Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatscourant 2020, 66366Besluiten van algemene strekking

Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 11 december 2020, kenmerk 1793063-215168-WJZ, houdende aanwijzing van ambtenaren voor de uitoefening van het toezicht op de naleving van hoofdstuk Va van de Wet publieke gezondheid in verband met de bestrijding van de epidemie van covid-19

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming met de Minister van Justitie en Veiligheid;

Gelet op artikel 64a van de Wet publieke gezondheid;

Besluit:

Artikel 1

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk Va van de Wet publieke gezondheid, met uitzondering van de artikelen 58q en 58r, zijn voorts belast:

  • a. de personen die als gemeentelijk ambtenaar zijn aangesteld en belast zijn met het toezicht op de naleving van in de gemeente van toepassing zijnde algemeen verbindende voorschriften, en

  • b. de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

TOELICHTING

De Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (Stb. 2020, 441), welke in werking is getreden met ingang van 1 december 2020, voegt in de Wet publieke gezondheid (Wpg) tijdelijk een nieuw hoofdstuk Va in, getiteld ‘Tijdelijke bepalingen bestrijding epidemie covid-19’ (waaronder artikel 64a Wpg). Ingevolge artikel 64a Wpg kan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, onverminderd artikel 64 Wpg, ambtenaren aanwijzen die belast zijn met het toezicht op de naleving van hoofdstuk Va Wpg, met uitzondering van de artikelen 58q en 58r. Dit besluit strekt tot aanwijzing van twee categorieën ambtenaren (gemeentelijk ambtenaren en ambtenaren van politie) die op grond van artikel 64a eveneens belast worden met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens hoofdstuk Va Wpg bepaalde. Deze aanwijzing geschiedt overeenkomstig artikel 64a Wpg in overeenstemming met de minister van Justitie en Veiligheid, aangezien de ambtenaren van politie (artikel 1, onder b) onder hem ressorteren.

De in artikel 1 van dit besluit aangewezen ambtenaren waren vóór inwerkingtreding van de Twm belast met het toezicht op de naleving van de door de voorzitters van de veiligheidsregio’s vastgestelde noodverordeningen ter bestrijding van de epidemie van covid-19. Hun taak op dit vlak wordt met dit besluit derhalve gecontinueerd. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat tot de categorie, bedoeld in artikel 1, onder a, van dit besluit ook behoren de ambtenaren die zijn aangesteld bij een gemeenschappelijke regeling waar een bestuursorgaan van een gemeente aan deelneemt.

Dit besluit laat onverlet dat de in artikel 64 van de Wpg aangewezen toezichthouders (de IGJ en NVWA) eveneens belast zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk Va van de Wpg. Voorts bepaalt artikel 58q, tweede lid, Wpg dat de ambtenaren van de inspectie van het onderwijs die belast zijn met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens een onderwijswet bepaalde, tevens belast zijn met het toezicht op de naleving van artikel 58q, eerste lid Wpg. Verder volgt uit de reikwijdte van artikel 3 van de Arbeidsomstandighedenwet (veilige en gezonde arbeidsomstandigheden) dat op grond van artikel 24, eerste lid, van die wet aangewezen toezichthouders (met name ambtenaren van de Inspectie SZW) in het kader van het toezicht op de naleving van die wetten, tevens bevoegd zijn toezicht te houden op de naleving van de normen uit hoofdstuk Va Wpg op de arbeidsplaats, met hantering van het reguliere instrumentarium van de wet- en regelgeving over arbeidsomstandigheden.

De in hoofdstuk Va Wpg opgenomen bepalingen ter bestrijding van de epidemie van covid-19 zijn tijdelijk van aard. Dit besluit vervalt dan ook van rechtswege wanneer artikel 64a Wpg vervalt.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge