Besluit van 11 december 2020, houdende goedkeuring van het Faunabeheerplan Kroondomein Het Loo 2021-2025 en ontheffing- en opdrachtverlening aan Kroondomein Het Loo

Bij brieven van 15 juni 2020, kenmerk 20.2018.aw en van 1 september 2020, kenmerk 20.2027.aw, bood u mij het Faunabeheerplan Kroondomein Het Loo 2021-2025 ter goedkeuring aan en verzocht u mij om ontheffing en opdracht voor de in het Faunabeheerplan Kroondomein Het Loo 2021-2025 opgenomen maatregelen en werkwijzen.

Vanaf 28 oktober 2020 heeft het conceptbesluit van goedkeuring, ontheffing en opdracht van het Faunabeheerplan 2021-2025 Kroondomein Het Loo voor een periode van 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zijn geen zienswijzen ontvangen.

BESLUIT

  • 1. Gelet op artikel 3.12, zevende lid, van de Wet natuurbescherming en gelet op artikel 1.3, vijfde lid, van die wet in samenhang met artikel 1.9 van het Besluit natuurbescherming, keur ik het Faunabeheerplan Kroondomein Het Loo 2021 -2025 goed.

  • 2. Gelet op artikel 1.3, vijfde lid, van de Wet natuurbescherming in samenhang met artikel 1.9 van het Besluit natuurbescherming, wordt aan Stichting Faunabeheereenheid Kroondomein Het Loo (hierna: de FBE) ontheffing verleend als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, onderdeel b, onder 3˚, en tweede lid, van de Wet natuurbescherming, voor het doden van edelherten, damherten, reeën en wilde zwijnen, met gebruikmaking van het geweer, voorzien van demper en gebruikmaking van nachtzicht apparatuur.

  • 3. Gelet op artikel 1.3, vijfde lid, van de Wet natuurbescherming in samenhang met artikel 1.9 van het Besluit natuurbescherming, wordt aan de FBE een ontheffing verleend als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, onderdeel a, onder 3˚, en tweede lid, van de Wet natuurbescherming, voor het doden van grauwe ganzen, kolganzen en brandganzen.

  • 4. Gelet op artikel 1.3, vijfde lid, van de Wet natuurbescherming in samenhang met artikel 1.9 van het Besluit natuurbescherming wordt aan de FBE een opdracht gegeven als bedoeld in artikel 3.18, vierde lid, van de Wet natuurbescherming, voor het doden van muntjakken, nijlganzen en Indische ganzen, met gebruikmaking van het geweer, voorzien van een demper en met gebruikmaking van nachtzichtapparatuur.

1. GOEDKEURING FAUNABEHEERPLAN

Procedure

Na ontvangst is dit faunabeheerplan door mij beoordeeld aan de hand van de geldende eisen, zoals deze hieronder worden beschreven.

Eisen aan het Faunabeheerplan

  • 1. Op grond van artikel 3.12, eerste lid, van de Wet natuurbescherming (hierna: de Wnb) geschieden beheer, schadebestrijding en jacht op basis van een goedgekeurd faunabeheerplan. De betreffende faunabeheereenheid is verantwoordelijk voor het opstellen van het faunabeheerplan. Bij het opstellen van het faunabeheerplan worden de inspanningen op het terrein van de beheer, schadebestrijding en jacht op elkaar afgestemd, onder regie van een bestuur waarin niet alleen jachthouders maar ook maatschappelijke organisaties vertegenwoordigd zijn.

  • 2. Het Faunabeheerplan Kroondomein Het Loo 2021-2025 is door het bestuur van de FBE vastgesteld. In het bestuur van deze stichting zijn vertegenwoordigd de jachthouder en de twee maatschappelijke organisaties, Staatsbosbeheer en het Geldersch Landschap en Kasteelen, die het duurzaam beheer van populaties van in het wild levende dieren in de regio waartoe het werkgebied van de faunabeheereenheid behoort als doelstelling hebben. Het bestuur voldoet daarmee aan de eisen die in artikel 3.12, tweede lid, Wnb worden gesteld aan het bestuur van een faunabeheereenheid.

  • 3. Het faunabeheerplan heeft op grond van artikel 3.12, zevende lid, Wnb en gelet op artikel 1.3, vijfde lid, van die wet in samenhang met artikel 1.9 van het Besluit natuurbescherming (hierna: Bnb) mijn goedkeuring nodig. Door mij wordt getoetst of het plan voldoet aan de eisen die in de Wnb worden gesteld.

  • 4. Het Faunabeheerplan betreft het beheer van de populaties edelherten, damherten, reeën en wilde zwijnen op Kroondomein Het Loo en heeft een geldigheidsduur van vijf jaar. Het plan sluit inhoudelijk aan bij het eerdere Faunabeheerplan Kroondomein Het Loo 2016-2020 op basis waarvan de toenmalige Staatssecretaris van Economische Zaken bij besluit van 23 december 2015, kenmerk DGAN-PDJNG/15180717, een aanwijzing en ontheffing voor het beheer van de betrokken populaties op grond van de destijds geldende Flora- en faunawet heeft verleend. Op deze aanwijzing en ontheffing is het overgangsrecht van artikel 9.6 Wnb van toepassing.

  • 5. Het Faunabeheerplan is onderbouwd met de op grond van artikel 3.12, vijfde lid, Wnb vereiste trendtellingen van de populaties. Het Faunabeheerplan bevat voorts de gegevens die zijn vereist ingevolge artikel 3.32, tweede lid, van de Regeling natuurbescherming. De in het Faunabeheerplan voorziene maatregelen zijn passend en doeltreffend voor het beheer van de populaties van de genoemde soorten. Voor elke diersoort worden adequate beheermaatregelen benoemd.

    Het Faunabeheerplan geeft de omvang van het totale werkgebied van de Stichting Faunabeheereenheid Kroondomein Het Loo in hectares. Op bladzijde 2 is toegelicht dat het gaat om een werkgebied van 10.320 hectare. In bijlage 1 bij het Faunabeheerplan is een kaart opgenomen waarop de begrenzing van het werkgebied van de Stichting Faunabeheereenheid Kroondomein Het Loo is aangegeven. Dit is voldoende inzichtelijk. Het Faunabeheerplan bevat een beschrijving van de aard en de omvang van de handelingen die zijn verricht in de periode waarin het voorafgaande Faunabeheerplan Kroondomein Het Loo 2016-2020 geldig was en de aard en de omvang van de handelingen die zullen worden verricht gedurende de geldigheidsduur van het Faunabeheerplan, onderscheiden per diersoort. Het Faunabeheerplan bevat een onderbouwing van de noodzaak van populatiebeheer, bestaande uit een onderbouwing van één of meerdere belangen als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Wnb. De doelstellingen zijn volledig afgeleid van meerdere benoemde wettelijke belangen. De gegevens van de vorige beheerperiode zijn ook toegespitst tot de verschillende belangen (gewasschade, verkeersveiligheid etc.). De doelstanden en/of gewenste standen zijn voldoende per diersoort opgenomen. Voor edelherten is de doelstand op 330 bepaald, damhert 70, wild zwijn 275 en ree tussen de 400 en 500. In het faunabeheerplan is een omschrijving opgenomen van de voorgenomen handelingen en de noodzaak van deze handelingen om de gewenste stand te bereiken en belangrijke schade te voorkomen. Voor elke diersoort is een aparte beheeraanpak beschreven. Voor zover het plan betrekking heeft op populatiebeheer van edelherten, damherten, reeën of wilde zwijnen, bevat het faunabeheerplan een beschrijving van het voedselaanbod, de relatie tussen dit voedselaanbod en de grootte van de populatie.

  • 6. U heeft bevestigd dat op Kroondomein Het Loo geen jacht wordt uitgeoefend, zodat het Faunabeheerplan in het licht van artikel 3.12, eerste lid, Wnb geen betrekking behoeft te hebben op de uitoefening van de jacht.

  • 7. Overeenkomstig artikel 3.32, vierde lid, van de Regeling natuurbescherming zijn er geen wildbeheereenheden in het werkgebied van de faunabeheereenheid werkzaam. De hoorplicht als neergelegd in artikel 3.12, zesde lid, Wnb is dan ook niet van toepassing.

Alles overwegende stel ik vast dat het door u ter goedkeuring voorgelegde Faunabeheerplan voldoet aan de eisen die daaraan bij en krachtens de Wnb zijn gesteld. Ik keur het Faunabeheerplan Kroondomein Het Loo 2021-2025 dan ook overeenkomstig de aanvraag goed. Ik constateer ook dat het nieuwe Faunabeheerplan aanleiding geeft tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, onderdeel b, onder 1˚, 2˚ en 3˚, en onderdeel c, onder 3˚, en tweede lid, Wnb, en een opdracht als bedoeld in artikel 3.18, vierde lid, Wnb.

Wellicht ten overvloede merk ik nog op dat het goedgekeurde faunabeheerplan op grond van artikel 3.12, zevende lid, Wnb door u openbaar dient te worden gemaakt.

2. ONTHEFFING VOOR HET OPZETTELIJK VANGEN EN DODEN VAN DE SOORTEN DAMHERT (DAMA DAMA), EDELHERT (CERVUS ELAPHUS), WILD ZWIJN (SUS SCROFA) EN REE (CAPREOLUS CAPREOLUS) EN HET BEPERKEN VAN DE POPULATIES

Ontheffingverlening

Ontheffing wordt verleend voor:

  • 1. Het opzettelijk vangen en doden van de soorten damhert, edelhert, wild zwijn en ree en het beperken van de populaties ingaande per 1 januari 2021;

  • 2. Het gebruik van de middelen en methoden, op grond van het bepaalde in artikel 3.13, eerste, derde en vierde lid, Bnb, in samenhang met artikel 3.15, eerste lid, onder a en b, Bnb, en artikel 3.25, eerste lid, Wnb:

    • kogelgeweer;

    • geluiddemper, mits toestemming op grond van de Wet Wapens en Munitie;

    • kunstmatige lichtbron en nachtzichtapparatuur.

  • 3. Op grond van het bepaalde in artikel 3.26, derde lid, in samenhang met artikel 3.26, eerste lid, onder b, Wnb in samenhang met artikel 3.16, eerste lid, Bnb, het gebruik van het geweer op de volgende gronden, waarbij per geval voor het gebruik een nadere beoordeling en machtiging van de FBE noodzakelijk is:

    • het gebruik van het geweer op een terrein dat niet ten minste een omvang heeft van 40 hectare;

    • het gebruik van het geweer op terreinen die zijn gelegen binnen de bebouwde kom of onmiddellijk aan de bebouwde kom grenzende terreinen als bedoeld in art. 3.21, derde lid, Wnb;

    • het gebruik van het geweer een uur voor zonsopgang en een uur na zonsondergang (24 uur lang) jaarrond voor het doden van wild zwijn, damhert, edelhert en ree.

In aanvulling hierop kan de FBE machtiging verlenen om:

  • de afschotperiode te verruimen; of

  • afschot te plegen in het kader van verkeersveiligheid tot 200 meter vanaf openbare wegen.

Voorschriften

Ter uitvoering van deze ontheffing gelden de volgende voorschriften:

Reikwijdte

De ontheffing geldt voor het werkgebied van de FBE.

Specifieke voorschriften
  • Edelherten en damherten

    Periode

    • 1. Afschot van edelherten en damherten ten behoeve van populatiebeheer is toegestaan van 1 augustus tot en met 15 maart.

    • 2. In die gebieden waar de populatie qua streefaantallen nog niet op orde is en waar het van belang is om eerder invulling te geven aan het populatiebeheer begonnen worden met populatiebeheer per 1 juli.

    • 3. Afschot van edelherten en damherten is jaarrond toegestaan:

      • a. ten behoeve van populatiebeheer in het poortgebied Wisselse Poort;

      • b. ter voorkoming van ernstige schade aan gewassen, bossen, wilde flora en in het kader van de verkeersveiligheid; of

      • c. ter voorkoming of beperking van onnodig lijden van aantoonbaar zieke en/of gebrekkige edelherten en damherten.

    Tijdstippen

    Afschot van edelherten en damherten is toegestaan ten behoeve van:

    • 1. Populatiebeheer in het leefgebied en de poortgebieden: van een uur voor zonsopgang tot een uur na zonsondergang.

    • 2. Openbare- en verkeersveiligheid: 24 uur per dag.

    • 3. Het doden van zieke en/of gebrekkige edelherten en damherten: 24 uur per dag.

    • 4. Perceelsgewijze schadebestrijding van een uur voor zonsopgang tot een uur na zonsondergang.

    • 5. De FBE kan machtiging verlenen in kader van perceelsgewijze schadebestrijding buiten de in het vierde lid genoemde tijdstippen.

    Toegestane middelen

    Het gebruik van het kogelgeweer met of zonder geluidsdemper, en/of nachtzichtapparatuur (waaronder kunstlicht) is toegestaan.

    Locatie

    • 1. Afschot is toegestaan op de terreinen van het Kroondomein Het Loo. Voor de begrenzing van het leefgebied wordt de kaart van het Faunabeheerplan Kroondomein Het Loo 2021-2025 aangehouden.

    • 2. Afschot en verjaging van edelherten en damherten binnen een straal van 250 meter van een ecoduct is niet toegestaan, met uitzondering van aantoonbare zieke en/of gebrekkige dieren.

    Overige voorschriften

    • 1. Het bemachtigde edelhert of damhert moet voor vervoer buiten het jachtveld voorzien zijn van een door de FBE verstrekt uniek wildmerk.

    • 2. De jachthouder is verantwoordelijk voor het melden van afschot binnen 24 uur in het faunaregistratiesysteem.

  • Reeën

    Periode

    • 1. Afschot van reeën ten behoeve van populatiebeheer is toegestaan:

      • voor bokken, van 1 april tot en met 15 november;

      • voor geiten en kalveren, van 1 september tot en met 31 maart.

    • 2. Afschot van reeën is jaarrond toegestaan:

      • a. ter voorkoming van ernstige schade aan gewassen, bossen, wilde flora en in het kader van de verkeersveiligheid; of

      • b. ter voorkoming of beperking van onnodig lijden van aantoonbaar zieke en/of gebrekkige reeën.

    Tijdstippen

    Afschot van reeën is toegestaan ten behoeve van:

    • 1. Populatiebeheer in het leefgebied: van een uur voor zonsopgang tot een uur na zonsondergang.

    • 2. Openbare- en verkeersveiligheid: 24 uur per dag.

    • 3. Zieke en/of gebrekkige reeën: 24 uur per dag.

    • 4. Perceelsgewijze schadebestrijding van een uur voor zonsopgang tot een uur na zonsondergang.

    • 5. De FBE kan machtiging verlenen in kader van perceelsgewijze schadebestrijding buiten de in het vierde lid genoemde tijdstippen.

    Toegestane middelen

    Het kogelgeweer met of zonder geluiddemper, kogelgeweer met of zonder nachtzichtapparatuur (waaronder kunstlicht).

    Locatie

    • 1. Afschot is toegestaan op de terreinen van het Kroondomein Het Loo. Voor de begrenzing van het leefgebied wordt de kaart van het Faunabeheerplan Kroondomein Het Loo 2021-2025 aangehouden.

    • 2. Afschot en verjaging van reeën binnen een straal van 250 meter van een ecoduct is niet toegestaan, met uitzondering van aantoonbare zieke en/of gebrekkige dieren.

    Overige voorschriften

    • 1. De bemachtigde ree moet voor vervoer buiten het jachtveld voorzien zijn van een door de FBE verstrekt uniek wildmerk.

    • 2. De jachthouder is verantwoordelijk voor het afmelden van afschot binnen 24 uur in het faunaregistratiesysteem.

  • Wilde zwijnen

    Periode

    • 1. Afschot van wilde zwijnen ten behoeve van populatiebeheer is toegestaan van 1 juli tot en met 15 maart.

    • 2. In voedselarme perioden kan de FBE machtiging verlenen voor de afschot van wilde zwijnen, met uitzondering van zogende zeugen, voor de in het eerste lid genoemde begindatum.

    • 3. Afschot van wilde zwijnen is jaarrond toegestaan:

      • a. ter voorkoming van ernstige schade aan gewassen, bossen, wilde flora en in het kader van de verkeersveiligheid; of

      • b. ter voorkoming of beperking van onnodig lijden van aantoonbaar zieke en/of gebrekkige wilde zwijnen.

    Tijdstippen

    Afschot van wilde zwijnen is toegestaan ten behoeve van:

    • 1. Populatiebeheer in het leefgebied: van een uur voor zonsopgang tot een uur na zonsondergang.

    • 2. Openbare- en verkeersveiligheid: 24 uur per dag.

    • 3. Zieke en/of gebrekkige wilde zwijnen: 24 uur per dag.

    • 4. Perceelsgewijze schadebestrijding van een uur voor zonsopgang tot een uur na zonsondergang.

    • 5. De FBE kan machtiging verlenen in kader van perceelsgewijze schadebestrijding buiten de in het vierde lid genoemde tijdstippen.

    Toegestane middelen

    • Kogelgeweer met of zonder nachtzichtapparatuur, waaronder kunstlicht, gecombineerd met (infra) rood-lichtbron.

    • Kogelgeweer met of zonder geluiddemper.

    • Lokvoer voor afschot.

    Locatie

    • 1. Afschot is toegestaan op de terreinen van het Kroondomein Het Loo. Voor de begrenzing van het leefgebied wordt de kaart van het Faunabeheerplan Kroondomein Het Loo 2021-2025 aangehouden.

    • 2. Afschot en verjaging van wilde zwijnen binnen een straal van 250 meter van een ecoduct is niet toegestaan, met uitzondering van aantoonbare zieke en/of gebrekkige dieren.

    • 3. De FBE kan machtiging verlenen voor afschot van wilde zwijnen in het kader van verkeersveiligheid tot 200 meter vanaf provinciale wegen.

    Overige voorschriften

    • 1. Het bemachtigde wild zwijn moet voor vervoer buiten het jachtveld voorzien zijn van een door de FBE verstrekt uniek wildmerk.

    • 2. De jachthouder is verantwoordelijk voor het afmelden van afschot binnen 24 uur in het faunaregistratiesysteem.

Belang

In onderhavig geval wordt de ontheffing aangevraagd op basis van het volgende wettelijk erkende belang:

  • in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats;

  • ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen of bossen;

  • in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten;

  • ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden;

  • ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren.

Grote hoefdieren kunnen een grote impact hebben op hun leefomgeving. Zo kunnen grote hoefdieren in hoge dichtheden bosverjonging onderdrukken.

De schadehistorie is in het faunabeheerplan weergegeven. De schadeposten voor het edelhert en wild zwijn worden beschouwd als ernstige schade.

Aanrijdingen met wild worden binnen Kroondomein Het Loo vastgelegd via Stichting Wildaanrijdingen Nederland en het Fauna Registratie Systeem. Volgens deze registratie zijn het afgelopen jaar zijn er 19 reeën aangereden. Daarnaast zijn er 25 wilde zwijnen aangereden, 7 edelherten en 1 damhert. De aantallen aanrijdingen schommelen per jaar vanwege het causale verband met het voedselaanbod. De aanrijdingen zijn vaak dodelijk voor de dieren, maar ook gevaarlijk voor de mens. In het kader van openbare veiligheid, verkeersveiligheid, zijn hoge dichtheden grote hoefdieren dus een gevaar. Daarnaast is het ook van belang om wilde zwijnen te reguleren met het oog op dreiging van Afrikaanse varkenspest. Door te voorkomen dat er wilde zwijnen zijn buiten het leefgebied is de kans op besmetting ook kleiner. Er geldt een landelijke verplichting om mee te werken aan de monitoring van dierziektes, zoals Afrikaanse varkenspest. Er wordt dan ook veel waarde gehecht aan gezonde populaties.

Damherten, edelherten en wilde zwijnen hebben een beperkt leefgebied met een bepaalde capaciteit. Deze capaciteit hangt af van de verschillende doelstellingen in het gebied (bosverjonging, recreatie, landbouw, bosbouw, infrastructuur). De doelstanden die bepaald zijn voor deze diersoorten zijn afgeleid van deze verschillende doelstellingen in het gebied. Om deze doelstanden te bereiken en behouden is regulier beheer noodzakelijk.

Aangezien veel van deze dieren leven in gebieden met rasters en met een beperkt aantal natuurlijke vijanden is het noodzakelijk om te kunnen ingrijpen als dieren ziek zijn of lijden (bijv. na een aanrijding). Op deze manier blijven de populaties ook gezonder. Door zieke dieren af te schieten wordt er ook voldaan aan de wettelijke zorgplicht zoals genoemd in artikel 1.11, eerste lid, Wnb.

Aangezien het leefgebied van het edelhert, damhert en wild zwijn beperkt worden door rasters is het actief beheren van de populatie ook noodzakelijk rekening houdende met de andere belangen in het gebied. Te hoge standen kunnen leiden tot onder andere verhoogde aanrijdingen en verhoogde landbouwschades. Populatiebeheer en schadebestrijding bieden een uitkomst om de populatie dusdanig in balans te houden dat de schade aan de boven benoemde belangen beperkt worden. Het is belangrijk dat er ingespeeld kan worden op plotselinge situaties.

Na beoordeling van de aanvraag kom ik tot de conclusie dat is voldaan aan de absolute voorwaarde dat sprake is van een wettelijk belang zoals genoemd in artikel 3.8, vierde lid, en artikel 3.10, tweede lid, Wnb waarvoor ontheffing kan worden verleend.

Andere bevredigende oplossing

In deze ontheffing wordt er schadebestrijding en populatiebeheer aangevraagd. Aangezien er beperkt natuurlijke vijanden zijn voor de grote hoefdieren is populatiebeheer middels afschot noodzakelijk. De populaties zijn nog dusdanig hoog (en boven de afgesproken doelstanden) dat hier geen andere bevredigende oplossingen voor zijn. Hoge populaties grote hoefdieren hebben een negatief effect op de gezondheid van de populatie, maar is ook in het kader van landbouwschade, natuurdoelen en verkeersveiligheid onwenselijk.

Conclusie

Na een zorgvuldige overweging concludeer ik dat er geen andere bevredigende oplossing is. De bepaalde doelstanden voor het edelhert, het damhert, de ree en het wilde zwijn waarborgen een gezonde populatiegrootte. Het vangen en doden van damherten, edelherten, wilde zwijnen en reeën doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van deze soort. Aangezien voor al deze soorten een doelstand is bepaald die boven de berekende gunstige staat van instandhouding ligt, het verspreidingsgebied intact blijft en het toekomstperspectief positief is.

Gelet op het voorgaande en in aanmerking genomen de artikelen 3.12, zevende lid, en 3.17, eerste lid, Wnb, heb ik besloten de gevraagde ontheffing te verlenen.

3. ONTHEFFING VOOR HET OPZETTELIJK VANGEN EN DODEN VAN DE SOORTEN GANZEN (BRANTA CANADENSIS), GRAUWE GANZEN (ANSER ANSER SSP. ANSER), KOLGANZEN (ANSER ALBIFRONS SSP. ALBIFRONS), BRANDGANZEN (BRANTA LEUCOPSIS)

Ontheffingverlening

Ontheffing wordt verleend voor:

  • het overtreden van de verbodsbepalingen, zoals genoemd in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, voor wat betreft het doden van de grauwe gans, de kolgans en de brandgans;

  • het gebruik van de middelen en methoden, op grond van het bepaalde in artikel 3.13, eerste, derde en vierde lid, Bnb, in samenhang met artikel 3.25, eerste lid, Wnb:

    • kogelgeweer;

    • geluiddemper, mits toestemming op grond van de Wet Wapens en Munitie;

    • kunstmatige lichtbron en nachtzichtapparatuur.

  • op grond van het bepaalde in artikel 3.26, derde lid, in samenhang met artikel 3.26, eerste lid, onder b, Wnb in samenhang met artikel 3.16, eerste lid, Bnb, het gebruik van het geweer op de volgende gronden, waarbij per geval voor het gebruik een nadere beoordeling en machtiging van de FBE noodzakelijk is:

    • het gebruik van het geweer op een terrein dat niet ten minste een omvang heeft van 40 hectare;

    • het gebruik van het geweer op terreinen die zijn gelegen binnen de bebouwde kom of onmiddellijk aan de bebouwde kom grenzende terreinen als bedoeld in art. 3.21, derde lid, Wnb;

    • het gebruik van het geweer een uur voor zonsopgang en een uur na zonsondergang jaarrond voor het doden van de grauwe gans, de kolgans en brandgans.

In aanvulling hierop kan de FBE machtiging verlenen om de afschotperiode te verruimen.

Specifieke voorschriften overzomerende ganzen bij de ontheffing aan FBE

Ter uitvoering van deze ontheffing gelden de volgende voorschriften voor overzomerende ganzen:

Periode
  • 1. Verjaagacties ondersteund met afschot ter voorkoming en beperking van schade aan bedrijfsmatig geteelde landbouwgewassen is toegestaan van 1 maart tot 1 november.

  • 2. Het opsporen, bemachtigen en doden van grauwe- en brandganzen met het geweer voor het beperken van aantallen en waarbij oudervogels van niet vlieg vlugge jonge vogels niet mogen worden geschoten, is toegestaan van 1 april tot 1 november.

  • 3. Het zoeken, verontrusten, rapen, schudden, met plantaardige olie insmeren of doorprikken van eieren van grauwe-, kol- en brandganzen is toegestaan van 1 februari tot 1 juni.

  • 4. Het opsporen, bemachtigen en doden van grauwe-, kol- en brandganzen met het geweer voor het beperken van koppels of koppelvormende ganzen is toegestaan van 1 februari tot 1 april.

Gebied
  • 1. Schadebestrijding voor grauwe ganzen, kolganzen en brandganzen is soortspecifiek toegestaan voor het werkgebied van de FBE.

  • 2. Standregulatie van grauwe of brandganzen is toegestaan voor het werkgebied van de FBE waarvoor een gebiedsplan is opgesteld.

  • 3. Nestreductie van grauwe-, kol- en brandganzen is toegestaan binnen het gehele werkgebied van de FBE.

  • 4. Afschot van koppels of koppelvormende grauwe-, kol- en brandganzen is toegestaan in het gehele werkgebied van de FBE.

  • 5. Binnen rustgebieden voor winterganzen is schadebestrijding gericht op ganzen niet toegestaan van 1 november tot 1 april.

Toegestane middelen en gebruik
  • 1. Als middel is toegestaan een kogelgeweer conform de geldende wettelijke voorschriften voor vogels:

    • a. van een uur voor zonsopgang tot een uur na zonsondergang;

    • b. al dan niet met gebruik van een geluiddemper als dat is toegestaan op grond van de Wet wapens en munitie;

    • c. te gebruiken vanaf een vaartuig voor zover deze niet vaart met een snelheid van meer dan 5 km per uur;

    • d. het gebruik van een geweer kan na goedkeuring van de FBE ook worden toegestaan op gronden die niet voldoen aan de eisen betreffende afmetingen waaraan jachtvelden moeten voldoen. De FBE kan dit toestaan als naar haar oordeel ruimtelijke beperkingen hiertoe aanleiding geven en eventuele andere maatregelen onvoldoende effect zullen hebben;

    • e. het gebruik van het geweer is toegestaan op gronden gelegen binnen een afpalingskring van een geregistreerde eendenkooi indien en voor zover daar ook door de kooiker schriftelijk toestemming voor is verleend.

  • 2. Bij schadebestrijding gelden de volgende voorwaarden:

    • a. voor een schadeperceel met kwetsbare gewassen dienen minimaal twee door het Faunafonds van Bij12 aanbevolen afweermiddelen te worden getroffen, waarvan één akoestisch en één visueel. Deze preventieve maatregelen moeten in het veld aanwezig zijn en in werking zijn alvorens verleende machtigingen gebruikt mogen worden. Ook het geweer wordt bij gebruik als akoestisch middel aangemerkt;

    • b. op weide-, hooi- of graszaadpercelen met een gewas ouder dan zes maanden en granen en graszaad in de afrijpingsperiode is daarentegen menselijke aanwezigheid als preventie naast afschot voldoende;

    • c. een verjaagactie dient beperkt te blijven tot het schadeperceel en twintig meter vanaf de rand daarvan.

    • d. het gebruik van lokmiddelen is niet toegestaan.

  • 3. Bij afschot van grauwe en brandganzen gelden de in het tweede lid gestelde voorwaarden niet. Als lokmiddel zijn imitatieganzen en de lokfluit toegestaan.

  • 4. Bij afschot van koppelvormers gelden de in het tweede lid gestelde voorwaarden niet. Het gebruik van lokmiddelen is niet toegestaan.

  • 5. Gedode grauwe- en kolganzen mogen voor consumptie- en handelsdoeleinden worden gebruikt.

  • 6. Geraapte eieren van de grauwe gans, kolgans en brandgans mogen niet worden verhandeld.

Gebiedsplan, werkplan en plan van aanpak
  • 1. Standregulatie is slechts toegestaan waar op basis van een gebiedsplan een planmatige aanpak is afgesproken. Voor het voorgenomen afschot wordt per jaar en per gebiedsplan een werkplan opgesteld met in ieder geval de volgende gegevens:

    • a. de doelstand;

    • b. de actuele voorjaarsstand;

    • c. de op de actuele voorjaarsstand gebaseerde zomerstand;

    • d. het feitelijk te doden aantal ganzen voor het bereiken van de gewenste voorjaarsstand.

  • 2. Op grond van een plan van aanpak is toegestaan:

    • a. het bestrijden van schade aan flora en fauna, aan wateren en/of schade aan volksgezondheid en met inachtneming van de volgende uitgangspunten:

      • een beschrijving van de schade aan wettelijke belang(en) in relatie tot de gewenste situatie;

      • de doelstelling op basis van het Faunabeheerplan Kroondomein Het Loo en de daarop gebaseerde ontheffing;

      • de gekozen aanpak, de benodigde middelen, de inzet van mensen, organisatie en communicatie;

      • de wijze waarop de voortgang wordt bewaakt en bijgestuurd.

    • b. het vangen en doden van grauwe ganzen met inachtneming van de volgende uitgangspunten:

      • door een daartoe gespecialiseerd bureau, dan wel personen;

      • in de ruiperiode;

      • met menskracht afgestemd op het aantal ganzen;

      • op een locatie die ter plaatse een snelle toepassing van doding mogelijk maakt, of vervoer over korte afstand, waarna doding onmiddellijk kan plaatsvinden;

      • door middel van toepassing van CO2, in combinatie met een wettelijk toegestane vangmethode.

Minimaal vijf werkdagen voor aanvang dient een werkplan genoemd in het eerste lid ter kennisgeving digitaal toegestuurd te worden aan de minister onder vermelding van het zaaknummer. Indien de FBE tijdens de afschotperiode of vangperiode voorziet dat een plan anders zal worden gebruikt dan in het plan vermeld, dan wel dat gestelde doelen niet gehaald worden informeert zij de minister per ommegaande daarover.

Specifieke voorschriften overwinterende ganzen bij de ontheffing aan FBE

Periode

Het gebruik van het geweer voor winterganzen is toegestaan in de periode 1 november tot 1 maart daaropvolgend.

Gebied
  • 1. Schadebestrijding voor grauwe-, kol, en brandganzen is soortspecifiek toegestaan voor het werkgebied van de FBE, waarvan is vastgesteld dat daar belangrijke schade dreigde te ontstaan.

  • 2. Binnen rustgebieden is schadebestrijding gericht op ganzen niet toegestaan.

Toegestane middelen en gebruik
  • 1. Een kogelgeweer is toegestaan conform de geldende wettelijke voorschriften voor vogels:

    • a. van zonsopgang tot 12.00 uur;

    • b. al dan niet met gebruik van een geluiddemper als dit is toegestaan op grond van de Wet wapens en munitie;

    • c. het gebruik van het geweer is toegestaan op gronden gelegen binnen een afpalingskring van een geregistreerde eendenkooi mits en voor zover daar ook door de kooiker schriftelijk toestemming voor is verleend.

  • 2. Bij schadebestrijding gelden de volgende voorwaarden:

    • a. van brand- en kolganzen mogen per schadeperceel per dag niet meer dan vijf per ganzensoort geschoten worden;

    • b. het gebruik van lokmiddelen is niet toegestaan.

    • c. voor een schadeperceel met kwetsbare gewassen minimaal twee door BIJ12 aanbevolen afweermiddelen te zijn getroffen, waarvan een akoestisch en een visueel. Deze preventieve maatregelen moeten in het veld aanwezig zijn en in werking zijn alvorens verleende machtigingen gebruikt mogen worden. Op percelen met overjarig gras is menselijke aanwezigheid daarentegen voldoende;

    • d. een verjaagactie dient beperkt te blijven tot het schadeperceel en twintig meter vanaf de rand daarvan;

    • e. gedode grauwe en kolganzen mogen voor consumptie- en handelsdoeleinden worden gebruikt.

Ganzen en schadebestrijding

Zomerganzen zijn standganzen, oftewel jaarrond ganzen. Het aantal zomerganzen is gerelateerd aan de hoogte van zomerschade. Brandganzen veroorzaken voornamelijk schade aan graslanden. Maatregelen zijn noodzakelijk om de omvang van de populaties van standganzen te verkleinen vanwege de schade aan landbouwgewassen en de bedreiging van andere soorten die van nature in Nederland voorkomen. Het aantal ganzen heeft invloed op de hoogte van de schade. Een hoger aantal ganzen leidt tot een hogere schade. Als het aantal ganzen daalt door bijvoorbeeld afschot, is er een significante kans dat de schade lager zal zijn. Tussen 1 november en 1 maart mag er geen schade bestreden worden in aangewezen rustgebieden. Vogelrichtlijn Natura 2000-gebieden zijn ook rustgebieden waarin andere kwetsbare beschermde vogels leven. Hiermee wordt er rekening gehouden met kwetsbare soorten en overwinterende ganzen.

Het gebruiken van een lokfluit is mogelijk op grond van artikel 3.3, vijfde lid, onderdeel a, Wnb, in samenhang met artikel 3.9, tweede lid, onderdeel d, Bnb. Het gebruik van een lokfluit is bedoeld om de ganzen dichterbij te lokken, zodat ze op een verantwoorde manier geschoten kunnen worden. Het lokken door middel van lokvogels en lokgeluiden wordt ook toegepast tijdens het ringen van vogels en wordt als een effectief middel beschouwd. Daarnaast hebben jagers ook vele jaren ervaring met de lokfluit en beoordelen die als effectief. Een lokfluit speelt in op het feit dat dieren communiceren met elkaar, zowel om te waarschuwen of om te lokken. Met de lokfluit wordt ingespeeld op het lokkende aspect.

Met het ganzenbeheer in Kroondomein Het Loo wordt aangesloten bij het ganzenbeheer dat wordt uitgevoerd door de Stichting Faunabeheereenheid Gelderland op grond van door gedeputeerde staten van de provincie Gelderland verleende ontheffing voor het bestrijden van de grauwe gans, de kolgans en de brandgans in de provincie Gelderland buiten de grenzen van Kroondomein Het Loo1. In de provincie Gelderland wordt gewerkt aan de afname van het aantal grauwe ganzen. Iedere zomer worden de grauwe ganzen geteld zodat het beleid en de werkplannen opgesteld kunnen worden.

4. OPDRACHT OM DE POPULATIES HUISKRAAI (CORVUS SPLENDENS), INDISCHE GANZEN (ANSER INDICUS), MUNTJAKKEN (MUNTIACUS REEVESI), NIJLGANZEN (ALOPOCHEN AEGYPTIACUS), PALLAS’ EEKHOORN (CALLOSCIURUS ERYTHRAEUS), SIBERISCHE GRONDEEKHOORN (EUTAMIAS SIBIRICUS) EN WASBEERHOND (NYCTEREUTES PROCYONOIDES) TE BEPERKEN.

Toetsingskader opdracht

Artikel 3.18, vierde lid, in samenhang met het eerste lid, Wnb is van toepassing.

Opdrachtverlening

Een opdracht wordt verleend aan de FBE om de populatieomvang van de huiskraai, indische gans, muntjak, Nijlgans, Pallas’ eekhoorn, Siberische grondeekhoorn en wasbeerhond op Kroondomein Het Loo te beperken en voor het gebruik van de volgende middelen en methoden, op grond van het bepaalde in artikel 3.13 Bnb, in samenhang met artikel 3.15, eerste lid, onder a en b, Bnb, artikel 3.9, eerste lid, onder a tot en met f, Bnb, en artikel 3.25, eerste lid, Wnb:

  • Geweren;

  • Geluiddemper, mits toestemming op grond van de Wet Wapens en Munitie;

  • Kunstmatige lichtbron en nachtzichtapparatuur.

Daarnaast wordt op grond van het bepaalde in artikel 3.26, derde lid, in samenhang met artikel 3.26, eerste lid onder b, Wnb juncto artikel 3.16, eerste lid, Bnb ontheffing verleend voor het gebruik van het geweer op de volgende gronden, waarbij per geval voor het gebruik een nadere beoordeling van de FBE noodzakelijk is:

  • Het gebruik van het geweer op een terrein dat niet ten minste een omvang heeft van 40 hectare;

  • Het gebruik van het geweer op terreinen die zijn gelegen binnen de bebouwde kom of onmiddellijk aan de bebouwde kom grenzende terreinen als bedoeld in art. 3.21, derde lid, Wnb;

  • Het gebruik van het geweer voor zonsopgang en na zonsondergang (24 uur lang) jaarrond voor het doden van de muntjak, Pallas’ eekhoorn, Syberische grondeekhoorn en de wasbeerhond.

  • Het gebruik van het geweer een uur voor zonsopgang en een uur na zonsondergang jaarrond voor het doden van de Nijlgans, de Indische gans en de huiskraai.

In aanvulling hierop kan de FBE toestemming verlenen om jachtaktehouders opdracht te verstrekken om exoten te doden op gronden waar zij niet gerechtigd zijn om het geweer te gebruiken en waar hen de toegang geweigerd wordt binnen het grondgebied van de provincie. Deze toestemming wordt slechts verleend in die gevallen waarbij grondgebruikers/grondeigenaren weigeren hun medewerking aan de bestrijding van exoten te verlenen of hier onvoldoende inspanningen voor plegen.

Voorschriften

Aan deze ontheffing zijn op grond van artikel 5.3 Wnb de volgende voorschriften verbonden.

Reikwijdte

De ontheffing geldt voor het gehele werkgebied van de FBE.

Specifieke voorschriften
  • 1. De FBE zorgt voor registratie van de haar toegestane personen voorafgaand aan het feitelijk gebruik van de opdracht.

  • 2. De FBE zorgt voor registratie van de op grond van de aanwijzing uitgevoerde handelingen.

  • 3. De FBE houdt een register bij met naam-, adres- en woonplaatsgegevens van elke gemachtigde jachtaktehouder of door de grondgebruiker gemachtigde personen.

  • 4. Voor zover de melding een melding betreft van een gemachtigde of eindgebruiker aan de FBE, wordt in het hierboven voorgeschreven meldingsregister in ieder geval vermeld:

    • a. het tijdstip waarop het te melden afschot is verricht;

    • b. de locatie waar het te melden afschot is verricht;

    • c. het doel waarvoor het te melden afschot heeft plaatsgevonden;

    • d. de naam van de gemachtigde die het te melden afschot heeft verricht;

      Deze gegevens worden binnen achtenveertig uur ingevoerd in het digitale faunaregistratiesysteem.

  • 5. De FBE bewaart de in deze afdeling voorgeschreven registers op een locatie waar een toezichthouder inzage kan nemen van deze registers.

  • 6. De FBE draagt er zorg voor dat informatie in deze afdeling voorgeschreven registers tenminste gedurende vijf jaar na registratie van de informatie wordt bewaard in het register waarin de informatie is geregistreerd.

Periode
  • 1. Deze opdracht geldt jaarrond.

  • 2. Een uitzondering op het eerste lid is het beperken van de populatie van de huiskraai, de Indische gans en de Nijlgans met betrekking tot het gebruik van het geweer binnen ganzenrustgebieden in de periode van 1 november tot 1 maart.

  • 3. Het is verboden om het gebruik van het geweer op zondagen en feestdagen uit te oefenen.

Tijdstippen
  • 1. Voor vogels mag er gebruik gemaakt worden van de opdracht van een uur na zonsondergang tot een uur voor zonsopgang.

  • 2. Voor zoogdieren mag er 24 uur per dag gebruik gemaakt worden van de opdracht, met uitzondering van Vogelrichtlijngebieden.

Locatie
  • 1. De ontheffing heeft uitsluitend betrekking op het werkgebied van de FBE.

  • 2. De FBE kan jachtaktehouders aanwijzen die namens de FBE zorg dragen voor de uitvoering van de gerichte werkzaamheden, ook zonder toestemming van de grondeigenaar, toegang tot alle gronden binnen het grondgebied van het Kroondomein Het Loo zo nodig met behulp van de sterke arm zoals bedoeld in art. 3.18, tweede lid, onder a, Wnb. De FBE meldt dit vervolgens bij de provincie.

  • 3. De FBE kan machtiging verlenen voor afschot van exoten binnen de bebouwde kom.

  • 4. De FBE kan machtiging verlenen om af te wijken van de 40 hectare eis voor het jachtveld.

Toegestane middelen

  • 1. Middelen zijn toegestaan zoals benoemd in het besluit waar deze voorschriften onderdeel van zijn.

  • 2. De FBE verstrekt de opdracht middels een toestemming aan de jachtaktehouders.

  • 3. Gebruik van het geweer is toegestaan al dan niet met:

    • a. kunstlicht, enkel als de gebruiker al een machtiging heeft voor het gebruik van kunstlicht voor andere vormen van schadebestrijding en/of beheer, voor het toegestane afschot in de toegestane periode;

    • b. Het gebruik van een geweer ten behoeve van schadebestrijding kan na goedkeuring van de FBE ook worden toegestaan op gronden die niet voldoen aan de eisen betreffende afmetingen waaraan jachtvelden moeten voldoen;

    • c. Geluiddemper, enkel als de gebruiker al een machtiging heeft voor het gebruik van een geluiddemper voor andere vormen van schadebestrijding of beheer en mits dit de gebruiker is toegestaan op grond van de Wet wapens en munitie.

  • 4. Het is toegestaan de middelen en methoden te gebruiken vanuit een rijtuig (maximaal 5 kilometer per uur).

Overig

  • 1. De bemachtigde zoogdieren (en delen er van) moeten voor vervoer buiten het jachtveld voorzien zijn van een door de FBE verstrekt wildmerk.

  • 2. Een gemachtigde die door een daartoe bevoegde instantie wordt verzocht om medewerking te verlenen aan monitoringsonderzoek naar besmettelijke veeziekten, dan wel ziekten die voor de mens gezondheidsrisico’s kunnen geven, verleent zijn volledige medewerking aan dit onderzoek.

  • 3. Het verslag over de wijze waarop van de opdracht gebruikt is gemaakt maakt deel uit van de jaarrapportage over het gebruik van de opdracht conform artikel 3.12, achtste lid, Wnb.

(Invasieve) exoten

De huiskraai, Indische gans, muntjak, Nijlgans, Pallas’ eekhoorn, Syberische grondeekhoorn en wasbeerhond zijn exoten. Deze soorten dieren hebben op grond van de Wnb geen beschermde status omdat ze exoten zijn.

Invasieve exoten zijn een belangrijk en groeiend probleem in alle lidstaten van de Europese Unie. Ze vormen een grote bedreiging voor de Europese biodiversiteit doordat ze van nature in Nederland in het wild voorkomende soorten kunnen verdringen of zelfs doen uitsterven. Ecosystemen kunnen veranderen en ecosysteemdiensten zoals bestuiving, watervoorziening en recreatie in de natuur kunnen worden aangetast. Een aantal invasieve exoten is ook schadelijk voor de gezondheid en/of veiligheid van mensen.

Op 1 januari 2015 is de EU-verordening (1143/2014) van kracht geworden, die gericht is op het voorkomen en beheersen van schade door invasieve exoten aan biodiversiteit en ecosysteemdiensten. Centraal in deze verordening staat een lijst met 'invasieve exoten van EU-belang'. Dit is de zogenaamde Unielijst die op 3 augustus 2016 van kracht geworden is. De muntjak en de nijlgans staan op deze lijst. Voor lidstaten geldt de plicht om in de natuur aanwezige populaties invasieve exoten op te sporen en te verwijderen. En als dat niet lukt om de populatie zodanig te beheren dat verspreiding en schade zoveel mogelijk wordt voorkomen. De effecten op de wettelijke belangen zoals genoemd in de Wnb op basis waarvan deze opdracht verstrekt kan worden (volksgezondheid en openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, visgronden, wateren en andere eigendommen, ter bescherming van wilde flora en fauna, en ter instandhouding van natuurlijke habitats), waren de aanleiding tot plaatsing van de exoten op de Unielijst van EU verordening 1143/2014.

Termijn opdracht en ontheffing

De ontheffing en de opdracht treden in werking op 1 januari 2021 en vervalt op 1 januari 2026.

Overig

Jaarlijks dient uiterlijk per 1 januari aan mij te worden gerapporteerd in hoeverre van deze ontheffing en opdracht gebruik is gemaakt en desgevraagd wordt aan mij tussentijds alle noodzakelijk geachte informatie betreffende het gebruik van deze ontheffing en opdracht verschaft.

De ontheffing of opdracht kan te allen tijde worden ingetrokken of gewijzigd.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2021 en geldt voor de periode van 1 januari 2021 tot 1 januari 2026.

Dit besluit wordt bekendgemaakt door publicatie in de Staatscourant.

’s-Gravenhage, 11 december 2020

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten

Binnen zes weken na de dag waarop mededeling is gedaan van dit besluit kunnen belanghebbenden die hun zienswijze als bedoeld in artikel 3:15 van de Algemene wet bestuursrecht naar voren hebben gebracht of redelijkerwijs niet verweten kunnen worden geen zienswijze naar voren te hebben gebracht een beroepschrift indienen bij de sector bestuursrecht van de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan de indiener van het beroepschrift zijn woonplaats heeft.

Naar boven