Reglement inzake de toegang tot en het gebruik van Systeem DT Rechtspraak

Inhoudsopgave

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

1

 

Artikel 1.1

Toepasselijkheid

1

 

Artikel 1.2

Begripsbepalingen

1

HOOFDSTUK 2 HET GEBRUIK VAN HET DIGITAAL SYSTEEM

2

 

Artikel 2.1

Beveiliging en privacy

2

 

Artikel 2.2

Het indienen van stukken

2

 

Artikel 2.3

Terugmelden ontvangst

2

 

Artikel 2.4

De duur van toegankelijkheid van uitgewisselde berichten

2

 

Artikel 2.5

Procesdeelnemers die op papier procederen

3

 

Artikel 2.6

Beschikbaarheid van het digitaal systeem

3

 

Artikel 2.7

Storingen

3

 

Artikel 2.8

Spoedsituaties tijdens verstoringen

3

HOOFDSTUK 3 TOEGANG VIA MIJN RECHTSPRAAK

3

 

Artikel 3.1

Mijn Rechtspraak

3

 

Artikel 3.2

Toegang voor medewerkers van procesdeelnemers

3

HOOFDSTUK 4 TOEGANG VIA AANSLUITPUNT RECHTSPRAAK – DT

4

 

Artikel 4.1

Begripsbepalingen Aansluitpunt Rechtspraak – DT

4

 

Artikel 4.2

Aansluitvoorwaarden

4

 

Artikel 4.3

Voorwaarden voor gebruik

4

 

Artikel 4.4

Geheimhouding

5

 

Artikel 4.5

Communicatie

5

 

Artikel 4.6

Beëindiging aansluiting en gebruik

5

 

Artikel 4.7

Beslissingen

6

HOOFDSTUK 5 SLOTBEPALINGEN

6

 

Artikel 5.1

Vaststelling en wijziging van het reglement

6

 

Vaststellingsdata

6

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1.1 Toepasselijkheid

  • 1. Dit reglement is van toepassing op de in het derde lid vermelde procedures bij de rechtbanken, de gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven, gezamenlijk aangeduid als de gerechten.

  • 2. Dit reglement beschrijft de werking van en bevat de voorwaarden voor het gebruik van Systeem DT Rechtspraak, een digitaal systeem voor gegevensverwerking als bedoeld artikel 2 van het Besluit elektronisch procederen (Bep).

  • 3. Dit reglement is van toepassing op alle categorieën van zaken zoals bedoeld in artikel 2 van het Bep waarvoor in (een bijlage bij) procesreglementen voor die specifieke categorieën van zaken elektronisch procederen via Systeem DT Rechtspraak vrijwillig mogelijk dan wel verplicht is.

Artikel 1.2 Begripsbepalingen

  • 1. In dit reglement wordt verstaan onder:

    a. Aansluitpunt Rechtspraak – DT (Aansluitpunt Rechtspraak – Digitale toegankelijkheid):

    Het koppelvlak waarmee procesdeelnemers hun systeem voor gegevensverwerking kunnen aansluiten op Systeem DT. Ook wel aangeduid als ‘het aansluitpunt’. Te onderscheiden van Aansluitpunt Rechtspraak KeI dat uitsluitend nog in gebruik is voor gegevensuitwisseling met de IND en niet onder dit reglement valt;

    b. advocatenpas:

    een door de Nederlandse Orde van Advocaten uitgegeven middel waarmee advocaten die toegang verkrijgen tot Mijn Rechtspraak worden geauthentiseerd;

    c. bericht:

    een digitale “envelop” met inhoud zijnde processtukken en overige communicatie in een digitale procedure;

    d. beveiligingsincident:

    een gebeurtenis die een bedreiging vormt of kan vormen voor de betrouwbaarheid, vertrouwelijkheid, goede werking of beschikbaarheid van Mijn Rechtspraak of Aansluitpunt Rechtspraak – DT of de ICT van de Rechtspraak of de Rechtspraak in het algemeen, waaronder verlies, vernietiging, ongeoorloofde verstrekking of wijziging van (persoons)gegevens, codes, wachtwoorden of autorisatiesleutels, en onbevoegde toegang;

    e. digitaal dossier:

    het geheel van de door procesdeelnemers en het gerecht in Systeem DT Rechtspraak in een zaak geplaatste berichten;

    f. eHerkenningsmiddel:

    een door commerciële bedrijven uitgegeven middel waarmee rechtspersonen die toegang krijgen tot Mijn Rechtspraak worden geauthentiseerd;

    g. formulier:

    een door de gerechten voorgeschreven sjabloon voor het indienen van stukken in Mijn Rechtspraak;

    h. inlogmiddelen:

    de middelen vermeld in bijlage A waarmee procesdeelnemers die toegang verkrijgen tot Mijn Rechtspraak worden geauthentiseerd;

    i. IVO Rechtspraak:

    De informatievoorzieningsorganisatie van de Rechtspraak, een dienstonderdeel van de Raad voor de rechtspraak;

    j. Mijn Rechtspraak:

    het webportaal waarin procesdeelnemers toegang hebben tot Systeem DT. Ook wel aangeduid als ‘het webportaal’;

    k. procesdeelnemers:

    partijen, belanghebbenden, deelnemers aan een geschil als gevolg van voeging of tussenkomst alsmede hun advocaten en gemachtigden;

    l. Rechtspraak Servicecentrum (RSC):

    Het RSC beantwoordt algemene vragen over de rechtspraak (zie voor contactgegevens www.rechtspraak.nl);

    m. reglement:

    dit reglement, de bijlagen daaronder begrepen;

    n. Systeem DT Rechtspraak (Systeem Digitale Toegang Rechtspraak):

    het digitaal systeem voor gegevensverwerking van de gerechten dat aangewezen is voor elektronisch procederen in civiele en bestuursrechtelijke procedures overeenkomstig artikel 2 van het Besluit elektronisch procederen, en artikel 1.1 van dit reglement, mede omvattende Aansluitpunt Rechtspraak – DT en Mijn Rechtspraak. Ook wel aangeduid als ‘het digitaal systeem’;

    o. www.rechtspraak.nl:

    de gezamenlijke website van de gerechten en de Raad voor de rechtspraak.

HOOFDSTUK 2 HET GEBRUIK VAN HET DIGITAAL SYSTEEM

Artikel 2.1 Beveiliging en privacy

  • 1. De procesdeelnemer of de gebruiker van het aansluitpunt zoals bedoeld in artikel 4.1 sub c draagt zorg voor een adequaat beveiligingsniveau van zijn processen en systemen, ter voorkoming dat zijn gebruik van het digitaal systeem inbreuk of bedreiging vormt of kan vormen voor de betrouwbaarheid, vertrouwelijkheid, goede werking of beschikbaarheid van het digitaal systeem of kan leiden tot een beveiligingsincident.

  • 2. De Raad voor de rechtspraak en de gerechten dragen geen verantwoordelijkheid voor het beschermen en beveiligen van (vertrouwelijke) (persoons)gegevens die zich buiten het domein van de Raad voor de rechtspraak en de gerechten bevinden.

  • 3. De gerechten en de Raad voor de rechtspraak zijn niet verantwoordelijk voor de inhoud en de kwaliteit van de door procesdeelnemers aangeleverde (persoons)gegevens en eventuele daaruit voortvloeiende inbreuken in verband met persoonsgegevens.

Artikel 2.2 Het indienen van stukken

  • 1. Procesdeelnemers leveren stukken uitsluitend als afzonderlijke digitale bestanden in overeenstemming met bijlage A aan.

  • 2. De aanduiding van de aangeleverde stukken is in overeenstemming met de inhoud.

  • 3. Procesdeelnemers zijn verantwoordelijk voor het indienen van stukken in de juiste zaak.

  • 4. Procesdeelnemers corresponderen in Mijn Rechtspraak indien van toepassing via formulieren die de gerechten voor dat doel ter beschikking stellen. Na indiening verwerkt het digitaal systeem de informatie uit het formulier. In het digitaal dossier wordt na de indiening de relevante informatie opgenomen in een PDF/A document.

Artikel 2.3 Terugmelden ontvangst

Wanneer een bericht aan een gerecht in het systeem is ontvangen wordt automatisch een identificerend nummer van de indiening (indieningsnummer) aan de indiener ervan teruggemeld.

Artikel 2.4 De duur van toegankelijkheid van uitgewisselde berichten

De uitgewisselde berichten blijven zes maanden toegankelijk via Mijn Rechtspraak na de uitspraak van het gerecht dat in laatste instantie een uitspraak heeft gedaan of de afdoening van de zaak op een andere wijze.

Artikel 2.5 Procesdeelnemers die op papier procederen

  • 1. Een procesdeelnemer die op papier procedeert in een zaak waarin één van de procesdeelnemers digitaal procedeert en beschikt over een inlogmiddel, heeft tevens toegang tot Mijn Rechtspraak.

  • 2. De op papier ingediende stukken worden door het gerecht onder substitutie gescand en in het digitaal dossier geplaatst waarna het papier wordt vernietigd.

  • 3. Het gerecht verzendt stukken en overige correspondentie aan een procesdeelnemer die op papier procedeert per fysieke post, tenzij bij procesreglement of door de rechter anders is bepaald.

  • 4. Indien een procesdeelnemer die op papier procedeert een bericht indient in Mijn Rechtspraak blijft hij aangemerkt als een procesdeelnemer die op papier procedeert.

Artikel 2.6 Beschikbaarheid van het digitaal systeem

  • 1. Het digitaal systeem is in beginsel 7 dagen per week en 24 uur per dag beschikbaar (24/7). IVO Rechtspraak is echter om een goede werking van het digitaal systeem te waarborgen, bevoegd de beschikbaarheid van het digitaal systeem te beperken of te onderbreken in verband met beheer, onderhoud en storingen of als preventieve maatregel bij het vermoeden van een beveiligingsincident.

  • 2. Op www.rechtspraak.nl wordt bekend gemaakt gedurende welke tijdvakken – behoudens storingen in en buiten het systeem – het digitaal systeem gegarandeerd beschikbaar moet zijn (servicevenster), gedurende welke tijdvakken het digitaal systeem beschikbaar is, maar niet wordt gegarandeerd (beschikbaarheidsvenster) en gedurende welke tijdvakken het digitaal systeem niet of met verlaagde prestaties beschikbaar is. De tijdvakken waarop het digitaal systeem (verminderd) beschikbaar is, worden zoveel mogelijk buiten de openingstijden van de griffie gepland.

Artikel 2.7 Storingen

  • 1. IVO Rechtspraak legt de verstoringen van het digitaal systeem vast. De procesdeelnemer heeft op www.rechtspraak.nl inzage in de actuele storingen die zijn vastgelegd in de storingenadministratie.

  • 2. Indien een procesdeelnemer een beroep doet op verschoonbare termijnoverschrijding als gevolg van een storing zoals bedoeld in het Besluit elektronisch procederen, dient hij indien geen storingsmelding is vastgelegd aan te tonen dat sprake was van een storing. Zo nodig zal in dat geval IVO Rechtspraak op verzoek van de behandelend rechter een technisch onderzoek uitvoeren.

Artikel 2.8 Spoedsituaties tijdens verstoringen

  • 1. Indien in een aanhangige of nog in te dienen zaak sprake is van een spoedsituatie en tevens sprake is van een verstoring in de bereikbaarheid van het digitaal systeem kan de procesdeelnemer zich wenden tot het Rechtspraak Servicecentrum. De procesdeelnemer zal worden medegedeeld op welke alternatieve wijze stukken kunnen worden ingediend. Buiten de openingstijden van het Rechtspraak Servicecentrum belt de procesdeelnemer het op www.rechtspraak.nl gepubliceerde pikettelefoonnummer dat van toepassing is op de zaak.

  • 2. Indien toepassing is gegeven aan het vorige lid kan de procesdeelnemer verzocht worden de stukken na beëindiging van de verstoring alsnog via een bericht in het digitaal systeem in te dienen.

HOOFDSTUK 3 TOEGANG VIA MIJN RECHTSPRAAK

Artikel 3.1 Mijn Rechtspraak

  • 1. Mijn Rechtspraak is toegankelijk via www.rechtspraak.nl.

  • 2. Procesdeelnemers kunnen uitsluitend toegang krijgen tot Mijn Rechtspraak door gebruik te maken van een van de in bijlage A opgenomen inlogmiddelen.

Artikel 3.2 Toegang voor medewerkers van procesdeelnemers

  • 1. Personen die via eHerkenning inloggen, krijgen toegang tot alle berichten en stukken van die rechtspersoon. Het is aan de rechtspersoon om te bepalen wie mag inloggen en daarmee geautoriseerd zijn om hier kennis van te nemen.

  • 2. Gebruikers van een eHerkenningsmiddel krijgen alleen toegang tot Mijn Rechtspraak indien zij binnen het eHerkenningsstelsel zijn aangemeld voor de Rechtspraakdienst Digitaal Procederen.

  • 3. Voor de toegang voor houders van advocatenpassen is het stelsel van de advocatenpas en het daarbij behorende machtigingenstelsel van toepassing.

HOOFDSTUK 4 TOEGANG VIA AANSLUITPUNT RECHTSPRAAK – DT

Artikel 4.1 Begripsbepalingen Aansluitpunt Rechtspraak – DT

Ten aanzien van het aansluitpunt gelden in aanvulling op het bepaalde in artikel 1.2 de volgende definities:

a. aanvrager:

degene die een aansluiting wil op het aansluitpunt;

b. berichtenboek:

de beschrijving van de berichtenuitwisseling tussen gebruikers van het aansluitpunt en de gerechten (welke berichten kunnen door wie op welk moment verstuurd worden);

c. gebruiker:

de (rechts)persoon die voor zichzelf een aansluiting heeft op het aansluitpunt of de (rechts)persoon die voor anderen een aansluiting realiseert of degene die daar gebruik van maakt;

d. ICT van de gebruiker:

alle hardware- en softwarecomponenten die ten dienste staan van de gebruiker en voor zover deze relevant zijn voor gegevensuitwisseling met de gerechten met behulp van het aansluitpunt;

e. ICT-Rechtspraak:

alle hardware- en softwarecomponenten en metadata die tezamen de ICT-omgeving van de gerechten vormen;

f. ketentest:

test om na te gaan of de aansluiting van de ICT van de gebruiker op het aansluitpunt in overeenstemming met de regels van dit reglement functioneert.

Artikel 4.2 Aansluitvoorwaarden

  • 1. Degene die een aansluiting wil hebben op het aansluitpunt kan een aanvraag daartoe indienen via het Rechtspraak Servicecentrum.

  • 2. Aanvragers zijn bevoegd aanvragen te bundelen.

  • 3. Aanvrager dient bij zijn aanvraag een ICT-contactpersoon op te geven. Deze contactpersoon vertegenwoordigt aanvrager bij onderwerpen die relevant zijn voor de aansluiting op en het daaropvolgende gebruik, beheer en onderhoud van het aansluitpunt.

  • 4. Aanvrager draagt de uitsluitende verantwoordelijkheid voor de door aanvrager ingeschakelde ICT- contactpersoon.

  • 5. Een aanvraag wordt beoordeeld aan de hand van de in dit reglement gestelde eisen.

  • 6. Voorafgaand aan acceptatie van de aanvraag zal IVO Rechtspraak een ketentest laten uitvoeren op een speciaal daarvoor ingericht systeem.

  • 7. De ketentest wordt enkel uitgevoerd voor de behartiging van de aan IVO Rechtspraak toevertrouwde belangen. Inwilliging van de aanvraag houdt niet in dat IVO Rechtspraak instaat voor of verantwoordelijkheid draagt voor het functioneren van de ICT van de gebruiker, al dan niet in relatie tot het aansluitpunt. Dit blijft de volledige verantwoordelijkheid van de gebruiker.

  • 8. Het gebruik van het aansluitpunt is tot aan het moment van de acceptatie van de aanvraag uitsluitend toegestaan aan tot die ketentest toegelaten gebruikers. Na goedkeuring van de aanvraag kan de gebruiker het aansluitpunt gebruiken voor de uitwisseling van berichten conform de in dit reglement gestelde eisen.

Artikel 4.3 Voorwaarden voor gebruik

  • 1. De communicatie via het aansluitpunt geschiedt volgens een in Bijlage B bepaalde geldige versie van het berichtenboek;

  • 2. Het gebruik van het aansluitpunt door een procespartij impliceert dat deze partij geen kennisgevingen (meer) wenst te ontvangen via e-mail. Kennisgevingen worden uitsluitend verstuurd via het aansluitpunt. Het systeem van de gebruiker van het aansluitpunt kan een bericht, na ontvangst van de kennisgeving, via het aansluitpunt ophalen.

  • 3. Het betrouwbaarheidsniveau van de ICT van de gebruiker is ten minste gelijkwaardig aan het betrouwbaarheidsniveau van Systeem DT Rechtspraak, dat geclassificeerd is als ‘substantieel’ in de zin van de Wet digitale overheid.

  • 4. De gebruiker is verplicht om te bewaken dat zijn ICT en zijn gebruik van het aansluitpunt aan de eisen van dit reglement blijven beantwoorden. Zo nodig wordt er opnieuw een ketentest uitgevoerd. IVO Rechtspraak kan voorschrijven dat bij een nieuw berichtenboek een ketentest wordt uitgevoerd.

  • 5. Het is de exclusieve verantwoordelijkheid van de gebruiker om ervoor te zorgen dat hijzelf en degenen die voor hem werkzaamheden verrichten hun plichten uit hoofde van de (U)AVG naleven en de door de Rechtspraak gestelde voorwaarden en richtlijnen naleven.

  • 6. De gebruiker is zelf verantwoordelijk voor adequate autorisatie van de personen die toegang mogen hebben tot de ICT van de gebruiker en tot het aansluitpunt. De gebruiker neemt passende technische en organisatorische maatregelen voor vertrouwelijkheid van autorisatiesleutels, wachtwoorden, codes en andere vertrouwelijke persoonsgegevens die relevant zijn voor het gebruik van het aansluitpunt.

Artikel 4.4 Geheimhouding

  • 1. De gebruiker is verplicht gegevens over het aansluitpunt waarvan de gebruiker het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, geheim te houden behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift de gebruiker tot mededeling verplicht.

  • 2. Onder de in het eerste lid bedoelde gegevens vallen in elk geval de niet-openbare gegevens over de beveiliging van het berichtenverkeer via het aansluitpunt en de beveiliging van het aansluitpunt zelf.

  • 3. Onder de in het eerste lid bedoelde gegevens vallen voorts gegevens over zaken en onderwerpen waarvan de gebruiker via het aansluitpunt kennis krijgt maar waarmee de gebruiker vanuit zijn eigen werkzaamheden geen bemoeienis heeft. Indien de gebruiker van dergelijke gegevens kennis krijgt, dient hij dit onverwijld aan IVO Rechtspraak te melden.

  • 4. De gebruiker is verplicht ervoor te zorgen dat ook zijn hulppersonen en andere betrokkenen aan de zijde van gebruiker deze verplichtingen naleven.

Artikel 4.5 Communicatie

  • 1. Contactpersoon voor de gebruiker is de door hem bij zijn aanvraag opgegeven ICT-contactpersoon. De gebruiker kan een andere ICT-contactpersoon aanwijzen. Het is de verantwoordelijkheid van de gebruiker om de gegevens van zijn ICT-contactpersoon actueel te houden.

  • 2. Gebruiker meldt onverwijld via het Rechtspraak Servicecentrum aan IVO Rechtspraak hem bekende beveiligingsincidenten die mogelijk tot nadelige gevolgen kunnen leiden dan wel hebben voor het aansluitpunt, de ICT-Rechtspraak of de Rechtspraak in het algemeen. IVO Rechtspraak meldt een gebruiker de hem bekende beveiligingsincidenten die mogelijk tot nadelige gevolgen kunnen leiden voor het ICT-systeem van deze gebruiker.

  • 3. De gebruiker en IVO Rechtspraak informeren elkaar zo spoedig mogelijk via het Rechtspraak Servicecentrum als het aansluitpunt niet goed functioneert of berichten niet door de gerechten worden ontvangen.

Artikel 4.6 Beëindiging aansluiting en gebruik

  • 1. De gebruiker kan met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden de aansluiting op het aansluitpunt en het gebruik daarvan beëindigen. De gebruiker stelt IVO Rechtspraak hiervan op de hoogte door een schriftelijke kennisgeving aan het Rechtspraak Servicecentrum.

  • 2. IVO Rechtspraak is bevoegd om het gebruik van het aansluitpunt door de gebruiker tijdelijk of blijvend te beëindigen in elk geval wanneer:

    • a. de gebruiker naar het oordeel van IVO Rechtspraak dit reglement niet naleeft;

    • b. de gebruiker het gebruik van het aansluitpunt door andere gebruikers, of de goede werking van het aansluitpunt, de ICT-Rechtspraak of de Rechtspraak zelf naar het oordeel van IVO Rechtspraak verstoort;

    • c. er naar het oordeel van IVO Rechtspraak sprake is geweest van een aan gebruiker toerekenbaar beveiligingsincident, dat tijdelijke of blijvende beëindiging rechtvaardigt;

    • d. voortgezet gebruik om andere redenen redelijkerwijs niet van IVO Rechtspraak gevergd kan worden.

  • 3. In de onder lid 2 vermelde gevallen kan IVO Rechtspraak aan de gebruiker toestaan een herstelplan aan te bieden en uit te voeren. Gedurende de daarmee gemoeide tijd kan IVO Rechtspraak de gebruiker het gebruik van het aansluitpunt ontzeggen. Blijft een herstelplan achterwege, wordt dit niet uitgevoerd of leidt uitvoering niet tot een reglement-conforme situatie, dan is IVO Rechtspraak bevoegd het gebruik van het aansluitpunt definitief te beëindigen.

  • 4. IVO Rechtspraak neemt bij de beëindiging van het gebruik van het aansluitpunt zo mogelijk een redelijke termijn in acht. Beëindiging kan echter met onmiddellijke ingang plaatsvinden indien sprake is van een situatie waarin de goede werking van het aansluitpunt of de ICT-Rechtspraak of de Rechtspraak in het algemeen naar de overtuiging van IVO Rechtspraak in gevaar is.

Artikel 4.7 Beslissingen

Beslissingen op de aanvraag, het al dan niet toestaan van een herstelplan en tot beëindiging van het gebruik worden genomen door IVO Rechtspraak. Indien de aanvrager c.q. de gebruiker het met een genomen beslissing niet eens is, kan hij binnen twee weken onderbouwd de Raad voor de rechtspraak vragen de beslissing te heroverwegen.

HOOFDSTUK 5 SLOTBEPALINGEN

Artikel 5.1 Vaststelling en wijziging van het reglement

  • 1. Dit reglement is vastgesteld door de besturen van de gerechten en de Raad voor de rechtspraak.

  • 2. De besturen van de gerechten en de Raad voor de rechtspraak, zijn gezamenlijk gerechtigd dit reglement en de bijlagen te allen tijde te wijzigen.

  • 3. Ten aanzien van het berichtenboek ligt deze bevoegdheid bij IVO Rechtspraak.

  • 4. Wijziging van het berichtenboek zal plaatsvinden in overleg met de gebruikers van het aansluitpunt.

  • 5. De tekst van dit reglement wordt na iedere wijziging in de Staatscourant en opwww.rechtspraak.nl bekendgemaakt.

  • 6. De bijlagen en het berichtenboek worden opwww.rechtspraak.nl gepubliceerd.

  • 7. Het reglement treedt in werking op 15 maart 2021.

Vaststellingsdata

Data waarop de gerechtsbesturen en de Raad voor de rechtspraak hebben ingestemd met dit reglement en de bijlagen:

Gerechtsbestuur van de Rechtbank Amsterdam op 2 februari 2021

Gerechtsbestuur van de Rechtbank Den Haag op 22 februari 2021

Gerechtsbestuur van de Rechtbank Gelderland op 18 februari 2021

Gerechtsbestuur van de Rechtbank Limburg op 11 januari 2021

Gerechtsbestuur van de Rechtbank Midden-Nederland op 10 februari 2021

Gerechtsbestuur van de Rechtbank Noord-Holland op 16 februari 2021

Gerechtsbestuur van de Rechtbank Noord-Nederland op 9 februari 2021

Gerechtsbestuur van de Rechtbank Oost-Brabant op 16 februari 2021

Gerechtsbestuur van de Rechtbank Overijssel op 2 februari 2021

Gerechtsbestuur van de Rechtbank Rotterdam op 2 februari 2021

Gerechtsbestuur van de Rechtbank Zeeland West Brabant op 28 januari 2021

Gerechtsbestuur van het Gerechtshof Amsterdam op 10 februari 2021

Gerechtsbestuur van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 22 februari 2021

Gerechtsbestuur van het Gerechtshof Den Haag op 4 februari 2021

Gerechtsbestuur van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch op 11 februari 2021

Gerechtsbestuur van de Centrale Raad van Beroep op 9 februari 2021

Raad voor de rechtspraak op 3 februari 2021

Naar boven