Kennisgeving Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Beschikking op de vergunningaanvraag van het Academisch Medisch Centrum te Amsterdam (hierna: AMC), voor introductie in het milieu van genetisch gemodificeerde organismen

Vergunningaanvraag

Op 1 april 2021 is door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat vergunning verleend op de aanvraag met kenmerk GGO IM-MV 20-015 aan het AMC voor de introductie in het milieu van genetisch gemodificeerde organismen krachtens het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013.

Op 21 augustus 2020 had het AMC een daartoe strekkende aanvraag ingediend.

De aanvraag betreft klinische studies met een genetisch gemodificeerde adenovector (Ad26) dan wel MVA-BN vector met niet-schadelijke sequenties van (humane) pathogenen. Het doel van de studies is de veiligheid, immunogeniteit en werkzaamheid van de ggo’s te beoordelen. De werkzaamheden zijn voorgenomen plaats te vinden in de gemeente Amsterdam.

Procedure

Voor de behandeling van de aanvraag van het AMC is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure doorlopen, conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

Vanaf 11 februari 2021 is de ontwerpbeschikking ter inzage gelegd en er konden tot en met 24 maart 2021 mondelinge of schriftelijke zienswijzen worden ingediend.

In deze periode zijn zienswijzen ingediend.

Inzage beschikking

De aanvraag, de beschikking en de overige relevante stukken zijn vanaf 8 april 2021 beschikbaar op de internetpagina www.ggo-vergunningverlening.nl.

Beroep

Voor nadere informatie over dit besluit kunt u terecht bij Bureau GGO.

Binnen zes weken na de dag waarop het besluit overeenkomstig artikel 3:44, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht, ter inzage is gelegd, kunnen belanghebbenden beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.

Het beroepschrift dient te zijn ondertekend en dient ten minste het volgende te bevatten:

  • a. de naam en het adres van de indiener;

  • b. de dagtekening;

  • c. een omschrijving van het besluit waartegen het beroepschrift zich richt;

  • d. een opgave van redenen waarom men zich niet met het besluit kan verenigen;

  • e. zo mogelijk een afschrift van het besluit waartegen het beroep zich richt.

Voor de behandeling van een beroepschrift wordt een bedrag aan griffierecht geheven.

Het niet-voldoen aan deze eisen kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het beroepschrift.

Naar boven