Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Landbouw, Natuur en VoedselkwaliteitStaatscourant 2021, 35395ander besluit van algemene strekking

Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 2 juli 2021, nr. WJZ/ 21133711, tot wijziging van het Besluit aanwijzing toezichthouders Wet dieren

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op artikel 8.1, eerste lid, van de Wet dieren;

Besluit:

ARTIKEL I

Artikel 2, onderdeel f, van het Besluit aanwijzing toezichthouders Wet dieren komt te luiden:

  • f. de ambtenaren van de politie, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de Politiewet 2012, en de vrijwillige ambtenaren van de politie, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Politiewet 2012, voor zover deze vrijwillige ambtenaren zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, met uitzondering van de vrijwilliger-aspirant gedurende het theoretische opleidingsdeel en de vrijwillige ambtenaar in opleiding gedurende het theoretisch opleidingsdeel, bedoeld in het Besluit algemene rechtspositie politie, voor zover het betreft het bepaalde bij of krachtens:

    • 1°. de artikelen 2.1, 2.2, 2.3, 2.4, 2.5, 2.6, 2.7, 2.8, 2.10, 2.11, 2.12, 2.13, 2.14, 2.15, 2.16, 2.23, 3.1, 3.3, 3.5, 5.4, 5.5, 5.6, 5.10, 5.11, 5.12, 5.13, 5.15 en 8.4, van de wet; en

    • 2°. de artikelen 6.2, 6.3, 6.4, 7.2 en 7.5 van de wet in samenhang met de onderwerpen waarop de artikelen, genoemd in onderdeel 1°, betrekking hebben;.

ARTIKEL II

In artikel 1 van het Besluit aanwijzing ambtenaar Wet dieren wordt 'Chief Veterinary Officer van het Ministerie van Economische Zaken' vervangen door ‘Chief Veterinary Officer van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit’.

ARTIKEL III

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 2 juli 2021

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen zes weken na de dag van dagtekening van deze Staatscourant een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Afdeling Juridische Zaken, Postbus 40219, 8004 DE Zwolle.

TOELICHTING

Artikel I van dit besluit verduidelijkt de reikwijdte van de toezichthoudende bevoegdheid van ambtenaren van de politie ten aanzien van de naleving van regelgeving over dieren. De politie heeft sinds jaren bevoegdheden ten aanzien van de regelgeving die voorheen was opgenomen in de toenmalige Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, waaronder de regels ter bescherming van diergezondheid en dierenwelzijn en de regels over dierlijke bijproducten. Met de gefaseerde inwerkingtreding van de Wet dieren, waardoor regels van de Gezondheids- en welzijnswet dieren stapsgewijs overgingen naar de Wet dieren, is het Besluit aanwijzing toezichthouders Wet dieren telkens aangepast. Met de onderbrenging van de regels over diergezondheid in de Wet dieren per 21 april 2021 is de overgang van de oude wet naar de nieuwe wet afgerond.

Waar onder de toenmalige Gezondheids- en welzijnswet voor dieren de politie ten algemene was aangewezen als toezichthouder, was dit tot dusverre in het Besluit aanwijzing toezichthouders Wet dieren niet het geval. Dit vanwege de gefaseerde inwerkingtreding van de Wet dieren en het feit dat de Wet dieren ook regelgeving bevat waar de politie geen toezichthoudende bevoegdheden heeft, zoals de regelgeving over diervoeders en diergeneesmiddelen. Ook was ervoor gekozen voor sommige regelgeving te verwijzen naar de grondslag in de Wet dieren zelf, en in ander gevallen naar gedelegeerde regelgeving, zoals het Besluit houders van dieren.

Dit wijzigingsbesluit vereenvoudigt de bepaling waarin de toezichthoudende bevoegdheden voor politieambtenaren zijn bepaald, door alleen nog te verwijzen naar de wettelijke bepalingen die voorzien in voorschriften of in grondslagen om bij uitvoeringsregelgeving voorschriften te stellen. Het gaat hier om de onderwerpen ten aanzien waarvan de politieambtenaren ook bevoegd waren om toezicht te houden op grond van de toenmalige Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.

Tevens is van de gelegenheid gebruik gemaakt om ook de zogeheten executieve politievrijwilligers aan te wijzen als toezichthouder. Het gaat hier om een categorie van vrijwillige politieambtenaren, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Politiewet 2012, te weten de vrijwillige politie-ambtenaren die zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, en geen vrijwilliger-aspirant of vrijwillig ambtenaar in opleiding zijn in de zin van het Besluit algemene rechtspositie politie gedurende het theoretische opleidingsdeel in de zin van laatstgenoemd besluit.

Zij kunnen ook voor de uitvoering van taken ten dienste van de politie worden belast met dezelfde executieve politietaken als de gewone politieambtenaren (bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van voornoemde wet), als zij voldoen aan dezelfde opleidingseisen. Tegen die achtergrond ligt het in de rede dat zij ook, net als de gewone politieambtenaar, toezicht op de naleving van de Wet dieren kunnen houden.

Artikel II van dit besluit actualiseert de gebruikte terminologie.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten