Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatscourant 2021, 29400Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister voor Medische Zorg van kenmerk 2372030-1010142-MEVA, houdende wijziging van de Subsidieregeling coronabanen in de zorg in verband met aanpassing van de subsidiabele periode en enkele andere wijzigingen

De Minister voor Medische Zorg,

Gelet op artikel 3 en 5 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

ARTIKEL I

De Subsidieregeling coronabanen in de zorg wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Na het onderdeel ‘accountant’ wordt een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:

AGB-code:

de Algemene GegevensBeheer-code van een zorgaanbieder zoals geregistreerd in het AGB-register dat wordt beheerd door Vektis;

2. Na het onderdeel ‘onregelmatigheidstoeslag’ worden twee onderdelen ingevoegd, luidende:

periode 1:

periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021;

periode 2:

periode van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2021;

3. Na het onderdeel ‘wettelijk minimumloon’ wordt een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:

WTZi-toelating:

toelating als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet toelating zorginstellingen;

B

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het tweede en het derde lid tot het derde en het vierde lid wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende:

  • 2. De minister kan op aanvraag aan een zorgaanbieder een subsidie verstrekken voor het via coronabanen tewerkstellen en begeleiden van werknemers die een beroepsopleiding in de derde leerweg volgen als bedoeld in artikel 1.4.1, lid 1.a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs met als doel het behalen van een certificaat als bedoeld in artikel 7.2.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs.

2. Het vierde lid (nieuw) komt te luiden:

  • 4. Geen subsidie wordt verstrekt voor:

    • a. de kosten van het tewerkstellen van werknemers die met de prestatiebeschrijving ‘meerkosten’ worden vergoed op grond van:

      • de Beleidsregel continuïteitsbijdrage en meerkosten in verband met de uitbraak van het SARS-CoV-2 virus;

      • de Beleidsregel SARS-CoV-2 virus extra kosten Wlz 2021;

      • de Beleidsregel SARS-CoV-2 virus doorlopende kosten Wlz 2021; of

      • de meerkostenregeling corona voor Jeugdwet en Wmo 2015;

    • b. de kosten van het tewerkstellen van werknemers die op grond van de Subsidieregeling opschaling curatieve zorg COVID-19 worden vergoed;

    • c. de kosten van het tewerkstellen en begeleiden van werknemers die op grond van het Kwaliteitsbudget Verpleeghuiszorg en de Transitiemiddelen Verpleeghuiszorg worden vergoed;

    • d. andere kosten met betrekking tot het aannemen van werknemers die van overheidswege worden vergoed; en

    • e. dezelfde werknemer waarvoor in periode 1 subsidie is verleend en in periode 2 een verzoek tot herziening van de subsidieverlening ten behoeve van de verlenging van de activiteiten in periode 1 is aangevraagd en daardoor de totale maximale subsidiabele periode van zes maanden wordt overschreden.

C

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. De activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, zijn in totaal voor maximaal zes maanden subsidiabel in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021.

2. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. Subsidie voor periode 1 wordt uitsluitend verstrekt indien:

    • a. de werknemer vanaf 1 januari 2021 wordt ingezet bij de zorgaanbieder;

    • b. het contract voor minimaal twee en maximaal zes maanden wordt aangegaan; en

    • c. in het contract wordt vastgelegd dat de arbeidsduur in ieder geval gemiddeld 20 uur per week bedraagt.

3. Het vijfde lid komt te luiden:

  • 5. Subsidie voor periode 2 wordt uitsluitend verstrekt indien:

    • a. de werknemer vanaf 1 juli 2021 maar voor 1 oktober 2021 wordt ingezet bij de zorgaanbieder;

    • b. het contract voor minimaal twee en maximaal zes maanden wordt aangegaan; en

    • c. in het contract wordt vastgelegd dat de arbeidsduur in ieder geval gemiddeld 20 uur per week bedraagt.

4. In het zesde lid wordt 'artikel 3, tweede lid' vervangen door 'artikel 3, derde lid'.

5. In het zevende lid wordt 'artikel 3, tweede lid' vervangen door 'artikel 3, derde lid'.

D

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Het subsidieplafond bedraagt:

    • a. voor periode 1 € 38.000.000; en

    • b. voor periode 2 € 40.000.000.

2. In de aanhef van het tweede lid wordt 'van het subsidieplafond beschikbare bedrag' vervangen door 'van de subsidieplafonds beschikbare bedragen'.

3. In het derde lid wordt 'artikel 6, derde lid' vervangen door 'artikel 6, vierde lid'.

E

Artikel 6 komt te luiden:

Artikel 6. Aanvraag tot subsidieverlening

  • 1. De subsidieaanvraag ten behoeve van de activiteiten in periode 1 kan worden ingediend in de periode van 1 maart 2021, 09:00 uur tot en met 31 maart 2021, 17:00 uur.

  • 2. De subsidieaanvraag ten behoeve van de activiteiten in periode 2 en het verzoek tot herziening van de subsidieverlening ten behoeve van de verlenging van de activiteiten in periode 1 kunnen worden ingediend in de periode van 14 juni 2021, 09:00 uur tot en met 25 juni 2021, 17:00 uur.

  • 3. Voor de aanvraag tot verlening van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 4. Een aanvraag of een verzoek als bedoeld in het tweede lid gaat in ieder geval vergezeld van:

    • a. een opgave van:

      • het aantal werknemers per coronabaan, inclusief de kosten, bedoeld in artikel 7, eerste en tweede lid;

      • het gemiddeld aantal werkuren per werknemer per week overeenkomstig het contract;

      • het aantal werknemers dat een beroepsopleiding in de derde leerweg volgt als bedoeld in artikel 3, tweede lid; en

      • de periode waarin de werknemer wordt ingezet bij de zorgaanbieder;

    • b. een verklaring waarin de zorgaanbieder verklaart dat:

      • deze met de werknemer een contract aangaat voor minimaal twee en maximaal zes maanden;

      • deze de werknemer in periode 1 inzet op of na 1 januari 2021;

      • deze de werknemer in periode 2 inzet op of na 1 juli 2021 maar uiterlijk 1 oktober 2021;

      • de coronabanen niet reeds via andere bronnen als bedoeld in artikel 3, vierde lid, gefinancierd worden;

      • deze niet subsidie aanvraagt voor dezelfde werknemer in zowel periode 1 als periode 2 indien daarmee de totale maximale subsidiabele periode van zes maanden wordt overschreden; en

      • deze een zorgaanbieder is als bedoeld in artikel 1;

    • c. een opgave van het nummer waarmee de zorgaanbieder geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel waarmee tevens de AGB-code en WTZi-toelating wordt gecontroleerd;

    • d. een opgave van het SBI-nummer waarmee de zorgaanbieder geregistreerd is in het handelsregister;

    • e. een opgave van het aantal werkzame personen bij de zorgaanbieder op 1 januari 2021;

    • f. een volmacht ingeval door een ander dan een tekenbevoegde persoon subsidie wordt aangevraagd; en

    • g. een bankafschrift op naam van de aanvrager, dat niet ouder is dan drie maanden.

  • 5. De zorgaanbieder die een aanvraag of verzoek als bedoeld in het tweede lid indient, en niet beschikt over een AGB-code of WTZi-toelating als bedoeld in artikel 1, doet de aanvraag vergezeld gaan van een van de volgende documenten:

    • a. een betalingsbewijs of contract met financier; of

    • b. een schriftelijke verklaring van een derde waaruit blijkt dat de aanvrager een zorgaanbieder is.

  • 6. Door het indienen van een aanvraag stemt de zorgaanbieder ermee in dat in ieder geval de volgende gegevens uit het subsidiedossier openbaar gemaakt kunnen worden:

    • a. de naam en de vestigingsplaats van de subsidieaanvrager;

    • b. het aantal werknemers dat coronabanen vervult;

    • c. het verstrekte voorschot; en

    • d. de verleende en vastgestelde subsidie.

F

In artikel 9, eerste lid, wordt na 'van de aanvraag' ingevoegd ', bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, en het verzoek, bedoeld in artikel 6, tweede lid,'.

G

Artikel 14 komt te luiden:

Artikel 14. Subsidievaststelling subsidies aan GGD

  • 1. In afwijking van artikel 8 legt een GGD verantwoording af over de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

  • 2. De GGD vraagt uiterlijk op 15 juli 2022 de vaststelling van de subsidie aan door verantwoordingsinformatie aan de minister te verstrekken op de wijze bedoeld in het eerste lid.

  • 3. Artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten is van overeenkomstige toepassing op de verantwoordingsinformatie.

  • 4. De subsidie wordt vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.

  • 5. De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling.

H

Na artikel 15 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 15a. Overgangsbepaling

De subsidieregeling, zoals deze luidde op 20 februari 2021, blijft van toepassing op subsidies die zijn verstrekt aan zorgaanbieders ten behoeve van activiteiten in periode 1.

I

In artikel 16 wordt '31 december 2021' vervangen door '31 december 2022'.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt ten aanzien van artikel I, onderdeel B, onder 1, en onderdeel G terug tot en met 1 januari 2021.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Medische Zorg, T. van Ark

TOELICHTING

1. Algemeen

De Subsidieregeling coronabanen in de zorg (hierna: Subsidieregeling) is een ministeriële regeling die regels bevat over de subsidiëring van coronabanen in de zorgsector. Coronabanen zijn een initiatief van het kabinet om de cruciale sectoren zorg, onderwijs en handhaving en toezicht te ondersteunen tijdens de coronapandemie. Coronabanen zijn banen waar geen of beperkte scholing voor nodig is, maar die wel een belangrijke verlichting kunnen bieden in de werkdruk. De regeling biedt daarnaast organisaties de kans om ook tijdens de crisis te investeren in een meer structurele instroom van medewerkers.

Met deze regeling (hierna: wijzigingsregeling) wordt een aantal wijzigingen doorgevoerd in de Subsidieregeling. Er is een totaal subsidiebudget van € 80.000.000 beschikbaar gesteld voor coronabanen in de zorg, waarvan er in periode 1 € 38.000.000 subsidie is aangevraagd door zorgorganisaties. Met deze wijzigingsregeling stelt het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (hierna: VWS) € 40.000.000 van het resterende subsidiebudget beschikbaar om werknemers in te zetten door middel van coronabanen in de periode van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2021. Hiervoor zal een nieuw tijdvak worden opengesteld tussen 14 juni 2021 en 25 juni 2021 om subsidieaanvragen in te dienen. Om tijdelijkheid van de banen en ondersteuning ten behoeve van de COVID-19-pandemie te borgen wordt een uiterste startdatum – namelijk 1 oktober 2021 – van de coronabanen opgenomen in de regeling: werknemers moeten voor 1 oktober 2021 bij de zorgaanbieder worden ingezet. Daarnaast voorziet deze wijzigingsregeling in enkele andere wijzigingen, zoals een technische wijziging waardoor de opleidingen tot het behalen van mbo-certificaten onder de regeling vallen, het aanpassen van de verantwoording voor GGD’en naar de feitelijke situatie en ten slotte het opvragen van aanvullende informatie bij het indienen van een subsidieaanvraag.

2. Artikelsgewijs

Artikel 1

Onderdeel A

Onderdeel A voorziet in de toevoeging van enkele nieuwe begrippen.

Ten eerste is de definitie van AGB-code toegevoegd. Met een AGB-code kan worden gecontroleerd of de subsidieaanvrager daadwerkelijk een zorgaanbieder is die in aanmerking komt voor de Subsidieregeling. Op basis van het nummer waarmee de zorgaanbieder is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel (hierna: KvK-nummer) controleert de Minister voor Medische Zorg (hierna: de minister) de AGB-registratie.

Ten tweede wordt met het toevoegen van de definities van periode 1 en periode 2 een onderscheid gemaakt tussen de verschillende subsidiabele periodes: de periodes waarbinnen de activiteiten in aanmerking komen voor subsidie. Hiermee wordt tevens verduidelijkt dat er een extra subsidiabele periode wordt toegevoegd: er kan ook subsidie voor coronabanen worden aangevraagd voor de periode van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2021. Dit betekent dat een zorgaanbieder voor een werknemer op een coronabaan uitsluitend subsidie in periode 2 kan ontvangen voor zijn inzet bij een zorgaanbieder op of na 1 juli 2021. Dit is gelijk aan de begindatum van periode 2. Op grond van de wijzigingsregeling is het echter niet mogelijk om met terugwerkende kracht te subsidiëren. Subsidiëring in periode 2 is uitsluitend bestemd voor de inzet van de werknemer vanaf 1 juli 2021 en de verlenging van de inzet van werknemers uit periode 1 na 1 juli 2021, tot een maximum van zes maanden.

Ten slotte is de definitie van WTZi-toelating toegevoegd. Met een WTZi-toelating, een toelating op grond van de Wet toelating zorginstellingen, kan worden gecontroleerd of de subsidieaanvrager daadwerkelijk een zorgaanbieder is die in aanmerking komt voor de Subsidieregeling. Op basis van het KvK-nummer van de zorgaanbieder controleert de minister of de zorgaanbieder in het bezit is van een WTZi-toelating.

Onderdeel B

De verwijzing naar de eenheid van een vakopleiding in de beroepsbegeleidende leerweg, zoals deze was opgenomen in artikel 4, vierde lid, van de Subsidieregeling zoals die luidde op 20 februari 2021, is onjuist gebleken. In de regelgeving van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen bestaat het begrip ‘leereenheden’ niet. Tevens is het noemen van de beroepsbegeleidende leerweg in relatie tot het halen van een certificaat onjuist. Met onderdeel B wordt de juiste terminologie in de Subsidieregeling opgenomen. De minister kan op aanvraag aan een zorgaanbieder subsidie verstrekken voor het via coronabanen tewerkstellen en begeleiden van werknemers die een beroepsopleiding in de derde leerweg volgen met als doel het behalen van een certificaat. Er is – op grond van de onjuiste terminologie in periode 1 – wel subsidie verleend voor deze eenheid van een vakopleiding in de beroepsbegeleidende leerweg.

De zorgaanbieder die in periode 1 subsidie heeft ontvangen voor een werknemer die een eenheid volgt van een vakopleiding in de beroepsbegeleidende leerweg als bedoeld in artikel 4, vierde lid, zoals dat luidde op het moment van de subsidieverlening, komt door middel van een verzoek tot herziening van de subsidieverlening ten behoeve van de verlenging van de activiteiten in periode 1 tevens in aanmerking voor subsidie in periode 2 voor de resterende maanden tot een totaal van zes maanden voor dezelfde werknemer op een coronabaan.

Met onderdeel B vervalt ook de verlengde subsidiabele periode voor werknemers die een beroepsopleiding in de derde leerweg volgen als bedoeld in artikel 1.4.1, lid 1.a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs met als doel het behalen van een certificaat als bedoeld in artikel 7.2.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs. Alle subsidiabele activiteiten binnen de Subsidieregeling zijn subsidiabel in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021. Dit blijkt uit de toevoeging van het nieuwe tweede lid aan artikel 3 van de Subsidieregeling.

Nu er een extra subsidiabele periode wordt toegevoegd, moet de samenloop met de eerdere periode worden bepaald. Onderdeel B wijzigt daarom ook artikel 3, vierde lid. Een zorgaanbieder komt niet in aanmerking voor een subsidie in periode 2 in het geval dat deze zorgaanbieder in periode 1 reeds subsidie heeft ontvangen voor diezelfde werknemer en daardoor de totale maximale subsidiabele periode van zes maanden wordt overschreden. Er zijn verschillende situaties denkbaar wanneer een zorgaanbieder wel of niet voor subsidie in aanmerking komt. Deze situaties worden beschreven in de toelichting bij onderdeel C.

De zorgaanbieder die in periode 1 subsidie heeft ontvangen voor een werknemer voor minder dan zes maanden, komt door middel van een verzoek tot herziening van de subsidieverlening ten behoeve van de verlenging van de activiteiten in periode 1 tevens in aanmerking voor subsidie in periode 2 voor de resterende maanden tot een totaal van zes maanden voor dezelfde werknemer op een coronabaan.

Onderdeel C

Met de wijziging van artikel 4 wordt duidelijk gemaakt dat de activiteiten die in aanmerking komen voor subsidie, subsidiabel zijn in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021.

Het oude vierde lid komt te vervallen, omdat de grondslag voor subsidiëring van werknemers die een beroepsopleiding in de derde leerweg volgen, is verplaatst naar artikel 3. Materieel gezien verandert er niets aan het nieuwe vierde lid ten opzichte van het vijfde lid in de Subsidieregeling. De voorwaarden om in aanmerking te komen voor subsidie in periode 1 blijven identiek. Er is enkel een onderscheid gemaakt tussen de voorwaarden voor periode 1 – zoals opgenomen in het vierde lid – en periode 2 – zoals opgenomen in het vijfde lid.

Deze subsidiabele periode is verdeeld in twee onafhankelijke periodes:

  • Periode 1: de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021; en

  • Periode 2: de periode van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2021.

Vanwege het onderscheid in twee subsidiabele periodes zijn er verschillende situaties denkbaar waarin er sprake is van samenloop voor de zorgaanbieder tussen periode 1 en periode 2. Deze situaties worden uitgewerkt in onderstaande tabel. Er kunnen daarbij meerdere situaties op één zorgaanbieder van toepassing zijn.

Situatie periode 1

Subsidie periode 2

De zorgaanbieder heeft subsidie ontvangen voor werknemers in periode 1 voor de volledige periode van 6 maanden

De zorgaanbieder komt in aanmerking voor subsidie in periode 2 voor:

Nieuwe werknemers; en

Nieuwe werknemers die een beroepsopleiding in de derde leerweg volgen met als doel het behalen van een certificaat.

De zorgaanbieder heeft subsidie ontvangen voor werknemers in periode 1 voor een totale periode van minder dan 6 maanden

De zorgaanbieder komt in aanmerking voor subsidie in periode 2 voor:

Nieuwe werknemers;

Nieuwe werknemers die een beroepsopleiding in de derde leerweg volgen met als doel het behalen van een certificaat; en

Dezelfde werknemers als in periode 1 voor de resterende maanden tot een maximum van 6 maanden.

De zorgaanbieder heeft subsidie ontvangen voor werknemers in periode 1 die een eenheid volgen van een vakopleiding in de beroepsbegeleidende leerweg voor de volledige periode van 6 maanden

De zorgaanbieder komt in aanmerking voor subsidie in periode 2 voor:

Nieuwe werknemers; en

Nieuwe werknemers die een beroepsopleiding in de derde leerweg volgen met als doel het behalen van een certificaat.

De zorgaanbieder heeft subsidie ontvangen voor werknemers in periode 1 die een eenheid volgen van een vakopleiding in de beroepsbegeleidende leerweg voor een totale periode van minder dan 6 maanden, omdat daarmee de einddatum van 31 augustus 2021 zou worden overschreden.

De zorgaanbieder komt in aanmerking voor subsidie in periode 2 voor:

Nieuwe werknemers;

Nieuwe werknemers die een beroepsopleiding in de derde leerweg volgen met als doel het behalen van een certificaat; en

Dezelfde werknemers als in periode 1 voor de resterende maanden tot een maximum van 6 maanden.

De zorgaanbieder heeft subsidie ontvangen voor werknemers die een eenheid volgen van een vakopleiding in de beroepsbegeleidende leerweg voor een totale periode van minder dan 6 maanden. De werknemers hebben de opleiding afgerond, maar de zorgaanbieder wil diezelfde werknemers nog voor de resterende maanden inzetten

De zorgaanbieder komt in aanmerking voor subsidie in periode 2 voor:

Nieuwe werknemers;

Nieuwe werknemers die een beroepsopleiding in de derde leerweg volgen met als doel het behalen van een certificaat; en

Dezelfde werknemers als in periode 1 voor de resterende maanden tot een maximum van 6 maanden.

Om de verschillende situaties in samenloop tussen periode 1 en periode 2 nog verder te verduidelijken, worden hieronder enkele voorbeelden uitgewerkt.

  • a. Zorgaanbieder X heeft in periode 1 subsidie ontvangen voor tien werknemers. Voor acht werknemers is subsidie verstrekt voor hun inzet van zes maanden (van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021). Voor twee werknemers is subsidie verstrekt voor hun inzet van 4 maanden (van 1 maart tot en met 30 juni 2021), maar zij worden tot en met augustus 2021 door de zorgaanbieder ingezet. Voor die twee werknemers kan de zorgaanbieder in periode 2 subsidie aanvragen voor de resterende twee maanden van hun inzet op of na 1 juli 2021. In dezelfde aanvraag kan de organisatie ook subsidie aanvragen voor nieuwe werknemers voor de periode vanaf 1 juli 2021. Deze nieuwe werknemers moeten uiterlijk 1 oktober 2021 worden ingezet bij de zorgaanbieder.

  • b. Zorgaanbieder X heeft in periode 1 subsidie aangevraagd voor werknemers die op 1 mei 2021 zijn gestart met een eenheid van een vakopleiding in de beroepsbegeleidende leerweg (met deze wijzigingsregeling gaat het dan om een beroepsopleiding in de derde leerweg volgen met als doel het behalen van een certificaat). Er is subsidie verleend voor deze werknemers voor de periode van 1 mei 2021 tot en met 31 augustus 2021 (4 maanden). Zorgaanbieder X komt in aanmerking voor subsidie in periode 2 voor dezelfde werknemers voor de resterende 2 maanden van hun inzet. De organisatie kan tegelijkertijd (dat wil zeggen: in dezelfde aanvraag) ook subsidie aanvragen voor nieuwe werknemers die maximaal zes maanden worden ingezet bij de zorgaanbieder. Deze werknemers moeten wordt ingezet op of na 1 juli 2021 maar uiterlijk op 1 oktober 2021.

  • c. Zorgaanbieder X heeft in periode 1 subsidie ontvangen voor werknemers die zijn gestart met een eenheid van een vakopleiding in de beroepsbegeleidende leerweg (met deze wijzigingsregeling gaat het dan om een beroepsopleiding in de derde leerweg volgen met als doel het behalen van een certificaat) voor de periode van 1 februari 2021 tot en met 30 juni 2021. De werknemers hebben de eenheid van de vakopleiding afgerond, maar de zorgaanbieder wil dezelfde werknemers in de maand juli 2021 nog inzetten in de organisatie. De zorgaanbieder komt in aanmerking voor subsidie in periode 2 voor de resterende maand. De organisatie kan tegelijkertijd (dat wil zeggen: in dezelfde aanvraag) ook subsidie aanvragen voor nieuwe werknemers die maximaal zes maanden worden ingezet bij de zorgaanbieder. Deze werknemers moeten worden ingezet op of na 1 juli 2021 maar uiterlijk op 1 oktober 2021.

Onderdeel D

Voor het verstrekken van subsidies op grond van de Subsidieregeling is een bedrag van € 78.000.000 beschikbaar. Gezien de onderuitputting van het subsidieplafond in periode 1 wordt het totaal beschikbare bedrag voor periode 1 naar beneden bijgesteld, te weten naar € 38.000.000. Dit is gerechtvaardigd, omdat er voor niemand sprake is van een nadeel. Er kan voor periode 1 géén subsidie meer worden aangevraagd (het aanvraagtijdvak is verstreken) en alle subsidies zijn reeds verleend. Voor periode 2 is daarom een bedrag van € 40.000.000 beschikbaar.

Net als bij het subsidieplafond voor periode 1, wordt het subsidieplafond voor periode 2 evenredig verdeeld. In het geval het subsidieplafond niet wordt uitgeput, verdeelt de minister het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag conform de volledige subsidieaanvragen, of in het geval het subsidieplafond wel wordt uitgeput, evenredig over de ingediende volledige aanvragen.

Nieuwe aanvragen voor periode 2 en herzieningen van de subsidieverlening ten behoeve van de verlenging van de activiteiten in periode 1 dienen te worden ingediend in de periode van 14 juni 2021, 09:00 uur tot en met 25 juni 2021, 17:00 uur. Deze aanvragen en herzieningen zullen ten laste komen van het plafond voor periode 2 en tellen voor dat plafond mee voor de evenredige verdeling. Hierdoor blijft het plafond voor periode 1 intact en wordt er voorkomen dat reeds verleende subsidies voor activiteiten in periode 1 worden aangetast.

Onderdeel E

Artikel 6 van de Subsidieregeling wordt gewijzigd om te voorzien in een nieuwe aanvraagronde voor subsidies in periode 2. De aanvraagronde voor subsidie in periode 1 wordt niet gewijzigd. Vanwege de grote hoeveelheid wijzigingen in artikel 6 is er echter voor gekozen om het volledige artikel opnieuw te publiceren. Dit om verwarring en onduidelijkheid te voorkomen. Concreet betekent dit dat er materieel niets verandert aan het eerste lid.

Een subsidie wordt alleen op aanvraag verstrekt. De subsidieaanvraag ten behoeve van de activiteiten in periode 2 kan worden ingediend in de periode van 14 juni 2021, 09:00 uur tot en met 25 juni, 17:00 uur. Een zorgaanbieder dient alleen een nieuwe aanvraag voor periode 2 in als deze in periode 1 nog géén subsidie heeft ontvangen.

Indien de zorgaanbieder in periode 1 wél subsidie heeft ontvangen, dient deze in periode 2 geen nieuwe aanvraag in maar een verzoek tot herziening van de subsidieverlening ten behoeve van de verlenging van de activiteiten in periode 1. In deze herziening gaat de zorgaanbieder zowel in op aanvragen voor nieuwe werknemers voor periode 2 als op verlenging van de activiteiten in periode 1 voor dezelfde werknemers tot een maximum van zes maanden. Hiervoor wordt één formulier gebruikt. Dit verzoek tot herziening van de subsidieverlening wordt tevens ingediend in de periode van 14 juni 2021, 09:00 uur tot en met 25 juni 2021, 17:00 uur.

Voor de aanvraag wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt. Dit formulier is te vinden op www.dus-i.nl. Uit dit formulier blijkt welke gegevens de zorgaanbieder dient aan te leveren, zoals de naam van de zorgaanbieder, het adres, het KvK-nummer, een bankafschrift op naam van de aanvrager (niet ouder dan drie maanden) en de gegevens van de contactpersoon.

Naast dit vastgestelde formulier schrijft het vierde lid van dit artikel voor welke gegevens in ieder geval bij de aanvraag moeten worden ingediend. Het gaat dan onder andere om het aangevraagde subsidiebedrag, een opgave van het aantal werknemers per coronabaan, een opgave van de periode waarin de werknemer werkzaamheden verricht bij de zorgaanbieder, een verklaring waarin de zorgaanbieder verklaart dat deze de werknemers vanaf 1 januari 2021 (in periode 1) en/of vanaf 1 juli 2021 (in periode 2) maar uiterlijk 1 oktober 2021 inzet bij de zorgaanbieder en een opgave van het SBI-nummer waarmee de zorgaanbieder is geregistreerd in het handelsregister.

Aan de hand van de opgave van het KvK-nummer controleert de minister de AGB-registratie en de WTZi-toelating van de zorgaanbieder. De situatie kan zich voordoen dat de aanvrager geen AGB-registratie heeft, bijvoorbeeld omdat een individuele zorgaanbieder in dienst van een maatschap werkt en gebruik maakt van de AGB-code van die maatschap. Ook kan het voorkomen dat de aanvrager niet over een WTZi-toelating beschikt. In dergelijke gevallen kan de aanvrager op andere manieren aantonen dat deze een zorgaanbieder is. Er wordt dan ofwel een betalingsbewijs van of een contract met de financier van de zorg die wordt geleverd door de zorginstelling opgevraagd, of er wordt een schriftelijke verklaring van een derde opgevraagd waaruit blijkt dat de betreffende instelling een zorgaanbieder is. Dit kan bijvoorbeeld middels een schriftelijke verklaring van een financier, een zorgverzekeraar, het zorgkantoor, de ondernemingsraad van de zorgaanbieder of de gemeente. Deze verklaring is vormvrij. Vanzelfsprekend geldt deze extra controle, van de AGB-registratie en de WTZi-toelating, uitsluitend voor aanvragen ten behoeve van de activiteiten in periode 2 en het verzoek tot herziening van de subsidieverlening ten behoeve van de verlenging van de activiteiten in periode 1.

Indien een zorgaanbieder een subsidieaanvraag indient, stemt deze er impliciet mee in dat gegevens uit het subsidiedossier openbaar gemaakt kunnen worden. Het gaat daarbij om de volgende gegevens: de naam en de vestigingsplaats van de subsidieaanvrager, het aantal coronabanen en het aantal werknemers, het verstrekte voorschot en de hoogte van de verleende en vastgestelde subsidie. Gegevens die de persoonlijke levenssfeer kunnen aantasten, zoals persoonsnamen, worden niet openbaar gemaakt. Er is ervoor gekozen om deze bepaling op te nemen in de Subsidieregeling omdat de overheid bij besteding van publieke middelen zoveel mogelijk transparantie betracht.

Onderdeel F

Ook voor een nieuwe subsidieaanvraag voor periode 2 of een verzoek tot herziening van de subsidieverlening ten behoeve van de verlenging van de activiteiten in periode 1 geldt dat binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag of het verzoek een beslissing volgt van de minister. Uiteraard wordt er zo snel mogelijk beslist op de aanvraag of het verzoek en kan de beslissing dus ook binnen de periode van 13 weken volgen.

Onderdeel G

Onderdeel G wijzigt artikel 14 van de Subsidieregeling, waarin een afwijkende methode is opgenomen voor de verantwoording en vaststelling van subsidies verstrekt aan GGD’en. Abusievelijk zag dit artikel enkel op verantwoording van verstrekte subsidies boven de € 125.000. Echter dienen subsidies onder de € 125.000 aan GGD’en tevens op grond van de SiSa-systematiek middels de gemeentelijke begroting verantwoord te worden, zoals volgt uit artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet. Dit artikel is daarom aangepast, waardoor een GGD in alle gevallen verantwoording aflegt via de gemeentelijke begroting.

Onderdeel H

Met dit onderdeel wordt een nieuw artikel ingevoegd waarmee wordt voorzien in een overgangsbepaling voor subsidies die reeds zijn verstrekt op grond van de Subsidieregeling, zoals deze luidde op 20 februari 2021. De artikelen van de Subsidieregeling blijven van toepassing op subsidies die ten behoeve van activiteiten in periode 1 zijn verstrekt.

Onderdeel I

In dit onderdeel wordt de vervaldatum van de regeling gewijzigd. Er is gekozen om de looptijd van de regeling met een jaar te verlengen omdat vaststelling van de subsidies plaatsvindt na de vervaldatum van de huidige regeling. Daarom wordt in dit onderdeel de vervaldatum van de regeling met een jaar verlengd, namelijk met ingang van 31 december 2022.

Artikel II

In afwijking van de systematiek van vaste verandermomenten van regelgeving (zoals opgenomen in aanwijzing 4.17 van de Aanwijzingen voor de regelgeving), treedt onderhavige wijzigingsregeling in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Hiervoor is gekozen om zorgaanbieders zo snel mogelijk de gelegenheid te geven om tijdelijke werknemers voor periode 2 aan te nemen. Bovendien opent het aanvraagloket al snel, te weten op 14 juni 2021 om 09:00 uur.

Ten aanzien van Artikel I, onderdeel B, onder 1, werkt de onderhavige wijzigingsregeling terug tot en met 1 januari 2021, omdat het gaat om de wijziging van een foutieve en niet-bestaande term.

Ten aanzien van Artikel I, onderdeel G werkt de onderhavige wijzigingsregeling terug tot en met 1 januari 2021. GGD’en kunnen daarmee in alle gevallen (voor subsidies onder en boven € 125.000) en voor alle subsidies die op grond van de Subsidieregeling zijn verstrekt, verantwoording afleggen via de gemeentelijke begroting.

De Minister voor Medische Zorg, T. van Ark