Wijziging Pensioenreglement ABP voor militairen per, 1 januari 2021, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties

Hoofdstuk 3.6 U krijgt meer of minder salaris

In de tekst achter het derde opsommingsteken wordt de zin: ‘Dit pensioengevend inkomen passen we ieder jaar per 1 januari aan met de wijziging van de salarissen in uw sector’ vervangen door de tekst: ‘Wijzigt dit pensioengevend inkomen door een wijziging van de salarissen in uw sector? Dan geeft uw werkgever dit aan ons door.’

Hoofdstuk 3.8 U krijgt ontslag of u neemt ontslag

In paragraaf 3.8.3 ‘U neemt zelf ontslag’ wordt onder ‘Wat gebeurt er met uw pensioen als u zelf ontslag neemt?’ de zin ‘Dan mag u maximaal vijf jaar vrijwillig pensioen bij ons blijven opbouwen.’ vervangen door de volgende zin: ‘Dan mag u maximaal 10 jaar vrijwillig pensioen bij ons blijven opbouwen.’

Hoofdstuk 3.10 U stopt met pensioen opbouwen bij ABP. De keuzes die u kunt maken

In de zin ‘Als de hoogte van uw pensioen € 497,27 of meer bruto per jaar is, kunt u uw pensioen van ABP meenemen naar een ander pensioenfonds.’ wordt het bedrag ‘€ 497,27’ vervangen door ‘€ 503,24’.

Hoofdstuk 3.11 Uw keuzes als u met pensioen gaat

De huidige tekst van hoofdstuk 3.11 wordt vervangen door de volgende tekst:

‘Welke keuzes kunt u maken als u met pensioen gaat?

U kunt vanaf uw pensioenleeftijd een aantal keuzes maken:

Zie Hoofdstuk 5.1 U wilt met pensioen op uw pensioenleeftijd.

Zie hoofdstuk 5.2 U wilt eerder of later met pensioen dan op uw pensioenleeftijd.

Zie Hoofdstuk 5.3 U wilt meer of minder pensioen.’

Hoofdstuk 4.1 Uw deelname stopt

In de zin ‘En is de hoogte van uw pensioen € 497,27 bruto per jaar of meer?’ wordt het bedrag ‘€ 497,27’ vervangen door ‘€ 503,24’.

In de zin ‘Let op! Is de hoogte van uw pensioen minder dan € 497,27, maar meer dan € 2,- bruto per jaar?’ wordt het bedrag ‘€ 497,27’ vervangen door ‘€ 503,24’.

Hoofdstuk 5 Uw keuzes als u met pensioen gaat

De huidige tekst van hoofdstuk 5 wordt vervangen door de volgende tekst:

‘Als u met pensioen gaat, kunt u een aantal keuzes maken. U kunt deze keuzes ook combineren.

Uw keuzes

  • 5.1 U wilt met pensioen op uw pensioenleeftijd

  • 5.2 U wilt eerder of later met pensioen dan op uw pensioenleeftijd

  • 5.3 U wilt meer of minder pensioen

Eerder stoppen of juist langer doorwerken? Meer pensioen nu of juist later? Er is meer mogelijk dan u denkt. Bekijk welke keuzes u heeft.

Let op! Heeft u meegedaan aan de levensloopregeling? En heeft u levenslooptegoed dat u nog niet heeft gebruikt voor levensloopverlof? Dan kunt u dit omzetten in ouderdomspensioen. Uw ouderdomspensioen wordt hierdoor hoger. Uw totale pensioenopbouw mag niet meer worden dan u fiscaal had mogen opbouwen. U maakt de keuze de dag voor het bereiken van uw AOW-leeftijd maar uiterlijk een dag voor u met pensioen gaat. Dit kan alleen als uw pensioendatum of AOW-leeftijd voor 1 januari 2022 ligt. De levensloopregeling vervalt op 1 januari 2022.

Let op! Maakt u gebruik van Nettopensioen of neemt u aanvullend vrijwillig deel aan ons pensioen? De keuzes die u maakt gelden dan automatisch ook hiervoor.

Let op! De keuzes die u maakt als u met pensioen gaat kunt u niet meer terugdraaien.

Welke keuzes u kunt maken, hangt af van uw situatie op het moment dat u met pensioen gaat.

U kunt….

Uw situatie

Met pensioen voor de pensioenlft

Met pensioen op uw pensioenlft

Met pensioen na uw pensioenlft

Eerst een hoger of lager pensioen

Partnerpensioen ruilen voor ouderdomspensioen

U bent gewezen werknemer maar u bouwt vrijwillig pensioen bij ons op.

U valt onder de nDER en heeft recht op een UGM-uitkering, een werkloosheidsuitkering, een ontslaguitkering of een arbeidsongeschiktheidspensioen

U bouwt geen pensioen meer bij ons op (gewezen deelnemer).

U valt onder de oDER en heeft recht op een UGM-uitkering, een werkloosheidsuitkering, een ontslaguitkering of een arbeidsongeschiktheidspensioen

U en uw ex-partner hebben bij de scheiding het pensioen gesplitst (conversie). Voor uw pensioen blijven de keuzes gelden, zoals hierboven vermeld.

In deze situatie heeft uw ex-partner een keuze.

_

_

5.1 U wilt met pensioen op uw pensioenleeftijd

Wat is uw pensioenleeftijd?

De pensioenleeftijden in deze pensioenregeling zijn de AOW-leeftijd of de 65-jarige leeftijd. We gaan er standaard van uit dat u met pensioen gaat op uw AOW-leeftijd.

In de volgende situaties is uw pensioendatum/pensioenleeftijd altijd uw 65ste verjaardag:

  • U heeft gekozen voor de oude Diensteinderegeling (oDER);

  • U bent ontslagen als militair vóór 1 januari 2017 en bent nog deelnemer in deze pensioenregeling;

  • U ontving op 31 december 2018 een UGM-uitkering;

  • U bouwt geen pensioen meer op in deze regeling en bent in 2019 65 jaar geworden.

Wat moet u doen om pensioen te krijgen?

U krijgt van ons het formulier ‘Met pensioen gaan’. Dit formulier krijgt u 6 maanden voordat u uw pensioenleeftijd bereikt. Met het formulier vraagt u uw ABP-pensioen bij ons aan.

Heeft u dit formulier niet gekregen? Neemt u dan contact (zie hoofdstuk 13 Heeft u vragen of klachten) met ons op.

Wanneer krijgt u uw pensioen?

U krijgt uw pensioen vanaf de dag waarop u uw pensioenleeftijd bereikt. Wij betalen uw pensioen in de tweede helft van iedere maand. Wij betalen dit tot de laatste dag van de maand waarin u overlijdt.

5.2 U wilt eerder of later met pensioen dan op uw pensioenleeftijd

U kunt kiezen wanneer u met pensioen wilt gaan:

  • U wilt voor uw pensioenleeftijd met pensioen. Ontvangt u nog een uitkering zoals UGM of een ontslaguitkering? Met pensioen gaan kan gevolgen hebben voor uw uitkering en de hoogte van uw pensioen.

  • U wilt na uw pensioenleeftijd met pensioen.

U wilt voor uw pensioenleeftijd met pensioen

Let op!

Werkt u nog als militair? U kunt dan nog niet met pensioen. Uw pensioen kan pas ingaan, nadat u gestopt bent met werken als militair.

Let op! Heeft u recht op een UGM-uitkering of een ontslaguitkering? Dan stopt deze als u voor uw pensioendatum met pensioen gaat. Ook stopt dan de pensioenopbouw, waardoor u een lager pensioen krijgt dan wanneer u op uw pensioenleeftijd met pensioen gaat. Bovendien wordt uw pensioen ook lager als u het eerder laat ingaan, omdat u het dan over een langere periode ontvangt. Wij berekenen uw pensioen dan met vervroegingsfactoren.

Heeft u een werkloosheidsuitkering of militair arbeidsongeschiktheidspensioen?

Als u vóór uw pensioenleeftijd met pensioen gaat, kan dat negatieve gevolgen hebben voor de hoogte van uw uitkering. Of dit zo is, kunt u navragen bij de instantie waarvan u de uitkering ontvangt.

Let op! Ontvangt u een militair arbeidsongeschiktheidspensioen en/of bouwt u premievrij pensioen op vanwege arbeidsongeschiktheid? En laat u uw pensioen ingaan? Dan loopt de pensioenopbouw door. Ontvangt u een werkloosheidsuitkering? En laat u uw pensioen ingaan? Dan loopt de pensioenopbouw meestal ook door. De pensioenopbouw kan dan wel lager worden of mogelijk zelfs stoppen.

Het ouderdomspensioen dat u nog opbouwt, moet u laten ingaan als de pensioenopbouw volledig is geëindigd.

Let op! Als u uw pensioen laat ingaan voor de AOW-leeftijd geldt een hoger belastingtarief

Gaat u vóór uw pensioenleeftijd met pensioen?

Uw pensioen gaat in op de dag waarop u eerder met pensioen gaat. Hieronder leest u wat de regels hiervoor zijn.

Wat zijn de regels?

Wilt u met pensioen voordat u AOW krijgt? Dan zijn dit de regels:

  • U kunt met pensioen vanaf de eerste dag van de maand waarin u 60 wordt.

  • Wij betalen het pensioen in de 2e helft van iedere maand.

  • Gaat u eerder dan vijf jaar voor uw AOW-leeftijd met pensioen en werkt u nog? Dan bent u verplicht om minder te gaan werken. U ontvangt hiervoor een formulier. Op het formulier moet u aangeven dat u minder gaat werken en in de toekomst niet opnieuw meer gaat werken (we noemen dit een intentieverklaring). Dit is voorgeschreven door de Belastingdienst.

  • U kunt ervoor kiezen om uw pensioen in hoogte te laten variëren. U kunt er bijvoorbeeld voor kiezen dat u tot aan de datum waarop u AOW krijgt een hoger (zie hoofdstuk 5.3 U wilt meer of minder pensioen of partnerpensioen) pensioen van ons krijgt. En dat u na de datum waarop u AOW krijgt een lager pensioen van ons krijgt. In MijnABP ziet u hoeveel u dan krijgt. Hieronder staat een voorbeeld.

Voorbeeld

U heeft ervoor gekozen om op uw 63e met pensioen te gaan. U krijgt op uw 67e AOW van de overheid. U wilt daarom van uw 63e tot aan uw 67e een hoger ABP-pensioen ontvangen. Als u AOW krijgt, wilt u een wat lager pensioen van ons krijgen. Zo blijven na uw 63euw inkomsten uit pensioen en AOW gelijk.

U krijgt salaris

U krijgt hier een hoger ABP-pensioen:

€ 2500,-

U krijgt hier een lager ABP-pensioen:

€ 1750,-

U krijgt AOW:

€ 750,-

U gaat op uw 63e met pensioen

U krijgt AOW op uw 67ste

 

Wat moet u doen als u eerder met pensioen wilt gaan?

U moet ons schriftelijk aangeven op welke datum u met pensioen wilt gaan. De datum moet in de toekomst liggen. U krijgt van ons een schriftelijke reactie waarin we de datum bevestigen.

Wat gebeurt er met de hoogte van uw pensioenuitkering als u eerder met pensioen gaat?

We rekenen uit hoeveel pensioen u krijgt als u eerder met pensioen gaat. We gebruiken hiervoor de rekenregels die in bijlage 1 Tabellenboek van dit reglement staan. Daar staat ook een voorbeeld.

Let op! Als u eerder met pensioen gaat, krijgt u een lager pensioen dan wanneer u met pensioen gaat op uw pensioenleeftijd. U ontvangt over een langere periode pensioen. Hierdoor wordt het pensioen dat u maandelijks ontvangt, lager. We berekenen dat met vervroegingsfactoren.

In MijnABP kunt u zelf berekenen hoeveel pensioen u krijgt als u eerder met pensioen gaat. U kunt hier ook uw pensioen aanvragen.

Wat gebeurt er met het nabestaandenpensioen als u eerder met pensioen gaat?

Als u overlijdt, krijgt uw partner partnerpensioen en uw kind wezenpensioen. Hoe we het partner- en wezenpensioen berekenen, hangt af van uw situatie. Er zijn drie mogelijkheden.

  • 1. Toen u met pensioen ging, werkte u bij het Ministerie van Defensie en u stopte met werken of u ontving een UGM of ontslaguitkering en deze stopte.

  • 2. Toen u met pensioen ging, ontving u een werkloosheidsuitkering of bouwde u premievrij pensioen op in de pensioenregeling.

  • 3. Toen u met pensioen ging, werkte u niet meer bij het Ministerie van Defensie.

We leggen de situaties hieronder uit.

  • 1. Toen u met pensioen ging, werkte u bij het Ministerie van Defensie en stopte u met werken of u ontving een UGM of ontslaguitkering en deze stopte.

    In deze situatie gaan we voor het nabestaandenpensioen uit van het ouderdomspensioen dat u heeft opgebouwd tot de datum waarop u eerder met pensioen ging. Hierop passen we geen vervroegingsfactoren toe. In hoofdstuk 3.9 U overlijdt, uw partner of ex-partner overlijdt of uw kind overlijdt, leest u meer over het partnerpensioen.

  • 2. Toen u met pensioen ging, ontving u een WW-uitkering of bouwde u premievrij pensioen op in deze regeling.

    In deze situatie gaan we voor het nabestaandenpensioen uit van ouderdomspensioen dat u zou hebben opgebouwd tot aan uw pensioenleeftijd. Hierop passen we geen vervroegingsfactoren toe. In hoofdstuk 3.9 U overlijdt, uw partner of ex-partner overlijdt of uw kind overlijdt, leest u meer over het partnerpensioen.

  • 3. Toen u met pensioen ging, werkte u niet meer bij het Ministerie van Defensie.

    Toen u met pensioen ging werkte u niet meer bij een ABP-werkgever. In deze situatie gaan we voor het nabestaandenpensioen uit van het ouderdomspensioen dat u had opgebouwd toen u uit dienst ging. Hierop passen we geen vervroegingsfactoren toe.

U wilt na uw pensioenleeftijd met pensioen

Wilt u met pensioen na uw pensioenleeftijd? Dan stelt u uw pensioen uit. Hieronder leest u welke regels hiervoor gelden.

Wat zijn de regels?

Werkt u als militair en heeft u recht op een UGM-uitkering? Uw pensioen moet op de pensioenleeftijd voor minimaal 10% ingaan. U kunt de rest van uw pensioen tot maximaal 5 jaar na uw pensioenleeftijd opnemen. Bij uw pensioenaanvraag kunt u aan ons doorgeven of u gedeeltelijk of volledig met pensioen wilt gaan.

In MijnABP ziet u hoeveel u dan krijgt.

Heeft u recht op een ontslaguitkering, werkloosheidsuitkering of militair arbeidsongeschiktheidspensioen?

Als u uw pensioen wilt uitstellen, moet u dat voor uw pensioenleeftijd aan ons doorgeven. U kunt tot maximaal 5 jaar na uw AOW-leeftijd met pensioen. Dit pensioen moet u zelf aanvragen.

InMijnABP ziet u hoeveel u dan krijgt.

U werkt niet meer als militair en bouwt geen pensioen meer bij ons op?

U kunt tot maximaal 5 jaar na uw AOW-leeftijd met pensioen. Dit pensioen moet u zelf aanvragen. In MijnABP ziet u hoeveel u dan krijgt.

Wat gebeurt er met uw pensioen?

We rekenen uit hoeveel pensioen u krijgt als u later dan uw pensioenleeftijd met pensioen gaat. We gebruiken hiervoor de rekenregels die in bijlage 1 Tabellenboek van dit reglement staan. Daar staat ook een rekenvoorbeeld.

Let op! Als u later met pensioen gaat, krijgt u voor het deel dat u nog niet met pensioen bent een hoger pensioen dan wanneer u met pensioen gaat op uw pensioenleeftijd. Hierbij speelt het volgende:

  • Als u later met pensioen gaat, ontvangt u over een kortere periode pensioen. Hierdoor wordt het pensioen dat u maandelijks ontvangt, hoger. We berekenen dat met uitstelfactoren.

5.3 U wilt meer of minder pensioen

U kunt uw ouderdomspensioen en partnerpensioen verhogen of verlagen. Dat kan op een aantal manieren. Combinaties zijn ook mogelijk.

  • U wilt meer ouderdomspensioen en geen partnerpensioen

    U ruilt het hele partnerpensioen in voor een hoger ouderdomspensioen.

  • U wilt eerst een hoger pensioen en later een lager pensioen. Of andersom.

    U kiest tijdelijk voor een hoger of lager pensioen, of andersom.

Hieronder leggen we dit uit.

U wilt meer ouderdomspensioen en geen partnerpensioen

Wanneer kunt u kiezen om het partnerpensioen te ruilen?

U kunt uw ouderdomspensioen verhogen door hiervoor het partnerpensioen te ruilen. Wij kunnen dit pas voor u regelen als uw partner ons hiervoor toestemming heeft gegeven.

U kunt hiervoor kiezen op het moment dat u met pensioen gaat. Als u gedeeltelijk met pensioen gaat, kunt u voor dat gedeelte een keuze maken. Als u daarna volledig met pensioen gaat kunt u voor dat nieuwe gedeelte ook weer een keuze maken.

Let op! Als u ervoor kiest om het partnerpensioen te ruilen, kunt u dat later niet meer veranderen.

Wat als u geen partner heeft?

Ook als u geen partner heeft, kunt u uw eigen pensioen verhogen door het partnerpensioen te ruilen. We regelen dit voor u op het moment dat u met pensioen gaat. Wij vragen u dan dit te bevestigen.

Wat gebeurt er met uw ouderdomspensioen als u ruilt?

Kiest u ervoor om het partnerpensioen te ruilen voor ouderdomspensioen? Dan rekenen we opnieuw uit hoeveel pensioen u krijgt. We gebruiken hiervoor de rekenregels die in bijlage 1 Tabellenboek van dit reglement staan. Daar staat ook een rekenvoorbeeld.

In MijnABP kunt u ook zelf berekenen hoeveel pensioen u krijgt als u het partnerpensioen ruilt.

Wanneer kunt u het partnerpensioen niet ruilen?

  • U heeft er bij uw scheiding voor gekozen het pensioen te splitsen of te verdelen (verevenen). Dit deel kunt u niet ruilen.

  • Uw pensioen is lager dan de afkoopgrens. Dit is een bedrag dat de overheid elk jaar vaststelt. Is uw pensioen lager dan dit bedrag, dan mogen we uw totale pensioen in één keer uitbetalen.

U wilt eerst een hoger pensioen en later een lager pensioen. Of andersom.

Wanneer kunt u kiezen voor tijdelijk een hoger of lager pensioen?

Als u met pensioen gaat, krijgt u iedere maand hetzelfde bedrag aan pensioen. Wilt u de eerste jaren een hoger pensioen en later een lager pensioen? Of andersom? Dan kan dat. Dit zijn de regels:

  • U kunt hiervoor kiezen op het moment dat u met pensioen gaat.

  • We kijken naar het hoogste en het laagste pensioen dat u kiest. Het laagste bedrag moet minimaal 75% zijn van het hoogste bedrag. Maakt u gebruik van de mogelijkheid om voor uw AOW-leeftijd met pensioen te gaan? Het pensioen dat we gebruiken om de AOW te overbruggen telt dan niet mee voor deze berekening.

Let op! Als uw ouderdomspensioen is ingegaan, kunt u de verhoging of verlaging niet meer veranderen.

Wat gebeurt er met uw pensioen?

Kiest u ervoor om uw pensioen tijdelijk te verhogen of te verlagen? Dan berekenen we opnieuw hoe hoog uw pensioen wordt. We gebruiken hiervoor de rekenregels die in bijlage 1 Tabellenboek van dit reglement staan. Daar staat ook een rekenvoorbeeld.

Wat gebeurt er met het partnerpensioen en wezenpensioen?

Het partnerpensioen en het wezenpensioen veranderen niet.’

Hoofdstuk 7.1 Pensioenopbouw ouderdomspensioen

Onder ‘Pensioen dat u in een jaar opbouwt’ wordt het huidige rekenvoorbeeld vervangen door het volgende rekenvoorbeeld:

‘Rekenvoorbeeld opbouw ouderdomspensioen (bruto bedragen)

Leeftijd: 25 jaar

Dienstverband: fulltime

Pensioengevend inkomen: € 27.000

Franchise (op jaarbasis): € 13.150

Pensioengrondslag: € 27.000 – € 13.150 = € 13.850

Opbouwpercentage: 1,788%

Als alles hetzelfde blijft, wordt de pensioenberekening als volgt:

Pensioenopbouw per jaar: 1,788% van € 13.850 = € 247,64

Bij doorwerken tot 62 jaar: 37 jaar (van 25ste tot 62ste) x € 247,64 = € 9.162,68

Daarna UGM van 62 tot 67 jaar: 5 jaar x € 247,64 x 50% = € 619,10

Pensioen op pensioenleeftijd: € 9.162,68 + € 619,10 = € 9.781,78

Vanaf uw AOW-leeftijd komt daar de AOW-uitkering bij.’

Onder de zin ‘Deze onderdelen lichten we hierna toe’ wordt de volgende tekst toegevoegd: ‘Let op! Uw pensioenopbouw stopt uiterlijk 5 jaar na uw AOW-leeftijd. U kunt ook tot maximaal 5 jaar na uw AOW-leeftijd met pensioen. Dit pensioen moet u zelf aanvragen.’

Hoofdstuk 7.1.1 Uw pensioengevend inkomen

De tekst van de alinea met de kop ‘Hoe hoog is uw pensioengevend inkomen als u ziek bent of verlof heeft of om een andere persoonlijkereden geen of minder salaris ontvangt?’ wordt vervangen door: ‘Bent u ziek? Of heeft u verlof? Of ontvangt u om een andere persoonlijke reden geen of minder salaris? Voor het pensioengevend inkomen gaan we uit van de situatie waarin u niet ziek zou zijn geworden, met verlof zou zijn gegaan of om een andere persoonlijke reden geen of minder salaris ontvangt. Over dit pensioengevend inkomen berekenen we opbouw van uw pensioen voor zover dit is toegestaanbinnen de Wet op de loonbelasting. Zie ook 3.7 U heeft verlof.’

Onder ‘Hoe hoog is uw pensioengevend inkomen als u een lager salaris krijgt?’ wordt de huidige tekst vervangen door de volgende tekst: ‘Krijgt u een lagere functie en daardoor ook een lager salaris? Is dit gebaseerd op een collectieve arbeidsovereenkomst of een andere collectieve regeling van arbeidsvoorwaarden? En gebeurt dit binnen 10 jaar voor de pensioenleeftijd? Dan berekenen we uw pensioenopbouw met uw oude pensioengevend inkomen. En niet met uw nieuwe, lagere salaris. Wijzigt dit pensioengevend inkomen door een wijziging van de salarissen in uw sector? Dan geeft uw werkgever dit aan ons door.’

Hoofdstuk 7.1.2 De franchise (het bedrag waarover u geen pensioen opbouwt)

In de tabel onder ‘Hoogte franchise (het bedrag waarover u geen pensioen opbouwt omdat u AOW krijgt)’ wordt het bedrag ‘€ 42.972,41’ twee maal vervangen door ‘€ 43.322,41’, het bedrag ‘€ 12.800’ vervangen door ‘€ 13.150’ en het bedrag ‘€ 14.200’ door ‘€ 14.550’.

De huidige tekst onder ‘Kan de hoogte van de franchise veranderen?’ wordt vervangen door de volgende tekst: ‘Ja, dat kan. ABP past de hoogte van de franchise aan als de hoogte van de AOW verandert. We kijken dan naar de AOW voor gehuwden. De veranderingen van de AOW voor gehuwden moet meer dan € 50 zijn ten opzichte van de laatste wijziging van onze franchise. Wij ronden de franchise af op € 50.’

Hoofdstuk 7.1.3 Het opbouwpercentage (het percentage waarmee u jaarlijks pensioen opbouwt)

In de tabel onder ‘Hoogte van het opbouwpercentage’ wordt het bedrag ‘€ 42.972,41’ twee maal vervangen door ‘€ 43.322,41’.

Hoofdstuk 7.1.5 Uw deeltijdpercentage

De huidige rekenvoorbeelden worden vervangen door de volgende rekenvoorbeelden:

‘Rekenvoorbeeld

  • Een volledige werkweek bij uw werkgever is 38 uur.

  • Uw deeltijdpercentage is 50, u werkt 19 uur.

  • Uw pensioengevend inkomen is € 25.000.

  • Uw pensioengevend inkomen bij een volledige werkweek is: € 25.000 / 0,5= € 50.000.

  • Uw franchise bij een volledige werkweek is € 14.550

  • Uw pensioengrondslag bij een volledige werkweek is: € 50.000 – € 14.550 = € 35.450

  • U bouwt pensioen op over € 35.450 x 0,5 = € 17.725’

‘Rekenvoorbeeld

  • Een volledige werkweek bij uw werkgever is 38 uur.

  • Uw deeltijdpercentage is 50, u werkt 19 uur.

  • Uw pensioengevend inkomen is € 70.000.

  • Uw franchise bij een volledige werkweek is € 14.550.

  • Uw pensioengevend inkomen bij een volledige werkweek is: € 70.000 / 0,5= € 140.000

  • Het fiscaal maximum is € 112.189

  • Uw pensioengrondslag is € 112.189 – € 14.550 = € 97.639

  • U bouwt pensioen op over € 97.639 x 0,5 = € 48.819,50’

‘Rekenvoorbeeld

  • Een volledige werkweek bij uw werkgever is 38 uur.

  • U werkt 40 uur.

  • Uw deeltijdpercentage is 40/38 = 1,052632.

  • Uw pensioengevend inkomen bij 38-urige werkweek is: € 108.000.

  • Uw franchise bij een volledige werkweek is € 14.550.

  • Uw pensioengevend inkomen bij een 40-urige werkweek is € 113.684,26 (€ 108.000 x 1,052632).

Het pensioengevend inkomen van € 108.000 is lager dan het bedrag dat in de wet staat. Maar het pensioengevend inkomen van € 113.984,26 is hoger dan het bedrag dat in de wet staat. Daarom verlagen we uw deeltijdpercentage als volgt:

Fiscaal maximum/uw pensioengevend inkomen bij een volledige werkweek

€ 112.189 / € 108.000 = 1,0388. Dit is uw nieuwe deeltijdpercentage.

U bouwt pensioen op over:

(Fulltime pensioengevend inkomen – franchise) x aangepaste deeltijdpercentage

(€ 108.000 – € 14.550) x 1,0388 = € 97.075,86’

Hoofdstuk 7.2 Partnerpensioen en wezenpensioen

Onder ‘Partnerpensioen’ en vervolgens onder ‘1. U bent deelnemer’ wordt de huidige tekst vervangen door de volgende tekst: ‘Bent u deelnemer en overlijdt u voordat u met ouderdomspensioen bent gegaan? Dan is het partnerpensioen 70% van het ouderdomspensioen dat u tot uw pensioenleeftijd opgebouwd zou hebben. We houden er rekening mee dat u gedurende de periode waarin u een UGM-uitkering zou hebben ontvangen, 50% pensioen opbouwt. Ook houden we rekening met uw inverdientijd.’

Onder ‘Wezenpensioen’ en vervolgens onder ‘Hoeveel wezenpensioen krijgen uw kinderen (zie 3.3 U heeft kinderen) die jonger zijn dan 25 jaar?’ wordt de huidige tekst achter het eerste opsommingsteken vervangen door de volgende tekst:

‘U bouwt pensioen op of u bent met pensioen

  • Overlijdt u en is er een verzorger van de kinderen? Dan krijgen uw kinderen ieder 14% van het pensioen dat u heeft opgebouwd of zou hebben opgebouwd tot uw pensioenleeftijd.

  • Overlijdt u en is er geen verzorger van de kinderen? Dan krijgen uw kinderen ieder 28% van het pensioen dat u heeft opgebouwd of zou hebben opgebouwd tot uw pensioenleeftijd.

  • Overlijdt de verzorger later ook? Dan krijgen uw kinderen ieder 28% van het pensioen dat u heeft opgebouwd of zou hebben opgebouwd tot uw pensioenleeftijd.’

Hoofdstuk 7.3 Maximale bedragen voor uw pensioen

Onder ‘Is er een maximum pensioengevend inkomen voor de premieberekening en mijn pensioenopbouw?’ wordt de huidige tekst vervangen door de volgende tekst: ‘Voor het pensioengevend inkomen geldt per 1 januari 2021 als fiscaal maximum: € 112.189. Heeft u een pensioengevend inkomen boven € 112.189? Dan kunt in onze regeling netto pensioen (zie hoofdstuk 14 Regelingen waar u voor kunt kiezen) boven het deel van € 112.189 vrijwillig pensioen opbouwen. Het fiscaal maximum wordt ieder jaar door de wetgever vastgesteld.’

In de zin ‘Let op! Werkt u in deeltijd? Dan geldt er een lager fiscaal maximum. Dit is dan het deeltijdpercentage maal € 110.111.’ wordt het bedrag ‘€ 110.111’ vervangen door ‘€ 112.189’.

Hoofdstuk 7.4 Hoogte pensioenpremie

In de tabel onder het kopje ‘Waarover berekenen we de premie bij de pensioenen?’ wordt in de tweede rij (Franchise) het bedrag ‘€ 12.800’ vervangen door ‘€ 13.150 ’.

In de tabel onder het kopje ‘Waarover berekenen we de premie bij de pensioenen?’ wordt in de derde rij (Maximum) het bedrag ‘€ 110.111’ vervangen door ‘€ 112.189’.

In de zin ‘Let op! Ontvangt u op 1 januari 2019 al een UGM-uitkering? Dan bedraagt de franchise voor de berekening van de premie € 20.000.’ wordt het bedrag ‘€ 20.000’ vervangen door ‘€ 20.500’.

Onder de tabel wordt de volgende tekst toegevoegd: ‘Bereikte u 5 jaar geleden uw AOW-leeftijd? Dan bouwt u geen pensioen meer op. U betaalt ook geen pensioenpremie meer.’

Hoofdstuk 8 Wij kunnen uw pensioen in een keer betalen (Afkopen)

De zin ‘Is uw bruto pensioen hoger dan € 2 maar lager dan € 497,27 per jaar (2020)?’ wordt vervangen door de volgende zin: ‘Is uw bruto pensioen hoger dan € 2 maar lager dan € 503,24 per jaar (2021).’

Hoofdstuk 9 U verandert van werkgever en u wilt uw opgebouwde pensioen meenemen (Waardeoverdracht)

In de zin ‘Als de hoogte van uw pensioen bij een andere pensioenuitvoerder lager is dan € 497,27 bruto per jaar, draagt die pensioenuitvoerder uw pensioen mogelijk automatisch naar ABP over.’ wordt het bedrag ‘€ 497,27’ vervangen door ‘€ 503,24’.

In de zin ‘Let op! Als de hoogte van uw pensioen minder is dan € 497,27 maar meer dan € 2,- bruto per jaar dan draagt ABP uw pensioen automatisch over naar de pensioenuitvoerder waar u pensioen opbouwt.’ wordt het bedrag ‘€ 497,27’ vervangen door ‘€ 503,24’.

Hoofdstuk 12 Informatie die u aan ons moet doorgeven en informatie die u van ons krijgt

In hoofdstuk 12 wordt de tekst van de alinea met de kop ‘Welke informatie krijgt u van ons?’ vervangen door de volgende tekst:

Hieronder staat welke informatie u van ons krijgt, en hoe vaak u deze informatie van ons krijgt.

  • Als u start als deelnemer

    Als u begint met pensioen opbouwen bij ABP ontvangt u van ons Pensioen 1-2-3. Hierin staat welke regels er gelden en in welke gevallen u zelf iets moet doen.

  • UPO

    Dit is het Uniform Pensioen Overzicht. Als deelnemer krijgt u dit ieder jaar van ons. In uw UPO staat hoeveel pensioen u tot nu toe heeft opgebouwd. Er staat ook in hoeveel pensioen u naar verwachting krijgt als u met pensioen gaat op uw pensioenleeftijd. Ook ziet u hier een inschatting van uw pensioen op uw pensioenleeftijd als er in de toekomst mee- of tegenvallers zijn. Er staat ook bij welke verhoging wij bij dit pensioen optellen als we indexeren. Uw UPO staat ook in MijnABP.

  • Pensioenoverzicht als u met pensioen bent

    Bent u met pensioen? Dan sturen wij u ieder jaar een pensioenoverzicht. Daarin staat hoeveel pensioen u krijgt. En hoeveel het partnerpensioen en het wezenpensioen is. Er staat ook bij welke verhoging wij bij dit pensioen optellen als we indexeren. Uw Pensioenoverzicht staat ook in MijnABP.

  • Pensioenoverzicht als u nu geen pensioen meer bij ons opbouwt

    Heeft u eerder pensioen bij ons opgebouwd, maar doet u dat nu niet meer? Dan zetten wij elk jaar voor u een pensioenoverzicht klaar in MijnABP. Daarin staat hoeveel pensioen u bij ons heeft opgebouwd. Er staat ook bij welke verhoging wij bij dit pensioen optellen als we indexeren. Ook ziet u hier een inschatting van uw te verwachten pensioen op uw pensioenleeftijd en van uw pensioen als er in de toekomst mee- of tegenvallers zijn. Dit overzicht krijgt u daarnaast ook elke vijf jaar toegestuurd.

  • Pensioenoverzicht voor uw ex-partner

    Heeft u pensioen bij ons opgebouwd en bent u uit elkaar? En heeft uw ex-partner niet afgezien van partnerpensioen? Dan sturen wij uw ex-partner elke vijf jaar een pensioenoverzicht. Daarin staat hoeveel partnerpensioen uw ex-partner krijgt.

  • Beëindigingsbrief

    Stopt uw deelname aan onze regeling? Dan stopt u ook met pensioen opbouwen bij ons. Wij sturen u dan een beëindigingsbrief en informeren u over het pensioen dat u bij ons heeft opgebouwd. Dit ziet u op MijnABP. Er staat ook in welke keuzes u voor uw pensioen nog kunt maken.

  • Met pensioen gaan

    U krijgt van ons het formulier ‘Met pensioen gaan’. Dit formulier krijgt u 6 maanden voordat u uw pensioenleeftijd bereikt. Met het formulier vraagt u uw ABP-pensioen bij ons aan.

  • Verlaging van uw pensioen

    Als we uw pensioen moeten verlagen, zal het bestuur u hierover schriftelijk informeren. Zie ook 7.6 Verlagen van uw pensioen.’

Hoofdstuk 14.2 paragraaf 1 Wat is een nettopensioenregeling?

De zin ‘U kunt deelnemen als uw pensioengevend inkomen hoger is dan € 110.111 (2020) en:‘ wordt vervangen door de volgende zin: ‘U kunt deelnemen als uw pensioengevend inkomen hoger is dan € 112.189 (2021) en:’.

Hoofdstuk 14.2 paragraaf 2 Deelname en start

Onder de opsomming onder ‘Risicopakket’ wordt de zin ‘Deze percentages gelden voor het ouderdomspensioen dat u opgebouwd zou hebben met uw pensioengevend inkomen boven het fiscaal maximum als u tot uw 68e geworden in dienst was gebleven.’, wordt vervangen door de volgende zin: ‘Deze percentages gelden voor het ouderdomspensioen dat u opgebouwd zou hebben met uw pensioengevend inkomen boven het fiscaal maximum als u tot de eerste dag van de maand waarin u 68 jaar zou zijn geworden in dienst was gebleven.’

Hoofdstuk 14.2 paragraaf 3 Einde regeling, eerder stoppen of overlijden

Onder ‘Wanneer stopt mijn deelname?’ achter het eerste opsommingsteken wordt het bedrag ‘€ 110.111’ vervangen door ‘€ 112.189’.

Hoofdstuk 14.2 paragraaf 7 Fiscale maximering en afkopen

De zin ‘De nettofactor is met ingang van 1 januari 2020 vastgesteld op 50,5%.’ wordt vervangen door de volgende zin: ‘De nettofactor is met ingang van 1 januari 2021 vastgesteld op 50,5%.

Hoofdstuk 14.3 Andere situaties waarin u bij ons aanvullend pensioen kunt opbouwen

De huidige tekst van hoofdstuk 14.3 wordt vervangen door de volgende tekst:

Wilt u een andere aanvulling op uw pensioen dan ABP ExtraPensioen of Nettopensioen? U kunt vrijwillig aan onze pensioenregeling blijven deelnemen als één van de volgende situaties op u van toepassing is:

  • U werkt niet meer bij een ABP-werkgever.

  • U heeft levensloopverlof en bent u in het tweede jaar van dit verlof.

  • U heeft recht op een militair arbeidsongeschiktheidspensioen, of u heeft recht op een UGM-, ontslag- of werkloosheidsuitkering vanuit een ontslag bij een ABP-werkgever, waarbij u gedeeltelijk pensioen opbouwt.

U kunt voor het deel dat u geen pensioen opbouwt, vrijwillig blijven deelnemen aan onze regeling en aanvullend pensioen opbouwen. Hiervoor betaalt u zelf de premie. U betaalt dan premie voor ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen. U kiest zelf voor welk percentage u wilt deelnemen. Het is mogelijk om voor 25%, 50%, 75% of 100% deel te nemen. Eenmaal per kalenderjaar kunt u uw deelnamepercentage wijzigen.

Hoe lang kunt u aanvullend pensioen opbouwen?

  • Werkt u niet meer bij een ABP-werkgever? En bent u als ondernemer verplicht inkomstenbelasting te betalen (o.a. ZZP’er)? Dan mag u maximaal 10 jaar de pensioenopbouw voortzetten en in alle andere gevallen maximaal 3 jaar nadat u uit dienst bent getreden.

  • Komt u op of na uw AOW-leeftijd bij een ABP-werkgever in dienst? Dan kunt u maximaal tot 5 jaar na uw AOW-leeftijd vrijwillig deelnemen.

  • Heeft u recht op een militair arbeidsongeschiktheidspensioen, of heeft u recht op een UGM-, ontslag- of werkloosheidsuitkering waarbij u gedeeltelijk pensioen opbouwt, dan kunt u zolang u recht heeft op deze uitkeringen vrijwillig blijven deelnemen.

Let op! Wilt u aanvullend pensioen opbouwen? Vraag dat dan binnen 9 maanden bij ons aan nadat zich een van de hiervoor vermelde situaties voordoet.

Bijlage 1 Tabellenboek met voorbeelden

Bijlage 1 paragraaf 1 Eerder of later met pensioen dan de datum waarop u AOW krijgt

De tabellen in paragraaf 1 worden vervangen door de volgende tabellen:

Factoren voor later laten ingaan van opgebouwd pensioen bij een pensioenrekenleeftijd van 65

Leeftijd

60

61

62

63

64

65

66

67

68

69

Factor

0,762

0,802

0,845

0,892

0,944

1,000

1,062

1,129

1,204

1,286

Leeftijd

70

71

72

73

74

75

76

77

   

Factor

1,377

1,478

1,591

1,717

1,860

2,022

2,206

2,418

   

Bij pensioneren op tussenliggende leeftijden bepalen wij uw factor naar verhouding.

Factoren voor eerder of later laten ingaan van opgebouwd pensioen bij een pensioenrekenleeftijd van 67

Leeftijd

60

61

62

63

64

65

66

67

68

69

Factor

0,676

0,711

0,749

0,791

0,836

0,885

0,940

1,000

1,066

1,140

Leeftijd

70

71

72

73

74

75

76

77

   

Factor

1,221

1,311

1,412

1,526

1,653

1,799

1,964

2,154

   

Bij pensioneren op tussenliggende leeftijden bepalen wij uw factor naar verhouding.

Factoren voor eerder laten ingaan van opgebouwd pensioen bij een pensioenrekenleeftijd van 68

Leeftijd

60

61

62

63

64

65

66

67

68

69

Factor

0,635

0,668

0,703

0,742

0,784

0,831

0,882

0,938

1,000

1,069

Leeftijd

70

71

72

73

74

75

76

77

   

Factor

1,145

1,231

1,326

1,433

1,553

1,690

1,847

2,026

   

Bij pensioneren op tussenliggende leeftijden bepalen wij uw factor naar verhouding.

In het ‘Voorbeeld van toepassing van de tabel’ wordt onder ‘Uw ouderdomspensioen na vervroeging:’ de zin ‘Vanaf uw 65e wordt uw ouderdomspensioen 0,826 (2020) van € 1.000 = € 826 per maand.’ vervangen door de volgende zin: ‘Vanaf uw 65e wordt uw ouderdomspensioen 0,831 (2021) van € 1.000 = € 831 per maand.’

Bijlage 1 paragraaf 2 Partnerpensioen ruilen voor extra ouderdomspensioen

De huidige tekst onder ‘Voorbeeld:’ wordt vervangen door de volgende tekst:

‘U gaat op uw 65e met pensioen.

Leeftijd van uw partner is niet van belang.

Uw ouderdomspensioen is op uw 65e € 1.000 per maand.

U heeft een partnerpensioen als u overlijdt na uw 65e van € 700 per maand.

Het partnerpensioen dat u heeft opgebouwd kan u optellen bij uw ouderdomspensioen. We rekenen met een uitruilfactor van 0,193 (zie tabel onder bijlage 3). Uitruilen van € 700 partnerpensioen levert een extra ouderdomspensioen op van € 700 x 0,193 (2021) = € 135,10

Uw ouderdomspensioen wordt:

€ 1000 + € 135,10 = € 1.135,10.

Als u overlijdt ontvangt uw partner geen partnerpensioen.’

Bijlage 1 paragraaf 3 Hoogte van het ouderdomspensioen eerste jaren hoger

Na het voorbeeld in paragraaf 2 ‘Partnerpensioen ruilen voor extra ouderdomspensioen’ wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd, genaamd: ‘3. Hoogte van het ouderdomspensioen eerste jaren hoger’.

In de paragraaf 3 wordt de volgende tabel opgenomen:

Factoren bij in hoogte variëren van ouderdomspensioen

 

Leeftijd vanaf

59

60

61

62

63

64

65

66

67

68

Leeftijd tot

60

0,052

                 

61

0,107

0,053

               

62

0,167

0,110

0,054

             

63

0,232

0,172

0,113

0,056

           

64

0,302

0,239

0,177

0,117

0,058

         

65

0,379

0,312

0,247

0,183

0,121

0,060

       

66

0,462

0,392

0,323

0,256

0,190

0,125

0,062

     

67

0,553

0,479

0,406

0,335

0,265

0,196

0,129

0,064

   

68

0,653

0,575

0,497

0,422

0,348

0,275

0,204

0,134

0,066

 

69

0,763

0,680

0,598

0,518

0,439

0,362

0,286

0,212

0,140

0,069

70

0,885

0,796

0,709

0,624

0,540

0,457

0,377

0,298

0,221

0,145

71

1,020

0,926

0,833

0,741

0,652

0,564

0,478

0,394

0,311

0,231

72

1,171

1,070

0,970

0,873

0,777

0,683

0,591

0,501

0,412

0,326

73

1,339

1,231

1,124

1,020

0,917

0,816

0,717

0,620

0,526

0,433

74

1,529

1,412

1,298

1,185

1,075

0,967

0,860

0,756

0,653

0,553

75

1,743

1,618

1,494

1,373

1,254

1,137

1,022

0,909

0,799

0,690

76

1,987

1,851

1,718

1,587

1,458

1,331

1,206

1,084

0,964

0,847

77

2,266

2,119

1,974

1,831

1,691

1,553

1,418

1,285

1,154

1,026

78

2,587

2,427

2,269

2,114

1,961

1,811

1,663

1,517

1,374

1,234

Onder de tabel wordt het volgende voorbeeld opgenomen:

Voorbeeld van de toepassing van de tabel:

  • Stel uw AOW-leeftijd is 67 jaar.

  • Op uw 63e is uw ouderdomspensioen op uw 68e € 1.000 per maand.

  • U wilt in juli 2020 op uw 63e met pensioen en tot uw AOW-datum een hoger pensioen. U kiest ervoor om € 100 extra voor uw AOW-datum te ontvangen (en heeft dan na u AOW-datum een lager pensioen).

  • We gaan uw pensioen eerst vervroegen en daarna verhogen.

  • Uw vervroegd pensioen wordt dan:

    • - eerst vervroegen we uw pensioen naar uw 63e. Dat is 0,742 (2021) van € 1.000 = € 742 per maand.

  • U wilt uw vervroegde pensioen met € 100 verhogen:

    • - de ruilfactor bij hoog-laag tussen uw 63e en 67e is 0,265 (2021). Voor elke euro die u tussen uw 63e en 67e meer wilt ontvangen, ontvangt u 26,5 eurocent minder vanaf uw 67e.

    • - de € 100 die u tussen uw 63e en 67e meer wilt ontvangen kost u € 100 x 0,265 = € 26,50. Dit gaat af van uw ouderdomspensioen vanaf uw AOW-leeftijd.

    • - Van uw 63e tot uw 67e wordt uw ouderdomspensioen dan € 742 + € 100 = € 842 per maand.

    • - Vanaf uw 67e wordt uw ouderdomspensioen dan levenslang € 742 – € 26,50= € 715,50. Daarnaast ontvangt u dan uw AOW-uitkering.

Het voorbeeld kan ook andersom. Dan kiest u ervoor om na uw AOW een hoger pensioen te ontvangen.

De huidige paragrafen 2, 3, 4 en 5 worden omgenummerd naar respectievelijk paragrafen 3, 4, 5 en 6.

Bijlage 1 paragraaf 4 Afkopen

De eerste drie tabellen in paragraaf 4 worden vervangen door de volgende tabellen:

Afkoopfactoren ouderdomspensioen bij ingang ouderdomspensioen

Leeftijd

OP

OOP

65

17,216

7,333

66

16,659

7,273

67

16,096

7,204

68

15,529

7,127

69

14,956

7,041

70

14,380

6,945

71

13,801

6,839

72

13,220

6,722

73

12,638

6,594

74

12,056

6,456

75

11,477

6,306

Afkoopfactoren nabestaandenpensioen bij ingang ouderdomspensioen

Leeftijd

Volledig kapitaalgedekt PP1

 

PP

65

3,285

66

3,280

67

3,285

68

3,276

69

3,259

70

3,235

71

3,204

72

3,164

73

3,116

74

3,058

75

2,990

X Noot
1

Opgebouwd vanaf 1-1-2018, uitruilbaar, TPP (tijdelijk partnerpensioen ter compensatie loonheffing) n.v.t., PP bevat wezenpensioen

Afkoopfactoren nabestaandenpensioen bij ingang ouderdomspensioen

Leeftijd

Kapitaalgedekt PP65+1

Volledig kapitaalgedekt PP2

 

PP

TPP

PP

TPP

65

3,286

0,044

2,354

0,039

66

3,281

0,030

2,356

0,027

67

3,286

0,017

2,354

0,016

68

3,276

0,006

2,347

0,006

69

3,260

0,001

2,334

0,001

70

3,236

0,000

2,317

0,000

71

3,204

0,000

2,294

0,000

72

3,165

0,000

2,265

0,000

73

3,116

0,000

2,229

0,000

74

3,058

0,000

2,188

0,000

75

2,990

0,000

2,139

0,000

X Noot
1

Opgebouwd tussen 1-7-1999 en 1-1-2018, uitruilbaar, TPP bevat wezenpensioen

X Noot
2

Opgebouwd vóór 1-7-1999, niet uitruilbaar, TPP bevat wezenpensioen

De huidige tekst onder ‘voorbeeld van de toepassing van de tabel:’ wordt vervangen door de volgende tekst:

‘U gaat op uw 65e met pensioen.

U heeft bij ons een jaarlijks ouderdomspensioen vanaf uw 68e van € 300 per jaar. Als u overlijdt is het partnerpensioen 70% x 300 = € 210 per jaar.

We toetsen uw ouderdomspensioen dat u zou krijgen vanaf uw 65e. We moeten uw ouderdomspensioen dus vervroegen van 68 naar 65 jaar. Deze bedraagt dan € 300 x 0,831 (2021) = € 249,30.

Zowel het ouderdomspensioen als het partnerpensioen zijn lager dan de afkoopgrens.

In 2021 geldt op 65 jaar voor uw ouderdomspensioen een afkoopfactor van 17,216. De afkoopfactor van het partnerpensioen opgebouwd vanaf 1-1-2018 is dan 3,285.

U ontvangt van ons (€ 249,30 x 17,216) + (€ 210 x 3,285) = € 4.291,95 + € 689,85 = € 4.981,80.

Op dit bruto bedrag wordt o.a. loonheffing nog ingehouden, dus wat u op uw bankrekening ontvangt is lager.

U ontvangt géén maandelijkse pensioenen meer van ons.’

De vierde tabel in paragraaf 4 wordt vervangen door de volgende tabel:

Afkoopfactoren Partnerpensioen en Partnerpensioen voor ex-partner bij overlijden

Leeftijd

PP

TPP

16

34,767

30,109

17

34,574

29,819

18

34,376

29,522

19

34,174

29,219

20

33,967

28,908

21

33,754

28,590

22

33,536

28,265

23

33,312

27,932

24

33,083

27,591

25

32,847

27,241

26

32,605

26,884

27

32,357

26,518

28

32,102

26,143

29

31,841

25,759

30

31,573

25,366

31

31,298

24,964

32

31,015

24,515

33

30,726

24,044

34

30,429

23,598

35

30,125

23,101

36

29,813

22,593

37

29,494

22,126

38

29,166

21,634

39

28,831

21,085

40

28,487

20,539

41

28,135

19,993

42

27,775

19,403

43

27,407

18,831

44

27,030

18,278

45

26,645

17,661

46

26,252

17,013

47

25,850

16,402

48

25,439

15,722

49

25,020

15,026

50

24,592

14,388

51

24,156

13,715

52

23,710

12,965

53

23,257

12,218

54

22,795

11,474

55

22,324

10,667

56

21,845

9,886

57

21,357

9,061

58

20,861

8,193

59

20,357

7,374

60

19,845

6,458

61

19,325

5,520

62

18,798

4,660

63

18,264

3,765

64

17,722

2,732

65

17,173

1,531

66

16,617

0,452

67

16,056

0,000

68

15,490

0,000

69

14,919

0,000

70

14,344

0,000

71

13,767

0,000

72

13,187

0,000

73

12,606

0,000

74

12,026

0,000

75

11,448

0,000

76

10,874

0,000

77

10,304

0,000

78

9,742

0,000

79

9,188

0,000

80

8,644

0,000

81

8,115

0,000

82

7,600

0,000

83

7,102

0,000

84

6,622

0,000

85

6,162

0,000

86

5,725

0,000

87

5,312

0,000

88

4,923

0,000

89

4,558

0,000

90

4,219

0,000

91

3,904

0,000

92

3,612

0,000

93

3,341

0,000

94

3,091

0,000

95

2,864

0,000

96

2,656

0,000

97

2,467

0,000

98

2,294

0,000

99

2,138

0,000

100

1,997

0,000

101

1,873

0,000

102

1,763

0,000

103

1,665

0,000

104

1,580

0,000

105

1,506

0,000

106

1,446

0,000

107

1,395

0,000

108

1,351

0,000

109

1,313

0,000

110

1,279

0,000

111

1,250

0,000

112

1,225

0,000

113

1,203

0,000

114

1,183

0,000

115

1,164

0,000

116

1,144

0,000

117

1,116

0,000

118

1,068

0,000

119

0,959

0,000

120

0,883

0,000

De vijfde tabel in paragraaf 4 wordt vervangen door de volgende tabel:

Afkoopfactoren wezenpensioen

Leeftijd

Wezenpensioen

0

18,861

1

18,301

2

17,728

3

17,142

4

16,541

5

15,926

6

15,297

7

14,652

8

13,991

9

13,315

10

12,623

11

11,914

12

11,187

13

10,444

14

9,683

15

8,903

16

8,105

17

7,287

18

6,450

19

5,593

20

4,715

21

3,816

22

2,896

23

1,953

24

0,988

25

0,000

In paragraaf 3 onder tabel ‘Afkoopfactoren wezenpensioen’ wordt de tekst ‘Omdat het nabestaandenpensioen onder de afkoopgrens van € 497,27 (2020) ligt, kopen wij het als volgt af:

  • Partnerpensioen: € 280 x 25,641 = € 7.179,48

  • Wezenpensioen: 14% x € 400 x 10,923 = € 611,69’

vervangen door de volgende tekst:

‘Omdat het nabestaandenpensioen onder de afkoopgrens van € 503,24 (2021) ligt, kopen wij het als volgt af:

  • Partnerpensioen: € 280 x 27,407 = € 7.673,96

  • Wezenpensioen: 14% x € 400 x 11,187 = € 626,47’

Bijlage 1 paragraaf 5 Berekening ABP ExtraPensioen

De zin ‘Dan berekenen we de factor als volgt: 9,717 + 9,968 = 19,685.’ wordt vervangen door de volgende zin: ‘Dan berekenen we de factor als volgt: 10,840 + 11,072 = 21,912.’

De zin ’De omzettingsfactor wordt dan 9,8425.’ wordt vervangen door de volgende zin: ‘De omzettingsfactor wordt dan 10,956.’

De tekst ‘Als u uit dienst gaat wordt € 100.000 op dat moment omgezet in ouderdoms- en partnerpensioen

  • uw ouderdomspensioen wordt dan € 100.000/10,743 (2020) = € 9.303,39 per jaar.

  • het partnerpensioen wordt dan 70% van € 9.308,39 = € 6.515,87.’

wordt vervangen door de volgende tekst:

‘Als u uit dienst gaat wordt € 100.000 op dat moment omgezet in ouderdoms- en partnerpensioen

  • uw ouderdomspensioen wordt dan € 100.000/11,797 x (2021) = € 8.476,73 per jaar.

  • het partnerpensioen wordt dan 70% van € 8.476,73 = € 5.933,71 per jaar.

  • het wezenpensioen wordt dan 14% van € 8.476,73 = € 1.186,74 per jaar (per halve wees).’

De tabellen in paragraaf 5 worden vervangen door de volgende tabellen:

Omrekeningsfactoren (2021) die we gebruiken bij het omzetten van opgebouwde waarde in ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen

Leeftijd

Middelloonregeling militairen (AKP)

15

6,148

16

6,289

17

6,428

18

6,571

19

6,717

20

6,867

21

7,021

22

7,177

23

7,338

24

7,505

25

7,672

26

7,841

27

8,012

28

8,188

29

8,370

30

8,554

31

8,743

32

8,936

33

9,132

34

9,330

35

9,535

36

9,743

37

9,951

38

10,168

39

10,390

40

10,613

41

10,840

42

11,072

43

11,311

44

11,549

45

11,797

46

12,047

47

12,300

48

12,561

49

12,826

50

13,095

51

13,371

52

13,652

53

13,938

54

14,231

55

14,530

56

14,835

57

15,152

58

15,476

59

15,809

60

16,148

61

16,499

62

16,859

63

17,229

64

17,616

65

18,018

66

18,426

67

18,849

68

19,294

69

18,671

70

18,057

71

17,518

72

16,965

73

16,397

74

15,813

75

15,218

Omrekeningsfactor die we gebruiken bij het omzetten van opgebouwde waarde in nabestaandenpensioen bij overlijden

Leeftijd

Middelloonregeling militairen

n.v.t.

21,929

De huidige tekst onder ‘U bent in dienst en u spaart bij met het ABP ExtraPensioen en u overlijdt’ wordt vervangen door de volgende tekst:

‘We berekenen de verhoging van het nabestaandenpensioen als volgt:

De som van uw inleg en rendement gedeeld door 21,929. Deze factor is niet afhankelijk van uw leeftijd op het moment dat u overlijdt.

Onder ‘Voorbeeld:’ wordt de zin ‘Het partnerpensioen is: € 54.000/21,580 = € 2.502,32 per jaar, zolang uw partner leeft.’ vervangen door de volgende zin: ‘Het partnerpensioen is: € 54.000/21,929 = € 2.462,49 per jaar, zolang uw partner leeft.’

Onder ‘Voorbeeld’ wordt de zin ‘Per halve wees bedraagt het wezenpensioen: 14/70 x € 2.517,13 =

€ 503,43.’ vervangen door de volgende zin: ‘Per halve wees bedraagt het wezenpensioen: 14/70 x € 2.462,49 = € 492,50.’

Bijlage 1 paragraaf 6 Berekening Nettopensioen

De ‘Bijlage Nettopensioen Lifecycleverloop en beheerkosten’ wordt vervangen door:

Bijlage Nettopensioen Lifecycleverloop en beheerkosten

Horizon

Aandelen Ontwikkelde Markten

Aandelen Opkomende Markten

Vastgoed

Grondstoffen

Bedrijfsobligaties

Staatsobligaties

Indexleningen

Staatsobligaties Lange Looptijden

Beheertarief bruto (jaarbasis)

Kortingspercentage1

Beheertarief netto (jaarbasis)

0

24,00%

8,00%

6,00%

2,00%

10,00%

50,00%

0,00%

0,00%

0,294%

75,95%

0.071%

1

27,00%

9,00%

6,75%

2,25%

10,00%

40,50%

2,25%

2,25%

0,310%

75,95%

0.074%

2

29,40%

9,80%

7,35%

2,45%

10,00%

32,80%

4,10%

4,10%

0,322%

75,95%

0.077%

3

31,80%

10,60%

7,95%

2,65%

10,00%

25,90%

5,55%

5,55%

0,334%

75,95%

0.080%

4

34,20%

11,40%

8,55%

2,85%

10,00%

19,80%

6,60%

6,60%

0,347%

75,95%

0.083%

5

36,00%

12,00%

9,00%

3,00%

10,00%

15,00%

7,50%

7,50%

0,356%

75,95%

0.086%

6

37,80%

12,60%

9,45%

3,15%

10,00%

10,80%

8,10%

8,10%

0,365%

75,95%

0.088%

7

39,60%

13,20%

9,90%

3,30%

10,00%

7,20%

8,40%

8,40%

0,375%

75,95%

0.090%

8

40,80%

13,60%

10,20%

3,40%

10,00%

4,40%

8,80%

8,80%

0,381%

75,95%

0.092%

9

42,00%

14,00%

10,50%

3,50%

10,00%

2,00%

9,00%

9,00%

0,387%

75,95%

0.093%

10

43,20%

14,40%

10,80%

3,60%

10,00%

0,00%

9,00%

9,00%

0,393%

75,95%

0.095%

11

44,40%

14,80%

11,10%

3,70%

10,00%

0,00%

8,00%

8,00%

0,399%

75,95%

0.096%

12

45,60%

15,20%

11,40%

3,80%

10,00%

0,00%

7,00%

7,00%

0,406%

75,95%

0.098%

13

46,20%

15,40%

11,55%

3,85%

10,00%

0,00%

6,50%

6,50%

0,409%

75,95%

0.098%

14

46,80%

15,60%

11,70%

3,90%

10,00%

0,00%

6,00%

6,00%

0,412%

75,95%

0.099%

15

48,00%

16,00%

12,00%

4,00%

10,00%

0,00%

5,00%

5,00%

0,418%

75,95%

0.101%

16

48,60%

16,20%

12,15%

4,05%

10,00%

0,00%

4,50%

4,50%

0,421%

75,95%

0.101%

17

49,20%

16,40%

12,30%

4,10%

10,00%

0,00%

4,00%

4,00%

0,424%

75,95%

0.102%

18

49,80%

16,60%

12,45%

4,15%

10,00%

0,00%

3,50%

3,50%

0,427%

75,95%

0.103%

19

49,80%

16,60%

12,45%

4,15%

10,00%

0,00%

3,50%

3,50%

0,427%

75,95%

0.103%

20

50,40%

16,80%

12,60%

4,20%

10,00%

0,00%

3,00%

3,00%

0,430%

75,95%

0.104%

21

51,00%

17,00%

12,75%

4,25%

10,00%

0,00%

2,50%

2,50%

0,434%

75,95%

0.104%

22

51,00%

17,00%

12,75%

4,25%

10,00%

0,00%

2,50%

2,50%

0,434%

75,95%

0.104%

23

51,60%

17,20%

12,90%

4,30%

10,00%

0,00%

2,00%

2,00%

0,437%

75,95%

0.105%

24

51,60%

17,20%

12,90%

4,30%

10,00%

0,00%

2,00%

2,00%

0,437%

75,95%

0.105%

25

52,20%

17,40%

13,05%

4,35%

10,00%

0,00%

1,50%

1,50%

0,440%

75,95%

0.106%

26

52,20%

17,40%

13,05%

4,35%

10,00%

0,00%

1,50%

1,50%

0,440%

75,95%

0.106%

27

52,80%

17,60%

13,20%

4,40%

10,00%

0,00%

1,00%

1,00%

0,443%

75,95%

0.106%

28

52,80%

17,60%

13,20%

4,40%

10,00%

0,00%

1,00%

1,00%

0,443%

75,95%

0.106%

29

52,80%

17,60%

13,20%

4,40%

10,00%

0,00%

1,00%

1,00%

0,443%

75,95%

0.106%

30

52,80%

17,60%

13,20%

4,40%

10,00%

0,00%

1,00%

1,00%

0,443%

75,95%

0.106%

31

53,40%

17,80%

13,35%

4,45%

10,00%

0,00%

0,50%

0,50%

0,446%

75,95%

0.107%

32

53,40%

17,80%

13,35%

4,45%

10,00%

0,00%

0,50%

0,50%

0,446%

75,95%

0.107%

33

53,40%

17,80%

13,35%

4,45%

10,00%

0,00%

0,50%

0,50%

0,446%

75,95%

0.107%

34

53,40%

17,80%

13,35%

4,45%

10,00%

0,00%

0,50%

0,50%

0,446%

75,95%

0.107%

35

53,40%

17,80%

13,35%

4,45%

10,00%

0,00%

0,50%

0,50%

0,446%

75,95%

0.107%

>35

54,00%

18,00%

13,50%

4,50%

10,00%

0,00%

0,00%

0,00%

0,449%

75,95%

0.108%

X Noot
1

ABP ontvangt een korting op de beheertarieven afhankelijk van onder meer de ontwikkeling van het belegd vermogen. De korting over een maand wordt na afloop van die maand vastgesteld. Op de beheerkosten voor de belegging van het nettopensioenkapitaal wordt dezelfde korting toegepast (netto beheertarief). In bovenstaand schema is een verwacht kortingspercentage voor 2021 opgenomen, dat berekend is op basis van de beleggingsmix van september 2020 en het daarbij horend belegd vermogen van € 463,2 miljard. Bij de daadwerkelijke aftrek van de netto beheertarieven op het pensioenkapitaal in een maand wordt rekening gehouden met het kortingspercentage over die maand.

Aanwendfactoren omzetting verworven kapitaal bij einde deelneming en pensionering (peil 1 januari 2021).

Leeftijd

Factor

Leeftijd

Factor

Leeftijd

Factor

Leeftijd

Factor

21

17,011

36

21,264

51

24,864

66

25,91

22

17,278

37

21,553

52

25,001

67

26,208

23

17,555

38

21,844

53

25,133

68

26,583

24

17,837

39

22,124

54

25,260

69

26,964

25

18,116

40

22,394

55

25,360

70

27,356

26

18,393

41

22,664

56

25,465

71

27,764

27

18,673

42

22,926

57

25,557

72

28,189

28

18,959

43

23,188

58

25,632

   

29

19,25

44

23,447

59

25,721

   

30

19,544

45

23,687

60

25,769

   

31

19,838

46

23,91

61

25,805

   

32

20,128

47

24,134

62

25,865

   

33

20,408

48

24,326

63

25,910

   

34

20,697

49

24,504

64

25,908

   

35

20,982

50

24,694

65

25,845

   

Aanwendfactoren omzetting verworven kapitaal bij overlijden.

Leeftijd

Aanwending

21

62,443

22

61,915

23

61,402

24

60,948

25

60,559

26

60,261

27

60,084

28

59,963

29

59,895

30

59,836

31

59,795

32

59,802

33

59,723

34

59,612

35

59,409

36

59,057

37

58,746

38

58,346

39

57,711

40

57,101

41

56,432

42

55,497

43

54,423

44

53,260

45

52,212

46

51,135

47

49,806

48

48,394

49

47,136

50

45,857

51

44,391

52

43,113

53

41,846

54

40,432

55

39,187

56

38,069

57

36,861

58

35,682

59

34,598

60

33,523

61

32,470

62

31,437

63

30,426

64

29,425

65

28,420

66

27,414

67

26,406

68

25,398

69

24,390

70

23,385

71

22,383

72

21,387

73

20,395

74

19,412

75

18,445

76

17,495

77

16,561

78

15,642

79

14,741

80

13,859

81

12,998

82

12,160

83

11,347

84

10,563

85

9,812

86

9,093

87

8,408

88

7,757

89

7,145

90

6,571

91

6,036

92

5,539

93

5,080

94

4,659

95

4,271

96

3,915

97

3,591

98

3,298

99

3,033

100

2,796

Ruilfactoren ouderdomspensioen naar partnerpensioen en andersom

Uitruil

Factor

Toelichting

Van PP2018 naar OP68

0,232

Uitruil van 1 euro PP2018 leidt tot een verhoging van het OP op 68 jaar met 0,232 euro

Van OP 68 naar PP2018

0,320

Uitruil van 1 euro PP2018 leidt tot een verlaging van het OP op 68 jaar met 0,320 euro

De ‘Bijlage Nettopensioen risicopremie nabestaandenpensioen’ wordt vervangen door:

Bijlage Nettopensioen risicopremie nabestaandenpensioen

De risicopremie voor het risico gedekt nabestaandenpensioen.

Om de premie voor het risico gedekt nabestaandenpensioen vast te stellen gaan we uit van de factor bij de leeftijd van de deelnemer in de kolom sterftekans. Deze vermenigvuldigen we met het risicokapitaal. Het risicokapitaal is het verschil tussen de factor bij leeftijd partner in kolom aanwending maal fiscaal maximaal partnerpensioen en het al gespaarde kapitaal.

Leeftijd

Sterftekans

Aanwending

21

0,0001

62,443

22

0,0001

61,915

23

0,0001

61,402

24

0,0001

60,948

25

0,0001

60,559

26

0,0001

60,261

27

0,0001

60,084

28

0,0001

59,963

29

0,0001

59,895

30

0,0002

59,836

31

0,0002

59,795

32

0,0002

59,802

33

0,0002

59,723

34

0,0002

59,612

35

0,0002

59,409

36

0,0002

59,057

37

0,0002

58,746

38

0,0003

58,346

39

0,0003

57,711

40

0,0003

57,101

41

0,0003

56,432

42

0,0004

55,497

43

0,0004

54,423

44

0,0004

53,26

45

0,0005

52,212

46

0,0005

51,135

47

0,0006

49,806

48

0,0007

48,394

49

0,0007

47,136

50

0,0008

45,857

51

0,0009

44,391

52

0,001

43,113

53

0,0012

41,846

54

0,0013

40,432

55

0,0015

39,187

56

0,0017

38,069

57

0,0019

36,861

58

0,0021

35,682

59

0,0024

34,598

60

0,0027

33,523

61

0,0030

32,470

62

0,0034

31,437

63

0,0038

30,426

64

0,0042

29,425

65

0,0048

28,420

66

0,0054

27,414

67

0,0061

26,406

68

0,0069

25,398

69

0,0078

24,390

70

0,0088

23,385

71

0,0100

22,383

72

0,0114

21,387

73

n.v.t.

20,395

74

n.v.t.

19,412

75

n.v.t.

18,445

76

n.v.t.

17,495

77

n.v.t.

16,561

78

n.v.t.

15,642

79

n.v.t.

14,741

80

n.v.t.

13,859

81

n.v.t.

12,998

82

n.v.t.

12,160

83

n.v.t.

11,347

84

n.v.t.

10,563

85

n.v.t.

9,812

86

n.v.t.

9,093

87

n.v.t.

8,408

88

n.v.t.

7,757

89

n.v.t.

7,145

90

n.v.t.

6,571

91

n.v.t.

6,036

92

n.v.t.

5,539

93

n.v.t.

5,080

94

n.v.t.

4,659

95

n.v.t.

4,271

96

n.v.t.

3,915

97

n.v.t.

3,591

98

n.v.t.

3,298

99

n.v.t.

3,033

100

n.v.t.

2,796

De ‘Bijlage nettopensioen risicopremie arbeidsongeschiktheid’ wordt vervangen door:

Bijlage nettopensioen risicopremie arbeidsongeschiktheid

De risicopremie voor premievrije voortzetting bij arbeidsongeschiktheid

De risicopremie voor premievrije voortzetting van de deelneming bij arbeidsongeschiktheid in de zin van de WIA. De risicopremie is gelijk aan onderstaand percentage vermenigvuldigd met ofwel de premie volgens de premiestaffel (bij opbouw- of totaalpakket) ofwel de risicopremie voor nabestaandenpensioen (bij alleen risicopakket).

Leeftijdsklasse

Opslag

15 t/m 19

0,0

20 t/m 24

0,8

25 t/m 29

1,6

30 t/m 34

2,3

35 t/m 39

1,9

40 t/m 44

1,2

45 t/m 49

0,7

50 t/m 54

0,5

55 t/m 59

0,4

60 t/m 64

0,2

65 t/m 67

0,0

Bijlage 2 Begrippenlijst

Bij het begrip ‘Dagloon’ wordt het bedrag ‘€ 219,28’ vervangen door het bedrag ‘€ 223,40’.

Bijlage 3 Bedragen en percentages

De huidige tabel ‘bedragen en percentages’ in bijlage 3 wordt vervangen door de volgende tabel:

 

Omschrijving

Datum

01-01-2021

6.5

Maxima

Aftoppingsgrens pensioengevend inkomen

€ 112.189

7.1.2

Franchise

Franchise premiegrondslag OP/NP

€ 13.150

(u heeft geen UGM-uitkering op 1-1-2019)

€ 20.500

(u heeft een UGM-uitkering op 1-1-2019)

6.6

Premie

Premie OP/NP

23,8%

7.1.2

De franchise en opbouwpercentage

Franchise opbouw OP

€ 14.550

(bij opbouwpercentage 1,875%; inkomen gelijk of hoger dan € 43.322,41)

     

€ 13.150

(bij opbouwpercentage 1,788%; inkomen tot € 43.222,41)

€ 20.500

(bij opbouwpercentage 1,875%; u heeft een UGM-uitkering op 1-1-2019 )

5.1.3

U wilt meer ouderdomspensioen

Ruilvoet omzetten PP65+ naar OP op 65 jaar

0,185

Uitruil van 1 euro PP65+ leidt tot een verhoging van het OP op 65 jaar met 0,185 euro

Ruilvoet omzetten PP65+ naar OP op 67 jaar

0,209

Uitruil van 1 euro PP65+ leidt tot een verhoging van het OP op 67 jaar met 0,209 euro

Ruilvoet omzetten PP65+ naar OP op 68 jaar

0,223

Uitruil van 1 euro PP65+ leidt tot een verhoging van het OP op 68 jaar met 0,223 euro

Ruilvoet omzetten PP2018 naar OP op 65 jaar

0,193

Uitruil van 1 euro PP2018 leidt tot verhoging van het OP op 65 jaar met 0,193 euro

Ruilvoet omzetten PP2018 naar OP op 67 jaar

0,218

Uitruil van 1 euro PP2018 leidt tot verhoging van het OP op 67 jaar met 0,218 euro

Ruilvoet omzetten PP2018 naar OP op 68 jaar

0,232

Uitruil van 1 euro PP2018 leidt tot verhoging van het OP op 68 jaar met 0,232 euro

Overgangbepaling A bij art 17.6.9a PR, zoals dat luidde op 31-12-2018

 

Ruilvoet omzetten OP65 naar PP65+

0,260

Uitruil van 1 euro PP65+ leidt tot verlaging van het OP vanaf 65 jaar met 0,260 euro

Ruilvoet omzetten OP65 naar PP2018

0,266

Uitruil van 1 euro PP2018 leidt tot verlaging van het OP vanaf 65 jaar met 0,266 euro

Ruilvoet omzetten OP67 naar PP65+

0,294

Uitruil van 1 euro PP65+ leidt tot verlaging van het OP vanaf 67 jaar met 0,294 euro

Ruilvoet omzetten OP67 naar PP2018

0,300

Uitruil van 1 euro PP2018 leidt tot verlaging van het OP vanaf 67 jaar met 0,300 euro

Ruilvoet omzetten OP68 naar PP65+

0,313

Uitruil van 1 euro PP65+ leidt tot verlaging van het OP vanaf 68 jaar met 0,313 euro

Ruilvoet omzetten OP68 naar PP2018

0,320

Uitruil van 1 euro PP2018 leidt tot verlaging van het OP vanaf 68 jaar met 0,320 euro

Hoofdstuk 17 PR, zoals dat luidde op 31-12-2018Overgangsbepaling:

 

Maximum compensatie premiebetaling over nabestaandenpensioen

 

A13 bij par. 7

   

€ 7.155,97

B12 bij par. 7

   

€ 7.155,97

bij art. 17.9.5

   

€ 7.155,97

13

ABP ExtraPensioen

Vast rendement

Kosten

0,0% per maand

0,04% per maand (afgerond)

De huidige tabel onder ‘Uitruilfactoren ouderdomspensioen in kapitaalgedekt partnerpensioen PP65- bij eindigen deelneming (Hoofdstuk 17 artikel 17.6.9b)’ wordt vervangen door de volgende tabel:

 

van OP68

van OP67

van OP65

Leeftijd

naar PP65-

naar PP65-

naar PP65-

15

0,0673

0,0639

0,0576

16

0,0680

0,0645

0,0581

17

0,0687

0,0651

0,0586

18

0,0693

0,0656

0,0591

19

0,0698

0,0661

0,0595

20

0,0702

0,0665

0,0599

21

0,0706

0,0669

0,0602

22

0,0710

0,0672

0,0605

23

0,0713

0,0675

0,0608

24

0,0716

0,0678

0,0610

25

0,0720

0,0681

0,0613

26

0,0723

0,0684

0,0615

27

0,0727

0,0688

0,0618

28

0,0730

0,0691

0,0621

29

0,0733

0,0694

0,0623

30

0,0736

0,0696

0,0625

31

0,0739

0,0699

0,0628

32

0,0741

0,0701

0,0629

33

0,0743

0,0703

0,0631

34

0,0745

0,0704

0,0632

35

0,0747

0,0706

0,0633

36

0,0748

0,0706

0,0634

37

0,0748

0,0707

0,0634

38

0,0748

0,0707

0,0633

39

0,0747

0,0706

0,0632

40

0,0746

0,0704

0,0631

41

0,0743

0,0702

0,0628

42

0,0739

0,0698

0,0625

43

0,0734

0,0693

0,0620

44

0,0728

0,0687

0,0615

45

0,0720

0,0679

0,0608

46

0,0711

0,0670

0,0599

47

0,0699

0,0660

0,0589

48

0,0686

0,0647

0,0578

49

0,0671

0,0632

0,0565

50

0,0653

0,0616

0,0550

51

0,0634

0,0597

0,0533

52

0,0611

0,0576

0,0514

53

0,0586

0,0552

0,0492

54

0,0558

0,0525

0,0468

55

0,0527

0,0496

0,0442

56

0,0492

0,0463

0,0412

57

0,0454

0,0427

0,0380

58

0,0412

0,0388

0,0345

59

0,0366

0,0345

0,0306

60

0,0317

0,0298

0,0265

61

0,0263

0,0247

0,0219

62

0,0204

0,0192

0,0170

63

0,0141

0,0132

0,0117

64

0,0073

0,0068

0,0060

Bijlage 4 Bestanddelen pensioengevend inkomen

In de tabel wordt een de volgende nieuwe regel toegevoegd onder ‘Besch overbruggingstoelage’:

EENMALIGE UITKERING

SALARIS

VARIABEL

100%

Naar boven