Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatscourant 2021, 1713Besluiten van algemene strekking

Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 8 januari 2021, kenmerk 1810208-216875-PDC, houdende aanwijzing van de gebieden, bedoeld in artikel 58p van de Wet publieke gezondheid en de hoogrisicogebieden, bedoeld in de artikelen 6.7a en 6.7b van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 (Besluit aanwijzing hoogrisicogebieden)

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 58p, derde lid, onder a en onder b, van de Wet publieke gezondheid;

Besluit:

Artikel 1

  • 1. Als gebieden als bedoeld in artikel 58p, derde lid, onder a en onder b, van de Wet publieke gezondheid, en hoogrisicogebieden als bedoeld in artikel 6.7a, derde lid, onder e, en artikel 6.7b, derde lid, onder c, van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 worden aangewezen alle gebieden buiten Nederland met uitzondering van alle gebieden in de navolgende landen:

    • a. Aruba;

    • b. Australië;

    • c. China;

    • d. Curaçao;

    • e. IJsland;

    • f. Japan;

    • g. Nieuw-Zeeland;

    • h. Rwanda;

    • i. Singapore;

    • j. Thailand;

    • k. Sint Maarten;

    • l. Zuid-Korea.

  • 2. Onder Nederland als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 3

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit aanwijzing hoogrisicogebieden.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, namens deze, de plv. directeur-generaal Volksgezondheid, E.G.M. Veldhuis

Als u het niet eens bent met deze beslissing

Bent u het niet eens met deze beslissing? Belanghebbenden kunnen bezwaar maken binnen zes weken na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het besluit wordt geplaatst. Het bezwaarschrift e-mailt u naar: WJZ.bezwaarenberoep@minvws.nl. Uw bezwaarschrift kunt u ook per post versturen naar de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, t.a.v. Directie Wetgeving en Juridische Zaken, Postbus 20350, 2500 EJ Den Haag. Vermeld altijd de reden van uw bezwaar en het kenmerk van dit besluit.

Het indienen van bezwaar schort de werking van dit besluit niet op. Dit betekent dat de verplichting om een negatief testbewijs te tonen als u vanuit een hoogrisicogebied reist, ook tijdens de behandeling van uw bezwaarschrift van kracht blijft.

TOELICHTING

Inleiding

De epidemiologische situatie in Nederland is zeer ernstig. Het is van groot belang voor de volksgezondheid, en daarmee voor de maatschappij en economie, dat hernieuwde introducties van het virus SARS-CoV-2 (hierna: het virus) dan wel de introductie van nieuwe mutaties van het virus vanuit het buitenland in Nederland zoveel als mogelijk worden voorkomen.

In de Wet publieke gezondheid is bepaald dat het verplicht is voor alle reizigers die reizen vanuit door de Minister van VWS aangewezen gebieden (hierna: hoogrisicogebieden) om een negatieve testuitslag (PCR-test) te tonen om aan boord te mogen van een vliegtuig, vaartuig, trein of bus.

Meer specifiek biedt artikel 58p, derde lid onder a van de Wet publieke gezondheid de mogelijkheid om bij ministeriele regeling de aanbieder van personenvervoer te verplichten om er zorg voor te dragen dat aan een reiziger die vertrekt vanuit een door Onze Minister aangewezen gebied in het buitenland of reist tussen het Europese deel van Nederland, Bonaire, Sint Eustatius of Saba, uitsluitend vervoer wordt aangeboden, toegang daartoe wordt verschaft en gebruik daarvan wordt toegestaan, danwel indien de reiziger een testuitslag kan tonen aan de aanbieder van personenvervoer en een toezichthouder, waaruit blijkt dat hij op het moment van testen niet was geïnfecteerd met het virus SARS-CoV-2.

Deze verplichting is vastgelegd in artikel 6.7a, eerste lid, en artikel 6.7b, eerste lid, van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19. Zowel artikel 6.7a, derde lid onder e, als artikel 6.7b, derde lid onder c, bepaalt dat deze verplichting geldt voor een hoogrisicogebied.

Dit aanwijzingsbesluit wijst de betreffende gebieden aan als bedoeld in artikel 58p Wet publieke gezondheid, artikel 6.7a, derde lid, onder e, en artikel 6.7b, derde lid, onder c, van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19. Deze gebieden zijn onder te verdelen in landen binnen de EU en daarbuiten.

Hoogrisicogebieden binnen de EU

De hoogrisicogebieden worden bepaald op basis van advies van het RIVM. Hiervoor verzamelt het RIVM wekelijks verschillende gegevens en analyseert de risico’s in de verschillende Europese landen. In de analyse wordt zoveel mogelijk gekeken naar de situatie op regionaal niveau. De analyse wordt door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport als basis gebruikt voor het advies aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken, die het op haar beurt verwerkt in de individuele reisadviezen per land. Voor die analyse:

  • Wat is het aantal besmettingen per 100.000 inwoners?

    Het RIVM gaat uit van een signaalwaarde van 100 gevallen per 100.000 inwoners per twee weken.

  • Wordt er voldoende getest?

    Het RIVM gaat uit van het aantal uitgevoerde testen per 100.000 inwoners per dag. Hierbij kijken ze altijd naar de relatie met het aantal mensen met COVID-19 in het land. Bij meer besmettingen is meer testen belangrijk om zicht te houden op de epidemie. Test een land meer, dan is de kans ook aanwezig dat er meer besmettingen worden vastgesteld. Er zijn landen waar heel veel wordt getest. Daardoor kan het aantal mensen waarbij COVID-19 is vastgesteld hoger zijn zonder dat het risico er echt hoger is.

  • Zijn er signalen van stijgende aantallen besmettingen of uitbraken en verschillen binnen een land?

    Als het aantal mensen met COVID-19 stijgt in een land, dan wordt gekeken of dat komt door een stijging in een bepaalde regio of in een bepaalde stad. Het RIVM brengt de situatie van een land dan verder in kaart en kijkt naar de gegevens die een land beschikbaar stelt via bijvoorbeeld nationale website en dashboards. Zo kunnen ze soms een specifiekere afweging maken voor bepaalde regio’s in een land.

  • Krijgen veel mensen die recent zijn teruggekomen uit het land COVID-19?

    Het RIVM kijkt bij het aantal meldingen van besmettingen of mensen recent na een reis uit een land zijn teruggekeerd naar Nederland. Als veel mensen uit een bepaald land na terugkomst in Nederland besmet blijken met SARS-CoV-2, dan kan dit duiden op een verhoogd risico in dit land.

  • Is er informatie beschikbaar over de maatregelen die een land neemt bij uitbraken of een stijging van het aantal besmettingen?

    En houdt men zich hier aan? Dit kunnen maatregelen in het land, in de regio’s of steden zijn bij een uitbraak of toenemend aantal besmettingen.

Veilige landen buiten de EU

Op 30 juni jl. is het kabinet overgegaan tot het stapsgewijs opheffen van het inreisverbod voor personen vanuit derde landen (andere landen dan het EU+ gebied) voor niet-essentiële reizen en de door de EU lidstaten overeengekomen lijst van landen waarvoor het inreisverbod kan worden opgeheven.

Deze in Europees verband vastgestelde lijst met veilige landen is primair gebaseerd op een risico-inschatting gemaakt op basis van zo objectief mogelijke criteria over de gezondheidssituatie in die landen en de daar geldende maatregelen. Nederland kijkt daarbij ook naar mogelijke gevolgen van opname van een land voor de gezondheidssituatie in Nederland. Gezondheidsorganisaties zoals het ECDC, WHO en RIVM leveren de benodigde informatie. Deze lijst van veilige landen wordt ook gebruikt voor het onderhavige besluit.

Risicobeoordeling Caribische delen van het Koninkrijk

Hoogrisicogebieden in de Caribische delen van het Koninkrijk worden bepaald op basis van advies van het RIVM. Het RIVM gebruikt hiervoor dezelfde parameters als gebruikt worden voor de vaststelling van andere hoogrisicogebieden, aangevuld met: de trends van het aantal besmettingen; belasting van de zorgcapaciteit; de inschatting of er extra maatregelen nodig zijn voor kwetsbare groepen; de effectiviteit van het bron- en contactonderzoek; en naleving van de maatregelen.

Aangewezen gebieden

Gelet op de grote verspreiding van het virus is in het besluit gekozen voor een omgekeerd stelsel. Dit betekent dat alle gebieden buiten Nederland als gebied worden aangewezen waar reizigers bij personenvervoer een geldige negatieve testuitslag moeten tonen, met uitzondering van de gebieden in dit besluit genoemde landen. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat er op grond van dit besluit geen verplichting geldt om een geldige negatieve testuitslag te tonen bij personenvervoer tussen het Europese deel van Nederland en Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Herziening

Dit besluit wordt in principe wekelijks herzien, tenzij er aanleiding is om het besluit tussentijds te herzien.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, namens deze, de plv. directeur-generaal Volksgezondheid, E.G.M. Veldhuis