Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatscourant 2020, 8037Interne regelingen

Besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 31 januari 2020, MBO-18634762, houdende instelling van de Tijdelijke commissie eindtermen taalschakeltraject (Instellingsbesluit Tijdelijke commissie eindtermen taalschakeltraject)

De Minister Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

Handelende in overeenstemming met de Minister(s) van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Besluit:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. minister:

Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

b. commissie:

tijdelijke commissie eindtermen taalschakeltraject, bedoeld in artikel 2.

c. taalschakeltraject:

nieuwe opleiding educatie, waarin de deelnemer niet alleen de Nederlandse taal leert op minimaal niveau B1, maar hij/zij tegelijkertijd zo goed mogelijk wordt voorbereid op instroom in het Nederlands middelbaar beroepsonderwijs of hoger beroepsonderwijs (MBO of HBO) of wetenschappelijk onderwijs (WO).

Artikel 2 Instelling en taak

  • 1. Er is een Tijdelijke commissie eindtermen taalschakeltraject.

  • 2. De commissie heeft tot taak een advies aan de Minister uit te brengen over hoe de eindtermen van het taalschakeltraject geformuleerd moeten worden.

Artikel 3 Samenstelling, benoeming, ontslag

  • 1. De commissie bestaat uit ten minste zeven leden, waaronder een voorzitter.

  • 2. De leden hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak.

  • 3. De leden worden door de minister benoemd, geschorst of ontslagen.

Artikel 4 Leden

  • 1. Tot lid van de commissie zijn benoemd:

    • a. mevrouw drs. Elwine Halewijn, tevens voorzitter;

    • b. mevrouw drs. José Bakx

    • c. mevrouw drs. Nynke Jansma

    • d. de heer drs. Wilfried Meffert

    • e. mevrouw drs. Mayke Rameckers

    • f. de heer dr. Cor Sluijter

    • g. mevrouw Mariska Sondervan.

Artikel 5 Instellingsduur

1. De commissie wordt ingesteld met ingang van 6 januari 2020 en zij wordt opgeheven één week nadat het eindrapport is uitgebracht.

Artikel 6 Secretariaat

  • 1. De commissie wordt ondersteund door een secretariaat.

  • 2. Het secretariaat is voor de inhoudelijke uitvoering van zijn taak verantwoording schuldig aan de commissie.

  • 3. Het secretariaat wordt verzorgd via de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Artikel 7 Werkwijze

  • 1. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

  • 2. De commissie verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

  • 3. De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.

Artikel 8 Vergoeding

  • 1. De voorzitter en andere leden van de commissie ontvangen een vaste vergoeding per maand, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op het maximum van schaal 15 zoals opgenomen in de cao Rijk 2020. De arbeidsduurfactor voor de voorzitter wordt vastgesteld op 10,4 uur per maand. Voor de leden wordt de arbeidsduurfactor vastgesteld op 8 uur per maand.

  • 2. Reis- en verblijfkosten worden vergoed volgens paragraaf 10.2 van de cao Rijk 2020.

Artikel 9 Eindrapport en uiterste datum voor oplevering

De commissie brengt uiterlijk 31 maart 2020 haar eindrapport uit aan de minister.

Artikel 10 Openbaarmaking

Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister uitgebracht of overgedragen.

Artikel 11 Archiefbescheiden

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de Directie Organisatie & bedrijfsvoering van het ministerie van OCW.

Artikel 12 Inwerkingtreding

  • 1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 6 januari 2020.

  • 2. Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2021.

Artikel 13 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Tijdelijke commissie eindtermen taalschakeltraject.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven

TOELICHTING

Het kabinet werkt een nieuw inburgeringsstelsel uit. In het nieuwe inburgeringsstelsel staat het bereiken van B1-taalniveau volgens het Europees referentiekader centraal net als de Nederlandse maatschappij goed leren kennen. Dit in combinatie met zo snel als mogelijk participeren. Tijdig starten, snelheid, maatwerk, dualiteit (het combineren van het leren van de taal en participatie) en kwaliteit zijn kernprincipes binnen de Veranderopgave Inburgering. Het uitgangspunt hierbij is dat gemeenten de regie voeren op de uitvoering van het nieuwe inburgeringstelsel. Gemeenten gaan drie leerroutes inkopen. Een van deze routes is een nieuwe inburgeringsroute: de onderwijsroute. Doel van de onderwijsroute is om inburgeringsplichtigen in de leeftijd van 18 tot 28 jaar die de potentie en motivatie hebben om een diploma in het beroeps- of wetenschappelijk onderwijs te behalen te laten inburgeren via een taalschakeltraject.

In een taalschakeltraject leert de inburgeringsplichtige niet alleen de Nederlandse taal op minimaal niveau B1, maar hij/zij wordt tegelijkertijd zo goed mogelijk voorbereid op instroom in het Nederlands middelbaar beroepsonderwijs of hoger beroepsonderwijs (MBO of HBO) of wetenschappelijk onderwijs (WO).

Het taalschakeltraject zal de volgende onderdelen bevatten:

  • 1: Nederlands als tweede taal, eindtermen reeds bekend, de reguliere NT2 examens op niveau B1 en B2 zijn hiervoor van toepassing (CvTE/ DUO).

  • 2: KNM: Kennis van de maatschappij/burgerschap

  • 3: Arbeidsmarktoriëntatie

  • 4: Onderwijs in deficiënte vakken voor beoogde onderwijsdeelname: eindtermen nog te formuleren.

  • 5: Onderwijs van studie(loopbaan)vaardigheden: eindtermen nog te formuleren.

De eindtermen voor de onderdelen 4 en 5 moeten nog worden geformuleerd. Hiertoe wordt met voorliggend besluit een commissie ingericht die de minister van OCW van een advies zal voorzien over hoe deze eindtermen het beste kunnen luiden. Bij de samenstelling van de commissie is er rekening mee gehouden dat kennis aanwezig is van inburgering, toetsing, eindtermen en van bestaande schakeltrajecten in het onderwijs.

De vergoeding voor de commissieleden is conform artikel 4 van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies gelinkt aan de bedragen in de cao Rijk zoals die met ingang van 1 januari 2020 geldt. Daarmee bedraagt de vergoeding per maand € 554,88 ((10,4/(4*36))*€ 7.682,93) voor de voorzitter en € 426,83 per maand ((8/(4*36))*€ 7.682,93) voor de leden. Commissieleden die ambtenaar zijn en uit dien hoofde in de commissie zijn benoemd, hebben geen recht op vergoeding. Dit volgt uit artikel 2 van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies.

Gemeenten gaan de onderwijsroute onder het nieuwe inburgeringsstelsel aanbieden. De beoogde inwerkingtreding van de nieuwe Wet is voorzien op 1 januari 2021. Dit betekent dat zo snel mogelijk na inwerkingtreding van die wet gemeenten taalschakeltrajecten moeten kunnen aanbieden. Daarvoor is eerst nodig dat de eindtermen voor het taalschakeltraject bij ministeriele regeling zijn vastgesteld en inwerkinggetreden. Daarmee krijgen partijen de gelegenheid om een aanvraag in te dienen voor het verkrijgen van een erkenning als aanbieder van taalschakeltrajecten. Daarom is het van belang dat het zo snel als mogelijk duidelijk wordt wat de eindtermen zijn voor de onderwijsroute. De commissie wordt gevraagd om eind maart 2020 met een advies te komen over hoe de eindtermen van de weg te werken vakdeficiënties en studie(loopbaan)vaardigheden moeten luiden.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven