Overwegende:
dat de Gedempte Oude Gracht gelegen is binnen de bebouwde kom van Haarlem;
dat de Gedempte Oude Gracht in beheer is bij de gemeente Haarlem;
dat de Gedempte Oude Gracht een weg is als bedoeld in artikel 18, lid 1 onder d van de WVW 1994;
dat gelet op bovengenoemd artikel het college van burgemeester en wethouders van Haarlem bevoegd is verkeersbesluiten te nemen voor deze wegen;
dat de bevoegdheid voor het nemen van verkeersbesluiten door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem is gemandateerd aan het afdelingshoofd Beheer en Beleid Openbare Ruimte;
dat de gemeentelijke wegencategorisering van Haarlem is opgenomen in de Structuurvisie Openbare Ruimte (hierna: SOR);
dat deze categorisering aansluit op de categorisering, zoals bedoeld in het landelijke beleid Duurzaam Veilig;
dat de Gedempte Oude Gracht gecategoriseerd is als erftoegangsweg binnen de bebouwde kom en de weg daarmee deel uitmaakt van het verblijfsgebied;
dat de verkeersfunctie in een verblijfsgebied ondergeschikt is aan de verblijfsfunctie;
dat in het kader van het Strategisch Plan Afvalscheiding (SPA) twee ondergrondse afvalcontainers worden geplaatst naast de bestaande ondergrondse afvalcontainer op de Gedempte Oude Gracht ter hoogte van no. 31;
dat op 4 februari 2016 een verkeersbesluit met het kenmerk 2016/58081 is genomen inhoudende het aanwijzen van een kentekengebonden gehandicaptenparkeerplaats thv Gedempte Oude Gracht no. 31;
dat in verband met vorenstaande de thans aldaar aanwezige kentekengebonden gehandicaptenparkeerplaats wordt opgeheven;
dat het noodzakelijk is om voor de betrokken gehandicapte in de directe omgeving een nieuwe locatie aan te wijzen voor deze kentekengebonden gehandicaptenparkeerplaats;
dat de eerstvolgende parkeerplaats naast de nieuw te plaatsen ondergrondse afvalcontainers daarvoor geschikt is;
dat de hiervoor genoemde verkeersmaatregel gerealiseerd kan worden door middel van het verplaatsen van het verkeersbord E6 van bijlage 1 van het RVV 1990 met een onderbord waarop het kenteken van het voor de betrokken gehandicapte in gebruik zijnde voertuig staat aangegeven;
dat op grond van artikel 26, lid 1 van het RVV 1990 op een gehandicaptenparkeerplaats slechts geparkeerd mag worden met een gehandicaptenvoertuig of met een motorvoertuig waarin een gehandicaptenparkeerkaart is aangebracht;
dat de doelstellingen uit het Strategisch Plan Afvalscheiding (SPA) prevaleren boven het verlies aan parkeergelegenheid;
dat gelet op artikel 12 van het BABW voor het verwijderen en plaatsen van het verkeersbord E6 – met het betreffende onderbord– van bijlage 1 van het RVV 1990 een verkeersbesluit is vereist;
dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 de verkeersmaatregel strekt tot het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 de verkeersmaatregel voorts strekt tot het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer;
dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer in het geding komt bij het treffen van deze verkeersmaatregel;
dat gelet op voorgaande overwegingen het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer als minder zwaarwegend wordt geacht dan het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
dat gelet op artikel 24 van het BABW overleg is gevoerd met de gemandateerde van de politie;
dat de politie heeft ingestemd met de hierna genoemde verkeersmaatregel, mits voldaan wordt aan het gestelde in het BABW en de daarbij behorende uitvoeringsvoorschriften.