De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
Gelet op artikel 4, derde lid, van het Besluit BDU verkeer en vervoer;
BESLUIT:
TOELICHTING
Algemeen
Achtergrond, doel en aanleiding
Op grond van artikel 5, eerste lid, van de Wet BDU verkeer en vervoer vindt de verdeling
van het voor het totaal van de brede doeluitkeringen beschikbare bedrag plaats op
grond van gebiedsgerichte structuurkenmerken en andere kenmerken. Voor iedere ontvanger
wordt op basis van deze structuurkenmerken het percentuele aandeel en op basis van
de andere kenmerken het absolute aandeel berekend van het voor het totaal van de uitkeringen
beschikbare bedrag.
Openbare lichamen als bedoeld in artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer
2000 - de twee vervoerregio’s die als zodanig zijn aangewezen - ontvangen per uitkeringsjaar
een uitkering op basis van de voorbereiding en de uitvoering van het regionaal verkeer-
en vervoerbeleid (hierna: de brede doeluitkering). De twee als zodanig aangewezen
vervoerregio’s zijn de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en de Vervoerregio Amsterdam.
De onderhavige regeling wijzigt artikel 3 van de Uitvoeringsregeling en beleidsregel
BDU verkeer en vervoer. De wijziging strekt tot vervanging van de absolute aandelen
voor de ontvangers van de brede doeluitkering voor het uitkeringsjaar 2021. Elk jaar
worden de absolute aandelen, na overleg met de twee ontvangers, gewijzigd.
De absolute aandelen voor de twee uitkeringsontvangers zijn het gevolg van de toevoeging
van extra middelen aan de middelen van de brede doeluitkering in verband met afspraken
met de beide vervoerregio’s
Administratieve lasten
De onderhavige wijzigingsregeling heeft geen gevolgen voor de administratieve lasten
voor de burgers en het bedrijfsleven. Ook heeft de wijzigingsregeling geen gevolgen
voor de uitvoeringspraktijk van de twee vervoerregio’s. Omdat er geen verzwaring van
de administratieve lasten voor de betrokken partijen wordt verwacht, kon internetconsultatie
op grond van het kabinetsstandpunt inzake internetconsultatie achterwege blijven1.
Vaste verandermomenten
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat moet ingevolge artikel 2, eerste lid,
van het Besluit BDU verkeer en vervoer, de brede doeluitkering voor het uitkeringsjaar
2021 uiterlijk in december 2020 verstrekken. Dit zou betekenen dat volgens het systeem
van de vaste verandermomenten de wijziging in beginsel op de eerste dag van een kwartaal,
te weten 1 oktober 2020, in werking zou moeten zijn getreden. Omdat de hoogte van
de absolute aandelen verband houdt met het ter beschikking stellen van middelen in
de Rijksbegroting 2021 is dat echter niet haalbaar gebleken.
De ontvangers van de brede doeluitkering zijn gebaat bij spoedige inwerkingtreding
van de onderhavige wijzigingsregeling. Deze wijzigingsregeling heeft een directe relatie
met het uitkeringsjaar van de brede doeluitkering. Er is dan ook ter voorkoming van
grote publieke nadelen besloten om af te wijken van de toepassing van de vaste verandermomenten
van wet- en regelgeving.
Artikelsgewijs
Artikel I
De nieuwe tabel in artikel 3 bevat de absolute aandelen voor de twee uitkeringsontvangers
voor het uitkeringsjaar 2021.
Artikel II
De wijzigingsregeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie
in de Staatscourant.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga