Beschikking inzake ontheffing van het verbod een vlucht uit te voeren met een luchtvaartuig dat niet is voorzien van een geldig bewijs van luchtwaardigheid voor de Stichting Hawker Hunter Foundation (SHHF)

8 juli 2021

Nr: MLA/142/2021

Kenmerk: BS 2021015568

De Minister van Defensie,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

Gelezen het verzoek van de Stichting Hawker Hunter Foundation, KvK-nummer 01108283, van7 juli 2021;

Gelet op artikel 3.21, eerste lid, van de Wet luchtvaart;

Besluit:

Artikel 1

Aan de Stichting Hawker Hunter Foundation (SHHF) wordt ontheffing verleend van de verbodsbepaling van artikel 3.8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet luchtvaart ten behoeve van het uitvoeren van een vlucht binnen het vluchtinformatiegebied (FIR) Amsterdam met het luchtvaartuig Hawker Hunter, type F6.A, met registratienummer G-KAXF.

Artikel 2

De ontheffing, bedoeld in artikel 1, geldt uitsluitend voor de vlucht vanaf de onderhoudslocatie in het Verenigd Koninkrijk naar de militaire luchthaven Leeuwarden met een mogelijke tussenstop op Groningen Airport Eelde.

Artikel 3

De ontheffing, bedoeld in artikel 1, wordt verleend onder de voorwaarden dat de door de burgerluchtvaartautoriteit van het Verenigd Koninkrijk (CAA-UK) afgegeven Permit to Fly haar geldigheid gedurende de looptijd van deze ontheffing behoudt.

Artikel 4

Een afschrift van deze beschikking dient, in aanvulling op een bewijs van inschrijving in het luchtvaartuigregister van het Verenigd Koninkrijk, de geldige door de CAA-UK verleende Permit to Fly en een bewijs van een verzekering die ten minste voldoet aan de verzekeringseisen zoals vastgesteld in verordening (EG) nr. 785/2004, aan boord van het in artikel 1 genoemde luchtvaartuig aanwezig te zijn.

Artikel 5

Deze beschikking treedt in werking met ingang van 12 juli 2021 en vervalt met ingang van 1 september 2021.

De Minister van Defensie, voor deze, De Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit, J.P. Apon, Commodore

Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt, een bezwaarschrift indienen. Dit bezwaarschrift kan digitaal of schriftelijk worden ingediend. Het digitale bezwaarschrift dient te worden ingediend via www.defensie.nl/bezwaarJDV. Het schriftelijke bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, DienstenCentrum Juridische Dienstverlening, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, Postbus 90004, 3509 AA Utrecht. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.

TOELICHTING

De Stichting Hawker Hunter Foundation (SHHF) zet zich in voor het behoud van het Hawker Hunter jachtvliegtuig, een vliegtuigtype dat tot 1968 in gebruik was bij de Koninklijke Luchtmacht. De SHHF heeft op dit moment een luchtwaardig Hawker Hunter jachtvliegtuig in eigendom, met het registratienummer G-KAXF. Deze ontheffing is van toepassing op dat luchtvaartuig. Het luchtvaartuig is gestationeerd op de militaire luchthaven Leeuwarden. Deze luchthaven dient als uitvalbasis voor de deelname aan luchtvaartvertoningen in binnen- en buitenland, al dan niet in opdracht van de Koninklijke Luchtmacht.

De G-KAXF is geregistreerd in het luchtvaartregister van het Verenigd Koninkrijk en valt als zodanig onder het toezicht van de burgerluchtvaartautoriteit van het Verenigd Koninkrijk (CAA-UK). Aangezien ex-militaire luchtvaartuigen in beginsel niet in aanmerking komen voor een Bewijs van Luchtwaardigheid (BvL) conform ICAO- of EASA-normen, is ten aanzien van het genoemde luchtvaartuig door de CAA-UK een Permit to Fly (PtF) verleend. Deze PtF is verleend op grond van de CAP 553 BCAR Section A3-7, een regeling houdende minimumeisen ten aanzien van de (blijvende) luchtwaardigheid van luchtvaartuigen die oorspronkelijk in het Verenigd Koninkrijk zijn ontworpen en waarvoor de CAA-UK primair verantwoordelijk is voor de goedkeuring.

Binnen het vluchtinformatiegebied (FIR) Amsterdam is het op grond van artikel 3.8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet luchtvaart verboden een vlucht uit te voeren met een luchtvaartuig dat niet is voorzien van een geldig BvL, tenzij hiertoe door de Minister van Infrastructuur en Milieu (thans de Minister van Infrastructuur en Waterstaat) of de Minister van Defensie een ontheffing is verleend op grond van artikel 3.21 van de Wet luchtvaart. De Minister van Defensie kan ambtshalve ontheffing verlenen wanneer door bijzondere omstandigheden de regels in redelijkheid geen toepassing kunnen vinden en de veiligheid van het luchtverkeer met het verlenen van een ontheffing niet in gevaar wordt gebracht. In onderhavig geval doet zich een dergelijke bijzondere omstandigheid voor.

Aangezien de Hawker Hunter als voormalig militair luchtvaartuig niet in aanmerking komt voor een ICAO- of EASA-BvL, kan het luchtvaartuig enkel op basis van een ontheffing vluchten uitvoeren binnen de FIR Amsterdam. Derhalve is door de directeur van de Militaire Luchtvaart Autoriteit vanwege de historische waarde van de Hawker Hunter voor de Koninklijke Luchtmacht besloten om, onder verwijzing naar de door de CAA-UK verleende PtF en de daarin opgenomen voorwaarden, de SHHF namens de Minister van Defensie ontheffing te verlenen.

Het toepassingsbereik van de ontheffing is beperkt tot het uitvoeren van een vlucht vanaf de onderhoudslocatie in St. Athan in het Verenigd Koninkrijk naar de thuisbasis op de militaire luchthaven Leeuwarden. Omdat de luchthaven op de dag van de beoogde terugvlucht is gesloten, zal er een tussenstop worden gemaakt op Groningen Airport Eelde.

Het normenkader waartegen de CAA-UK de PtF heeft verleend, te weten de CAP 553 BCAR Section A3-7, streeft een zodanig veiligheidsniveau na dat, mede gezien het beperkte toepassingsbereik, door het verlenen van onderhavige ontheffing het luchtverkeer niet in gevaar wordt gebracht.

De ontheffing is na overleg met de Inspectie Leefomgeving en Transport (IL&T) verleend. In dit kader hebben de directeur van de Militaire Luchtvaart Autoriteit en de IL&T vastgesteld dat de ontheffing en het toezicht op de naleving hiervan vallen onder verantwoordelijkheid van de directeur van de Militaire luchtvaart Autoriteit.

Naar boven