Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatscourant 2021, 36808algemeenverbindendverklaring van cao-bepalingen

Groenten en Fruit, groothandel in, 2021

Verbindendverklaring cao-bepalingen

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 19 augustus 2021 tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor de Groothandel in Groenten en Fruit

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelezen het verzoek van Algemene Werkgeversvereniging Nederland namens partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;

Partij ter ener zijde: GroentenFruit Huis;

Partijen ter andere zijde: FNV, CNV Vakmensen.nl en RMU Werknemers.

Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;

Besluit:

Dictum I

Verklaart algemeen verbindend de navolgende bepalingen van bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, zulks met inachtneming van hetgeen in de dicta II, III, IV en V is bepaald:

HOOFDSTUK 1: ALGEMENE BEPALINGEN EN VERPLICHTINGEN

Artikel 1. Werkingssfeer en definities

  • 1. In Artikel 1 lid 2 – definities van de cao – is met de definitie van het begrip werkgever de werkingssfeer van deze cao bepaald. Onder de uitdrukking ‘uitsluitend of in hoofdzaak’ moet worden verstaan ‘50% of meer van de omzet in geld’.

    Indien dit criterium onvoldoende houvast biedt om te bepalen of de werkgever onder de werkingssfeer van de cao valt, is doorslaggevend, of meer dan 50% van de werknemers werkzaamheden verricht in het kader van de in artikel 1 lid 2 vermelde bedrijfsuitoefening.

  • 2. In deze Collectieve Arbeidsovereenkomst wordt verstaan onder:

    a. Werkgever:

    Iedere natuurlijke persoon, rechtspersoon of niet rechtspersoonlijkheid

    bezittende vennootschap, die uitsluitend of in hoofdzaak:

    • de grossiers-, export- en/of verzendhandelsfunctie in groenten en/of fruit uitoefent;

    • de functie van het bewerken van groenten en fruit uitoefent;

    • en/of ten behoeve van genoemde ondernemingen werkzaamheden verricht van het sorteren en/of verpakken en/of bewerken, laden en lossen van de door die ondernemingen verhandelde producten, met uitzondering van producenten en veilingen;

    b. Werknemer:

    Degene die in dienst is van een werkgever genoemd onder lid 2a, met uitzondering van de directeur/grootaandeelhouder en de stagiair.

    c. Grossier/binnenlandse groothandel in groenten en fruit:

    Het groothandelsbedrijf dat rechtstreeks in Nederland geteelde en/of buitenlandse groenten en fruit – in onbewerkte en bewerkte vorm – levert aan de detailhandel, distributiecentrales, instellingen, horeca, grootverbruik in Nederland.

    d. Exporteur:

    Het groothandelsbedrijf dat in Nederland geteelde en/of buitenlandse groenten en fruit – in onbewerkte en bewerkte vorm – levert aan in het buitenland gevestigde afnemers.

    e. Verzendhandel:

    De bedrijfsuitoefening van commissionairs, tussenpersonen, collecterende groothandel, sorteer- en pakstations betreffende in Nederland geteelde groenten en fruit ten behoeve van binnen- en buitenlandse afnemers in de groothandel, detailhandel en de verwerkende industrie.

    f. Groenten- en/of fruitbewerkingsbedrijf:

    Het bedrijf waarin verse groenten en fruit worden gekocht en vervolgens worden gesneden, schoongemaakt en al of niet gemengd in kleinverpakking worden geleverd aan de detailhandel, distributiecentrales, groothandel, horeca, grootverbruik en instellingen in binnen- en buitenland.

    g. Groenten:

    Verse groenten – al of niet in bewerkte vorm – waaronder groen geoogste landbouwproducten en eetbare paddenstoelen en zuurkool, alsmede verduurzaamde groenten voor zover deze naast verse groenten worden verhandeld.

    h. Fruit:

    Vers fruit, al of niet in bewerkte vorm, alsmede verduurzaamd fruit, vijgen, dadels, noten en gedroogde zuidvruchten, een en ander voor zover deze naast vers fruit worden verhandeld.

    i. Stagiair:

    Persoon die in het kader van een opleiding op basis van een met de werkgever afgesloten stagecontract in de beroepspraktijk participeert met het oog op het verkrijgen van beroepsvaardigheid.

Artikel 3. Afwijkingen van de cao

  • 1. De op het tijdstip van in werking treden van deze cao rechtens geldende individuele arbeidsvoorwaarden, welke voor de werknemer in gunstige zin van deze cao afwijken, blijven gehandhaafd.

  • 2. Indien de werkgever een vergunning wenst tot afwijking van de bepalingen van deze cao, dient hij een gemotiveerd verzoek hiertoe in te dienen bij de Vaste Commissie bedoeld in art. 44.

Artikel 4. Algemene verplichtingen van de werkgever

  • 1. De werkgever past gedurende de looptijd de in deze cao vermelde arbeidsvoorwaarden toe en gedraagt zich als goed werkgever.

  • 3. De werkgever dient zich ervan te vergewissen, dat het in Nederland gevestigde uitzendbureau waarmee wordt samengewerkt gecertificeerd is op basis van de NEN 4400-1 norm.

  • 4. De werkgever dient zich ervan te vergewissen dat het niet in Nederland gevestigde uitzendbureau waarmee wordt samengewerkt aan vergelijkbare normen voldoet als die aan in Nederland gevestigde uitzendbureaus op grond van deze cao worden gesteld.

  • 5. De werkgever zal zich steekproefsgewijs ervan vergewissen dat door het uitzendbureau waarmee wordt samengewerkt, de salarisbetaling en looninhoudingen van uitzendkrachten die aan zijn onderneming ter beschikking zijn gesteld rechtmatig worden uitgevoerd en dat de zorgplicht van het uitzendbureau ten aanzien van de zorgverzekeringswet op een correcte wijze wordt nageleefd.

Artikel 5. Algemene verplichtingen van de werknemer

  • 1. De werknemer gedraagt zich als goed werknemer. Dit houdt onder andere in dat hij de belangen van het bedrijf in acht zal nemen, ook als hij geen uitdrukkelijke opdracht hiervoor heeft ontvangen (art. 7:611 BW).

  • 2. De werknemer voert de hem opgedragen werkzaamheden zo goed mogelijk uit en neemt daarbij de verstrekte aanwijzingen en voorschriften in acht (art. 7:611 en 7:660 BW).

  • 3. Indien de werkgever ter zake van de arbeidsongeschiktheid van de werknemer tegen één of meerdere derden een vordering tot schadevergoeding kan doen gelden, zal de werknemer de daartoe benodigde informatie verschaffen.

Arbeid voor derden

  • 4. De werknemer is niet verplicht in opdracht van de werkgever werk te verrichten voor andere ondernemingen dan die van de werkgever, tenzij bij de aanstelling schriftelijk anders is overeengekomen.

  • 5. De werknemer kan in afwijking van lid 4 verplicht worden tot het verrichten van arbeid voor derden, indien dit zijn re-integratie in het arbeidsproces tijdens of na een ziekteperiode bevordert.

HOOFDSTUK 2: DE ARBEIDSOVEREENKOMST

Artikel 6. Duur arbeidsovereenkomst

  • 1. De arbeidsovereenkomst kan voor bepaalde of onbepaalde tijd worden aangegaan. Tenzij uit de arbeidsovereenkomst uitdrukkelijk anders blijkt, geschiedt de indienstneming voor onbepaalde tijd.

Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd

  • 2. Een arbeidsovereenkomst wordt slechts geacht voor bepaalde tijd te zijn aangegaan indien de einddatum duidelijk bepaald of bepaalbaar is en wel in de volgende gevallen:

    • a. De arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor de duur van een kalenderperiode, die niet langer zal zijn dan 12 maanden.

    • b. De arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor de duur van een bepaald werk of project waarbij contractueel vaststaat welke objectief bepaalbare gebeurtenis leidt tot het einde van de arbeidsovereenkomst.

    • c. De arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor de duur van een bepaalde situatie, zoals de afwezigheid van een andere werknemer wegens ziekte of vakantie, waarbij contractueel wordt vastgelegd welke objectief bepaalbare gebeurtenis leidt tot het einde van de arbeidsovereenkomst.

    In arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd dient, waar mogelijk, een tijdstip van beëindiging te worden vermeld.

Overgang van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd naar onbepaalde tijd

  • 3. Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd verandert in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in de volgende gevallen:

    • a. Indien een arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor de duur van een kalenderperiode langer dan 12 maanden,

    • b. Op de dag nadat de keten van maximaal 3 opeenvolgende arbeidsovereenkomsten langer heeft geduurd dan 24 maanden (inclusief de onderbrekingen van niet langer dan 6 maanden) ontstaat er een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

  • 4. In afwijking van het bepaalde in artikel 7:668a lid 2 BW geldt ten aanzien van de perioden waarin een medewerker, voorafgaande aan zijn indiensttreding bij de werkgever, als uitzendkracht bij werkgever heeft gewerkt, dat deze als één arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd wordt aangemerkt, indien en voor zover die periode uitsluitend onderbroken is als gevolg van arbeidsongeschiktheid van de uitzendkracht en een daarmee samenhangende beëindiging van de arbeidsovereenkomst met het uitzendbureau, met dien verstande dat de tijdstermijn van lid 3b van dit artikel (zijnde twee jaar) niet overschreden wordt, c.q. doortelt.

Artikel 7. Proeftijd

De proeftijd dient schriftelijk te worden vastgelegd en bedraagt:

  • ten hoogste twee maanden bij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd;

  • ten hoogste één maand bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van meer dan zes maanden.

Bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van 6 maanden of minder mag geen proeftijd worden overeengekomen.

Artikel 8. Vormvereisten

De arbeidsovereenkomst (zie bijlage IV) wordt schriftelijk aangegaan en gewijzigd. De werkgever draagt er zorg voor dat uiterlijk op de datum van indiensttreding werkgever en werknemer in het bezit zijn van een ondertekende arbeidsovereenkomst. Bij een wijziging van de arbeidsovereenkomst geschiedt dit uiterlijk op de ingangsdatum van de wijziging.

De arbeidsovereenkomst bevat in ieder geval:

  • a. de naam en vestigingsplaats van de werkgever, alsmede de functie(s) van degene(n) die hem ten deze vertegenwoordigen;

  • b. de naam, voorna(a)men en geboortedatum van de werknemer;

  • c. de datum van indiensttreding;

  • d. de duur waarvoor de arbeidsovereenkomst is aangegaan: voor bepaalde tijd of voor onbepaalde tijd;

  • e. de duur van de eventuele proeftijd;

  • f. de diensttijd van de werknemer: de normale wekelijkse diensttijd of de wekelijkse diensttijd korter dan normaal;

  • g. een omschrijving van de functie, dan wel de functiebenaming;

  • h. de functiegroep waarin de werknemer is ingedeeld;

  • i. het salaris dat aan de werknemer is toegekend op basis van leeftijd, resp. functiejaarschaal, die behoort bij de groep waarin hij is ingedeeld;

Artikel 9. Beëindiging arbeidsovereenkomst

Beëindiging arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd

  • 1. Voor de opzegging van de arbeidsovereenkomst van de werknemer, jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd, die voor onbepaalde tijd is aangenomen, gelden voor werkgever en werknemer de wettelijke voorschriften met de navolgende afwijkingen:

    • a. Opzegging door werkgever:

      Onverminderd het bepaalde in art. 7:677 en 678 van het Burgerlijk Wetboek dient de werkgever de volgende opzegtermijnen in acht te nemen:

      • 1 maand bij arbeidsovereenkomsten, die op de dag van opzegging korter dan vijf jaren hebben geduurd;

      • 2 maanden bij arbeidsovereenkomsten, die op de dag van opzegging vijf tot tien jaren hebben geduurd;

      • 3 maanden bij arbeidsovereenkomsten, die op de dag van opzegging tien tot vijftien jaren hebben geduurd;

      • 4 maanden bij arbeidsovereenkomsten, die op de dag van opzegging vijftien jaren of langer hebben geduurd.

      Uitzondering:

      Voor de werknemer die op 1 januari 1999 45 jaar of ouder was, wordt de opzegtermijn verlengd met een week per dienstjaar, doorgebracht na de 45-jarige leeftijd, met een maximum van 13 weken. Deze bepaling geldt voor de werknemer die voor 1 januari 1999 in dienst is getreden en zolang de werknemer bij dezelfde werkgever in dienst is. De totale opzegtermijn kan voor deze werknemer ten hoogste 26 weken bedragen.

    • b. Opzegging door werknemer:

      Onverminderd het bepaalde in art. 7: 677 en 679 van het Burgerlijk Wetboek bedraagt de opzegtermijn voor de werknemer één maand.

    • c. De opzegging door zowel werkgever als werknemer geschiedt bij salarisbetaling per maand of per week tegen het einde van de maand. De opzegging geschiedt bij salarisbetaling per vier weken tegen het einde van de vier weken periode.

    • d. Opzegverboden:

      De werkgever dient de wettelijke opzegverboden als vermeld in artikel 7:670 BW in acht te nemen.

Beëindiging van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd

  • 2.

    • a. Indien de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor 6 maanden of langer is afgesloten, dan dient de werkgever de wettelijke aanzegtermijn van ten minste één maand in acht te nemen (artikel 7:668 BW). Als de werkgever aangeeft dat hij het dienstverband wil voortzetten, dan dient hij bovendien de voorwaarden waaronder hij de arbeidsovereenkomst wil voortzetten te noemen. Indien de werkgever dit niet tijdig doet, dan is hij de werknemer een vergoeding verschuldigd ter grootte van het loon over de periode waarover hij te laat is.

    • b. Voor beëindiging van een arbeidsovereenkomst met de werknemer, die voor bepaalde tijd van één jaar is aangenomen, geldt dat de werkgever uiterlijk één maand voor het einde van de arbeidsovereenkomst, de werknemer schriftelijk meedeelt of de arbeidsovereenkomst al dan niet wordt verlengd.

      Indien deze in lid 2b genoemde mededeling door de werkgever niet tijdig heeft plaatsgevonden, wordt de arbeidsovereenkomst geacht op dezelfde voorwaarden voor dezelfde periode te zijn verlengd.

    • c. Indien de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor bepaalde tijd korter dan één jaar eindigt zij van rechtswege door het verstrijken van de bepaalde tijd.

    • d. De arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd kan tussentijds door zowel werkgever als werknemer worden beëindigd, indien dit vóór aanvang schriftelijk is overeengekomen en met inachtneming van een opzegtermijn van één maand en de overige regels van het ontslagrecht.

AOW-gerechtigde leeftijd

  • 3. De arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege op de laatste dag van de betaalperiode waarin de werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt.

Overlijden

  • 4. De arbeidsovereenkomst eindigt door overlijden van de werknemer.

HOOFDSTUK 3: ARBEIDSTIJDEN EN INROOSTERING

Artikel 10. Diensttijden

  • 1. De normale gemiddelde diensttijd is 38 uur per week, waarbij de werknemer recht heeft op een dagelijkse arbeidsduur van ten minste drie uren.

  • 2. Onder diensttijd wordt verstaan de tijd, gedurende welke een werknemer in opdracht van de werkgever zijn werkzaamheden verricht, liggende tussen het tijdstip waarop de dienst wordt aangevangen en het tijdstip waarop de dienst wordt beëindigd, eventueel tussen de tijdstippen waarop de dienst wordt aangevangen en op de standplaats wordt onderbroken en die, waarop de dienst na onderbreking wederom wordt aangevangen en beëindigd.

    De pauzes worden, voor zover tijdens de diensttijd genoten op de diensttijd in mindering gebracht tot een maximum van 1,5 uur per dag en van 7,5 uur per week. Indien de diensttijd niet op de standplaats wordt onderbroken, mag worden aangenomen dat de maximaal aftrekbare pauze wordt gemaakt, tenzij het tegendeel wordt aangetoond.

    Onder standplaats wordt verstaan: De plaats waar de werknemer gewoonlijk zijn arbeid uitoefent, of de plaats waar de onderneming haar garage heeft, dan wel het vervoermiddel stalt of behoort te stallen.

Flexibele normale diensttijd

  • 3.

    • a. De werkgever kan een flexibele diensttijd invoeren door:

      • over een periode van maximaal drie maanden een schema van verdeling van de normale diensttijd op te stellen, waarbij de werknemers die zijn aangesteld voor de normale wekelijkse diensttijd ten minste 36 uur per week en ten hoogste 40 uur per week werken.

      • over een periode van zes maanden een verdeling van de normale diensttijd op te stellen van niet minder dan 34 uur en niet meer dan 42 uur per week op basis van een vijfdaagse werkweek.

    • b. De gemiddelde diensttijd gedurende deze periode van drie of zes maanden dient uit te komen op 38 uur per week

    • c. Het schema van de verdeling van de normale diensttijd in roosters over drie of zes maanden wordt ten minste één betalingsperiode vooraf bekend gemaakt.

  • 4. Dit artikel is uitsluitend van toepassing op de werknemer, die is ingedeeld in één van de in artikel 18 genoemde functiegroepen A t/m G.

Artikel 11. Werkvenster en toeslagenrooster

  • 1. Voor de werknemers die zijn ingedeeld in de functiegroepen A t/m G, met uitzondering van de chauffeurs, niet zijnde heftruckchauffeurs, geldt het navolgende werkvenster en toeslagenrooster:

     

    maandag t/m vrijdag

    zaterdag

    zondag

    00.00 uur

         
     

    40%

    40%

     

    06.00 uur

         

    06.00 uur

     

    0%

     
         
     

    0%

    100%

    15.00 uur

     

    25%

     

    19.00 uur

       

    19.00 uur

         
     

    25%

    25%

     

    23.00 uur

         

    23.00 uur

    40%

    100%

    40%

    24.00 uur

    Chauffeurs, niet zijnde heftruckchauffeurs, komen in aanmerking voor de toeslag voor de gewerkte uren op zondag (de toeslagen voor gewerkte uren op maandag t/m zaterdag zijn niet van toepassing).

    De gebruikelijke dagelijkse diensttijd, zijnde het werkvenster, is van maandag tot en met vrijdag gelegen tussen 06.00 uur en 19.00 uur en op zaterdag tussen 06.00 uur en 15.00 uur. Voor groothandelsbedrijven die gevestigd zijn op groothandelsmarkten met afhaalklanten geldt dat bovenstaand werkvenster begint om 05.00 uur in plaats van 06.00 uur (van maandag t/m zaterdag).

  • 2. De diensttijd zal, indien mogelijk, zodanig worden ingedeeld dat op zondag geen arbeid behoeft te worden verricht. Indien op zondag arbeid wordt verricht dienen de bepalingen van de Arbeidstijdenwet in acht te worden genomen.

  • 3. De werkgever heeft de bevoegdheid om, indien dit naar zijn oordeel in verband met de bedrijfsomstandigheden noodzakelijk is, binnen de normale diensttijd op zaterdag arbeid te doen verrichten, met dien verstande dat de werknemer in de functiegroepen A en B tenminste 26 vrije zaterdagen per jaar zal verkrijgen. Indien het seizoen- of bedrijfskarakter dit noodzakelijk maakt, kan de werkgever na overleg de werknemer in de functiegroepen C t/m G zodanig inroosteren, dat er maximaal 35 zaterdagen per jaar wordt gewerkt.

  • 4. Dit artikel is uitsluitend van toepassing op de werknemer die is ingedeeld in één van de in artikel 18 genoemde functiegroepen A t/m G. Dit artikel is niet van toepassing op de chauffeurs, niet zijnde heftruckchauffeurs, met uitzondering van de toeslag voor de gewerkte uren op zondag zoals benoemd in artikel 11 lid 1.

Artikel 12a. Toeslagen voor arbeid op uren buiten het werkvenster

  • 1. Voor arbeid op uren gelegen buiten het werkvenster geldt het toeslagenrooster als vermeld in artikel 11 lid 1.

  • 2. Indien de zaterdag binnen de vijfdaagse werkweek valt of wanneer uitsluitend op zaterdag wordt gewerkt, is de toeslag voor de arbeid buiten het werkvenster niet van toepassing vanaf 15.00 uur tot 19.00 uur.

  • 3. Voor werk op zondag geldt een toeslag van 100%, met uitzondering voor werk tussen 23.00 en 24.00 uur. Hiervoor geldt een toeslag van 40%.

  • 4. Bij wisselende ploegendiensten met een structureel karakter worden de toeslagen voor gewerkte uren buiten het werkvenster meegenomen bij de berekening van:

    • 1. de vakantietoeslag

    • 2. de loondoorbetaling bij arbeidsongeschiktheid gedurende de eerste zes maanden op basis van het gemiddelde in de voorafgaande 52 weken.

    • 3. de pensioengrondslag.

    Onder ‘wisselende ploegendiensten met een structureel karakter’ wordt verstaan het structureel verrichten van werkzaamheden in een rouleersysteem volgens een dienstrooster. Hierbij dient tenminste sprake te zijn van twee diensten per etmaal gedurende vijf dagen per week of 10 dagen per twee weken. Tussen de aanvangstijdstippen van twee diensten dienen tenminste acht uren te liggen.

  • 5. Dit artikel is uitsluitend van toepassing op de werknemer, met uitzondering van de chauffeur, niet zijnde heftruckchauffeur, die is ingedeeld in één van de in artikel 18 genoemde functiegroepen A t/m G.

Artikel 12b

In het kader van de invoering van de Wet Arbeidsmarkt in Balans zal de termijn voor het oproepen van oproepkrachten tot en met 31 december 2021 worden verkort tot 24 uur.

Artikel 13. Deeltijdarbeid

  • 1. Bij een overeengekomen wekelijkse diensttijd korter dan de normale diensttijd (zie art. 10 lid 1), zijn de arbeidsvoorwaarden volgens deze overeenkomst, naar gelang het aantal uren per week, naar evenredigheid van toepassing.

  • 2. De deeltijdwerker heeft over zijn meeruren boven het aantal overeengekomen uren per week tot maximaal de normale diensttijd recht op vakantiedagen, vakantietoeslag en loondoorbetaling bij arbeidsongeschiktheid (loondoorbetaling bij arbeidsongeschiktheid gedurende de eerste zes maanden op basis van het gemiddelde in de voorafgaande 52 weken).

  • 3. Indien werknemers met een wekelijkse diensttijd korter dan de normale diensttijd regelmatig de voor hen geldende diensttijd overschrijden, kan in onderling overleg de arbeidsovereenkomst, met inachtneming van de Wet Flexibel Werken, worden aangepast.

  • 4. Een verzoek van de werknemer om vermindering van de diensttijd wordt door de werkgever in beginsel gehonoreerd, tenzij dit redelijkerwijs op grond van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen niet van de werkgever kan worden gevergd.

Artikel 14. Zeggenschap arbeidstijden

In geval van een wezenlijke wijziging van de bestaande arbeidstijden behoeft de werkgever instemming van de ondernemingsraad of, bij afwezigheid daarvan, van tenminste 75% van de werknemers van het desbetreffende bedrijfsonderdeel. Dit artikel is uitsluitend van toepassing op de werknemer, die is ingedeeld in één van de in artikel 18 genoemde functiegroepen A t/m G.

Artikel 15. Overuren

  • 1. Uitgezonderd voor de chauffeurs internationaal wordt het aantal overuren op maandbasis (dan wel vierwekenbasis) bepaald, uitgaande van een normale diensttijd van 38 uren per week. Deze overuren worden geacht te zijn gemaakt voor zover de overschrijding is veroorzaakt door of namens de werkgever opgedragen arbeid.

  • 2. De gewerkte uren op zon- en feestdagen worden niet meegerekend bij de bepaling van het aantal overuren op maandbasis (dan wel vierwekenbasis).

  • 3.

    • a. De werknemer van 50 jaar of ouder kan door de werkgever niet verplicht worden tot het verrichten van overwerk.

    • b. De werknemer is niet verplicht om tijdens nachtdienst overwerk te verrichten.

  • 4. De werknemer is niet verplicht meer dan 208 uren op jaarbasis dan wel 80 uren per kwartaal overwerk te verrichten. De werkgever zal, indien er meer dan 20 overuren per 4 weken worden gemaakt, melding maken bij de Vaste Commissie als bedoeld in artikel 44 van het aantal uren waarmede deze grens van 20 overuren wordt overschreden.

  • 5. Indien gebruik wordt gemaakt van de flexibele diensttijdregeling zoals vermeld in artikel 10 lid 3a worden onder overuren verstaan de uren boven het aantal uren in het vooraf opgestelde weekrooster.

  • 6. Dit artikel is uitsluitend van toepassing op de werknemer, die is ingedeeld in één van de in artikel 18 genoemde functiegroepen A t/m G.

Artikel 16. Vergoeding van overuren

De beloning van overuren kan geschieden op één van de navolgende wijzen:

  • 1. Overuren worden bij voorkeur in vrije tijd gecompenseerd met inachtneming van de toeslagen zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel, tenzij werkgever en werknemer in overleg overuren en toeslagen in geld wensen te vergoeden. De werkgever stelt in overleg met de werknemer het tijdstip vast, waarop de bedoelde vrije tijd wordt opgenomen. Indien deze vrije tijd niet voor het einde van het eerste kwartaal van het daarop volgende kalenderjaar is opgenomen, dan dienen de overuren alsnog in geld te worden uitbetaald.

    In de arbeidsovereenkomst of in het bedrijfsreglement kunnen afspraken worden gemaakt over het maximale aantal overuren dat in vrije tijd gecompenseerd kan worden. De meerdere overuren worden in geld uitbetaald.

  • 2. Met uitzondering van chauffeurs, niet zijnde heftruckchauffeurs, geldt een uniforme overurentoeslag van 35%.

  • 3. Dit artikel is uitsluitend van toepassing op de werknemer, die is ingedeeld in één van de in artikel 18 genoemde functiegroepen A t/m G.

Artikel 17. Feestdagen

  • 1. Onder feestdagen worden verstaan: nieuwjaarsdag, eerste en tweede paasdag, Koningsdag, Hemelvaartsdag, eerste en tweede pinksterdag, alsmede eerste en tweede kerstdag.

  • 2. De werknemer hoeft op feestdagen geen arbeid te verrichten, tenzij strikt noodzakelijke werkzaamheden moeten worden verricht.

  • 3. De werknemer behoudt op feestdagen recht op loon, indien deze dag voor de betreffende werknemer een reguliere werkdag zou zijn.

  • 4. Indien door de werknemer op een niet op zondag vallende feestdag moet worden gewerkt, worden de gewerkte uren vergoed tegen 100% en heeft de werknemer recht op vervangende vrije uren.

  • 5. Indien door de werknemer op een op zondag vallende feestdag moet worden gewerkt, worden de gewerkte uren vergoed tegen 200% en heeft de werknemer recht op vervangende vrije uren.

  • 6. Indien over de gewerkte uren op een feestdag zowel een toeslag voor arbeid op onaangename uren als de feestdagentoeslag van toepassing is, wordt uitsluitend de feestdagentoeslag betaald.

  • 7. De werknemer is gerechtigd voor de viering van gedenkdagen als bid- en dankdagen, andere religieuze dagen alsmede de eerste mei, vakantiedagen dan wel onbetaald verlof op te nemen.

HOOFDSTUK 4: FUNCTIEWAARDERING EN -BELONING

Artikel 18. Indeling in functiegroepen

  • 1. De werknemer wordt met toepassing van het Functiehandboek voor de Groothandel in Groenten en Fruit op basis van de ORBA®-methode ingedeeld in een functiegroep. Het raster met de referentiefuncties en de verdeling over de functiegroepen A t/m I is vermeld in bijlage I van deze cao.

  • 2. Bij wijziging van de functiegroep wordt dit aan de werknemer schriftelijk bevestigd (zie bijlage V).

Artikel 19. Salariëring functiegroepen A t/m G

  • 1. Aan de werknemer die is ingedeeld in een van de functiegroepen A t/m G wordt een salaris toegekend op basis van de salarisschalen die zijn vermeld in bijlage II. Deze functiesalarissen gelden voor de verrichte werkzaamheden in de normale diensttijd.

  • 2. De werknemer ontvangt schriftelijk mededeling van de functiegroep en de salarisschaal waarin hij is ingedeeld en zijn salaris.

  • 3. Indien een werknemer bezwaar heeft tegen zijn functieomschrijving of tegen de indeling van zijn functie, kan hij gebruik maken van de bezwaarschrift- en beroepsprocedure zoals opgenomen in het Functiehandboek voor de Groothandel in Groenten en Fruit.

  • 4.

    • a. Een werknemer die de sector instroomt en beschikt over enige kennis en ervaring wordt ingeschaald in de aanstellingsschaal.

  • 5.

    • a. De vaststelling van het salaris van de werknemer tot en met 20 jaar geschiedt eenmaal per jaar op de dag waarop deze jarig is en wel naar leeftijd van betrokken werknemer, alsmede in de functiegroepen A t/m C na een volledig jaar werkzaam te zijn geweest in dezelfde functiegroep. Aan 20-jarigen wordt, na één jaar werkzaam te zijn geweest in dezelfde functiegroep een ervaringstoeslag toegekend en na twee jaar een tweede ervaringstoeslag.

    • b. De vaststelling van het salaris van de werknemer van 21 jaar geschiedt eenmaal per jaar, op de dag waarop deze 21 jaar wordt.

    • c. De vaststelling van het salaris van de werknemer, ouder dan 21 jaar en van de werknemer die is ingestroomd in de aanstellingsschaal geschiedt eenmaal per jaar op 1 januari, naar het aantal gehele jaren dat de werknemer na het bereiken van de leeftijd van 21 jaar in een functiegroep is ingedeeld geweest, totdat het maximum aantal functiejaren in de desbetreffende groep is bereikt.

  • 6. Indien de werkgever beschikt over een door de OR goedgekeurde beoordelingssystematiek (conform de WOR art. 27 lid 1G) dan kan bij onvoldoende functioneren de periodiek volgens lid 5, worden onthouden. Van onvoldoende functioneren is sprake als dat bij tenminste twee beoordelingsgesprekken (die schriftelijk zijn vastgelegd) binnen één kalenderjaar is vastgesteld.

    Bij het ontbreken van een OR kan alleen gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid van het niet toekennen van een periodiek bij onvoldoende functioneren als de beoordelingssystematiek is goedgekeurd door de Vaste Commissie, zoals genoemd in art. 44 van de CAO.

  • 7. In afwijking van lid 5 zal aan de werknemer, die in de eerste helft van het kalenderjaar de 21-jarige leeftijd bereikt, de eerste functieverhoging worden gegeven op de eerstvolgende 1 januari.

  • 8. Bij indeling van de werknemer ouder dan 20 jaar in een hogere functiegroep, geldt voor deze het schaalbedrag in de hogere salarisschaal, dat direct volgt op het schaalbedrag dat voorheen van toepassing was. Aan de werknemer wordt dan het aantal functiejaren toegekend, dat bij het aldus gevonden bedrag behoort.

  • 9. De werkgever kan aan de werknemer een waarderingstoeslag toekennen tot maximaal 10% van het salaris volgens de salarisschaal in bijlage II.

  • 10. Bij de implementatie van het nieuwe ORBA-functiehandboek is voor de werknemer, die voor 1 januari 2021 bij de werkgever in dienst was, een overgangsregeling getroffen, die is opgenomen in bijlage III.

  • 11. Dit artikel is uitsluitend van toepassing op de werknemer, die is ingedeeld in één van de in artikel 18 genoemde functiegroepen A t/m G.

Artikel 20. Salariëring functiegroepen H en I

  • 2. In de functiegroepen H en I is er een minimum salaris en bij tien functiejaren een maximum salaris vastgesteld, zoals vermeld in bijlage II.

  • 3.

    • a. Indien jaarlijks een beoordelingsgesprek plaatsvindt waarbij het loopbaanperspectief alsmede de opleidingswensen en -mogelijkheden aan de orde komen, geschiedt de inschaling van H en I op basis van onderling overleg tussen werkgever en werknemer.

    • b. De periodieke verhoging binnen H en I wordt beoordelingsafhankelijk vastgesteld. De norm voor de beoordelingsafhankelijke periodiek bedraagt bij normaal of goed functioneren in H minimaal 2,5% en in I minimaal 2,8% per functiejaar, uitgaande van het salaris in het midden van de salarisschaal. De periodieke verhoging geldt niet indien de werknemer aantoonbaar slecht heeft gefunctioneerd.

  • 4. Indien de werkgever niet beschikt over een beoordelingssysteem en/of verzuimt om minstens één keer per jaar een beoordelingsgesprek te voeren met de werknemer in H of I, dan heeft de werknemer op basis van functiejaren recht op een periodieke salarisverhoging. De salarisverhoging bedraagt één tiende van het verschil tussen het maximum en minimum salarisbedrag in groep H of I, totdat het maximum aantal van 10 functiejaren in de groep is bereikt.

  • 5.

    • a. De artikelen 10 (normale diensttijd), 12a (toeslagen voor arbeid op uren buiten het dagvenster), 15 (overuren) en 16 (vergoeding van overuren) zijn niet van toepassing op de werknemer ingedeeld in de functiegroepen H en I.

    • b. Voor de werknemers ingedeeld in de functiegroepen H en I, in dienst voor 1 maart 2007, is geen overgangsregeling van toepassing. De bestaande arbeidsvoorwaarden worden gehandhaafd.

Artikel 21. Salarisverhoging

  • 1. De salarisschalen A t/m I en de werkelijk betaalde salarissen van de medewerkers in de functiegroepen A t/m I worden per 1 juni 2021 verhoogd met 1,5%.

  • 2. De bovenschaligen, dat wil zeggen de medewerkers die niet zijn ingedeeld in de functiegroepen A t/m I, hebben recht op een structurele procentuele salarisverhoging van minimaal de helft van de procentuele verhoging onder lid 1.

  • 3. Indien de bovenschalige medewerker recht heeft op een winstdelingsregeling, tantième of omzetbonus mag de structurele salarisverhoging onder lid 1 in mindering worden gebracht op de jaarlijkse winstuitkering/tantième/omzetbonus.

Artikel 22. Salarisbetaling

  • 1. De betaling van het salaris vindt wekelijks, vierwekelijks dan wel maandelijks plaats.

  • 2. Bij de salarisbetaling dient aan de werknemer een schriftelijke specificatie te worden verstrekt, waarop de volgende gegevens worden vermeld:

    • a. de naam van de werknemer

    • b. de periode, waarop de betaling betrekking heeft

    • c. het bruto salarisbedrag, gespecificeerd volgens vaste bedragen (diploma/toeslagen, overwerkgeld en andere beloningen)

    • d. een specificatie van de wettelijke en overige inhoudingen

    • e. het netto uit te betalen bedrag

    • f. de wijze van betaling.

HOOFDSTUK 5: VAKANTIE EN VERLOF

Artikel 23. Vakantieduur

  • 1. Het vakantiejaar loopt van 1 mei tot en met 30 april.

  • 2. De werknemer heeft jaarlijks recht op in totaal 197,6 doorbetaalde vakantie-uren. Deze bestaan uit 152 wettelijke vakantie-uren (zijnde 20 dagen maal 7,6 uur) en 45,6 bovenwettelijke vakantie-uren (zijnde 6 dagen).

    Tijdens vakantie wordt het loon zoals bedoeld in artikel 7:639 BW (salaris en structurele toeslagen) doorbetaald.

  • 3. De werknemer die bij aanvang van het (door werkgever vastgestelde) vakantiejaar / kalenderjaar onderstaande leeftijd of aantal dienstjaren heeft bereikt, krijgt, uitgaande van een voltijds arbeidsovereenkomst, een verlenging van de in lid 2 vastgestelde bovenwettelijke vakantie met:

    • 7,6 uur (zijnde één dag) extra vakantie voor werknemers van 50 jaar en ouder of bij 15 onafgebroken dienstjaren bij dezelfde werkgever of;

    • 15,2 uur (zijnde twee dagen) extra vakantie voor werknemers met 25 onafgebroken dienstjaren bij dezelfde werkgever of;

    • 22,8 uur (zijnde drie dagen) extra vakantie voor werknemers van 55 jaar en ouder of met 40 onafgebroken dienstjaren bij dezelfde werkgever of;

    • 38 uur (zijnde vijf dagen) extra vakantie voor werknemers van 60 jaar of;

    • 53,2 uur (zijnde zeven dagen) extra vakantie voor werknemers van 61 jaar en ouder.

  • 4. Behalve bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst mag het recht op vakantie niet worden vervangen door uitbetaling in geld, m.u.v. de bovenwettelijke vakantie-uren.

  • 5. Indien de werknemer in de loop van het vakantiejaar in dienst treedt, resp. de dienst verlaat, heeft deze recht op een naar evenredigheid berekend aantal vakantie-uren.

  • 6. De vakantie wordt in overleg met de werkgever vastgesteld. In onderling overleg kunnen ten minste 114 vakantie uren (zijnde 15 dagen) aaneengesloten worden opgenomen.

  • 7. De werkgever is bevoegd om jaarlijks, uiterlijk op 31 januari, collectieve vakantiedagen vast te stellen tot een maximum van drie dagen per kalenderjaar.

  • 8. Gedurende de wettelijke opzegtermijn zal geen vakantie kunnen worden genoten, tenzij de werknemer uitdrukkelijk hierom verzoekt en het bedrijfsbelang zich hiertegen niet verzet.

  • 10. De werknemer kan jaarlijks de 45,6 bovenwettelijke vakantie-uren (zijnde zes dagen) uit lid 2 sparen voor een langere vakantie. In afwijking van lid 2 kan de werknemer éénmaal per vijf jaren een langere vakantie van maximaal zes kalenderweken genieten. De werknemer dient uiterlijk zes maanden van tevoren met werkgever te overleggen wanneer hij/zij van deze langere vakantiemogelijkheid gebruik wenst te maken.

Artikel 24. Vakantierechten bij arbeidsongeschiktheid of ongeval

  • 1. De werknemer, die ten gevolge van ziekte of ongeval arbeidsongeschikt is, behoudt aanspraak op reeds verworven vakantie-uren, met inachtneming van artikel 25.

  • 2. De werknemer, die tijdens een vakantie arbeidsongeschikt wordt, behoudt aanspraak op vakantie voor de dagen waarop deze arbeidsongeschikt is geweest en waarvoor deze recht heeft op doorbetaling van loon – eventuele wachtdagen daartoe gerekend – mits terstond bij aanvang van de arbeidsongeschiktheid de werkgever hiervan in kennis is gesteld. In overleg kunnen werkgever en werknemer overeenkomen dat bovenwettelijke vakantiedagen worden ingehouden.

  • 3. De werknemer, die door ziekte of ongeval gedeeltelijk of volledig arbeidsongeschikt is, verwerft over de gehele periode van arbeidsongeschiktheid vakantie-uren (zowel wettelijke als bovenwettelijke vakantie-uren).

Artikel 25. Verval van vakantiedagen

Opgebouwde vakantie-uren

Onverlet het overig bepaalde in Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, vervalt ieder vorderingsrecht tot toekenning van de wettelijke vakantie-uren na verloop van drie jaren na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak is ontstaan. Bij het opnemen van vakantiedagen worden de dagen die als eerste vervallen geacht het eerst te worden gerealiseerd.

Onverlet het overig bepaalde in Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, verjaart ieder vorderingsrecht tot toekenning van de bovenwettelijke vakantie-uren na verloop van vijf jaren na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak is ontstaan. Bij het opnemen van vakantiedagen worden de dagen die als eerste verjaren geacht het eerst te worden gerealiseerd.

Artikel 26. Vakantietoeslag

  • 1. De werknemer heeft recht op een vakantietoeslag, uit te keren op een tijdstip tussen 1 mei en 1 juli. Het percentage van de vakantietoeslag is 8% en wordt berekend over het overeengekomen vaste jaarloon voor de overeengekomen diensttijd. De werkgever is hierbij echter wel verplicht zich te houden aan het bepaalde in artikel 16 lid 2 van de Wet Minimumloon en minimumvakantiebijslag.

  • 2. Aan de werknemer waarmee de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd, zal voor elke volle maand, dat de arbeidsovereenkomst heeft geduurd en waarvoor nog geen vakantietoeslag is betaald, 1/12 van de vakantietoeslag, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, worden uitbetaald.

Artikel 27. Kort verzuim met behoud van salaris

  • 1. Bij kort verzuim wordt, voor zover dit binnen de dienst noodzakelijk is en hiervan tijdig aan de werkgever mededeling is gedaan, het salaris doorbetaald in de hierna te noemen gevallen en tot de daarbij vermelde duur, mits wat betreft begrafenissen, huwelijken en dergelijke de plechtigheid wordt bijgewoond:

    • a. bij ondertrouw van de werknemer: 1 dag

    • b. bij huwelijk of bij registratie van het partnerschap van de werknemer: 2 dagen

    • c. bij huwelijk van ouders, schoonouders, broers, zusters, zwagers, schoonzusters, eigen of aangenomen kinderen van de werknemer: 1 dag

    • d. bij 25-jarig of 40-jarig huwelijk van de werknemer: 1 dag

    • e. bij 50-jarig huwelijk van de ouders, schoonouders of grootouders van de werknemer: 1 dag

    • f. bij overlijden van de echtgeno(o)t(e), een kind of een ouder van de werknemer: van de dag van het overlijden tot en met de dag van de begrafenis met een minimum van 3 dagen, eventueel met inbegrip van de zondag

    • g. bij overlijden van kleinkinderen, bij overlijden van de schoonouders of grootouders van de werknemer: 1 dag

    • h. bij overlijden van aangehuwde kinderen, broers, zusters, zwagers of schoonzusters van de werknemer: 1 dag

    • i. bij bevalling van de echtgenote van de werknemer.

    • j. bij 25-jarig of 40-jarig dienstjubileum van de werknemer: 1 dag

    • k. voor het afleggen van vakexamens van door de branche erkende opleidingen: ten minste de tijd welke hiervoor nodig is met een minimum van 1 dag

    • l. bij noodzakelijk bezoek aan een dokter dat – behoudens in spoedgevallen – vooraf is medegedeeld aan de werkgever: maximaal 2 uur of, indien langer verlof gewenst is, gedurende de tijdsduur door de werkgever in verband met de plaatselijke omstandigheden vast te stellen

    • m. voor het zoeken van een nieuwe werkgever na opzegging van de dienstbetrekking door de werkgever, indien de werknemer ten minste gedurende 6 weken onmiddellijk aan de opzegging voorafgaande, onafgebroken bij de onderneming in dienst is geweest: 5 uren opeenvolgend of bij gedeelten

    • n. bij vervulling van een van overheidswege, zonder geldelijke vergoeding, opgelegde persoonlijke verplichting: de werkelijke benodigde tijd tot ten hoogste 4 uur

    • o. voor het bijwonen van algemene vergaderingen resp. vergaderingen van bestuurlijke organen van de vakorganisaties, alsmede voor het bijwonen van scholings- en vormingscursussen, voor zover daartoe door de organisatie uitgenodigd, tot een maximum van in totaal 5 dagen per kalenderjaar, doch alleen indien de werknemer deel uit maakt van één van de hogere bondsorganen of afgevaardigde is van een afdeling.

      Onder hogere bondsorganen wordt verstaan: algemene vergaderingen, federatieraad c.q. bondsraad, landelijke groepsbesturen en cao-commissies

    • p. bij verhuizing van de werknemer: maximaal 1 dag per jaar

    • q. voor het bijwonen van de cursussen of opleidingen, die in relatie staan tot de werkzaamheden bij de werkgever, tot een maximum van zes dagen per kalenderjaar.

  • 2. De werkgever stelt de werknemer in het laatste jaar voor zijn pensionering in de gelegenheid in totaal 5 dagen extra verlof met behoud van loon op te nemen voor het bijwonen van cursussen, ter voorbereiding op de aanstaande pensionering.

  • 3. Indien sprake is van een duurzame relatie met een partner, hetgeen bij de werkgever bekend is, geldt dit artikel alsof er sprake is van een huwelijk.

Artikel 28. Arbeid en zorg

Calamiteitenverlof

  • 1. De werknemer heeft recht op calamiteitenverlof gedurende korte, naar billijkheid te berekenen tijd, voor zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden of in verband met onvoorziene omstandigheden die het noodzakelijk maken dat de werknemer onverwijld een voorziening treft voor zover die niet in de vrije tijd van de werknemer kan geschieden.

    Bij calamiteitenverlof heeft de werknemer recht op doorbetaling van salaris, mits de werknemer de werkgever onder opgave van redenen zijn afwezigheid heeft gemeld met zo mogelijk opgave van een indicatie van de duur van zijn afwezigheid.

Kortdurend zorgverlof

  • 2. Onder kortdurend zorgverlof wordt verstaan:

    • Het verlof vanwege de noodzakelijke verzorging in verband met de ziekte van

      • a. De echtgeno(o)t(e) of (geregistreerde) partner met wie de werknemer samenwoont.

      • b. Een inwonend (pleeg)kind tot wie de ouder in een familierechtelijke betrekking staat of inwonend(e) kind(eren) van de onder a) genoemde persoon.

      • c. Een bloedverwant in de eerste of tweede graad van de werknemer.

      • d. Een huisgenoot van de werknemer.

      • e. Een persoon met wie de werknemer anderszins een sociale relatie heeft.

    • Het verlof vanwege rouwverwerking met betrekking tot het overlijden van een naaste.

    Bij kortdurend zorgverlof wordt het salaris gedurende maximaal tien werkdagen per jaar voor 90% doorbetaald, mits:

    • Het kortdurend zorgverlof niet in strijd is met het bedrijfsbelang.

    • De werknemer tijdig voorafgaande aan het zorgverlof het desbetreffende verzoek heeft ingediend bij de werkgever.

Vrijwilligersverlof

  • 3. De werknemer heeft recht op maximaal vijf dagen vrijwilligersverlof per jaar. Het salaris wordt gedurende het vrijwilligersverlof voor 50% doorbetaald mits:

    • De werknemer actief is in een vereniging met een landelijke organisatiegraad, die maatschappelijk relevant is en

    • de vereniging op zowel centraal als decentraal niveau beschikt over een werkorganisatieapparaat en

    • de vereniging voorziet in relevante deskundigheidstrainingen.

    De werknemer dient zijn verzoek tot vrijwilligersverlof te ondersteunen met een verklaring van het verenigingsapparaat, dat het vrijwilligerswerk niet in de vrije tijd van de werknemer kan plaatsvinden. Tevens dient de werknemer een duidelijk verantwoordelijke vrijwilligersfunctie uit te oefenen, waarbij zijn aanwezigheid een vereiste is.

Vakantieverlof na geboorteverlof

  • 4. De werknemer kan in aansluiting op het geboorteverlof (art. 28 lid 6a) in overleg met de werkgever vakantie opnemen, echter niet langer dan het opgebouwde aantal vakantiedagen.

Aansluitend onbetaald verlof

  • 5. De werknemer kan na afloop van het kortdurend zorgverlof of geboorteverlof maximaal twee weken onbetaald verlof opnemen, tenzij het bedrijfsbelang zich hiertegen verzet. Tijdens deze periode van onbetaald verlof wordt de pensioenopbouw voortgezet.

(Aanvullend) Geboorteverlof

  • 6.

    • a. Na de bevalling van de echtgenote, de geregistreerde partner, de persoon met wie de werknemer ongehuwd samenwoont of degene van wie de werknemer het kind erkent, heeft de werknemer gedurende een periode van vier weken, te rekenen vanaf de eerste dag na de bevalling, recht op geboorteverlof met behoud van loon van eenmaal de arbeidsduur per week.

    • b. Nadat de werknemer het geboorteverlof, als bedoeld in lid 6a van dit artikel, heeft opgenomen, heeft hij gedurende een periode van zes maanden, te rekenen vanaf de eerste dag na de bevalling, recht op aanvullend geboorteverlof zonder behoud van loon. Het aanvullend geboorteverlof bedraagt ten hoogste vijf gehele weken gebaseerd op de arbeidsduur per week.

      Tijdens het verlof heeft de werknemer recht op een uitkering ter hoogte van 70% van het salaris (tot max. dagloon). De werkgever vraagt het verlof bij het UWV aan.

      Bij opname van aanvullend geboorteverlof vindt er geen pensioenopbouw plaats.

Artikel 29a.

Vervallen

Artikel 29b. Seniorenregeling

  • 1. Deze houdt in dat werknemers kunnen kiezen tussen behoud van leeftijdsdagen/diensttijddagen in de zin van de cao, óf 80 procent werken tegen 92,5 procent salaris en 100 procent pensioenopbouw (‘de regeling’ of de ‘seniorenregeling’)

  • 2. Deelname aan de regeling is mogelijk 5 jaar voor de AOW-leeftijd van de werknemer

  • 3. Een werknemer moet voorafgaand aan het Keuzemoment minimaal 8 jaar onafgebroken in dienst zijn bij een werkgever in de zin van deze cao

  • 4. De werknemer die aangeeft deel te nemen aan de 80/92,5/100-regeling heeft vanaf het moment van deelname geen recht meer op leeftijdsverlof en diensttijdverlof in de zin van de cao.

  • 5. Een nadere uitwerking van deze regeling is terug te vinden in bijlage X van de cao.

HOOFDSTUK 6: ARBEIDSONGESCHIKTHEID

Artikel 30. Arbo- en verzuimbeleid

  • 1. De werkgever dient zich deskundig te laten ondersteunen in de uitvoering van zijn arbo- en verzuimbeleid, door een overeenkomst te sluiten met een gecertificeerde Arbodienst (standaardregeling) of door deskundige bijstand in te schakelen (maatwerkregeling).

  • 2. Aan de maatwerkregeling wordt voldaan door de Arbo-deskundigheid in te kopen bij het door cao-partijen goedgekeurde verzuimsteunpunt Remedium Agrarische Groothandel. De werkwijze van Remedium is vermeld in Bijlage VIII.

Artikel 32. Loondoorbetaling bij arbeidsongeschiktheid

  • 1. De werknemer, die door arbeidsongeschiktheid niet in staat is zijn werkzaamheden te verrichten, is verplicht de werkgever hiervan in kennis te stellen en wel binnen één uur nadat de diensttijd zou zijn aangevangen, dan wel uiterlijk vóór 10.00 uur 's morgens, tenzij overmacht zulks onmogelijk maakt.

  • 2. In afwijking van het bepaalde in art. 7: 629 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek, is de werkgever verplicht om aan de werknemer, zo lang deze tijdens de arbeidsovereenkomst ten gevolge van de arbeidsongeschiktheid verhinderd is arbeid te verrichten, het bruto loon zoals bedoeld in artikel 7:629 van het Burgerlijk Wetboek door te betalen en wel als volgt;

    • In de eerste zes maanden van de arbeidsongeschiktheid wordt de wettelijk verplichte loondoorbetaling aangevuld tot 100% van het vaste salaris.

    • In de 7e tot en met de 12e maand van de arbeidsongeschiktheid wordt de wettelijk verplichte loondoorbetaling aangevuld tot 90% van het vaste salaris. De werknemer heeft daarbij in ieder geval recht op het voor hem geldende wettelijk minimumloon.

    • In het tweede ziektejaar wordt de wettelijk verplichte loondoorbetaling aangevuld tot 80% van het vaste salaris. De aanvullingen in het eerste en tweede ziektejaar worden ook verstrekt aan de werknemer, die naar het oordeel van de bedrijfsarts geen duurzaam benutbare mogelijkheden meer heeft (dus eerder dan na twee jaar ziekte in de IVA-regeling komt).

Wet Verbetering Poortwachter

  • 3. De doorbetaling van 80% bruto loon wordt in afwijking van dit artikel lid 2 na 104 weken ziekte verlengd indien:

    • Op aanwijzing van UWV de behandeling van de WIA-aanvraag wordt uitgesteld als de werkgever zich onvoldoende heeft ingespannen om de reïntegratie van de arbeidsongeschikte werknemer te bevorderen.

    • De werkgever en de werknemer gezamenlijk besluiten om de WIA-aanvraag uit te stellen.

  • 4. De werknemer, die door de gecertificeerde bedrijfsarts of Arbodienst gedeeltelijk) arbeidsgeschikt is verklaard en die gebruik maakt van zijn recht op een ‘second opinion’ bij UWV wordt doorbetaald, totdat de uitslag van de second opinion bekend is, echter nooit langer dan één maand.

    Indien de uitslag van de second opinion het standpunt van de Arbodienst bevestigt, kan de werkgever de onterechte doorbetaling van het salaris van de werknemer terugvorderen.

  • 5. In geval van minder dan 35% arbeidsongeschiktheid na afloop van de periode in lid 2, ontvangt de werknemer naast hetgeen hij verdient met werken, de volgende aanvulling:

    • aanvulling 3e jaar van arbeidsongeschiktheid: 70% van (oud salaris – verlaagde nieuwe salaris)

    • aanvulling 4e jaar van arbeidsongeschiktheid: 50% van (oud salaris – verlaagde nieuwe salaris)

    • aanvulling 5e jaar van arbeidsongeschiktheid: 30% van (oud salaris – verlaagde nieuwe salaris)

    • aanvulling 6e jaar van arbeidsongeschiktheid: 10% van (oud salaris – verlaagde nieuwe salaris).

    Deze aanvulling dient de werkgever ook te betalen als de werknemer in deze periode in het kader van reïntegratie bij een andere werkgever binnen of buiten de sector in dienst treedt.

Artikel 33. Vergoeding fysiotherapie

De werkgever zal de kosten van de fysiotherapie van werknemer op declaratiebasis vergoeden indien de bedrijfsarts de behandeling noodzakelijk acht en voor zover deze niet vallen onder de dekking van de basiszorgverzekering en/of aanvullende zorgverzekering.

HOOFDSTUK 7: AANVULLENDE BEPALINGEN CHAUFFEURS (NIET ZIJNDE HEFTRUCKCHAUFFEURS)

Artikel 34. Toeslag voor schadevrij rijden

De werkgever heeft de bevoegdheid aan zijn chauffeurs een toeslag voor schadevrij rijden toe te kennen met een maximum van 4% van het functieloon, zulks aan de hand van onderstaand Reglement Schadevrij Rijden.

Reglement Schadevrij Rijden:

De werkgever beoordeelt elke drie maanden de werknemers aan de hand van dit reglement. Bij de beoordeling wordt onder 1 respectievelijk 2 jaar verstaan het tijdvak omvattende 12 maanden, dan wel 24 maanden voorafgaande aan het tijdstip van beoordeling. De volgende toeslag kan worden toegekend, indien wordt voldaan aan het daarachter vermelde:

  • 4% van het functiesalaris, indien de werknemer de afgelopen 2 jaar geen schade aan zijn wagen of aan derden heeft veroorzaakt en uitstekend zorgt voor zijn wagen, zodat nooit sprake is van reparatie buiten het normale onderhoud.

  • 3% van het functiesalaris, indien de werknemer in de afgelopen periode van 1 jaar geen schade aan zijn wagen of derden heeft veroorzaakt en goed zorgt voor zijn wagen, zodat bijna nooit sprake is van reparatie buiten het normale onderhoud.

Artikel 35. Vergoeding kosten richtlijnen vakbekwaamheid chauffeurs

De werkgever vergoedt de kosten voor de verplichte nascholing voor chauffeurs. Deze vergoeding kan worden vastgelegd in een studieovereenkomst (in verband met beëindiging van de arbeidsovereenkomst op initiatief van de chauffeur). De vergoeding geldt ook voor deeltijdwerkers. Indien de deeltijdwerker tevens bij een andere werkgever als chauffeur werkzaam is, wordt de vergoeding tussen werkgevers evenredig verdeeld. Daarnaast heeft een werknemer na het behalen van de cursus recht op vergoeding van examengeld, reiskosten en recht op vervangende vrije uren (voor de duur van de gevolgde cursus).

Artikel 36. Verblijfkosten

  • 1. De chauffeur internationaal ontvangt per buitenlandse reis een bedrag aan verblijfskosten per 24 aaneengesloten uren. De netto vergoeding bedraagt € 45,12 per 24 aaneengesloten uren. De onderweg gemaakte verblijfskosten bestaande uit maaltijden, overige consumpties en sanitaire vergoedingen worden vergoed.

  • 2. De overige chauffeurs ontvangen een vergoeding voor verblijfkosten op basis van de werkelijk gemaakte kosten.

Artikel 37. Maximale diensttijd chauffeurs

  • 1. De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de chauffeur gedurende een periode van een week ten hoogste 60 uur arbeid verricht, met dien verstande dat de chauffeur gedurende een periode van 26 achtereenvolgende weken ten hoogste gemiddeld 48 uren per week arbeid verricht.

  • 2. Voor de chauffeur die arbeid verricht die geheel of gedeeltelijk is gelegen in de periode tussen 01.00 en 05.00 uur, geldt dat de totale arbeidsduur niet meer bedraagt dan 10 uur in een periode van 24 achtereenvolgende uren, te rekenen vanaf het begin van zijn arbeid.

  • 3. In afwijking van lid 2 kan de werkgever de arbeid zodanig organiseren, dat de chauffeur ten hoogste 12 uur arbeid verricht in elke periode van 24 achtereenvolgende uren, te rekenen vanaf het begin van zijn arbeid.

  • 4. De diensttijd zal, indien mogelijk, zodanig worden ingedeeld dat op zondag geen arbeid behoeft te worden verricht. Indien op zondag arbeid wordt verricht dienen de bepalingen van de Arbeidstijdenwet in acht te worden genomen.

Artikel 38. Overuren chauffeurs

  • 1. Voor chauffeurs, uitgezonderd de chauffeurs internationaal, wordt het aantal overuren op maandbasis (dan wel vierwekenbasis) bepaald, uitgaande van een normale diensttijd van 38 uren per week. Deze overuren worden geacht te zijn gemaakt voor zover de overschrijding is veroorzaakt door of namens de werkgever opgedragen arbeid. De gewerkte uren op zondag worden niet meegerekend bij het aantal overuren op maandbasis (dan wel vierwekenbasis).

  • 2. Voor chauffeurs internationaal wordt het aantal overuren over een periode van twee weken bepaald, waarbij onder overuren worden verstaan de uren boven de 76 uur per periode van twee weken. De toegepaste berekening van het aantal overuren moet bekend zijn bij het betrokken personeel.

  • 3. Chauffeurs zijn niet verplicht meer dan 208 uren op jaarbasis, dan wel 80 uren per kwartaal, overwerk te verrichten. De werkgever zal, indien er meer dan 25 overuren per 4 weken worden gemaakt, bij de Vaste Commissie als bedoeld in artikel 44, melding maken van het aantal uren waarmede deze grens van 25 overuren wordt overschreden.

  • 4. Voor chauffeurs zijn per onderneming individuele regelingen voor overwerkvergoeding toegestaan, mits deze dezelfde uitkomst geven als het systeem van overwerkvergoeding, waarbij minimaal de toeslagen van respectievelijk 30% voor het eerste tot en met het zevende overuur per week en 50% vanaf het achtste overuur per week, worden gehanteerd.

    De individuele regeling mag niet in strijd zijn met de nationale en internationale wetgeving, met name mag deze niet indruisen tegen de verkeersveiligheid en de gezondheid van de werknemers.

  • 5. Bij structureel overwerk, uitgaande van een referteperiode van 26 weken vóór ziekmelding, geldt voor chauffeurs een overwerkvergoeding tijdens arbeidsongeschiktheid van 70% over maximaal vijf overuren per week.

HOOFDSTUK 8: OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 39. Antidiscriminatie

De werkgever zal, met inachtneming van objectieve, aan de functie verbonden eisen, werknemers gelijke kansen op arbeid en gelijke kansen in de arbeidsorganisatie bieden, ongeacht factoren als leeftijd, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, levens- of geloofsovertuiging, huidskleur, ras of etnische afkomst, nationaliteit, politieke keuze en vakbondskeuze.

Artikel 40. WGA-hiaatverzekering

  • 1. De werkgever zal de werknemer, met uitzondering van lid 2, in de gelegenheid stellen een WGA-hiaatverzekering, genaamd Beter Af InkomensZekerheid, af te sluiten, ter compensatie van de gevolgen van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid onder de WGA, zoals beschreven in Bijlage VII. Deelname aan deze verzekering is vrijwillig. Iedere werknemer wordt geacht deel te nemen, tenzij hij daar expliciet (schriftelijk) vanaf ziet. Werkgever en werknemer betalen elk 50% van de verschuldigde premie. Indien de werknemer daarmee schriftelijk instemt, wordt de premie ingehouden op zijn maandinkomen.

    De werknemer heeft, na inhouding van de premie op zijn loon, minimaal recht op betaling van het voor hem geldende wettelijk minimumloon.

  • 2. De scholier of student met een arbeidsovereenkomst voor een bepaalde tijd korter dan drie maanden, valt voor wat betreft de deelname aan de in lid 1 genoemde verzekering niet onder de toepassing van deze cao, tenzij nadrukkelijk anders is overeengekomen. Indien de eerste arbeidsovereenkomst wordt opgevolgd door een volgende arbeidsovereenkomst, gaat de scholier of student alsnog met terugwerkende kracht deelnemen aan deze verzekering.

Artikel 43. Uitkering bij overlijden

Bij overlijden van de werknemer wordt aan de nagelaten betrekkingen als bedoeld in artikel 7:674 BW een uitkering verstrekt.

In afwijking van artikel 7: 674 BW is het bedrag van deze uitkering gelijk aan het loon dat de overleden werknemer vóór zijn overlijden laatstelijk rechtens toekwam, gerekend over de periode vanaf de dag na overlijden tot en met de laatste dag van de tweede kalendermaand nadien. Er worden geen sociale zekerheidspremies en belastingen op de uitkering ingehouden.

Artikel 44. Vaste Commissie CAO

  • 1. Door de partijen betrokken bij deze cao wordt een Vaste Commissie ingesteld, die tot taak heeft:

    • a. Te beslissen in de vorm van een advies in geschillen tussen werkgever en werknemer over de uitleg en/of toepassing van deze cao, met uitzondering van het bepaalde in de art. 9 en 48.

    • b. Te beslissen over verzoeken om vergunning tot afwijking van de bepalingen van deze cao.

  • 2. Na ontvangst van het verzoek tot behandeling van een geschil in de Vaste Commissie, zal een ad hoc commissie beoordelen of het geschil over de uitleg en/of de toepassing van de bepalingen van deze cao ontvankelijk is voor behandeling door de Vaste Commissie.

    De ad hoc commissie bestaat uit door cao-partijen aangewezen deskundigen.

  • 3. De samenstelling en werkwijze van de commissie wordt bij reglement nader geregeld, met dien verstande, dat een gelijk aantal leden door partij ter ene zijde en partijen ter andere zijde wordt aangewezen. Dit reglement wordt bij deze cao als bijlage IX gevoegd en wordt geacht hiervan deel uit te maken.

  • 4. Een werkgever kan de Vaste Commissie overeenkomstig het reglement van de Vaste Commissie verzoeken om een vergunning tot afwijking van (één of meer bepalingen) deze cao. De vergunning kan worden verleend:

    • als vanwege zwaarwegende argumenten toepassing van de cao redelijkerwijze niet kan worden gevergd. Van zwaarwegende argumenten is met name sprake als de specifieke bedrijfskenmerken op essentiële punten verschillen van ondernemingen die tot de werkingssfeer van de cao gerekend kunnen worden of;

    • als het afwijkende arbeidsvoorwaardenpakket tot stand is gekomen in samenspraak met één of meerdere werknemersorganisaties die onafhankelijk is (zijn) van de werkgever en het gehele arbeidsvoorwaardenpakket tenminste gelijkwaardig blijft aan deze cao.

Artikel 45a. Scholing

  • 1. De werkgever en werknemer zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het op peil houden van het kwalificatieniveau van de werknemer.

  • 2. De werkgever zal minstens één keer per jaar de opleidingsbehoefte inventariseren op basis van:

    • a. ondernemingsplannen en personeelsplanning

    • b. ontwikkelingen binnen en buiten de onderneming

    • c. individuele behoeften van de werknemers.

    De inventarisatie wordt door de werkgever vertaald in een opleidingsplan, dat met de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging wordt besproken.

  • 3. Indien de studie in lijn is met de loopbaan- en/of ontwikkelingsmogelijkheden van de werknemer binnen het bedrijf van de werkgever, wordt in overleg met de werknemer vastgesteld in welke mate voor deze scholing of opleiding verzuim met behoud van salaris wordt toegestaan.

  • 4. De werkgever zal de werknemer stimuleren om deel te nemen aan procedures op basis van ‘Eerder Verworven Competenties’ ter verkrijging van officiële diploma’s en/of certificaten, zoals aangeboden door Handel Groeit.

Artikel 45b. Transitievergoeding

In afwijking van artikel 7:673 lid 6 BW mogen scholingskosten niet in mindering worden gebracht op de transitievergoeding, indien sprake is van een gedwongen ontslag situatie (reorganisatie) of onvrijwillig vertrek van de werknemer. Er is onder meer sprake van onvrijwillig ontslag indien een tijdelijk contract niet wordt verlengd tegen de wil van de werknemer. Indien een arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden wordt beëindigd is er geen sprake van onvrijwillig ontslag.

Artikel 46. Vakbondsfaciliteiten

  • 1. Vakverenigingen hebben elk afzonderlijk het recht om één of meerdere in de onderneming werkzame kaderleden aan te wijzen en te doen functioneren als contactpersoon in die onderneming. De leiding van de betrokken onderneming wordt daarover onmiddellijk geïnformeerd.

  • 3. Contactpersonen zullen niet als gevolg van hun werkzaamheden voor vakverenigingen in hun persoonlijke belangen worden geschaad. Indien zakelijke en/of bedrijfseconomische redenen nopen tot maatregelen die ook contactpersonen treffen, zal de werkgever daarover in een vroegtijdig stadium overleg met de bezoldigd bestuurder(s) van de betrokken vakvereniging plegen.

  • 4. Contactpersonen van vakverenigingen kunnen jaarlijks voor maximaal vijf dagen betaald verlof in aanmerking komen ten behoeve van deelname aan door vakverenigingen voor hen georganiseerde cursussen.

  • 5. Contactpersonen die in aanmerking komen voor kort verzuim met behoud van loon volgens art. 27 lid 1 sub o en volgens lid 4 van dit artikel, hebben in totaal recht op maximaal vijf dagen betaald verlof per kalenderjaar.

  • 6. De werkgever zal aan de werknemer de mogelijkheid bieden om de contributie voor het lidmaatschap van een vakvereniging uit het brutoloon te betalen.

    Die betaling kan als volgt plaatsvinden. De werknemer overlegt het bewijs van betaling van de jaarcontributie van het lidmaatschap van de vakvereniging aan de werkgever. Vervolgens wordt één maal per betalingsperiode of jaar het brutoloon verlaagd met de door de werknemer betaalde vakbondscontributie. De werkgever geeft vervolgens in ruil voor het verlaagde brutoloon een vergoeding voor de betaalde vakbondscontributie voor een even groot bedrag. Deze verlaging van het brutoloon heeft gevolgen voor inkomensaanspraken die zijn afgeleid van het brutoloon.

Artikel 47. Reorganisatie en/of fusie, overname

De werkgever met 35 of meer werknemers zal tijdig de betrokken werknemers en hun vertegenwoordigers op de hoogte stellen van voorgenomen beleidsbeslissingen in de onderneming, die belangrijke gevolgen kunnen hebben voor de werkgelegenheid in kwantitatieve en kwalitatieve zin, met het doel de nadelige gevolgen, die de beslissingen voor de werknemers kunnen hebben, zoveel mogelijk te beperken.

BIJLAGE I RASTER REFERENTIEFUNCTIES ORBA® FUNCTIEHANDBOEK (zie artikel 18)

Het complete ORBA®-Functiehandboek met het raster voor referentiefuncties is digitaal beschikbaar op de website van GroentenFruit Huis of verkrijgbaar bij het secretariaat van de cao-commissie, tel. 079-3681100, info@groentenfruithuis.nl.

Tevens zijn het ORBA-vragenformulier, het ORBA-indelingsformulier alsook alle functieprofielen en NOK's digitaal beschikbaar gesteld op de website van GroentenFruit Huis onder werkvelden/arbeid.

Voor medewerkers is er een brochure ‘Introductie Functiehandboek voor de Groothandel in Groenten en Fruit voor werknemers en (en werkgevers)’.

BIJLAGE II SALARIËRING (zie artikel 19 en 20)

Salarissen per 1-6-2021

BRUTO MAANDSALARISSEN

per 1 juni 2021

FUNCTIEGR.

A

B

C

D

E

F

G

H

I

Orba-score

0 – 49,5

50-69,5

70 – 89,5

90 – 109,5

110-129,5

130-149,5

150-169,5

170-189,5

190-214,5

18 jaar (*)

856

916

980

           

19 jaar

1.026

1.098

1.175

           

20 jaar

1.368

1.464

1.566

           

en 1 ervaringsjaar

1.555

1.664

1.780

           

en 2 ervaringsjaren

1.633

1.747

1.870

           

21 jaar / 0 (*)

1.710

1.830

1.958

           

Aanstellingsschaal

1.763

1.910

2.043

2.179

2.315

2.452

2.588

2.809

2.984

1 functiejaar

1.818

1.970

2.106

2.251

2.375

2.505

2.649

   

2 functiejaren

1.872

2.033

2.166

2.321

2.435

2.562

2.718

   

3 functiejaren

1.932

2.094

2.228

2.392

2.494

2.615

2.778

   

4 functiejaren

1.987

2.159

2.289

2.460

2.554

2.670

2.843

   

5 functiejaren

2.043

2.220

2.350

2.530

2.614

2.726

2.909

   

6 functiejaren

2.099

2.284

2.412

2.600

2.676

2.777

2.972

   

7 functiejaren

       

2.734

2.834

3.033

   

8 functiejaren

       

2.792

2.887

3.099

   

9 functiejaren

         

2.941

3.164

   

10 functiejaren

         

2.997

3.227

3.677

4.042

Per 01 juni 2021 zijn de salarissen verhoogd met 1,5%.

* Bij de salarisschalen H en I is uitsluitend het begin- en eindsalaris van de schaal vermeld.

Voor de inschaling van de medewerker in H en I zie artikel 20.

Salariëring (zie artikel 19 en 20)

Salarissen per 1-6-2021

BRUTO WEEKSALARISSEN

 

per

1 juni 2021

       

FUNCTIEGR.

A

B

C

D

E

F

G

H

I

Orba-score

0 – 49,5

50-69,5

70 – 89,5

90 – 109,5

110-129,5

130-149,5

150-169,5

170-189,5

190-214,5

18 jaar1

197,46

211,28

226,07

           

19 jaar

236,81

253,39

271,13

           

20 jaar

315,75

337,85

361,50

           

en 1 ervaringsjaar

358,85

383,97

410,85

           

en 2 ervaringsjaren

376,85

403,23

431,46

           

21 jaar / 01

394,68

422,31

451,87

           

Aanstellingsschaal

406,86

440,83

471,51

502,90

534,29

565,91

597,29

648,12

688,64

1 functiejaar

419,51

454,65

486,03

519,53

548,10

578,09

611,35

   

2 functiejaren

431,93

469,17

499,85

535,69

561,92

591,20

627,27

   

3 functiejaren

445,75

483,22

514,14

552,09

575,51

603,38

641,09

   

4 functiejaren

458,63

498,21

528,20

567,78

589,33

616,27

656,09

   

5 functiejaren

471,51

512,27

542,25

583,94

603,15

629,15

671,31

   

6 functiejaren

484,39

527,02

556,54

600,10

617,44

640,86

685,83

   

7 functiejaren

       

631,02

653,98

699,89

   

8 functiejaren

       

644,37

666,16

715,11

   

9 functiejaren

         

678,81

730,10

   

10 functiejaren

         

691,69

744,62

848,62

932,71

Per 01 juni 2021 zijn de salarissen verhoogd met 1,5%.

Voor de inschaling van de medewerker in H en I zie artikel 20.

X Noot
1

Bij de salarisschalen H en I is uitsluitend het begin- en eindsalaris van de schaal vermeld.

Salariëring (zie artikel 19 en 20)

Salarissen per 1-6-2021

BRUTO SALARISSEN PER 4 WEKEN

per 1 juni 2021

       

FUNCTIEGR.

A

B

C

D

E

F

G

H

I

Orba-score

0 – 49,5

50-69,5

70 – 89,5

90 – 109,5

110-129,5

130-149,5

150-169,5

170-189,5

190-214,5

18 jaar1

789,83

845,12

904,28

           

19 jaar

947,23

1.013,54

1.084,49

           

20 jaar

1.262,98

1.351,39

1.445,98

           

en 1 ervaringsjaar

1.435,39

1.535,87

1.643,38

           

en 2 ervaringsjaren

1.507,39

1.612,91

1.725,81

           

21 jaar / 01

1.578,72

1.689,23

1.807,48

           

Aanstellingsschaal

1.627,44

1.763,29

1.886,03

2.011,58

2.137,13

2.263,61

2.389,16

2.592,47

2.754,56

1 functiejaar

1.678,03

1.818,57

1.944,12

2.078,10

2.192,40

2.312,33

2.445,37

   

2 functiejaren

1.727,69

1.876,66

1.999,40

2.142,75

2.247,68

2.364,80

2.509,08

   

3 functiejaren

1.782,97

1.932,88

2.056,55

2.208,33

2.302,02

2.413,52

2.564,36

   

4 functiejaren

1.834,50

1.992,84

2.112,77

2.271,11

2.357,30

2.465,05

2.624,33

   

5 functiejaren

1.886,03

2.049,06

2.168,98

2.335,75

2.412,58

2.516,58

2.685,23

   

6 functiejaren

1.937,56

2.108,08

2.226,13

2.400,40

2.469,73

2.563,43

2.743,32

   

7 functiejaren

       

2.524,08

2.615,89

2.799,53

   

8 functiejaren

       

2.577,48

2.664,61

2.860,43

   

9 functiejaren

         

2.715,21

2.920,39

   

10 functiejaren

         

2.766,74

2.978,48

3.394,48

3.730,83

Per 01 juni 2021 zijn de salarissen verhoogd met 1,5%.

Voor de inschaling van de medewerker in H en I zie artikel 20.

X Noot
1

Bij de salarisschalen H en I is uitsluitend het begin- en eindsalaris van de schaal vermeld.

Salariëring (zie artikel 19 en 20)

Salarissen per 1-6-2021

BRUTO UURSALARISSEN

 

per

1 juni 2021

       

FUNCTIEGR.

A

B

C

D

E

F

G

H

I

Orba-score

0 – 49,5

50-69,5

70 – 89,5

90 – 109,5

110-129,5

130-149,5

150-169,5

170-189,5

190-214,5

18 jaar1

5,20

5,56

5,95

           

19 jaar

6,24

6,67

7,14

           

20 jaar

8,31

8,90

9,52

           

en 1 ervaringsjaar

9,45

10,11

10,82

           

en 2 ervaringsjaren

9,92

10,62

11,36

           

21 jaar / 01

10,39

11,12

11,90

           

Aanstellingsschaal

10,71

11,61

12,41

13,24

14,07

14,90

15,72

17,06

18,13

1 functiejaar

11,04

11,97

12,80

13,68

14,43

15,22

16,09

   

2 functiejaren

11,37

12,35

13,16

14,10

14,79

15,56

16,51

   

3 functiejaren

11,74

12,72

13,53

14,53

15,15

15,88

16,88

   

4 functiejaren

12,07

13,12

13,90

14,95

15,51

16,22

17,27

   

5 functiejaren

12,41

13,49

14,27

15,37

15,88

16,56

17,67

   

6 functiejaren

12,75

13,87

14,65

15,80

16,25

16,87

18,05

   

7 functiejaren

       

16,61

17,21

18,42

   

8 functiejaren

       

16,96

17,54

18,82

   

9 functiejaren

         

17,87

19,22

   

10 functiejaren

         

18,21

19,60

22,34

24,55

Per 01 juni 2021 zijn de salarissen verhoogd met 1,5%.

Voor de inschaling van de medewerker in H en I zie artikel 20.

X Noot
1

Bij de salarisschalen H en I is uitsluitend het begin- en eindsalaris van de schaal vermeld.

BIJLAGE III OVERGANGSREGELING SALARIËRING FUNCTIEGROEPEN A T/M G (zie artikel 19 lid 10)

Overgangsregeling voor de werknemers die vóór de implementatie van het nieuwe ORBA-functiehandboek reeds in dienst waren bij de werkgever.

De werknemer behoudt tenminste recht op zijn functiesalaris voorafgaande aan de indeling in één van de nieuwe functiegroepen A t/m G.

Na indeling op basis van het geactualiseerde ORBA®-functiehandboek kan onderscheid worden gemaakt tussen drie situaties:

  • 1. De werknemer verdient minder dan het nieuwe beginsalaris van de schaal voor 21-jarigen in zijn functiegroep of minder dan zijn leeftijdssalaris voor werknemers tot 21 jaar. In dat geval wordt het salaris in één keer verhoogd tot het niveau van het beginsalaris of leeftijdssalaris van zijn functiegroep. Terugwerkende kracht is uitgesloten.

  • 2. De werknemer verdient een salaris, dat zich bevindt tussen het begin- en eindpunt van de nieuwe schaal voor zijn functiegroep. Deze werknemer wordt ingeschaald op het schaalbedrag, dat direct volgt op het huidige salaris. In deze situatie kan sprake zijn van de toekenning van één of meerdere extra jaarlijkse periodieken.

  • 3. De werknemer verdient meer dan het maximum salaris in de functiegroep waarin de werknemer wordt ingedeeld. Deze ‘bovenvakkers’ worden ingeschaald op het maximum salaris. Het verschil tussen het (hogere) oude en het nieuwe salaris wordt omgezet in een persoonlijke toeslag (P.T.).

    De P.T. vervalt als de werknemer in een hogere functiegroep wordt ingedeeld, behalve wanneer het oude salaris nog steeds hoger is dan het maximum salaris in zijn nieuwe functieschaal. In dit laatste geval wordt de P.T. herzien.

Salarisverhogingen en de Persoonlijke toeslag (P.T.)

De P.T. en het nieuwe salaris van ‘bovenvakkers’ groeit mee met de algemene cao-salarisverhogingen tot de (pre) pensioenleeftijd.

Geschillen over de toepassing van de nieuwe salarisschalen

Niettemin kan een individuele werknemer c.q. werkgever van mening zijn, dat in zijn specifieke situatie dit overgangsregime tot ongewenste uitkomsten leidt. In schrijnende gevallen kan de werknemer of de werkgever zijn situatie voorleggen aan de Vaste Commissie, die een uitspraak kan doen in geschillen over de toepassing van de nieuwe salarisschalen (zie artikel 44).

BIJLAGE IV VOORBEELD ARBEIDSOVEREENKOMST (zie artikel 8) (Op te maken in tweevoud)

Ondergetekende: (naam + bedrijfsnaam + vestigingsplaats werkgever)

.....

verklaart als werknemer in zijn onderneming in dienst te hebben genomen:

Dhr. / Mevr. * ..... (naam + voornamen)

Geboortedatum .....

De datum van indiensttreding is: .....

De arbeidsovereenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd / bepaalde tijd* tot:

.....

De overeengekomen proeftijd bedraagt ..... maand(en).

De werknemer wordt in dienst genomen voor de normale diensttijd per week / voor een diensttijd per week korter dan normaal van ..... uur*.

De door de werknemer te vervullen functie kan worden aangeduid als:

.....

De werknemer wordt ingedeeld in functiegroep A / B / C / D / E / F / G / H / I * met ..... functieja(a)r(en).

Het salaris bedraagt € ..... bruto per week / 4 weken / maand*.

Als bijzondere voorwaarden gelden:

  • 1. Partijen maken wel / geen * gebruik van de tussentijdse beëindigingsmogelijkheid.

    (Alleen in geval van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd kunnen partijen deze overeenkomst tussentijds beëindigen met inachtneming van een opzegtermijn van 1 maand en de overige regels van het ontslagrecht).

  • 2. Indien de arbeidsovereenkomst is overeengekomen voor de duur van maximaal één jaar, geldt dat de werkgever uiterlijk één maand voor het einde van de arbeidsovereenkomst, de werknemer schriftelijk informeert of de arbeidsovereenkomst al dan niet wordt verlengd.

  • 3. .....

Door medeondertekening verklaart de werknemer met het bovenstaande akkoord te gaan.

(handtekening werknemer)

(handtekening werkgever + naam + functie)

   

datum:

* doorhalen wat niet van toepassing is

BIJLAGE V VOORBEELD WIJZIGING VAN ARBEIDSOVEREENKOMST (zie artikel 18 lid 2)

(Op te maken in tweevoud)

Wijziging Arbeidsvoorwaarden

Met ingang van .....(datum)

worden de volgende wijzigingen aangebracht in de arbeidsovereenkomst

d.d. .....

(oude datum):

tussen ..... (naam werkgever)

en dhr. / mevr. * ..... (naam werknemer)

  • a. Het loon bedraagt € ..... bruto per .....

  • b. De diensttijd is geworden .....uur per week

  • c. De functie is geworden .....

  • d. De functiegroep van de cao is geworden: A / B / C / D / E / F / G / H / I *.

  • e. De bijzondere voorwaarden worden gewijzigd als volgt:

.....

.....

.....

Door medeondertekening verklaart de werknemer met het bovenstaande akkoord te gaan.

(handtekening werknemer)

(handtekening werkgever + naam + functie)

   

datum:

* doorhalen wat niet van toepassing is

BIJLAGE VII WGA-HIAATVERZEKERING (zie artikel 40)

In het geval dat de resterende verdiencapaciteit voor minder dan 50% door werken wordt ingevuld, ontstaat het WGA-hiaat, omdat de berekening van de WGA-vervolguitkering dan wordt gebaseerd op het minimumloon in plaats van op basis van het oude salaris.

De WGA-uitkering van de gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer wordt, voor diegenen die arbeidsongeschikt zijn geworden voor 1 januari 2013, tot 67 jarige leeftijd door middel van een collectieve verzekering tot aan het maximum dagloon SV aangevuld. Voor diegenen die arbeidsongeschikt zijn geworden op of na 1 januari 2013 geldt dit tot de AOW-gerechtigde leeftijd.

De werknemer die minder dan 50% van de resterende verdiencapaciteit benut ontvangt een aanvulling tot 70% van het laatstverdiende loon. De werknemer die minimaal 50% van de resterende verdiencapaciteit benut ontvangt een aanvulling tot 75% van het laatstverdiende loon.

Beter Af Inkomenszekerheid

Deze verzekering voorziet in een periodieke uitkering bij arbeidsongeschiktheid aan de verzekerde werknemer, als aanvulling op de WGA-loongerelateerde uitkering, de WGA-loonaanvullingsuitkering of de WGA-vervolguitkering.

De verzekering vult aan tot 75% van het verschil tussen het oude (het laatstverdiende loon voor arbeidsongeschiktheid) en nieuwe loon (het meest recente loon na arbeidsongeschiktheid).

Bij onvoldoende benutting (< 50% van de resterende verdiencapaciteit) vult de verzekering aan tot 70% van het verschil tussen het oude en nieuwe loon. Hierbij wordt het oude loon gemaximeerd op de WIA-loongrens. Een eventuele WIA-uitkering, WW-uitkering of uitkering vanuit een andere WIA aanvullende verzekering wordt in mindering gebracht op de uitkering krachtens deze verzekering.

De premie bedraagt per 1 januari 2021 0,341% en wordt berekend over het vaste salaris tot het maximale SV-loon zonder franchise, welke is berekend conform het uniforme loonbegrip. Werkgever en werknemer betalen elk 50% van de verschuldigde premie. Indien de werknemer daarmee schriftelijk instemt, wordt de premie ingehouden op zijn maandinkomen. De werknemer heeft, na inhouding van de premie op zijn loon, minimaal recht op betaling van het voor hem geldende wettelijk minimumloon. (overeenkomstig artikel 40)

De werkgever die geen gebruik wil maken van het hierboven omschreven sector-mantelcontract, dient hiervan melding te maken bij Zilveren Kruis. Er wordt dan dispensatie verleend, mits de werkgever via een andere verzekeraar – naar keuze – een verzekering afsluit die minimaal dezelfde dekking biedt.

Contactgegevens: Zilveren Kruis, Postbus 444, 2300 AK, Leiden

www.zk.nl/groentenfruithuis

BIJLAGE VIII MAATWERKREGELING ARBO- EN VERZUIMBELEID (zie artikel 30)

Stichting Remedium Agrarische Groothandel (RAG)

De Stichting Remedium Agrarische Groothandel is een verzuimsteunpunt voor de werkgever en de werknemer in de sector groothandel aardappelen, groenten en fruit.

De Stichting RAG wordt bestuurd door vertegenwoordigers van GroentenFruit Huis, NAO, FNV en CNV Vakmensen en is door cao-partijen erkend als maatwerkregeling voor arbo- en verzuimbeleid.

Verzuimsteunpunt RAG is de onafhankelijke adviseur van werkgever en werknemer en is het aanspreekpunt met betrekking tot verzuim, reïntegratie en sociale zekerheidsaspecten. De werkgever en werknemer houden hun wettelijke verantwoordelijkheid.

Werkwijze

  • De werkgever levert zijn ziek- en herstelmeldingen aan bij RAG via Plato (internetapplicatie).

  • RAG draagt zorg voor de benodigde doormelding van de gegevens aan de Arbodienst, UWV en eventueel de verzekeraar.

  • De arbodienstverlening wordt uitgevoerd door een door Remedium aangewezen Arbodienst.

  • RAG beschikt over voldoende casemanager(s), arbeidsdeskundige(n) en administratief medewerker(s) om de maatwerk Arbodienstverlening vraaggericht te organiseren, dat wil zeggen de RAG-casemanager bepaalt met de werkgever en werknemer welke activiteit bij de Arbodienst, het reïntegratiebedrijf of bij de financiers (UWV, verzekeraar) wordt uitgezet.

  • De dienstverlening van de RAG is geheel in overeenstemming met de Wet Verbetering Poortwachter en de Arbo-wet, o.a. registratie van ziek- en herstelmeldingen, arbeidsomstandighedenspreekuur en PMO.

  • Het werkproces van RAG is gericht op vroegdetectie van dreigend langdurig verzuim door middel van vragenlijsten aan werkgevers na de vierde verzuimdag, telefonisch consult en vervroeging van de probleemanalyse.

  • Uiterlijk in de zesde week van het verzuim bepaalt de casemanager samen met (de preventiemedewerker van) de werkgever of de bedrijfsarts wordt ingeschakeld. In dit spreekuur vormt de bedrijfsarts zich een beeld van de medische beperkingen en legt dit vast in een probleemanalyse. De arbeidsdeskundige van RAG maakt het niet-medische (arbeidskundige) deel van de analyse. De bedrijfsarts en arbeidsdeskundige stellen samen de uiteindelijke probleemanalyse en het reïntegratie advies op. Deze analyse wordt via de casemanager doorgestuurd naar de werkgever.

  • In de achtste week van het verzuim is de casemanager actief betrokken bij de opstelling van het concept plan van aanpak door werkgever en werknemer.

  • Vanaf de achtste week tot en met de tiende week van het verzuim worden de interventies, de reïntegratie-activiteiten, wachtlijstbemiddeling door de casemanager ingezet en gevolgd. Om de zes weken zijn er evaluatiemomenten, waarbij in overleg met de bedrijfsarts wordt bepaald of een spreekuur nodig is.

  • Tijdens het werkproces onderzoekt het verzuimsteunpunt continu of de reïntegratie in het eerste spoor nog kans van slagen heeft of dat er tweede spooractiviteiten aan de orde zijn. Hierbij speelt de arbeidsdeskundige een prominente rol.

  • Tussen week 42 en week 45 (het opschudmoment) vindt nogmaals een reïntegratie check plaats.

  • De casemanager ondersteunt de werkgever bij de WIA/IVA-aanvraag.

Informatie over de aansluitingsovereenkomst van Remedium Agrarische Groothandel en de tarieven kan worden aangevraagd per:

Telefoon: (079 3681100

E-mail: info@groentenfruithuis.nl

Postadres: Remedium Agrarische Groothandel

postbus 5007 2701 GA Zoetermeer

BIJLAGE IX REGLEMENT VASTE COMMISSIE CAO (zie artikel 44)

Artikel 1. Samenstelling

De commissie bestaat uit zes leden en zes plaatsvervangende leden, waarvan drie leden alsmede hun plaatsvervangers worden aangewezen door de werkgeversorganisatie, partij bij de cao ter ene zijde, en drie leden alsmede hun plaatsvervangers door de werknemersorganisaties, partijen bij de cao ter andere zijde.

Gedurende de looptijd van deze cao wordt de samenstelling van deze Commissie opnieuw ingericht.

Artikel 2. Voorzitterschap

  • 1. De commissie benoemt bij meerderheid van stemmen uit haar midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter, met inachtneming van het gestelde in de navolgende leden van dit artikel.

  • 2. De functie van voorzitter en plaatsvervangend voorzitter wordt bij toerbeurt waargenomen door één van de werkgevers- en één van de werknemersleden.

  • 3. De zittingsperiode van de voorzitter, respectievelijk plaatsvervangend voorzitter, bedraagt een jaar.

Artikel 3. Duur van het lidmaatschap

  • 1. De leden en de plaatsvervangende leden van de commissie treden om de vijf jaar tegelijk af. Zij zijn terstond herkiesbaar.

  • 2. In de vacatures wordt voorzien door de desbetreffende organisaties binnen één maand nadat zij zijn ontstaan.

Artikel 4. Beëindiging van het lidmaatschap

Het lidmaatschap der commissie eindigt door:

  • a. bedanken

  • b. overlijden

  • c. de verklaring van de organisatie, welke de benoeming deed, dat de betrokkene niet langer als lid fungeert.

Artikel 5. Secretariaat

Het secretariaat van de commissie is gevestigd: Louis Pasteurlaan 6, Postbus 5007, 2701 GA Zoetermeer.

Artikel 6. Beraadslaging en stemmen

  • 1. De commissie kan slechts besluiten nemen:

    • a. hetzij in een vergadering waarbij tenminste vier (plaatsvervangende) leden aanwezig zijn

    • b. hetzij middels schriftelijke besluitvorming, mits alle (plaatsvervangende) leden hun stem uitbrengen.

  • 2. Elk lid heeft één stem, doch bij dispariteit in aanwezigheid evenveel stemmen als van de andere partij van de cao leden aanwezig zijn. De commissie beslist bij gewone meerderheid van stemmen.

  • 3. Bij staking van stemmen dient een volgende vergadering te worden belegd en de zaak opnieuw aan de orde te worden gesteld. Staken de stemmen opnieuw, dan

    • a. wordt – ingeval het betreft een verzoek om vergunning tot afwijking van de bepalingen van de cao – het verzoek geacht te zijn afgewezen

    • b. onthoudt – ingeval het betreft een geschil – de commissie zich van het geven van een advies.

  • 4. De commissie geeft haar beslissingen schriftelijk en met redenen omkleed.

    Ten aanzien van adviezen handelen de leden als goede mannen naar billijkheid.

Artikel 7. Behandeling van geschillen

  • 1. Geschillen, als bedoeld in artikel 44 van de cao worden door de meest gerede partij schriftelijk bij het secretariaat van de commissie aanhangig gemaakt.

  • 2. Dit schrijven dient te zijn voorzien van een behoorlijke toelichting waarin is vermeld de naam en het adres van de wederpartij, de feiten en omstandigheden die tot het geschil aanleiding hebben gegeven, de conclusies die daaruit naar de mening van de klager getrokken moeten worden en het advies dat op grond daarvan van de commissie wordt gevraagd.

  • 3. Het secretariaat stelt terstond de wederpartij op de hoogte van het geschil, door toezending van een afschrift van het schrijven van de klagende partij.

  • 4. De wederpartij is bevoegd binnen 14 dagen na verzending door het secretariaat van het in het voorgaande lid bedoelde schrijven, schriftelijk van zijn zienswijze kennis te geven, daarbij aangevende de gronden waarop het gevraagde advies wordt betwist.

  • 5. Het secretariaat zendt terstond een afschrift van het in het voorgaande lid bedoelde verweerschrift aan de partij die het geschil aanhangig heeft gemaakt.

Artikel 8

Partijen in het geschil zijn bevoegd na de wisseling van de in het voorgaande artikel bedoelde stukken nogmaals met inachtneming van de termijn van 14 dagen hun zienswijze aan het secretariaat kenbaar te maken, waarna de schriftelijke uiteenzetting van het wederzijdse standpunt wordt gesloten.

Artikel 9

De commissie is bevoegd afwijkingen toe te staan van de in de artikelen 7 en 8 genoemde termijnen.

Artikel 10

  • 1. Elk der geschil hebbende partijen heeft het recht binnen 14 dagen na de beëindiging van de uitwisseling van de schriftelijke stukken aan de commissie mede te delen, dat hij prijs stelt op een nadere mondelinge toelichting van het ingenomen standpunt.

  • 2. In dat geval stelt de commissie plaats, datum en uur voor de mondeling behandeling vast. Het secretariaat geeft daarvan kennis aan beide partijen alsmede aan de leden en de plaatsvervangende leden van de commissie.

Artikel 11

Elk van de partijen in het geschil is bevoegd een of meer getuigen en/of deskundigen bij de mondelinge behandeling van het geschil mede te brengen, opdat dezen door de commissie worden verhoord. De naam, woonplaats en functie van de mede te brengen getuigen of deskundigen dienen tenminste zes dagen tevoren aan het secretariaat te worden bericht.

Artikel 12

  • 1. De commissie is bevoegd, alvorens een beslissing te nemen, nadere inlichtingen in te winnen zowel van partijen als van derden. Zij is bevoegd partijen, getuigen en deskundigen ter nadere toelichting op te roepen om in haar vergadering te verschijnen. Een dergelijke oproep dient te geschieden met inachtneming van een termijn van een week.

  • 2. Uit de weigering van partijen om gevraagde inlichtingen te verstrekken of om ter vergadering te verschijnen, zal de commissie de conclusie trekken welke haar geraden voorkomt.

  • 3. De commissie kan aan haar uitspraken geen verder terugwerkende kracht verlenen dan tot 1 mei van het jaar voorafgaande aan de contractperiode waarin het geschil bij haar aanhangig is gemaakt.

Artikel 13

Een lid van de commissie dat rechtstreeks bij het geschil is betrokken, neemt niet aan de behandeling van het geschil deel. In zijn plaats treedt alsdan één der plaatsvervangende leden op.

Artikel 14

Het advies van de commissie wordt schriftelijk ter kennis van partijen gebracht, ondertekend door de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de secretaris der commissie. Een afschrift van het advies wordt toegezonden aan de leden en de plaatsvervangende leden van de commissie.

Artikel 15. Kosten

De commissie is bevoegd de kosten van de behandeling van het geschil geheel of gedeeltelijk ten laste van de verliezende partij te brengen. Worden partijen over en weer op enige punten in het ongelijk gesteld, dan kan de commissie de kosten geheel of gedeeltelijk tussen de partijen verdelen. Kosten, die zonder noodzaak zijn aangewend of veroorzaakt, kan de commissie voor rekening laten komen van de partij die deze aanwendde of veroorzaakte.

Artikel 16. Vergunningen tot afwijking van bepaling van de cao

Verzoeken om vergunning tot afwijking van de bepalingen van deze cao moeten, voorzien van een toelichting aangevende de omstandigheden welke aanleiding zijn tot het verzoek, bij het secretariaat van de commissie worden ingediend. De commissie beslist binnen 3 maanden na ontvangst van het verzoek en deelt zijn beslissing schriftelijk en gemotiveerd aan de verzoeker mee.

Artikel 17. Goedkeuring beloningssystemen

Verzoeken om goedkeuring van systemen van prestatiebeloning dienen, voorzien van het benodigd aantal beschrijvingen van het gewenste stelsel, tenminste twee maanden voor de invoering bij het secretariaat van de commissie te worden ingediend.

Artikel 18. Kosten

De commissie kan voor de behandeling van de in de artikelen 16 en 17 bedoelde verzoeken een door haar te bepalen vergoeding in rekening brengen.

Artikel 20. Wijziging reglement

Dit reglement kan door partijen betrokken bij de cao voor de Groothandel in Groenten en Fruit te allen tijde in gezamenlijk overleg worden gewijzigd.

BIJLAGE X UITWERKING SENIORENREGELING

De seniorenregeling heeft tot doel om bij te dragen aan de duurzame inzetbaarheid van de medewerkers die onder de doelgroep vallen te bevorderen.

Keuzemoment

  • 1. De seniorenregeling geldt voor iedere werknemer die 5 jaar voor de AOW-leeftijd zit. Dit is het ‘Keuzemoment’. De regeling gaat in vanaf de eerste dag van de volgende maand waarin de werknemer vijf jaar voor de AOW-gerechtigde leeftijd zit. Dit is het ‘Ingangsmoment’.

  • 2. Een werknemer moet voorafgaand aan het Keuzemoment minimaal 8 jaar onafgebroken in dienst zijn geweest bij een werkgever in de zin van de cao voor de Groothandel in Groenten en Fruit. Als toets kan onder meer bewijs worden gevraagd van 8 jaar onafgebroken registratie bij het Bpf. PGB.

  • 3. Zes maanden voor de vijf jaar voor de AOW-leeftijd (het Keuzemoment) dient een werknemer aan te geven of hij/zij wil deelnemen aan de regeling. De werkgever zorgt ervoor dat de werknemer inzicht krijgt in zijn toekomstige beloning en overige arbeidsvoorwaarden. Uiterlijk drie maanden voor de vijf jaar voor de AOW-leeftijd (het Keuzemoment) dient de werknemer zijn definitieve keuze door te geven aan de werkgever.

Definitieve keuze

De keuze voor de seniorenregeling is definitief.

Inzet 20% vrije tijd

Werkgever en werknemer spreken in onderling overleg af op welk moment in de week de vrije tijd wordt ingezet en leggen dit schriftelijk vast. Bij voorkeur wordt de vrije tijd over één of twee dagdelen ingezet. Er komt een voorbeelddocument beschikbaar.

Einde van de regeling

De regeling eindigt als de arbeidsovereenkomst (van rechtswege) eindigt. Als de werknemer en werkgever na de AOW-gerechtigde leeftijd van de werknemer een nieuwe arbeidsovereenkomst sluiten, dan kan de werknemer geen gebruik meer maken van de regeling.

Berekening hoogte bruto maandloon

Als basis voor de berekening van het nieuwe periodieke salaris van 92.5%, dient het laatste (voorafgaand aan het ingangsmoment) werkelijk verdiende bruto periodieke salaris te worden gebruikt (exclusief toeslagen uit het werkvenster en overwerktoeslag). Van dit salaris dient 92.5% te worden genomen. Dit salaris wordt gedefinieerd als ‘Vitaliteitsloon’.

Laatst verdiende periodieke salaris (exclusief toeslagen) x 0,8 = ‘Functieloon’

Functieloon x 1,156 (92.5/80) = ‘Vitaliteitsloon’

Het Vitaliteitsloon groeit mee met toekomstige cao-verhogingen.

Indien in bedrijfsreglementen aanvullende toeslagen zijn opgenomen (zoals reiskostenvergoeding) dan worden deze toeslagen naar rato toegekend.

Opbouw vakantiedagen

De opbouw van de resterende verlofdagen vindt plaats op basis van de werkelijke arbeidsduur (80%). Dit betreft bij een fulltime dienstverband de opbouw van 0.8 x in totaal 197,6 uren (26 dagen). De extra vakantiedagen in verband met leeftijd en diensttijd uit artikel 23 lid 3 van de cao komen te vervallen wanneer een werknemer kiest voor de seniorenregeling.

Vakantietoeslag

De werknemer ontvangt vakantietoeslag over het Vitaliteitsloon (92.5%).

Toeslagen werkvenster

De werknemer ontvangt de toeslagen uit het werkvenster op basis van het Vitaliteitsloon (92.5%).

Overwerk

Overwerk dient te geschieden conform artikel 15 lid 3a van de cao, hetgeen betekent dat een werknemer die deelneemt aan de regeling niet verplicht kan worden tot het verrichten van overwerk.

Mochten de bedrijfsomstandigheden het noodzakelijk maken (bijvoorbeeld bij onvoorziene omstandigheden) waardoor er toch sprake is van overwerk dan geldt het volgende. Op basis van de cao zijn overuren, uren boven de 38 uur per week (bepaald op maandbasis). De uren tot 38 uur worden aldus aangemerkt als meeruren en vergoedt tegen 100%.

Parttimers

Parttimers kunnen naar rato gebruik maken van de regeling.

Er geldt bij de ingang van de regeling een overgangsregeling voor werknemers die in de periode van 1 januari 2017 tot en met 1 juli 2018 80% of meer parttime zijn gaan werken (komend vanaf fulltime) en die vanaf 1 juli 2018 het recht hebben om van de regeling gebruik te maken. Deze werknemers hebben naar rato dezelfde rechten als ware zij fulltime medewerkers.

Voor zover door (een) belanghebbende(n) de juridische geldigheid van deze regeling wordt aangevochten in rechte of bij een andere instantie bijvoorbeeld op grond van het beginsel van gelijke behandeling, dan geldt dat de werkgever in de zin van de cao gerechtigd is (i) de uitvoering van deze regeling per direct op te schorten, (ii) deze regeling in overleg met de vakbonden aan te passen en/of om (iii) deze regeling in te trekken zonder dat werknemers hieraan nog enige rechten kunnen ontlenen. Dit alles indien er sprake is van een oordeel dat deze regeling juridisch niet geldig is. In die zin zijn de aanspraken van de betrokken medewerkers op deze regeling dus voorwaardelijk.

Samenloop officiële feestdagen en vrije dag op grond van de seniorenregeling

Indien de bedrijfsomstandigheden hiertoe aanleiding geven, dan kunnen werkgever en werknemer in overleg bepalen dat de werknemer toch komt werken op een feestdag indien dat normaal vrije tijd zou zijn die is ontstaan als gevolg van deelname aan de regeling.

Pensioen

Pensioenopbouw vindt plaats over 100/92,5% van het Vitaliteitsloon.

100% pensioenopbouw geldt in principe alleen ten aanzien van de verplicht gestelde middelloonregeling van Bpf. PGB. Werkgever en werknemer kunnen ten aanzien van vrijwillige aanvullende regelingen bij Bpf. PGB of pensioenverzekeraars op individueel niveau afspraken maken hierover.

Verdeling pensioenpremie

De pensioenpremie is gebaseerd op 100% en de verdeling tussen werkgever en werknemer blijft gelijk. Dit geldt ook voor het fictieve loon tussen 92.5% en 100%.

Zieke werknemer

Op grond van de cao heeft een werknemer recht op doorbetaling van 100% (eerste zes maanden), 90% (zevende tot en met twaalfde maand) of 80% (tweede jaar) van het vaste salaris. Als een werknemer ziek is en gebruik maakt van de seniorenregeling dan heeft hij recht op deze loondoorbetaling op basis van het Vitaliteitsloon (92.5%).

Transitievergoeding

Indien sprake is van betaling van een transitievergoeding door de werkgever aan de werknemer, dan dient als basis voor de berekening van de hoogte van de transitievergoeding het Vitaliteitsloon (92.5%) te worden gebruikt.

BIJLAGE XII

Voor de werknemers van wie is vastgesteld dat zij met voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk minimumloon (WML), maar die wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben en die behoren tot de doelgroep voor loonkostensubsidie op grond van de Participatiewet. In deze bijlage is een aparte loonschaal naast het bestaande loongebouw opgenomen.

Deze loonschaal begint op 100% WML en eindigt op 120% WML. De loonontwikkeling van deze loonschaal wordt gekoppeld aan de ontwikkeling van WML.

Voor de werknemers die ingedeeld worden in deze loonschaal geldt eenzelfde salarisgroei-systematiek als voor de werknemers in de reguliere loonschalen. De stappen worden toegekend tot het overeengekomen schaalmaximum bereikt is. Voor het 1e tot en met het 6e ervaringsjaar geldt dat het salaris een verhoging betekent van 2,5% ten opzichte van het voorgaande jaar.

De loonschalen per 1 juli 2021 zijn op de volgende pagina weergegeven. Bij verhoging van het WML stelt de werkgever de bedragen vast op basis van het nieuwe WML, conform bovenstaande systematiek.

Nadrukkelijk is deze loonschaal exclusief voor de hierboven omschreven doelgroep en niet voor andere werknemers zoals:

  • werknemers met een arbeidshandicap die niet tot de doelgroep van de Participatiewet behoren, zoals Wajongers.

  • werknemers met een arbeidshandicap die wel zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen.

  • andere groepen werknemers met afstand tot de arbeidsmarkt, zoals oudere werknemers of langdurig werklozen.

Loonschaal Participatiewet per 1 juli 2021

BRUTO SALARIS PER

MAAND

WEEK

4 WEKEN

0 / 100% WML

1.701

392,55

1.570,20

en 1 ervaringsjaar

1.744

402,40

1.609,50

en 2 ervaringsjaren

1.787

412,45

1.649,70

en 3 ervaringsjaren

1.832

422,75

1.690,90

en 4 ervaringsjaren

1.878

433,30

1.733,20

en 5 ervaringsjaren

1.925

444,15

1.776,50

en 6 ervaringsjaren

1.973

455,25

1.820,90

en 7 ervaringsjaar / 120% WML

2.041

471,05

1.884,20

Functiehandboek voor de Groothandel in Groenten en Fruit

Behorende bij de cao voor de Groothandel in Groenten en Fruit

Deel 1 Introductie

1.1 Inleiding

In de cao voor de Groothandel in Groenten en Fruit is afgesproken dat bij de indeling van functies gebruik wordt gemaakt van het ORBA®-functiewaarderingssysteem. Deze afspraak heeft geleid tot een functiehandboek dat onderdeel uitmaakt van de cao.

Dit functiehandboek is in 2020 geactualiseerd zodat de referentiefuncties beter aansluiten op de praktijk binnen de bedrijven in de sector. Ook is de ORBA®-systematiek vernieuwd en zijn de referentiefuncties meer resultaatgericht omschreven.

Het functiehandboek is in samenwerking met een paritaire werkgroep en stuurgroep van vertegenwoordigers van werkgevers (verschillende bedrijven) en werknemers ontwikkeld. Ook is het geactualiseerde functiemateriaal bij werknemers van de verschillende bedrijven op herkenbaarheid getoetst. AWVN is eigenaar van het ORBA®-systeem.

Het functiehandboek is een hulpmiddel bij het indelen van functies in functiegroepen. Het gaat dus niet om het persoonlijk functioneren van werknemers, maar om de inhoud van de functie. Omdat de functiegroepen corresponderen met de eveneens in de cao opgenomen salarisschalen, betekent indeling van een functie in een functiegroep (functiewaardering) tevens indeling in een bepaalde salarisschaal (beloning).

De verantwoordelijkheid voor het indelen van functies in een onderneming ligt bij de werkgever.

Dit handboek is bedoeld voor functionarissen die zich namens de werkgever bezig houden met de indeling van functies. Daarnaast is het handboek bedoeld voor werknemers om meer inzicht te verkrijgen in bijvoorbeeld de wijze waarop hun functie is ingedeeld en de referentiefunctie(s) waarmee hun functie is vergeleken.

1.2 Opzet van het handboek

Het handboek is onderverdeeld in 4 delen.

Deel 1 bevat een korte algemene introductie in functiewaardering, de relatie met beloning (salaris) en een toelichting op de ORBA®-methode.

Deel 2 beschrijft de referentieaanpak. Hierin wordt toegelicht wat een referentiefunctie is en welke stappen worden doorlopen om tot een indeling van een bedrijfsfunctie te komen. Ook wordt in dit deel de bezwaar- en beroepsprocedure toegelicht.

Deel 3 bevat het referentie functiemateriaal van de Groothandel in Groenten en Fruit.

Het referentiemateriaal dient gebruikt te worden bij het indelen van de bedrijfsfuncties. Dit bestaat uit de functieomschrijvingen (referentiefuncties), bijbehorende contextinformatie (toelichting afdeling en werkprocessen), NOK-matrices (NOK staat voor Niveau Onderscheidende Kenmerken) en de bijbehorende functieniveau informatie (o.a. ORBA®-scores) en het referentieraster. Alle referentiefuncties zijn gewaardeerd met de ORBA®-methode

Deel 4 bestaat uit een aantal hulpmiddelen, waaronder voorbeeldformulieren die kunnen worden gebruikt bij het toepassen van het functiehandboek binnen de bedrijven. Als laatste is in dit deel een adressenlijst opgenomen.

Voordat u met het indelen van functies gaat beginnen, adviseren wij u eerst dit handboek goed door te lezen. Door het volgen van de beschreven stappen en het gebruik van de hulpmiddelen wordt het indelen van bedrijfsfuncties een stuk eenvoudiger.

Wanneer u vragen heeft over de toepassing van dit handboek, kunt u contact opnemen met GroentenFruit Huis of een van de vakorganisaties. AWVN is als systeemhouder beschikbaar voor ondersteuning. De contactgegevens zijn vermeld in de adressenlijst in deel 4.

1.3 Wat is functiewaardering?

Functiewaardering is een manier om de zwaarte van functies vast te stellen. Functiewaardering kijkt naar de inhoud van de functie en niet naar de prestatie of het functioneren van de werknemer. In de cao Groothandel in Groenten en Fruit is gekozen voor de ORBA®-methode. ORBA® behoort tot de meest toegepaste functiewaarderingssystemen in Nederland en is eigendom van AWVN. De belangrijkste toepassing is het op consistente en rechtvaardige wijze onderbouwen van beloningsverhoudingen.

1.4 Functiewaardering en beloning (salaris)

Het salaris dat de werknemer ontvangt, wordt in de eerste plaats bepaald door de functie die de werknemer vervult. De functie omvat het soort werk en de taken die de werknemer verricht. Functies verschillen van elkaar. Er zijn lichtere en zwaardere functies, functies die meer of minder eisen stellen aan bijv. de te bereiken resultaten en de te nemen beslissingen (verantwoordelijkheden en bevoegdheden). Ook kunnen de benodigde bekwaamheden (kennis en vaardigheden) verschillen.

Op basis van het soort werk en de taken die moeten worden verricht, is een functie ingedeeld in een functiegroep (of salarisschaal). Daarnaast is het salaris, de hoogte in de salarisschaal, ook afhankelijk van bijv. leeftijd en ervaring.

1.5 De ORBA®-methode, het analysekader

ORBA® meet de zwaarte van functies op 4 hoofdkenmerken.

Er wordt gekeken naar welk resultaat er met de functie moet worden bereikt (bijdrage), welke beslissingen door de functiehouder moeten en mogen worden genomen en welke bekwaamheden nodig zijn om dat resultaat te halen. Tenslotte wordt rekening gehouden met de (bezwarende) omstandigheden waaronder het werk moet plaatsvinden.

Anders gezegd: Hoe meer verantwoordelijkheden, hoe groter de bevoegdheden en/of hoe meer kennis en vaardigheden voor de uitoefening van de functie nodig zijn, des te zwaarder weegt de functie.

De vier ORBA®-hoofdkenmerken zijn verder uitgewerkt in gezichtspunten. Hieronder een overzicht en richtinggevende vragen bij deze kenmerken en gezichtspunten en een korte uitleg bij de gezichtspunten.

Fig. ORBA®-analysekader

Fig. ORBA®-analysekader

Verwachte bijdrage

De output, het beoogde resultaat, is het vertrekpunt in het analytisch kader. Richtinggevende vragen hierbij zijn:

  • Wat is het beoogde resultaat van de functie en binnen welke kaders moet dit gerealiseerd worden? (gezichtspunt effect)

  • Welke invloed moet worden uitgeoefend op anderen om het resultaat te realiseren? (gezichtspunt relationele invloed)

  • Betreft het een leidinggevende functie? Zo ja, betreft dit hiërarchische of vaktechnische/functionele aansturing? (gezichtspunt positionele invloed)

Functionele beslissingen

Wat is de aard van de functionele beslissingen die de werknemer moet nemen om de verwachte bijdrage te kunnen leveren? Richtinggevend hierbij is:

  • Wat is de moeilijkheidsgraad van de vragen en problemen waarmee de functionaris wordt geconfronteerd en welke ruimte heeft de functionaris voor het vinden van oplossingen? (gezichtspunt problematiek)

Vereiste bekwaamheden

Welke bekwaamheden zijn vereist om de verwachte bijdrage te kunnen leveren en de beslissingen te kunnen nemen? Richtinggevende vragen hierbij zijn:

  • Welke breedte- en dieptekennis is vereist om problemen op te lossen? (gezichtspunt kennis)

  • Welke vaardigheden zijn nodig om op het vereiste niveau te kunnen communiceren? (gezichtspunt communicatie)

  • Welke motorische vaardigheden moet de functionaris hebben om de vereiste bewegingen te kunnen uitvoeren? (gezichtspunt motoriek)

Werkgerelateerde bezwaren

Welke bezwaren zijn verbonden aan het werk? Richtinggevende vragen hierbij zijn:

  • Welke (bezwarende) lichamelijke inspanning moet de functionaris leveren om de bijdrage te kunnen leveren? (gezichtspunt zwaarte)

  • Welke (bezwarende) lichaamshouding of beweging is nodig om de bijdrage te kunnen leveren? (gezichtspunt houding & beweging)

  • Welke lichamelijke of psychische hinder ondervindt de functionaris bij de uitoefening van de functie? (gezichtspunt werkomstandigheden)

  • Welke persoonlijke risico’s zijn aan het werk verbonden? (gezichtspunt persoonlijk risico)

ORBA®-analysekader; uitleg bij de Gezichtspunten

Hoofdkenmerk

Gezichtspunt

Uitleg

Verwachte

Bijdrage

Effect

De aard en omvang van de bijdrage aan de organisatie, haar onderdelen, klanten en relaties, geven de kaders voor het realiseren van de bijdrage.

Relationele invloed

De noodzakelijke invloed op niet-ondergeschikte anderen binnen of buiten de onderneming, waarmee relaties nodig zijn om de verwachte bijdrage van de functie te realiseren.

Positionele invloed

De noodzakelijke invloed op, aan de positie ondergeschikte anderen, voor zover nodig om hen te laten meewerken om de verwachte bijdrage van de functie te realiseren.

Functionele

Beslissingen

Problematiek

Het behandelen van uitdagingen, respectievelijk oplossen van problemen binnen de door de organisatie gegeven functionele ruimte.

Vereiste

Bekwaamheden

Kennis

Het geheel aan, vanuit opleiding en/of ervaring verkregen, kennis (weten dat) en het vermogen te kennen (weten hoe), voor zover benodigd voor het behandelen, respectievelijk oplossen van in de functie voorkomende uitdagingen en problemen.

Communicatie

De communicatieve vaardigheden die noodzakelijk zijn voor het uitwisselen (interactief zenden en ontvangen) van informatie tussen personen, voor zover dit nodig is voor de uitoefening van de functie.

Motoriek

De fysieke vaardigheden die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van gecontroleerde bewegingen, voor zover dit nodig is voor de normale uitoefening van de functie.

Werkgerelateerde

Bezwaren

Zwaarte

De bezwarende lichamelijke inspanning die een persoon moet leveren om een voorwerp (anders dan het eigen lichaam) in de gewenste positie te krijgen en/of te houden.

Houding en beweging

De bezwarende lichamelijke inspanning die een persoon moet leveren voor het handhaven van een lichaamshouding (statisch) en/of het uitvoeren van een lichaamsbeweging (dynamisch).

Werkomstandigheden

De hinder die een persoon door het uitoefenen van de functie ondervindt ten gevolge van fysische en psychische fenomenen.

Persoonlijk risico

De mate waarin de arbeidsgeschiktheid van de werknemer wordt bedreigd door de uitoefening van de functie.

Deel 2 De referentieaanpak

2.1 Referentiefuncties en bedrijfsfuncties

Het functiehandboek bevat 40 referentiefuncties (ook wel ‘voorbeeldfuncties’ of ‘kapstokfuncties’ genoemd). Deze zijn goed verdeeld over afdelingen, zoals deze voorkomen bij de verschillende Groothandelsbedrijven in Groenten en Fruit.

Soms zijn deze referentiefuncties nagenoeg hetzelfde als bij uw bedrijf. Vaker zullen er wat verschillen zijn. Dit komt omdat het werk in de verschillende bedrijven vaak net even anders is georganiseerd. De referentiefuncties bieden genoeg herkenning om de meeste bedrijfsfuncties in te kunnen delen in de functiegroepen van de cao.

De referentiefuncties zijn in een overzicht (referentieraster) geplaatst: in de kolommen naar afdelingen en in de rijen naar functiegroepen. De functiegroepen zijn in de cao vermeld en corresponderen met de salarisschalen van de cao.

De referentiefuncties in het handboek zijn door deskundigen gewaardeerd en afgestemd met deskundigen van de vakorganisaties. Ze vormen daarmee uitstekende kapstokken (ijkpunten) om bedrijfsfuncties mee te vergelijken. Let wel: de functienaam hoeft niet hetzelfde te zijn. Het gaat om de vergelijking van de inhoud van de functie, het soort werk en de taken (resultaat, beslissingen, kennis). Op basis van deze vergelijking wordt uw (bedrijfs)functie ingedeeld in de passende functiegroep. In hoofdstuk 2.3 wordt uitgelegd hoe dat in zijn werk gaat.

2.2 Functiereeksen en NOK’s

Een functiereeks bestaat uit 2 of meer functies die in basis hetzelfde zijn, maar op bepaalde onderdelen of kenmerken van elkaar verschillen. Denk hierbij aan de bekende junior-medior-senior of ABC variant van een functie. De verschillen tussen deze varianten zijn zodanig dat deze in aansluitende functiegroepen zijn ingedeeld. De verschillen tussen deze functies zijn in dit functiehandboek letterlijk naast elkaar gezet in een tabel, de NOK-matrix. NOK staat voor Niveau Onderscheidende Kenmerken. Voor 11 van de 40 referentiefuncties is zo’n NOK-matrix opgesteld. Op deze manier is heel goed te zien wat de verschillen zijn tussen deze functies en waarom ze in een andere functiegroep zijn ingedeeld. De NOK-matrix is hiermee ook een indelingshulpmiddel.

De NOK-matrix laat ook zien wat een werknemer meer en/of anders moet doen (andere bijdrage, andere beslissingen) en kunnen (bekwaamheden) om promotie te kunnen maken. De Niveau Onderscheiden Kenmerken zijn gebaseerd op het ORBA®-analysekader.

De volgende 11 functiereeksen/NOK-matrices zijn in het handboek opgenomen:

01. Productie

Productiemedewerker – met een A en B variant; de A variant is een referentiefunctie

Operator Productie – met een A, B en C variant; de B variant is een referentiefunctie

Teamleider Productie – met een A, B en C variant; de B variant is een referentiefunctie

02. Logistiek

Logistiek Medewerker – met een A, B en C variant; de B variant is een referentiefunctie

Voorman Logistiek – met een A en B variant; de B variant is een referentiefunctie

Teamleider Logistiek – met een A en B variant; de B variant is een referentiefunctie

03. Commercie

Inkoper – met een A, B en C variant; de B variant is een referentiefunctie

Verkoper – met een A, B en C variant; de B variant is een referentiefunctie

04. Administratie

Medewerker Administratie – met een A, B, C en D variant; de B en D varianten zijn referentiefuncties (de D variant is de referentiefunctie van Administrateur)

07. Kwaliteit

Medewerker Kwaliteit – met een A, B en C variant; de B variant is een referentiefunctie

10. HR

HR adviseur – met een A, B en C variant; de B variant is een referentiefunctie

Het is ondoenlijk om van alle referentiefuncties functiereeksen of niveauvarianten te beschrijven. De praktijk leert dat bedrijven een eigen verdeling van werkzaamheden en verantwoordelijkheden maken en dat er daarmee verschillen zullen zijn tussen de inhoud van bedrijfsfuncties en de referentiefuncties. Zelfs als de functies een zelfde functienaam hebben kan de functie-inhoud verschillen. In dat geval is een eigen vergelijking en afweging noodzakelijk om de functie in de passende functiegroep in te delen. Hoe dit proces werkt is hieronder beschreven in een stappenplan. Ook zijn een aantal voorbeelden uitgewerkt.

2.3 Stappenplan indeling bedrijfsfunctie

Communicatie

Voor acceptatie van indelingsbeslissingen is het is van belang om in de organisatie duidelijkheid te verschaffen over het indelen van functies binnen de onderneming. Wij adviseren u de OR of personeelsvertegenwoordiging over uw aanpak te informeren.

Indelen van functies

Indelen is het bepalen van de passende functiegroepen van uw bedrijfsfuncties o.b.v. de vastgestelde functie-inhoud. Het bestaat kort gezegd uit 3 stappen.

  • 1. Vergelijken van de bedrijfsfunctie met referentiefunctie(s) uit het functiehandboek

  • 2. Beoordelen van de verschillen o.b.v. de ORBA®-kenmerken

  • 3. Vaststellen van de passende groepsindeling.

Voordat tot indelen kan worden overgegaan zijn er nog een aantal acties vereist. Het volledige stappenplan is hieronder uitgewerkt. Ook is een schema toegevoegd.

2.3.1 Vastleggen functie-inhoud bedrijfsfunctie

Voordat een functie vergelijkend wordt ingedeeld, moet de functie-inhoud bekend zijn. Het verdient aanbeveling deze functie-inhoud schriftelijk vast te leggen. Dit kan door een referentiefunctie uit het handboek aan te passen aan wat er binnen het bedrijf van de functie wordt verlangd. Ook kan het speciaal hiervoor ontwikkelde vragenformulier worden gebruikt (zie deel 4). Op deze wijze is voor iedereen duidelijk of alle relevante taken en verantwoordelijkheden zijn meegenomen bij de indeling. Ook kunnen later bij functiewijzigingen snel de veranderingen worden vastgesteld.

2.3.2 Selecteren referentiefuncties

Vervolgens worden bij de in te delen functie geschikte referentiefuncties gezocht. Dat kan m.b.v. het referentieraster, de overzichten en het zoekregister in het functiehandboek. Let op: het gaat hierbij niet om de functienaam, maar om de functie-inhoud. Geschikte referentiefuncties zijn functies die qua resultaatgebieden en kerntaken (taken, verantwoordelijkheden, beslissingen) sterk lijken op de in te delen bedrijfsfunctie. In te delen functies kunnen ook taken in zich hebben van meerdere referentiefuncties. In dat geval moeten verschillende referentiefuncties worden geselecteerd.

2.3.3 Vergelijken met referentiefuncties

Nu kan de in te delen bedrijfsfunctie inhoudelijk vergeleken worden met de geselecteerde referentiefunctie(s). Het gaat erom na te gaan in hoeverre de in te delen functie overeenkomt of verschilt met de geselecteerde referentiefunctie(s). Indien de in te delen functie gelijk is aan de referentiefunctie kan deze meteen ingedeeld worden in dezelfde functiegroep als de referentiefunctie (zie indelingsbeslissing). Als er verschillen bestaan tussen de in te delen functie en de referentiefunctie moeten de verschillen gewogen worden (zie wegen van de verschillen). Het gaat hierbij om hoofdlijnen, niet om details.

2.3.4 Wegen van verschillen

Indien vastgesteld is dat er verschillen bestaan tussen de in te delen functie en de referentiefunctie(s) moeten de verschillen gewogen worden. Het gaat er om vast te stellen of de verschillen tot een andere indeling moeten leiden dan de referentiefunctie(s). In elke functie komen zowel lichte als zware taken en verantwoordelijkheden voor. In de regel zullen verschillen op lichte taken geen invloed hebben op de indeling. Tenzij dit werkzaamheden zijn die duidelijk van een ander karakter zijn dan de overige taken.

De vraag moet steeds zijn: maken de verschillen de in te delen bedrijfsfunctie beduidend moeilijker (zwaarder) of juist eenvoudiger (lichter) dan de referentiefunctie? Hoe meer plussen of minnen, hoe meer kans er is dat de in te delen functie anders moet worden ingedeeld dan de referentiefunctie.

De afweging moet worden gebaseerd op de hoofdkenmerken van de ORBA®-methode (hoofdstuk 1.4 en 1.5). Om de verschillen goed te kunnen wegen, wordt aanbevolen van de beschikbare toelichtingen op de afdelingen, NOK-matrices en functiereeksen gebruik te maken.

Bij veel plussen of minnen is het verstandig om naar referentiefuncties te kijken die hoger of lager in de reeks zitten. Een in te delen functie kan ook tussen 2 referentiefuncties in zitten. Dan is het van belang vast te stellen met welke referentiefunctie de overeenkomsten het grootst zijn.

Bij het vergelijken van functies in bedrijven met referentiefuncties (stap 3) zal al gauw blijken dat er verschillen zijn. In de praktijk zijn zaken net weer iets anders geregeld dan beschreven in de referentiefuncties. Hier doen ze het zus, daar doen ze het zo. Moet een verschil altijd tot een andere indeling leiden? (stap 4 en 5). Vaak niet. Het gaat erom wat het verschil is, in verhouding tot de gehele functie. In elke functie komen lichte en zware taken voor. Licht en zwaar volgens de functiewaardering.

Een zware taak beïnvloedt de functiezwaarte, een lichte taak draagt niet of nauwelijks bij aan het gewicht (de het niveau, de indeling) van de functie. Zwaar en licht is voor elke functie anders. Zwaar is als de andere taken lichter zijn. Licht is als andere taken zwaarder zijn.

Deze reeksen/NOK-matrices zijn zo opgebouwd dat de zwaardere variant (bijv. typering B) bovenop de werkzaamheden van de lichtere variant (bijv. typering A) nog één (of meer) taken en verantwoordelijkheden heeft. Die taak (taken) is (zijn) dan zwaarder (bijvoorbeeld breder inzetbaar, meer zelfstandig, meer specialistisch) die ervoor zorgt dat de functie een functiegroep hoger is ingedeeld.

In de vergelijking van een bedrijfsfunctie en een referentiefunctie die ook onderdeel is van een reeks/NOK-matrix dan kan de volgende situatie voorkomen:

  • De bedrijfsfunctie heeft een taak die niet in de referentiefunctie voor komt, maar wel in de lagere typering in de reeks/NOK-matrix. Dan heeft dit zeer waarschijnlijk geen gevolgen voor de indeling. Het verschil betreft een lichte(re) taak.

  • Als in de bedrijfsfunctie nou net die (zware) taak/verantwoordelijkheid ten opzichte van de referentiefunctie in de reeks ontbreekt en niet wordt gecompenseerd door een andere zware taak, dan kon de indeling wel eens lager zijn dan die referentiefunctie.

2.3.5 Indelingsbeslissing

O.b.v. de vergelijking tussen de bedrijfsfunctie en de referentiefunctie(s) en een afweging van de ‘plussen’ en ‘minnen’, moet tot een conclusie worden gekomen.

Er zijn hierbij een aantal mogelijkheden.

  • De in te delen functie verschilt niet of nauwelijks van de referentiefunctie, dan wel de verschillen zijn klein. De indeling in de functiegroep is dan gelijk aan die van de referentiefunctie.

  • Is er sprake van ‘plussen’ en ‘minnen’, maar zijn deze gering in aantal en hebben ze geen betrekking op de kerntaken en verantwoordelijkheden dan kan bijna altijd worden geconcludeerd dat de functiegroep gelijk is aan de referentiefunctie.

  • Zijn er veel ‘plussen’ en ‘minnen’ en hebben ze betrekking op de kerntaken en verantwoordelijkheden, dan zal de functie met meerdere referentiefuncties moeten worden vergeleken:

    • Indien de referentiefuncties in dezelfde groep zijn ingedeeld, dan wordt deze groep gekozen.

    • Indien de referentiefuncties in opeenvolgende functiegroepen zijn ingedeeld, dan wordt gekozen voor de groep van de referentiefunctie waarmee de overeenkomsten het grootst zijn.

    • Indien de functiegroepen van de referentiefuncties niet aansluiten, dient een zorgvuldige afweging gemaakt te worden welke functiegroep het meest passend is. Wij adviseren hierbij te kijken naar een referentiefunctie uit een naastliggende discipline.

    • Indien meerdere tussengroepen mogelijk zijn en niet duidelijk is welke gekozen moet worden, kan de werkgever advies inwinnen bij de werkgeversorganisaties of AWVN.

Tip: De ORBA®-score van de referentiefunctie (positie in de functiegroep) kan van belang zijn bij de afweging. Als de geselecteerde referentiefunctie een ORBA®-score heeft die net boven een groepsgrens ligt dan moet de in te delen bedrijfsfunctie aanzienlijk zwaarder zijn om in een hogere functiegroep ingedeeld te kunnen worden. Voorbeeld: De referentiefunctie van Declarant is gewogen op een ORBA®-score van 132 punten en daarmee ingedeeld in groep F (bandbreedte van 130-149,5 punten). Is de referentiefunctie hoog in de bandbreedte van de functiegroep gewogen, dan hoeft het verschil minder groot te zijn voor een hogere groepsindeling. Let wel: We verwachten niet dat u de bedrijfsfuncties in punten gaat waarderen. Dat is niet nodig en is ook niet mogelijk. De ORBA®-score van de referentiefunctie is slechts een hulpmiddel bij de indelingsbeslissing.

Een overzicht van de ORBA®-scores van de referentiefuncties zijn opgenomen in deel 3.

De indelingsbeslissing zal m.b.v. het indelingsformulier (bijlage deel 4) schriftelijk worden vastgelegd en schriftelijk worden meegedeeld aan betrokken werknemer.

Schema stappenplan ‘Indelen bedrijfsfuncties’

Stap

Actie

Hulpmiddel

Resultaat

1

Vastleggen functie-inhoud bedrijfsfunctie

– vragenlijst (bijlage in deel 4)

– referentiefunctie(s) als voorbeeld

Bedrijfseigen functiedocument

2

Selecteren referentiefunctie(s)

– referentieraster

– zoekregister

– referentiefunctie(s)

– ORBA®-indelingsformulier

1 of 2 voor vergelijking geschikte referentiefunctie(s)

3

Vergelijken bedrijfsfunctie met referentie(s)

(‘Plussen’ en ‘minnen’)

– referentiefunctie(s)

– NOK’s en toelichting op afdeling*

– ORBA®-indelingsformulier

Inhoudelijke verschillen tussen bedrijfsfunctie en referentie(s) zijn bekend

4

Wegen van de verschillen

(Afweging op ORBA®-kenmerken)

– toelichting ORBA®-methode

– functierangschikkingslijst (ORBA®-scores van de referentiefuncties)

– referentiefuncties en NOK’s

– ORBA®-indelingsformulier

Verschillen zijn beoordeeld (gewogen) naar zwaarte/belang

5

Indelingsbeslissing (functiegroepindeling)

– referentieraster

– interne functierangorde (niveauverhoudingen)

– ORBA®-indelingsformulier

De functiegroepindeling van de bedrijfsfunctie is gemotiveerd en vastgelegd op een indelingsformulier.

6

Communicatie indelingsbeslissing

 

De indelingsbeslissing is gecommuniceerd naar de betreffende functiehouder(s).

Indelingsadvies

De referentiefuncties in het functiehandboek zijn zorgvuldig gekozen. Naar verwachting zullen de meeste bedrijfsfuncties goed te vergelijken zijn met 1 of 2 van de referentiefuncties uit het handboek. Slechts een zeer beperkt aantal bedrijfsfuncties zal moeilijk of niet te vergelijken zijn met een referentiefunctie en zal daardoor tot een indelingsprobleem leiden. In die situatie is het voor de werkgever raadzaam om advies in te winnen bij GroentenFruit Huis of AWVN (zie adreslijst).

Gezien het grote belang van een verantwoorde en zorgvuldige indeling in de salarisschalen wordt sterk aanbevolen tijdig een beroep te doen op deze mogelijkheid tot extern advies.

2.4 Onderhoud van de indelingen in bedrijven

Functies kunnen uiteraard wijzigen. Indien dit duidelijke wijzigingen zijn, moeten functies opnieuw ingedeeld worden. Het initiatief gaat hierbij uit van de werkgever. Uiteraard kan de werknemer ook verzoeken om een nieuwe indeling.

2.5 Bezwaar en beroep

De werknemer heeft het recht om bezwaar of beroep aan te tekenen tegen de resultaten van het door zijn werkgever genomen indelingsbesluit. De hierop betrekking hebbende procedure bestaat uit een 2 onderdelen of fasen.

  • 1. de interne behandeling van het bezwaar (bezwaarfase)

  • 2. de externe behandeling van het bezwaar (beroepsfase)

Voor m.n. de grotúere bedrijven is het raadzaam een interne bezwaarcommissie in te stellen voor het behandelen van bezwaren. Dit kan ook een ad-hoccommissie zijn. Zo’n commissie is paritair samengesteld en heeft uitsluitend als doel het bewaken en toetsen van de procedurele voortgang.

De commissie is niet gerechtigd tot het nemen van indelingsbesluiten of het geven van indelingsadviezen. De werkgever is verantwoordelijk voor de indelingsbesluiten en de afwikkeling van bezwaar- en beroep.

Een werknemer heeft het recht om bezwaar en beroep aan te tekenen tegen het door de werkgever genomen indelingsbesluit. Bezwaar en beroep zijn mogelijk als de werknemer van mening is dat zijn functie niet of (bij functiewijziging) niet meer juist is beschreven en ingedeeld.

De hierop betrekking hebbende procedure bestaat uit 2 onderdelen of fasen:

  • bezwaarfase (bij de eigen werkgever)

  • beroepsfase (bij de Vaste Commissie van de cao).

Bezwaarfase

Voordat een werknemer bezwaar aantekent, dient hij eerst in goed overleg met zijn werkgever te trachten tot een oplossing van het geschil te komen. Deze stap kangelijktijdig met het (schriftelijk) indienen van het bezwaar plaatsvinden. Als het intern overleg voor de werknemer tot een aanvaardbare oplossing leidt kan de werknemer het bezwaar alsnog intrekken. De werknemer moet zijn bezwaar binnen 30 dagen na bekendmaking van het indelingsbesluit schriftelijk indienen bij de werkgever. Op zijn beurt moet de werkgever binnen 30 dagen na ontvangst van het bezwaar, schriftelijk uitspraak doen of de oorspronkelijk indeling wordt gehandhaafd of gewijzigd.

Als de werkgever niet binnen de termijn van 30 dagen schriftelijk uitspraak doet, mag de werknemer dit opvatten als een afwijzing. Dit geeft de werknemer dan het recht om gebruik te maken van de beroepsfase.

Beroepsfase

Als de bezwaarfase voor de werknemer geen bevredigende oplossing oplevert, kan hij beroep instellen bij de Vaste Commissie van de cao. Deze beroepsmogelijkheid geldt zowel voor georganiseerde als niet georganiseerde werknemers. De Vaste Commissie bestaat uit 6 leden: 3 leden zijn benoemd door de werkgeversorganisatie en 3 zijn benoemd door de werknemersorganisaties die betrokken zijn bij de cao.

Een beroepschrift moet binnen 15 dagen na de interne behandeling van het ‘bezwaar’ schriftelijk zijn aangemeld bij de Vaste Commissie van de cao.

Indien de werkgever niet binnen de in de bezwaarfase genoemde termijn van 30 dagen uitspraak heeft gedaan, moet een beroepschrift binnen 15 dagen na de laatste dag van die termijn zijn aangemeld.

De Vaste Commissie van de cao zal vervolgens aan de indiener van het beroep en diens werkgever verzoeken om de volgende stukken:

  • de inhoud van de functie waarop het beroep betrekking heeft (ingevuld ORBA®-vragenformulier of functieomschrijving, beide voor akkoord ondertekend door zowel functievervuller als werkgever)

  • het indelingsformulier waarmee de werkgever het indelingsbesluit aan de werknemer heeft medegedeeld

  • de schriftelijke uitspraak van de werkgever uit de bezwaarfase

  • een schriftelijke motivering van de werknemer waarom hij beroep aantekent tegen de indeling van zijn functie.

De Vaste Commissie van de cao beoordeelt in hoeverre het voorgelegde beroep ontvankelijk is. Met andere woorden, heeft het beroep daadwerkelijk betrekking op een indelingsgeschil of spelen er andere zaken die niets met het indelen van de functie te maken hebben? Als de Vaste Commissie Van de cao het beroep in behandeling neemt, laat zij zich bijstaan door functiewaarderingsdeskundigen van werkgevers en werknemersorganisaties. Een unaniem advies van deze deskundigen zal door de Vaste Commissie van de cao overgenomen worden. De Vaste Commissie van de cao en/of de functiewaarderingsdeskundigen kunnen besluiten om de betrokken partijen bij de behandeling van het beroep uit te nodigen voor een mondelinge toelichting. De Vaste

Commissie van de cao doet binnen een termijn van maximaal 3 maanden na ontvangst van het beroep uitspraak.

Zie hierna: Schema bezwaar en beroepsprocedure

Schema Bezwaar- en beroepsprocedure

Schema Bezwaar- en beroepsprocedure

Deel 3 Referentiemateriaal Groothandel Groenten en Fruit

3.1 Functieniveau informatie

a. Functielijst

01. Productie

Functienummer

Functienaam

01.01

Productiemedewerker A

01.02

Operator Productie B

01.03

Rijper

01.04

Teamleider Productie B

2. Logistiek

Functienummer

Functienaam

02.01

Logistiek Medewerker B

02.02

Chauffeur Nationaal

02.03

Chauffeur Internationaal

02.04

Medewerker Bedrijfsbureau

02.05

Planner Distributie en Transport

02.06

Productieplanner

02.07

Personeelsplanner

02.08

Voorman Logistiek B

02.09

Teamleider Logistiek B

02.10

Declarant

3. Commercie

Functienummer

Functienaam

03.01

Medewerker Customer Services

03.02

Verkoper B

03.03

Inkoper B

03.04

Communicatieadviseur

03.05

Medewerker Marketing

03.06

Productontwikkelaar

04. Administratie

Functienummer

Functienaam

04.01

Medewerker Administratie B

04.02

Administrateur

04.03

Salarisadministrateur

05. IT

Functienummer

Functienaam

05.01

Systeembeheerder

05.02

Medewerker IT-Support

06. Facility

Functienummer

Functienaam

06.01

Schoonmaker

06.02

Medewerker Kantine

06.03

Medewerker Facility

06.04

Teamleider Facility

07. Kwaliteit Arbo Milieu (KAM)

Functienummer

Functienaam

07.01

Medewerker Kwaliteit B

07.02

Kwaliteitsfunctionaris

07.03

Keurmeester

08. Ondersteuning

Functienummer

Functienaam

08.01

Managementassistent

08.02

Directiesecretaresse

08.03

Telefonist/Receptionist

09. Techniek

Functienummer

Functienaam

09.01

Monteur

09.02

Voorman Techniek

09.03

Hoofd Technische Dienst

10. Human Resources (HR)

Functienummer

Functienaam

10.01

Medewerker HR

10.02

HR Adviseur B

b. Functierangschikkingslijst

Functienummer

Functienaam

ORBA

01.01

Productiemedewerker A

37

06.01

Schoonmaker

44

06.02

Medewerker Kantine

53

02.01

Logistiek Medewerker B

63

01.02

Operator Productie B

75

08.03

Telefonist/Receptionist

78

02.02

Chauffeur Nationaal

93

06.03

Medewerker Facility

95

02.04

Medewerker Bedrijfsbureau

98

02.03

Chauffeur Internationaal

113

02.08

Voorman Logistiek B

120

05.02

Medewerker IT-Support

120

03.01

Medewerker Customer Services

121

08.01

Managementassistent

121

07.03

Keurmeester

122

01.03

Rijper

123

04.01

Medewerker Administratie B

123

07.01

Medewerker Kwaliteit B

123

02.07

Personeelsplanner

126

09.01

Monteur

126

03.05

Medewerker Marketing

128

02.10

Declarant

132

10.01

Medewerker HR

136

02.05

Planner Distributie en Transport

138

09.02

Voorman Techniek

141

01.04

Teamleider Productie B

144

02.06

Productieplanner

144

02.09

Teamleider Logistiek B

148

04.02

Administrateur

160

08.02

Directiesecretaresse

162

06.04

Teamleider Facility

163

04.03

Salarisadministrateur

172

10.02

HR Adviseur B

176

05.01

Systeembeheerder

177

03.06

Productontwikkelaar

181

03.02

Verkoper B

182

03.04

Communicatieadviseur

183

07.02

Kwaliteitsfunctionaris

183

09.03

Hoofd Technische Dienst

187

03.03

Inkoper B

188

c. Overzicht functieprofielen

01 Productie

Nummer

Functienaam

Score1

BIJDR

BESL

BEKW

BEZW

01.01

Productiemedewerker A

36,5

5

4

12,5

15

01.02

Operator Productie B

74,5

20,5

19

23

12

01.03

Rijper

123

38

37

38

10

01.04

Teamleider Productie B

143,5

56,5

46

37

4

X Noot
1

Totaalscores met halve punten zijn naar boven afgerond.

02 Logistiek

Nummer

Functienaam

Score1

BIJDR

BESL

BEKW

BEZW

02.01

Logistiek Medewerker B

63

14

14

23

12

02.02

Chauffeur Nationaal

93

33

23

28,5

8,5

02.03

Chauffeur Internationaal

112,5

37

30

35,5

10

02.04

Medewerker Bedrijfsbureau

98

28

30

37

3

02.05

Planner Distributie en Transport

138

47

46

41,5

3,5

02.06

Productieplanner

144

46

51

43,5

3,5

02.07

Personeelsplanner

125,5

46

41

36

2,5

02.08

Voorman Logistiek B

120

42

37

36

5

02.09

Teamleider Logistiek B

148

63

46

37

2

02.10

Declarant

132

42

46

42

2

X Noot
1

Totaalscores met halve punten zijn naar boven afgerond.

03 Commercie

Nummer

Functienaam

Score1

BIJDR

BESL

BEKW

BEZW

03.01

Medewerker Customer Services

121

41

37

41

2

03.02

Verkoper B

182

59

61

62

0

03.03

Inkoper B

188

63

61

64

0

03.04

Communicatieadviseur

183

57

61

65

0

03.05

Medewerker Marketing

128

40

41

45

2

03.06

Productontwikkelaar

181

63

61

57

0

X Noot
1

Totaalscores met halve punten zijn naar boven afgerond.

04 Administratie

Nummer

Functienaam

Score1

BIJDR

BESL

BEKW

BEZW

04.01

Medewerker Administratie B

123

41

41

40

1

04.02

Administrateur

160

50

61

48

1

04.03

Salarisadministrateur

172

58

61

52

1

X Noot
1

Totaalscores met halve punten zijn naar boven afgerond.

05 IT

Nummer

Functienaam

Score1

BIJDR

BESL

BEKW

BEZW

05.01

Systeembeheerder

177

65

61

50

1

05.02

Medewerker IT-Support

119,5

40

37

40

2,5

X Noot
1

Totaalscores met halve punten zijn naar boven afgerond.

06 Facility

Nummer

Functienaam

Score1

BIJDR

BESL

BEKW

BEZW

06.01

Schoonmaker

44

8,5

6,5

12,5

16,5

06.02

Medewerker Kantine

53

17,5

14

16

5,5

06.03

Medewerker Facility

94,5

24

26

33,5

11

06.04

Teamleider Facility

162,5

61,5

56

45

0

X Noot
1

Totaalscores met halve punten zijn naar boven afgerond.

07 KAM

Nummer

Functienaam

Score1

BIJDR

BESL

BEKW

BEZW

07.01

Medewerker Kwaliteit B

123

40

33

40

10

07.02

Kwaliteitsfunctionaris

183

64

61

58

0

07.03

Keurmeester

122

43

37

36

6

X Noot
1

Totaalscores met halve punten zijn naar boven afgerond.

08 Ondersteuning

Nummer

Functienaam

Score1

BIJDR

BESL

BEKW

BEZW

08.01

Managementassistent

123

37

37

47

2

08.02

Directiesecretaresse

162

53

51

57

1

08.03

Telefonist/Receptionist

77,5

21

19

35

2,5

X Noot
1

Totaalscores met halve punten zijn naar boven afgerond.

09 Techniek

Nummer

Functienaam

Score1

BIJDR

BESL

BEKW

BEZW

09.01

Monteur

125,5

34

37

41,5

13

09.02

Voorman Techniek

142

42

41

49

10

09.03

Hoofd Technische Dienst

187

68,5

67

50

1,5

X Noot
1

Totaalscores met halve punten zijn naar boven afgerond.

10 HR

Nummer

Functienaam

Score1

BIJDR

BESL

BEKW

BEZW

10.01

Medewerker HR

136

41

41

53

1

10.02

HR Adviseur B

176

61

61

54

0

BIJDR = verwachte bijdrage

BESL = functionele beslissingen

BEKW = vereiste bekwaamheden

BEZW = werkgerelateerde bezwaren

X Noot
1

Totaalscores met halve punten zijn naar boven afgerond.

d. Referentieraster

Discipline

Functiegroep

01 Productie

02 Logistiek

03 Commercie

04 Administratie

05 IT

06 Facility

07 KAM

08 Ondersteuning

09 Techniek

10 HR

I

190 – 214,5

         

H

170 – 189,5

   

03.02 – Verkoper B 185

03.03 – Inkoper B 188

03.06 – Productontwikkelaar 181

03.04 – Communicatieadviseur 183

04.03 – Salarisadministrateur 172

05.01 – Systeembeheerder 177

07.02 – Kwaliteitsfunctionaris 183

09.03 – Hoofd Technische Dienst 187

10.02 – HR Adviseur B 176

G

150 – 169,5

     

04.02 – Administrateur 160

06.04 – Teamleider Facility 163

08.02 – Directiesecretaresse 162

F

130 – 149,5

01.04 – Teamleider Productie B 144

02.09 – Teamleider Logistiek B 148

02.06 – Productieplanner 144

02.05 – Planner Distributie en Transport 138

02.10 – Declarant 132

   

09.02 – Voorman Techniek 142

10.01 – Medewerker HR 136

E

110 – 129,5

01.03 – Rijper 123

02.08 – Voorman Logistiek B 120

02.03 – Chauffeur Internationaal 113

02.07 – Personeelsplanner 126

03.01 – Medewerker Customer Services 121

03.05 – Medewerker Marketing 128

04.01 – Medewerker Administratie B 123

05.02 – Medewerker IT-Support 120

07.01 – Medewerker Kwaliteit B 123

07.03 – Keurmeester 122

08.01 – Managementassistent 123

09.01 – Monteur 126

D

90 – 109,5

 

02.02 – Chauffeur Nationaal 93

02.04 – Medewerker Bedrijfsbureau 98

 

06.03 – Medewerker Facility 95

 

C

70 – 89,5

01.02 – Operator Productie B 75

     

08.03 – Telefonist/Receptionist 78

B

50 – 69,5

 

02.01 – Logistiek Medewerker B 63

 

06.02 – Medewerker Kantine 53

 

A

0 – 49,5

01.01 – Productiemedewerker A 37

   

06.01 – Schoonmaker 44

 

e. Overzicht alternatieve functienamen

Hieronder een overzicht van de referentiefuncties met daarnaast de binnen de sector eveneens gangbare en gehanteerde functienamen.

NB: Dit overzicht is geenszins uitputtend, en slechts bedoeld als hulpmiddel. Binnen uw organisatie kunnen ook andere functienamen worden gebruikt.

NB: Lees altijd de gehele beschrijving van de referentiefunctie om te bepalen of deze voor uw vergelijking bruikbaar is.

F-nr.

Referentiefunctie

Discipline

Alternatieve functienaam

01.01

Productiemedewerker AB (incl. NOK-matrix)

Productie

– Sorteerband Lezer

– Medewerker Verpakkingsafdeling

– Medewerker Verpakkingslijn

– Medewerker Snijafdeling

– Bandleidster

– Inpakker

01.02

Operator Productie ABC

(incl. NOK-matrix)

Productie

– Machine-Operator

– Machinebediener

– Processing Operator

01.03

Rijper

Productie

– Teeltspecialist

– Keurder

– Keurmeester

– Kwaliteitsinspecteur

01.04

Teamleider Productie ABC (incl. NOK-matrix)

Productie

– Chef Productie

– Procesoperator

– Allround Operator

– (Shift) Supervisor

– Teeltchef

02.01

Logistiek Medewerker ABC (incl. NOK-matrix)

Logistiek

– Medewerker Fustbeheer

– Orderpicker

– Heftruckchauffeur

– Warehousemedewerker

– Magazijnmedewerker

– Loods Medewerker

– Medewerker Transport

02.02

Chauffeur Nationaal

Logistiek

– Chauffeur Winkeldistributie

– Chauffeur Aanvoer/DC

– Chauffeur Binnenland

– Vrachtwagenchauffeur

02.03

Chauffeur Internationaal

Logistiek

– Chauffeur

– Vrachtwagenchauffeur

02.04

Medewerker Bedrijfsbureau

Logistiek

– Medewerker Productieadministratie

– Medewerker Verkoopbinnendienst

– Binnendienst Medewerker

– Medewerker Order- en Verkoopadministratie

02.05

Planner Distributie en Transport

Logistiek

– Transport Planner

– Expediënt

02.06

Productieplanner

Logistiek

– Planner

– Supply Chain Planner

02.07

Personeelsplanner

Logistiek

– Planner Inleen

– Planner Arbeid

02.08

Voorman Logistiek AB

(incl. NOK-matrix)

Logistiek

– Meewerkend Voorman Logistiek

– Magazijnbeheerder

– Supervisor Warehouse

– Voorman Loods

02.09

Teamleider Logistiek AB

(incl. NOK-matrix)

Logistiek

– Loodschef

– Chef Magazijn/Expeditie

– Hoofd Logistiek

– Teamleider Loods

02.10

Declarant

Logistiek

– Medewerker Douane (Administratie)

– Administratief Medewerker Expeditie

03.01

Medewerker Customer Services

Commercie

– Medewerker Verkoopadministratie

– Medewerker Verkoopbinnendienst

– Medewerker Telefonisch Verkoop

– Medewerker Customer Care

03.02

Verkoper ABC

(incl. NOK-matrix)

Commercie

– Verkoopadviseur

– Accountmanager

– Relatiebeheerder

– Sales Manager

– Medewerker Buitendienst

– Winkelbegeleider

– E-Commerce Medewerker

– Junior Verkoper

03.03

Inkoper

(incl. NOK-matrix)

Commercie

– Inkoper Binnenland

– Inkoper Binnen/Buitenland

– Junior Inkoper

03.04

Communicatieadviseur

Commercie

– Medewerker Marketing Communicatie

– Medewerker Communicatie

– Medewerker PR

03.05

Medewerker Marketing

Commercie

– Marketingadviseur

– Marketingassistent

03.06

Productontwikkelaar

Commercie

– Medewerker Productontwikkeling

– Culinair Ontwikkelaar

– Medewerker Innovatie

04.01

Medewerker Administratie ABCD (incl. NOK-matrix)

Administratie

– Medewerker Boekhouding

– Medewerker Crediteuren/Debiteuren

– Medewerker Salarisadministratie

– Medewerker Financiële Administratie

04.01

Administrateur

Administratie

– Boekhouder

– Leidinggevende Financiële Administratie

– (Assistent) Controller

04.03

Salarisadministrateur

Administratie

– Chef Salarisadministratie

– Medewerker Loonadministratie

05.01

Systeembeheerder

IT

– Netwerkbeheerder

05.02

Medewerker IT-support

IT

– Helpdeskmedewerker

06.01

Schoonmaker

Facility

– Medewerker Schoonmaak

– Medewerker Huishoudelijke Dienst

06.02

Medewerker Kantine

Facility

– Kantinemedewerker

– Medewerker Keuken

– Medewerker Huishoudelijke Dienst

06.03

Medewerker Facility

Facility

– Gebouwenbeheerder

– Medewerker Gebouwen

– Medewerker Huishoudelijke Dienst

06.04

Teamleider Facility

Facility

– Facilitair Manager

– Hoofd Huishoudelijke Dienst

07.01

Medewerker Kwaliteit ABC (incl. NOK-matrix)

KAM

– Medewerker Kwaliteitszorg

– Medewerker QC

– Keurder

– Medewerker QA

– Kwaliteitsinspecteur

– Auditor

07.02

Kwaliteitsfunctionaris

KAM

– Auditor

– QA Specialist

– Kam Coördinator

07.03

Keurmeester

KAM

– Keurder

– Kwaliteitsinspecteur

– Kwaliteitsmedewerker

08.01

Managementassistent

Ondersteuning

– (Afdelings-) Secretaresse

– Secretarieel Medewerker

– Office Medewerker

08.02

Directiesecretaresse

Ondersteuning

– Managementsecretaresse

– Officemanager

08.03

Telefonist/Receptionist

Ondersteuning

– Receptionist(e)

– Administratief Medewerker Verkoop

– Medewerker Kantoor/Administratie

09.01

Monteur

Techniek

– Onderhoudsmonteur

– Storingsmonteur

– Medewerker Technische Dienst

– Medewerker Werkplaats

– Technician

09.02

Voorman Techniek

Techniek

– Allround Onderhoudsmonteur

– 1e Monteur

09.03

Hoofd Technische Dienst

Techniek

– Teamleider Onderhoud

– Teamleider Werkplaats

10.01

Medewerker HR

HR

– Medewerker P&O

– HR Assistant

10.02

HR Adviseur AB

(incl. NOK-matrix)

HR

– Personeelsfunctionaris

– Personeelsconsulent

3.2 Functies en NOK’s

Functie

Discipline

Productiemedewerker A

Productie

01.01

Functiecontext

De functie is gesitueerd binnen een productie- of verpakafdeling. Er wordt gewerkt aan 1 of enkele productie- of paklijnen. Het betreft m.n. handmatige werkzaamheden. De functie maakt deel uit van een reeks in de vorm van een NOK (Niveau Onderscheidende Kenmerken).

Positie in de organisatie

Rapporteert aan Teamleider

Geeft leiding aan niet van toepassing

Functiedoel

Uitvoeren van handmatige werkzaamheden aan enkele productie- of paklijnen.

Resultaatverwachting

Resultaatgebieden

Kernactiviteiten

Resultaatcriteria

Uitgevoerde productie

bevoorraden van machines, banden, lijnen

uitvoeren van een deel van de handmatige werkzaamheden w.o. ontvangen, sorteren, vullen, snijden, wassen, centrifugeren, mengen, wegen, portioneren, samenstellen, deponeren

handmatig in-/om-/verpakken en in juiste positie aanbrengen van etiketten

controleren producten en verwijderen slechte kwaliteit

signaleren van verstoringen en assisteren bij het oplossen

gereedzetten van verpakt product, palletiseren

uitwisselen van informatie met collega’s en leidinggevende

tijdige bevoorrading

kwaliteit en efficiency van werk

juiste controle

tijdige melding verstoring

juiste en tijdige informatie-uitwisseling

Productie-informatie

registreren van productiegegevens

tijdige en juiste registratie

Verantwoord functioneren

naleven van bedrijfsvoorschriften en procedures o.h.g.v. veiligheid en milieu en orde en netheid

schoonhouden van werkomgeving afwijkingen

signaleren en melden van onveilige situaties

naleving voorschriften

tijdige melding afwijkingen

Werkgerelateerde bezwaren

Uitoefenen van kracht hanteren en verplaatsen van producten.

Werken in staande licht gebogen houding. Afwisselend bukken bij afnemen en stapelwerk.

Hinder van machinelawaai, kortcyclisch en monotoon werk. Werken in tempo van de lopende band.

Kans op (hand) letsel door beknellen, snijden en vertillen.

Niveau Onderscheidende Kenmerken (NOK) Productiemedewerker

Doel: Uitvoeren van handmatige werkzaamheden aan productie- of in-/verpaklijnen.

Niveau

Kenmerk

Typering A

Typering B

Algemeen

enkelvoudige handmatige handelingen, repeterend

enkele productie- of paklijnen

diverse enkelvoudige en/of samengestelde handmatige handelingen

inzetbaar op alle productie- of paklijnen

+ coördinatierol aan een standalone band/lijn met kleinere volumes (kleinpak-, snij-, wasmachines)

handmatige werkzaamheden in de productie omvatten ontvangst, sorteren, vullen, snijden, mengen, wassen, centrifugeren, wegen, portioneren, samenstellen, deponeren

Productiewerkzaamheden

uitvoeren van een deel van de handmatige werkzaamheden

bevoorraden van machines, banden, lijnen

handmatig in-/om-/verpakken en in juiste positie aanbrengen van etiketten

gereedzetten van verpakt product, palletiseren

controleren producten en verwijderen slechte kwaliteit

signaleren van verstoringen en assisteren bij het oplossen

uitvoeren van alle voorkomende handmatige werkzaamheden

bevoorraden van machines, banden, lijnen

handmatig in/om/verpakken en in juiste positie aanbrengen van etiketten

gereedzetten van verpakt product, palletiseren

controleren producten en verwijderen slechte kwaliteit

signaleren en oplossen van verstoringen

+ controleren van de werkzaamheden aan de band, operationeel aansturen van werkzaamheden van enkele medewerkers, band-/

lijnverantwoordelijke

Productie-informatie

registreren van productiegegevens

registreren, controleren en corrigeren van productiegegevens

Optimalisatie

niet van toepassing

doen van suggesties ten aanzien optimalisatie van werkprocessen

Nageleefde voorschriften

naleven van bedrijfsvoorschriften en procedures o.h.g.v. veiligheid en milieu en orde en netheid

schoonhouden van werkomgeving

signaleren en melden van onveilige situaties

naleven van bedrijfsvoorschriften en procedures o.h.g.v. veiligheid en milieu en orde en netheid

(laten) schoonhouden van werkomgeving

signaleren, melden en oplossen van onveilige situaties

Kaders

werkt onder directe aansturing en voert werkzaamheden strikt volgens de opdracht uit

werkt zelfstandig en handelt foutmeldingen en verschillen af. Leiding is bereikbaar

Communicatie

uitwisselen van informatie met collega’s en leidinggevende

geven van uitleg en instructies aan medewerkers

overleggen met leidinggevende over uitvoering, voortgang, afwijkingen

Referentiefunctie

Productiemedewerker A

 

In een NOK/functiereeks worden alleen de onderscheidende kenmerken beschreven, zodat de niveauverschillen in deze reeks herkenbaar worden. Het hogere niveau veronderstelt tevens beheersing en/of uitvoering van het voorgaande niveau.

Functie

Discipline

Operator Productie B

Productie

01.02

Functiecontext

De functie is gesitueerd binnen een productie of verpakafdeling. Er wordt gewerkt aan meerdere productie- of paklijnen. Productie kenmerkt zich door grote volumes (bulk). Productieproces kent meerdere bewerkingen, zoals wassen, drogen, mengen. De functie maakt deel uit van een reeks in de vorm van een NOK (Niveau Onderscheidende Kenmerken), waarbij 3 opeenvolgende functieniveaus nader is uitgewerkt.

Positie in de organisatie

Rapporteert aan Teamleider

Geeft leiding aan 3-5 medewerkers (functioneel)

Functiedoel

Voorbereiden, monitoren en bijsturen van de uitvoering van productie- of verpakprocessen.

Resultaatverwachting

Resultaatgebieden

Kernactiviteiten

Resultaatcriteria

Voorbereide productie

afstemmen over planning en productie-uitvoering met leidinggevende en interne organisatie

zorgen voor voldoende materiaal

verdelen van werkplekken aan de lijn en toelichten van werkzaamheden

overdragen van werkzaamheden bij wisseling van diensten

tijdige aanwezigheid materiaal

beperkte vertragingen

juiste werkplekkenverdeling

juiste en tijdige communicatie en informatie-uitwisseling

Uitgevoerde productie

starten van productie of verpakproces, in- en bijstellen van machines

bewaken van het procesvoortgang en -verloop, (laten) uitvoeren van periodieke controles en bijsturen van evt. verstoringen

geven van instructies aan medewerkers aan de lijn, signaleren en bijsturen van foutief handelen

ondersteunen bij het oplossen van verstoringen met impact op andere deelprocessen

productie conform normen

beperkt productieverlies

voorkomen afwijkingen van specificaties

tijdig en juist oplossen van verstoringen

Productie-informatie

registreren van productie- en controlegegevens

registreren van mensen, middelen, materiaal

controleren van afsluiting orders

juiste, complete en tijdige informatie

kwaliteit en bruikbaarheid van registraties

mate waarin orders volledig zijn afgesloten in systeem

Werkende lijnen

oplossen van kleine technische verstoringen en melden van grotere afwijkingen aan leidinggevende en technische dienst

tijdige en juiste oplossing van verstoringen

tijdig inschakelen technische dienst

Optimalisatie

bijdragen aan het optimaliseren van productie of verpakprocessen

doen van suggesties t.a.v. verbeteringen en besparingen

meewerken in projecten

kwaliteit van bijdrage

doelmatige suggesties

Verantwoord functioneren

naleven van bedrijfsvoorschriften en procedures o.h.g.v. veiligheid en milieu en orde en netheid

ingrijpen bij onveilige situaties conform procedures

naleving voorschriften

tijdig en juist ingrijpen

Werkgerelateerde bezwaren

Uitoefenen van kracht hanteren en verplaatsen van producten en verpakkingsmiddelen, ombouwwerkzaamheden, het verhelpen van storingen.

Inspannende houdingen bij veel lopen, staand werk, werken in staande licht gebogen houding.

Hinder van machinelawaai. Werken in tempo van de lopende machines. Dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen.

Kans op (hand) letsel door beknellen, uitglijden, snijden en vertillen.

Niveau Onderscheidende Kenmerken (NOK) Operator Productie

Doel: Voorbereiden, monitoren en bijsturen van de uitvoering van productie- en of verpakprocessen.

Niveau

Kenmerk

Typering A

Typering B

Typering C

Algemeen

1 productie- of paklijn

op zichzelf staande machines/lijnen

beperkte (handmatige) productbewerkingen

productie-uitvoering

inzetbaar op meerdere productie of paklijnen

op zichzelf staande (volume) lijnen en/of gecombineerde kleinere lijnen

enkele productbewerkingen

productievoorbereiding en uitvoering

lijnverantwoordelijke en/of werkcoördinatie

grote volumes

inzetbaar op meerdere lijnen, zowel productie- als paklijnen

geïntegreerde (volume)lijnen

diverse productbewerkingen

voorbereiding, coördinatie en uitvoering

en/of operationele aansturing productie- of paklijnen

grote volumes, batchgewijs

Voorbereide en uitgevoerde productie

– instellen machines op de juiste waarden en evt. proefdraaien

– verwerken orders volgens schema, starten van installaties

– uitvoeren van periodieke controles aan proces en product

– signaleren van afwijkingen en na overleg oplossen

– aanpassen/bijstellen van instellingen

– controleren van de machine op juist functioneren

overleggen over planning en productie-uitvoering met leidinggevende en interne organisatie

zorgen voor voldoende materiaal

verdelen van werkplekken aan de lijn en toelichten van werkzaamheden

starten van productie of verpakproces, in- en bijstellen van machines

bewaken van het procesvoortgang en -verloop, (laten) uitvoeren van periodieke controles en bijsturen van evt. verstoringen

geven van instructies aan medewerkers aan de lijn, signaleren en bijsturen van foutief handelen

ondersteunen bij het oplossen van verstoringen met impact op andere deelprocessen

bewaken van voorraadstroom producten en materialen, oplossen van afwijkingen

monitoren en bijsturen van productie en/of verpakprocessen, starten en stoppen van processen

verdelen van werkzaamheden over machines en mensen, inzetten van medewerkers op andere lijnen, intern afstemmen

operationeel aansturen van ca. 5-10 medewerkers

bewaken en bijsturen van werkzaamheden conform procedures, afstemmen op andere deelprocessen

lopen van inspectieronden, ingrijpen bij verstoringen

overdragen van kennis en coachen van medewerkers

Productie-informatie

registreren van productiegegevens

registreren van productie- en controlegegevens

registreren van mensen, middelen, materiaal

zorgen voor registratie van productie en kwaliteitsgegevens

Werkende lijnen

uitvoeren van dagelijks onderhoud, melden van afwijkingen aan leidinggevende

oplossen van kleine technische verstoringen en melden van grotere afwijkingen aan leidinggevende en technische dienst

zorgen voor een optimale werking van machines conform de vereiste waarden

(laten) uitvoeren van dagelijks onderhoud en oplossen van technische verstoringen i.o.m. technische dienst

Procesoptimalisatie

niet van toepassing

doen van suggesties t.a.v. verbeteringen en besparingen

meewerken in projecten

onderzoeken van mogelijke verbeteringen en besparingen in productie en/of verpakprocessen en doen van voorstellen aan leidinggevende

optreden als projectleider in kleinschalige projecten

Verantwoord functioneren

naleven van bedrijfsvoorschriften en procedures o.h.g.v. veiligheid en milieu en orde en netheid

schoonhouden werkomgeving

signaleren en melden van onveilige situaties

naleven van bedrijfsvoorschriften en procedures o.h.g.v. veiligheid en milieu en orde en netheid

(laten) schoonhouden werkomgeving

ingrijpen bij onveilige situaties

toezien op naleving van bedrijfsvoorschriften en procedures o.h.g.v. veiligheid en milieu en orde en netheid

zorgen voor het schoonhouden werkomgeving

voorkomen van onveilige situaties

Kaders

werkt zelfstandig en handelt foutmeldingen en verschillen af. Leiding is bereikbaar

werkt zelfstandig en handelt zaken binnen duidelijk gestelde kaders af. Leiding is deels bereikbaar. Inzicht en ervaring vereist

werkt zelfstandig en handelt zaken binnen gestelde kaders af. Leiding is op afstand bereikbaar. Inzicht en ervaring vereist

Communicatie

uitwisselen van informatie met collega’s en leidinggevende

melden van storingen bij technische dienst

afstemmen over planning en productie-uitvoering met leidinggevende en interne organisatie

overleggen met technische dienst over verstoringen

instrueren van medewerkers

overdragen van werkzaamheden bij wisseling van diensten

overleggen met interne organisatie en leidinggevende over voorbereiding, uitvoering, voortgang en afwijkingen

toelichten van verbetervoorstellen

geven van uitleg en instructies aan medewerkers,

overdragen van kennis en coachen

Referentiefunctie

 

Operator Productie B

 

In een NOK/functiereeks worden alleen de onderscheidende kenmerken beschreven, zodat de niveauverschillen in deze reeks herkenbaar worden. Het hogere niveau veronderstelt tevens beheersing en/of uitvoering van het voorgaande niveau.

Functie

Discipline

Rijper

Productie

01.03

Functiecontext

De functie is gesitueerd in een onderneming gespecialiseerd in de import en afzet van groenten en fruit. Het betreft het rijproces van bestaande producten. De focus ligt op een bepaalde productgroep. De functie wordt vakinhoudelijk ondersteund door een leidinggevende en/of andere interne specialisten.

Positie in de organisatie

Rapporteert aan Leidinggevende productie of Leidinggevende logistiek of Hoofdrijper

Geeft leiding aan niet van toepassing

Functiedoel

Begeleiden en monitoren van rijpproces van diverse producten conform protocollen.

Resultaatverwachting

Resultaatgebieden

Kernactiviteiten

Resultaatcriteria

Voorbereiding

controleren van de rijpcellen conform procedures

(her)beoordelen van de rijpcel op grond van o.a. land van afkomst, omvang, hardheid, plukdatum, uiterlijke kenmerken

overleggen met leidinggevende over herindelen van rijpcellen

doelmatige indeling van rijpcellen

juiste en snelle beoordeling

Rijpingsproces

inregelen van rijpcellen, instellen van specificaties, evt. terug koelen van producten

monitoren van rijpingsproces, (tussentijds) keuren met standaardtesten

signaleren en oplossen van afwijkingen conform procedures en instructies

overleggen met leidinggevenden over voortgang en afwijkingen

laten keuren en vrijgeven van producten

laten verplaatsen van producten naar diverse locaties

bijdragen aan de optimalisatie van procedures m.b.t. rijpen, doen van suggesties aan leidinggevende

voldoende en tijdig gerede producten

volgens specificaties van rijpheidniveau, smaak en kwaliteit

tijdige ondernomen acties

adequate oplossing

Rijpcellen en materieel

bewaken van de werking van de rijpcellen/materieel, verrichten van klein onderhoud

informeren van leidinggevende en technische dienst over benodigde reparaties en/of technische aanpassingen in rijpcellen

juiste werking

tijdige en juiste uitvoering klein onderhoud

tijdig informeren

Informatie/registratie

uitwisselen van informatie met interne organisatie

registreren van bevindingen m.b.t. productkwaliteit

juiste en volledige registraties

tijdige en doelgerichte info-uitwisseling

Verantwoord functioneren

naleven van bedrijfsvoorschriften en procedures o.h.g.v. veiligheid en milieu en orde en netheid

signaleren en melden van onveilige situaties

naleving voorschriften

tijdige melding afwijkingen

Werkgerelateerde bezwaren

Krachtuitoefening bij het verplaatsen van colli en pallets.

Gedwongen houdingen bij het uit stellingen nemen en palletiseren van goederen en bij het werken met handtruck.

Hinder van temperatuurverschillen en lawaaiige werkomgeving.

Kan zich vertillen.

Functie

Discipline

Teamleider Productie B

Productie

01.04

Functiecontext

De functie is gesitueerd binnen een productie en/of verpakafdeling. De functie stuurt het productieproces waarbij sprake is van omvangrijke lijnen met 1 tot enkele productbewerkingen, standalone of geïntegreerde lijnen. De functie is productie en ploegverantwoordelijk. Kwaliteit, tijdige beschikbaarheid en voorkomen verlies zijn KPI’s. De functie maakt deel uit van een reeks in de vorm van een NOK (Niveau Onderscheidende Kenmerken).

Positie in de organisatie

Rapporteert aan Manager/Hoofd

Geeft leiding aan ca. 10-30 medewerkers

ca. 30 inhuur (functioneel)

Functiedoel

Zorgdragen voor de planning, voorbereiding en uitvoering van productieprocessen.

Resultaatverwachting

Resultaatgebieden

Kernactiviteiten

Resultaatcriteria

Gerealiseerde productie

zorgdragen voor de voorbereiding, planning en uitvoering van productieprocessen

zorgen voor effectieve inzet van machines en mensen

goedkeuren van personele planningen, coördineren en afstemmen van uitbesteding

adviseren over productievolgorde

leidinggeven aan medewerkers binnen een ploeg, verdelen van werkzaamheden, overdragen van kennis en inzichten

bewaken en bijsturen van processen, stellen van prioriteiten

nemen van gezamenlijke beslissingen i.s.m. interne afdelingen en overleggen met externen partijen

bespreken van problemen van organisatorische-, technische- of personele aard met leidinggevende

mate waarin beschikbare capaciteit optimaal wordt ingezet

doelmatige werkverdeling

voldaan aan productie- en productiviteitsnormen

procesbeheersing

min. productieverlies

doelmatige en tijdige communicatie

Productiemiddelen

zorgen voor effectieve inzet en beheer van productiemiddelen

realiseren van klein technisch onderhoud en oplossen van verstoringen, afstemmen met technische afdeling

optimale beheer productiemiddelen

onderhoud conform afspraken

beperkte downtime

Optimalisatie

zorgdragen voor efficiënte werkmethoden en procedures

adviseren over verbeteringen en opstellen van plannen en toelichten

leiden en implementeren van toegewezen procesoptimalisaties

kwaliteit werkmethodes en -instructies

bruikbaarheid van adviezen/inbreng

implementatie conform KPI’s

Leidinggeven

delegeren van taken en bevoegdheden en overdragen van kennis en inzichten

stimuleren en motiveren van medewerkers

voeren van performance development gesprekken

zorgen voor toepassing HR-beleid in aandachtsgebied

behandelen van personele aangelegenheden, zoals urenverantwoording, verlof, ziekteverzuim

organiseren van werkoverleggen

motivatie, inzetbaarheid van medewerkers

effectiviteit structuren

correcte toepassing HR-beleid

Administratie

zorgdragen voor de administratie van productie, controle- en kwaliteitsgegevens

borgen van orderafsluitingsproces

opstellen van standaardrapportages

volledige en juiste administratie

tijdige rapportage

Gehandhaafde voorschriften

toezien op het naleven van bedrijfsvoorschriften en procedures o.h.g.v. veiligheid en milieu

voorkomen van veiligheids- en milieu-issues

wijze waarop handhaving wordt gerealiseerd

minimale issues

Werkgerelateerde bezwaren

Incidenteel uitoefenen van kracht bij het uitvoeren van productiewerkzaamheden.

Hinder van geluid en warmte of kou.

Kans op letsel door uitglijden tijdens verblijf in productie en in aanraking komen met bewegende machinedelen.

Niveau Onderscheidende Kenmerken (NOK) Teamleider Productie

Doel: Zorgdragen voor de planning, voorbereiding en uitvoering van productieprocessen.

Niveau

Kenmerk

Typering A

Typering B

Typering C

Algemeen

inzetbaar op 1 of enkele deelprocessen

1 tot enkele productbewerkingen, vnl. op zichzelf staande lijnen

productieverantwoordelijk

lijn-niveau

licht uitvoerende component

aansturing tot 10 medewerkers

tot 20 fte inhuur door seizoensinvloeden

inzetbaar op meerdere deelprocessen

diverse productbewerkingen en/of omvangrijke lijnen met 1 tot enkele productbewerkingen, op zichzelf staande of geïntegreerde lijnen/zone

productie en ploegverantwoordelijk

proces-niveau

beperkte uitvoering

10-30 medewerkers

tot 30 fte inhuur door seizoensinvloeden

inzetbaar op gehele productieproces

diverse productbewerkingen en/of omvangrijke lijnen met meerdere productbewerkingen, geïntegreerde lijnen/meerdere zones

productie- en ploegoverstijgend verantwoordelijk

proces overstijgend-niveau

geen operationele uitvoering

30-50 medewerkers, ook indirecte aansturing

tot 50 fte inhuur door seizoensinvloeden

Productie

– zorgdragen voor voorbereiding en uitvoering van productieprocessen

– coördineren van productaanvoer

– regelen van inzet van machines en mensen

– opstellen van personele planningen

– bespreken van productieplanning en volgorde

– controleren en optimaliseren van processen

– afstemmen van planningen, uitvoering en voortgang met interne afdelingen

zorgdragen voor de voorbereiding, planning en uitvoering van productieprocessen

zorgen voor effectieve inzet van machines en mensen

goedkeuren van personele planningen

adviseren over productievolgorde

bewaken en bijsturen van processen

nemen van gezamenlijke beslissingen i.s.m. interne afdelingen en overleggen met externen partijen

realiseren van de voorbereiding, planning en uitvoering van productieprocessen

organiseren van efficiënte inzet van machines, mensen en middelen

goedkeuren van productieplanningen en monitoren van voortgang, bijsturen van processen

bepalen van productievolgorde

borgen van afgesproken resultaten, bijsturen waar nodig

afwegen van belangen, initiëren en nemen van beslissingen, komen tot compromis met verschillende interne afdelingen en externe partijen

Productiemiddelen

toezien op een juist gebruik en veilige inzet van de productielijnen

zorgen voor effectieve inzet en beheer van productiemiddelen

zorgdragen voor effectieve en efficiënte inzet en beheren van productiemiddelen, adviseren bij aanschaf en/of vervanging

Optimalisatie

zorgen voor efficiënte procedures en instructies

deelnemen aan en implementeren van procesoptimalisaties

leiden van kleinschalige procesoptimalisatie-projecten

zorgdragen voor efficiënte werkmethoden en procedures

adviseren over verbeteringen en opstellen van plannen en toelichten

leiden en implementeren van toegewezen procesoptimalisaties

optimaliseren van werkmethoden en procedures

initiëren van planvorming voor verbeteringen

leiden en implementeren van alle voorkomende procesoptimalisaties

Organisatorisch

– aansturen, coachen en ontwikkelen van medewerkers

– voorzitten van werkoverleggen

– toezien op het naleven van bedrijfsvoorschriften en procedures o.h.g.v. veiligheid en milieu

– zorgen voor administratie

delegeren van taken en bevoegdheden en overdragen van kennis en inzichten

organiseren van werkoverleggen

stimuleren en motiveren van medewerkers

handhaven van bedrijfsvoorschriften en procedures o.h.g.v. veiligheid en milieu

zorgdragen voor administratie

organiseren en begeleiden van coaching en ontwikkelingsprocessen

inrichten van overlegvormen

bevorderen van sociale klimaat in teams

zorgen voor veilige en milieuvriendelijke werkprocessen en -omgeving

realiseren van administratie, verantwoordingsrapportages naar management

Referentiefunctie

 

Teamleider Productie B

 

In een NOK/functiereeks worden alleen de onderscheidende kenmerken beschreven, zodat de niveauverschillen in deze reeks herkenbaar worden. Het hogere niveau veronderstelt tevens beheersing en/of uitvoering van het voorgaande niveau.

Functie

Discipline

Logistiek Medewerker B

Logistiek

02.01

Functiecontext

De functie is gesitueerd binnen een logistieke afdeling. De functie maakt deel uit van een reeks in de vorm van een NOK (Niveau Onderscheidende Kenmerken).

Positie in de organisatie

Rapporteert aan Teamleider

Voorman (operationeel)

Geeft leiding aan niet van toepassing

Functiedoel

Uitvoeren van de logistieke werkzaamheden w.o. laden, lossen, productverplaatsingen en samenstellen van klantorders.

Resultaatverwachting

Resultaatgebieden

Kernactiviteiten

Resultaatcriteria

Laden, lossen en productverplaatsingen

laden en lossen van vrachtwagens m.b.v. een (reach)heftruck

signaleren en oplossen van verstoringen conform procedures

(laten) overstapelen van goederen

controleren van ontvangsten a.d.h.v. vrachtdocumenten en signaleren van afwijkingen

bevoorraden van interne afdelingen met goederen en afvoeren naar logistieke ruimte

zorgen voor de aan- en afvoer van leeg fust

informeert leidinggevende over afwijkingen en gekozen oplossingen/correcties

snel- en juistheid van laden en lossen

tijdige aanwezigheid grondstoffen en hulpmaterialen

tijdige signalering en melding

werken conform instructies

fouten in gecontroleerde goederen

Opslag

opslaan van goederen op aangegeven locatie

aanbrengen van verplaatsingsstickers

gereedzetten van de goederen

scannen van goederen

transporteren en plaatsen van goederen op de locaties

registreren van gegevens

vindbaarheid van goederen

juistheid van registratie goederen

juistheid van fysieke positie van goederen in magazijn

Ordersamenstelling

verzamelen van juiste soorten en aantallen eenheden verpakt product en samenstellen van klantorders m.b.v. heftruck en/of door bediening van orderpick-machines

palletiseren van klantorders, omwikkelen en merken van pallets en deze voor verlading gereedzetten c.q. laden in vrachtwagens

uitwisselen van informatie met chauffeurs

correcte orderpicking en (uit)leveringen

beschadigingen aan goederen/slordige fouten

juiste informatie-uitwisseling

Voorraad

houden van voorraadtellingen

uitleveren van voorraad aan productie

juiste registratie/telling van voorraden

tijdige signalering van afwijkingen

Onderhoud

uitvoeren van gebruikersonderhoud aan materieel melden van afwijkingen aan leidinggevende

tijdig en juist onderhoud

tijdige melding

Verbeteringen

kan meedenken over verbeteringen in de dagelijkse praktijk

adequate bijdrage

Verantwoord functioneren

naleven van bedrijfsvoorschriften en procedures o.h.g.v. veiligheid en milieu en orde en netheid

schoonhouden van werkomgeving en afvoeren van afval

ondersteunen bij oplossen van onveilige situaties

meewerken in verbeteringsprojecten

naleving voorschriften

tijdige melding afwijkingen

adequate ondersteuning/projectbijdrage

Werkgerelateerde bezwaren

  • Krachtsuitoefening bij tillen, verplaatsen en overstapelen van goederen.

  • Eenzijdige houding bij het besturen van een (reach)heftruck en overstapelen van pallets.

  • Hinder van tocht en temperatuurverschillen bij verblijf in de logistieke ruimten en buitenterrein.

  • Kans op letsel beknelling, vertilling, vallende goederen, tijdens transportwerkzaamheden en bij verblijf in de logistieke ruimten.

Niveau Onderscheidende Kenmerken (NOK) Logistiek Medewerker

Doel: Uitvoeren van logistieke werkzaamheden.

Niveau

Kenmerk

Typering A

Typering B

Typering C

Algemeen

komt voor bij warehouses, loodsen, fust/emballage, koelhuizen

inzetbaar op 1 of enkele logistieke (deel)processen: aanvoer, opslag, orderpicking, om/verpakken, afvoer en interne logistiek

handmatige werkzaamheden en bedienen van rolcontainers, vnl. elektrische hand-/

heftruck en/of pompwagens

komt voor bij warehouses, loodsen, fust/emballage, koelhuizen

inzetbaar op meerdere logistieke (deel)processen: aanvoer, opslag, orderpicking, om/verpakken, afvoer en interne logistiek

zeer beperkte handmatige werkzaamheden

bedienen van (reach)heftruck en/of bedienen van orderpick-machine

komt m.n. voor in loodsen, fust/emballage, koelhuizen

inzetbaar op alle logistieke (deel)processen

grote variatie in logistieke activiteiten, veel logistieke bewegingen

verzorgt registratie van de goederenstromen

logistieke activiteiten omvatten: lossen, sorteren, opslaan, verzamelen, samenstellen, om-/verpakken, stapelen, palletiseren, laden en controles.

logistieke Medewerker I is opgebouwd uit 3 werktyperingen. De Logistiek Medewerker I wordt ingezet op 1 van de 3 hieronder genoemde typeringen.

Logistieke werkzaamheden

Werktypering 1:

lossen, controleren en opslaan van goederen en/of emballage

sorteren, stapelen, repareren, afvoeren van emballage

verladen van goederen en/of emballage

intern verplaatsen van goederen

uitvoeren van controles op uiterlijke kwaliteit, verwijderen van slecht goederen

laden, lossen en opslaan van goederen en verzorgen van goederenverplaatsingen

controleren van ontvangsten a.d.h.v. vrachtdocumenten en signaleren van afwijkingen

verzamelen van juiste soorten en aantallen eenheden verpakt goederen en samenstellen van klantorders m.b.v. (reach)heftruck of door machinebediening

palletiseren van klantorders en laden in vrachtwagens

controles op goederenniveau en documenten

verzorgen van in-, op- en uitslag van goederen

te woord staan van chauffeurs, toezien op een juiste, veilige en efficiënte belading

controleren en laten tekenen van vrachtdocumenten

verwerken en op transportstellen van (klant)orders

aan-/afvoeren van goederen naar locaties

efficiënt benutten van de beschikbare opslagruimte

stellen van prioriteiten in de afhandeling van transporten

administratief verwerken van goederenstromen

oplossen van problemen binnen bevoegdheden

inventariseren van de voorraden en uitzoeken van evt. verschillen

registreren van voorraadmutaties

of

Werktypering 2

verzamelen, samenstellen en verzendklaar maken van goederen

om-/verpakken, stapelen van kisten en dozen, aanbrengen van stickers, e.d., palletiseren van goederen

verladen van goederen en/of emballage

intern verplaatsen van goederen

uitvoeren van controles op uiterlijke kwaliteit, verwijderen van slecht goederen

of

Werktypering 3

verladen van goederen en/of emballage met (reach)heftruck

Onderhoud

uitvoeren van gebruikersonderhoud aan materieel melden van afwijkingen aan leidinggevende

uitvoeren van gebruikersonderhoud aan materieel melden van afwijkingen aan leidinggevende

oplossen kleine technische verstoringen na overleg

oplossen van kleine technische verstoringen en melden van grotere afwijkingen aan leidinggevende en technische dienst

Verbeteringen

niet van toepassing

kan meedenken over verbeteringen in de dagelijkse praktijk

meewerken in verbeteringsprojecten, inbrengen van expertise

Verantwoord functioneren

naleven van bedrijfsvoorschriften en procedures o.h.g.v. veiligheid en milieu en orde en netheid

schoonhouden van werkomgeving en afvoeren van afval

signaleren en melden van onveilige situaties

naleven van bedrijfsvoorschriften en procedures o.h.g.v. veiligheid en milieu en orde en netheid

schoonhouden van werkomgeving en afvoeren van afval

ondersteunen bij oplossen van onveilige situaties

naleven van bedrijfsvoorschriften en procedures o.h.g.v. veiligheid en milieu en orde en netheid

(laten) schoonhouden werkomgeving

oplossen van onveilige situaties

Kaders

werkt onder directe aansturing en voert werkzaamheden strikt volgens de opdracht uit

werkt zelfstandig en handelt foutmeldingen en verschillen af. Leiding is bereikbaar

werken zelfstandig en handelt zaken binnen duidelijk gestelde kaders af. Leiding is deels bereikbaar. Inzicht en ervaring vereist

Communicatie

informeert directe collega’s over de voortgang

wisselt informatie uit met chauffeurs

informeert leidinggevende over afwijkingen en gekozen oplossingen/correcties

verantwoord uitgevoerde werkzaamheden aan leidinggevende

Referentiefunctie

 

Logistiek Medewerker B

 

In een NOK/functiereeks worden alleen de onderscheidende kenmerken beschreven, zodat de niveauverschillen in deze reeks herkenbaar worden. Het hogere niveau veronderstelt tevens beheersing en/of uitvoering van het voorgaande niveau.

Functie

Discipline

Chauffeur Nationaal

Logistiek

02.02

Functiecontext

Er wordt gereden met een vrachtwagencombinatie en/of trekker met oplegger. Klanten zijn distributiecentra. Het betreft wisselende aanvoer- en afleveradressen in het binnenland, w.o. stedelijke gebieden of snelwegen en uitsluitend dagritten.

Positie in de organisatie

Rapporteert aan Leidinggevende transport/loods

Geeft leiding aan niet van toepassing

Functiedoel

Aanvoeren van product van leveranciers naar de onderneming en/of afleveren van verpakte producten bij klanten.

Resultaatverwachting

Resultaatgebieden

Kernactiviteiten

Resultaatcriteria

Aan- en afvoer

bepalen van de wijze van laden en lossen van producten, geven van aanwijzingen

inspecteren van het materieel en werking van koelapparatuur

verlenen van assistentie bij laad- en loswerkzaamheden

bepalen van de te rijden route a.d.h.v. vrachtbrieven, route-planningslijst, boordsysteem of mondelinge opdracht

laden en lossen van producten

besturen, bedienen van en manoeuvreren met transportmiddel conform algemene veiligheidsinstructies

beoordelen van verkeerssituaties en rekening houden met de restricties van het transportmiddel

overleggen met klanten, leveranciers en interne organisatie over leveringen en evt. afwijkingen

meenemen van eventuele retourgoederen/leeg fust

correct en tijdige uitvoering

veilig afgelegde ritten

veilige belading

belevering conform afspraken

klantvriendelijkheid

Administratie

zorgen voor de noodzakelijke administratieve afhandeling zoals invullen van tachograaf, boordcomputer, retourbonnen fust, schadeaangifteformulieren, brandstofinname e.d.

controleren van de lading met bijbehorende documenten, invullen van vrachtdocumenten

uitschrijven van ontvangstbonnen

laten tekenen voor ontvangst bij aflevering

tijdige en juiste administratie

correcte en volledig ingevulde documenten

juist gebruik tachograaf

Onderhoud

controleren van de technische staat van het materieel en melden van (dreigende) mankementen aan leidinggevende

uitvoeren van periodiek klein onderhoud aan materieel

tijdig gebruikersonderhoud

tijdige signalering mankementen

Verantwoord functioneren

naleven van bedrijfsvoorschriften en procedures o.h.g.v. veiligheid en milieu en orde en netheid

signaleren en melden van onveilige situaties

naleving voorschriften

tijdige melding afwijkingen

Werkgerelateerde bezwaren

Enige krachtsuitoefening tijdens assistentie bij laad- en loswerkzaamheden en onderhoud aan materieel.

Inspannende houdingen bij in en uit de wagen klimmen, bij laad- en loswerkzaamheden en onderhoud aan materieel.

Enige hinder van eenzijdige houding en oogspierbelasting tijdens lange ritten.

Laden/lossen onder alle weersomstandigheden. Vuil en nat werk bij schoonmaken en klein onderhoud. Enerverend bij deelname aan verkeer.

Kans op letsel bij verkeersongevallen en laad en loswerkzaamheden.

Functie

Discipline

Chauffeur Internationaal

Logistiek

02.03

Functiecontext

Er wordt gereden met een vrachtwagencombinatie en/of trekker met oplegger. Leveranciers zijn teeltbedrijven, veilingen, importeurs, groothandels. Klanten zijn groothandels, exporteurs en groothandelsbedrijven. Het betreft wisselende aanvoer- en afleveradressen en overwegend meerdaagse ritten in Europa.

Positie in de organisatie

Rapporteert aan Leidinggevende transport/loods

Geeft leiding aan niet van toepassing

Functiedoel

Aanvoeren van product van leveranciers naar de onderneming en afleveren van verpakte producten bij klanten.

Resultaatverwachting

Resultaatgebieden

Kernactiviteiten

Resultaatcriteria

Aan- en afvoer

bepalen van de wijze van laden en lossen van producten, geven van aanwijzingen

inspecteren van het materieel en werking van koelapparatuur

verlenen van assistentie bij laad- en loswerkzaamheden

bepalen van de te rijden route a.d.h.v. vrachtbrieven, route-planningslijst, boordsysteem of mondelinge opdracht

laden en lossen van producten

besturen, bedienen van en manoeuvreren met transportmiddel conform algemene veiligheidsinstructies

beoordelen van verkeerssituaties en rekening houden met de restricties van het transportmiddel

zorgen voor afhandeling van grensformaliteiten

overleggen met klanten, leveranciers en interne organisatie over leveringen en evt. afwijkingen

zich verstaanbaar maken in 1 of meer vreemde talen

meenemen van eventuele retourgoederen/leeg fust

correct en tijdige uitvoering

veilig afgelegde ritten

veilige belading

belevering conform afspraken

klantvriendelijkheid

Administratie

zorgen voor de noodzakelijke administratieve afhandeling zoals invullen van tachograaf, boordcomputer, retourbonnen, schadeaangifteformulieren, brandstofinname, verblijfskosten e.d.

controleren van de lading met bijbehorende documenten, invullen van vrachtdocumenten

uitschrijven van ontvangstbonnen

laten tekenen voor ontvangst bij aflevering

tijdige en juiste administratie

correcte en volledig ingevulde documenten

juist gebruik tachograaf

Onderhoud

zorgen voor periodiek onderhoud aan het materieel

controleren van de technische staat van het materieel en melden van (dreigende) mankementen

uitvoeren van dagelijks onderhoud en brandstofinname

opsporen en verhelpen van kleine mankementen aan materieel

opnemen van contact over hoe te handelen in geval van technische problemen onderweg

geborgde bedrijfszekerheid en veiligheid

tijdig onderhoud

tijdige communicatie

Verantwoord functioneren

naleven van bedrijfsvoorschriften en procedures o.h.g.v. veiligheid en milieu en orde en netheid

signaleren en melden van onveilige situaties

naleving voorschriften

tijdige melding afwijkingen

Werkgerelateerde bezwaren

Krachtsuitoefening tijdens assistentie bij laad- en loswerkzaamheden en onderhoud aan materieel.

Inspannende houdingen bij in en uit de wagen klimmen, bij laad- en loswerkzaamheden en onderhoud aan materieel.

Eenzijdige houding en oogspierbelasting tijdens lange ritten.

Hinder van lawaai en stof. Laden/lossen onder alle weersomstandigheden. Vuil en nat werk bij schoonmaken en klein onderhoud. Enerverend bij deelname aan verkeer. Monotonie bij lange buitenlandse ritten.

Kans op letsel bij verkeersongevallen en laad en loswerkzaamheden.

Functie

Discipline

Medewerker Bedrijfsbureau

Logistiek

02.04

Functiecontext

De functie is gericht op de administratieve order-/werkvoorbereiding en ondersteuning van het operationeel en logistiek proces. w.o. voorbereiding werkorders, printen en distribueren van labels/etiketten, controleren en/of verwerken van productie- en logistieke gegevens, uitdraaien van diverse lijsten.

Positie in de organisatie

Rapporteert aan Hoofd bedrijfsbureau, Hoofd logistiek

Geeft leiding aan niet van toepassing

Functiedoel

Ondersteunen van de operatie door het (administratief) voorbereiden van werkorders, controleren en verwerken van productie en/of logistieke gegevens.

Resultaatverwachting

Resultaatgebieden

Kernactiviteiten

Resultaatcriteria

Werkorder voorbereiding

– opstellen/completeren en distribueren van werkorders

– printen en distribueren van labels/etiketten

– afroepen en doen distribueren van verpakkingsmateriaal uit opslag

– printen en distribueren van diverse (standaard)lijsten

– werkuitvoering a.d.h.v. klantorders/planning

– tijdige beschikbaarheid van juiste materialen en benodigdheden

Overige (logistieke en productie) administraties

– registreren en controleren van goederenstroombewegingen (zowel inkomend als uitgaand product)

– bijhouden van de emballageadministratie, registreren/

verwerken van fusthandling (aantallen, soorten, gebreken, bestemming e.d.)

– verzamelen/opvragen, controleren en verwerken van diverse (productie)gegevens in (ERP-)systeem, w.o. gegevens per uitgevoerde werkorder

– verwerken en controleren van urengegevens

– signaleren en doen van navraag bij ontbreken van gegevens

– juistheid van registraties

– betrouwbaarheid van gegevens

– volledigheid van administraties

Informatie/overzichten

– genereren, controleren, aanvullen en distribueren van diverse (standaard) overzichten en lijsten

– actualiteit en juistheid van informatie

Werkgerelateerde bezwaren

  • Eenzijdige houding en belasting van oog- en rugspieren bij beeldschermwerk.

Functie

Discipline

Planner Distributie en Transport

Logistiek

02.05

Functiecontext

De functie is gesitueerd binnen een onderneming waar aardappelen, groenten en fruit wordt ingekocht, op order verpakt en gedistribueerd aan afnemers in het levensmiddelenkanaal, w.o. supermarkten, specialisten en detaillisten. De dagverse producten worden in Nederland en o.a. Europa, Afrika, Zuid-Amerika en China ingekocht bij o.a. veilingen, handelshuizen en tuinders. De onderneming heeft ca. 100 vaste medewerkers in dienst. Transporten vinden plaats voor aanvoer van producten vanaf vnl. Nederlandse leveranciers, aflevering van orders bij klanten en retourleveringen van fusten. De onderneming beschikt over eigen vervoer en huurt daarnaast vervoerscapaciteit in.

Positie in de organisatie

Rapporteert aan Manager Logistiek of Hoofd Bedrijfsbureau

Geeft leiding aan niet van toepassing

Functiedoel

Plannen/regelen van de distributie en transport voor inkomende en uitgaande producten m.b.v. eigen vervoer en gecontracteerde derden.

Resultaatverwachting

Resultaatgebieden

Kernactiviteiten

Resultaatcriteria

Geplande logistiek (distributie en transport)

plannen van routes voor aanvoer van producten, retourvrachten en voor aflevering naar klanten, rekening houdend met rijtijdenbesluit. Waar mogelijk combineren van ritten E.e.a. op basis van inkoop- en verkooporders, contractafspraken en aanvullende gegevens

plannen van onderhoud, keuringen en reparaties aan (eigen) bedrijfsmiddelen

vaststellen van aanwezige en benodigde vervoerscapaciteit, toewijzen van transportopdrachten aan eigen wagens/chauffeurs en inhuren van extra vervoerscapaciteit bij vnl. vast gecontracteerde derden

mate waarin wordt voldaan aan leveringsverplichtingen

doelmatigheid van de planning/inzet van (eigen) middelen

mate waarin de inzet van het externe vervoer worden beperkt

conformiteit aan rijtijdenbesluit

Geregelde transporten

informeren van eigen chauffeurs en chauffeurs van derden over te rijden routes en bijzonderheden en overdragen van chauffeursmappen met de betreffende vervoersdocumenten

oplossen van zich voordoende problemen met transporten, planning e.a. vervoersaangelegenheden met intern belanghebbenden

overleggen met en informeren van klanten in geval van noodzakelijke afwijkingen van contractueel vastgelegde aflevertijdstippen

snelheid van inspelen op afwijkingen/knelpunten

effectiviteit van de oplossingen

kwaliteit van de interne afstemming

Beheer bedrijfsmiddelen

bewaken van de onderhoudsstaat van de bedrijfsmiddelen, rekening houdend met in- en externe richtlijnen

laten uitvoeren van (periodiek) onderhoud, keuringen en reparaties aan vrachtwagens

afhandelen van keuringen, schades etc. door garages, verzekeraar etc.

beschikbaarheid en juiste staat van bedrijfsmiddelen

tijdigheid van onderhoud en reparaties

correcte afhandeling

Informatie/rapportages

ontvangen van chauffeursmappen bij terugkeer en administratief verwerken van relevante gegevens

opstellen/samenstellen van diverse rapportages en overzichten m.b.t. de inhuurcapaciteit, onderhoudsstatus vrachtwagens e.d.

tijdige afdracht van chauffeursmappen

volledig- en juistheid van gegevens/informatie

inzicht in gerealiseerde efficiency

Overige bijdragen

mede zorgen voor naleving van bedrijfsvoorschriften en rijtijdenbesluit bij vervoersaangelegenheden

doen van voorstellen over aanschaf/vervanging bedrijfsmiddelen aan leidinggevende

adviseren omtrent het aangaan van contracten met nieuwe transporteurs

mate van naleving van rijtijdenbesluit

kwaliteit van onderbouwing van voorstellen en adviezen

Werkgerelateerde bezwaren

Eenzijdige houding en belasting van oog- en rugspieren bij beeldschermwerk.

Enerverende situaties bij verstoring van de logistieke stromen.

Functie

Discipline

Productieplanner

Logistiek

02.06

Functiecontext

De functie is gesitueerd in de afdeling supply chain/logistiek. De productieplanning omvat het plannen van klantorders o.b.v. verkopen. Klantorders komen in de loop van de ochtend binnen. De productie is eerder gestart o.b.v. de standaard planning, gebaseerd op de reguliere orderstroom. Er is sprake van een redelijke diversiteit aan productbewerkingen. De productverwerking vindt plaats op verschillende ‘stand alone’ werkstations en productielijnen, waarbij afstemming met personeelsplanning over beschikbaarheid van medewerkers met vereiste vaardigheden en kwalificaties is vereist. De afdeling plant de productie-/klantorders, binnen een periode van ca. een week tot een dag- en detailplanning.

Positie in de organisatie

Rapporteert aan Hoofd Logistiek, Hoofd supply chain

Geeft leiding aan niet van toepassing

Functiedoel

Plannen van de productieactiviteiten m.b.t. verwerking van groenten en/of fruit o.b.v. klantorders (dag/week).

Resultaatverwachting

Resultaatgebieden

Kernactiviteiten

Resultaatcriteria

Geplande klantorders

controleren van ingekomen klantorders op volledigheid

controleren van de beschikbaarheid van te verwerken product en verpakkingsmaterialen

afstemmen met techniek over (technische) beschikbaarheid van installaties

informeren van teamleiders productie en personeelsplanner over te verwerken orders/product, afstemmen over benodigd en beschikbaar personeel (individuele kwalificaties)

plannen van orders voor productie op de verschillende werkplekken en productielijnen

haalbaarheid van de planning

mate waarin planning voldoet aan de verwachte vraag en specs

doelmatigheid van de planning

kostenefficiency

Bewaking en bijsturing

bewaken van voortgang, volgen van fluctuaties in de orderstroom en inspelen op onder- of overcapaciteit

bespreken van (dreigende) knelpunten i.o.m. productie, aanpassen van planningen met productie- en personeelsplanner

afhandelen van problemen in relatie tot de planning met intern belanghebbenden

snelheid van inspelen op issues/afwijkingen/(dreigende) knelpunten

effectiviteit van de oplossingen

kwaliteit en doelgerichtheid van de interne afstemming

optimale inzet capaciteit

Informatie/rapportages

vastleggen van informatie over voorraden, klantorders, kwaliteitsgegevens, beschikbaarheid medewerkers

analyseren van gegevens, samenstellen van productie- en productiviteitsoverzichten en rapportages

actualiteit, juist- en volledigheid van vastgelegde data/informatie

inzicht in gerealiseerde efficiency

Verbeteringen

beoordelen van gegevens over productiviteit en efficiency, doen van voorstellen tot verbeteringen

inbrengen van kennis en inzichten in verbeterteams

kwaliteit van onderbouwing

tevredenheid over inbreng

Werkgerelateerde bezwaren

Eenzijdige houding en belasting van oog- en rugspieren bij beeldschermwerk.

Werkdruk komt voor bij spoedeisende planningsaangelegenheden.

Functie

Discipline

Personeelsplanner

Logistiek

02.07

Functiecontext

De functie is gesitueerd in de afdeling planning. Het betreft het plannen van de benodigde personele capaciteit o.b.v. een aangeleverde productieplanning. De productie bevat enkele productbewerkingen die op verschillende werkplekken en lijnen worden uitgevoerd. Er wordt op week-/dagniveau gepland.

Positie in de organisatie

Rapporteert aan Hoofd planning

Geeft leiding aan niet van toepassing

Functiedoel

Plannen van de inzet van medewerkers (vast en flexibel).

Resultaatverwachting

Resultaatgebieden

Kernactiviteiten

Resultaatcriteria

Geplande resources

afstemmen met productie en planning over benodigd en beschikbaar personeel

controleren van de beschikbaarheid, vereiste vaardigheden en kwalificaties, ploegsamenstelling, werkvoorkeuren, etc.

plannen van de personele inzet op verschillende werkplekken en lijnen

bespreken van resource knelpunten met productie en planning

inlenen van personeel conform procedures

optimale match vraag en aanbod

uitvoerbaarheid van planning

kostenbewust

borging in- en extern wet- en regelgeving

Monitoring

monitoren van de uitvoering van werkroosters

verzamelen, controleren en actualiseren van informatie (w.o. kwalificaties, ziekmeldingen)

signaleren van knelpunten en bespreken van oplossingen met interne belanghebbenden

aanpassen van planningen conform procedures

oproepen van (extra) in te zetten personeel

controleren van de urenverantwoording en melden van afwijkingen

afhandelen van planningsproblemen met intern belanghebbenden

escaleren naar leidinggevende wanneer sprake is van problemen met grote impact op bedrijfsvoering

snelheid van inspelen op knelpunten

effectiviteit van de oplossingen

kwaliteit en doelgerichtheid van de interne afstemming

optimale en veilige inzet van personeel

Functioneel beheer

signaleren van de juiste werking van het systeem

melden van afwijkingen aan ICT en/of leverancier

meedenken over herstel van afwijkingen en verbetering van de functionaliteit

juiste werking

kwaliteit en doeltreffendheid van inbreng

Informatie/rapportages

vastleggen van informatie over beschikbaarheid, vaardigheden, kwalificaties van medewerkers

samenstellen van overzichten en rapportages

actuele, juiste en complete informatie

Werkgerelateerde bezwaren

Eenzijdige houding en belasting van oog- en rugspieren bij beeldschermwerk.

Werkdruk komt voor bij spoedeisende planningsaangelegenheden.

Functie

Discipline

Voorman Logistiek B

Logistiek

02.08

Functiecontext

De functie is gesitueerd binnen een logistieke afdeling. De functie komt m.n. voor in loodsen, fust/emballage en koelhuizen. De afdeling verzorgt de logistieke deelprocessen laden, lossen, opslaan, interne verplaatsingen, orderpicking. Ook is sprake van een rol in registratie en administratie van de goederenstromen en voorraadbeheer.

De afdeling kenmerkt zich door een grote variatie in logistieke activiteiten met veel logistieke bewegingen. Focus van de functie ligt op coördinatie, uitvoerend component is beperkt. De functie maakt deel uit van een reeks in de vorm van een NOK (Niveau Onderscheidende Kenmerken).

Positie in de organisatie

Rapporteert aan Teamleider

Geeft leiding aan 10-30 medewerkers (operationeel)

inhuur 30 medewerkers (functioneel)

Functiedoel

Zorgen voor de voorbereiding, uitvoering en administratieve verwerking van logistieke werkzaamheden laden, lossen, opslag, productverplaatsingen en orderpicking.

Resultaatverwachting

Resultaatgebieden

Kernactiviteiten

Resultaatcriteria

Coördinatie

verdelen van werkzaamheden, aanpassen van personele planningen, afstemmen met collega’s en interne afdelingen

oplossen van problemen m.b.t. de personeelsinzet

bijdragen aan de optimalisatie van de logistieke planning, doen van suggesties voor aanpassingen

bewaken en bijsturen van werkzaamheden binnen gegeven kaders

toezien op het laden en lossen van producten, op productverplaatsingen, opslag, op het samenstellen en verzendklaar maken van orders

bespreken van uitvoering en voortgang met interne afdelingen en gezamenlijk komen tot adequate oplossingen, informeren leidinggevende

overleggen met externe partijen

zelf uitvoeren van logistieke werkzaamheden

doelmatige werkuitvoering

geordend en efficiënt verloop van processen

beperkte downtime

productiviteit

tijdige en juiste communicatie en informatievoorziening

Voorraadadministratie en beheer

beheren van locatiesysteem

zorgen voor registratie en administratie van de goederenstromen, verwerken van orders

afstemmen van afwijkingen met interne afdelingen en leidinggevende

mede beheren van voorraden, doen van voorstellen ter optimalisatie aan leidinggevende

controleren van bonnen m.b.t. aangevoerde producten op soort en aantal en het lossen daarvan

aanbrengen van de palletstickers

toewijzen voor opslag van goederen

juiste en tijdige registratie en administratie

vindbaarheid goederen

compleet en correct voorraadbeheer

kwaliteit van controle

Transportmiddelen

zorgen voor effectieve inzet van transport- e.a. hulpmiddelen

zorgen voor onderhoud en afstemmen van verstoringen met technische afdeling

veilige inzet

kwaliteit van onderhoud

tijdige melding

Verbeteringen

zorgen voor de indeling van logistieke ruimte/zone

doen van voorstellen ter verbetering van werkmethoden en procedures, zelfstandig aanpassen van instructies

doen van voorstellen t.a.v. verbeteringen

leiden van kleinschalige verbeterprojecten

doelmatige indeling

kwaliteit van voorstellen

projectrealisatie conform KPI’s

Vaktechnisch/functioneel leidinggeven

aansturen en coachen van (project)medewerkers

verstrekken van werkopdrachten

overdragen van kennis naar medewerkers

regelen van vakantie en verlof

wijze van taakuitvoering door medewerkers

handhaving vaknormen

Nageleefde voorschriften

toezien op naleven van bedrijfsvoorschriften en procedures o.h.g.v. veiligheid, milieu en orde en netheid

zorgen voor schone werkomgeving en afvalafhandeling

oplossen van onveilige situaties

naleving voorschriften door medewerkers

veilige en schone werksituaties/omgeving

Werkgerelateerde bezwaren

  • Eenzijdige houding bij het besturen van een heftruck en het overstapelen van pallets.

  • Hinder van tocht en temperatuurverschillen bij verblijf in de logistieke ruimten en buitenterrein.

  • Kans op letsel beknelling, vertilling, vallende goederen, tijdens transportwerkzaamheden en bij verblijf in de logistieke ruimten.

Niveau Onderscheidende Kenmerken (NOK) Voorman Logistiek

Doel: Zorgen voor de voorbereiding en uitvoering van logistieke processen.

Niveau

Kenmerk

Typering A

Typering B

Algemeen

komt voor bij warehouses, loodsen, fust/emballage, koelhuizen

variatie in logistieke activiteiten

inzetbaar op delen van logistieke processen: aanvoer, opslag, orderpicking, ver-/ompakken, afvoer en interne logistiek

meewerkend en sterk uitvoerend component

operationele aansturing tot 10 fte medewerkers

tot 10 fte inhuur door seizoensinvloeden

komt m.n. voor in loodsen, fust/emballage, koelhuizen

grote variatie in logistieke activiteiten, veel logistieke bewegingen

inzetbaar op alle logistieke en ondersteunende (deel)processen

meewerkend en uitvoerend component

operationele aansturing van 10-30 fte medewerkers

tot 30 fte inhuur door seizoensinvloeden

Coördinatie logistiek werk

coördineren van 1 of enkele logistieke (deel)processen

indelen van medewerkers op werkzaamheden, afstemmen met collega’s

oplossen van problemen m.b.t. personeelsinzet i.o. leidinggevende

afstemmen van planning van logistieke handelingen met leidinggevende/planners

monitoren en uitvoeren van logistieke activiteiten

bijsturen van werkzaamheden i.o.m. leidinggevende