Verlenen opsporingsvergunning aardwarmte Delft Abtswoude, Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Besluit 9-6-2021

DGKE-WO / V-45

Procesverloop:

  • Hydreco Geomec B.V. (hierna: Hydreco) heeft per bericht ontvangen op 9 april 2019 een aanvraag ingediend voor een opsporingsvergunning voor aardwarmte, ingevolge artikel 6 van de Mijnbouwwet (hierna: Mbw). Het aangevraagde gebied genaamd Delft-Abtswoude, ligt in de provincie Zuid-Holland, in de gemeente Delft, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rotterdam en Schiedam. Het primaire doel van de vergunning is om extra ruimte aan te vragen voor het geplande doublet in het vergunningsgebied Pijnacker-Nootdorp 6a. De oppervlakte van het aangevraagde gebied bedraagt 11,86 km². De aangevraagde geldigheidsduur van de vergunning is vijf jaar;

  • de aanvraag bleek na indiening volledig te concurreren met een aanvraag opsporingsvergunning voor het gebied genaamd Delft-Tanthof;

  • in de Staatscourant van 24 april 2019 (Staatscourant 2019, nr. 22419), is een uitnodiging geplaatst voor het indienen van concurrerende aanvragen op de aanvraag Delft-Tanthof. Binnen de termijn van dertien weken zijn geen andere concurrerende aanvragen ontvangen;

  • TNO-AGE (hierna: TNO) heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken en Klimaat (hierna: Minister van EZK) per bericht ontvangen op 18 februari 2020 advies uitgebracht (kenmerk: AGE 20-10.013);

  • Staatstoezicht op de Mijnen (hierna: SodM) heeft op verzoek van de Minister van EZK per bericht ontvangen op 1 augustus 2019 advies uitgebracht (kenmerk: ADV-259/19185446) voor Delft-Abtswoude;

  • de omgevingsdienst Haaglanden (hierna: ODH) heeft op grond van artikel 16 van de Mbw namens het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland (hierna: GS) op 29 oktober 2019 advies uitgebracht voor Delft-Abtswoude (kenmerk: ODH-2019-0007969);

  • de Mijnraad is, op grond van artikel 105, derde lid, van de Mbw om advies gevraagd en heeft per bericht van 18 juni 2020 advies uitgebracht (kenmerk: MIJR/20171156).

Gelet op:

de artikelen 6, 7, 9, 11, eerste tot en met derde lid, en vierde lid, eerste volzin, 12, eerste lid, 13, 15, 16, 17, eerste lid en 105, derde lid, van de Mijnbouwwet, alsmede artikel 1.3.1 van de Mijnbouwregeling.

Besluit

Artikel 1

Aan Hydreco Geomec B.V. (hierna: de vergunninghouder) wordt een opsporingsvergunning voor aardwarmte verleend voor het gebied genaamd Delft-Abtswoude.

Artikel 2

De vergunning geldt voor het gebied dat ligt in de provincie Zuid-Holland, en wordt begrensd door de rechte lijnen tussen de punten zoals weergegeven in tabel 1.

Tabel 1:

Punt

X

Y

1

84719,650

444755,520

2

86880,930

446372,450

3

86707,630

445193,760

4

86656,000

441978,000

5

83938,100

441686,450

6

82 681,095

444155,567

7

84 415,718

445244,419

Bovenstaande coördinaten zijn weergegeven volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting (RD).

Op basis van deze grensbeschrijving is de oppervlakte van het gebied 11,86 km2.

Artikel 3

De vergunninghouder geeft uitvoering aan het werkprogramma dat onderdeel uitmaakt van de op 9 april 2019 ingediende aanvraag.

Artikel 4

De vergunninghouder neemt bij de uitvoering van het werkprogramma de volgende voorwaarde in acht: zes maanden voorafgaand aan de uitvoering van fysieke activiteiten overlegt de vergunninghouder aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat, een geactualiseerde organisatiestructuur en -invulling, conform de dan geldende technische standaarden, welke aan de inspecteur-generaal der mijnen wordt voorgelegd.

Artikel 5

De vergunning geldt vanaf het tijdstip waarop zij in werking is getreden tot vier jaar na het tijdstip waarop zij onherroepelijk is geworden.

Artikel 6

De vergunning treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, namens deze: J.L. Rosch MT-lid directie Warmte en Ondergrond

Tegen dit besluit kan degene, wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen 6 weken na de dag waarop dit besluit is verzonden, een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken en Klimaat, directie Wetgeving en Juridische Zaken, Postbus 20401, 2500 EK Den Haag. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven