Besluit om meerdere uitvoeringsvergunningen voor Windplan Blauw buiten coördinatie te brengen

8 maart 2021

Nr. DGETM-W&O/21066913

De Minister van Economische Zaken en Klimaat,

Overwegende,

Dat Vattenfall (NUON) en windvereniging SwifterwinT samenwerken onder de naam Windplan Blauw aan de ontwikkeling van een windpark in de noordwesthoek van Flevoland, in de gemeenten Dronten en Lelystad;

Dat Windplan Blauw wordt aangemerkt als een installatie voor de opwekking van duurzame elektriciteit met behulp van windenergie, met inbegrip van de aansluiting van die installatie op een net, als bedoeld in artikel 9b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Elektriciteitswet 1998, zodat op de aanleg van dit project artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) van toepassing is;

Dat dit onder meer betekent dat de voorbereiding en bekendmaking van diverse voor het project benodigde besluiten worden gecoördineerd, overeenkomstig artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wro, waarbij de Minister van Economische Zaken en Klimaat met deze coördinatie is belast;

Dat de Minister van EZK op 13 juni 2018 heeft besloten dat bepaalde besluiten die benodigd zijn voor de realisatie van het project Windplan Blauw, die niet zijn aangewezen in artikel 1 van het Uitvoeringsbesluit, eveneens worden voorbereid met toepassing van de rijkscoördinatieregeling;

Dat voor dit project op 4 oktober 2018 een Rijksinpassingsplan in werking is getreden dat is vastgesteld door de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties;

Dat in het kader van Windplan Blauw het voornemen bestaat de volgende op de uitvoering gerichte vergunningen aan te vragen:

  • 1. omgevingsvergunningen op grond van artikel 2.2, lid 1 onder g Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voor het kappen van bomen;

  • 2. omgevingsvergunningen op grond van artikel 2.2, lid 1 onder e Wabo voor het maken van diverse uitritten.

Dat, op grond van artikel 9d, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998, gelezen in samenhang met artikel 1 van het Uitvoeringsbesluit rijkscoördinatieregeling energie-infrastructuurprojecten (hierna: het Uitvoeringsbesluit), zoals dat artikel onderdeel per 1 januari 2017 is komen te luiden en in samenhang met het besluit van de Minister van EZK van 13 juni 2018 een besluit als bedoeld in artikel 2.1 en artikel 2.2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht alsmede een besluit als bedoeld in artikel 6.13 van de Waterwet respectievelijk besluiten zijn als bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onder b van de Wro en zijn genoemd in het hiervoor aangehaalde besluit van de Minister van EZK en zodoende wordt meegenomen in de hiervoor bedoelde gecoördineerde voorbereiding;

Dat op grond van artikel 9d, derde lid, van de Elektriciteitswet 1998 de Minister van Economische Zaken en Klimaat kan bepalen dat de desbetreffende, hiervoor bedoelde besluiten, in afwijking van het voorgaande, niet als besluit als bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wro wordt aangemerkt, en daarmee niet in de gecoördineerde voorbereiding wordt betrokken, wanneer die besluiten de gecoördineerde voorbereiding van de benodigde besluiten zou belemmeren of ernstig zou bemoeilijken;

Dat het meecoördineren van bovengenoemde besluiten de procedure bedoeld in artikel 9b, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 zou belemmeren of ernstig bemoeilijken en onnodig tot vertraging zou leiden omdat in dat geval de voor de genoemde besluiten geëigende reguliere (kortere) voorbereidingsprocedures niet zouden kunnen worden doorlopen;

Dat het, gelet op het voorgaande, wenselijk is de hiervoor bedoelde besluiten apart voor te bereiden van de overige benodigde besluiten;

Gelet op: artikel 9d, derde lid, van de Elektriciteitswet 1998;

Besluit:

Artikel 1

Inzake het project Windplan Blauw worden de volgende besluiten niet meer aangemerkt als besluit als bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet ruimtelijke ordening.

  • a. de besluiten als bedoeld in artikel 2.2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking de dag na die waarop het bekend is gemaakt. Dit besluit wordt bekendgemaakt door plaatsing in de Staatscourant.

's-Gravenhage, 8 maart 2021

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, namens deze: R. Cino MT-lid directie Warmte & Ondergrond

Tegen dit besluit staat geen bezwaar of beroep open (artikel 7.1 in samenhang met artikel 8.5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1 van bijlage 2 bij deze zelfde wet).

Naar boven