Aanwijzing van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 14 december 2020, kenmerk 1713813-207587-PZo, op grond van artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg, inzake bekostigingsexperiment vermindering administratieve lasten tijdschrijven ggz/fz;

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en voor zover het forensische zorg betreft handelende in overeenstemming met de minister voor Rechtsbescherming;

Gelet op artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg;

Na op 9 juni 2020 schriftelijk mededeling te hebben gedaan aan de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken II 2019-2020, 29 515, nr. 445) als bedoeld in artikel 8 van de Wet marktordening gezondheidszorg;

Gezien de afspraken in het Bestuurlijk akkoord geestelijke gezondheidszorg (GGZ) 2019 t/m 2022 en de Meerjarenovereenkomst Forensische Zorg 2018-2021 over de vermindering van regeldruk;

Gelet op het verslag schriftelijk overleg van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 26 oktober 2020 (Kamerstukken II 2020-2021, 29 515, nr. 450);

Besluit:

Artikel 1 Definities

In deze aanwijzing wordt verstaan onder:

Beroepentabel:

tabel waarin beroepsgroepen zijn opgenomen van zorgaanbieders die bevoegd en bekwaam zijn om een rol te vervullen in de behandeling van patiënten in de ggz en fz;

directe tijd:

tijd waarin de zorgaanbieder direct contact heeft met de patiënt of diens naasten;

forensische zorg:

forensische zorg als omschreven bij of krachtens artikel 1.1., tweede lid, van de Wet forensische zorg (Wfz);

gespecialiseerde ggz:

geneeskundige geestelijke gezondheidszorg (ggz) als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet (Zvw), niet zijnde generalistische basis-ggz;

indirecte tijd:

tijd waarin de zorgaanbieder geen direct contact heeft met de patiënt of diens naasten;

wet:

Wet marktordening gezondheidszorg;

zorgautoriteit:

de Nederlandse Zorgautoriteit, genoemd in artikel 3 van de wet.

Artikel 2 Werkingssfeer

Deze aanwijzing is van toepassing op:

  • gespecialiseerde ggz;

  • forensische zorg.

Artikel 3 opdracht

De zorgautoriteit voorziet op zo kort mogelijke termijn in een experiment vermindering administratieve lasten tijdschrijven ggz/fz.

Artikel 4 Uitgangspunten experiment

De zorgautoriteit neemt bij de vaststelling van de regelgeving voor het experiment als bedoeld in artikel 3 de volgende uitgangspunten in acht:

  • a. Doel van het experiment is om administratieve lasten te reduceren.

  • b. Op grond van dit experiment krijgen zorgverzekeraars en zorgaanbieders de mogelijkheid om op basis van een overeenkomst aanvullende afspraken te maken over het niet registreren van algemeen indirecte tijd en indirect patiëntgebonden tijd en op dit punt af te wijken van de daarvoor geldende reguliere registratievoorwaarden.

  • c. De algemeen indirecte tijd en indirect patiëntgebonden tijd worden meegenomen als opslag op de direct patiëntgebonden tijd. Deze opslag wordt door de zorgaanbieder en zorgverzekeraar in samenspraak bepaald en gedifferentieerd naar beroepsbeoefenaar zoals opgenomen in de beroepentabel.

  • d. Het multidisciplinair overleg en de indirect patiëntgebonden reistijd in de gespecialiseerde ggz dienen separaat geregistreerd te worden en mogen door de zorgverzekeraar en zorgaanbieder niet meegerekend worden in de bepaling van de opslag.

  • e. De zorgautoriteit neemt in haar voorwaarden op dat dubbele bekostiging niet is toegestaan.

  • f. Personen aan wie zorg wordt verleend in het kader van gespecialiseerde ggz en forensische zorg, komen door het experiment niet in een nadeliger positie te verkeren, dan wanneer het experiment niet zou plaatsvinden.

Artikel 5 Macrobudgettair kader

Het macrobudgettair kader voor de geneeskundige ggz (28 november 2013, Stcrt. 2013, nr. 34324) is van toepassing voor zover het experiment ziet op gespecialiseerde ggz. Voor de forensische zorg vindt het experiment plaats binnen het macrobudgettair kader voor de forensische zorg.

Artikel 6 Evaluatie experiment

De zorgautoriteit evalueert de effecten van het experiment.

Van deze aanwijzing wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, P. Blokhuis

TOELICHTING

Algemeen

Met deze aanwijzing geef ik de Nederlandse Zorgautoriteit (zorgautoriteit) opdracht om op grond van artikel 58 van de Wet marktordening gezondheidszorg (wet) in haar regelgeving de mogelijkheid van een experiment op te nemen voor het verminderen van administratieve lasten ten aanzien van de registratie van indirecte tijd binnen de gespecialiseerde ggz en de forensische zorg.

Artikelsgewijs

Artikel 2

Binnen de gespecialiseerde ggz en de forensische zorg moet bij het registeren van patiëntgebonden activiteiten en verrichtingen worden aangegeven of het gaat om directe of indirecte tijd. In een codelijst staat per activiteit of verrichting weergegeven welke vormen van tijd geregistreerd moeten worden als zij plaatsvinden. Dit brengt veel administratieve lasten met zich mee voor de aanbieder. Het anders vormgeven van de registratie van indirecte tijd kan bijdragen aan vermindering van regeldruk. De generalistische basis ggz valt buiten de reikwijdte van dit experiment.

Artikel 4

Zoals hiervoor is omschreven wordt per patiëntgebonden activiteit of verrichting directe of indirecte tijd geschreven. De zorgautoriteit heeft in de Regeling met betrekking tot de gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg1 en forensische zorg2 de mogelijkheid gecreëerd dat een zorgaanbieder een eigen invulling geeft aan het registeren van de werkelijk bestede tijd en is het toegestaan om standaardtijden of normtijden per activiteit vast te stellen. Met het experiment wordt het nu ook mogelijk gemaakt om de indirecte tijd van verschillende activiteiten en verrichtingen gezamenlijk te verwerken in een opslag op de direct patiëntgebonden tijd. Er wordt gedifferentieerd naar beroepsbeoefenaar zoals opgenomen in de beroepentabel. Aan de D(B)BC systematiek verandert niets.

Wanneer zorgaanbieder en zorgverzekeraar ervoor kiezen om bepaalde indirecte activiteiten wel te registeren, dan worden deze activiteiten niet meegenomen in de opslag en worden deze activiteiten geregistreerd met de aparte reguliere activiteitencode.

Artikel 5

In de forensische zorg zal waar nodig extra inzet en ondersteuning vanuit de Taskforce Kwaliteit en Veiligheid forensische zorg plaatsvinden.

Artikel 6

Tijdens de looptijd van het experiment inventariseert de NZa in elk geval hoeveel en welke ggz-zorgaanbieders met een verzekeraar een afspraak hebben gemaakt om aan het experiment deel te nemen. Daarnaast rapporteert de NZa in elk geval in hoeverre de werkwijze binnen het experiment tot een verlaging van de (ervaren) administratieve lasten leidt.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, P. Blokhuis


X Noot
1

NR/REG-2021, paragraaf 5.1.4.

X Noot
2

NR/REG-2022a, paragraaf 3.1.4.

Naar boven