Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
BeekdaelenStaatscourant 2020, 64143Instelling gemeenschappelijke regelingen



Instellingsbesluit van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Beekdaelen, Simpelveld en Voerendaal houdende regels omtrent het instellen van de gemeenschappelijke regeling Kompas (Gemeenschappelijke regeling van Kompas, Gemeentelijk collectief voor werk, inkomen & zorg)

Logo Beekdaelen

HOOFDSTUK 1: ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1: Begripsomschrijvingen

Deze regeling verstaat onder:

  • a)

    Kompas: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2.

  • b)

    Gemeente(n): de bij de regeling aangesloten gemeenten Beekdaelen, Simpelveld en Voerendaal.

  • c)

    Gemeentebesturen: de raden en de colleges van burgemeester en wethouders, ieder voor zover zij bevoegd zijn.

  • d)

    Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg.

Artikel 2: Openbaar lichaam

  • 1.

    Er is een openbaar lichaam, als bedoeld in artikel 8, lid 1, Wet gemeenschappelijke regelingen: Kompas, Gemeentelijk collectief voor werk, inkomen & zorg.

    Het openbaar lichaam is gevestigd in één van de aangesloten gemeenten.

  • 2.

    Het rechtsgebied van Kompas omvat:

    • -

      per 1 januari 2019 het grondgebied van de gemeenten Voerendaal en Simpelveld alsmede van de gemeente Beekdaelen het grondgebied van de voormalige gemeente Nuth;

    • -

      per 1 januari 2021 het grondgebied van de gemeenten Voerendaal en Simpelveld alsmede van de gemeente Beekdaelen het grondgebied van de voormalige gemeenten Nuth en Schinnen;

    • -

      per 1 januari 2022 het grondgebied van de gemeenten Voerendaal en Simpelveld alsmede van de gemeente Beekdaelen het grondgebied van de voormalige gemeenten Nuth, Schinnen en Onderbanken.

Artikel 3: Bestuursorganen

Kompas kent de volgende bestuursorganen: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

HOOFDSTUK 2: BELANG, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN

Artikel 4: Belang

Kompas voert de taken, genoemd onder artikel 5 van deze regeling, uit voor de gemeenten die onder artikel 1 sub b staan vermeld.

Artikel 5: Taken en bevoegdheden

  • 1.

    Ter verwezenlijking van de in artikel 4 genoemde gemeenschappelijke belangen is door de gemeenten aan Kompas opgedragen de volledige verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de taken en bevoegdheden op grond van en krachtens de na te melden wetten en regelingen.

    • A.

      De Participatiewet, de Invoeringswet Participatiewet en andere sociale zekerheids-wetten waarvan de uitvoering aan gemeenten, al dan niet in medebewind, is opgedragen, voor zover de uitvoering daarvan niet reeds is ondergebracht bij andere organisaties;

    • B.

      Het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (voor zover nog van toepassing), de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), de Wet schuldhulpverlening, de Wet inburgering (Wi);

    • C.

      De uitvoering van de algemene maatregelen van bestuur, uitvoeringsregelingen van de genoemde wetten en andere taken op het gebied van sociale zekerheid, voortvloeiende uit gemeentelijke, zowel autonome als in medebewind tot stand gekomen, verordeningen, alsmede beleidsplannen in het kader van het gemeentelijke minimabeleid.

    • D.

      Kompas is bij de uitvoering van deze taken gebonden aan het door het algemeen bestuur ingevolge artikel 20 vastgestelde uitvoeringsplan.

  • 2.

    De taken onder lid 1 vermeld vormen het basispakket

  • 3.

    De gemeenten kunnen Kompas belasten met de uitvoering van andere taken, waartoe de opdracht door de aangesloten gemeenten mogelijk is.

  • 4.

    Kompas verleent alleen diensten aan gemeenten en andere organisaties buiten het in artikel 2 lid 2 genoemde rechtsgebied als het algemeen bestuur hiermee instemt. De diensten worden verleend tegen een vooraf overeengekomen prijs. Verschuldigde BTW wordt apart in rekening gebracht.

  • 5.

    De taken genoemd onder lid 1 worden zoveel mogelijk uitgevoerd in samenwerking met het UWV, het Werkgeverservicepunt (WSP), maatschappelijke organisaties en instanties die met de uitvoering van sociale zekerheidswetten zijn belast.

  • 6.

    De gemeenten verlenen hun medewerking aan de uitvoering van besluiten die het bestuur van Kompas neemt binnen de aan het bestuur toegekende bevoegdheden.

  • 7.

    Als de gemeente, naar het oordeel van het bestuur, de in lid 6 bedoelde medewerking niet of niet in voldoende mate verleent, kan het bestuur namens of ten laste van de betrokken gemeente een besluit uitvoeren of laten uitvoeren.

  • 8.

    Alvorens over te gaan tot toepassing van lid 7, stelt het bestuur het gemeentebestuur van de betrokken gemeente daarvan in kennis.

  • 9.

    Mocht enige in lid 1 genoemde wet of regeling op enig moment vervangen worden door een andere, gelijksoortige wet, dan treedt deze in de plaats van de aldaar genoemde wet of regeling. Daartoe is geen wijziging van deze gemeenschappelijke regeling noodzakelijk.

Artikel 6: Overdracht van bevoegdheden

  • 1.

    Voor zover hiervan in deze regeling niet is afgeweken, komen aan de bestuursorganen van Kompas ter uitvoering van de in artikel 5 genoemde taken de bevoegdheden van het dagelijks bestuur in de plaats van het college van burgemeester en wethouders en de voorzitter in de plaats van de burgemeester.

  • 2.

    Waar in deze regeling artikelen van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de in artikel 5 genoemde wetten en regelingen of enige andere wet van overeenkomstige toepassing worden verklaard, wordt in de artikelen voor de Gemeentewet, de raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester onderscheidenlijk gelezen, Kompas, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

HOOFDSTUK 3: HET ALGEMEEN BESTUUR

Artikel 7: Samenstelling

  • 1.

    Het algemeen bestuur is samengesteld als volgt.

    Van iedere gemeente het collegelid dat is belast met de portefeuille Sociale Zaken plus twee door de gemeenteraad uit diens midden aan te wijzen leden.

  • 2.

    De raden van de gemeenten beslissen in de eerste vergadering van elke zittingsperiode over de aanwijzing van de leden en twee plaatsvervangende leden van het algemeen bestuur.

  • 3.

    De leden van het algemeen bestuur hebben, onverminderd het bepaalde in artikel 18, lid 3, zitting gedurende de zittingsduur van de gemeenteraad.

  • 4.

    De leden van het algemeen bestuur treden af op de dag waarop de nieuwe leden door de nieuwe raden van de gemeenten zijn aangewezen.

  • 5.

    Het lid dat ophoudt lid van de raad te zijn, houdt daarmee tevens op lid te zijn van het algemeen bestuur.

  • 6.

    Het lid dat ter vervulling van een tussentijdse vacature als lid van het algemeen bestuur wordt benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens of wier plaats dit lid is benoemd, zou hebben moeten aftreden.

  • 7.

    De leden van het algemeen bestuur die tussentijds ontslag nemen, stellen de voorzitter van het algemeen bestuur alsmede de raad die hen heeft aangewezen hiervan op de hoogte. Het ontslag is onherroepelijk. Leden van het algemeen bestuur die ontslag hebben genomen, behouden hun lidmaatschap totdat in hun opvolging is voorzien.

  • 8.

    De aanwijzing voor de vervulling van plaatsen die zijn opengevallen, vindt in de eerstkomende vergadering plaats van de raad die het aangaat.

Artikel 8: Werkwijze

  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen vast.

  • 2.

    Besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen. Als de stemmen staken, wordt een beslissing uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. Staken de stemmen dan opnieuw, dan wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.

  • 3.

    Het algemeen bestuur vergadert zo vaak als het daartoe heeft besloten, maar minimaal twee keer per jaar en verder zo dikwijls als de voorzitter dit nodig acht of ten minste een vijfde deel van de leden van het algemeen bestuur zulks verzoekt (onder schriftelijke opgave van de redenen). In het laatste geval vindt de vergadering binnen twee weken plaats.

  • 4.

    De voorzitter roept de leden schriftelijk tot de vergadering op.

  • 5.

    Tegelijkertijd met de oproep brengt de voorzitter dag, tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare kennis. De agenda en de daarbij behorende voorstellen – met uitzondering van de in Gemeentewet artikel 25, lid 2, (stukken waaromtrent geheimhouding is opgelegd), bedoelde stukken – worden tegelijkertijd met de oproep en op een bij de openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzage gelegd. (Artikel 19 Gemeentewet en artikel 22 Wet gemeenschappelijke regelingen).

  • 6.

    De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar.

  • 7.

    De deuren worden gesloten wanneer een vijfde deel van de aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt.

  • 8.

    Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren wordt vergaderd.

  • 9.

    Uit de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing de bepalingen in artikel 20 (quorum voor opening van vergadering), artikel 22 (onschendbaarheid, verschoningsrecht), artikel 26 (handhaving orde vergadering), artikel 28 (niet-deelname aan de stemming), artikel 29 (quorum voor geldige stemming), artikel 30 (totstandkoming besluit), artikel 31 (geheime stembriefjes), artikel 32 (overige stemmingen) en artikel 33 (ambtelijke bijstand leden van het bestuur).

Artikel 9: Besloten vergadering

Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur over de geheimhouding van de inhoud van stukken is het bepaalde in artikel 23 lid 1 tot en met 4 van de Wet gemeenschappelijke regelingen van toepassing.

In een besloten vergadering van het algemeen bestuur worden geen besluiten genomen over het beleidsplan, de begroting, de rekening en het liquidatieplan.

Artikel 10: Taak

Naast hetgeen overigens in deze regeling daaromtrent is bepaald, is de taak van het algemeen bestuur:

  • 1.

    Het uitvoeren van de verordeningen die op grond van de in artikel 5, lid 1 en lid 3, genoemde wetten en regelgeving door de deelnemende gemeenteraden zijn vastgesteld, voor zover die uitvoering niet is opgedragen aan het dagelijks bestuur.

  • 2.

    Het vaststellen van beleidsvoorstellen en concept verordeningen die aan de gemeenten worden voorgelegd ter besluitvorming;

  • 3.

    Het vaststellen van het uitvoeringsplan, het jaarverslag en de jaarrekening conform artikel 20 respectievelijk artikel 25;

  • 4.

    Het vaststellen van de begroting conform artikel 22.

  • 5.

    Het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31a, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, indien het algemeen bestuur meent dat dit in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang, zoals geformuleerd in artikel 4 van deze regeling.

HOOFDSTUK 4: HET DAGELIJKS BESTUUR

Artikel 11: Samenstelling

  • 1.

    Het dagelijks bestuur wordt benoemd door het Algemeen Bestuur en bestaat uit de voorzitter en twee andere leden, elk uit een andere gemeente zodat alle deelnemende gemeenten in het dagelijks bestuur zijn vertegenwoordigd.

  • 2.

    De leden van het dagelijks bestuur oefenen hun functie uit met ingang van de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling.

  • 3.

    De leden van het dagelijks bestuur treden, onverminderd het bepaalde in artikel 16, lid 4, af op de dag van aftreden van de leden van het algemeen bestuur. Ze houden hun lidmaatschap totdat in hun opvolging is voorzien.

  • 4.

    Degene die ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid te zijn van het dagelijks bestuur.

  • 5.

    De aanwijzing van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van plaatsen die openvallen, vindt plaats binnen 2 maanden of, indien dit niet mogelijk is, zo spoedig mogelijk daarna.

Artikel 12: Werkwijze

  • 1.

    Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter of een ander lid van het dagelijks bestuur dit nodig acht, zulks onder opgave van reden(en). De vergadering vindt plaats binnen twee weken nadat het verzoek is ingekomen.

  • 2.

    Voor zover deze regeling niet anders bepaalt, kan het dagelijks bestuur zijn werkzaamheden verdelen over zijn leden. Het dagelijks bestuur deelt zijn besluiten daarover mee aan het algemeen bestuur.

  • 3.

    Het dagelijks bestuur kan een reglement van orde voor zijn vergaderingen vaststellen, dat aan het algemeen bestuur ter kennisneming wordt overgelegd. Besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen wordt het nemen van een beslissing uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. Staken de stemmen dan opnieuw, dan wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.

Artikel 13: Taak

De taak van het dagelijks bestuur is in ieder geval:

  • 1.

    Het dagelijks bestuur van Kompas te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast;

  • 2.

    Het uitvoeren van alle taken en bevoegdheden die op grond van de in artikel 5, lid 1 en lid 3, genoemde wetten en regelgeving aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten toekomen;

  • 3.

    Het voorbereiden van al hetgeen aan het algemeen bestuur ter overweging en ter beslissing moet worden voorgelegd;

  • 4.

    Het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur;

  • 5.

    Het besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van Kompas, met uitzondering van hetgeen daaromtrent is bepaald in artikel 31a, Wet gemeenschappelijke regelingen;

  • 6.

    Het besluiten namens Kompas, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratieve beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist.

  • 7.

    Het, alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, nemen van alle conservatoire maatregelen en doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit;

  • 8.

    Het vertegenwoordigen van Kompas binnen regionaal bestuurlijk overleg;

  • 9.

    Het behartigen van de belangen van Kompas bij andere overheden, instellingen, bedrijven of personen waarmee het contact voor Kompas van belang is.

HOOFDSTUK 5: DE VOORZITTER

Artikel 14: Taak

  • 1.

    De voorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur aangewezen.

  • 2.

    De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.

  • 3.

    Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt deze vervangen door een lid van het dagelijks bestuur, aan te wijzen door het dagelijks bestuur.

  • 4.

    De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan.

  • 5.

    De voorzitter vertegenwoordigt Kompas in en buiten rechte. De voorzitter kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door deze aan te wijzen gemachtigde.

HOOFDSTUK 6: DE DIRECTEUR

Artikel 15: Taak

  • 1.

    De bestuursorganen van Kompas worden bijgestaan door een directeur, aan wie in het dagelijks bestuur een adviserende stem toekomt. De directeur heeft in het algemeen bestuur en in het dagelijks bestuur de functie van secretaris.

  • 2.

    De directeur wordt benoemd, geschorst en ontslagen door het algemeen bestuur.

  • 3.

    Het dagelijks bestuur wijst een plaatsvervanger voor de directeur aan, die de directeur in geval van verhindering of ontstentenis vervangt.

  • 4.

    De directeur is belast met de dagelijkse leiding van Kompas.

  • 5.

    De directeur ondertekent als secretaris mede alle stukken die van het algemeen en dagelijks bestuur uitgaan.

  • 6.

    De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de directeur worden vastgelegd in een directiestatuut, dan wel in mandaatbesluiten van het algemeen bestuur en/of de voorzitter respectievelijk het dagelijks bestuur.

  • 7.

    De directeur is verantwoording schuldig aan het dagelijks bestuur.

HOOFDSTUK 7: INLICHTINGEN, VERANTWOORDING EN ONTSLAG

Artikel 16: Informatie- en verantwoordingsplicht Dagelijks bestuur

  • 1.

    De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur.

  • 2.

    Zij geven ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is.

  • 3.

    Zij geven tezamen, dan wel afzonderlijk, aan het algemeen bestuur, wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoeken, alle gevraagde inlichtingen.

  • 4.

    Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, als dit lid niet meer het vertrouwen van het algemeen bestuur bezit.

  • 5.

    De leden 1, 2 en 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de voorzitter voor het door hem gevoerde bestuur.

Artikel 17: Informatieverstrekking door het algemeen en dagelijks bestuur

Het algemeen en het dagelijks bestuur geven, met toepassing van de in artikel 16 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, op de in de gemeente gebruikelijke wijze aan de raden en aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten gevraagd en ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is.

Artikel 18: Informatie- en verantwoordingsplicht door individuele leden van het algemeen bestuur

  • 1.

    Een lid van het algemeen bestuur verschaft de raad, waarbinnen dit lid zitting heeft, alle inlichtingen die door de raad of door een of meer leden van de raad worden verlangd en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van de raad aangegeven wijze.

  • 2.

    Een lid van het algemeen bestuur is aan de raad waarbinnen dit lid zitting heeft, verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van de raad aangegeven wijze.

  • 3.

    Een lid van het algemeen bestuur kan door de raad waarbinnen dit lid zitting heeft worden ontslagen, indien dit lid niet meer het vertrouwen van de raad bezit.

HOOFDSTUK 8: HET PERSONEEL

Artikel 19: Personeel

  • 1.

    Het personeel, met uitzondering van de directeur, wordt aangesteld, geschorst of ontslagen door het dagelijks bestuur. Deze bevoegdheid kan het dagelijks bestuur mandateren aan de directeur.

  • 2.

    Op de arbeidsovereenkomsten met het personeel is van toepassing de CAO Samenwerkende gemeentelijke organisaties (CAO SGO). Dit wordt in de arbeidsovereenkomsten vastgelegd. Het algemeen bestuur zal daartoe de GR Kompas laten aansluiten als lid van de Werkgeversvereniging samenwerkende gemeentelijke organisaties (WSGO).

  • 3.

    Op het bij Kompas in dienst zijnde personeel is, voor zover zij daartoe strekken, het sociaal statuut en de overgangsregeling van toepassing, zoals deze voor kompas met vertegenwoordigers van de vakorganisaties in het kader van de totstandkoming van Kompas zijn overeengekomen.

  • 4.

    Op grond van de CAO SGO kan het dagelijks bestuur in en na overleg met de vertegenwoordigers van de vakorganisaties dan wel de Ondernemingsraad van Kompas nadere arbeidsvoorwaarden en uitvoeringsregelingen vaststellen.

HOOFDSTUK 9: HET UITVOERINGSPLAN EN HET JAARVERSLAG

Artikel 20: Uitvoeringsplan

  • 1.

    Het dagelijks bestuur bereidt jaarlijks een uitvoeringsplan voor. Het uitvoeringsplan wordt door het algemeen bestuur vastgesteld en ter kennisname aan de raden van de gemeenten aangeboden (als onderbouwing bij de begroting). In het uitvoeringsplan staat op welke wijze het beleid van de gemeenten zal worden uitgevoerd.

  • 2.

    Als de raad van een gemeente, ten aanzien van een bepaald onderwerp, een eigen beleid wenst uit te voeren dat afwijkt van het gemeenschappelijke beleid, wordt dit ook in het uitvoeringsplan opgenomen en door Kompas uitgevoerd. Voor de financiële gevolgen van dit lid is artikel 23 lid 7 onder b van toepassing.

  • 3.

    Met verwijzing naar artikel 22 en 23 wordt het uitvoeringsplan tegelijk met de begroting van Kompas ingediend (als onderbouwing hiervan).

  • 4.

    Het dagelijks bestuur bereidt jaarlijks een jaarverslag voor. Het jaarverslag wordt door het algemeen bestuur vastgesteld en ter kennisname aan de raden van de deelnemende gemeenten aangeboden.

HOOFDSTUK 10: FINANCIËLE BEPALINGEN

Artikel 21: Financieel beheer en de boekhouding

  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt, met overeenkomstige toepassing van artikel 213 Gemeente-wet, een verordening vast voor het financiële en administratieve beheer van Kompas.

  • 2.

    De door het Rijk verstrekte uitkeringen in het kader van de Participatiewet en andere fondsen en doeluitkeringen die door het Rijk aan de gemeenten zijn verstrekt, bedoeld voor de uitvoering van taken waarmee Kompas is belast, worden door Kompas beheerd.

Artikel 22: Begrotingsprocedure

  • 1.

    Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks vóór 1 april een ontwerpbegroting van Kompas voor het komende kalenderjaar toe aan de raden van de gemeenten.

  • 2.

    De ontwerpbegroting wordt voor eenieder ter inzage gelegd en is tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Het bepaalde in artikel 190 lid 2 en 3 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen twee maanden na toezending van de ontwerpbegroting het dagelijks bestuur van hun zienswijze doen blijken. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin de zienswijzen van de raden zijn vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.

  • 4.

    Het algemeen bestuur stelt de begroting vast uiterlijk 1 juli van het jaar voorafgaande aan het jaar, waarvoor de begroting moet dienen.

  • 5.

    Terstond na de vaststelling zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de gemeenten.

  • 6.

    Het dagelijks bestuur zendt de begroting na de vaststelling binnen twee weken, doch uiterlijk voor 15 juli, aan Gedeputeerde Staten.

  • 7.

    De in dit artikel geregelde procedure is van overeenkomstige toepassing op de besluiten tot wijziging van de begroting.

Artikel 23: Bijdragen van de gemeenten

  • 1.

    In de begroting staat welke bijdrage elke gemeente verschuldigd is voor de uitvoering van de taken van Kompas. Op de gemeentelijke bijdrage wordt de vergoeding voor verleende diensten van de gemeente aan Kompas in mindering gebracht.

  • 2.

    De verdeling van de totale bedrijfsvoeringkosten gebeurt door het gemiddeld aantal klanten gedurende het kalenderjaar aan het eind van de maand te salderen en te delen door twaalf.

  • 3.

    De totale bedrijfsvoeringkosten van het apparaat voor het basispakket als bedoeld onder artikel 5 lid 1 worden door Kompas aan de deelnemende gemeenten toegerekend en verdeeld als omschreven in lid 2. Hiertoe behoren:

    • a)

      Kosten van het personeel dat is belast met de uitvoering van de taken, waaronder kosten van bijzonder onderzoek (sociale recherche) niet zijnde kosten van het ondersteunend personeel en niet zijnde kortingen op vergoedingen van het Rijk die op grond van een maatregel aan een gemeente zijn opgelegd.

    • b)

      Kosten van huisvesting, automatisering, het ondersteunend personeel en overige indirecte kosten.

  • 4.

    De kosten van verstrekte uitkeringen en voorzieningen worden toegerekend naar gemeenten op basis van de feitelijke uitgaven per gemeente.

  • 5.

    Alle betalingen van het Rijk aan de gemeenten voor de bij de gemeenten in rekening gebrachte kosten als bedoeld in lid 3, worden direct na ontvangst door de gemeente aan Kompas overgemaakt.

  • 6.

    Na afloop van elk kalenderjaar en in ieder geval vóór 1 juli volgend op het afgesloten kalenderjaar, vindt tussen Kompas en de gemeenten een definitieve afrekening plaats.

  • 7.

    Verder zal Kompas de volgende kosten rechtstreeks toerekenen aan die gemeente(n) waarvoor zij zijn gemaakt:

    • a)

      De toegerekende kosten voor de uitvoering van de optionele producten als bedoeld in artikel 5 lid 3, onder aftrek van ontvangsten uit vorderingen, worden in rekening gebracht bij de afnemende gemeente(n) op basis van het percentueel aandeel in de geleverde inspanning.

    • b)

      Alle extra uitvoeringskosten van Kompas die worden veroorzaakt door gemeentelijk beleid dat afwijkt van het beleid dat is beschreven in het beleidsplan.

    • c)

      Alle extra kosten van Kompas die voortvloeien uit een kennelijk ontoereikende uitvoering van wet en regelgeving, als bedoeld in artikel 5 lid 1, in de periode voor de inwerkingtreding van de regeling.

Artikel 24: Voortgangsrapportages

  • 1.

    Het dagelijks bestuur legt minimaal tweemaal per jaar middels een bestuursrapportage verantwoording af aan het algemeen bestuur.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur zendt deze bestuursrapportage zo snel mogelijk na vaststelling aan het algemeen bestuur, onder gelijktijdige toezending aan de raden van de gemeenten.

Artikel 25: Jaarrekening

  • 1.

    Het dagelijks bestuur biedt de rekening over het afgelopen kalenderjaar, met alle bijbehorende bescheiden, jaarlijks vóór 1 april ter vaststelling aan het algemeen bestuur aan, onder gelijktijdige toezending aan de besturen van de gemeenten. De rekening moet zijn vergezeld van een verslag van het onderzoek naar de betrouwbaarheid van de jaarrekening ingesteld door de overeenkomstig artikel 213 van de Gemeentewet aangewezen deskundigen en van hetgeen het dagelijks bestuur voor zijn verantwoordingstaak verder dienstig acht.

  • 2.

    Het algemeen bestuur onderzoekt de rekening en stelt haar vast uiterlijk 1 juli, volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.

  • 3.

    Zij wordt binnen twee weken met alle bijbehorende stukken aan Gedeputeerde Staten gezonden, uiterlijk voor 15 juli.

  • 4.

    Vaststelling van de rekening strekt het dagelijks bestuur tot decharge behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden.

  • 5.

    In de rekening wordt voor elk der gemeenten het bedrag opgenomen dat voor rekening van de desbetreffende gemeente komt, onder verrekening van vergoedingen voor diensten die de gemeente aan Kompas heeft geleverd.

Artikel 26: Liquiditeit

  • 1.

    De gemeenten zullen er steeds voor zorg dragen dat Kompas te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.

  • 2.

    Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat een gemeente weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van artikel 194 en 195 Gemeentewet.

Artikel 27: Medewerking gemeenten

  • 1.

    De gemeenten verlenen hun medewerking aan de uitvoering van de besluiten die het bestuur van de dienst neemt binnen de aan het bestuur toegekende bevoegdheden.

  • 2.

    Als de gemeente, naar het oordeel van het bestuur de in lid 1 bedoelde medewerking niet of in onvoldoende mate verleent, kan het bestuur namens of ten laste van de gemeente een besluit uitvoeren of laten uitvoeren. Alvorens daartoe over te gaan stelt het bestuur de betrokken gemeente daarvan in kennis.

HOOFDSTUK 11: VERGOEDINGEN

Artikel 28: Vergoedingen

Reis- en verblijfskosten gemaakt als bestuurslid van Kompas, worden vergoed door de gemeente die het lid vertegenwoordigt, op basis van de reis- en verblijfskostenregeling van toepassing in die gemeente.

HOOFDSTUK 12: HET ARCHIEF

Artikel 29: Archief

  • 1.

    Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, overeenkomstig een door het algemeen bestuur, met inachtneming van artikel 40 van de Archiefwet 1995 vast te stellen regeling (Archiefverordening), die aan gedeputeerde staten wordt meegedeeld.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur is tevens belast met de zorg voor de archiefbescheiden die worden gevormd krachtens de aan het samenwerkingsverband gedelegeerde taken.

  • 3.

    De secretaris (-directeur) is belast met het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.

  • 4.

    Het dagelijks bestuur is belast met de aanwijzing van een archiefbewaarplaats en een archivaris welke belast is met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.

  • 5.

    Bij opheffing van de gemeenschappelijke regeling wordt ten aanzien van de archiefbescheiden een voorziening getroffen conform artikel 4 lid 1 van de Archiefwet 1995.

HOOFDSTUK 13: TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING, GESCHILLEN EN OPHEFFING

Artikel 30: Toetreding, uittreding

  • 1.

    Het bestuur van de gemeente die wenst toe te treden, richt het verzoek ter zake aan het algemeen bestuur.

  • 2.

    Het algemeen bestuur zendt het verzoek als bedoeld in lid 1 binnen drie maanden door aan de besturen van de deelnemende gemeenten onder overlegging van zijn advies omtrent de toetreding en de eventueel daaraan te verbinden voorwaarden.

  • 3.

    Toetreding vindt plaats indien alle raden van de gemeenten daarmee instemmen.

  • 4.

    Het bestuur van een deelnemende gemeente kan tot uittreding besluiten.

  • 5.

    Van het besluit als bedoeld in het voorgaande lid wordt uiterlijk drie kalendermaanden vóór het einde van het kalenderjaar kennisgegeven aan het algemeen bestuur.

  • 6.

    De uittreding vindt niet eerder plaats dan tegen 1 januari van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin het algemeen bestuur van het besluit genoemd in lid 4 en 5 in kennis is gesteld.

  • 7.

    De financiële schade die door de uittreding aan Kompas is toegebracht wordt, inclusief de hierdoor ontstane financiële personele gevolgen, aan de uittredende gemeente in rekening gebracht.

  • 8.

    Voor de vaststelling van de financiële schade als bedoeld in lid 7 wordt door Kompas en de uittredende gemeente gezamenlijk advies gevraagd aan een onafhankelijke externe deskundige. Het advies van deze deskundige is voor partijen bindend. De kosten voor het inschakelen van de deskundige zijn voor rekening van de uittredende gemeente.

Artikel 31: Wijziging

  • 1.

    Zowel het dagelijks bestuur als de gemeenteraden van de gemeenten kunnen aan het algemeen bestuur voorstellen doen tot wijziging van de regeling.

  • 2.

    Indien het algemeen bestuur wijziging van de regeling wenselijk acht, doet het dagelijks bestuur het door het algemeen bestuur vastgestelde voorstel ter besluitvorming toekomen aan de colleges van burgemeester en wethouders en de gemeenteraden van de gemeenten.

  • 3.

    Een wijziging komt tot stand wanneer alle colleges en de gemeenteraden van de gemeenten daarmee hebben ingestemd.

  • 4.

    De wijziging gaat in op de dag volgende op de dag waarop is voldaan aan de vereisten genoemd in artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Artikel 32: Opheffing en liquidatie

  • 1.

    De regeling wordt opgeheven wanneer alle gemeenteraden daartoe besluiten.

  • 2.

    De opheffing gaat niet eerder in dan op de dag volgende op die waarop is voldaan aan de vereisten genoemd in artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Tevens wordt het besluit tot opheffing ingeschreven bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

  • 3.

    In verband met het voorgenomen opheffingsbesluit stelt het algemeen bestuur, de gemeenteraden gehoord, het liquidatieplan vast.

  • 4.

    Het liquidatieplan voorziet onder meer in de verplichting van de gemeenten om alle rechten en verplichtingen, als gevolg van de opheffing van de regeling, op zich te nemen in een verhouding als in het plan vastgestelde wijze.

  • 5.

    Het liquidatieplan voorziet voorts in de gevolgen die het plan heeft voor het personeel in dienst bij Kompas en het archief.

  • 6.

    Het liquidatieplan wordt na vaststelling door de gemeente van vestiging gezonden aan Gedeputeerde Staten.

  • 7.

    Indien daartoe in het liquidatieplan geen andere regeling is opgenomen, is het dagelijks bestuur belast met de uitvoering van de liquidatie.

  • 8.

    De organen van de gemeenschappelijke regeling blijven ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie is voltooid.

  • 9.

    Van de feitelijke opheffing doet de gemeente van vestiging mededeling aan Gedeputeerde Staten. Tevens wordt de voltooiing van de liquidatie ingeschreven in het handelsregister bij de kamer van koophandel.

HOOFDSTUK 14: SLOTBEPALINGEN

Artikel 33: Inwerkingtreding

  • 1.

    De gewijzigde regeling treedt in werking op 1 januari 2020, nadat bekendmaking als bedoeld in artikel 26 lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen door de gemeente van vestiging en de opneming in de registers zoals bedoeld in artikel 27 van diezelfde wet heeft plaatsgevonden.

  • 2.

    De gemeente van vestiging zendt de gewijzigde regeling aan gedeputeerde staten van de provincie Limburg.

Artikel 34: Duur van de regeling

De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

Artikel 35: Titel

De regeling kan worden aangehaald als de gemeenschappelijke regeling van Kompas, Gemeentelijk collectief voor werk, inkomen & zorg.

Artikel 36: Onvoorziene effecten

Kennelijke onbillijkheden die uit de toepassing van deze regeling voortvloeien, worden ter bespreking voorgelegd aan de colleges van de deelnemende gemeenten.

 

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beekdaelen op 7 juli 2020

de secretaris,

de burgemeester,

Toestemming tot wijziging van de regeling verleend door de raad van de gemeente Beekdaelen in zijn openbare vergadering gehouden op 7 juli 2020

de griffier,

de voorzitter,

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Simpelveld op ...........

de secretaris,

de burgemeester,

Toestemming tot wijziging van de regeling verleend door de raad van de gemeente Simpelveld in zijn openbare vergadering gehouden op ............

de griffier,

de voorzitter,

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voerendaal op ............

de secretaris,

de burgemeester,

Toestemming tot wijziging van de regeling verleend door de raad van de gemeente Voerendaal in zijn openbare vergadering gehouden op ............

de griffier,

de voorzitter,