Kennisgeving besluit verkeersbesluit Zandhorstlaan in Oldenzaal

Logo Oldenzaal

Gemeente Oldenzaal – verwijderen gele doorgetrokken streep en instellen verbod stil te staan Zandhorstlaan in Oldenzaal,

 

reg.nr. 465-2021

 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldenzaal;

 

Gelet op:

  • artikel 15, eerste en tweede lid en artikel 18, eerste lid onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994);

  • artikel 2, lid 1, sub a en b van de WVW 1994 op basis waarvan verkeersbesluiten kunnen strekken tot in het belang van de veiligheid van het verkeer en het beschermen van weggebruikers en passagiers;

  • artikel 8 lid 2, sub b van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW);

  • het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, alsook het bepaalde in de Wegenverkeerswet, het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) en het Reglement verkeersregels en Verkeerstekens (RVV 1990)

 

OVERWEGINGEN TEN AANZIEN VAN HET ONTWERPBESLUIT

  • dat op 6 januari 2021 een verzoek is ingediend voor het nemen van een verkeersbesluit voor het verwijderen van de gele doorgetrokken streep op gedeelte perceel kadastraal bekend onder nummer ODZ00 K10499, Zandhorstlaan ong. in Oldenzaal.

  • dat op 6 januari 2021 een verzoek is ingediend voor het nemen van een verkeersbesluit voor het instellen verbod om stil te staan op gedeelte perceel kadastraal bekend onder nummer ODZ00 K10499, Zandhorstlaan ong. in Oldenzaal.

  • dat in de huidige situatie sprake is van een weg.

  • dat door het instellen van verbod om stil te staan in en nabij de bochten van de Zandhorstlaan voorkomen wordt dat de schoolkinderen worden gehaald en gebracht binnen dit gebied.

  • dat er verkeersmaatregelen moeten worden getroffen in het belang van de veiligheid van het verkeer en het beschermen van weggebruikers en passagiers.

  • dat het college bevoegd is om een verkeersbesluit te nemen en daarbij enige mate van beoordelingsruimte heeft en dat in het besluit een duidelijke belangenafweging moet zijn gemaakt waarbij het algemeen belang wordt afgewogen tegen het individuele belang. Het besluit moet berusten op de juiste feiten en omstandigheden.

  • dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer niet in het geding komt.

  • dat het treffen van een verkeersmaatregel een normale maatschappelijke ontwikkeling is waarmee eenieder kan worden geconfronteerd en waarvan de nadelige gevolgen in beginsel voor rekening van betrokkenen behoren te blijven.

  • dat de verkeersborden en verkeerstekens volgens de uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens geplaatst moeten worden.

  • dat op basis van artikel 24 BABW overleg heeft plaatsgevonden over het instellen verbod om stil te staan met de verkeersadviseur van politie-eenheid Oost Nederland, district Twente. Deze heeft geen bezwaar tegen de voorgenomen verkeersmaatregelen en het daarbij behorende verkeersbesluit.

 

BESLUIT

Gelet op het vorenstaande en op basis van artikel 2, lid 1, sub a en b van de WVW 1994 besluiten wij de gele doorgetrokken streep op gedeelte perceel kadastraal bekend onder nummer ODZ00 K10449, Zandhorstlaan ong. in Oldenzaal, te verwijderen.

 

Gelet op het voorstaande en op basis van artikel 2, lid 1, sub a en b van de WVW 1994 en artikel 8, lid 2, sub b van het BABW besluiten wij om een verbod om stil te staan in te stellen op gedeelte perceel kadastraal bekend onder nummer ODZ00 K10499, Zandhorstlaan ong. in Oldenzaal, door het plaatsen van een verkeersbord volgens de bij dit besluit behorende situatieschets. Daartoe moet het verkeersbord worden geplaatst volgens bijlage 1, hoofdstuk C van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RW 1990) en volgens de bij dit besluit behorende situatieschets:

 

- bord E2 “verbod stil te staan”

 

Plaatsen bord E2

1. Het einde en het begin van een parkeer- of stopverbod wordt zo nodig aangegeven door middel van een onderbord met een pijl in de richting van het wegvak waarvoor het verbod geldt. Dit onderbord wordt evenwijdig aan de wegas aangebracht. Wanneer het einde of het begin van een verbod met een zijweg samenvalt kan het onderbord achterwege blijven.

 

Het einde van deze verboden wordt niet aangegeven indien dit reeds volgt uit een ander verkeersteken of uit een gedragsregel dan wel uit de inrichting van de weg.

 

2. Op rijbanen met verkeer in twee richtingen worden deze borden zodanig geplaatst dat de verboden voor verkeer in beide richtingen waarneembaar zijn. Hiertoe mogen de borden, mits voorzien van een onderbord waaruit begin of eind van het parkeerverbod blijkt, evenwijdig aan de wegas worden geplaatst.

 

- Onderbord “maandag tot en met vrijdag 08.00 – 15.00uur”

 

Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens

Hoofdstuk III

Uitvoereng en plaatsen

1. Onderborden zijn rechthoekig en worden in wit uitgevoerd met zwarte letters, cijfers en afbeeldingen.

2a Op onderborden worden waar mogelijk de afbeeldingen gebruikt zoals die voorkomen op de

borden van bijlage 1 van het RVV 1990.

b. Om een beperking van de werkingssfeer aan te geven wordt het woord ’uitgezonderd’ gebruikt.

c. Als het beoogde verkeersgedrag niet kan worden aangegeven overeenkomstig de in de onderdelen a en b aangegeven wijze, worden teksten of tekens, al dan niet in combinatie met symbolen, gebruikt, waarmee het beoogde verkeersgedrag wordt aangegeven.

3. De grootte en leesbaarheid van het onderbord is in overeenstemming met die van het bord waaronder het is geplaatst.

4. Het retro reflecterend materiaal waarin het onderbord wordt uitgevoerd is gelijk aan dat van het bord, waaraan het is toegevoegd.

5. Een afstandsaanduiding en wegvaklengte worden afgerond op:

- 10 m bij afstanden van minder dan 100 m

- 50 m bij afstanden tot 300 m

- 100 m bij afstanden vanaf 300 m.

Bij afstanden van meer dan 1000 m wordt de afstand in kilometers aangegeven, zonodig met één decimaal.

6. De lengte van een wegvak wordt op het onderbord aangegeven door een getal met aan weerszijden verticaal omhoog wijzende pijlen.

 

Beroep en voorlopige voorziening

Tegen het verkeersbesluit kan beroep worden ingesteld door:

1. Belanghebbenden die zienswijzen hebben ingebracht tegen de ontwerpbeschikking.

2. Adviseurs die gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid advies uit te brengen over de ontwerpbeschikking.

3. Belanghebbenden aan wie redelijkerwijs niet kan worden verweten geen zienswijzen te hebben ingebracht tegen de ontwerpbeschikking.

4. Belanghebbenden die willen opkomen tegen de wijzigingen die bij het nemen van het besluit ten opzichte van het ontwerp zijn aangebracht.

 

Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Overijssel, afdeling Bestuursrecht, postbus 10067, 8000 GB Zwolle. Het verzoek om voorlopige voorziening moet worden gericht aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Overijssel, afdeling Bestuursrecht, postbus 10067,

8000 GB Zwolle. Aan zowel het instellen van beroep als verzoek om voorlopige voorziening zijn kosten (griffierecht) verbonden.

 

Een beroepschrift of een verzoek om voorlopige voorziening kunt ook u digitaal indienen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.

 

INFORMATIE

Voor inlichtingen over de procedure kunt u contact opnemen met team Veiligheid, bereikbaar op telefoonnummer (0541) 58 81 11.

 

Oldenzaal, 25 februari 2021

namens het college van burgemeester en wethouders

 

 

Marcel Rolfes

medewerker APV/Bijzondere wetten

 

Naar boven