Mededeling
De Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) deelt mee dat, onder
intrekking van de op 26 september 2018 verleende vervoersvergunning met kenmerk ANVS-2018/15183,
op 29 juni 2021, onder kenmerk ANVS-PP-2021/0083380, op grond van artikel 15, aanhef
en onderdeel a, van de Kernenergiewet in samenhang met artikel 2, eerste lid, en artikel
23, eerste lid, van het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen,
vergunning is verleend aan Transrad NV/SA te Fleurus (België) voor het over de weg,
over het spoor en over zee binnen Nederlands grondgebied (doen) brengen, het over
de weg en over het spoor vervoeren op Nederlands grondgebied en het over de weg, over
het spoor en over zee buiten Nederlands grondgebied (doen) brengen van onbestraalde
splijtstoffen in de vorm van verrijkt uraniumhexafluoride (UF6) afkomstig van de afzenders en bestemd voor de ontvangers, zoals bedoeld in de vergunning
met kenmerk ANVS-PP-2021/0083380, die gerechtigd zijn de splijtstoffen te ontvangen.
De onbestraalde splijtstoffen in de vorm van laagverrijkt UF6, worden vervoerd in speciaal voor dit vervoer ontworpen en gecertificeerde transportverpakkingen.
De splijtstoffen worden door de ontvangers gebruikt voor de productie van brandstof
voor kernreactoren. De ontvangers zijn gerechtigd om de splijtstoffen te ontvangen.
De vergunning is geldig tot en met 29 juni 2024.
Het besluit is op 29 juni 2021 verzonden aan Transrad NV/SA.
Op de procedure ter verkrijging van de aangevraagde vergunning is Hoofdstuk 4, titel
4.1, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van toepassing.
Belanghebbenden kunnen binnen 6 weken na de dag van verzending van dit besluit een
bezwaarschrift indienen bij de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming,
o.v.v. bezwaar, Postbus 16001, 2500 BA Den Haag.
Het bezwaarschrift moet van een handtekening, datum, naam en adres van de indiener
zijn voorzien. De indiener dient duidelijk aan te geven waarom hij tegen dit besluit
bezwaar aantekent.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dag waarop de termijn afloopt
voor het indienen van een bezwaarschrift. Indien gedurende die termijn bij de voorzieningenrechter
van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek om voorlopige
voorziening is gedaan, treedt dit besluit niet in werking voordat op dat verzoek is
beslist.