Advies Raad van State inzake het voorstel van wet, houdende herstel van wetstechnische gebreken en leemten alsmede aanbrenging van andere wijzigingen van ondergeschikte aard in diverse wetsbepalingen op het terrein van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (Verzamelwet LNV 20..)

Nader Rapport

’s-Gravenhage, 17 november 2020

Nr. WJZ / 20276091

Aan de Koning

Nader rapport inzake het voorstel van wet, houdende herstel van wetstechnische gebreken en leemten alsmede aanbrenging van andere wijzigingen van ondergeschikte aard in diverse wetsbepalingen op het terrein van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (Verzamelwet LNV 20..)

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 17 juli 2020, nr. 2020001549, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 2 september 2020, nr. W11.20.0263/IV, bied ik U hierbij aan.

De tekst van het advies treft u hieronder aan, voorzien van mijn reactie.

Bij Kabinetsmissive van 17 juli 2020, no. 2020001549, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet, houdende herstel van wetstechnische gebreken en leemten alsmede aanbrenging van andere wijzigingen van ondergeschikte aard in diverse wetsbepalingen op het terrein van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (Verzamelwet LNV 20..), met memorie van toelichting.

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen inhoudelijke opmerkingen bij het voorstel.

De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.

Aan de redactionele opmerking van de Afdeling is gevolg gegeven.

Van de gelegenheid wordt gebruik gemaakt om enkele aanvullende wijzigingen van ondergeschikte aard aan te brengen.

1. Algemene wet bestuursrecht

Om de bevoegdheid van het College van Beroep voor het bedrijfsleven in hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank inzake oplegging van een bestuurlijke boete op grond van artikel 26 van de Plantgezondheidswet te regelen, wordt bijlage 2, hoofdstuk 4, artikel 11 bij de Algemene wet bestuursrecht aangevuld. Dit sluit aan bij de overige bevoegdheden van het College van Beroep voor het bedrijfsleven met betrekking tot de Plantgezondheidswet.

2. Omgevingswet

In artikel 15.1 van de Omgevingswet zoals deze wet komt te luiden na inwerkingtreding van de wijzigingen die zijn opgenomen in de Aanvullingswet natuur Omgevingswet wordt een onjuiste verwijzing hersteld.

3. Wet op de economische delicten

De wijziging van artikel 1a van de Wet op de economische delicten herstelt een onjuiste verwijzing met betrekking tot de Omgevingswet.

4. Wet milieubeheer

De wijziging van de Wet milieubeheer herstelt een onjuiste verwijzing met betrekking tot de Omgevingswet.

5. Wet wapens en munitie

In de Wet wapens en munitie worden enkele verwijzingen naar de Wet natuurbescherming en jachtaktes op grond van die wet aangepast aan de Omgevingswet.

De Afdeling adviseert het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen.

Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, adviseert de Afdeling dit advies openbaar te maken.

De vice-president van de Raad van State,

Thom de Graaf

Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no. W11.20.0263/IV

Artikel II, onderdeel 2: breng artikel 21, achtste lid, van de Plantgezondheidswet in overeenstemming met de toelichting door te bepalen dat deze bevoegdheid pas ontstaat nadat binnen de gestelde betalingstermijn niet aan de betalingsverplichting is voldaan. Voorts verduidelijken in de bepaling of het uitvoeren van werkzaamheden nadat is betaald slechts geldt voor betaling van reeds verschuldigde retributies, of dat de bevoegde autoriteit ook kan besluiten werkzaamheden pas uit te voeren nadat retributies voor nog uit te voeren werkzaamheden bij wijze van voorschot vooraf zullen zijn voldaan.

Ik verzoek U het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten.

Advies Raad van State

No. W11.20.0263/IV

’s-Gravenhage, 2 september 2020

Aan de Koning

Bij Kabinetsmissive van 17 juli 2020, no. 2020001549, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet, houdende herstel van wetstechnische gebreken en leemten alsmede aanbrenging van andere wijzigingen van ondergeschikte aard in diverse wetsbepalingen op het terrein van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (Verzamelwet LNV 20..), met memorie van toelichting.

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen inhoudelijke opmerkingen bij het voorstel.

De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.

De Afdeling adviseert het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen.

Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, adviseert de Afdeling dit advies openbaar te maken.

De vice-president van de Raad van State, Th.C. de Graaf.

Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no. W11.20.0263/IV

  • Artikel II, onderdeel 2: breng artikel 21, achtste lid, van de Plantgezondheidswet in overeenstemming brengen met de toelichting door te bepalen dat deze bevoegdheid pas ontstaat nadat binnen de gestelde betalingstermijn niet aan de betalingsverplichting is voldaan. Voorts verduidelijken in de bepaling of het uitvoeren van werkzaamheden nadat is betaald slechts geldt voor betaling van reeds verschuldigde retributies, of dat de bevoegde autoriteit ook kan besluiten werkzaamheden pas uit te voeren nadat retributies voor nog uit te voeren werkzaamheden bij wijze van voorschot vooraf zullen zijn voldaan.

Tekst zoals toegezonden aan de Raad van State: Herstel van wetstechnische gebreken en leemten alsmede aanbrenging van andere wijzigingen van ondergeschikte aard in diverse wetsbepalingen op het terrein van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (Verzamelwet LNV 20..)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in enkele wetten op het terrein van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wijzigingen van wetstechnische of anderszins ondergeschikte aard aan te brengen in verband met onjuiste verwijzingen of gebreken en een uitgewerkte wet in te trekken;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I (OMGEVINGSWET)

De Omgevingswet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2.25, eerste lid, onder a, onderdeel 10°, wordt ‘artikel 2.21a’ vervangen door ‘artikel 2.44’.

B

In artikel 16.7, eerste lid, onder b, wordt ‘artikel 5.7, derde lid’ vervangen door ‘artikel 5.7, vierde lid’.

ARTIKEL II (PLANTGEZONDHEIDSWET)

Artikel 21 van de Plantgezondheidswet wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vierde lid wordt na ‘retributie’ ingevoegd ‘en de betalingstermijn’.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 8. De bevoegde autoriteit kan besluiten om werkzaamheden als bedoeld in het eerste, tweede en zesde lid voor dezelfde betalingsplichtige slechts dan uit te voeren nadat is betaald.

ARTIKEL III (WET DIEREN)

In artikel 2.2, negende lid, van de Wet dieren wordt na ‘bindende’ ingevoegd ‘onderdelen van’.

ARTIKEL IV (WET NATUURBESCHERMING)

In artikel 2.7, eerste lid, van de Wet natuurbescherming wordt ‘artikel 2.8, met uitzondering van het negende lid’ vervangen door ‘artikel 2.8’.

ARTIKEL V (WET OP DE ECONOMISCHE DELICTEN)

In artikel 1, onderdeel 2°, van de Wet op de economische delicten, wordt in het onderdeel met betrekking tot de Wet dieren ‘De artikelen 2.2, negende en tiende lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tiende lid, onderdelen f tot en met q en onderdeel r, voor zover dat onderdeel betrekking heeft op regels als bedoeld in de onderdelen f tot en met q’ vervangen door ‘De artikelen 2.2, negende en tiende lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tiende lid, onderdelen f tot en met p en onderdeel r, voor zover dat onderdeel betrekking heeft op regels als bedoeld in de onderdelen f tot en met p’.

ARTIKEL VI (WET RECHTSKRACHT STRUCTUURSCHEMA GROENE RUIMTE)

De Wet rechtskracht Structuurschema groene ruimte wordt ingetrokken.

ARTIKEL VII (INWERKINGTREDING)

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

ARTIKEL VIII (CITEERTITEL)

Deze wet wordt aangehaald als: Verzamelwet LNV, met vermelding van het jaartal van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

MEMORIE VAN TOELICHTING

I. Algemeen

1. Aanleiding

Dit wetsvoorstel strekt tot aanpassing van diverse wetten op het terrein van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Het gaat daarbij om het herstel van onjuiste verwijzingen en gebreken en om het intrekken van een uitgewerkte wet. Het betreft de volgende wetten:

  • 1. Omgevingswet

  • 2. Plantgezondheidswet

  • 3. Wet dieren

  • 4. Wet natuurbescherming

  • 5. Wet op de economische delicten

  • 6. Wet rechtskracht Structuurschema groene ruimte

Het onderhavige wetsvoorstel heeft het karakter van een verzamelwet. Alle artikelen in het onderhavige wetsvoorstel repareren wetstechnische gebreken of brengen inhoudelijke wijzigingen van ondergeschikte aard aan. De reden voor de voorgestelde wijziging is in de meeste gevallen zo vanzelfsprekend dat met een summiere toelichting kan worden volstaan.

2. Regeldruk

De wijzigingen die zijn opgenomen in dit wetsvoorstel hebben geen gevolgen voor de regeldruk. Het Adviescollege toetsing regeldruk heeft dan ook besloten om over dit wetsvoorstel geen advies uit te brengen.

II. Artikelsgewijs

Artikel I (Omgevingswet)

Deze wijziging herstelt twee onjuiste verwijzingen in de Omgevingswet zoals deze wet komt te luiden na inwerkingtreding van de wijzigingen die zijn opgenomen in het wetsvoorstel Aanvullingswet natuur Omgevingswet (Kamerstukken 34 985).

Artikel II (Plantgezondheidswet)

In artikel 21, eerste lid, van de Plantgezondheidswet is bepaald dat een professionele marktdeelnemer een retributie verschuldigd is voor kosten als bedoeld in de artikelen 79 en 80 van verordening 2017/625. In artikel 21, zesde lid, van de Plantgezondheidswet is bepaald dat de bevoegde autoriteit het tarief van retributie met betrekking tot de officiële controles en andere officiële activiteiten ten aanzien van de bij of krachtens artikel 37 van verordening 2016/2031 bedoelde voorschriften vaststelt voor de werkzaamheden die de bevoegde autoriteit uitvoert.

Het vierde lid van artikel 21 bepaalt dat het tarief van de retributie bij ministeriële regeling wordt vastgesteld. Aan het vierde lid wordt toegevoegd dat bij ministeriële regeling tevens de betalingstermijnen worden vastgesteld, waarbinnen de betalingsplichtige aan zijn betalingsverplichting moet voldoen.

Wanneer de betalingsplichtige binnen de gestelde betalingstermijn niet aan zijn betalingsverplichting voldoet, kan de bevoegde autoriteit besluiten handelingen of werkzaamheden op te schorten totdat aan de betalingsverplichting is voldaan. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat de bevoegde autoriteit geen inspecties uitvoert of geen vergunningen of certificaten verleent. Deze bepaling is opgenomen in het toegevoegde achtste lid van artikel 21. Beide toevoegingen zijn een continuering van de huidige bevoegdheden en werkwijze onder de Plantenziektenwet en waren opgenomen in de Regeling tarieven Plantenziektenwet. Abusievelijk waren deze delegatiegrondslag en bepaling niet opgenomen in artikel 21 van de Plantgezondheidswet.

Artikel III (Wet dieren)

In de Wet dieren wordt gesproken over ‘bindende onderdelen van EU-rechtshandelingen’. In de tekst van artikel 2.2, negende lid, van deze wet ontbreken de woorden ‘onderdelen van’. Dit wetsvoorstel herstelt dit.

Artikel IV (Wet natuurbescherming)

Met de inwerkingtreding op 1 januari 2020 van artikel I van de Spoedwet aanpak stikstof is het negende lid van artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming geschrapt. Deze wijziging van artikel 2.7 schrapt een verwijzing naar dat niet meer bestaande lid.

Artikel V (Wet op de economische delicten)

In de Wet op de economische delicten is artikel 2.2, tiende lid, aanhef en onder q, van de Wet dieren tweemaal strafbaar gesteld. Deze wijziging corrigeert dit.

Artikel VI (Wet rechtskracht Structuurschema groene ruimte)

Deze wet stelt artikel 2a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening als delegatiegrondslag van het Structuurschema groene ruimte vast (omhangbepaling) en verlengt de werking tot 23 februari 2009. Deze datum is verstreken en de delegatiegrondslag is per 1 juli 2008 vervallen bij de intrekking van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Het structuurschema als zodanig heeft nog slechts werking door verwijzingen in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Dit besluit vervalt bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Voor zover het structuurschema als beleidsregel nog werking heeft, wordt dit bepaald in de Nationale omgevingsvisie en bijbehorende programma’s onder de Omgevingswet. Het intrekken van de Wet rechtskracht Structuurschema groene ruimte heeft daarop geen invloed. Bij dit wetsvoorstel wordt deze wet als overbodige regelgeving ingetrokken.

Artikel VII (Inwerkingtreding)

In deze wet is opgenomen dat deze wet op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip in werking treedt, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Aangezien het hier om reparatiewetgeving gaat, kan gelet op aanwijzing 4.17, vijfde lid, aanhef en onder c, van de Aanwijzingen voor de regelgeving, worden afgeweken van de vaste verandermomenten.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Naar boven