Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatscourant 2021, 35723convenant

Convenant Bevorderen continuïteit jeugdhulp

Op 1 juli 2021 hebben de hierna genoemde partijen een convenant gesloten met als doel de continuïteit van jeugdhulp1, een kinderbeschermingsmaatregel en/of jeugdreclassering te bevorderen.

De ‘convenantpartijen’ zijn:

  • Jeugdzorg Nederland, de Nederlandse GGZ, de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland en de Vereniging Orthopedagogische Behandelcentra, verenigd in de Branches Gespecialiseerde Zorg voor de Jeugd (BGZJ)

  • De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG)

  • Het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV)

  • Het Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS), mede namens de Jeugdautoriteit (JA)

Partijen hebben met elkaar afgesproken dat de zakelijke inhoud van het convenant zal worden gepubliceerd in de Staatscourant. Met deze bekendmaking wordt hieraan gevolg gegeven.

Achtergrond en context

Wanneer kinderen in Nederland hulp nodig hebben, moeten zij daarop kunnen rekenen. Partijen willen voorkomen dat de jeugdhulp aan jeugdigen en hun ouders of wettelijke vertegenwoordigers (tijdelijk) wegvalt. Vanuit dit gedachtegoed is in februari 2020 tijdens een sessie met de VNG, de BGZJ en de Ministeries van VWS en J en V besloten om met elkaar de mogelijkheden voor een convenant te verkennen. Dit proces heeft geresulteerd in voorliggend convenant.

De transformatie is het leidende principe bij het zicht op het zorglandschap en continuïteit. Met het ondertekenen van het convenant zetten partijen een belangrijke stap om meer rust in het jeugdstelsel te brengen. Tegelijkertijd is het convenant een eerste stap en zullen in de Hervormingsagenda Jeugd ook meer fundamentele stappen worden gezet. Partijen spreken uit gezamenlijk verantwoordelijk te zijn voor een betere uitvoering.

Inhoud van het convenant

In dit convenant verstaan we onder continuïteit van jeugdhulp dat elke jeugdige passende hulp ontvangt zolang dat nodig is en dat deze hulp – indien deze bij de huidige aanbieder niet gecontinueerd kan worden – gecontroleerd wordt overgedragen.

Naast het evalueren van de individuele afspraken, vinden convenantpartijen het belangrijk om de samenwerking die ze met het convenant aangaan, regelmatig te evalueren. Het leren, verbeteren en ontwikkelen met elkaar staat hierin centraal. Ook wordt aangegeven hoe het mogelijk is om afspraken in het convenant aan te scherpen en/of aan te vullen.

In het convenant worden afspraken gemaakt over de volgende 4 thema’s:

  • Het voeren van het goede gesprek over tarieven tussen opdrachtgever en opdrachtnemer, onder andere door gebruikmaking van een handreiking en het verkennen van een Kennis- en Informatiepunt omtrent tarieven;

  • Het inrichten van een commissie voor geschillenbeslechting;

  • Het monitoren en vroegtijdig signaleren van continuïteitsrisico’s door de JA, onder andere door dataverzameling en het voeren van accountgesprekken;

  • Het systematisch gebruik maken van het draaiboek ‘Continuïteit Jeugdhulp.’2

De eerste twee thema’s hebben betrekking op het voorkomen van continuïteitsrisico’s in de jeugdhulp en de laatste twee thema’s richten zich op het beheersen van continuïteitsrisico’s in de jeugdhulp.

Als gevolg van deze afspraken wordt de relatie tussen de opdrachtgever (gemeenten) en de opdrachtnemer (aanbieders) versterkt en daarnaast ook de rol en bevoegdheden van de JA. De transformatie is het leidende principe bij het zicht op het zorglandschap en continuïteit.

Looptijd

Het convenant treedt in werking de dag na publicatie in de Staatscourant en is geldig tot uiterlijk 1 januari 2025.

Het ondertekende convenant is in te zien op de website Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Rijksoverheid.nl.


X Noot
1

In het convenant wordt onder “jeugdhulp” verstaan: alle zorg zoals opgenomen in de Jeugdwet, zoals jeugdhulp, jeugd ggz, een kinderbeschermingsmaatregel en/of jeugdreclassering.

X Noot
2

In het draaiboek zijn de afspraken belegd over rollen, verantwoordelijkheden en taken van opdrachtgevers en opdrachtnemers in geval sprake is van een continuïteitsrisico, toegespitst op de ernst van de betreffende casus.