Kennisgeving Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Beschikking op de vergunningaanvraag van Intervet International B.V. te Boxmeer (hierna: Intervet International), voor introductie in het milieu van genetisch gemodificeerde organismen

Vergunningaanvraag

Op 6 mei 2021 is door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat vergunning verleend op de aanvraag met kenmerk GGO IM-MV 21-002 aan Intervet International voor de introductie in het milieu van genetisch gemodificeerde organismen krachtens het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013.

Op 18 januari 2021 had Intervet International een daartoe strekkende aanvraag ingediend. De aanvraag betreft veterinaire studies met een of meerdere genetisch gemodificeerde levende vaccins in kippen tegen Newcastle disease virus (NDV), Infectious bursal disease virus (IBDV), Infectious laryngotracheitis virus (ILTV) en/of Marek’s disease virus (MDV). De werkzaamheden zijn voorgenomen plaats te vinden in de gemeenten Boxmeer en Aalten.

Procedure

Voor de behandeling van de aanvraag van Intervet International is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure doorlopen, conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

Vanaf 18 maart 2021 is de ontwerpbeschikking ter inzage gelegd en er konden tot en met 28 april 2021 mondelinge of schriftelijke zienswijzen worden ingediend. In deze periode zijn geen zienswijzen ingediend.

Inzage beschikking

De aanvraag, de beschikking en de overige relevante stukken zijn vanaf 19 mei 2021 beschikbaar op de internetpagina www.ggo-vergunningverlening.nl.

Beroep

Voor nadere informatie over dit besluit kunt u terecht bij Bureau GGO.

Binnen zes weken na de dag waarop het besluit overeenkomstig artikel 3:44, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht, ter inzage is gelegd, kunnen belanghebbenden beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.

Het beroepschrift dient te zijn ondertekend en dient ten minste het volgende te bevatten:

  • a. de naam en het adres van de indiener;

  • b. de dagtekening;

  • c. een omschrijving van het besluit waartegen het beroepschrift zich richt;

  • d. een opgave van redenen waarom men zich niet met het besluit kan verenigen;

  • e. zo mogelijk een afschrift van het besluit waartegen het beroep zich richt.

Voor de behandeling van een beroepschrift wordt een bedrag aan griffierecht geheven.

Het niet-voldoen aan deze eisen kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het beroepschrift.

Naar boven