TOELICHTING
1. Doel en aanleiding
In de Regeling gaskwaliteit (hierna: de Regeling) worden de parameters van de gassamenstelling
vastgelegd, zowel voor invoeding in als onttrekking uit de gasnetten die in de Gaswet
worden gereguleerd. Met de onderhavige wijziging van de Regeling worden zowel de bovengrens
van de Wobbe-index die geldt voor het Gassysteem LNG (bijlage 8 bij de Regeling) als
ook de daar geldende waarde voor het zuurstofgehalte verhoogd. Met deze aanpassingen
worden de waardes die gelden voor de invoeding vanuit de GATE LNG-terminal meer in
lijn gebracht met internationale normen. Daarnaast wordt met deze wijziging de door
Gasunie Transport Services (GTS, de beheerder van het landelijk gastransportnet) op
het Gassysteem LNG op grond van artikel 10a, eerste lid, onderdeel p, van de Gaswet,
aangeboden dienst Wobbe Quality Adaptation (WQA-dienst) beëindigd. Daarmee komt er
meer stikstof beschikbaar als back-up voor de stikstofinstallaties en wordt tevens
tegemoet gekomen aan een bezwaar van de Europese Commissie en ACER tegen de wijze
waarop Verordening (EU) 2017/460 tot vaststelling van een netcode betreffende geharmoniseerde
transmissietariefstructuren voor gas (PbEG 2017, L 72), in Nederland is geïmplementeerd.
Zij menen dat de WQA-dienst een dienst is die gerelateerd is aan toegang tot het aardgastransmissienetwerk
en daarom onder de reikwijdte valt van deze verordening. Zij zien geen ruimte voor
de uitzondering die voor deze dienst in artikel 82, dertiende lid, van de Gaswet is
opgenomen.
Gevolg van de wijziging is dat artikel 10a, eerste lid, onderdeel p, van de Gaswet,
niet langer van toepassing is op het Gassysteem LNG. De middelen die thans specifiek
beschikbaar zijn voor de WQA-dienst in het Gassysteem LNG worden toegevoegd aan de
middelen die beschikbaar zijn voor de kwaliteitsconversie taak van GTS die volgt uit
artikel 10a, eerste lid, onderdeel c, van de Gaswet. Met deze toevoeging aan de kwaliteitsconversietaak
komen de middelen te vallen onder de tariefregulering van de Autoriteit Consument
& Markt (ACM). Artikel 82, dertiende lid, van de Gaswet is dan niet langer van toepassing
omdat dit artikel betrekking heeft op de WQA-dienst.
Overigens geeft dit nog geen definitieve oplossing voor het door Europese Commissie
en ACER opgebrachte bezwaar want niet valt uit te sluiten dat er in de toekomst opnieuw
een WQA-dienst moet worden geïntroduceerd. Daarom zal in de beoogde Energiewet het
voorschrift, opgenomen in het huidige artikel 82, dertiende lid, van de Gaswet niet
meer worden opgenomen.
2. Aanpassingen Gassysteem LNG
Tot op heden golden voor het Gassysteem LNG dezelfde bovengrenzen voor de Wobbe-index
en het zuurstofgehalte als op andere binnenlandse punten waarop hoogcalorisch gas
(H-gas) in het HTL-net van het landelijk gastransportnet wordt ingevoed. GTS heeft
echter aangegeven dat voor het Gassysteem LNG andere, hogere waardes kunnen worden
gehanteerd zonder dat dit tot problemen elders in het transportsysteem of bij eindgebruikers
leidt. De bovengrens van de Wobbe-index kan voor het Gassysteem LNG worden verhoogd
van 55,7 MJ/m3(n) naar 57,2 MJ/m3(n) en het zuurstofgehalte van ≤ 0,0005 mol% naar ≤ 0,001 mol% daggemiddeld.
H-gas met een Wobbe-index van 57,2 MJ/m3(n) mag al worden afgeleverd binnen het Gassysteem LNG. Binnen het Gassysteem Westgas/Waalhaven
mag zelfs H-gas met een Wobbe-index van 57,5 MJ/m3(n) worden afgeleverd. Voor zowel andere aansluitingen als de exportpunten waarop
H-gas wordt afgeleverd geldt echter over het algemeen een bovengrens van 55,7 MJ/m3(n) (zie bijlagen 3 en 5 bij de Regeling). Hier wordt geen verandering in aangebracht
omdat een verhoging van ook deze bovengrens nadelige gevolgen zou hebben voor installaties
die zich achter een aansluiting of exportpunt bevinden. Verhoging van deze bovengrens
is ook niet nodig volgens GTS, omdat de Wobbe-index van het H-gas dat vanuit het Gassysteem
LNG wordt ingevoed in het gastransportnet binnen dat gastransportnet indien nodig
kan worden teruggebracht tot 55,7 MJ/m3(n) door vermenging met ander in het gastransportnet aanwezig H-gas dat over het algemeen
een lagere Wobbe-index heeft dan 55,7 MJ/m3(n) en/of door toevoeging van stikstof op het Mengstation Botlek.
3. Gevolgen van de aanpassing van de Wobbe-index
De wijziging van de Wobbe-index heeft tot gevolg dat de stikstof die thans wordt ingekocht
en is gereserveerd om de Wobbe-index van het gas dat vanuit de GATE terminal wordt
ingevoed in het gastransportnet op de toegestane waarde te brengen, beschikbaar komt
voor de kwaliteitsconversietaak op mengstation Pernis. Daarmee wordt de robuustheid
van de beschikbaarheid van de back-up stikstofcapaciteit ten behoeve van de wettelijke,
algemene kwaliteitsconversietaak van GTS vergroot. Dit is van belang voor het minimaliseren
van de gaswinning uit Groningen want de wijziging draagt bij aan de realisatie van
de planmatige stikstofinzet. Ook hoeft minder snel een beroep te worden gedaan op
het back-up volume dat volgens de vaststellingsbesluiten over de toegestane gaswinning
uit het Groningenveld mag worden gewonnen bij eventuele verstoringen in het kwaliteitsconversiesysteem,
zoals een onvoorziene uitval van een stikstofinstallatie.
Daarnaast zorgt de wijziging er voor dat shippers die gas vanuit de GATE terminal
invoeden altijd voldoen aan de specificaties, omdat het op afleverspecificatie (“on-spec”)
brengen van het gas dat vanuit de GATE terminal wordt ingevoed een onderdeel wordt
van de algemene kwaliteitsconversietaak van GTS, bedoeld in artikel 10a, eerste lid,
onderdeel n, van de Gaswet.
Deze wijziging van de Regeling heeft tot gevolg dat de WQA-dienst die thans op het
Gassysteem LNG wordt aangeboden, wordt beëindigd. De kosten die aan deze dienst zijn
verbonden worden dan niet langer aan de gebruikers van de GATE LNG-terminal in rekening
gebracht. Daardoor wordt Nederland een aantrekkelijkere bestemming voor LNG.
Een bijkomend gevolg van de wijziging is dat de WQA-dienst voor het Gassysteem LNG
wordt beëindigd en artikel 82, dertiende lid van de Gaswet, niet langer van toepassing
is op deze dienst. Dat betekent dat de kosten die met deze dienst waren gemoeid, dat
wil zeggen met het inkopen van de benodigde hoeveelheden stikstof en de beschikbaarheid
van de menginstallaties, nu komen toe te vallen aan die, door de ACM gereguleerde,
kwaliteitsconversietaak en daarmee volledig binnen de scope vallen van Verordening
(EU) 2017/460 tot vaststelling van een netcode betreffende geharmoniseerde transmissietariefstructuren
voor gas. Dit conform de wens van de Europese Commissie en ACER. Zij zijn van mening
dat de WQA-dienst een dienst is die gerelateerd is aan toegang tot het aardgastransmissienetwerk
en daarmee onder voornoemde verordening valt en door de ACM zou moeten worden gereguleerd
(zie: Agency Report – Analysis of the Consultation Document on the Gas Transmission
Tariff Structure for the Netherlands, gepubliceerd 27 juli 2018 https://acer.europa.eu/en/Gas/Framework%20guidelines_and_network%20codes/Pages/Harmonised-transmission-tariff-structures.aspx)).
4. Wijziging van de zuurstofnorm
De maximale zuurstofwaarde voor gas afkomstig van de GATE terminal is momenteel 0,0005%
mol (5 ppm). Dit is de HTL-entrynorm voor zuurstof zoals deze tot op heden was opgenomen
in bijlage 1 van de Regeling. Inmiddels zijn er goede redenen om deze invoedspecificatie
ten aanzien van zuurstof voor gas afkomstig van de GATE LNG-terminal te verruimen.
Niet alleen blijkt dat Nederland ten aanzien van toegestaan zuurstof in LNG één van
de strengste normen, zo niet de strengste norm, van Europa hanteert, belangrijker
is dat deze Nederlandse norm voor marktpartijen een knelpunt kan vormen terwijl hier
geen goede reden voor is. De strenge Nederlandse eisen ten aanzien van zuurstof kunnen
negatieve gevolgen hebben voor de relatieve aantrekkelijkheid van Nederland c.q. de
GATE LNG-terminal als aanlandingspunt voor LNG. Dat terwijl er de komende jaren meer
gas moet worden geïmporteerd om te voorzien in de vraag als gevolg van afnemende winning
in Nederland (Groningenveld en kleine velden). Ook zijn er recent nieuwe internationale
normen vastgesteld voor het zuurstofgehalte van het gas bij grensoverschrijdend gastransport.
Op basis van de Europese EN 16726 norm, wordt er nu een grenswaarde aangehouden van
10 ppm daggemiddeld. GTS hanteert deze grenswaarde dan ook op grensoverschrijdende
importlocaties, zie wat dit betreft bijlage 5 van de Regeling. Gezien het internationale
karakter van de LNG-importen ligt het voor de hand om ook voor gas afkomstig uit de
GATE LNG-terminal aan te sluiten bij deze norm voor grensoverschrijdend gastransport
en het toegestane zuurstofgehalte te verhogen en daarbij ook uit te gaan van daggemiddeld.
Dat laatste wil zeggen dat het zuurstofgehalte op momenten boven de toegestane waarde
mag liggen zolang het over de dag maar onder deze waarde zit. De definitie van daggemiddeld
is opgenomen in artikel 1 van de Regeling. Voor deze definitie is aangesloten bij
voornoemde norm.
GTS heeft een analyse uitgevoerd naar de eventuele gevolgen van een verhoging van
de zuurstofnorm bij Gate naar 10 ppm daggemiddeld. Doel hiervan was om eventuele leverings-
en transportknelpunten te identificeren. De analyse is uitgevoerd naar de twee afnemers
die een toegestaan zuurstofgehalte hanteren dat lager ligt dan 10 ppm daggemiddeld,
te weten de gasopslagen Norg en Grijpskerk. Daarbij is ook gekeken naar de kans dat
deze daadwerkelijk gas ontvangen vanuit de GATE LNG-terminal. Als de kans bestaat
dat Norg en/of Grijpskerk gas ontvangen vanuit de GATE LNG-terminal, is tevens gekeken
naar de mogelijkheden voor GTS om dit gas om te leiden naar een andere locatie en
de betreffende afnemer te voorzien van gas met een zuurstofgehalte dat wel aan de
norm voldoet. Uit deze analyse blijkt dat er een zeer geringe kans is dat gas, dat
afkomstig is vanuit de GATE terminal en tot 10 ppm daggemiddeld zuurstof bevat, kan
zorgen voor een overschrijding van de zuurstofspecificatie Norg en/of Grijpskerk.
Maar mocht dit zich onverhoopt toch voordoen, dan beschikt GTS over voldoende mogelijkheden
om levering van dit gas aan die afnemer(s) te voorkomen. Het verhogen van de zuurstof-norm
voor gas dat wordt ingevoed vanuit de GATE LNG-terminal leidt dus gastransport-technisch
niet tot problemen.
5. Consultatie
De wijziging is ter consultatie voorgelegd aan direct belanghebbenden. In alle ontvangen
reacties werd instemmend gereageerd op de wijziging.
6. Bedrijfseffecten, regeldruk, toezicht en handhaving, inwerkingtreding
Bedrijfseffecten
Met de wijziging wordt het aantrekkelijker om gas in de vorm van LNG via de GATE LNG-terminal
naar Nederland te brengen. Dit is van belang omdat als gevolg van afnemende winning
in Nederland (Groningenveld en kleine velden) er de komende jaren meer gas moet worden
geïmporteerd om te voorzien in de vraag.
Daarnaast zorgt de wijziging er voor dat de stikstof die nu wordt ingekocht en achter
de hand wordt gehouden voor de WQA-dienst in het Gassysteem LNG, beschikbaar komt
voor de kwaliteitsconversietaak op MS Pernis. Daarmee wordt de back-up stikstofcapaciteit
vergroot hetgeen de robuustheid van het gassysteem versterkt en er tevens voor zorgt
dat er minder snel een beroep hoeft te worden gedaan op het back-up volume van het
Groningenveld. Daarmee wordt bijgedragen aan het minimaliseren van de gaswinning uit
het Groningenveld.
Gevolg van de wijziging is wel dat de kosten van € 6 miljoen/jaar die nu met de WQA-dienst
in het Gassysteem LNG zijn gemoeid niet langer alleen aan shippers die gas vanuit
de GATE LNG-terminal invoeden worden doorberekend, maar aan alle erkende programmaverantwoordelijken
aangezien de kosten nu komen te vallen binnen de algemene kwaliteitsconversietaak
van GTS. De met deze taak gemoeide kosten worden verrekend via de reguleerde transporttarieven
die als gevolg daarvan zeer licht zullen stijgen (naar verwachting met minder dan
1%). Daarmee wordt tevens tegemoet gekomen aan eerdere bezwaren van de Europese Commissie
en ACER tegen de aparte behandeling van de WQA-dienst buiten Verordening (EU) 2017/460
om.
Regeldruk
De wijziging heeft geen gevolgen voor de regeldruk.
Toezicht en handhaving
Met het vervallen van de WQA-dienst vervallen ook het toezicht op en de handhaving
van die dienst door de ACM. Toezicht op en handhaving van de kwaliteitsconversietaak
van GTS en de doorwerking van deze taak op de reguleerde transporttarieven vindt al
plaats door de ACM en wordt door deze wijziging niet wezenlijk anders.
De wijziging is aan de ACM voorgelegd voor een toets op uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid.
De ACM heeft in reactie daarop laten weten dat de wijziging uitvoerbaar en handhaafbaar
is.
Inwerkintreding
De datum van inwerkingtreding van de voorgestelde wijziging is 1 januari 2022, de
eerstvolgende datum dat nieuwe tarieven voor de transportdiensten van GTS in werking
treden. De gevolgen van deze wijziging voor de tarieven kunnen dan daarin worden verwerkt.
De Minister van Economische Zaken en Klimaat, B. van ‘t Wout