ARTIKEL I
Bijlage G. bij artikel 4.8 van de Regeling langdurige zorg wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede onderdeel wordt ‘telkens vastgesteld op: € 10.542’ vervangen door ‘telkens
vastgesteld op: € 10.710’.
2. In het derde onderdeel wordt ‘telkens vastgesteld op € 20.869’ vervangen door ‘telkens
vastgesteld op: € 21.203’.
3. In het vierde onderdeel wordt ‘vastgesteld op: € 6.325’ vervangen door ‘vastgesteld
op: € 6.426’.
4. In het vijfde onderdeel wordt ‘vastgesteld op € 20.869’ vervangen door ‘vastgesteld
op: € 21.203’.
5. In het zesde onderdeel wordt ‘vastgesteld op: € 3.998’ vervangen door ‘vastgesteld
op: € 4.086’.
6. In het zevende onderdeel wordt ‘vastgesteld op: € 6.219’ vervangen door ‘vastgesteld
op: € 6.356’.
7. In het achtste onderdeel wordt ‘vastgesteld op: € 1.642, 5,45%, € 2.510,45 en € 4.761,14’
door ‘vastgesteld op: € 1.705, 5,75%, € 2.646,46 en € 5.057,88’.
8. In het negende onderdeel wordt ‘vastgesteld op: € 1.642, 5,45% en € 4.761,14’ vervangen
door ‘vastgesteld op: € 1.705, 5,75% en € 5.057,88’.
9. In het tiende onderdeel wordt ‘vastgesteld op: € 1.642, 5,45%, € 2.237,80 en € 4.761,14’
vervangen door ‘vastgesteld op: € 1.705, 5,75%, € 2.350,18 en € 5.057,88’.
10. In het elfde onderdeel wordt ‘vastgesteld op: € 1.250, € 21.431, 13,55% en € 21.431’
vervangen door ‘vastgesteld op: € 1.287, € 21.836, 13,58% en € 21.836’.
11. In het twaalfde onderdeel wordt ‘vastgesteld op: € 2.397, € 21.431, 13,55% en € 21.431’
vervangen door ‘vastgesteld op: € 2.487, € 21.836, 13,58% en € 21.836’.
12. In het dertiende onderdeel wordt ‘vastgesteld op: € 9.653’ vervangen door ‘vastgesteld
op: € 9.884’
13. In het veertiende onderdeel wordt ‘vastgesteld op: € 11.461’ vervangen door ‘vastgesteld
op: € 11.701’.
14. In het vijftiende onderdeel wordt ‘vastgesteld op: € 7.322’ vervangen door ‘vastgesteld
op: € 7.544’.
15. In het zestiende onderdeel wordt ‘vastgesteld op: € 14.866’ vervangen door ‘vastgesteld
op: € 15.335’.
ARTIKEL II
Bijlage B. bij artikel 13a van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede onderdeel wordt ‘telkens vastgesteld op: € 10.542’ vervangen door ‘telkens
vastgesteld op: € 10.710’.
2. In het derde onderdeel wordt ‘telkens vastgesteld op: € 20.869’ vervangen door ‘telkens
vastgesteld op: € 21.203’.
3. In het vierde onderdeel wordt ‘telkens vastgesteld op: € 20.869’ vervangen door ‘telkens
vastgesteld op: € 21.203’.
4. In het vijfde onderdeel wordt ‘vastgesteld op: € 3.998’ vervangen door ‘vastgesteld
op: € 4.086’.
5. In het zesde onderdeel wordt ‘vastgesteld op: € 6.219’ vervangen door ‘vastgesteld
op: € 6.356’.
6. In het zevende onderdeel wordt ‘vastgesteld op: € 1.642, 5,45%, € 2.510,45 en € 4.761,14’
vervangen door ‘vastgesteld op: € 1.705, 5,75%, € 2.646,46 en € 5.057,88’.
7. In het achtste onderdeel wordt ‘vastgesteld op: € 1.642, 5,45% en € 4.761,14’ vervangen
door ‘vastgesteld op: € 1.705, 5,75% en € 5.057,88’.
8. In het negende onderdeel wordt ‘vastgesteld op: € 1.642, 5,45%, € 2.237,80 en € 4.761,14’
vervangen door ‘vastgesteld op: € 1.705, 5,75%, € 2.350,18 en € 5.057,88’.
9. In het tiende onderdeel wordt ‘vastgesteld op: € 1.250, € 21.431, 13,55% en € 21.431’
vervangen door ‘vastgesteld op: € 1.287, € 21.836, 13,58% en € 21.836’.
10. In het elfde onderdeel wordt ‘vastgesteld op: € 2.397, € 21.431, 13,55% en € 21.431’
vervangen door ‘vastgesteld op: € 2.487, € 21.836, 13,58% en € 21.836’.
11. In het twaalfde onderdeel wordt ‘vastgesteld op: € 9.653’ vervangen door ‘vastgesteld
op: € 9.884’.
12. In het dertiende onderdeel wordt ‘vastgesteld op: € 11.461’ vervangen door ‘vastgesteld
op: € 11.701’.
13. In het veertiende onderdeel wordt ‘vastgesteld op: € 7.322’ vervangen door ‘vastgesteld
op: € 7.544’.
14. In het vijftiende onderdeel wordt ‘vastgesteld op: € 14.866’ vervangen door ‘vastgesteld
op: € 15.335’.
ARTIKEL III
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van
de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2021.
TOELICHTING
1. Aanleiding
De eigen bijdrage voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (hierna: Wlz) of ondersteuning
in de zin van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: Wmo 2015) wordt
onder meer vastgesteld aan de hand van het bijdrageplichtig inkomen. In beginsel wordt
dit bijdrageplichtig inkomen over het peiljaar t-2 berekend.1 Het gaat dus – kort gezegd – om het inkomen en vermogen van het tweede kalenderjaar
voorafgaande aan het jaar waarin de verzekerde (Wlz) of cliënt (Wmo 2015) zijn recht
op zorg of ondersteuning te gelde brengt.
Het komt voor dat verzekerden of cliënten er in de tussenliggende periode zo in inkomen
op achteruit gaan, dat het inkomen en vermogen uit het jaar t-2 niet kan worden gebruikt
voor de berekening van de eigen bijdrage. In dergelijke gevallen kan het bijdrageplichtig
inkomen, op aanvraag van verzekerde of cliënt, aan de hand van het inkomen over het
lopende kalenderjaar (jaar t) worden berekend.2 Dit is een zogenaamde peiljaarverlegging. Als de eigen bijdrage bijvoorbeeld voor
het jaar 2021 wordt berekend, dan is 2019 in beginsel het peiljaar voor de inkomensgegevens.
Bij een peiljaarverlegging wordt de eigen bijdrage voor 2021 aan de hand van de inkomensgegevens
over 2021 berekend.
Een peiljaarverlegging is mogelijk voor verzekerden of cliënten die er € 2.653 aan
inkomen op achteruit zijn gegaan (lage bijdrage) of minder overhouden dan de zak-
en kleedgeldgrens (hoge bijdrage; zie de normen in § 3.2 van de Participatiewet).
In het Besluit langdurige zorg en het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 is bepaald dat de
diverse bedragen en percentages die van belang zijn voor een peiljaarverlegging, bij
ministeriële regeling worden vastgesteld voor het lopende kalenderjaar.3 Deze bedragen zijn opgenomen in een bijlage bij de Regeling langdurige zorg (hierna:
Rlz) respectievelijk een bijlage bij de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 (hierna: UrWmo
2015). Via voorliggende regeling zijn de bedragen vastgesteld voor het kalenderjaar
2021.
2. Gevolgen voor de regeldruk
Verzekerden en cliënten moeten kennisnemen van de nieuwe bedragen. Gezien de verwaarloosbare
impact van deze kennisname van de administratieve lasten zijn deze niet verder gekwantificeerd.
Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor
een formeel advies, omdat het geen structurele gevolgen voor de regeldruk van burgers
en bedrijven heeft.
3. Inwerkingtreding
Met de datum van inwerkingtreding wordt afgeweken van het beleid op het gebied van
vaste verandermomenten. Bij deze regeling wordt hiervan afgeweken omdat de diverse
bedragen en percentages pas in de loop van het kalenderjaar waarvoor de peiljaarverlegging
kan worden aangevraagd, worden vastgesteld, maar moeten gelden vanaf 1 januari van
dat kalenderjaar. Om de periode van terugwerkende kracht zo kort mogelijk te houden,
is van het beleid op het gebied van vaste verandermomenten afgeweken.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
H.M. de Jonge