Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatscourant 2021, 35547ander besluit van algemene strekking

Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 7 juli 2021, kenmerk 3222015-1012271-MEVA, houdende regels voor het subsidiëren van opleidingsactiviteiten in verband met de opleiding tot Arts Internationale Gezondheid en Tropengeneeskunde 2021–2026 (Subsidieregeling opleidingsactiviteiten AIGT 2021–2026)

De Minister voor Medische Zorg,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet VWS-subsidies en artikel 1.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

aanvrager:

arts in opleiding tot Arts Internationale Gezondheid en Tropengeneeskunde, die is ingeschreven in het betreffende profielregister;

minister:

Minister voor Medische Zorg;

opleiding AIGT:

opleiding tot Arts Internationale Gezondheid en Tropengeneeskunde als bedoeld in het Besluit van 25 juni 2020 houdende de aanvullende opleidings-, erkenningseisen voor het profiel internationale gezondheidszorg en tropengeneeskunde van het College Geneeskundig Specialismen;

opleidingsactiviteiten:

het volgen van het onderdeel ‘Buitenland’ van de opleiding AIGT;

opleidingsinstituut:

Opleidingsinstituut Internationale Gezondheidzorg en Tropengeneeskunde;

studiejaar:

het jaar waarin de aanvrager met het onderdeel ‘Buitenland’ van de opleiding AIGT start of is gestart.

Artikel 2. Toepasselijkheid Kaderregeling

Op deze regeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS van toepassing, met uitzondering van de artikelen 3.2, 7.4 en 10.1.

Artikel 3. Subsidiabele activiteiten

  • 1. De minister kan op aanvraag eenmalig een subsidie verstrekken aan de aanvrager voor opleidingsactiviteiten in verband met de opleiding AIGT.

  • 2. De opleidingsactiviteiten, bedoeld in het eerste lid, die starten in januari van enig jaar zijn subsidiabel voor zover zij worden verricht in het studiejaar waarvoor de subsidie wordt verleend.

  • 3. De opleidingsactiviteiten, bedoeld in het eerste lid, die starten in juli van enig jaar zijn subsidiabel voor zover zij worden verricht in het studiejaar en het daaropvolgende jaar.

  • 4. In afwijking van het tweede en derde lid zijn de opleidingsactiviteiten die hebben plaatsgevonden in studiejaar 2020 subsidiabel in 2021.

Artikel 4. Hoogte van de subsidie

De subsidie bedraagt € 17.000 per aanvrager.

Artikel 5. Wijze van subsidieverstrekking

De minister verstrekt:

  • a. indien de opleidingsactiviteiten zijn gestart in studiejaar 2020, een subsidie die zonder voorafgaande verlening direct wordt vastgesteld op een bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de vaststelling wordt genoemd; of

  • b. indien de opleidingsactiviteiten starten in de studiejaren 2021 tot en met 2026, een subsidie die ambtshalve wordt vastgesteld op het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd.

Artikel 6. Aanvraag tot subsidieverlening studiejaar 2021–2026

  • 1. Voor de aanvraag tot verlening van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 2. De subsidieaanvraag wordt uiterlijk 1 november van het desbetreffende studiejaar ontvangen.

  • 3. In afwijking van het tweede lid wordt de subsidieaanvraag ten behoeve van studiejaar 2021 ingediend in de periode van 1 september 2021 tot en met 1 november 2021.

  • 4. Subsidieaanvragen die na de data, bedoeld in het tweede en derde lid, worden ontvangen, worden afgewezen.

  • 5. De aanvraag, bedoeld in het tweede en derde lid, gaat vergezeld van een bewijs van inschrijving in het opleidingsregister van de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten voor het studiejaar waarin de opleidingsactiviteiten worden verricht.

  • 6. In aanvulling op het vijfde lid gaat een aanvraag als bedoeld in het derde lid vergezeld van een verklaring van het opleidingsinstituut waaruit blijkt dat de opleidingsactiviteiten in studiejaar 2021 worden of zijn verricht.

  • 7. De minister kan vrijstelling en ontheffing verlenen van de in het derde lid genoemde aanvraagtermijn.

Artikel 7. Besluit tot subsidieverlening studiejaar 2021–2026

  • 1. De minister besluit binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidieverlening.

  • 2. De minister verleent bij het besluit tot verlening van de subsidie een voorschot van 100% dat in een keer wordt uitbetaald.

Artikel 8. Aanvraag tot subsidievaststelling studiejaar 2020

  • 1. Voor de aanvraag tot vaststelling van de subsidie voor studiejaar 2020 wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 2. De aanvraag tot vaststelling wordt ingediend in de periode van 1 september 2021 tot en met 1 november 2021.

  • 3. De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, gaat vergezeld van:

    • a. een bewijs van inschrijving in het opleidingsregister van de Registratiecommissie Geneeskundige Specialisten voor studiejaar 2020; en

    • b. een verklaring van het opleidingsinstituut waaruit blijkt dat de opleidingsactiviteiten in studiejaar 2020 of het daaropvolgende jaar zijn verricht.

  • 4. De minister besluit binnen 13 weken op een aanvraag tot vaststelling.

Artikel 9. Subsidievaststelling studiejaar 2021–2026

  • 1. De minister besluit binnen 22 weken na afronding van de opleidingsactiviteiten ambtshalve over de vaststelling van de subsidie.

  • 2. De subsidie wordt, indien de opleidingsactiviteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, zijn verricht, vastgesteld op het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.

Artikel 10. Intrekking, wijziging en terugvordering

De minister kan de verlening of vaststelling van de subsidie intrekken indien:

  • a. de opleidingsactiviteiten in het geheel niet zijn verricht;

  • b. de ontvanger van de subsidie onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere verleningsbeschikking zou hebben geleid; of

  • c. de verlening of vaststelling van de subsidie anderszins onjuist was en de aanvrager dit wist, dan wel behoorde te weten.

Artikel 11. Hardheidsclausule

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 12. Inwerkingtreding en vervaldatum

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. De regeling vervalt met ingang van 1 juli 2026.

Artikel 13. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling opleidingsactiviteiten AIGT 2021–2026.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Medische Zorg, T. van Ark

TOELICHTING

Algemeen

Aanleiding en doel van de regeling

In onderhavige Subsidieregeling opleidingsactiviteiten AIGT 2021–2026 (hierna: de Subsidieregeling) wordt uitvoering gegeven aan de wens van de Tweede Kamer1 om de artsen in opleiding tot Arts Internationale Gezondheid en Tropengeneeskunde (hierna: AIGT) te voorzien in een compensatie van de kosten die de aanvrager maakt voor het volgen van de opleiding AIGT. Met deze regeling komen alle artsen in opleiding AIGT voor subsidie in aanmerking die sinds 1 januari 2020 aantoonbaar het opleidingsonderdeel ‘Buitenland’ volgen of hebben gevolgd conform de eisen die het Opleidingsinstituut Internationale Gezondheidszorg en Tropengeneeskunde (hierna: het opleidingsinstituut) daaraan stelt.

De opleiding AIGT is sinds 1 januari 2014 erkend door de Commissie Geneeskundig Specialismen. Het opleidingsinstituut ontvangt beperkte financiering van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (hierna: Ministerie van VWS) voor het verzorgen van de opleiding AIGT. De Tweede Kamer is van mening dat de opleiding AIGT behouden moet blijven in Nederland en dat het belangrijk is dat basisartsen de mogelijkheid blijven krijgen om voor deze specialisatie te kunnen kiezen. Bovendien acht de Tweede Kamer de gestructureerde overdracht van in het buitenland opgedane kennis relevant voor de Nederlandse gezondheidszorg. Deze overdracht vindt nu onvoldoende plaats. De Tweede Kamer heeft bij de behandeling van de VWS-begroting voor 2020 bij motie2 van 31 oktober 2019 de regering verzocht het opleidingsinstituut een additionele subsidie toe te kennen op drie vlakken: (1) als bijdrage in de kosten van het opleidingsinstituut, (2) als bijdrage in de kosten van de arts in opleiding tot specialist voor het volgen van de opleiding AIGT zelf en (3) voor het stimuleren van een gestructureerde overdracht van de in het buitenland opgedane kennis ten behoeve van de Nederlandse gezondheidszorg. Met de Subsidieregeling wordt uitvoering gegeven aan het tweede onderdeel van de motie: een bijdrage in de kosten in de vorm van een subsidie voor het volgen van het onderdeel ‘Buitenland’ van de opleiding AIGT.

Gedurende de laatste zes maanden van de opleiding AIGT doet de arts in opleiding tot specialist praktijkervaring op door in een laag-inkomen land, laag- middeninkomen of in een land in transitie te werken. Om het onderdeel ‘Buitenland’ te kunnen uitvoeren komt de arts in opleiding in aanraking met (hoge) kosten zoals bijvoorbeeld reis- en verblijfskosten, terwijl betrokkene geen inkomsten uit arbeid ontvangt. In deze kosten voorziet de Subsidieregeling.

Kern voorstel

Met de Subsidieregeling wordt een vast subsidiebedrag beschikbaar gesteld van € 17.000 per aanvrager. Met andere woorden, een arts in opleiding tot AIGT komt in aanmerking voor een subsidie van € 17.000 voor opleidingsactiviteiten in verband met de opleiding AIGT. Deze opleidingsactiviteiten bestaat uit het volgen van het onderdeel ‘Buitenland’. Deze kosten zijn verbonden aan de opleidingsperiode waarin de arts in opleiding AIGT de opleidingskosten maakt. Met deze Subsidieregeling is het ook mogelijk om subsidie te ontvangen indien de opleidingsactiviteiten hebben plaatsgevonden in studiejaar 2020/2021.

Staatssteun

Er is sprake van staatssteun in de zin van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende werking van de Europese Unie (hierna: VWEU) als aan de volgende vijf cumulatieve criteria is voldaan:

  • 1. De steun wordt verleend aan een onderneming die een economische activiteit verricht;

  • 2. De steun wordt met staatsmiddelen bekostigd;

  • 3. De staatsmiddelen verschaffen een economisch voordeel dat niet via de normale commerciële weg zou zijn verkregen;

  • 4. De maatregel is selectief;

  • 5. De maatregel vervalst (potentieel) de mededinging en (dreigt te) leiden tot een ongunstige beïnvloeding van het handelsverkeer in de Europese Unie.

De begunstigden van de steunmaatregel zijn de artsen in opleiding tot AIGT. Het gaat hierbij om natuurlijke personen. Indien de begunstigde van de maatregel kwalificeert als een natuurlijk persoon wordt er niet voldaan aan het eerste criteria zoals hierboven besproken.

2. Artikelsgewijs

Artikel 1. Begripsbepalingen

In het eerste artikel worden de begrippen gedefinieerd. De begrippen die nadere uitleg behoeven, bijvoorbeeld omdat ze niet zijn toegelicht in het algemene deel van deze toelichting, worden hieronder toegelicht.

Aanvrager

Enkel artsen die in opleiding zijn tot AIGT en zijn ingeschreven in het betreffende profielregister komen op grond van de Subsidieregeling in aanmerking voor een subsidie.

Opleiding AIGT

Met de opleiding AIGT wordt bedoeld de opleiding tot Arts Internationale Gezondheid en Tropengeneeskunde. Deze opleiding wordt door het College Geneeskundig Specialismen erkend als profiel in het Besluit van 25 juni 2020 houdende de aanvullende opleidings-, erkenningseisen voor het profiel internationale gezondheidszorg en tropengeneeskunde. Andere (medische vervolg)opleidingen komen, ongeacht of ze wel of niet soortgelijke subsidiabele activiteiten hebben, niet in aanmerking voor subsidie op grond van de Subsidieregeling.

Opleidingsactiviteiten

Indien er in de Subsidieregeling wordt gesproken over opleidingsactiviteiten wordt daarmee het volgen van het onderdeel ‘Buitenland’ van de opleiding AIGT bedoeld. Alleen deze opleidingsactiviteiten van de opleiding AIGT komen voor subsidiëring in aanmerking.

Opleidingsinstituut

Indien er in de Subsidieregeling wordt gesproken over het opleidingsinstituut wordt hiermee bedoeld het Opleidingsinstituut Internationale Gezondheidzorg en Tropengeneeskunde.

Studiejaar

In de Subsidieregeling komt het begrip studiejaar naar voren. Met studiejaar wordt bedoeld het jaar waarin het onderdeel ‘Buitenland’ van de opleiding AIGT wordt gevolgd. In de praktijk start het onderdeel ‘Buitenland’ in januari of in juli van enig jaar.

Artikel 2. Toepasselijkheid Kaderregeling

Op deze regeling is de Kaderregeling OCW, SZW en VWS (hierna: Kaderregeling) van toepassing, met uitzondering van de artikelen 3.2, 7.4 en 10.1. De subsidies die op grond van de Subsidieregeling worden verstrekt, zijn subsidies als bedoeld in artikel 1.5, onderdeel a, sub 1° en 2°, van de Kaderregeling: subsidies van minder dan € 25.000 die 1) zonder voorafgaande verlening direct wordt vastgesteld op een bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de vaststelling wordt genoemd, en die 2) ambtshalve worden vastgesteld op het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd. Subsidies die betrekking hebben op opleidingsactiviteiten in studiejaar 2021 tot en met 2026 zullen ambtshalve worden vastgesteld. Subsidies die betrekking hebben op opleidingsactiviteiten in studiejaar 2020 zullen direct worden vastgesteld, zonder voorafgaande verlening.

De Subsidieregeling maakt het mogelijk om opleidingskosten uit 2020 te subsidiëren. Dit is in afwijking van artikel 3.2 van de Kaderregeling. Dit artikel geeft aan dat het niet mogelijk is om een aanvraag tot subsidieverlening te honoreren nadat de periode is aangevangen waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Deze subsidies worden direct vastgesteld conform artikel 1.5, onderdeel a, sub 1° van de Kaderregeling.

Ten tweede verschilt de wijze van ambtshalve vaststelling, in afwijking van artikel 7.4 van de Kaderregeling. Normaliter toont de ontvanger van een subsidie op verzoek van de minister op de in de beschikking aangewezen wijze aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen. Bij de vaststelling voor de opleidingsactiviteiten in het kader van het volgen van de opleiding AIGT in studiejaar 2021–2026 zal er geen gebruik worden gemaakt van een steekproef. Bij vaststelling van deze subsidies zal de minister bij de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten controleren of de subsidiabele activiteiten ook daadwerkelijk zijn verricht. Het gaat daarbij specifiek om het onderdeel ‘Buitenland’ van de opleiding AIGT. Met deze controle wordt afgeweken van de Kaderregeling waarbij slechts enkele subsidievaststellingen middels een steekproef worden gecontroleerd. Voor deze werkwijze is gekozen om te garanderen dat de opleidingsactiviteiten daadwerkelijk zijn afgerond voordat subsidievaststelling kan plaatsvinden.

Alle overige bepalingen van de Kaderregeling zijn van overeenkomstige toepassing op de Subsidieregeling. Dit geldt ook de meldingsplicht (artikel 5.7 van de Kaderregeling). Ingevolge de meldingsplicht is de subsidieontvanger verplicht te melden als er zich omstandigheden voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. Het is van belang dat de subsidieontvanger zo spoedig mogelijk en zelfs ‘onverwijld’ melding doet. Dit betekent dat de melding onmiddellijk moet worden gedaan, of in ieder geval tijdens de subsidieperiode. De subsidieontvanger mag dus niet wachten tot hij dit nodig acht. Als niet wordt voldaan aan de meldplicht bestaat de mogelijkheid dat de subsidieontvanger wordt gekort op de verstrekte subsidie. Concreet betekent dit dat er een bepaald percentage in mindering moet worden gebracht op het bedrag van de verstrekte subsidie. Deze percentages en de voorwaarden waaronder de korting kan worden toegepast zijn te vinden in artikel 3a van de Beleidsregels handhaving subsidiebepalingen VWS.

Artikel 3. Subsidiabele activiteiten

In artikel drie wordt beschreven welke opleidingsactiviteiten van de opleiding AIGT in aanmerking komen voor subsidie, namelijk: het volgen van het onderdeel ‘Buitenland’ van de opleiding AIGT.

De opleidingsactiviteiten die starten in januari van enig jaar zijn subsidiabel voor zover zij worden verricht in het studiejaar waarvoor de subsidie wordt verleend. Indien de opleidingsactiviteiten starten in juli van enig jaar zijn zij subsidiabel voor zover zij worden verricht in het studiejaar en het daaropvolgende jaar. Dit betekent concreet dat indien een arts in opleiding tot AIGT start in juli 2023, zijn opleidingskosten voor het onderdeel ‘Buitenland’ tevens subsidiabel zijn in het jaar 2024. In afwijking hiervan zijn de opleidingsactiviteiten tevens subsidiabel voor zover zij hebben plaatsgevonden in studiejaar 2020. Hiertoe kan de aanvrager een aanvraag tot subsidievaststelling indienen in 2021. Zie voor verdere uitleg de toelichting bij artikel 8.

Artikel 4. Hoogte van de subsidie

De subsidie is vastgesteld op een vast bedrag van € 17.000 per aanvrager. Dit bedrag is gebaseerd op een opgave van het opleidingsinstituut en bestaat uit een tegemoetkoming in kosten in verband met het opleidingsonderdeel ‘Buitenland’, onder meer reis- en verblijfskosten, visa, werkvergunning, inentingen, reiskosten, verblijfskosten, verzekeringen en diverse administratieve kosten die direct gerelateerd zijn aan het verblijf en werkzaam zijn in het buitenland (zoals het aanschaffen van communicatiemiddelen).

Het subsidiebedrag is een vast bedrag van € 17.000. Dit bedrag is gebaseerd op een inschatting van de gemiddelde kosten die de Arts IGT maakt voor het onderdeel ‘Buitenland’ van de opleiding. Deze inschatting is gemaakt door het opleidingsinstituut.

Artikel 5. Wijze van subsidieverstrekking

Uit dit artikel volgt dat de minister twee ‘soorten’ subsidies verstrekt, te weten:

  • (1) Indien de opleidingsactiviteiten zijn gestart in studiejaar 2020, een subsidie zonder voorafgaande verlening direct wordt vastgesteld op een bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de vaststelling wordt genoemd.

  • (2) Indien de opleidingsactiviteiten starten in studiejaar 2021 tot en met 2026, een subsidie die na verlening ambtshalve wordt vastgesteld op het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd.

Met deze wijze van subsidieverstrekking wordt aangesloten bij de gebruikelijke arrangementen op grond van de Kaderregeling en de Regeling vaststelling Aanwijzingen voor subsidieverstrekking (ook wel het Uniform Subsidiekader Rijk genoemd, hierna: USK).

Artikel 6. Aanvraag tot subsidieverlening studiejaar 2021–2026

Artikel zes beschrijft de aanvraagprocedure voor opleidingsactiviteiten die plaatsvinden in studiejaar 2021 tot en met 2026. De subsidieaanvraag wordt uiterlijk 1 november van het desbetreffende studiejaar waarin de opleidingsactiviteiten worden gestart, ontvangen. In afwijking hiervan kan de subsidieaanvraag ten behoeve van opleidingsactiviteiten in studiejaar 2021 worden ingediend in de periode van 1 september 2021 tot en met 1 november 2021. Subsidieaanvragen die na deze data worden ontvangen, zullen worden afgewezen.

De subsidieaanvraag gaat in ieder geval vergezeld van een bewijs van inschrijving in het opleidingsregister van de Registratiecommissie Geneeskundig Specialismen voor het studiejaar waarin de opleidingsactiviteiten worden gestart. In het geval dat de subsidieaanvraag ziet op de opleidingsactiviteiten in studiejaar 2021 bevat de subsidieaanvraag mede een vormvrije maar schriftelijke verklaring van het opleidingsinstituut waaruit blijkt dat de opleidingsactiviteiten in studiejaar 2021 worden of zijn verricht.

Artikel 7. Besluit tot subsidieverlening studiejaar 2021–2026

Binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag die ziet op opleidingsactiviteiten verricht in studiejaar 2021 tot en met 2026 volgt een beslissing van de minister. Uiteraard wordt er zo snel mogelijk beslist op de aanvraag en kan de beslissing dus ook binnen de periode van 13 weken volgen.

De termijn van 13 weken vangt pas aan op het moment dat een volledige aanvraag is ontvangen. Bij ontvangst van een onvolledige aanvraag wordt de subsidieaanvrager in de gelegenheid gesteld de aanvraag binnen twee weken aan te vullen. Ook dan wordt zo snel mogelijk beslist op de aanvraag indien deze compleet is en kan de beslissing dus ook binnen de periode van 13 weken volgen.

De minister verstrekt een voorschot van 100% van het bedrag van de subsidieverlening. Dit voorschot wordt in één termijn betaald.

Artikel 8. Aanvraag tot subsidievaststelling studiejaar 2020

Subsidies die betrekking hebben op opleidingsactiviteiten in studiejaar 2020 worden op grond van deze Subsidieregeling direct vastgesteld, zonder voorafgaande verlening.

De aanvraag tot vaststelling gaat in ieder geval vergezeld van:

  • een bewijs van inschrijving in het opleidingsregister van de Registratiecommissie Geneeskundige Specialisten voor studiejaar 2020;

  • een vormvrije maar schriftelijke verklaring van het opleidingsinstituut waaruit blijkt dat de opleidingsactiviteiten in studiejaar 2020/2021 zijn verricht.

De aanvraag tot subsidievaststelling kan worden ingediend in de periode van 1 september 2021 tot en met 1 november 2021. Binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling volgt een beslissing van de minister. Uiteraard wordt er zo snel mogelijk beslist op de aanvraag en kan de beslissing dus ook binnen de periode van 13 weken volgen.

Artikel 9. Subsidievaststelling studiejaar 2021–2026

Subsidies die betrekking hebben op opleidingsactiviteiten in studiejaar 2021 tot en met 2026 worden op grond van deze Subsidieregeling ambtshalve vastgesteld.

Voordat ambtshalve subsidievaststelling kan plaatsvinden controleert de minister aan de hand van de beschikbare gegevens bij de Registratiecommissie Geneeskundige Specialisten of de opleidingsactiviteiten, zoals genoemd in artikel 3 van de Subsidieregeling, daadwerkelijk zijn verricht. Het gaat daarbij om de opleidingsactiviteiten in verband met studiejaar 2021 tot en met 2026. Indien blijkt dat de subsidiabele activiteiten niet of slechts deels zijn uitgevoerd, wordt de subsidie lager vastgesteld.

De minister besluit binnen 22 weken na afronding van de opleidingsactiviteiten ambtshalve een besluit over de vaststelling van de subsidie.

Artikel 10. Intrekking, wijziging en terugvordering

Indien uit de controle blijkt dat de subsidie niet in overeenstemming met de Subsidieregeling is verstrekt, kan de subsidie die ten onrechte is uitbetaald, geheel worden teruggevorderd van degene aan wie is uitbetaald. Dit kan het geval zijn als de ontvanger van de subsidie het onderdeel ‘Buitenland’ van de opleiding AIGT niet heeft gevolgd of afgerond, onjuiste of onvolledige informatie heeft verschaft of de ontvanger van de subsidie wist of behoorde te weten dat het besluit tot verlening van de subsidie anderszins onjuist was.

Artikel 11. Hardheidsclausule

Deze bepaling bevat een hardheidsclausule. Toepassing van de hardheidsclausule is aan strenge eisen gebonden en er zal met grote terughoudendheid gebruik van worden gemaakt. Het is evenwel niet op voorhand uit te sluiten dat zich omstandigheden zullen voordoen die noodzaken tot afwijken van deze regeling. Het dient dan te gaan om onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 12. Inwerkingtreding en vervaldatum

De regeling treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. De regeling vervalt met ingang van 1 juli 2026.

De Minister voor Medische Zorg, T. van Ark


X Noot
1

Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 35 300 XVI, nr. 72.

X Noot
2

Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 35 300 XVI, nr. 72.