Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatscourant 2021, 11277Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 1 maart 2021, nr. 2021-00000035156, tot wijziging van de Regeling inburgering in verband met nadere voorwaarden voor betaling van de lening en het Examenreglement basisexamen inburgering in verband met de examengelden

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikel 4.2, derde lid, van het Besluit inburgering en artikel 3.98b, vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000;

Besluit:

ARTIKEL I. WIJZIGING VAN DE REGELING INBURGERING

Artikel 4.2 van de Regeling inburgering wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt ‘het door hem’ vervangen door ‘de door hem’.

2. Onder vernummering van het derde en vierde lid tot zevende en achtste, worden na het tweede lid de volgende leden ingevoegd:

  • 3. Ten behoeve van de betaling van de lening levert de cursusinstelling de in de factuur vermelde informatie, bedoeld in het tweede lid, met uitzondering van onderdeel d, digitaal aan bij de minister.

  • 4. De door de cursusinstelling aangeleverde informatie, bedoeld in het derde lid, komt overeen met de door de inburgeringsplichtige verstrekte facturen, bedoeld in het eerste lid.

  • 5. De facturen, bedoeld in het eerste lid, en de informatie, bedoeld in het derde lid, worden binnen uiterlijk vier maanden na de dag waarop de inburgeringsplichtige aan de inburgeringsplicht heeft voldaan, ingediend of aangeleverd bij de minister.

  • 6. De facturen, bedoeld in het eerste lid, van een cursusinstelling die niet langer beschikt over een keurmerk als bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de wet, en de informatie, bedoeld in het derde lid, worden binnen uiterlijk vier maanden na de dag waarop de cursusinstelling niet meer beschikt over het keurmerk, ingediend of aangeleverd bij de minister.

3. In het zevende lid (nieuw) wordt aan het slot van de zin toegevoegd ‘, en de informatie, bedoeld in het derde lid, indien is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste tot en met zesde lid’.

4. In het achtste lid (nieuw) wordt na ‘nieuwe facturen te overleggen van’ ingevoegd ‘en de cursusinstelling informatie als bedoeld in het derde lid aan te leveren over’.

ARTIKEL II. WIJZIGING EXAMENREGLEMENT BASISEXAMEN INBURGERING

Artikel 2, vierde lid, van het Examenreglement basisexamen inburgering wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt ‘€ 60’ vervangen door ‘€ 50’.

2. In onderdeel b wordt ‘€ 50’ vervangen door ‘€ 60’.

ARTIKEL III. INWERKINGTREDING

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 1 maart 2021

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees

TOELICHTING

Met de onderhavige regeling worden in de Regeling inburgering enkele nadere voorwaarden gesteld aan de betaling van de lening (artikel I). Voorts wordt een technische wijziging doorgevoerd in het Examenreglement basisexamen inburgering (artikel II).

Regeling inburgering

In artikel 4.2 van de Regeling inburgering worden aanpassingen doorgevoerd waarmee nadere voorwaarden worden gesteld aan de betaling van de lening. De grondslag voor het stellen van deze regels is artikel 4.2, derde lid, van het Besluit inburgering, waarin is geregeld dat bij regeling van Onze Minister regels worden gesteld over de betaling van de lening. De betaling van de facturen in verband met de lening, is een taak die DUO namens de Minister van SZW uitvoert. DUO betaalt het bedrag van een factuur, ingediend door de inburgeringsplichtige, rechtstreeks uit aan de cursusinstelling waarvan de betreffende factuur is.

Hierna volgt een toelichting op de in artikel 4.2 doorgevoerde wijzigingen.

  • Derde lid

    In het nieuwe derde lid wordt vastgelegd dat een cursusinstelling de informatie die is vermeld in een factuur, ingediend door de inburgeringsplichtige, digitaal moet aanleveren bij DUO. De reden voor het stellen van deze voorwaarde is om zo zorg te kunnen dragen voor een vlotte administratieve afwikkeling van de betalingen. Daarbij is de aanlevering van deze digitale informatie nodig in verband met de in het nieuwe vierde lid opgenomen werkwijze voor het controleren van de facturen.

    De informatie die moet worden aangeleverd volgt uit het tweede lid. Het betreft: het burgerservicenummer van de inburgeringsplichtige, de naam- en adresgegevens van de inburgeringsplichtige, de naam- en adresgegevens van de instelling, de datum en de specificatie van het factuurbedrag. De handtekening van de inburgeringsplichtige, die moet worden geplaatst op de originele factuur, is uitgezonderd (tweede lid, onderdeel d), aangezien deze zich niet leent voor digitale gegevensuitwisseling.

    Sinds 1 april 2019 leveren cursusinstellingen de in het tweede lid bedoelde informatie al digitaal aan bij DUO. Tussen DUO en cursusinstellingen vinden digitale gegevensuitwisselingen plaats, waarbij deze informatie sinds april 2019 ook wordt uitgewisseld. Met het nieuwe derde lid wordt deze reeds bestaande werkwijze vastgelegd in de Regeling inburgering.

  • Vierde lid

    In het nieuwe vierde lid wordt geregeld dat de door de cursusinstelling aangeleverde digitale informatie moet overeenkomen met de door de inburgeringsplichtige verstrekte originele factuur. De originele factuur van de inburgeringsplichtige is leidend bij de controle door DUO.

    Met deze werkwijze wordt zoveel mogelijk voorkomen dat er onregelmatigheden plaatsvinden bij het factureren en door DUO aan cursusinstellingen bedragen worden betaald voor niet gegeven/afgenomen cursusuren.

  • Vijfde en zesde lid

    Met het nieuwe vijfde en zesde lid is voor twee specifieke situaties een uiterlijke termijn vastgesteld waarbinnen de facturen door de inburgeringsplichtige moeten worden ingediend en de digitale informatie door de cursusinstelling moet worden aangeleverd bij DUO.

    De eerste situatie (vijfde lid) is dat de inburgeringsplichtige heeft voldaan aan de inburgeringsplicht. In dat kader is geregeld dat de originele facturen door de inburgeringsplichtige en de digitale informatie door de cursusinstelling, binnen een termijn van uiterlijk vier maanden na de dag waarop aan de inburgeringsplicht is voldaan, moeten zijn ingediend (facturen) en aangeleverd (digitale informatie) bij DUO. Dit betreft een codificatie van een bestendige gedragslijn van DUO. Door het stellen van deze uiterlijke termijn, is DUO in staat de lening af te sluiten en in voorkomende gevallen de terugbetaling van de verstrekte lening in gang te zetten. De inburgeringsplichtige ontvangt een brief van DUO waarin hij geïnformeerd wordt dat de lening gesloten wordt en dat er een termijn van vier maanden is om nog facturen in te dienen bij DUO. Cursusinstellingen ontvangen wekelijks de examenresultaten van DUO, waaruit blijkt welke inburgeringsplichtigen op welke datum hun inburgeringsdiploma hebben behaald en waarvan de lening dus gesloten wordt.

    De tweede situatie (zesde lid) is dat een cursusinstelling niet langer over een keurmerk als bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de wet, beschikt. In de praktijk betreft het hier het Blik op Werk keurmerk. Bij het niet langer beschikken over een keurmerk, is het geboden om binnen een redelijke termijn de nog openstaande facturen bij DUO in te dienen. Hiervoor geldt een uiterlijke termijn van vier maanden na de dag waarop de cursusinstelling niet meer beschikt over het keurmerk. Hierdoor heeft de inburgeringsplichtige nog voldoende tijd om de facturen in te dienen en wordt de cursusinstelling nog voldoende tijd geboden om de administratie ten aanzien van de lening af te wikkelen. DUO informeert de cursusinstelling per brief over deze uiterlijke termijn van vier maanden. De cursusinstelling brengt de inburgeringsplichtige op de hoogte van het feit dat deze niet meer beschikt over het keurmerk. Op dat moment vervalt immers het recht om facturen uit de lening te betalen. Dit volgt uit artikel 4.1a, vierde lid, van het Besluit inburgering. Met het stellen van een termijn van vier maanden waarin de administratieve afwikkeling moet worden gerealiseerd, wordt een redelijke termijn voor de cursusinstelling gesteld om dit af te ronden en voor de inburgeringsplichtige om deze facturen in te dienen.

  • Zevende lid

    In het nieuwe zevende lid wordt verduidelijkt dat DUO zowel de originele factuur van de inburgeringsplichtige als de digitale informatie van de cursusinstelling dient te hebben ontvangen alvorens tot betaling van de factuur te zullen overgaan. Ook is verduidelijkt dat betaling van de factuur pas plaatsvindt door DUO indien is voldaan aan de voorwaarden zoals opgenomen in het eerste tot en met zesde lid.

    Zowel de factuur als de digitale informatie zijn benodigd, aangezien het anders niet mogelijk is om te controleren of de door de cursusinstelling aangeleverde digitale informatie overeenkomt met de originele facturen van de inburgeringsplichtige. Indien de informatie niet overeenkomt met de factuur, ontvangt de cursusinstelling van DUO een melding dat de informatie niet klopt en de factuur niet wordt betaald. De cursusinstelling krijgt van DUO de gelegenheid om dit te herstellen.

  • Achtste lid

    In het nieuwe achtste lid is verduidelijkt dat ook de cursusinstellingen worden geïnformeerd door DUO dat de betreffende factuur niet kan worden uitbetaald in het betreffende kwartaal en dat de informatie in verband met de nieuwe factuur met de nog verschuldigde bedragen, in het daaropvolgende kwartaal opnieuw aangeleverd kan worden.

Examenreglement basisexamen inburgering

Artikel II, dat ziet op een wijziging van artikel 2 van het Examenreglement basisexamen inburgering, betreft een technische wijziging.

Bij brief van 17 december 2015 heeft de Minister van SZW de Tweede Kamer geïnformeerd over het feit dat naar aanleiding van een uitspraak van het Hof van Justitie, de examenkosten verlaagd dienden te worden.1 De prijs voor het deelexamen lezen werd vastgesteld op € 50 en spreken op € 60. Met de regeling van 29 juni 20172 zijn de examengelden (met terugwerkende kracht) aangepast. In voornoemde regeling is abusievelijk het examengeld voor de onderdelen leesvaardigheid en spreekvaardigheid verwisseld. Met deze wijzigingsregeling wordt deze omissie hersteld; voor leesvaardigheid bedraagt het examengeld € 50 en voor spreekvaardigheid € 60. DUO heeft in de praktijk wel de tarieven conform de brief van 17 december 2015 in rekening gebracht bij inburgeringsplichtigen.

Consultatie

Vanwege de aard van de wijzigingen in de onderhavige regeling, die louter van administratieve aard zijn, ligt consultatie van deze regeling niet in de rede.

Uitvoerbaarheid DUO

De onderhavige regeling is uitvoerbaar voor DUO. De impact voor DUO is minimaal, omdat de benodigde aanpassingen in de uitvoering leiden tot een minimale systeemaanpassing.

Financiële gevolgen

Deze wijziging heeft geen financiële gevolgen, omdat deze gerealiseerd wordt door een minimale systeemaanpassing.

Regeldruk

Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het materieel geen gevolgen voor de regeldruk heeft.

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt met ingang van de dag na plaatsing in de Staatscourant in werking. Reden om af te wijken van de vaste verandermomenten is vanwege het belang dat DUO deze bepalingen zo spoedig mogelijk in de uitvoering kan toepassen ter voorkoming van onregelmatigheden bij het betalen van de ingediende facturen.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees


X Noot
1

Kamerstukken II 2015/16, 32005, nr. 8.