het bieden van zo spoedig mogelijke transparantie richting de sector over deze regeling.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob


X Noot
1

Kamerstuk 31 289, nr. 437

X Noot
2

Kamerstuk 31 289, nr. 442