Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Mondriaan FondsStaatscourant 2020, 62369Besluiten van algemene strekking

Deelregeling Kunstenaar Basis

Het bestuur van het Mondriaan Fonds,

Gelet op artikel 10, lid 4 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;

Besluit:

Artikel 1. Doel

Het stimuleren van de ontwikkeling van het oeuvre, het cultureel ondernemerschap en de zichtbaarheid van beeldend kunstenaars, zodat werk ontstaat dat een betekenisvolle en zichtbare bijdrage levert aan de hedendaagse beeldende kunst in Nederland.

Artikel 2. Toepasselijkheid

  • 1. Een Basisbeurs kan worden verstrekt aan beeldend kunstenaars, die ten minste vier jaar professioneel als beeldend kunstenaar werkzaam zijn. Indien de aanvrager een hbo-opleiding aan een opleidingsinstituut voor beeldende kunsten heeft gevolgd, kan eerst vier jaar na het verlaten van die opleiding een Basisbeurs worden verstrekt.

  • 2. Een Basis wordt aan dezelfde kunstenaar ten hoogste eenmaal in de vier jaar toegekend.

  • 3. Een Basisbeurs kan slechts worden toegekend voor zover het belastbaar inkomen van de aanvrager, exclusief een verstrekking op basis van een eerder toegekende bijdrage van het fonds in de twee kalenderjaren voorafgaand aan het jaar waarin de bijdrage is aangevraagd, gelijk of lager is dan een door het bestuur voor het betreffende jaar vast te stellen bedrag.

  • 4. Het in het derde lid van dit artikel bepaalde wordt getoetst aan de hand van de aangiftebiljetten inkomstenbelasting van de twee voorafgaande kalenderjaren.

  • 5. Indien het inkomen in de twee voorafgaande kalenderjaren hoger is dan het in het derde lid bedoelde bedrag, zal de aanvraag niet in behandeling worden genomen tenzij sprake is van tevoren voorziene tijdelijke omstandigheden.

  • 6. Indien het inkomen van de aanvrager in de twee kalenderjaren voorafgaand aan zijn aanvraag door van tevoren voorziene omstandigheden hoger is dan het in het derde lid van dit artikel bepaalde, of indien de aanvrager in de twee kalenderjaren voorafgaand aan zijn aanvraag geen aangifte inkomstenbelasting in Nederland heeft gedaan, dient het inkomen van de aanvrager in het jaar van verlening en in het daaropvolgende jaar gelijk of lager te zijn dan het krachtens het derde lid van dit artikel door het bestuur vastgestelde bedrag. Dit zal getoetst worden aan de hand van de definitieve aanslagen inkomstenbelasting over het jaar van verlening en het daaropvolgende jaar. Deze opgaaf dient zo spoedig mogelijk na afloop van dat jaar doch uiterlijk vóór 15 juli van het jaar na het jaar waarop de aanslag betrekking heeft, te geschieden.

  • 7. Een Basisbeurs kan niet worden verstrekt gedurende de looptijd van een andere financiële bijdrage van het fonds die naar het oordeel van het bestuur in dekking van dezelfde kosten voorziet als de Basisbeurs.

Artikel 3. Aanvraag

Naast de bepalingen vastgesteld in het Algemeen Reglement, in het aanvraagformulier en in de toelichting daarop, dient de aanvraag vergezeld te gaan van:

  • visueel documentatiemateriaal,

  • een inhoudelijke toelichting op het werk,

  • een curriculum vitae,

  • een presentatieplan waarin wordt toegelicht hoe een passend publiek wordt betrokken,

  • een werkplan.

Artikel 4. Beoordeling

  • 1. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een Basisbeurs beoordeelt het bevoegd adviesorgaan op basis van het door de aanvrager ingeleverde documentatiemateriaal en de overige informatie of het artistiek functioneren van de aanvrager van belang is voor de hedendaagse beeldende kunst. Daarbij worden de volgende criteria in onderlinge samenhang gehanteerd:

    • a. de kwaliteit van het tot het moment van de aanvraag door de kunstenaar opgebouwde oeuvre en de ontwikkeling daarvan,

    • b. de erkenning van het kunstenaarschap zoals blijkt uit de aard, locatie en betekenis van solo- of groepstentoonstellingen, verkopen en publicaties, aankopen, opdrachten, subsidies en prijzen van de aanvrager als aspect van het cultureel ondernemerschap, en de wijze waarop de kunstenaar naar buiten treedt en een publiek voor zijn werk weet te vinden en te binden.

  • 2. Indien het bevoegd adviesorgaan het in het eerste lid van dit artikel bedoelde functioneren van de aanvrager niet van voldoende belang acht, komt het tot een negatief advies over de aanvraag.

  • 3. Indien het bevoegd adviesorgaan het in het eerste lid van dit artikel bedoelde functioneren van de aanvrager wel van voldoende belang acht, beoordeelt het de kwaliteit van het presentatieplan op de wijze waarop beoogd wordt op een inspirerende wijze een passend publiek te bereiken en het werkplan.

  • 4. Indien het bevoegd adviesorgaan de in het eerste en derde lid genoemde aspecten in onderlinge samenhang positief beoordeelt, brengt het een positief advies uit.

  • 5. Het bestuur kan het bevoegd adviesorgaan verzoeken de positieve adviezen in volgorde van prioriteit te rangschikken op basis van het oordeel zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel.

Artikel 5. Verstrekking

  • 1. Aanspraak op een toegekende Basisbeurs geschiedt in vier gelijke tranches, tenzij de aanvrager schriftelijk een ander ritme met het fonds overeenkomt, met dien verstande dat op jaarbasis maximaal de helft van de toegekende werkbeurs kan worden verleend, met inachtneming van het bepaalde in het tweede en derde lid.

  • 2. Tijdens de periode waarin een beeldend kunstenaar gebruik maakt van een andere bijdrage van het fonds die, naar het oordeel van het bestuur, in dekking van dezelfde kosten voorziet als de Basisbeurs, kunnen geen verstrekkingen op grond van een reeds toegekende bijdrage plaatsvinden. Indien de gebruikmaking van de in dit artikel bedoelde andere subsidie aanvangt in hetzelfde jaar als waarin een of meerdere verstrekkingen van de werkbijdrage hebben plaats gevonden, heeft het bestuur het recht deze geheel of gedeeltelijk terug te vorderen c.q. te verrekenen met de andere subsidie. Deze terugvordering of verrekening laat onverlet het recht om het desbetreffende bedrag op een later tijdstip alsnog, conform het in deze regeling ten aanzien van verstrekkingen bepaalde, op te nemen.

  • 3. Tijdens de periode waarin een beeldend kunstenaar deelnemer is aan postacademische instellingen, die krachtens de Wet op het specifiek cultuurbeleid gesubsidieerd worden of aan onderwijsinstellingen die krachtens de Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek bekostigd worden, kunnen geen verstrekkingen op grond van een reeds toegekende Basisbeurs plaatsvinden. Indien deelname aan een van de hierboven genoemde instellingen aanvangt in hetzelfde jaar waarin een of meerdere verstrekkingen hebben plaatsgevonden, heeft het bestuur het recht om deze verstrekkingen geheel of gedeeltelijk terug te vorderen. Dit bedrag kan op een later tijdstip alsnog worden opgenomen, conform het in deze regeling ten aanzien van verstrekkingen bepaalde.

  • 4. Degene aan wie een Basisbeurs is toegekend dient op het moment dat hij een deel van de bijdrage verstrekt krijgt artistiek inhoudelijk actief te zijn in de beeldende kunsten en in die hoedanigheid ingebed te zijn in de professionele beeldende kunst in Nederland.

Artikel 6. Overgangsbepaling

De Deelregeling Werkbijdrage Bewezen Talent 2017 wordt met ingang van 1 januari 2021 ingetrokken. Op aanvragen die op grond van de Deelregeling Werkbijdrage Bewezen Talent 2017 voor 1 januari 2021 zijn ingediend, blijven die regeling en het Algemeen Reglement Mondriaan Fonds 2017 van toepassing.

Artikel 7. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2021. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst wordt uitgegeven na 31 december 2020, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 1 januari 2021.

Artikel 8. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Deelregeling Kunstenaar Basis.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De stichting Mondriaan Fonds, E. van der Lingen directeur-bestuurder