Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van FinanciënStaatscourant 2021, 36025ander besluit van algemene strekking

Omzetbelasting. Uitvoer van goederen als reizigersbagage

Directoraat-generaal Belastingdienst/Corporate Dienst Vaktechniek

Besluit van 13 juli 2021, nr. 2021-7204

De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Dit besluit is een actualisering van het besluit van 24 april 2013, nr. BLKB 2013/605M. Met ingang van 1 januari 2021 is artikel 23a, derde lid van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 gewijzigd. Deze wijziging houdt in dat voor toepassing van het nultarief ook een (kopie)factuur of daarmee gelijk te stellen bescheid voldoet, die/dat is voorzien van een digitale stempel. De aanpassing is verwerkt in onderdeel 2 van dit besluit. Daarbij is verduidelijkt dat ook digitale stempels van andere EU-lidstaten volstaan. Verder is de voorwaarde voor toepassing van het nultarief vervallen die inhield dat de leverancier over een afschrift van het legitimatiebewijs van de koper diende te beschikken. Ook zijn enkele redactionele wijzigingen doorgevoerd.

1. Inleiding

Dit besluit behandelt het beleid op het gebied van de heffing van btw bij de uitvoer van reizigersbagage. In het besluit is opgenomen onder welke voorwaarden de leverancier het nultarief voor deze reizigersbagage kan toepassen. Ook wordt de handelwijze bij toepassing door de leverancier van de teruggaafprocedure en het zogenoemde chequesysteem toegelicht.

1.1 Gebruikte begrippen en afkortingen

btw omzetbelasting:

btw-richtlijn Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde

EU:

Europese Unie

nultarief:

btw-nultarief zoals bedoeld in artikel 23a van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968

uitvoeringsbeschikking:

Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968

visum:

(digitale) stempel

wet:

Wet op de omzetbelasting 1968

2. Uitvoer van goederen als reizigersbagage

In het internationale reizigersverkeer kan het nultarief worden toegepast op de levering van goederen aan particulieren die hun woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats hebben in een land dat niet tot de EU behoort. Deze regeling is vastgesteld in artikel 24, tweede lid, van de wet en artikel 23a van de uitvoeringsbeschikking. Deze artikelen zijn gebaseerd op artikel 147 van de btw-richtlijn.

Voor toepassing van het nultarief in deze gevallen gelden de volgende voorwaarden:

  • de particulier moet de goederen uiterlijk vóór het einde van de derde maand na de maand van aankoop in zijn/haar persoonlijke bagage meenemen naar een niet-EU-land;

  • de totale waarde van de op een factuur vermelde goederen moet tenminste € 50 (inclusief btw) bedragen; en

  • de woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats van de particulier moet aan de hand van een legitimatiebewijs worden aangetoond.

De regeling is ook van toepassing op de levering van goederen aan particulieren die hun woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats in de EU hebben en aantonen dat zij zich vóór het einde van de derde maand na de maand van de aankoop van de goederen buiten de EU vestigen.

2.1 Aantonen aanspraak toepassing nultarief

De leverancier moet de aanspraak op toepassing van het nultarief aantonen aan de hand van boeken en bescheiden. In elk geval is vereist dat de leverancier beschikt over een (kopie)factuur die op naam van de koper is gesteld, of een daarmee gelijk te stellen origineel bescheid dat, na daartoe te zijn aangeboden, voor uitvoer uit de EU is voorzien van een visum door een geautomatiseerd systeem van of vanwege de bevoegde autoriteiten of door een daartoe bevoegde ambtenaar. Dit geldt voor visa afgegeven door de bevoegde autoriteiten van alle EU-lidstaten1 (dus ook in zogenoemde transit-situaties waarbij de EU wordt verlaten via een andere EU-lidstaat dan de EU-lidstaat waar de goederen zijn aangekocht (in dit geval Nederland)).

De leverancier kan de uitvoer ook aantonen aan de hand van een door bemiddeling van de koper verkregen bewijsstuk waaruit blijkt dat de geleverde goederen in een land buiten de EU definitief zijn ingevoerd, zoals een afschrift van een in een dergelijk land gedane definitieve aangifte ten invoer.

In plaats van de verkoopfactuur kan ook een daarmee gelijk te stellen origineel bescheid dienen (bijvoorbeeld een cheque zoals bedoeld in onderdeel 2.2) als hierop dezelfde gegevens zijn vermeld als op de factuur en de aard en de hoeveelheid van de goederen duidelijk is vermeld. De hier bedoelde bescheiden dienen uiterlijk te worden uitgereikt op het moment van levering.

Als op één bescheid meerdere leveringen zijn vermeld die elk afzonderlijk niet voldoen aan de voorwaarden voor toepassing van het nultarief, kan het nultarief alleen van toepassing zijn als de op het bescheid vermelde leveringen:

  • door dezelfde ondernemer zijn verricht;

  • op dezelfde dag zijn verricht; en

  • gezamenlijk voldoen aan de voorwaarden voor toepassing van het nultarief.

Op het moment van levering beschikt de leverancier niet over bovengenoemd(e) bescheid(en), met name niet over een (kopie)factuur die, of een ander bescheid dat, na daartoe te zijn aangeboden, voor uitvoer uit de EU is voorzien van een visum door een geautomatiseerd systeem van of vanwege de bevoegde autoriteiten of door een daartoe bevoegde ambtenaar. Om te bereiken dat hij daarover alsnog de beschikking krijgt, past de leverancier in de praktijk het nultarief toe door bij de levering wel btw in rekening te brengen, maar die belasting aan de reiziger terug te geven zodra hij beschikt over alle bescheiden die noodzakelijk zijn voor toepassing van het nultarief. Daarmee bereikt de leverancier dat de reiziger zich inspant om het bewijs van uitvoer uit de EU aan hem te doen toekomen. De leverancier vraagt het btw-bedrag op zijn beurt via de (suppletie)aangifte terug van de Belastingdienst.

Wanneer de teruggaafprocedure wordt toegepast moet de leverancier op het moment van levering in elk geval het nummer van het legitimatiebewijs vermelden op de factuur (of de cheque) van de reiziger die zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats buiten de EU heeft dan wel zich binnen drie maanden buiten de EU gaat vestigen. Op het moment dat de leverancier de btw terugvraagt van de Belastingdienst moet worden voldaan aan de hiervoor beschreven voorwaarde(n) voor de toepassing van het nultarief. Daarbij maakt het geen verschil of de bescheiden door de reiziger zelf aan de leverancier worden aangeleverd of dat de reiziger gebruik maakt van een faciliterend bedrijf dat zorgt voor de verzameling van de benodigde bescheiden en deze vervolgens verstrekt aan de leverancier. De vereiste bescheiden kunnen ook worden gearchiveerd bij een faciliterend bedrijf mits zij direct beschikbaar zijn en toegankelijk blijven voor controle bij de leverancier door de Belastingdienst.

Overigens is de terugbetaling van de btw aan de reiziger door de leverancier een civielrechtelijke aangelegenheid tussen de reiziger en de leverancier.

2.2 Cheques

Leveranciers kunnen bij toepassing van het nultarief deelnemen aan een zogenoemd chequesysteem dat wordt uitgegeven door faciliterende ondernemers. In plaats van een factuur, kopiefactuur of soortgelijk bescheid, ontvangen de reizigers bij hun aankopen van de deelnemende leveranciers een cheque waarop de gegevens van de goederen zijn vermeld. De cheque (eventueel samen met aanvullende bescheiden) moet voldoen aan de factuurvereisten. De cheque is vormvrij.

Met de cheque kunnen reizigers direct na de uitvoer van de goederen over het terug te geven bedrag beschikken. Als de cheque bij de uitvoer uit de EU door de reiziger (digitaal) aan de Douane worden aangeboden, kan de cheque (digitaal) van het vereiste visum worden voorzien. De reiziger moet daarbij inzage kunnen geven in de bescheiden die op de aankoop betrekking hebben en de goederen kunnen tonen. De reiziger kan de van een visum voorziene cheque bij een door de faciliterende ondernemer aangewezen uitbetalingskantoor innen. Door tussenkomst van de faciliterende ondernemer keert de cheque (digitaal) bij de leverancier terug. Deze kan de behandelde cheque vervolgens voor de toepassing van het nultarief overleggen als bewijs van uitvoer van de daarop vermelde goederen.

De reiziger ontvangt de cheque zonder visum terug als niet aan de voorwaarden (zoals opgenomen in onderdeel 2) is voldaan voor afgifte van een visum (bijvoorbeeld omdat deze niet of niet volledig is ingevuld of de daarop gegeven omschrijving van de goederen niet in overeenstemming is met de aangeboden goederen). In dat geval is toepassing van het nultarief op basis van deze cheque uiteraard niet mogelijk.

3. Ingetrokken regeling

Het besluit van 24 april 2013, nr. BLKB 2013/605M is met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit ingetrokken.

4. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 13 juli 2021

De Staatssecretaris van Financiën, namens deze, H.G. Roodbeen, Hoofddirecteur Fiscale en Juridische Zaken


X Noot
1

Visa dienen in de desbetreffende EU-database opgenomen te zijn.