Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Justitie en VeiligheidStaatscourant 2021, 27585Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 26 mei 2021, nummer 3344108, houdende wijziging van de Subsidieregeling ondersteuning zelfstandig vertrek 2019

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

Gelet op de artikel 48a van de Wet Justitie-subsidies;

Besluit:

ARTIKEL I

De Subsidieregeling ondersteuning zelfstandig vertrek 2019 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de definitie van brutoloon wordt na ‘bruto salaris, inclusief’ ingevoegd ‘individueel keuzebudget,’.

2. Na de definitie van directe loonkosten wordt een definitie ingevoegd, luidende:

financieringsplan:

liquiditeitsplan waaruit blijkt op welke wijze de projectkosten gefinancierd worden;

B

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt ‘maximaal 36 maanden’ vervangen door ‘minimaal twaalf en maximaal zesendertig maanden’.

2. Aan het vierde lid, onder c, wordt toegevoegd ‘die niet ouder is dan zes maanden’.

3. In het elfde lid vervalt de tweede zin.

C

Artikel 9, onder d, komt te luiden:

  • d. onaannemelijk is dat met de door de subsidieaanvrager toegepaste werkwijze de met de subsidie beoogde doelstelling wordt bereikt. Bij deze beoordeling worden de behaalde resultaten van eerdere projecten betrokken;

D

In artikel 11, eerste lid, onder a, wordt ‘minus het wettelijk aantal vakantie-uren per jaar’ vervangen door ‘minus het wettelijk en boven-wettelijk aantal vakantie-uren per jaar en’.

E

In bijlage A, artikel A2 wordt ’15 juli 2020 tot en met 30 september 2020’ vervangen door ‘1 juni 2021 tot en met 30 september 2021.

F

In bijlage A, artikel A3, eerste lid, wordt ‘€ 1.500.000’ vervangen door ‘€ 3.000.000’.

G

Bijlage A, artikel A4, wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid, komt te luiden:

  • 2. De doelgroep bestaat uit vreemdelingen die in Nederland verblijven, in aanmerking komen voor deelname aan het REAN-programma, een visumplicht hebben om naar Nederland te reizen en waarvan het land van herkomst of bestendig verblijf op de lijst met OESO-DAC-landen staat vermeld, en

    • a. geen verblijfsrecht hebben in Nederland; of

    • b. wier aanvraag voor een verblijfsvergunning is afgewezen en waarvan de vertrektermijn nog niet is verstreken; of

    • c. die een aanvraag voor een verblijfsvergunning hebben ingediend en in afwachting zijn van een beslissing op hun aanvraag en die hun aanvraag voor een verblijfsvergunning intrekken voordat zij Nederland verlaten; of

    • d. in het bezit zijn van een geldige verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en die hun verblijfsrecht opzeggen voordat zij Nederland verlaten.

2. Aan het derde lid, onder f, wordt toegevoegd ‘naar een land buiten de Europese Unie’.

H

Bijlage A, artikel A6, eerste lid alsmede de aanduiding ‘2.’ voor het tweede lid vervallen.

I

Bijlage A, artikel A7, wordt als volgt gewijzigd:

1. Het vijfde lid komt te luiden:

  • 5. Projecten worden uitgevoerd in nauw overleg met een lokale afdeling van de minister. De minister geeft aan welke afdeling namens de minister het aanspreekpunt wordt voor de lokale samenwerking. Nadat subsidie is verstrekt, dient de subsidieontvanger afspraken te maken met deze afdeling over de onderlinge samenwerking. Deze afspraken behelzen onder andere hoe vaak er onderling overleg plaatsvindt over de voortgang van het terugkeertraject van individuele deelnemers, de locaties waar de organisatie actief is en de frequentie van spreekuren of voorlichtingsbijeenkomsten op locaties.

2. In het zevende lid wordt ‘zes maanden’ vervangen door ‘twaalf maanden’.

3. Er worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • 12. Voor het verstrekken van de herintegratieondersteuning in het land van herkomst of bestemming, dient de subsidieontvanger in beginsel gebruik te maken van het European Return and Reintegration Network, het European Reintegration Support Organizations network of het internationale netwerk van de Internationale Organisatie van Migratie. Subsidieontvangers kunnen na toestemming van de minister gebruik maken van andere lokale partnerorganisaties op voorwaarde dat het een institutionele partner betreft waarvan de minister kan vaststellen dat deze aantoonbaar kwalitatief goede herintegratieondersteuning verstrekt.

  • 13. De minister kan van het eerste lid van dit artikel afwijken en aan maximaal één landelijk project subsidie verstrekken.

J

Bijlage A, artikel A8, zesde lid, onder b, komt te luiden:

  • b. buiten Nederland zijn gemaakt en zijn gecontroleerd en goedgekeurd door de lokale partner van het European Return and Reintegration Network, het European Reintegration Support Organizations network of het internationale netwerk van de Internationale Organisatie van Migratie of de door de minister goedgekeurde lokale partner van de subsidieontvanger waarmee de subsidieontvanger een overeenkomst heeft gesloten die is opgenomen in de projectadministratie.

K

In bijlage A, artikel A10, eerste lid, wordt ‘€ 450.000’ vervangen door ‘€ 400.000’.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juni 2021.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

‘s-Gravenhage, 26 mei 2021

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, A. Broekers-Knol

TOELICHTING

Algemeen

Deze regeling tot wijziging van de Subsidieregeling ondersteuning zelfstandig vertrek 2019 bevat onder andere de opening van een nieuw aanvraagtijdvak en een aanpassing van het subsidieplafond voor projecten op het gebied van ondersteuning bij het zelfstandig vertrek uit Nederland en herintegratie van vertrekplichtige vreemdelingen.

Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdeel A (artikel 1)

In verschillende cao’s is een individueel keuzebudget opgenomen. Doordat dit individueel keuzebudget onderdeel uitmaakt van de subsidiabele personeelskosten, wordt dit toegevoegd aan de definitie van het brutoloon.

In artikel 6, vierde lid, sub b, is opgenomen dat bij de subsidieaanvraag een financieringsplan ingediend moet worden. Ter verduidelijking wordt in artikel 1 een definitie opgenomen van het begrip financieringsplan.

Onderdelen B en H (artikel 6, tweede lid, vierde lid, onder c en elfde lid en bijlage A, artikel A6, eerste lid en bijlage A, artikel A7, vijfde lid)

Om de mogelijkheid te beperken dat kortlopende projecten voor een relatief hoge subsidie in aanmerking komen, is in artikel 6, tweede lid, de eis toegevoegd dat projecten een minimum looptijd dienen te hebben van 12 maanden. Deze eis bevordert de kans op succes omdat de ervaring leert dat het enige maanden kost om een succesvol terugkeerproject op te zetten.

Bij de subsidieaanvraag dient een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) van de bestuursleden overgelegd te worden, zodat getoetst kan worden of het gedrag van de bestuursleden in het verleden een bezwaar vormt voor het verstrekken van de subsidie. Aan deze eis in artikel 6, vierde lid, onder c, wordt toegevoegd dat de verklaring niet ouder mag zijn dan zes maanden, zodat recente gedragingen van bestuursleden meegewogen kunnen worden.

Projecten worden altijd uitgevoerd in samenwerking met of in afstemming met de Dienst Terugkeer en Vertrek. Omdat het logischer is om pas na het verstrekken van de subsidie nadere afspraken te maken met de Dienst Terugkeer en Vertrek over de onderlinge samenwerking, is in artikel 6, elfde lid en bijlage A, artikel A6, eerste lid, de eis geschrapt dat een bewijs van deze afspraken al bij de subsidieaanvraag meegestuurd moeten worden. In bijlage A, artikel A7, vijfde lid is vervolgens geregeld dat samenwerkingsafspraken met de Dienst Terugkeer en Vertrek pas gemaakt dienen te worden nadat er subsidie is toegekend.

Onderdeel C (artikel 9, onder d)

Ter verduidelijking van de wijze waarop getoetst wordt of de minister de beoogde doelstelling van een project haalbaar acht, is toegevoegd dat bij deze toets de behaalde resultaten van eerdere projecten betrokken worden.

Onderdeel D (artikel 11, eerste lid, onder a)

In onderdeel a is opgenomen dat bij de berekening van de directe loonkosten ook rekening gehouden moet worden met de boven-wettelijke vakantie uren.

Onderdeel E (bijlage A, artikel A2)

Om nieuwe projecten te kunnen subsidiëren en succesvolle projecten die in 2021 eindigen te kunnen voortzetten, is een nieuw aanvraagtijdvak opgenomen. Het nieuwe aanvraagtijdvak loopt van 1 juni 2021 tot en met 30 september 2021.

Onderdelen F (Bijlage A, artikel A3, eerste lid)

Om projecten te kunnen continueren die zich richten op het bevorderen van het zelfstandig vertrek en de herintegratie van vertrekplichtige vreemdelingen uit Nederland en nieuwe projecten te kunnen subsidiëren, is een budget beschikbaar gesteld van € 3.000.000.

Onderdeel G (bijlage A, artikel A4, tweede lid en derde lid, onder f)

De doelgroep die via het REAN-programma, dat door de Internationale Organisatie voor Migratie wordt uitgevoerd, in aanmerking komt voor ondersteuning bij hun vertrek uit Nederland en herintegratie in het land van herkomst of bestemming, is in september 2020 aangepast. Deze aanpassing is overgenomen in deze regeling. Daardoor gelden voor non-gouvermentele organisaties die subsidie krijgen via deze regeling, dezelfde voorwaarden met betrekking tot de doelgroep als voor de Internationale Organisatie voor Migratie.

Onderdelen I en J (bijlage A, artikel A7, zevende, twaalfde en dertiende lid en artikel A8, zesde lid, onder b)

De termijn voor deelname in bijlage A, artikel A7, zevende lid, aan een project wordt gelijkgetrokken met de termijn die geldt voor deelnemers aan projecten en programma’s van de Internationale Organisatie voor Migratie. Daardoor is er een gelijk speelveld gecreëerd tussen organisaties die migranten ondersteunen bij hun herintegratie. Het gevolg is dat deelnemers aan projecten die via deze regeling worden gesubsidieerd, langer de tijd krijgen om het aan hen toegekende herintegratiebudget te besteden.

Om de kwaliteit van de herintegratieondersteuning in de landen van herkomst beter te waarborgen, wordt in bijlage A, artikel A7, twaalfde lid, de eis gesteld dat subsidieontvangers verplicht gebruik moeten maken van de bestaande netwerken van het European Return and Reintegration Network, het European Reintegration Support Organizations network of de Internationale Organisatie voor Migratie. Deze netwerken maken gebruik van lokaal gevestigde organisaties en beschikken over een eigen mechanisme om de kwaliteit van de dienstverlening te controleren.

Aangezien er niet in ieder land van herkomst of bestemming een lokale partner aanwezig is van een van de drie genoemde netwerken en organisaties soms zelf een kwalitatief goede partner hebben, blijft het voor subsidieontvangers mogelijk om gebruik te maken van eigen lokale partners in landen van herkomst. Het moet dan echter wel gaan om een institutionele partner waarvan de minister de kwaliteit van de aangeboden dienstverlening kan toetsen. Met de eis van een institutionele partner wordt bedoeld dat het moet gaan om een organisatie en niet om een individuele persoon. Indien de minister instemming heeft verleend zijn de kosten op grond van artikel A8, zesde lid, onder b, subsidiabel.

Deze subsidieregeling is met name gericht op projecten die in een bepaalde Nederlandse regio worden uitgevoerd. Omdat er echter ook behoefte is aan een landelijk project, wordt in bijlage A, artikel A7, dertiende lid, de mogelijkheid geschapen om voor één landelijk project subsidie te verstrekken.

Onderdeel K (bijlage A, artikel A10, eerste lid)

De maximale subsidie is verlaagd om de omvang van projecten enigszins te beperken. Daardoor neemt het risico op tegenvallende resultaten en een lage kosteneffectiviteit af. Tegelijkertijd is de maximale subsidie niet dusdanig verlaagd, dat succesvolle terugkeerprojecten te veel beperkt worden in het aantal migranten dat zij kunnen begeleiden bij hun vertrek uit Nederland.

Artikel II

De invoeringstermijn bedraagt minder dan twee maanden en de inwerkingtreding valt niet op een vast verandermoment. Daarmee wijkt de inwerkingtreding af van het systeem van vaste verandermomenten. Deze regeling betreft een aantal gunstige aanpassingen, waarvoor afwijking is toegestaan, omdat de betreffende doelgroep daarbij gebaat is.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, A. Broekers-Knol