Bestuurlijke afspraken uitvoering taken VNG Naleving op terrein van Toezicht en Handhaving Kinderopvang

Partijen,

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

handelend als bestuursorgaan,

namens deze,

de Directeur Generaal Werk van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)

en

de Algemeen Directeur van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG)

Overwegende dat:

  • gemeenten op grond van artikel 1.61 Wet Kinderopvang verantwoordelijk zijn voor het toezicht en de handhaving in de kinderopvang;

  • het van belang is dat gemeenten bij deze taak goed worden ondersteund, door onder meer training en advisering;

  • het van belang is dat het Ministerie van SZW een vast aanspreekpunt en gesprekspartner heeft voor de uitvoering van het toezicht en de handhaving in de kinderopvang;

  • kennisontwikkeling en innovatie op het terrein van toezicht en handhaving in de kinderopvang van belang is;

  • de VNG, met het Kenniscentrum Handhaving en Naleving (thans VNG Naleving) als uitvoerend onderdeel, in de periode van 2006 tot en met 2021 op het terrein van toezicht en handhaving in de kinderopvang naar tevredenheid van het Ministerie van SZW heeft voorzien in de ondersteuning van gemeenten, beleidsadvisering aan SZW en kennisontwikkeling en innovatie;

  • de subsidie die de VNG van het Ministerie van SZW ontvangt (ad 550.000 euro) voor de uitvoering van haar taken op 31 december 2021 stopt. In plaats hiervan zal het Ministerie van SZW jaarlijks een storting (ad 550.000 euro) doen in het algemeen deel van het Gemeentefonds;

  • de financiering van de activiteiten van VNG Naleving, in opdracht van de VNG, op het terrein van kinderopvang met ingang van 1 januari 2022 via een bijdrage van gemeenten aan het Fonds Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering (GGU) verloopt;

  • partijen het van belang vinden dat genoemde taken door de VNG worden voortgezet.

Spreken het volgende af:

Artikel 1 Doel

Het doel van deze bestuurlijke afspraken is vast te leggen hoe VNG en de directie Kinderopvang van het Ministerie van SZW met elkaar samenwerken en elkaar informeren over de ontwikkelingen op het terrein van het toezicht en de handhaving in de kinderopvang.

Artikel 2 Overleg en communicatie

  • 1. De VNG levert jaarlijks een jaarplan op met daarin in ieder geval een beschrijving van de activiteiten voor het komende jaar.

  • 2. Het jaarplan maakt onderdeel uit van de GGU jaarplancyclus en wordt jaarlijks door het bestuur van de VNG in het laatste kwartaal van het voorafgaande jaar vastgesteld en naar de Bijzondere Algemene Ledenvergadering van de VNG gestuurd. Het jaarplan wordt voorafgaand aan de aanbieding aan het bestuur van de VNG met de directie kinderopvang van SZW afgestemd.

  • 3. De verantwoording vindt plaats aan de Algemene Ledenvergadering van de VNG in het daaropvolgende jaar. Aan de directie kinderopvang van SZW wordt jaarlijks een verslag van de realisatie van de activiteiten uit het jaarplan gestuurd. Dit gebeurt uiterlijk op 31 maart van het daaropvolgende jaar.

  • 4. Twee tot drie keer per jaar overleggen de directeur van VNG Naleving en de directeur Kinderopvang van het Ministerie van SZW over de lopende zaken op het terrein van het toezicht en de handhaving in de kinderopvang. Voor deze overleggen zijn de volgende zaken vaste gespreksonderwerpen:

    • de samenwerking tussen VNG Naleving en ketenpartners zoals de Inspectie van het Onderwijs, GGD GHOR Nederland en DUO (zie ook de bijlage bij deze bestuurlijke afspraken);

    • een overzicht van de onderwerpen waarover door gemeenten vragen zijn gesteld aan VNG Naleving;

    • de laatste beleidsontwikkelingen binnen/vanuit het Ministerie van SZW;

    • uitvoeringsconsequenties en uitvoerbaarheid van beleid.

  • 5. Van de overleggen als bedoeld in het vierde lid wordt een verslag gemaakt. Partijen spreken per keer af wie het verslag maakt.

Artikel 3 Wijziging

  • 1. Elke partij kan de andere partij schriftelijk verzoeken de bestuurlijke afspraken te wijzigen. De wijziging behoeft de schriftelijke instemming van alle partijen.

  • 2. Partijen treden in overleg binnen vier weken nadat een partij de wens daartoe aan de andere partij schriftelijk heeft meegedeeld.

  • 3. De wijziging en de verklaring(en) tot instemming worden als bijlage aan de bestuurlijke afspraken gehecht.

Artikel 4 Opzegging

  • 1. Elke partij kan de bestuurlijke afspraken met inachtneming van een opzegtermijn van zes maanden schriftelijk opzeggen indien een zodanige verandering van omstandigheden is opgetreden dat deze bestuurlijke afspraken billijkheidshalve behoren te eindigen. Onder een zodanige verandering van omstandigheden wordt begrepen: een zodanige beleids- dan wel stelselwijziging in de kinderopvang dat de huidige taken van VNG Naleving niet meer van toepassing zijn of dat de verantwoordelijkheid voor de kinderopvang overgaat naar een ander departement. Voorafgaand aan de opzegging treden partijen hierover met elkaar in overleg. De opzegging moet de verandering in omstandigheden vermelden.

  • 2. In overleg tussen partijen wordt besloten wat de afbouwtermijn is voor de taken van VNG Naleving. VNG Naleving wordt daarbij in de gelegenheid gesteld om een passende strategie, waarbij rekening wordt gehouden met het afbouwen van taken en personeel, op te stellen.

  • 3. Ingeval van beëindiging van de bestuurlijke afspraken krachtens opzegging is geen van de partijen jegens een andere partij schadeplichtig.

Artikel 5 Inwerkingtreding, looptijd en evaluatie

  • 1. Deze afspraken treden na ondertekening in werking op 1 januari 2022 en worden in principe voor onbepaalde tijd aangegaan.

  • 2. Partijen evalueren de uitvoering en werking van deze bestuurlijke afspraken. Dit gebeurt voor het eerst 2 jaar na de inwerkingtreding.

  • 3. Indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft maken partijen afspraken over het bijstellen van de bestuurlijke afspraken.

Artikel 6 Publicatie

  • 1. Na ondertekening van deze bestuurlijke afspraken wordt de tekst daarvan gepubliceerd in de Staatscourant.

  • 2. Bij wijzigingen in deze bestuurlijke afspraken of opzegging vindt het eerste lid overeenkomstige toepassing.

Den Haag, 19 maart 2021

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze: De Directeur Generaal Werk, Stan Kaatee

Den Haag, 26 maart 2021

De VNG namens deze: De Algemeen Directeur, Leonard Geluk

BIJLAGE: OVERZICHT OVERLEGGEN TOEZICHT EN HANDHAVING KINDEROPVANG

De VNG participeert in overlegvormen van de toezichtketen en soms in breder overleg als ook de brancheverenigingen betrokken zijn. Onderstaand overzicht bevat de belangrijkste vormen van overleg.

  • Strategisch Platform Toezicht en Handhaving KO (waarin het Ministerie van SZW, Inspectie van het Onderwijs (IvhO), GGD GHOR Nederland, VNG en DUO participeren). Dit overleg vindt circa vier tot zes keer per jaar plaats.

  • Tactisch overleg tussen het Ministerie van SZW, IvhO, GGD GHOR, VNG, DUO. Dit overleg vindt zes tot acht keer per jaar plaats.

  • De VNG overlegt met GGD GHOR Nederland en de IvhO en zo gewenst met de branchepartijen in het kader van de uitvoering van toezicht en handhaving in de kinderopvang door gemeenten en GGD’en, alsmede in het kader van de uitvoering van het interbestuurlijk toezicht.

  • Participatie in het Uitvoeringsoverleg en de Change Advisory Board (CAB). Hier nemen het Ministerie van SZW, Inspectie, GGD GHOR Nederland, VNG en DUO deel aan.

Naar boven