Civielrechtelijke regeling ter uitvoering van het arrest van de Hoge Raad van 19 juli 2019 inzake Staat/Stichting Mothers of Srebrenica, Ministerie van Defensie

17 mei 2021

Nr. 2021010637

De Minister van Defensie en de Minister van Buitenlandse Zaken maken bekend dat de door hen ingestelde Commissie1 deze regeling zal hanteren bij de civielrechtelijke afwikkeling van de schade van de nabestaanden van de omgekomen mannelijke vluchtelingen die aan het eind van de middag op 13 juli 1995 op de compound van Dutchbat in Potočari verbleven.

1 Inleiding

Deze regeling dient ter uitvoering van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 19 juli 2019 inzake de aansprakelijkheid van de Staat jegens de nabestaanden van de omgekomen mannelijke vluchtelingen die aan het eind van de middag op 13 juli 1995 op de compound van Dutchbat in Potočari verbleven. De Hoge Raad heeft in zijn arrest geoordeeld dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld jegens deze groep mannelijke vluchtelingen (hierna te noemen slachtoffer(s)) en heeft de aansprakelijkheid van de Staat vastgesteld op 10% van de schade die de nabestaanden als gevolg van dit onrechtmatig handelen hebben geleden.

Deze regeling biedt de mogelijkheid om de vorderingen tot schadevergoeding van deze nabestaanden buitengerechtelijk af te doen door middel van het sluiten van een privaatrechtelijke vaststellingsovereenkomst met de Staat. Deze regeling bepaalt welke personen onder welke voorwaarden voor het sluiten van een dergelijke vaststellingsovereenkomst in aanmerking kunnen komen.

De Commissie bepaalt de wijze van uitvoering en legt die vast in een uitvoeringsprotocol.

Deze regeling heeft – gelet op het zuiver privaatrechtelijke karakter van de vordering van de nabestaanden jegens de Staat en de gekozen oplossing voor afdoening daarvan via het sluiten van een vaststellingsovereenkomst naar burgerlijk recht – geen publiekrechtelijke basis, noch wordt bedoeld hiervoor een publiekrechtelijke basis te vormen.

2 Toepassingsbereik van de regeling

Voor een vaststellingsovereenkomst en schadevergoeding onder deze regeling komt in aanmerking een nabestaande die:

  • een huwelijksrelatie had met een slachtoffer ten tijde van diens overlijden;

  • een kind is van een slachtoffer;

  • een ouder is van een slachtoffer;

  • een broer of zus is van een slachtoffer

Personen die zelf behoren tot een van de hiervoor genoemde categorieën kunnen een verzoek indienen onder deze regeling; de mogelijkheid tot het indienen van een verzoek is niet overdraagbaar en gaat niet door vererving over op erfgenamen van personen in de hiervoor genoemde categorieën. Echter, in het geval dat een persoon in een van de hiervoor genoemde categorieën komt te overlijden nadat een verzoek is ingediend bij de Commissie, zal bij toekenning van het verzoek worden overgegaan tot het sluiten van een vaststellingsovereenkomst met, en het betalen van schadevergoeding aan, de erfgenaam of, in het geval van meerdere erfgenamen, de daartoe door de gezamenlijk erfgenamen aangewezen erfgenaam van de overleden verzoeker, onder de voorwaarde dat het erfgenaamschap wordt aangetoond.

Een samenlevingsrelatie die ten tijde van het overlijden van het slachtoffer ten minste drie jaar bestond, wordt gelijkgesteld met een huwelijksrelatie. Dat geldt ook voor een samenlevingsrelatie van kortere duur dan drie jaar, indien uit die samenlevingsrelatie een kind is geboren.

Indien in andere gevallen een verzoek wordt ingediend, zal de Commissie naar bevind van zaken handelen.

3. Voorwaarden om in aanmerking te komen voor schadevergoeding

  • a. De verzoeker dient bij zijn of haar verzoek de volgende gegevens te verstrekken:

    • Een geldig identiteitsbewijs met daarop (ten minste) zijn of haar volledige naam, woonplaats en geboortedatum- en plaats;

  • b. Daarnaast dient de verzoeker, gemotiveerd aannemelijk te maken dat:

    • Het slachtoffer eind van de middag op 13 juli 1995 op de compound verbleef; en

    • verzoeker behoort tot één van de categorieën nabestaanden die in 2 is omschreven.

De verzoeker dient alle documenten, bescheiden en bewijsstukken – voor zover in redelijkheid mogelijk – schriftelijk aan te leveren.

De Commissie beoordeelt de aannemelijkheid van een verzoek en zal een verzoek toekennen of afwijzen. Indien zij dit nodig acht kan zij nader onderzoek (laten) doen. In gevallen waarin naar oordeel van de Commissie onredelijke of onbillijke situaties ontstaan, beslist de Commissie.

4. Schadevergoeding

Indien naar het oordeel van de Commissie de verzoeker aannemelijk heeft gemaakt dat verzoeker aan de in deze regeling genoemde vereisten en voorwaarden voldoet, wordt hem of haar een vaststellingsovereenkomst aangeboden op grond waarvan – na ondertekening daarvan door beide partijen – een schadevergoeding wordt uitgekeerd ter compensatie van 10% van de voor door hem of haar geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het overlijden van het slachtoffer.

Deze schadevergoeding bedraagt voor:

Personen die een huwelijksrelatie hadden met een slachtoffer: € 15.000,–, alles inbegrepen.

Andere verzoekers genoemd onder 2 van deze regeling: € 10.000,–, alles inbegrepen.

Indien een verzoeker op grond van artikel 2 van deze regeling aanspraak zou maken op een schadevergoeding voor meerdere slachtoffers dan worden deze vergoedingen uitsluitend uitgekeerd indien en voor zover het gaat om verzoekers met een huwelijksrelatie en/of een familierelatie in de eerste graad tot het slachtoffer. Dit zijn ouders van één of meer slachtoffers, echtgenoten van een slachtoffer die tegelijk ouder zijn van één of meer slachtoffers en nabestaanden waarvan de vader en de echtgenoot tot de slachtoffers gerekend worden. In alle overige gevallen wordt op grond van deze regeling slechts één schadevergoeding per verzoeker uitgekeerd.

Het bedrag dat ingevolge de vaststellingsovereenkomst aan een verzoeker wordt uitgekeerd, wordt geacht alle schade die verzoeker heeft geleden als gevolg van het overlijden van het slachtoffer voor wiens overlijden de vergoeding wordt uitgekeerd te vergoeden en wordt uitgekeerd tegen finale kwijting van alle mogelijke vorderingen van de verzoeker op de Nederlandse Staat ten aanzien van het overlijden van het slachtoffer voor wiens overlijden de vergoeding wordt uitgekeerd, met inbegrip van eventuele vorderingen ter zake van buitengerechtelijke kosten en kosten gemaakt voor het indienen van een verzoek op grond van deze regeling.

5. Indieningstermijn

Om voor een schadevergoeding als bedoeld in deze regeling in aanmerking te komen, dient het complete verzoek (met inbegrip van alle daarbij te verstrekken documenten en bewijsstukken) vóór 15 juni 2023 door de Commissie te zijn ontvangen.

6. Wijze van uitvoering

Om een transparante laagdrempelige uitvoering van de regeling mogelijk te maken stelt de Commissie een uitvoeringsprotocol vast.

TOELICHTING

§ Civielrechtelijke regeling

De Staat geeft met een civielrechtelijke regeling uitvoering aan het arrest van de Hoge Raad van 19 juli 2019, waarin de Hoge Raad heeft geoordeeld dat de Staat civielrechtelijk aansprakelijk is voor 10% van de schade van de nabestaanden van de omgekomen mannelijke vluchtelingen die op 13 juli 1995 aan het eind van de middag nog op de compound van Dutchbat in Potočari verbleven.

De Staat wil de nabestaanden met deze regeling een mogelijkheid bieden om laagdrempelig, buitengerechtelijk, en – indien gewenst – zonder tussenkomst van advocaten schadevergoeding te ontvangen. Voor nabestaanden vormt de regeling een alternatief voor een veelal langdurige, gecompliceerde en emotioneel belastende schadestaatprocedure. De regeling beoogt een eenvoudige en snelle procedure die tegelijk zorgvuldig en betrouwbaar is en rekening houdt met de specifieke situatie in Bosnië en Herzegovina. Dit betekent echter dat minder rekening kan worden gehouden met de specifieke, individuele situatie rond elke aanvraag en dat grenzen zijn getrokken bij het toepassingsbereik.

De regeling maakt vooraf duidelijk voor de nabestaanden bij welk contactpunt zij een verzoek kunnen indienen, wat er kan worden verwacht en wat men aannemelijk moet maken om in aanmerking te komen voor de vergoeding.

De Staat blijft zich bewust van de ingrijpende gevolgen voor de nabestaanden van de slachtoffers van de afschuwelijke gebeurtenissen tijdens en na de val van Srebrenica. De val van Srebrenica is en blijft een ramp voor alle nabestaanden die hun geliefden missen.

§ Uitvoering regeling

De Staat heeft bij besluit van 2 juli 2020 een externe en onafhankelijke commissie onder voorzitterschap van mevrouw mr. S.F.M. Wortmann ingesteld die de verzoeken van nabestaanden in behandeling neemt en beoordeelt. De commissie heeft daartoe van de Minister van Defensie en de Minister van Buitenlandse Zaken opdracht en mandaat gekregen.

De commissie stelt een uitvoeringsprotocol vast waarin zij nadere invulling geeft aan de uitvoering van haar taken.

§ Toepassingsbereik regeling

Voor een vaststellingsovereenkomst en schadevergoeding onder deze regeling komt een nabestaande in aanmerking die:

  • een huwelijksrelatie had met een slachtoffer ten tijde van diens overlijden (een samenlevingsrelatie die ten tijde van het overlijden van het slachtoffer ten minste drie jaar bestond, of een samenlevingsrelatie van kortere duur indien daaruit een kind is geboren, wordt hiermee gelijkgesteld);

  • een kind is van een slachtoffer;

  • een ouder is van een slachtoffer;

  • een broer of zus is van een slachtoffer

De staat gaat er in deze regeling bij voorbaat vanuit dat de hiervoor genoemde categorieën nabestaanden schade hebben geleden door het overlijden van een mannelijk familielid dat in de namiddag van 13 juli 1995 op de Dutchbat compound in Potocari verbleef.

Indien in andere gevallen een verzoek wordt ingediend, zal de commissie naar bevind van zaken handelen.

Om langdurige procedures te vermijden staat de regeling niet open voor erfgenamen van de hiervóór genoemde nabestaanden. De ervaring leert dat de vererving van vorderingen tot een veelvoud aan beoordelingen en bewijsproblemen leidt, waardoor de uitgangspunten van deze regeling – eenvoud en snelheid – verloren gaan.

§ Schadebedragen

Immateriële schade. De Wet affectieschade, verwerkt in artikel 6:108 lid 3 e.v. van het BW, was ten tijde van de val van Srebrenica niet van kracht. Toch gaat de Staat, gelet op recente ontwikkelingen in de rechtspraak, over tot vergoeding van de immateriële schade.

Vaststelling schadebedragen. De Hoge Raad heeft in zijn arrest een verklaring voor recht gegeven dat de Staat ten aanzien van een specifieke groep is tekortgeschoten in het bieden van bescherming tegen het door de Bosnische Serviërs toegebrachte leed, en daarmee onrechtmatig heeft gehandeld. De Hoge Raad heeft zich niet uitgelaten over de hoogte van (individuele) schadeposten. Het is gebruikelijk dat in een situatie als deze de individuele schade wordt begroot in een schadestaatprocedure. Dit is een tijdrovende, gecompliceerde en vaak emotioneel belastende procedure die de Staat wil voorkomen door een civielrechtelijke regeling aan te bieden met vooraf vastgestelde (forfaitaire) schadevergoedingsbedragen.

Uitgangspunt van de regeling, en van de schadevergoedingsbedragen die daarin zijn opgenomen is dat op grond van het arrest van de Hoge Raad het uit te keren bedrag 10% van de geleden schade betreft. Verder is uitgangspunt dat zoveel mogelijk recht wordt gedaan aan de daadwerkelijk geleden schade van de nabestaanden. De vergoedingen die in de regeling zijn opgenomen voor weduwen (€ 15.000) en voor andere nabestaanden (€ 10.000) komen daarmee overeen met een schadebedrag van € 150.000 voor weduwen en € 100.000 voor andere nabestaanden. De immateriële schadecomponent is hierin reeds verwerkt. De Staat acht het (ook gelet op hetgeen de Staat uit eerdere schadeclaims bekend is) aannemelijk dat de schade van de nabestaanden in de meeste gevallen deze schadebedragen niet zal overtreffen. De regeling gaat daarbij uit van vaste bedragen, zodat, zoals hierboven is toegelicht, voorkomen wordt dat per individueel geval de hoogte van afzonderlijke schadeposten moet worden vastgesteld.

De Staat is zich er terdege van bewust dat met een uniforme regeling niet aan alle individuele situaties recht kan worden gedaan. De voordelen van een dergelijke uniforme regeling wegen echter ruimschoots op tegen dit nadeel. Met een uniforme regeling is het mogelijk om laagdrempelig, buitengerechtelijk, en (indien gewenst) zonder tussenkomst van een advocaat een schadevergoeding te ontvangen. Het is mogelijk dat er nabestaanden zijn die van oordeel zijn dat zij meer schade hebben geleden dan € 100.000 of € 150.000. Voor deze nabestaanden blijft de weg open om een individuele schadestaatprocedure aanhangig te maken bij de rechtbank Den Haag, waarin door de rechter kan worden begroot op welke schadevergoeding zij individueel aanspraak hebben. Het is onder de regeling niet mogelijk om aanspraak te maken op een hoger bedrag, of om te onderhandelen over de hoogte van het schadevergoedingsbedrag. Het is ook niet mogelijk om na het ontvangen van een schadevergoeding onder de regeling nog aanvullend schadevergoeding te vragen bij de rechter, nu de schadevergoeding op grond van de vaststellingsovereenkomst wordt uitbetaald tegen finale kwijting.

Onderscheid in de hoogte van het bedrag tussen verschillende nabestaanden. De regeling maakt onderscheid in het uit te keren schadevergoedingsbedrag aan weduwen van slachtoffers enerzijds, en andere nabestaanden anderzijds nu aannemelijk is dat weduwen meer schade hebben geleden dan andere voor vergoeding in aanmerking komende nabestaanden.

§ Voorwaarden gebruik regeling

Aantal schadevergoedingen per persoon. Uitgangspunt bij deze regeling is dat slechts aanspraak bestaat op één schadevergoeding per nabestaande, tenzij sprake is van een nabestaande die een huwelijksrelatie en/of familierelatie in de eerste graad had met meer dan één slachtoffer. Dit betreft ouders, kinderen en echtgenoten. Zo kan bijvoorbeeld een moeder die haar echtgenoot en zoon is verloren voor deze beide familieleden een schadevergoeding ontvangen, evenals een ouder die meerdere kinderen is verloren. Echter een verzoeker die broer en ouder verloren is of broer en echtgenoot of die meerdere broers verloren is, kan één schadevergoeding ontvangen.

§ Afwikkeling van het verzoek

Indien de nabestaande naar het oordeel van de commissie aannemelijk heeft gemaakt dat hij of zij voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een schadevergoeding onder de regeling, wordt hem of haar namens de Staat een vaststellingsovereenkomst aangeboden en na ondertekening door beide partijen een bedrag uitgekeerd van € 15.000 in het geval dat de verzoeker een weduwe is van een slachtoffer en € 10.000 in de andere gevallen. Dit bedrag wordt geacht alle schade te vergoeden die de nabestaande heeft geleden als gevolg van het overlijden van het slachtoffer voor wiens overlijden de vergoeding wordt uitgekeerd en wordt uitgekeerd tegen finale kwijting van alle mogelijke vorderingen van de nabestaande op de Staat ten aanzien van het overlijden van het slachtoffer voor wiens overlijden de vergoeding wordt uitgekeerd, met inbegrip van eventuele vorderingen ter zake van buitengerechtelijke kosten en kosten gemaakt voor het indienen van een verzoek op grond van deze regeling.

Gezien de civielrechtelijke aard van de regeling kan een beslissing van de Commissie om al dan niet een vaststellingsovereenkomst aan te bieden naar aanleiding van een verzoek, niet worden aangemerkt als een besluit in bestuursrechtelijke zin. Tegen die beslissing staat dan ook geen bezwaar- en beroep open.

De regeling is bedoeld om een emotioneel belastende schadestaatprocedure en aanverwante juridische complexiteiten te voorkomen. Het leed dat is ontstaan tijdens en na de val van de enclave Srebrenica grijpt echter diep in op de levens van alle betrokkenen. Het is daarom goed voorstelbaar dat sommige van de nabestaanden de regeling niet voldoende passend vinden bij hun situatie. Omdat geen enkele uniforme regeling geheel kan voorzien in alle gevallen, noch voor alle betrokkenen een gevoel van rechtvaardigheid zal doen ontstaan, is deze regeling ook geenszins bedoeld om de mogelijkheid uit te sluiten dat nabestaanden alsnog via de rechter aanspraak zullen willen maken op schadevergoeding. Het spreekt dan ook voor zich dat die weg te allen tijde open blijft staan voor degenen die geen verzoek onder de regeling willen of kunnen indienen.


X Noot
1

Staatscourant 35957 van 2 juli 2020, Instellingsbesluit Commissie Uitvoering civielrechtelijke regeling Srebrenica

Naar boven