Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk OnderzoekStaatscourant 2021, 24758Overig

Call for proposals, City Deal Kennis Maken, Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

Handleiding City Deal Kennis Maken

Indieningsronde september 2021

Utrecht, mei 2021 Nationaal Regieorgaan

Praktijkgericht Onderzoek SIA (onderdeel van NWO)

Inhoud

1

Inleiding

1

1.1

Achtergrond

1

1.2

Beschikbaar budget

1

1.3

Geldigheidsduur call for proposals

2

2.

Doel

2

3.

Richtlijnen voor aanvragers

3

3.1

Wie kan subsidie aanvragen

3

3.2

Wanneer kan aangevraagd worden

3

3.3

Hoe wordt de aanvraag opgesteld en ingediend

3

3.4

Subsidievoorwaarden

4

3.5

Financiële voorwaarden

6

4.

Procedure

7

4.1

In behandeling nemen aanvraag

7

4.2

Procedure beoordeling

8

4.3

Beoordelingscriteria

8

4.4

Besluitvorming

8

4.5

Tijdpad

9

5.

Uitvoering

9

6.

Contact en overige informatie

9

Bijlage

9

1. Inleiding

1.1 Achtergrond

Op 16 maart 2017 is de City Deal Kennis Maken(hierna: CDKM) ondertekend1. Het doel van de CDKM is om een versnelling tot stand te brengen in het oplossen van maatschappelijke opgaven van steden door onderzoekers, docenten en studenten hierbij grootschalig te betrekken. De partijen betrokken bij de CDKM willen zo kennis benutten én de stad inzetten als (rijke) leeromgeving voor studenten. Talentontwikkeling, ondernemerschap en het stimuleren van maatschappelijke betrokkenheid van studenten staan daarbij voorop.

Het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA (hierna te noemen Regieorgaan SIA), onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), heeft de afgelopen vier jaar verschillende regelingen ontwikkeld voor de CDKM. Deze regelingen waren erop gericht om de samenwerking tussen hogescholen, universiteiten, de ROC’s en de stad te versterken. Na veel CDKM-initiatieven en pilots is het nu (2021) tijd om op te schalen en deze samenwerkingen duurzaam in te bedden. Met als doel dat in de nabije toekomst het grootschalig betrekken van studenten, docenten en onderzoekers bij het oplossen van de maatschappelijke opgaven van steden regulier onderdeel is van zowel de onderwijs- en onderzoekspraktijk als de praktijk van het stadsbestuur. Daartoe voert Regieorgaan SIA in 2021 deze regeling uit, die hogescholen en universiteiten steunt in het komen tot implementatieplannen voor opschaling en duurzame samenwerkingen. In een vervolgregeling zal financiering worden ingezet voor het daadwerkelijk tot uitvoer brengen van implementatieplannen.

1.2 Beschikbaar budget

Het beschikbare budget voor deze call is € 1.125.000 (subsidieplafond). Per subsidieaanvraag (verder te noemen aanvraag) kunt u maximaal € 75.000 aanvrage

1.3 Geldigheidsduur call for proposals

Deze call for proposals is geldig voor de regeling City Deal Kennis Maken met indieningsronde september 2021 en geldt tot en met de datum waarop door het bestuur van Regieorgaan SIA het besluit over de aanvragen wordt genomen.

Voor gehonoreerde projecten binnen deze call for proposals blijven de vermelde voorwaarden van toepassing tijdens de volledige looptijd van het project.

De sluitingsdatum- en tijd voor het indienen van aanvragen is dinsdag 14 september 2021, 14:00:00 uur CE(S)T.

2. Doel

Het onderwijs en onderzoek grootschalig en duurzaam verbinden met de maatschappelijke opgaven van steden blijkt vaak lastig voor hogeronderwijsinstellingen. Zo is het moeilijk om de verbinding structureel in te bedden in het curriculum, vergt grootschaligheid meer samenwerking met externe partners, en moeten er mogelijk geldstromen permanent worden verlegd.

Het doel van deze regeling City Deal Kennis Maken is financiering beschikbaar te stellen om op instellingsniveau een implementatieplan inclusief financieringsmodel te ontwikkelen. Dit ondersteunt hogescholen en universiteiten (verder te noemen instelling) in hun zoektocht naar een instellingsbrede aanpak voor grootschalige en duurzame verbinding met de maatschappelijke opgaven van steden en het verankeren van die aanpak in het curriculum.

Partners

De stad als rijke leeromgeving is voor de instellingsbrede aanpak essentieel, waarbij met de gemeente, maar ook met andere maatschappelijke partners als de provincie, Economic Board, wijkorganisaties en bedrijven wordt samengewerkt. Evenals met bijvoorbeeld andere hogeronderwijsinstellingen en het mbo.

Aanpak voor elke opleiding

In het implementatieplan verkent de instelling vanuit de instellingsbrede ambitie hoe studenten betrokken kunnen worden bij dit type onderwijs en/of onderzoek, en hoe dit grootschalig is vorm te geven. Instellingsbreed betekent dat de aanpak in elke opleiding een plek kan krijgen. Hoe dit vorm te geven is aan de instelling.

Hogescholen en universiteiten in één kennisstad kunnen los van elkaar een aanvraag indienen omdat elke hogeronderwijsinstelling uniek is en haar eigen dynamiek, kansen en uitdagingen kent. Ook de fase waarin de instellingen zich bevinden in de zoektocht naar een instellingsbrede aanpak verschilt. Binnen deze regeling kunnen ook instellingen die aan de start van een dergelijk traject staan financiering aanvragen. Uit het implementatieplan kan namelijk ook naar voren komen dat de instelling de ambitie heeft de verbinding met de samenleving grootschalig te willen vormgeven, maar dat er de komende jaren nog veel stappen gezet moeten worden om daar te komen.

Verbinding met maatschappelijke opgaven van steden

Hoe de verbinding met de maatschappelijke opgaven van steden een structurele plek krijgt in het onderwijs en onderzoek is aan de instelling zelf. Binnen de CDKM werken instellingen op verschillende manieren aan het

inpassen van deze verbinding in het curriculum, passend bij de ambitie en de visie van de instelling. Zo werken instellingen met challenges (multidisciplinair en multilevel), met stadslabs en Centres of Expertise (meerjarig/multi-actor en multidisicplinair) en met onderzoek dat verbonden is met de maatschappelijke opgaven van steden. Dit gaat verder dan een stage met een focus op praktische vaardigheden en het opdoen van werkervaring. Het is complexer, en veelal multilevel en multidisciplinair. In het implementatieplan bouwt de instelling voort op de eerder gekozen aanpak, waarbij de inzet is om naar grootschaligheid toe te werken.

Doel voor de student

Door aan de slag te gaan met kennisvragen vanuit maatschappelijke partners, leert de student te kijken naar een probleem vanuit een realistische en bestaande context, doet de student brede vaardigheden op, en ervaart de student de samenleving vanuit de complexiteit die later ook terugkomt in de werkcontext. Bovendien bevordert het maatschappelijk verantwoordelijkheids- besef. Grote maatschappelijke vraagstukken kunnen bijna nooit monodisciplinair opgelost worden. Door te werken aan dergelijke vraagstukken, komt de student in aanraking met een multidisciplinaire- en multilevel-aanpak en -samenwerking. Daarnaast ervaart de student meer binding met de stad.

Het opstellen van een implementatieplan inclusief financieringsmodel is een uitdaging voor de instelling. Zo dient er een instellingsbrede ambitie te zijn rond het grootschalig en duurzaam verbinden met de maatschappelijke opgaven van steden. Ook moet de instelling kiezen via welk proces het implementatieplan wordt opgesteld. Een mogelijk handvat hiervoor is het radarmodel ‘Instellingsbrede visie op Verbinding met de Samenleving’, ontwikkeld door de CDKM-partners. Het model is niet dwingend. Het is bedoeld ter inspiratie voor een systematische aanpak waarin aandacht is voor alle zeven radars van het model.

Noodzakelijk voor het opstellen voor het implementatieplan is daarnaast bestuurlijke aandacht en inzet. Evenals een structureel overleg met de voornaamste maatschappelijke partners met wie de instelling dit plan ontwikkelt.

3. Richtlijnen voor aanvragers

3.1 Wie kan subsidie aanvragen

Hogescholen en universiteiten die betrokken zijn bij de City Deal Kennis Maken kunnen een aanvraag indienen binnen deze regeling.

Uitsluitend hogescholen en universiteiten zoals genoemd in de bijlage kunnen een aanvraag indienen.

De persoon die de aanvraag indient in ISAAC wordt geacht hiertoe te zijn gemachtigd door het College van Bestuur van de aanvragende hogeschool of universiteit.

3.2 Wanneer kan aangevraagd worden

U kunt uw aanvraag indienen tot uiterlijk dinsdag 14 september 2021, 14:00:00 uur CE(S)T. Aanvragen die na de sluitingsdatum worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.

3.3 Hoe wordt de aanvraag opgesteld en ingediend

Een volledige aanvraag omvat de volgende documenten:

  • het volledig ingevulde en ondertekende aanvraagformulier;

  • het voorstel voor het opstellen van het implementatieplan inclusief financieringsmodel, met inzicht in de instellingsbrede ambitie;

  • de begroting in Excel met aangevraagde subsidie, cofinanciering en

  • kostenonderbouwing;

  • overzicht van betrokken projectgroepleden in Excel in het kader van deCode omgang met persoonlijke belangen van NWO.

U vindt al deze documenten in het online aanvraagsysteem ISAAC. Het is verplicht de via ISAAC beschikbare documenten te gebruiken.

Indienen via ISAAC

U kunt uw aanvraag alleen indienen via ISAAC. Aanvragen die niet via ISAAC zijn ingediend, worden niet in behandeling genomen.

Bekijk deze call for proposals in ISAAC (directe link): Indienen via ISAAC

U bent als aanvrager verplicht de aanvraag via uw ISAAC-account in te dienen. Heeft u nog geen ISAAC-account? Maak dan minimaal één werkdag voordat u

de aanvraag indient een account aan. Zo kunnen eventuele problemen met aanmelden nog op tijd worden opgelost.

  • Het inlogscherm ISAAC is bereikbaar via: www.isaac.nwo.nl

  • De handleiding ISAAC is bereikbaar via: www.isaac.nwo.nl/help

  • De ISAAC helpdesk is bereikbaar via: isaac.helpdesk@nwo.nl

3.4 Subsidievoorwaarden

Voor alle aanvragen geldt de NWO subsidieregeling 2017.

Inzet en omvang van de subsidie

De subsidie is bestemd voor de aanvragende hogeschool of universiteit.

U kunt maximaal € 75.000 subsidie aanvragen. De looptijd van het project is maximaal 12 maanden. Inzet van subsidie buiten de looptijd is niet mogelijk. Het beoogde project dient te starten vanaf 1 november 2021 en met een uiterste startdatum van 1 januari 2022.

De subsidie is uitsluitend bestemd voor het uitvoeren van activiteiten conform de gehonoreerde aanvraag. Subsidiëring van (deel)activiteiten die reeds zijn gefinancierd vanuit andere bronnen, is niet mogelijk. Bij voortijdig beëindigen van het project bepaalt Regieorgaan SIA of de subsidie – geheel of ten dele – moet worden terugbetaald.

Cofinanciering

De aanvrager draagt met de consortiumpartners via cofinanciering bij aan de uitvoering van het project. Deze cofinanciering dient ten minste 25% van de totale projectkosten te bedragen. De partners kunnen zelf bepalen hoe zij deze 25% cofinanciering onderling inbrengen.

De omvang van de in cash en/of in kind (op geld waardeerbare zaken als materiële kosten en uren) cofinanciering dient bij de aanvraag, via de begrotingsopstelling, te worden opgegeven. Zie ook het volgende rekenvoorbeeld:

Bij een gevraagde subsidie van € 75.000 bedragen de totale projectkosten minimaal € 100.000. De minimale cofinanciering hierbij is € 25.000.

Consortium

Het college van burgemeester en wethouders waar de aanvragende hogeschool of universiteit vanuit de CDKM mee samenwerkt, dient consortiumpartner te zijn. Een overzicht van deze verbindingen is te vinden in de bijlage.

Consortiumvorming met andere maatschappelijke partners (denk aan de provincie, Economic Board, wijkorganisaties, bedrijven) en andere kennisinstellingen (hogeronderwijsinstellingen en de ROC’s) wordt

aangemoedigd, maar is niet verplicht. De aanvrager geeft aan in het aanvraagformulier welke rol de consortiumpartners zullen hebben.

Afspraken consortium

Binnen het consortium dienen afspraken te worden gemaakt over het nakomen van de onderlinge toezeggingen en verplichtingen binnen het project. De penvoerende hogeschool of universiteit is verantwoordelijk voor het maken van afspraken met de consortiumpartners, waaronder het gebruik en het uitdragen van de projectresultaten, en indien van toepassing over intellectueel eigendom.

DORA

NWO is ondertekenaar van de San Francisco Declaration on Research Assessment (DORA). DORA is een wereldwijd initiatief dat beoogt de manier waarop onderzoek en onderzoekers worden beoordeeld te verbeteren. DORA bevat aanbevelingen voor onderzoeksfinanciers, onderzoeksinstellingen, wetenschappelijke tijdschriften en andere partijen. DORA richt zich op het terugdringen van het onkritisch gebruik van bibliometrische indicatoren en het wegnemen van onbewuste vooringenomenheid (unconscious bias) bij de beoordeling van onderzoek en onderzoekers. Overkoepelende filosofie van DORA is dat onderzoek moet worden beoordeeld op zijn eigen kwaliteiten en verdiensten in plaats van op basis van afgeleide indicatoren, zoals het tijdschrift waarin het onderzoek wordt gepubliceerd. Voor NWO betekent dit dat commissieleden en referenten verzocht wordt bij de beoordeling van aanvragen niet af te gaan op indicatoren als de Journal Impact Factor of de H-index.

Aanvragers mogen deze in hun aanvragen ook niet vermelden. Bij het beoordelen van het wetenschappelijke track record van kandidaten gaat NWO uit van een brede definitie van wetenschappelijke output. Naast publicaties worden aanvragers gestimuleerd ook andere wetenschappelijke producten te vermelden, zoals datasets, patenten, software, code, enzovoort.

Voor meer informatie over wat NWO doet om de principes van DORA te implementeren zie de informatie over DORA op de NWO-website.

Open Access

Als ondertekenaar van de Berlin Declaration (2003) en lid van cOAlitie S (2018) zet NWO zich in om de resultaten van wetenschappelijk onderzoek dat door NWO gefinancierd wordt vrij toegankelijk te maken via internet (Open Access). Daarmee geeft NWO invulling aan het beleid van de Nederlandse regering om al het publiek gefinancierde onderzoek Open Access beschikbaar te maken.

Wetenschappelijke publicaties van onderzoek dat is gefinancierd op basis van toekenningen voortvloeiend uit deze call for proposals dienen daarom Open Access beschikbaar te zijn volgens de Beleidsregel Open Access. De richtlijnen per type publicatie zijn als volgt:

  • Wetenschappelijke artikelen

    Voor wetenschappelijke artikelen geldt dat zij direct op het moment van publicatie (zonder embargo) Open Access beschikbaar gesteld moeten worden via één van de volgende routes:

    • publicatie in een volledig open access tijdschrift of platform dat is geregistreerd in de DOAJ;

    • publicatie in een abonnementstijdschrift en het deponeren van tenminste de auteursversie van het artikel in een Open Access repository die is geregistreerd in OpenDOAR;

    • publicatie in een tijdschrift waarvoor een transformatieve Open Access overeenkomst beschikbaar is tussen de VSNU en een uitgever.

    • Zie daarover: https://www.openaccess.nl/

  • Boeken

    Voor boeken, boekhoofdstukken en bundels gelden afwijkende voorwaarden. Zie daarover de Beleidsregel op https://www.nwo.nl/open-science

  • CC BY licentie

    Met het oog op een optimale verspreiding van publicaties moet tenminste een Creative Commons (CC BY) licentie worden toegepast. Bij de aanwezigheid van zwaarwegende belangen kan de auteur verzoeken om te publiceren onder toepassing van een CC BY-ND licentie. Voor boeken, bundels en boekhoofdstukken staat de keuze van een CC BY licentie vrij.

  • Kosten

    Eventuele kosten voor publiceren in volledig Open Access tijdschriften kunnen worden begroot in de projectbegroting. Kosten voor publicaties in hybride tijdschriften komen niet in aanmerking voor vergoeding door NWO. Voor Open Access boeken kan een beroep gedaan worden op het aparte NWO Open Access boekenfonds.

Voor een nadere toelichting op het open access beleid van NWO zie: https://www.nwo.nl/open-science

Datamanagement

Bij goed onderzoek hoort verantwoord datamanagement. Regieorgaan SIA streeft ernaar dat onderzoeksdata, die voortkomen uit onderzoek gefinancierd met publieke middelen, zo veel mogelijk duurzaam beschikbaar komen voor hergebruik door andere onderzoekers. Regieorgaan SIA wil bovendien het bewustzijn bij onderzoekers over het belang van verantwoord datamanagement vergroten. De datamanagementparagraaf maakt daarom deel uit van de aanvraag.

Aanvragers dienen vier vragen te beantwoorden over datamanagement binnen hun beoogde onderzoeksproject. Zij worden dus gevraagd om al voor aanvang van het onderzoek te bedenken hoe de verzamelde data geordend en gecategoriseerd moeten worden, zodat deze vrij beschikbaar kunnen worden

gesteld. Vaak zullen al bij het tot stand komen van de data en de analyse daarvan maatregelen getroffen moeten worden om opslag en deling later mogelijk te maken. Aanvragers kunnen zelf aangeven welke onderzoeksdata zij voor opslag en hergebruik relevant achten.

De datamanagementparagraaf in de aanvraag wordt niet meegenomen in de beoordeling en derhalve ook niet meegewogen in de beslissing om een aanvraag al of niet te honoreren. De beoordelingscommissie kan wel advies geven met betrekking tot de datamanagementparagraaf.

Ethische verklaring of vergunning

Een aanvrager is er voor verantwoordelijk om na te gaan of voor de uitvoering van het voorgestelde onderzoek een ethische verklaring of vergunning noodzakelijk is, en dient er voor te zorgen dat deze tijdig wordt verkregen bij de relevante ethische commissie. Bij toewijzing wordt de subsidie verleend onder de voorwaarde dat de benodigde ethische verklaring of vergunning vóór de uiterste startdatum van het project is verkregen. Het onderzoeksproject kan niet starten voordat SIA een kopie van de ethische verklaring of vergunning heeft ontvangen.

Nagoya Protocol

Het Nagoya Protocol is op 12 oktober 2014 van kracht geworden en zorgt voor een eerlijke en billijke verdeling van voordelen voortvloeiende uit het gebruik van genetische rijkdommen (Access and Benefit Sharing, ABS). Onderzoekers die voor hun onderzoek gebruikmaken van genetische bronnen in/uit het buitenland dienen zich op de hoogte te stellen van het Nagoya Protocol (http://www.absfocalpoint.nl/).NWO gaat er vanuit dat zij de noodzakelijke acties ten aanzien van het Nagoya Protocol nemen.

3.5 Financiële voorwaarden

Subsidiabele kosten

De kosten die u kunt opvoeren in de begroting zijn: de loonkosten van hogescholen en universiteiten (zowel voor aanvrager als deelnemer in het consortium), de kosten van studenten en materiële kosten (waaronder kosten van de overige consortiumpartners). Alle op te voeren kosten zijn inclusief eventuele niet-verrekenbare btw.

Loonkosten hogescholen

Voor de loonkosten worden de tarieven conform de Handleiding Overheidstarieven (HOT) uit het jaar 2017 gehanteerd. Deze tarieven kunt u tijdens de gehele looptijd toepassen. Het gaat uitsluitend om tarieven in de onderstaande tabel.

Schaal

Kostendekkend tarief per uur

1

43

2

46

3

48

4

53

5

53

6

56

7

59

8

63

9

68

10

72

11

79

12

87

13

95

14

103

15

111

16

119

17

127

18

136

Deze tarieven zijn integraal toepasbaar en u kunt deze tarieven zonder verdere onderbouwing toepassen.

De tarieven van medewerkers, zijn gebaseerd op de inschaling uit de cao van het hoger beroepsonderwijs (hbo). Tarieven hoger dan de HOT mag u niet toepassen. Lagere tarieven zijn toegestaan, maar u mag deze niet willekeurig opvoeren. U moet lagere tarieven altijd onderbouwen, bijvoorbeeld op basis van een interne kostprijsberekening. U moet de tarieven consistent toepassen. De instellingsaccountant hoeft hier geen accountantscontrole op toe te passen: tarieven lager dan de HOT zijn voor Regieorgaan SIA altijd akkoord.

Loonkosten universiteiten

Voor de bepaling van de loonkosten van universiteiten kunt u gebruik maken van de volgende uurtarieven.

Universiteit

Uurtarief vastgelegd in

Universiteiten: aio’s en postdocs

VSNU-akkoord

Universiteiten: overige wetenschappelijke functies

Handleiding Overheidstarieven 2017

Projectmanagement

Voor projectmanagement mag de aanvrager maximaal 10% van de totale projectkosten in de begroting als kosten opvoeren en uiteindelijk ook besteden.

Kosten studenten

U mag studenten, verbonden aan een hogeschool of universiteit, inzetten voor het project. De kosten hiervan kunt u binnen het project opvoeren.

Per subsidiejaar kunt u het volgende opvoeren:

  • De inzet van uren van studenten die als onderdeel van hun opleiding meewerken in het project. Deze studenten krijgen in dit geval ook studiepunten voor hun werkzaamheden. Als kosten kunt u opvoeren de stagevergoeding zoals die binnen uw hogeschool/universiteit gebruikelijk is met een maximum van € 25 per uur. U mag een student voor maximaal 1.650 uur inzetten.

  • De inzet van uren van studenten die extra-curriculair meewerken in het project. Per student kunt u maximaal 250 uur als kosten opvoeren.

In beide situaties geldt: u kunt alleen de werkelijk aan de student uitbetaalde bedragen met een maximumuurtarief van € 25 opvoeren. Uren en uurtarieven boven de gestelde maxima kunt u niet opvoeren. Er is geen maximum gesteld aan het totale aantal studenten dat meewerkt in het project.

Materiële kosten

Onder materiële kosten verstaan we onder andere de kosten van de overige consortiumpartners.

Overige consortiumpartners zijn:

  • Colleges van burgemeester en wethouders;

  • Maatschappelijke partners;

  • ROC’s

  • overigen

Onder overigen wordt ook verstaan:

  • projectmedewerkers die gedetacheerd zijn bij een hogeschool/universiteit en die alleen voor dit project worden ingeleend.

    Een uitzondering geldt voor projectmedewerkers die een detacheringsovereenkomst hebben met een hogeschool/universiteit die niet alleen betrekking heeft op detachering binnen dit project; de kosten van deze projectmedewerkers mogen onder de loonkosten van de hogeschool/universiteit worden opgevoerd.

Tot materiële kosten behoren de voor de uitvoering van het project noodzakelijke kosten als inhuur derden (voor de bepaling van de kosten van de overige consortiumpartners is de bepaling van het uurtarief vrij, met een maximum van € 130 per uur, exclusief BTW), verbruik van materialen, hulpmiddelen, prototypes, testopstellingen en overige kosten zoals dienstreizen en publicaties. Aanschaffingen van machines en apparatuur worden niet tot de projectkosten gerekend. Voor machines en apparatuur kunnen slechts de aan het project toe te rekenen afschrijvingskosten of leasetermijnen worden opgevoerd. Afschrijvingstermijnen worden berekend op basis van de historische aanschafprijs exclusief financieringskosten, een lineaire afschrijvingsmethode en een levensduur van vijf jaar. Opvoering van kosten voor gebruik van apparatuur ouder dan vijf jaar is dus niet mogelijk.

Besteding subsidie

In totaal mag maximaal 25% van het subsidiebedrag besteed worden aan de kosten van de consortiumpartners, zijnde niet de betrokken hogescholen en universiteiten.

De aangevraagde subsidiebedragen in de ingediende begroting gelden als maxima. Bij de uitvoering van het project is het mogelijk om te schuiven binnen en tussen deze posten. Hiervoor dient u binnen de looptijd van uw project een wijzigingsverzoek in.

4. Procedure

4.1 In behandeling nemen aanvraag

U dient de subsidieaanvraag in via ISAAC. Deze wordt vervolgens direct geregistreerd en voorzien van een uniek dossiernummer. Dit nummer is het vaste kenmerk voor alle correspondentie over de aanvraag.

Na de sluitingsdatum van de call for proposals controleert Regieorgaan SIA uw aanvraag op volledigheid en vormvereisten: de volledig ingevulde en ondertekende documenten, zoals gevraagd in hoofdstuk 3.3 van deze call for proposals. Als uw aanvraag voldoet dan verklaart Regieorgaan SIA deze ontvankelijk. De aanvraag wordt vervolgens in behandeling genomen. U ontvangt hier bericht over.

Als uw aanvraag niet voldoet op volledigheid en vormvereisten: de volledig ingevulde en ondertekende documenten, dan biedt Regieorgaan SIA u de mogelijkheid om de ontbrekende en/of incorrecte gegevens binnen vijf werkdagen alsnog door te geven. U ontvangt hier bericht over. Als u de gegevens binnen de gestelde termijn verstrekt en deze akkoord zijn, dan wordt de aanvraag alsnog ontvankelijk verklaard en in behandeling genomen. U ontvangt hier bericht over.

Indien de ontbrekende en/of incorrecte gegevens niet binnen de gestelde termijn zijn verstrekt of gecorrigeerd, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen (in ISAAC betekent dat: niet-ontvankelijk verklaard). U ontvangt hier bericht over.

4.2 Procedure beoordeling

Wanneer een aanvraag in behandeling is genomen, dan wordt deze voorgelegd aan een onafhankelijke beoordelingscommissie. De commissie bestaat uit experts uit de onderzoekswereld en uit de praktijk.

Doordat hiermee de inhoudelijke expertise al geborgd is in de beoordelingscommissie wordt in deze call niet gewerkt met referenten.

De beoordelingscommissie beoordeelt elke aanvraag afzonderlijk. De commissie beoordeelt op basis van de vastgestelde beoordelingscriteria. Deze vindt u in paragraaf 4.3.

Voor iedereen die betrokken is bij de beoordeling of besluitvorming van uw aanvraag, geldt de Code omgang met persoonlijke belangen van NWO.

4.3 Beoordelingscriteria

De aanvragen worden door de beoordelingscommissie beoordeeld aan de hand van de drie onderstaande beoordelingscriteria.

  • 1 Effectiviteit van de gekozen aanpak

    Toelichting: de aanvraag behelst een duidelijk geformuleerde instellingsbrede ambitie rond het op grootschalige wijze betrekken van studenten, docenten en onderzoekers bij het oplossen van maatschappelijke opgaven van steden. Het opstellen van het implementatieplan draagt effectief bij aan het inbedden van deze ambitie.

    • Verwachte mate van effectiviteit/impact van de gekozen aanpak;

    • verwachte mate van succes voor opschaling en inbedding van het op grootschalige wijze betrekken van studenten, docenten en onderzoekers bij het oplossen van maatschappelijke opgaven van steden;

    • verwachte mate van aansluiting van de gekozen aanpak bij de instellingsbrede ambitie.

  • 2 Netwerkvorming

    • Verwachte mate van betrokkenheid vanuit de samenwerkende partners;

    • betrokkenheid van de samenwerkende partners draagt bij aan het behalen van het doel van de aanvraag;

    • de samenwerkende partners hebben voldoende kennis en kwaliteit om tot een aanpak voor het implementatieplan te komen.

  • 3 Haalbaarheid en doelmatigheid

    • Het plan van aanpak voor het opstellen van het implementatieplan is realistisch, afgebakend, specifiek en functioneel;

    • inzet van middelen en tijd weegt op tegen het beoogde resultaat;

    • de aanpak is uitvoerbaar en haalbaar.

De aanvragen krijgen per criterium een score in gehele getallen, oplopend van 1 tot en met 6, waarbij 6 de hoogste score vertegenwoordigt. Elk criterium weegt even zwaar mee in de beoordeling.

Alle aanvragen ontvangen een gewogen gemiddelde totaalscore en worden op basis van deze score in rangorde gezet. Alleen aanvragen die op elk criterium een 4.00 of hoger scoren worden voorzien van een positief oordeel. Alleen aanvragen met een positief oordeel kunnen in aanmerking komen voor subsidie.

4.4 Besluitvorming

De beoordelingscommissie brengt verslag uit van haar werkwijze en geeft advies over het subsidiëren van aanvragen aan het bestuur van Regieorgaan SIA. Het advies komt tot stand op basis van het oordeel van de aanvraag, de begroting van de aanvraag en het maximaal beschikbare budget voor deze call.

Het bestuur toetst de gevolgde procedure en besluit op basis van het advies van de beoordelingscommissie over het al dan niet toekennen van subsidie. Als aanvrager krijgt u altijd schriftelijk bericht over de toekenning of afwijzing van uw aanvraag.

Regieorgaan SIA streeft ernaar in oktober 2021 het besluit van het bestuur aan u bekend te maken.

4.5 Tijdpad

Data (tijd CE(S)T)

Processtap

14 september 2021, 14:00:00 uur

Sluitingsdatum indiening aanvragen

september 2021

Vergadering beoordelingscommissie

oktober 2021

Vaststelling beoordeling door beoordelingscommissie en besluitvorming door bestuur Regieorgaan SIA

oktober 2021

Bekendmaking besluit

Het kan zijn dat Regieorgaan SIA het noodzakelijk acht om tijdens de lopende procedure nog aanpassingen in het tijdpad van deze subsidieronde aan te brengen. Uiteraard ontvangt u hierover op tijd bericht.

5. Uitvoering

Als aanvrager bent u verantwoordelijk voor de uitvoering van het project. U bent penvoerder. De aanvrager benoemt de (beoogde) contactpersoon.

De subsidie wordt overgemaakt in de volgende termijnen:

  • Termijn 1: 85% van het maximale subsidiebedrag (voorschot) uiterlijk binnen 4 weken na de startdatum van het project;

  • Termijn 2: restantbetaling uiterlijk binnen 4 weken na goedkeuring van de eindrapportage en vaststelling van de subsidie.

Monitoring

Het project wordt afgerond met de oplevering van een inhoudelijke en financiële eindrapportage. De aanvrager levert de eindrapportage aan in ISAAC binnen 4 weken na de einddatum van het project. Voor de eindrapportage dient gebruik te worden gemaakt van het format dat via ISAAC beschikbaar wordt gesteld.

Wijzigingsverzoeken

Voor iedere wezenlijke verandering van het gefinancierde projectvoorstel heeft u schriftelijk toestemming van Regieorgaan SIA nodig.

6. Contact en overige informatie

Actuele informatie en contact

Op de webpagina City Deal Kennis Makenop de website van Regieorgaan SIA vindt u de meeste recente informatie over deze call for proposals. U vindt hier ook contactgegevens van de programmamanager.

ISAAC-helpdesk

Bij technische problemen met ISAAC neemt u contact op met de ISAAC- helpdesk. Lees voordat u contact opneemt eerst de handleiding van ISAAC door.

De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 10.00 uur tot 17.00 uur (met uitzondering van feestdagen).

Telefoonnummer: 020 346 71 79. U kunt uw vraag ook per e-mail stellen: isaac.helpdesk@nwo.nl. U ontvangt dan binnen twee werkdagen een reactie.

Bijlage

Overzicht van aan de City Deal Kennis Maken deelnemende universiteiten en (vestigingen van) hogescholen die subsidieaanvragen kunnen indienen. Achter de universiteit of hogeschool staan de betrokken City Deal Kennis Maken steden benoemd:

Universiteit

City Deal Kennis Maken steden

Universiteit van Amsterdam

Amsterdam

Vrije Universiteit Amsterdam

Amsterdam

TU Delft

Delft

Universiteit Leiden

Den Haag, Leiden

Wageningen University & Research

Ede, Wageningen

Eindhoven University of Technology

Eindhoven

University of Twente

Enschede

Rijksuniversiteit Groningen

Groningen

Maastricht University

Maastricht

Radboud Universiteit

Nijmegen

Erasmus Universiteit Rotterdam

Rotterdam

Tilburg University

Tilburg

Universiteit Utrecht

Utrecht

Tabel: Overzicht universiteiten die aanvragen kunnen indienen

Hogeschool

City Deal Kennis Maken steden

Hogeschool van Amsterdam

Amsterdam

Hogeschool Inholland

Amsterdam, Delft, Den Haag, Rotterdam

ArtEZ University of the Arts

Arnhem, Zwolle

HAN University of Applied Sciences

Arnhem, Nijmegen

Hogeschool Van Hall Larenstein

Arnhem

Avans Hogeschool

Breda, ’s-Hertogenbosch

Breda University of Applied Sciences

Breda

De Haagse Hogeschool

Delft, Den Haag

Saxion

Deventer, Enschede

Christelijke Hogeschool Ede

Ede, Wageningen

Hanzehogeschool Groningen

Groningen

HAS Hogeschool

’s-Hertogenbosch

Fontys Hogescholen

’s-Hertogenbosch, Tilburg, Eindhoven

NHL Stenden Hogeschool

Leeuwarden

Hogeschool Leiden

Leiden

Zuyd Hogeschool

Maastricht

Codarts Rotterdam

Rotterdam

Hogeschool Rotterdam

Rotterdam

Hogeschool Utrecht

Utrecht

Windesheim

Zwolle

Hogeschool

City Deal Kennis Maken steden

Hogeschool VIAA

Zwolle

Katholieke Pabo Zwolle

Zwolle

Tabel: Overzicht hogescholen die aanvragen kunnen indienen


X Noot
1

Ondertekenaars van de CDKM zijn: Netwerk Kennis Steden Nederland, Ministerie van OCW, Ministerie van BZK, VSNU, Vereniging Hogescholen, Kences, twintig gemeenten en hun kennisinstellingen (Amsterdam, Delft, Enschede, Groningen, Leiden, Maastricht, Nijmegen, Rotterdam, Tilburg, Wageningen, Deventer, Leeuwarden, Den Bosch, Breda, Den Haag, Zwolle, Arnhem, Ede, Utrecht, Eindhoven).