Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatscourant 2021, 28058Besluiten van algemene strekking

Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 28 mei 2021, kenmerk2369504-1009748-PDC19 houdende aanwijzing van hoogrisicogebieden en zeer hoogrisicogebieden als bedoeld in artikel 7.2 van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 (Besluit aanwijzing hoogrisicogebieden en zeer hoogrisicogebieden)

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikelen 6.7c, eerste en tweede lid, en 7.2 van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19;

Besluit:

Artikel 1 Hoogrisicogebieden negatieve NAAT-testuitslag

Als hoogrisicogebieden als bedoeld in artikel 7.2 van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 worden aangewezen de in bijlage I opgenomen gebieden.

Artikel 2 Zeer hoogrisicogebieden quarantaineplicht

Als zeer hoogrisicogebieden als bedoeld in artikel 7.2 van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 worden aangewezen de in bijlage II opgenomen gebieden.

Artikel 3 Zeer hoogrisicogebied negatieve antigeen-testuitslag

Als zeer hoogrisicogebieden met zorgwekkende varianten van het virus SARS-CoV-2 als bedoeld in artikel 6.7c, eerste en tweede lid, van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 worden aangewezen de in bijlage III opgenomen gebieden.

Artikel 4 Intrekking besluit

Het Besluit aanwijzing hoogrisicogebieden wordt ingetrokken.

Artikel 5 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 6 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit aanwijzing hoogrisicogebieden en zeer hoogrisicogebieden.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, namens deze, de plv. directeur-generaal Volksgezondheid, A.M.C. van Rijn

Als u het niet eens bent met deze beslissing

Bent u het niet eens met deze beslissing? Belanghebbenden kunnen bezwaar maken binnen zes weken na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het besluit wordt geplaatst. Het bezwaarschrift e-mailt u naar: WJZ.bezwaarenberoep@minvws.nl. Uw bezwaarschrift kunt u ook per post versturen naar de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, t.a.v. Directie Wetgeving en Juridische Zaken, Postbus 20350, 2500 EJ Den Haag. Vermeld altijd de reden van uw bezwaar en het kenmerk van dit besluit.

Het indienen van bezwaar schort de werking van dit besluit niet op. Dit betekent dat de verplichting om een negatief testbewijs te tonen als u vanuit een hoogrisicogebied reist, ook tijdens de behandeling van uw bezwaarschrift van kracht blijft.

BIJLAGE I. BEHORENDE BIJ ARTIKEL 1 VAN HET BESLUIT AANWIJZING HOOGRISICOGEBIEDEN EN ZEER HOOGRISICOGEBIEDEN

Alle gebieden zijn hoogrisicogebieden als bedoeld in artikel 1 van dit besluit met uitzondering van:

  • Australië;

  • Aruba;

  • China;

  • Curaçao;

  • Finland;

  • Griekenland, alleen maar de Noord-Egeïsche eilanden en de Ionische eilanden;

  • Ierland;

  • IJsland;

  • Israël;

  • Italië, alleen maar Sardinië;

  • Malta;

  • Nieuw-Zeeland;

  • Noorwegen, met uitzondering van Oslo en Vestfold og Telemark;

  • Portugal, waaronder mede wordt verstaan de Azoren en Madeira;

  • Roemenië;

  • Rwanda;

  • Spanje, alleen maar de Balearen en de Canarische Eilanden;

  • Singapore;

  • Sint Maarten;

  • Thailand; en

  • Zuid-Korea.

BIJLAGE II. BEHORENDE BIJ ARTIKEL 2 VAN HET BESLUIT AANWIJZING HOOGRISICOGEBIEDEN EN ZEER HOOGRISICOGEBIEDEN

  • 1. De volgende gebieden zijn zeer hoogrisicogebieden als bedoeld in artikel 2 van dit besluit:

    • Argentinië;

    • Bahrein;

    • Bolivia;

    • Brazilië;

    • Chili;

    • Colombia;

    • Costa Rica;

    • Cyprus;

    • Dominicaanse Republiek;

    • Ecuador;

    • Frans-Guyana;

    • Guyana;

    • Kaapverdië;

    • Litouwen;

    • Maldiven;

    • India;

    • Panama;

    • Paraguay;

    • Peru;

    • Seychellen;

    • Suriname;

    • Uruguay;

    • Venezuela;

    • Zuid-Afrika; en

    • Zweden.

BIJLAGE III. BEHORENDE BIJ ARTIKEL 3 VAN HET BESLUIT AANWIJZING HOOGRISICOGEBIEDEN EN ZEER HOOGRISICOGEBIEDEN

De volgende gebieden zijn zeer hoogrisicogebieden met zorgwekkende varianten van het virus SARS-CoV-2 als bedoeld in artikel 3 van dit besluit:

  • Argentinië;

  • Bolivia;

  • Brazilië;

  • Chili;

  • Colombia;

  • Dominicaanse Republiek;

  • Ecuador;

  • Frans-Guyana;

  • Guyana;

  • India;

  • Panama;

  • Paraguay;

  • Peru;

  • Suriname;

  • Uruguay;

  • Venezuela; en

  • Zuid-Afrika.

TOELICHTING

Inleiding

De epidemiologische situatie in Nederland is ernstig. Het is van groot belang voor de volksgezondheid, en daarmee voor de maatschappij en economie, dat hernieuwde introducties van het virus SARS-CoV-2 (hierna: het virus) dan wel de introductie van nieuwe mutaties van het virus vanuit het buitenland in Nederland zoveel als mogelijk worden voorkomen.

In de Wet publieke gezondheid en in de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 is daarom bepaald dat het verplicht is voor alle reizigers die reizen vanuit door de minister van VWS aangewezen gebieden (hierna: hoogrisicogebieden) – ongeacht de vervoersmodaliteit, dus inclusief reizigers per auto – om een testuitslag te tonen waaruit blijkt dat hij op het moment van testen niet was geïnfecteerd met het virus SARS-CoV-2 (hierna; negatieve testuitslag) aan een toezichthouder of, om aan boord te mogen van een vliegtuig, vaartuig, trein of bus, aan een aanbieder van personenvervoer.

Ook is in de Wet publieke gezondheid bepaald dat het verplicht is voor alle reizigers die reizen vanuit door de minister van VWS aangewezen gebieden (hierna: zeer hoogrisicogebieden) om in quarantaine te gaan.

Ten slotte is bepaald dat de minister van VWS ook gebieden kan aanwijzen waarbij een negatieve uitslag van een antigeentestuitslag getoond moet worden (hierna: zeer hoogrisicogebieden met zorgwekkende varianten van het virus SARS-CoV-2).

De aanwijzing tot hoogrisicogebieden en zeer hoogrisicogebieden wordt hieronder nader toegelicht.

Hoogrisicogebieden

Inleiding

Artikel 58p, derde lid, van de Wet publieke gezondheid biedt de mogelijkheid om bij ministeriele regeling:

  • a. de reiziger te verplichten om een negatieve testuitslag te tonen aan een toezichthouder of aanbieder van personenvervoer;

  • b. de aanbieder van personenvervoer te verplichten om er zorg voor te dragen dat aan een reiziger die vertrekt vanuit een door Onze Minister aangewezen gebied in het buitenland of reist tussen het Europese deel van Nederland, Bonaire, Sint Eustatius of Saba, uitsluitend vervoer wordt aangeboden, toegang daartoe wordt verschaft en gebruik daarvan wordt toegestaan indien de reiziger een negatieve testuitslag kan tonen aan de aanbieder van personenvervoer en een toezichthouder.

Deze verplichtingen zijn vastgelegd in de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19.

Dit aanwijzingsbesluit wijst in artikel 1 de betreffende gebieden aan als bedoeld in 7.2 van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19. De procedure voor de aanwijzing van de gebieden verschillen voor de gebieden binnen de EU en daarbuiten.

Hoogrisicogebieden binnen de EU

De hoogrisicogebieden worden door de plaatsvervangend directeur-generaal volksgezondheid aangewezen op basis van advies van het RIVM. Hiervoor verzamelt het RIVM wekelijks verschillende gegevens en analyseert de risico’s in de verschillende Europese landen. De analyse wordt door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport als basis gebruikt voor aanwijzing van (zeer) hoogrisicogebieden. Het ministerie van Buitenlandse Zaken verwerkt het op haar beurt in de individuele reisadviezen per land. Voor die analyse wordt door het RIVM in ieder geval rekening gehouden met:

  • Het aantal besmettingen per 100.000 inwoners over de afgelopen 14 dagen. Hierbij wordt uitgegaan van een incidentie van 150 of meer besmettingen per 100.000 inwoners over de afgelopen 14 dagen;

  • Het aantal uitgevoerde testen per 100.000 inwoners over de afgelopen week;

  • Het vindpercentage van positieve tests;

  • Het aantal personen dat recent is teruggekomen uit het land en in de 14 dagen na terugkomst besmet bleek met SARS-CoV-2;

  • Signalen van stijgende aantallen besmettingen of uitbraken in een bepaalde stad of regio;

  • Beschikbare informatie over de maatregelen die een land neemt bij uitbraken of stijgingen van het aantal besmettingen.

Veilige landen buiten de EU

Op 30 juni 2020 is het kabinet overgegaan tot het stapsgewijs opheffen van het inreisverbod voor personen vanuit derde landen (andere landen dan het EU+ gebied) voor niet-essentiële reizen en de door de EU lidstaten overeengekomen lijst van landen waarvoor het inreisverbod kan worden opgeheven.

Deze in Europees verband vastgestelde lijst met veilige landen is primair gebaseerd op een risico-inschatting gemaakt op basis van zo objectief mogelijke criteria over de gezondheidssituatie in die landen en de daar geldende maatregelen. Nederland kijkt daarbij ook naar mogelijke gevolgen van opname van een land voor de gezondheidssituatie in Nederland. Gezondheidsorganisaties zoals het ECDC, WHO en RIVM leveren de benodigde informatie. Deze lijst van veilige landen wordt ook gebruikt voor het onderhavige besluit.

Risicobeoordeling Caribische delen van het Koninkrijk

Hoogrisicogebieden in de Caribische delen van het Koninkrijk worden bepaald op basis van advies van het RIVM. Het RIVM gebruikt hiervoor dezelfde parameters als gebruikt worden voor de vaststelling van andere hoogrisicogebieden, aangevuld met: de trends van het aantal besmettingen; belasting van de zorgcapaciteit; de inschatting of er extra maatregelen nodig zijn voor kwetsbare groepen; de effectiviteit van het bron- en contactonderzoek; en naleving van de maatregelen.

Aangewezen hoogrisicogebieden

Dit besluit vervangt het Besluit aanwijzing hoogrisicogebieden. De bij de inwerkingtreding van dit besluit aangewezen hoogrisicogebieden zijn gelijk aan de reeds aangewezen hoogrisicogebieden uit het Besluit aanwijzing hoogrisicogebieden.

Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat er op grond van dit besluit geen verplichting geldt om een geldige negatieve testuitslag te tonen bij personenvervoer tussen het Europese deel van Nederland en Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Zeer hoogrisicogebieden

Inleiding

Artikel 58nb, eerste lid, van de Wet publieke gezondheid bepaalt dat degene die het Europese deel van Nederland inreist en voor inreis heeft verbleven in een door Onze Minister aangewezen gebied in het buitenland of, indien door Onze Minister aangewezen, in Bonaire, Sint Eustatius of Saba, onverwijld na inreis in thuisquarantaine gaat op zijn woonadres of het krachtens artikel 58ne opgegeven adres van een verblijfplaats. De duur van de quarantaine wordt vastgesteld bij ministeriele regeling en bedraagt thans 10 dagen.

In afwijking van het eerste lid, eindigt de periode van thuisquarantaine op het moment dat de betrokkene beschikt over een testuitslag waaruit blijkt dat hij zich na het verstrijken van een bij ministeriële regeling te bepalen aantal dagen na het moment van inreis heeft laten testen en op het moment van testen niet was geïnfecteerd met het virus SARS-CoV-2. Bij ministeriele regeling is het aantal dagen bepaald op vijf.

Aanwijzing zeer hoogrisicogebieden

Voor de aanwijzing van zeer hoogrisicogebieden wordt rekening gehouden met de volgende aspecten:

  • de incidentie van het virus SARS-CoV-2 in een gebied gedurende de periode van veertien dagen voorafgaand aan de aanwijzing. Hierbij wordt uitgegaan van een incidentie van 500 of meer besmettingen per 100.000 inwoners over de afgelopen 14 dagen;

  • de incidentie van – voor Nederland – zorgwekkende varianten van het virus SARS-CoV-2 in een gebied;

  • de betrouwbaarheid van gegevens over de incidentie van het virus SARS-CoV-2 in een gebied;

  • de mate en de kwaliteit van het sequencen van testuitslagen ten aanzien van de infectie met het virus SARS-CoV-2;

  • het aantal testen op infectie met het virus SARS-CoV-2, dat in een gebied plaatsvindt;

  • het ontbreken van gegevens over de epidemiologische situatie rond het virus SARS-CoV-2 in een gebied.

Aangewezen zeer hoogrisicogebieden

Gelet op bovenstaande criteria worden thans, bij inwerkingtreding van dit besluit, aangewezen als zeer hoogrisicogebieden: Argentinië, Bahrein, Bolivia, Brazilië, Chili, Colombia, Costa Rica, Cyprus, Dominicaanse Republiek, Ecuador, Frans-Guyana, Guyana, Kaapverdië, Litouwen, Maldiven, India, Panama, Paraguay, Peru, Seychellen, Suriname, Uruguay, Venezuela, Zuid-Afrika, Zweden.

Risicobeoordeling Caribische delen van het Koninkrijk

Voor reizen naar de Caribische delen van het Koninkrijk geldt de quarantaineplicht op het moment dat dit bij ministeriele regeling is bepaald. Gelet op de epidemiologische situatie ter plaatse is van deze mogelijkheid nog geen gebruik gemaakt.

Zeer hoogrisicogebieden met zorgwekkende varianten

Voor personenvoervoer via lucht- en scheepvaart geldt een aanvullende eis van een negatieve antigeenuitslag (artikel 6.7c, eerste en tweede lid, Tijdelijke regeling maatregelen covid-19). Voor de aanwijzing van de bedoelde gebieden, wordt in beginsel uitgegaan van gebieden waarvan de World Health Organisation (WHO) en het European Centre for Disease Prevention and Control (ECDC) hebben vastgesteld dat de bedoelde virusvarianten daar voorkomen.

Overig

Omgekeerd stelsel

Gelet op de grote verspreiding van het virus is in het besluit voor wat betreft de aanwijzing van de hoogrisicogebieden gekozen voor een omgekeerd stelsel. Dit betekent dat alle gebieden buiten Nederland als gebied worden aangewezen waar reizigers bij personenvervoer een geldige negatieve testuitslag moeten tonen, met uitzondering van de gebieden in dit besluit genoemde landen. Indien op een gegeven moment meer landen uitgezonderd worden van de testverplichting kan er voor gekozen worden om het omgekeerde stelsel niet meer toe te passen.

Herziening

Dit besluit wordt in principe wekelijks herzien, tenzij er aanleiding is om het besluit tussentijds te herzien.

De Minister van Volksgezondheid,Welzijn en Sport, namens deze, de plv. directeur-generaal Volksgezondheid, A.M.C. van Rijn