Besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 11 november 2020, nr. 25919607, tot het instellen van de adviescommissie diversiteit en inclusie in onderwijs en onderzoek (Instellingsbesluit adviescommissie diversiteit en inclusie in onderwijs en onderzoek)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 2 van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepaling

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. minister:

de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

b. commissie:

de commissie, bedoeld in artikel 2.

Artikel 2. Instelling en taak

  • 1. Er is een commissie diversiteit en inclusie in onderwijs en onderzoek

  • 2. De commissie heeft tot doel om te bijdragen aan een inclusievere werk- en leeromgeving in het hoger onderwijs en onderzoek, wat bijdraagt aan het vergroten van diversiteit in personen en in onderzoeks- en onderwijsinhoud, en daarmee ook de kwaliteit.

  • 3. De commissie heeft tot taak om de minister, alsmede partijen in het onderwijs- en onderzoeksveld, te adviseren over de uitvoering en monitoring van diversiteitsbeleid en bijbehorende instrumenten, met het oog op het bereiken van de doelstellingen genoemd in het ‘Nationaal Actieplan Diversiteit en Inclusie in het Hoger Onderwijs en Onderzoek’, Kamerstuk 29338-220.

Artikel 3. Samenstelling, benoeming, ontslag

  • 1. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten hoogste 10 andere leden, waarvan 1 studentlid.

  • 2. De voorzitter en de andere leden hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie uit zonder last en ruggespraak.

  • 3. De voorzitter en de andere leden worden door de minister benoemd.

  • 4. De benoeming geschiedt voor de duur van 2 of 3 jaar met mogelijkheid om éénmaal herbenoemd te worden voor eenzelfde periode. Het studentlid wordt 1 jaar benoemd zonder mogelijkheid tot herbenoeming.

  • 5. De voorzitter en overige leden kunnen (op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden) worden geschorst en ontslagen door de minister.

Artikel 4. Leden

  • 1. Te rekenen vanaf 1 oktober 2020 worden voor een periode van 3 jaar tot lid van de commissie benoemd:

    • a. prof. dr. Vinod Subramaniam te Amsterdam, tevens voorzitter;

    • b. prof. dr. Marieke van den Brink te Nijmegen

    • c. dr. Fadi Hanna te Andijk

    • d. prof. dr. Judi Mesman te Oegstgeest

    • e. prof dr. Alexander Serebrenik te Hamont-Achel (BE)

    • f. dr. Susanne Täuber te Aduard

  • 2. Te rekenen vanaf 1 oktober 2020 worden voor een periode van 2 jaar tot lid van de commissie benoemd:

    • a. prof. dr. Semiha Denktaş te Rotterdam

    • b. mr. Domenica Ghidei Biidu te Amsterdam

    • c. Meredith Overman MSc te Amsterdam

    • d. dr. Corrie Tijsseling te Utrecht

  • 3. Te rekenen vanaf 1 oktober 2020 wordt Mohamed Badaou te Amsterdam, voor de periode van 1 jaar tot studentlid van de commissie benoemd.

Artikel 5. Instellingsduur

De commissie wordt ingesteld voor de duur van 6 jaar, te rekenen vanaf 1 oktober 2020.

Artikel 6. Secretariaat

  • 1. Het secretariaat wordt ondergebracht bij de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

  • 2. De secretaris is voor de uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan (de voorzitter van) de commissie.

  • 3. Aan het secretariaat kunnen medewerkers worden toegevoegd.

Artikel 7. Werkwijze

  • 1. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

  • 2. De adviescommissie verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

  • 3. De commissie verantwoordt haar werkwijze in het eindrapport.

  • 4. De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.

Artikel 8. Vergoeding

  • 1. De voorzitter ontvangt een vergoeding per vergadering van 130% van de hoogte van de vergoeding die aan de leden van de commissie wordt toegekend.

  • 2. De andere leden ontvangen een vergoeding per vergadering van 3% van het maximum van salarisschaal 18 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst die is gesloten voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn.

Artikel 9. Eindrapport tussenrapporten en uiterste datum voor oplevering

De commissie brengt vóór 30 september 2026 haar eindrapport uit aan de minister.

Artikel 10. Archiefbescheiden

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de Directie Onderzoek en Wetenschapsbeleid van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 11. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 oktober 2020.

Artikel 12. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit adviescommissie diversiteit en inclusie in onderwijs en onderzoek.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven

TOELICHTING

De adviescommissie zal het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, onderwijsinstellingen in het veld, en andere organisaties die zich bezighouden met onderwijs en onderzoek adviseren rondom thema’s met betrekking tot diversiteit en inclusie. Op 1 september 2020 is er een Nationaal Actieplan Diversiteit in het hoger onderwijs en onderzoek gelanceerd, waar vijf ambities op gebied van diversiteit en inclusie worden geïdentificeerd:

  • 1. Diversiteit en inclusie zijn beter verankerd in bestaande instrumenten, zoals kwaliteitszorg, evaluatie en NWO-instrumenten.

  • 2. Monitoring wordt uitgebreid naar longitudinaal monitoren op in-, door- en uitstroom van medewerkers en studenten. Waar mogelijk willen we ook monitoren op andere vlakken, zoals ervaren sociale veiligheid en inclusie.

  • 3. Nederland kan deelnemen aan een Europees charter (CASPER), of een bestaand charter wordt aangepast op de Nederlandse context.

  • 4. Er is een format ontwikkeld voor institutioneel diversiteitsbeleid dat vervolgens in één lijn gebracht en vindbaar gemaakt wordt.

  • 5. Er komt een call voor een nationaal kenniscentrum voor diversiteit, met middelen voor onderzoek en kennisdeling voor ten minste 5 jaar.

De adviescommissie zal bekijken hoe deze doelen het beste kunnen worden bereikt, welke keuzes moeten worden gemaakt, en wat er nodig is om bepaalde bestaande processen te verbeteren. De commissie zal ook adviseren over het monitoren van de voortgang, door indicatoren bij de ambities te benoemen. Ook kunnen instellingen advies vragen aan de adviescommissie over de ontwikkeling of implementatie van hun diversiteitsplannen.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven

Naar boven