Verkeersbesluit te water DPC watervergunning 3 schepen, Rijkswaterstaat

Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

De aanlegsteiger aan de rechteroever van de rivier de Lek tussen km 984,440 en km 984,550 als ligplaats aan te duiden over een afstand van 110 meter en een breedte van 25 meter, voor maximaal zeven aaneengesloten dagen.

Overwegingen en vereisten van besluit:

  • Ingevolge artikel 9.13, eerste lid, van het Rijnvaartpolitiereglement mag een schip, een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting tussen het Pannerdensch Kanaal, de Neder-Rijn en de Lek tussen km 867,46 en km 989,20, met inbegrip van de aangrenzende wateroppervlakten voor zover dit Rijkswateren zijn, geen ligplaats nemen.

  • Ingevolge artikel 7.02 tweede lid en artikel 9.13 tweede lid, van het Rijnvaartpolitiereglement is op de bovenstaande waterwegen, de aangrenzende wateroppervlakten en in de havens het ligplaats nemen op de daartoe aangeduide ligplaatsen toegestaan.

  • Ingevolge artikel 2 van de Waterwet, de kaarten bij de Waterregeling en artikel 1, vierde lid, van de Scheepvaartverkeerswet is de Lek een scheepvaartweg in beheer bij het Rijk. Kaartblad 58 van de Waterregeling betreft het gebied tussen km 984,440 en 984,550.

  • Op grond van artikel 3 van de Scheepvaartverkeerswet kunnen verkeerstekens aangebracht en verwijderd worden in het belang van het verzekeren van de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer en het in standhouden van scheepvaartwegen en het waarborgen van de veiligheid daarvan.

  • Op grond van artikel 5, 6 en 8 van de Scheepvaartverkeerswet en artikel 5 van het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer, moet het bevoegd gezag een verkeersbesluit nemen voor het aanbrengen of verwijderen van een verkeersteken dat een gebod of een verbod aan geeft dan wel opheft, zoals opgenomen in bijlage 7 van het Rijnvaartpolitiereglement.

  • Op grond van artikel 2, eerste lid, onder sub a1, van de Scheepvaartverkeerswet ben ik bevoegd dit besluit te nemen.

Procedure

Door mij is geen voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht gevolgd. Ik ben er in redelijkheid vanuit gegaan dat belanghebbenden door het nemen van dit verkeersbesluit niet in hun rechten worden geschaad.

Belangenafweging en motivering

Aan de rechteroever op de rivier de Lek tussen km 984.440 en km 984.550 is een aanlegsteiger aanwezig waaraan regelmatig binnenvaartschepen afgemeerd worden. De ligplaats is aangeduid bij besluit van 20 april 1995/AVS nr. 2/1995 Rijkswaterstaat/Dir. Zuid-Holland.

In onderhavig besluit breng ik een wijziging aan in de lengte en breedte waarover kan worden afgemeerd.

De kosten voor het aanschaffen, plaatsen en onderhouden van de verkeerborden komen voor rekening van de gemeente, conform het bepaalde in artikel 14, lid 1 van de Scheepvaartverkeerswet.

Besluit:

Op grond van vorenstaande overwegingen besluit ik dat aan de aanlegsteiger aan de rechteroever van de rivier de Lek, tussen km 984,440 en km 984,550 in de gemeente Krimpenerwaard het ligplaats nemen is toegestaan over een lengte van 110 meter en een breedte van 25 meter vanaf de steiger, gedurende maximaal 7 aaneengesloten dagen.

Het verbod ligplaats te nemen wordt opgeheven door plaatsing van het verkeersteken E.5.1 van bijlage 7, afdeling I, van het Rijnvaartpolitiereglement, dat het cijfer 25 vermeldt. Het bord met de pijl die de lengte aangeeft waarlangs ligplaats kan worden genomen van bijlage 7, afdeling II, onder 2a, van het Rijnvaartpolitiereglement, vermeldt het cijfer 110. Op het onderbord staat vermeld ‘maximaal 7 aaneengesloten dagen’.

Het besluit van 20 april 1995/AVS nr. 2/1995 Rijkswaterstaat/Dir. Zuid-Holland, wordt met dit besluit ingetrokken.

Dit besluit treedt in werking op de eerstvolgende dag, na plaatsing in de Staatscourant.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, namens deze, hoofd Vergunningverlening Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid, N.C. Knaap

Bezwaar

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunt u tegen dit besluit schriftelijk bezwaar maken binnen zes weken na de dag waarop het is bekendgemaakt. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, p/a de Hoofdingenieur-Directeur van Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid, t.a.v. de afdeling Werkenpakket, Postbus 2232, 3500 GE, Utrecht.

Naar boven